VERHANDELINGEN
triTGEGEVEW DOOR ft E T
ZEEUSCHE
GENOOTSCHAP
D E a
T *
V L I S S I N
UITLEGGING
D E R.
TITELPLAAT.
13 e WYSHEID, fier gezeten op haar tliroon ,
Bcichouwt men in MINKRVE'S -wapenrustingi
Poch , warsch van fabeldicht en va'fehe- goon ,
Scl:ept zein GODSBOEK -baar grootftc zlelsveriusting.
Tive-e zuilen^ die 'tgewelffel van haar kerk
Aan d'eenen kapt bouwkunftig onderfchragen ,
Verroonen *t ZEEUWSCH en VLISSJNGS wapenmerk,
En xv i L L E M s bee Id , wien 't werk wordt opgedragen ,
Doorluchtig Hoifd van onze Maatfchfpfy ;
Die , fchoon nocb in heur zwakke en kindfcbe jaaren ,
Hem dtteerftating loir's arbeuls, vlug en bly ,
Voor de oogen hrengt; met lust om voort tc vaaren.
De tafel met den voorgrond 9 ryk bedekt
Met teekcnfcbets van /tf,rj/ en veetenfcbapptH ,
Kn *t vfr%ezn,lt. } dai gintrer d'aandachr wek:
.Tef aj'de van gordyn en temiekrappen ,
r_vj te haalen.
Handhaving van den Godsthenst ; en bet Re; ;
Gencisbebuip. tot llsun van "t menschlyk leeven;
: :->::rhQek, door CiODS hand on s voorgelegd,
't ISytuurboek , door ?ync ALMAGT zcif hcfchrevcn;
De Meetltunst ^ in hanr takken ruim verfbrpi-it;
De Scbilatrkunst i zoo fiks in kleur en trekken j
De Pttikmuzyk , die hnrte/l Opwaards leidt,
Haar zoster, die de dof'heid zeif kan wekken;
't Vermogen om door *t heldev fficgelg. ..<
Het Starrf-ke;r -iaii 't niensclilyk pog t?. klemmen,
Of doe*' beha'p van graadbofig en koripas,
Op vcrren coclu sen dolle zee te temmen ;
Ilijforiekxnst , die 't oude in 't nieuvv herfchcpt,
Die #;* c.\\fleen van vroeger eeuw doet tuigen,
Die honig zelfs uic bittren alzem lept,
En uic vergift vvect artxeny te zuigen :
En vvat zich mcer lie: fchetzen op de print:
Zyn beeldfpraak van bet doel, waar been \vy trachten!
Is 't werk geriug? Wie deugd en vvysheid mine,
Heefr eiiidelyk op zyn' arbeid vrucht te wachten.
Dus liuvvt m'in 't ryk van unzen Waterleeiuv
DC Scbeepvaardy met de oefeninjr der verft.uiden.
Ucr braaven gunst zal by den noesten Zeetiw
Pen yvergloed noch fterker doea oucbrandeii !
J. J. BP^AHE.
VERHANDELINGEN
UITGEGEVEN DOOR HET
ZEEUSCHE
GENOOTSCHAP
D E R
E T E N S C H A P P E N
I
T E
_
VLlSSINGE.
TE MlDt)EtBURG2
PIBTER GILLISSE
Drukker van het ZEEUSCHE Genootfchap
tier Wetenfchappen t
^'2 . *&? ^^v
JtoSbB*
Vj?<-
' gak
GENOOTSCHAP erkent geene exem-
plaren voor echt> dan die door tenen
far Sekretarisfen elgenbandig ondertee*
fandzyn. .
VOORBERICHT.
De trage voortgang der druk-
pers heeft veroorzaakt, dat
met, reeds op het eindedes vori-
gen jaars , dit XV. DEEL is uitge-
geven : en zie hier de reden ,
waarom men , dit voorziende , in
hetzelve alleen bekroonde Prys-
verhandelingen heeft geplaatst.
Zeker is het eenigszins onaange-
naam , niet alleen voor de lezeren
van des GENOOTSCHAPS werken?
maar inzonderheid voor de fchry-
veren , wier arbeid openlyk de
gbedkeuring heeft weggedragen :
byaldien deze ftukken al te lang
achterblyven. Zelfs kan dit fom-
wylen op de beoordeeling van
xv. JDEEL. * 3 der-
vi VOORBERICHT.
derzelver wezenlyke waarde eenen
aanmerklyken invloed hebben :
wanneer dezelven by de inlevering
nieuwe ontdekkingen in zich be-
vatten ; of zakcn ^ welken reeds
bekend zyn, in een helderder
daglicht voorftellen , dan tot daar-
toe was gefchieclt : ingevalle
namelyk dezen inmiddels door de
uitgave van andere werken wor-
den bekend gemaakt. De geeer-
de kzcren zullen deze aaninerking
wel onder hunne aandacht willen
houden, byde overweging (voor-
al) der eerfte verhandeling van
van clit Deel, gefchreven door
den Heer ADRIAAN VAN SOLIN-
GEN, Aan deze wercl reeds op
de ALGEMEENE VERGADERING in
Wynmaand des jaars 1788, de
gouden eerpr^ys toegewezen, en
tot uitgave van dezelve befloten :
zoude pok reeds in het veer-
de DEEL van des GENOOT-
S CHAPS
VOORBERICHT. viz
SGTIAPS verhandelingen zyn ge-
plaatst gevveest : zoo niet derzel-
ver uitgebreidheid , en andere re-
denen, haddcn veroorzaakt, ciat
hare plaatling,met yplkomen toe-
flemmen van den geleerden on-
cteur, tot ditDeel werduitgeiteld.
Het zal dus niemand bevreemden,
dat in die verliandeling, vooral
ten aanzien vanhet wiskundige ge-
deelte, eenige zakenvoorkomen,
wclken, ten tyde van derzel-
ver bekrooning , belangiyker wa-
ren , dan thans : daar over deze
tak van wetenfchap federt nog al
eenig licht in ons Vaderland is
verfpreidt geworden.
Dit vooraf gemeldt hebbende,
zullen wy den draad der gefihie*
denis van het GENOOTSCHAP, in-
zoover het algemeen daarby be-
lang heeft, wederom opvatten,
daar wy dien in het hiftorifche
voorbericht vOor het veertiwds
* 4 DEEL,
vm VOORBERICHT.
PBJSL, gelaten hebben. Dewyl
het voornaamfte hiervan in de
twee Programmata^ federt dien
tycj uitgegeven , gevonden word f
zullen wy aan dezen de eerfte
plaats geveru
JtlET ZEEUSCHE GENOOTSCHAP DER WE-.
TFENSOHAPPEN TE VLISSINGE hecft, in des*
gelfs jaarlykfche algemeene Vergadering, den twin*
ligfien v^n Wynmaand des jaars 1790. den gou^
den' eerpenning toegevvezen aan den Heer s. A. D E
$!ORAAZ, Med. Doct. te Sommetsdyk: nadat, by
liet openen van het verzegelde billet , gebleken was :
dat hy , onder de zinfpreuk : Ubi vero tttorbus alt*
qyis, popuJariter grasfatus fuent; non victus ra-
?iw?m in eausfa esfe ; fed quod jplrando ducimus :
tnanifeftum est. HIPPOCRATES: de Natura horn,
etc. fchryver ware van het meestvoldoende antwoord
p|f de Vraag:
Wat is de reden , dat de kinderpokjes (variolae) ,
^ fyzo.ndere tyden en ptaatfen , fomtyds onver-
wacht z.ich openbaren , en zeer geweldig woeden ;
lerwyl anderen , zetfs in de nabuurfchap , daarvan
op denzelfden tyd geheel bevrydt zyn ? Hangt zulks
$f van eene byzondere gefteldheid in den damp-
fcnng; van de hcedzmgheld der fleden en plaat-
fen $ van he( voedfel} of andere oorzaken ? Zyn 9 cr
VOORBERICHT. ix
*ok voorbehoedende middekn ten dlen opzlchte ti.
bedenken ?
Gaarne had ook het Genootfchap zich in ftaat ge-
field gezien, om eene gouden medaille te kunnen
toewyzen aan een uitgewerkt en voldoend ant-
yvoord^ op de vraag:
Hoe is de aardrykskundige gefleldheid van ZEE-
LAND (yoornamelyk ook met betrekking tot de rivie-
ren en ftroomen) geweest , van de oudfte tyden dat
ketzeJve bekend is geraakt , tot aan het begin der
Graaflyke regtring? Welke veranderingen zyn in de-
zelven voorgevallen , federt dat laatfle tydperk , tot
aan het einde der veertlende eeu? Is naderhand
die gefleldheid dezeifde gebleven; of heeft zy ook
merkelyke veranderingen ondsrgaan ? Zoo fa ! welken
waren dezen? en van welken invloed zyn alls
die veranderingen geweest : zoo op het huishoudelyks
beflaan ; ah op het Staatswezen van dat Landfchap ?
Dan op dezelve zyn geene verhandelingen ingeko-
men. Men heeft, om redenen, befloten: deze
vraag, met aflating van het laatlle gedeelte, "en
van welken invloed zyn alle die veranderingen.
enz."-^ onder belofte van den gouden' eerprys,
by vernieuwing voor te flellen tegen den eerfteu van
Loumaand des jaars 1792,
Het atitwoord , onder de zinfpreuk : Morbi 9
won ehquentla^ fed remedUs, curantur; c ELS us.
op de vraag :
* 5
x VOORBERICHT.
Welken zyn de ziekten en kwaJen der Neger$ y .
in de Nederfandfche vctll'plantingen in de Westln-*
dien? Welkcn zyn de uit- en inwendige tee-
Jtenen van zulke derzelven , die. (zonder behulp van
tenen ervarerf genees- of keelmeester) door planters
cf directeuren kunnen genezen worden : en welke
mlddelen moeten zy daarioe gebruiken? En wel*
ken zyn die ziekten of kwalen , wier genezing bo-
ven hun vermogen is? noch in zaken, noch in
flyl , voldoende zynde bevonden : kon hetzelve niet
in aanmerking komcn om bekroond te worcien.
De vrang echtcr blyft, alsnog, by herbaling,
nit aanmerking van clerzelver groot aanbelang, voor-
gedeld: zonder tydsbepaling : onder belofte van den
gevvonen goudcn' eerprys 5 wannecr dezelve voldoen-
de word beantwoordt.
De billetten der onbekroonde prysverliandelingen ,
zyn (naar gewoonte) in de Vergadering ongeopend
verbrandt.
Het Genootfchap ziet met verlangen verhandeiin-
gen te gemoet 9 v(56r den eerflen van Loumaand des
jaars 1791. ter beantwoording op de vrageu :
A. Welken zyn de gefchiktfte middehn, om nut*
tige ontwerpen , door deskundigen in de verhande*
llngm van geleerde Cenootfchappen en andere wer-
VOORBERICHT. xr
ten opgegeven , tot nut der burgeHyke wa at f chappy
in trein te brengen?
B. Een volledig compendium van de STRAFBE-
PALENDE WETTEN , die thttns in de Nedsrlanden
plaats hebben ; en eetie opgaaf van de wyze , op
welke die behooren itigsricht- te warden : zoodat , tus-
fchen dezelven , en de misdaden , eens gepastc evert"
redlgheid gevonden worde ; die niet te ftreng is , en
echter voldoen kan tot het oogmerk 5 oin aan de mis-
dadigers gevoel te doen hebben van hunne euveldadsn ,
en ten affchrlk te ftrekken aan anderen.
C. Ook, op het reeds in 1788. tegen dien tyd
voorgeftelde : De Keuren namelyk van ZEELAND,
in eenc goede Nederduitfche taal overgebracht , en
inet korte aanmerktvgen 9 tcr cpheldering , voor-
zien : onder belofte van de gouden medaille, ea
yeertig gouden dukaten.
Het zal insgelyks het Genootfcliap aangenaam
2yn t tegen evengemelden tyd, volgens uitnoodi-
.giiig in het programma des Genootfchaps van het
voorledene jaar, voldoende antwoordcn te ontvau*
gen, op de vragen:
A. Hoedanig is de flaat der zeden onzer nafie ge~
weest , federt de oprichting van ons Gemeenebest ,
jot op dezen tyd? We Ike n war en de oorzaken
hunner verbetering of verergering^ ' e ivelken
xii VOORBERICHT.
zyn de beste middekn ter meer algemcene verbete*
ring onzer natlonale zeden?
B. Zyn 9 er geene algemeens en byzondere gebre-
ken In de inrichting en leerwys onzer Fader landfche
hoogefcholen ? Welken zyn de voornaamflen ? En
wat kan , ter verbetering daarvan , in het werk ge-
feld worden: tot fpoediger voortzetting van al-
lerhi wetenfchappen , en ter meerdere befchaving
9nzer natie?
\
In liet beantwoordea van deze laatstgenoemdc
vraag, zullen de gelecrde fchryvers wel onder de
aandacht houden de aanmerkingen , omtrent dezel-
ve in het evengemelde programma gemaakt,
Op nieu herinnert het Genootfchap , onder de
meermalen gemelde voorwaarde, met de bygevoeg-
de nadere bepaling.cn, in het programma des Ge-
rtootfchaps van het jaar 1785. te zien; en geplaatst in
het hiftortfche Voorbericht v<56r het XL Deel
der Verhandelingen : dat de geletterden worden uit-
genoodigd, en wel zonder tydsbepaliiag , tot het
ichryven van een volUdig en beknopt famenftel van
het Staatsrecht der zeven Fereenigde Nederlanden:
met aanwyzing der bronnen , waaruit men nadere
w uitvoeriger kundigheden^ belangende de byzonde-
re punt en van dlt recht 9 kan halen : gelyk ook
van een tydrekenkundig en naaukeurig bericht van
tile inlandfche en ultheemfQhs fchryversn en fckrif-
VOORBERICHT. xm
ten, die ter opheldering der NederJandfche gefchte-
demsfen en oudheden flrekken , federt het begin der
Graaftyke regering tot op dezen tyd.
Eindelyk heeft het Genootfchap goedgevonden ,
heden: voor de eerftemaal : twee Vraagftukken op
te geven 9 met belofte van den gewonen gouden' eer-
penning, op den ftempel van dit Genootfchap gefla-
gen , aan hen 5 die , op elk derzelven , v<5<5r den eer-
ftenvan Loumaand des jaars MDCCLXXXXII. het bes-
te en meest voldoende antwoord zullen ingeleverd
hebben. En wel vordert het Genootfchap
A. Vermits de gefchiedenis der RHETOR YKE as,
binnen de Provlncie van ZEELAND, niet zeer be*
kend is ; en dezelven nochtans vermoedelyk invloed
gehad hebben op de gebeurtenisfen van vroegere ty-
den : een gefchiedkundig verflag van den oorfprong,
de verrichtingen , en lotgevallen , der onderfchei-
dene Rhetorykamers binnen gemelde Provincie.
B. Welke Fabriken zouden , in aanmerking geno-
men wordende de natuurlyke gefteldheid en ligging
der Provincie van ZEELAND, in derzelver onder-
fcheidene gedeelten , met :goede en zekere voor-*
uitzichten , nog kunnen ondernomen worden ?
Men vordert : dat opzettelyk gehandeld worde over
zulke fabriken , die zoowel in de fteden, als ten
plattenlande, kunnen uitgeoefend worden: en dat
men al de opgegevene takken niet by eenvoudige
xiv VOORBERICHT.
befchouwing late bemsten ; maar het voordeel ,<
zooveel mogelyk door naaukeurige berekeningen $
aamoone: en eindelyk de middelen opgeve , die
tot aaomoediging en bevordering van alle loflyke
onderneiningen , in die opzicht , gcoordeeld worden
gefchikt te zyn.
C. Nog bcgeert her Genootfchap , -\66r- den eer-
Hen van Loumaand des jaars .M D c c L x x x x i v. *
onder de gewone voorwaarde ^ e'en voldoend ant-
woord op dit voorftel:
Daur het'^ voor alle Jiefhebberen van ntfttige kun-
pen en fraaijs Istteren , van beiang is , om de ondsr-
fchetdsne M A A T s c H A p p Y E N te kennen , die ter
bevordering derzslven zyn ingericht: vooral , wan-
neer men eenz vereeniging van onderttngs , krachtcn
bedoelt ; i miners zich wil toeleggen , om etkanders
werkfaamheid met te hinderen : zoo word gey.or-
derd : een gefchi&dkundig verflag van alle zoodani*
ge Maatfchappyen , waar ook dezelven zich bevinden ;
en byzonder binnen dit Gemeenebest : welk be*
geerd verflag in zich most behelzen eene korte en
uaaukeurigs opgaaf van derzelver o&rfprong^ aard 9
tuderdom , wetten , uitgegevene- verhandelingen , be*
kroonde prysvragen , tegenw oor digen flaat 9 en Sekro*
tarisfen.
De antwootden op alle de gemelde vragen en
Voorftellen moeten , leesbaar gefehreven ; in de
Latynfthe ^ of Franfthe taal opge*
field,
VOORBERICHT. xv
MET EEN DUB BEL OF AF-
SCHR.IFT rOORZIEN; v66r den be-
paaldeu tyd, en vrachtvry; toegezonden wordeh
aan den Heer A. DRYFHOUT, A. L. M* Phil et
Theol. Doct. en Predikant te Middelburg^ of aaa
den Heer n. VAN ROJJEN , Rector der Latynfche
fchokn te Wisfinge : Sekretarisfen van het ZetU*
fche Genootfchap der wetenfchappen te Vlisflnge.
De Scliryvers moeten hunne namen niet by
en hetgene ter genezing derzelven vereischt word,
alien lof verdient: doch, dtvvyt aan het voorna-
me oogmerk dezer vraag, met betrekking tot de />/#;/-
ters en directeuren , niet voldaan is , heeft men de*
zelve met de gouden medaille niet kunnen bekroonen :
maar befloten , om den fchry ver , zynen naam vo"6r
den laatften Januarl 1792. aan eenen der Sekreta-
risfen bekendmakende , de zilveren eermunt aan te
biedcn; deze Verhandettng uit te geven: en de
vraag , voor het vervolg, indien v66r den eerften
der maand Januarl des jaars 1792. geene voldoendft
antwoorden inkomen , om redenen in te trekken.
xvm VOORBERICHT.
De vraag: Welke zyn de gefchiktfle middelen^ cm
iwttige ontwerpen^ door deskundigen in de verhan-
delingen van geleerde Genootfchappen en andere wer~
ken opgcgeven^ tot nut der burger fyke Maatfc hap*
py in trein te brengen ? is beantwoordt door eene /^r-
handeling 9 onder de zinfpreuk: AGENDUM EST:
waarin zecr vele goede en ter zaak dienende aanmer-
kingen gevdndcn worden. Dan , daar het voorge-
geftelde plan , ter bereiking van het bedoelde oog-
merk , niet met de vereischte naaukeurigheid is be-
redeneerd; noch aangewezen, hoe het in trein te
brengen : zoo beeft men aan deze Verhandeling ook
de gouden eermunt niet kunnen toewyzen : maar
echter befloten , om den fchryver de zilveren medaille,
ond^r voorwaarde , als boven gemeldt is , te geven ;
de Verhanddlng door den druk gemeen te maken ;
(En de vraag 5 by vernieuvving , tegen den laatften van
December 1792. onder de gewone belofte , voor te
ilellen: roits de fchryvers by de voor te dragene
plans niet uit het oog verliezen te onderzoeken , in hoe-
verre dezelven uitvoerlyk zyn : en die uitvoerlykheid
met genoegfame bevvyzen te ftaven.
Het antwoord , ingekomen op het voorflel: De
Keuren van z E E L A N D , in eene goede Nederduitfthe
taal overgebracht 9 en met korte aanmerkingen ter
opheldering voorzien : onder de zinfpreuk: // nefaut
point ftparer les loix de f object 9 pour lequel* et dts
circonftances 9 dans hsque.lks y elles ont et& faites.
MONTESQUIEU.
Of-
VQORBERICHT. xrx
ofTchoon daaritt eenige goede aanmerkingert en op*
heldcringen voorkomeu , is in het gclieel niet kun*
uen bekroond Worden : v iiit hopfde van eene ineenig*
te misflagen : zoo met betrekldng tot de taa! ; als de
gewoonten , en oudheden , onder de Graafiyke regt*
ring. Dit voorftel Word dus vcrnieud , zondef tyds*
bepaling: onder belofte van de gouden MEDAILLB^
en veer tig gouden dukaten*
Op de vraagt Hoedcintg is de ft a at der zeden oM+
Zer Natie geweest , federt de oprichtlng van ons Ge*
meenebest > tot op dezen tyd? ffalken war en de
corzaken huntter verbetering of verergering ? *^-* eit
welken zyn de beste middelen ter meet algemczne
vcrbeterlng onzer nationate zeden P is eene Perhan*
deling ontfangen , ortder de zinfpreuk :
Eene edele drift doet thans u^ boezem ghcljeti .*
De liefde voof */ belang van V lieve P'aderlandl
BELLAMY*
Welke , hoevele gnede en nuttige zaken ook in de*
^elvc gevonden worden , echter over het geheet vati
dien aard is , dat zy onder de Verhandettngen vart
het GENOOTSCHAP niet kan geplaatst, en dus ook
n.jet bekroond worden. Deze vraag is befiotert
ttiet weder uit te fchfyven.
Gelyk ook niet de vraagt Zyn *er geene atgemes*
tie en byzondere gebreken in de itir ichtin'g en leer*
Wys onzer Vaderlandfche hoogefcholent Welkett zytt
dt j Qernaawften ? En Wat kan 5 ter verbetering daar*
XX VOORBERICHT.
van , in het werk gefleld worden : totfpoediger voort-
zetting van allerlel wetenfchappen , en ter meerdere
lefchaving onzer natie? dewyl het antwoord, op
dezelve ingekomen 9 onder de zinfpreuk : Sapiens est,
qui fines refpicit : zoo vele in het oog loopende ge-
"breken heeft, niet alleen in taal, maar ookinzaken,
en wyze van behandeling , dat het in het geheel niet y
ter bekrooning 9 in aanmerking is gekomen.
Op het voorflel , waarby gevorderd word: Een
voUedig compendium van de STRAFBEPALENDE
WET TEN , die thans in de Nederlanden pJaats heb-
len; en eene opgaafvan de wyze, op we Ike die be"
hooren ingericht te warden : zoodat 9 tusfchen dezel-
ven , en de misdaden 9 eene gepaste evenredigheidge-
vonden worde ; die niet te flreng is , en echter vo/-
doen kan tot het oogmerk , om aan de misdadigers
gevoel te doen hebben van hunne eiiveldaden 9 en ten
affchrik te flrekken aan anderen: gcene Verhande-
Ung zyiide ingekomen: word dit.voorftel, onder de
gewone voorwaarde vcrnieud, om beantwoordt te
worden v66r den i. Januari 1794.
.
r,
De billetten der onbekroonde Prysverhandelingen
zyn (naar gewoonte) ongeopend in de Vergadering
verbrandt : dit zal ook gefchicden , ten aanzien van
de twee billetten, gevoegd by de Verhandelingen
\vaaraan de zilveren medaille is toegewezen : ingeval
derzelver fchryveren , v66r den bepaalden tyd , on-
verhoopt hunne namen niet bekendmaken,
Het
VOORBERICHT. xxi
Het Genootfchap ziet, met verlangen , v66r den
I* Januari 1792. Verhandelinsen te gemoet, op de
vragen :
A. Hoe is de aardrykskundige gefteldhcid van ZEE-
LAND (yoornamelyk ook met betrekking tot de rivie*
ren en ftroomen} geweest , van de oudfle tyden dat
Jietzelve bekend is geraakt , tot aan het begin dsr
Graaflyke regering? Welke veranderingen zyn in de-
zelven voorgevallen , federt dat la at ft e tydpsrk , tot
aan het einde der veertlende eeu? Is naderhand di&
gefteJdheid dezclfde gebleven: of he eft zy ook merke~
lyke ver an der in gen ondergaan? Zoo ja ! welkewa,
ren dezen?
B. Permit* de gefchiedenis der RHETORYKERS,
blnnen de Proyincie van ZEELAPCD , -/V/ zeer be-
kend is.; en dczelven nochtans vermoedelyk. invlocd
gehad he b ben op de gebeurtenisfen van vroegere ty-
den : vraagt men een gefchiedkundig verflag van den
oorfprong, de verrichtingen , en lot gev alien der on*
derfcheidene Rhetorykers binnen gemelde Provincie.
C. Welke Fabriken zouden , in aanmerklng geno-
men wordende de natuurlyke gcfteldheld en ligging
der Provin cie van z E E L A N D , in derzelver onderfchei-
dene gedeelten 9 met goede en zekere vooruitzichten ,
nog kunnen ondernomen word en ? Men vordert : dat
opzettelyk gehandeld worde over zulke fabriken , die
zoowel in de ftedsn , ah ten platten lande , kunnen
vitgeoefend worden : en dat men al de opgegevene
** 3 tab
xxii VOORBERICHT.
lakken met by eene eenvoudtge bcfchouwing late be*
rusteti ,' maar het voordeel , zoovee/ mogejyk door
yaGnkeurige berekeningen , aantoone : en elude-
'lyk de mhldelen op g eve , die tot aanmoediging en be*
Bordering van alls toftyke ondernemlngen 3 in dit Qp m
ticfo s geoardeeld worden gefthikt te zyn.
D, Nog begeert het Genootfchap , V(56r den eer*
fen van januari des jaars 1794. ondcr de gewone
voorwaarde, een voldoend antwoord op die
flel:
Daar bet , vocr ai/e Hefhebberen van mtttige
ft til en fraaije letter en ^ van belang is, om de ondcr-*
fcheidene MAATSCHAPPYEN te kennen , die ter be-
Bordering derzeiven zyn ingericht : vooral, wanneer
msn $ene vereemglng van onderttnge krachten be*
(l&elt \ Immers zlch wil toekggen , om elkanders werk~
faamheid ntet te hinder en: - zoo word gevorderd :
ten gefch'tedkundig verflag van alle zoodantge MaaN
fchnppyen , waar ook dezelven zlch bevinden ; en by*
zander binnen dlt Gemeenebest : weik begeerd
verflag in zlch moet behelzen eene korte en naaukeu-
rige opgaaf van derzelver oorfprong , aard , ouder-
dom 9 wette*<> uitgegevene verhandetingen , bekroon*
de prysvrctgen 9 tegetiwoordigen flaat , en Sekretaris-
ftn.
Op nfcu herinnert het Genootfchap, onder de
inecrmalen gemelde voorwaarde , met de hygevoeg-
dc nadcre bepalingen , in hot 'Programme des Ga-
S van het jaar 1785. te, den; en geplaatst
to
VOORBERICHT. xxm
in het Hiftorifcke Foorbericht vo*6r het XL Deel der
Verhandelingen : dat de geletterden worden uitge-
noodigd : en wcl zonder tydsbepaling : tot het
fchry ven van een volledig en beknopt famenflel van
het Staatsrecht der zeven vereenigde Nederlanden :
met aamvyzing der bronnen 9 waaruit men nadere en
uitvoeriger kund'igheden , lelangende de byzondere
punten van dit recht kan halen : gelyk ook van
een tydreksnkiiinlig en naaukeurtg bericht van alle
intandfche en uhheemfche fchryveren en fchriften ,
'die tot oph elder ing der Nederlandfche gefchiedenis-
fen- en wdheden ftrekken , federt het begin der Graaf*
lyke regering tot op dezen tyd.
Eindelyk heeft het Genootfchap gocdgevonden ,
heden , voor de eerftemaal , dric vragen op te ge-
ven : met belofte van den gewonen gouderi* eerpea*
ning, op den ftempel van dit Genootfchap geflagen,
aan hen die , op elk derzelven , y6<5r den eerflen Ja-
tjuari des jaars MDCCLXXXXIII. hetbeste en meest
voldoende antwoord zullen ingeleverd hebben. En
\vel:
A* Daar men aan de uitvindingen van deze eett
ook te danken heeft het eene en andere middel 9 om
ftilftaand en daardoor bedorven water te zuiveren :
zoo 'word gevraagd: Hoe kan men het water op ds
fchepen veiligst tegen bederf en verrotting bewaren ?
Welken zyn de beste 9 meest ultvoerlyke , en minst-
Jtostbare middelen , om hetzelve , werkelyk bedorven
en flinkend gemrden zynde , tot vorige zuiverhrid in
** 4
xxiv VOORBERICHT.
zooverre te herftellen , dat het met alleen hejdcr , en.
'van alien flank bevrydt ; maar ook weder volmaakt
drinkbaar worde? Kunnen deze of andere widdelen
Ook met goed gevotg gebezigdworden ) om : het brak-
ke water 9 uit grachten nlet alleen , maar ook het
zoittfte zeewater 9 versch en zulver te maken , en al-
h ziliigheld en wanfmaak daaraan te benemen ; zoo-
dat kei , ah gewoon water , Jtan gedronken ,, en ter
bcreiding van alle fpyzen gebruikt warden ?
Men vordert by de beantwoording dezer voorftel-
len : i . de opgave van de , tot dus ver bekende nut^
tigs , en op fchepen uityoerlyke , middelen , tot dit
tinde dienflig; 2. eene onderlinge vergelyking
van die mlddelen met elkanderen; en eindelyk
%*-de redenen en bcwyzen , welken het eene middelboven
hot andere aanpryzen ; vooral meet het bestgeoordeelde
iniddel door herhaalde en naaukeurige proeven ge~
ftaafd worden ; met byvoeging van de wyze 9 oj> wel*
fa de froeven genomen zyn,
B. Daar het onderwy? in den Godsdjenst een der
VOornaamfle deelen eener goede opvoeding uitmaakt :
en eene verkeerde behandeting , in dit apzicht , de
fan der en of van denzehen afkeerig maakt ; of ver-
yult met verwarde en nadeelige begrlppen : word
gevraagd: Op welk eene wyze Ouders en Leermees.-
ter$ zitfi behooren te gedragen , om (zonder het ge,-
heugen der kinder en te veel te bezwaren) fiezelven
ya.n Jongs af aan. , en vervoJgens by voortgang , naar
van de ontwikkeling en uitbrtiding hunmr
VOORBERICHT. xxv
mogens , blare en eenvoudige denkbeelden en begrip-
jpett in te boezemen van de voornaamfte waarheden en
gronden van den Kristelyken (hervormderi) Gods-
dlenst niet alken; maar, ook van. het aangename en
voordeellge van deszelfs beoefening? Moet dit ge-
fchieden by vragen en antwoorden, of (op eene leer-
ftelllge wyze*) door aaneengefchakelde betogen?
Zyn Vr leerboeken voorhanden , die men 9 tot het ge~
noemde oogmerk^ veitig kan aanradsn? zoo ja !
welken zyn die ? zoo neen ! word een nleu ontwerg
van zulk een Jeerboek door het Genootfchap gevor~
ford I
C. Wyl de iatere ontdskkingen van de beroemds
1JECKEL, MONRO'S, HUNTER, HEVVSON,
CRUIKSHANK, MASCAGNi, en andere voortref-
felyke mannen , een helderer dagiicht verfpreidt heb-
ben over het fyftema lymphaticum , of het famenflel
der watervaten; en deszelfs werking in de verfchil-
lende deelen van het menfchelyke lichaam : word ge-
vraagd: ffe/k nut kunnen deze naarfporingen tc.
weeg brengen in de Geneeskunde ?
Nog belooft het Genootfchap, voor rckening van
eenen onbekenden beminnaar van het Vaderland,
eene praemle van TWIN TIG gouden dukaten ^ aan
den genen, die v66r den 31. December 1792. een
voldoend antwoord zal inleveren op deze drieledige
vraag;
.** 5 Of
xxvi VOORBERIGHT.
Cf de heester: GLOEGE of KLOEGE genaamd;
(die in de om- en vooral de bovenlanden van Batavia
rykelyk groeit 3 en gelyk andere wilde planten van zel-
ve voortteek) in Europa ook behend zy? Of deze
heester eenige overeenkomst hebbe met den heester
T*OP AL (behoorendetot bet genus van de cacti) waar-
vp de CHOCHONILJE voortteelt? dan ofhet ook de
X* OPAL ze/f? of wel een bastaardfoort van denzel-
veti zy ? En eindelyk : welk tiuttig , en voor deoos T-
IMDISCHE Maatfckappy voordeelig, gebruik van
bovengemetden heester zoude kunnen gemaakt wor-
&nf
Onderzoekers : welken eenig nader bericht bege-
reii , omtrent het vervvvermogen , dat aan de blade-
ren , bet bout, en den bast des wortels , van dezen
heester eigen is: kunnen daarvan eene korte befchry-
\-ing zien ; gelyk ook bet bout , de takjes , rype
en on rype vrucbten , en bet zaad van dezen heester >
gedroogd of op liquor, te VL is SINGE in bet
Zecfifche Getiootfchap^ en te MIDDELBURG in het
Medioburgenfe.
Het verdere flot: betrekkelyk tot de by-
voeging van verzegeldc bitteiten by de ant-
woorden: de vrylating zznDirecteurenzn
Leden , om Confer de noodige bepalingenj
naar den prys te kunnen dingen: en dc
verdere -gewone aankondigtngen : is juist
overecnkomende met dat , in het voorgaande
VOORBERIGHT. xxvn
55 Programme op "bladz. xv. en xvi. van dit
^00rZ>mV/ geplaatst : waarom wy den geeerdcn
99 Lezer, kortheyshalve , dcrwaards verwyzen".
Binnen den tyd , in het laatfte
Programme* bepaald , heeft zich ?
als fchryver der verhandeling on-
der de zinfpreuk: agendum est'i
geopenbaard de Heer ALEXANDER
BENJAMIN FARDON , te AMSTEL-
DAM : aan wien , volgens het be-
fluit der algemeene Fergadering *
na de opening van hiet verzegelde
billet , de zilveren eerprys is ter
hand gefteld : gelyk mede aan
den Heer PHILIPPE FERMIN , Med.
Doctor 9 gezzuoren Raad u MAAS-
TRICHT , en Lid desGenootfchaps ;
die zich bekend heeft gemaakt,
als aucteur van het antwoord , oil-
der de zinfpreuk: felix qui potuit
rerum cognofcere cans fas: welke
dus 5 wegens herhaalde antwoor*
den op dezelfde vraag , andermaal
den zilveren' eerpenning heeft
mo-
xxvm VOORBERICHX.
inogeii behalen. Deze fraaije
verhandeling zal de eerfte in het
Volgende Deel geplaatst worden :
terwyl die van den Heer, PARDON
de laatfte van dit Deel uitmaakt :
\ gene, wegens derzelver minde-
re uitgebreidheid 5 dan die van
clen geleerden FERMIN, gevoeg-
lyk konde gefchieden; behalve
dat de vervaardiging eener goede
vertaling van dat ftuk, \. welke
in het Fransch gefchreven is , nog
meerdere vertr aging in de uitgave
van het tegenwoordige Deel zoude
hebben veroorzaakt, indien men
dezelve ook daarby had willen
voegen.
Wat nu betreft den STAAT des
GENOOTSCHAPS , of deszelfs fteeds
toenemenden luister en bloei : om
hiervan eenig bericht te geven ,
zullen wy eerst verflag doen we-
gens het af- en toegenomen getal
van Heeren Direct eur^n en Le'den : -
dan
VOORBERICHT. xxix
dan nopens beider werkfaamhe-
den ter bevordering van des Ge-
nootfchaps belangen : en laatfte-
lyk omtrent de aanmerkelyke ver-
meerdering van des Genootfchaps
verzameling : zoo ten aanzien van
deszelfs boekery ; als vooral van
deszelfs kabinet van medailles ,
natur alien , en zeldfaamheden.
Belangende het getal van Hee-
ren DIRECTEUREN : ten dezen op-
zichte hebben het Genootfchap,
federt de uitgave van het veertien-
de Deel, in het begin van 1790.
aanmerklyke , allerzwaarfte , fla-
gen getroffen. Door vrywilligen
'afftand bedankten voor den post
van Directeuren de Heeren Mn
W. VAN CITTERS J Mr. E. CLY-
VER ; Mr. j. MAURITZ ; Mr.
H. CALKOEN; p. j. CLYVER;
Mr. ADR. EW. VAN DiSHOEK van
Domburg; Mr. A. SANDRA;
(blyvende deze Heer echter zy-
nen
xxx VOORBERICHT.
nen rang en plaats als Lid behou-
den) Mr. j. j. MACQUET;
Mr. P. VAN BUREN ; Mr. A. j.
c. LAMPSINS. Terwyl door den
onverbiddelyken dood aan het
Genootfchap een vyftal mannen
ontrukt is , welken meermalen
doorflaande proeven van hunnen
byzonderen yver voor des Ge-
nootfchaps belangen hebben gege-
ven: de Heeren Mr. j. ADR.
VAN DE PERRE de Nieuwerve ;
D. s. SCHORER; Mr. R. B. GOO
KINGA; j. c. BRANDT; en
P. H. REYNST.
By het overlyden van den eerst>
genoemden, als zynde een van
des Genootfchaps eerfte oprich-
ters ; wiens naam op de Lyst der
Heeren J^TRECTEUREN in de twee-
ne plaats gevonden word : moeten
wy de aandacht der Lezeren eeni-
ge oogenblikken ftil houden , ora
elk te doen opmerken , van welk
een
V O O R B E R I C H T. xxxi
een gewicht en belang dat verlies
befchoud zy. De Praefiderende
Heer Directeur 9 Mr. ISAAC WINO
KELMAN , op de eerstvolgende al-
gemeene Vergadering , den twintig-
/ten van Wynmaand des jaars 1790.
rapport doende van hetvoor ge-
vallene, federt de vorige algemee-
ne Vergadering : gaf (by die gele-
genheid) ook kennis, welkeHee-
ren Directeuren aan het Genoot-
fchap door den dood waren out-
trokken ; en noemde onder dezen
ook den HoogEdelen Heer Mr. JO-
HAN ADRIAAN VAN DE PERRE , HeC-
re van Nieuwerve, Wdzinge 9 enz.
Een verlies (zeide ZynEd.) zooveel te gevoeliger,
iaar wy in Zyne HoogEd. eenen man misfen, die
van de eerfte oprichting van cms GENOOTSCHAP be-
toond heeft deszelfs belangen zich byzonder aan te
trekken ; en met recht een Maecenas van kunften. ca
wetenfchappen mocht genoemd worden: van wien
lets nicer te zeggen, my gemakkelyk, UEd. met
vervelend zyn zoude ! Dan daar Zyne HoogEd. , be-
halve zynczucht, oia voor den bloei van dit en-
NOOT*
xxxn VOORBERICHT.
NOQTsciiAP in het algemeen met ons zich werk-
faam te betoonen , die in het byzonder heeft gent a-
ntfeflesrd door het helpen bevorderen dier gelukkige
ihnicnvverking van de Leden in DEZE STAD en die
te MIDDELBURG gedomicilieerd : welke laatstge-
melden Hem gaarne hebben willen erkennen ate den
oprichter van het DEPARTEMENT aldaar : ver-
mag ik my van deze treurige taak te ontflaan : daar
wy ons reeds hartelyk gevoegd hebben by het zoo
wel ter zake dienende' gezegde van den Heer Mr.
&IATHIAS POUS, wanneer die, als oudfte Direct eur
yan* dit GENOOTSCHAP te MIDDELBURG gedowicili-
eerdi op den 3. Met laatstleden , \\Vipraefidie byde
eerfte DEPARTEMENTS^r^^r/w^, in pteats van
den Overledenen , waarnam - 9 en daar wy vveten , dat
in dezelve, op aanrtaanden [*] Woemdag, dit ver-
lies door ons op nieu zal gevoeld word en , wanneer
de Heer VAN DER PALM, daartoe byzonder ver-
zocht , met dit treurige bericht de Wintervergaderin-
gen zal openen. Mocht het beminnelyke karakter ; de
ongeveinsde deugd; de yverige zucht tot eer van
GOD , tot welzyn van den evenmensch , en tot be-
vordering van alle nuttige kunften en wetenfchap-
pen : waarvan ons voorzeker by die gelegenheid de
vooriiame hoofdtrekken zullen voorgehouden wor-
den: zyne gedachtenis by ons in zegening, en toe
een
[*] Deze dag was ten dieti e'mde bepaald : doch verfcheidene re
denen hebben vcroorzaokt, dac de Heer VAN DER PALM is verzocht
geworden, het doen der Lofrede uit te ftellen toe den s<5 Yajfc
, ill eene uuitcngc wone Vergadering.
V O O R B E R I C H:T. xxxm
een voorbeeld van naarvolging , doen blyven : en ort*
to. vereenigde pogingen , tot den bloeifhmd van die
Genootfchap , met 's JIEMELS zegeningen bekro uiidi
worden !
By de eerfte byeenkomst van
het MIDDELBURGSCIIE Departe*
mem had reeds de Heer Mr. BONIF.
MATHIAS POUS 9 die , als cud-
He Directettr 5 het praefidie waar-
nam , der Vergadering van die
overlyden kennis gegeven: door
dezelve te openen met de vol-
gende aanfpraak:
Oclioonik, MYNE IIEEREN \ gants niet gerirtg dcliC
tie meenigvuldige en groote verliezen , die het Zeeu*
fche GENOOISCHAP der Jfatenfchappen , waarvan die
Departement een voornaam gedeelte uitmaaktj vail
tyd tot tyd geleden heeft : zoo door het vertrek naat
elders, als door het afilerven , van zeervele aanzien-
lyke en eerwaardige Leden ; die zich , ieder in zy*
nen kring en Hand in deze waereld^ de een rnin de
ander meer , door hunneii yver en verkregene kuii-
digheden verdienftelyk en nuttig gemaakt hadden;
en aan welken wy nog altoos, met erkentenis voor het
goede door hen verricht, mogen gedenken: zoo
* * * ' twy-
xxxiv VOORBERICHT.
twyfel ik echter niet, Myne Heeren! of Gylieden
zult my gereedelyk toeftemmen, dat aan ons GE-
ttooTSCHAP in V algemeen , en dit ons DEPARTEMENT
in 't byzonder, in een' zeer geruimen tyd, ja, laat
my lievcr zeggen , fcdert derzelver erectie , geen ge-
voeliger err treftender flag is toegebracht 9 dan door
den nu onlangs voorgevallen' dood van den zeer waar-
digen en kundigen Directeur van dit Genootfchap 9
Cn Hoofd van dit Departement , den HoogEdelen
Heer VAN DE PER RE ds Nieitwerve : die, nog in
den bloei zyner jaren , als hebbende maar even den
ouderdom van 51. jaren bereikt; en dus op een'tyd,
dat hy, naar den mensch gefproken, nog zeer lang
tot nut en voordeel van dit Genootfchap , en de bc-
vordering van kunften- en wetenfchappen , had kun-
nen werkfaam zyn , uit bet midden van ons voor al-
toos is weggenomen ! Een verlies , Myne Heeren !
't gene waarlyk in alien opzichte, en van vvat zyde
men het zelve befchouwe, met het hoogfte recht
allertreftendst mag genoemd worden : en waarover ik
niet kan nalaten deze Provincie 9 deze Stad 9 dit ons
Genootfchap , en Departement , ja ons alhn van gant-
fcher harte te condoUren. Immers : wanneer ik in
aanmerking neem de onderfcheidene betrekkingen ,
welken die waardige Man tot alle deze objectenhzd' 9
wanneer ik ovenveeg den ongemeenen yver , en de
oplettendheid, waarmede hy al derzelver belangen
fteeds behartigde; wanneer wy hem ons voorftellen
als een' man , die het Hoofd was van eene der eer-
fte, aanzienlykfte, en rykfte familienin ons Land,
die
VOORBfiiUCHT. ixxV
die weleer de vooniaamfte en belangfykfte postetf
in hetzelve, tot ilut van zyn Vaderland, en dezc
zync Geboorrcflad $ bekleeddc ; wanneef wy beden*
ken $ war hy at beeft toegebracbt tot den opboti en
in ftandhouding van bet ZEEUSCHE Qenootfchap ,, en
de erectie van dit Dfyartement 9 dat voor verre bet
grootfte deel aan bera alleen zyne opkomst en aan-
wezen verfchuldigd is ; waniicer wy cms voor oogeii
ftcllen 'sMans groote ialenten , betninnelyk en vre*
delievendkarakter^ Godsvrucht, mededeelzaamiieid,
en andere Chridelyke deugden ; en daarby zyne on*
vermoeide pbgingen ter bevordering van nlle niittige
kuiiiten en \vetenfchappen, waarvan (ondcr anderen)
dit MUSEUM, en tie wys, vvaarop lietzelve is tot
(land gebraeht , ten alien tyde een fprekend en edel-
tnoedig bewys zal opleveren: wanneer u y y } zeg
ik , dit alles met eenige aandacbt opmerken : dan 9
Myne Ileeren ! zullcn wy , zoo my niet alles bedriegt,
moetcn erkennen , dat wy in hem waarlyk een' Gtooten
man vcrloren bebben : en dat zyn verlies , in vciea
opzicbte ^ en voor veleil 5 onherftelbaar is.
Dan ^ Myne Heeren ! wat zullen of kunnen wy
in deze doen? Het is GODS wil, dien wy hierin,
gelyk in alle andere treffende onheilen , moeten eer*
biedigen : verzekerd zynde 9 dat niets by geval ge-
fcbiedt; dat GOD, de Opperfte Beftuurder derwae-
reld , alles met eene oneindige wyslieid tot ons mees-
te beil befcbikt; en dat, fchoon wy zvvakke fierve-
lingen de byzondere en goede oogmerlea van c-cii
xxxvi VOORBERICHT.
Alwyzen Schepper, en (opdat ik my dus uitdrukke)
den leiddraad Z)iier handelingen op dit waereldrond ,
vonraf niet kunnen bevatten, GOlJ echter alles inde
beste ordc doet afloopen , tot verheerlyking van zy-
nen groottn Naam , en bevorderhig van het ware be-
lang des menschdoms 1
Laat ons dan 9 Myne Heeren ! in de ovenveging
van deze troostryke waarheid , mogen zoeken en vin-
den den voornaamften grond tot onze vertroosting
over ons gelcden verlies ; en , onder een nedrig op-
zien tot den GOD onzes heils, de vergoeding van
dat verlies van hem affmeeken ; laat ons , zooveel
in ons vcvmogen is, de voetftappen van dien grooten
man , wicns gemis wy bctreuren , tracbten naar te
vclgcn , in de beoefening van alle Chriftclyke deug-
dcn en volkomenheden , die ouder het bereik van
menfchelyke vermogens vallen kunnen ; en laat ons ,
als Ledcn van dit Genootfchap, door yver en een-
dracht beftuurd , onze taknten en verkregene kundig-
heden , ieder naar mate der gaven 9 die wy ontfan-
gen hebben , aanleggen tot bevordering van alle nut-
tige kunften en wetenfchappen , en tot verdere in-
ftandhouding en uitbreiding van dit aanzienlyke GE-
KOOTSCHAP: 't gene ik hartelyk wensch, dat onder
den zegen van den GOD aller wysheid en weten-
fchappen , deeds moge groeijen en bloeijen; en by
aanhoudendheid voorzien blyven van bekvvame man-
ncn , die deszelfs beftendige duurzaamheid zullen
kunnen verzekeren , tot het einde der eeuwen !
VOORBEPvICHT. xxxvn
Deze aanfpraak word met dank-
bare erkentenis aan ZynWelEd.
beantwoordt door alle de aanwe-
zende Leden , die hunne gevoe-
lige droefheid te kennen gaven
over den zwaren flag, het Vader-
land, der'Kerk, dezer Stad, der
wetenfchappen in het gemeen ,
het Zeeufche Gehootfchap , en
dit Departement in het allerby-
zonderst , toegebracht , door clen
dood van dezen doorkundigen ,
edelmoedigen , en ailerbraafften ,
menfchenvriend : terwyl daardoor
tevens der Vergadering aanleiding
werd gegeven, om te overieggen :
of niet de naauwe betrekking,
welke het Departement op wylen
Zyne HoogEd. (als deszelfs voor-
naamften oprichter) had 5 vorder-
de , ' om de gedachtenis van dezen
edelmoedigen ftichter door eene
opzettelyke Lofrede te vereeuwi-
gen? Hiertoe eenftemmig beflo-
*** 3 ten
xxxvm VOORBERICHT.
ten zynde, werd de Heer VAN
DERPALM daartoe dooralle Leden
der Vergadering verzocht , uit;
aanmerking en van de naauwe be-
trekking, welke die Heer op den
Overledenen had gehad; en van
de gelegenheid 9 om uit deszelfs
papieren het daartoe benoodigde
te verzamelen: welke Heer
deze ti;eurige taak 5 als een*
laatften Hefdeplicht, welken hy
^ynen Vriend en Weldoener ver-
fchuldigd was , op eene aandoen-
lyke wys op zich nam.
Dat de uitvoering van dit ftuk
ook aan de verwachting hebbe
beantwoordt , blykt^ dtds uit
eene Refolutie , welke in de eerst-
volgende Vergadering van het
Committe dcs Genoot-
te VLISSINGE , na dat de
Heer VAN DER PALM de E/oge ge-
had , genomen werd : waar-
VOORBERICHT. xxxix
in, op eene voor ZynEd. zeer
vereerende wyze, befloten werd,
dezelve niet alleen onder de Ver-
handelingen [*] des Genoot-
fchaps 5 maar ook afzonderlyk ,
uit te geven : deels uit eene Refo-
lutie van het MIDDELBURGSCHE De-
part ement > volgens welke, met
voile eenparigheid van alle de
Leden, werd bepaald, aan dien
Heer , tot een blyk van genoegen
en goedkeuring, eene gednchte-
nis in zilver of boeken , naar zy-
ne keus 5 ter waarde van den gou-
den' eerpenning, aan te bieden.
Trouwens, dat in deze Lofrede
de beeltenis van den waardigen
VAN DE PERRE, niet op eene
vleijende, maar meesterlyke, wys
naar het leven getroffen zy, zal
*** 4 elk
[*] Op grond van deze Refo/utie zal dc Lezer dio
LOFREDE onmiddeJyk achter dit Pborbericht geplaatsc
vindcn.
XL VOORB ERICH TV
elk moeten toeftemmen, die Zyn-
HoogEd. 'van naarby gekend
hceft 9 en een hare bezit 5 om
deugd'en waarheid op den juisten
prys te fchatten. Moge de tee-
kening van dezen verdienftelyken
man velen onder \ZEELANDS aan-
^ienlyken, op'zyn voorbeeld (ter
naarvolging) doen verliev-en : dan
5^al het oogmerk in de uitgaaf de-
zer Lofrede op de bestmog^lyke
wyze bereikt worden !
By deze reeds geledene verlie-
^enkomt nog, dat de aanhonden-
de gevaarlyke ongefteldheid van
den,-federt des Genootfchapsop-
richting Praeficltrendtn Heer Di-
rccteur-, Mr. ISAAC WINCKELMAN :
aan wiens fchrander beleid, en
onvermoeide arbeidfaamheid ? de-
?e geleerde Maatfchappy voorna-
melyk haren oorlprong, inft^nd-
hou-
V O O R B E R I C H T. XLI
bonding , en bloei , verfchuldigd
is: aan clezelve eenen niet min
trcffcnden en zwaren flag dreigt.
Hiertegen zyn tot Directeuren
aangefteld de Heeren:
H E N D R I K VAN s T o c K u M : Dlrecteur generaal
van Neclerlands Indie , op Batavla.
Mr. D A N i E L j A c o B u s MATT H Y s s E N : Raad
der Stad Vttspnge*
Mr. DANIEL WILLEM DE CLiEVER: OudRaad
en Schepen te Fere.
Mr. c A R E L s A x E : Qrdinair Lid in den Raad van
Juftitie 9 ad interim ddvokaatvci Waterfiskaal
tc Bat avid.
GODFRIED CAREL GOCKiNGA: Oppcrkoopman
en Refideni te Cheribon.
A. R. BARON DE ZILLERHARDT: Lieutenant
Collonel ten dienfle dezer Landeri, in het
Regiment van Zyne Vorftelyke Doorlachtig-
heid den Heere Prinfe van H E s s E N D A R M-
S T AD.
Mr. HENDRIK SANGNIE DANCKAERTSI Ad-
vokaat te Middelburg.
Mr. WILHEM SCHORER, JOH. ASS. FIL. Ge-
commifteerde Raad van de Ed. Mog. Hee-
ren s T A T E N van z E E L A N D : te Middelburg*
Mr. LEENDERD HUIBRECHTDE HAZE BOM.
5 ME:
XLII VOORBERICHT.
HE : Oud-Bailliu der Wateren van ZEE-
LAND: te Middelburg.
Mr. CORNELIS ADRIAN-US CANTER VIS-
SCHER : Ordinair Lid in den Achtbaren Raad
van Juftitie des Kasteels te Batavia*
Dan het Genootfchap is geluk-
Mger geweest ten aanzien van
deszelfs Leden : zynde op de al-
gemeene Vcrgadering van 1790,
aangefteld de Heeren :
CHR1STIAAN HE ND RIK D AME N : Math, fub-
Urn. Architect, civil, mi lit. et Hydraulicae
Phy/ices Profesfor: te Lelde.
HENRI DANIEL GUYOx: Predikant in de Wai-
fche gemeente : te Groninge.
A SOEK: Chirurgyn en Qperateur , buitengevvoou
Stads Vroedmeester , en Prae/ectsr in de
verloskunde : te Lelde.
Mr. A. SANDRA: Schepen en Raad te PTisfinge.
joriAN CORNELIS BAERTs: Med. Doct. en
Vroedmeester: te Vlisflnge.
SAMUEL THEODORE HUET: Predikant in de
Walfche gemeente te Vlisfinge?
JIERMANUS VANHASSELT: Predikant te Plis*
flnge.
HERMANUS RIETVELD: Predikant te Hisfinge.
En
VOORBERICHT. XLIII
En op de algemeem Fergade-
rmg van 1791. de Heeren:
fAbbe 1 MANN; Secretaire perpttuel de V Academic
Imperiak et Roy ale des fclences et belks-kt-
trcs: te Brits fe I.
STEVENJAN VANGEUNS, MATTH. Z. A. L. M.
Phil.Doct. MecL et Sot an. Prof. Lid der
Genootfchappen vati Gottinge , Haarlem ,
Utrecht, en Gronlnge: te Utrecht.
RICH BUS VAN OMMEREN: Rector van het
Gymnafium? Lid van de Hollandfche Maatfchap-
py der Wetenfchappen , en van het Provincia-
k Utrecht fche Geaootfchap : te Amfterdam.
PIETER NIEUWLAND: Lector in de Wis- Ster-
re- en Zeevaankunde ".an het Athenaeum //-
luftre te Amflerdcim^ Lid van de Haarlem-
fche, Bataaffche^Qn Utrecht fche Genootfchap-
pen: te Amfterdam.
YSBRAND VAN HAMELSVELp: S. S, TheoL
Doct. Lid van verfcheidene geleerde Maat-
fchappyen; te Lelde.
HENDRIK VAN DEN HESPEI*: Predikant te
WestSouburg*
Hierby komen nog de Heeren :
RUDOLPHUS ENGELBERts: Prcdikant te Oost*
Souburg.
JODOCUS BERING A: Predikaiit te Vlisfinge.
Wei-
XLIV VOORBERICHT.
Welke Heeren , tot Leden van
de Fratifcbe LEESSOCIETEIT zyn-
de aangenomen , daardoor recht
hebben gekregen tot het Lid-
maatfchap des Genootfchaps : en
in deze betrekking op de gewone
maandelykfche Vergadering den
28. Februari vandit jaar vooraan-
genaam zyn verklaard.
Daar dit zestiental van Heeren
het Lidmaatfchap met volvaardig-
held hebben aangenomen: zyn in-
tegendeel in dien tyd aan het Ge-
nootfchap flechts twee Leden (in-
zoover tot onze kennis is geko-
.men) door den dood ontrukt : de
jMedtfche Hoogleeraren p. j. BER-
GIUS, te Stokbolm; en j. A. MUR-
RAY, te Gottinge.
En wat belangt de werkfdam-
leid , zoo van Heeren Direct eu*
'ren , als van de Leden , ter bevor-
dering van des Genootfchaps be-
Ian-
VOORBERICHT. XLV
langen : hierin ontbreekt het niet
aan eene meenigte proeven.
Laat, ten aanzien der Heeren
Difccteuren, deze ene hiervan
tot bewys verftrekken! Daar de
ongefchiktheid der vertrekken,
tot berging en behoorlyke bewa-
ring van *s GENOOTSCHAPS eigen-
dommen, en de hieruit ontflane
vrees van bederf , voor de boe-
kcry , en verzameling van natu-
r alien en zeldfaamheden , reeds
federt jaren Hunner WelEd.
aandacht had opgewekt, om op
eene verplaatfing van dezei-
ven befchikking te maken : zoo
hebben de beginfelen van dat
dreigende kwaad , vooral onitrent
het kabinet van Hoorns en Scbel-
pn 9 door den Heer Mr. LAMMENS
(die het opzicht en de inorde-
brenging van 't zelve wel had vvil-
len op zich nemen) aangewezen,
dien invloed by de Heeren zyne
me-
XLVI VOORBERICHT,
mz&zDirccteurcn gehad, dat dit
ftuk niet alleen in ernftiger over-
iveging is genomen , maar dadelyk
eene commisfie benoemd , ten ein-
de een plan , overeenkomftig mee
des Genootfchaps financien, te
ontwerpen ; en dadelyk naar mid-
delen, ter uitvoering van 't zel-
ve, uit te zien. Dit befluit werd
in de Vergadering van Heeren
Directeuren , den 10. Augustus des
jaars 1791. genomen; en deze
cotnmisjie- was zoo werkfaam 5 dat
dezelve van hare verrichtingen ,
reeds den 7. September daaropvol-
gende, aan voorgemelde Heeren
bericht deed : met dit gevolg , dat
al het verrichte werd w^lgeno-
men ; de koop van een huis 9 nu
onlangs bykans geheel vernieud,;
onder approbatie gedaan, goed-
gekeurd; en deze commisfie ver-
zocht te blyven voortgaan, om
zoo wel ten aanzien der verdere
in-
VOORBERICHT. XLVH
inordebrenging van het huis ,
als de verplaatfing van des GE-
NOOTSCHAPS boekery, kabinet van
medailles , natur alien 9 zeldfaam-
heden 5 en verdcre ameubletnenten *
de noodige fchikkingen te makeru
De Heeren van deze commisfie
hebben niet alleen dit verzoek
volvaardig op zich genomen;
maar aan 't zelve met zoo veei
vlyt en onvermoeide arbeidfaam*
held beantwoordt : dat zy , op
den 24. April van dit jaar, in
dit nieuwe etablisfement eene
Vergadering van Heeren Dire-
ct eur en hebben belegd, (zynde
des Genootfchaps verzamelingen
reeds alien destyds in *t zelve
[*] overgebracht, en, in zoo vet
mo-
[*] In deze betrekking moet byzonderlyk de yver^
kunde , en werkfaamheid , van den Heer Directettr
LAMM ENS'; en den Sekretaris VAN ROIJEN geprezea
worden : onder wier opzicht ea l^eftuur allcea dit
verricht is*
XLVIII VOORBERICHT.
mogelyk was , gearrangeerd f)
aan welke zy een uitvoerig ver-
flag van alle hare verrichtingen
heeft gedaan: \ welke door alle
de aanwezende Heeren Directeu-
Ten met volkomen genoegen en
dankbare erkentenis werd goed-
gekeurd.
Had voor eeiien geruimen tyd
de Heer Directeur Mr. WILLEM
VAN DER BEEKE eene aanzien-
lyke fom van duizend guldens
aan Heeren Directeuren aange-
boden ,, om van dezelve 5 ter
hunner befchikking, tot fieraad
van het Genootfchap in deze, of
gene betrekking gebruik te ma-
ken : van dit aanbod had men
zich thans ten dien einde voor de
vcrgariervertrekken bediend. Daar
dus de edelmoedige milddadigheid
van dezen Heer niet weinig tot
den uitwendigen luister van dit
gcfticht toebracht, gaven Heeren
Di-
VQORBERICHT,
Direct eurm him verlangeil te kerK
Hen , dat dit der vergetelheid
door het eene of andere gedenk- 1
teeken wierd onttrokken: waai^
aan voldaan is, door het wapen
van Zyne WelEd. op eene naald *
voor den fchooriteen in de gfoo*
te vergaderkamer > met een La*
tynsch onderfchrift te plaatfen,
De gemelde Vergadering weird
befloten met eene treffende^ en
op deze gelegenheid zeer toepas-
felyke, aanfpraak van den Vice*
Praefldent BERTLING , waarin Zyn-
Ed* op eene nadrukkelyke wyze
betoogde, hoe dit GENOOTSCHAP*
uit geringe beginfelen ,.. binnen
den kringvan weinige jaren, groof
en beroemd geworden, dien trap
van uitwendig aanzien had be-
reikt, dat hetzelve thans een af-
zonderlyk gebouw heeft verkre*
gen: waardoor het, met meerde-
ren luister dan voprheen, iri de-
VOORBERICHT.
ze ffad is gevestigd: befluitende
met de vurigfte zegenwenfchen ,
zoo over het GENOOTSGHAP in 't
gemeen , als over Heeren Directeu-
fen en Leden van hetzelve in 't
byzonder !
Gelyk dus Heeren Direct eur en
zich onledig hebben betoond in
de behartiging van de belangen
des Genootfchaps : zoo hebben
ook , ter bevordering van dit heil-
zaiiie oogmerk, de Leden , AL-
HIER en te MIDDELBURG gedomici-
lieerd, in htinne betrekking der-
zelver werkfame pogingen aange*
wendt: blykens de verhande-
lingen , welken maandelyks , zoo
in het perpttuele Commit^ als iil
het Middelburgfche Department 9
zyn voorgelezen ; waarvan in het
volgende Deel verfcheideiieii zul-
Ten geplaatst worderi. Indien de
buitenlandftbe Leden even weiilig
met
VOORBERICHT, tt
niet den blooten eernaam zich ver-
genoegd hadden , als die welken te
VLISSINGE en MIDDELBURG wonen $
en .aan hunne verpliehting beant*
woordt: 'er zoude geen tydvak^
federt des Genootfchaps oprich-
ting , gevohden worden > waariil dd
Leden zich werkfarner hadden be-
toond ^ om bevordelyk te zyn aart
den bloei van nuttige kunften eri
wetenfchappen^
Van het eerstgemelde zulleri Wy
eene kleine proef geven, door de
plaatfing van het volgende BE-
RIGHT , tot ftaving der aanwezig-
heidvanEENHOOKNEN: voor-
gelezen in het MIDDELBORGSCHE
Department , den 7. December
1791. door Mr. K. K. REITZ.
WELEDELE ZEER GELEERDE HEBREW !
Vender d ifteenigvuldige sakfcn, welkert door
vferkfamen Natuuronderzoeker pLimus den
En VOORBERICHT.
gen , als dadelyk beftaande , worden opgegeven : :
zyn 'er verfcheidenen , welken in lateren tyd zyn uit-
gemonflerd , als verdicht en niet aanwezig: fchoon
federt velen van die verdacht gehoiidene verhalen op
nieu door de berichten der jongfte reizigers en reis-
befchryvers zyn bevesiigd; en dus de goede trou en
geloofbaarheid van PLINIUS ten dien opzichte is ge-
flaafd.
Tot het getal der twyfelachtigen beboort , tot nog
toe, 's Mans opgave van den EENHOORN: waar-
omtrent hy in Hiftor. nat* Lib. nil. Cap. 21. zich
dus uitlaat: "Afperrima autem fera MONOCE-
5, R O S : r ell quo corpore E Q u o fimilis ; capite c E R-
59 v o ; l pedibus ELEPHANT* o; cauda A p R o ; mtt-
3, git u gravi ; uno cornu nigro media fronte cubi-
3 , torum duum eminente. Hanc feram vtvam negant
In.de HeUige Schrift, inimers in, de boetei des
O. /^. ? ^word meer dan eens (zelfs met zekeren op-
hef) melding gemaakt van eendier, in het Hebreeusch
R E EM C s ^1) 9 f m ' r meervoud R E E M i M ( M^l ) ,
genoemd: welk woord door Onze overzetters, gclyk
o.ok door de Engelfchen , vertolkt is EENHOORN;
doch de Franfche vertaling heeft daarvoor CHE-
V R E U I L , en C HTE V R E S A tJ V A G E. Op tWCC
dier plaatfen vindt men in de bekende Verklarlng
der E N G E L s c H E Godgeleerden eene uitvoerige
aanteekening : uit elke welker ik de vryheid zal ge-
bniikeu e'en -klein- gedeclte over tc nemen.
Op.
i
V O O R B E R I C H T. LIII
Op NUM. XXIII. vf. 22. word onder anderea
aangemerkt :
De eenige zwarigheid is, wat fchepfel hier
RE EM word genoemd, welk woord wy, met vele^
^ anderen , EENHOORN overzetten : aangaande
welken, fchoon door de ^meesten tegenwoordig
gehouden wordende voor een fabelachtig dier, dat
nergens gevondeu word , THOMAS EARTH o*.
LINUS, in zyne ontleedkundige hiftorie, ver-
haalt: dat een Gezant van den Koning van GUI-
,, N E A aan den liertog van KOBRLAND hem te
KOPPENHAGE vcrzckerd heeft: datiiiAPRikA,
ecu zeer vlug en ftoutmoeclig dier is , 't welke de
grootte heeft van een gemeen paard ; en in zyn
voorhoofd eenen hoorn , van omtrent drie -fpannen
3, lengte, draagt: waarvan by den dooden romp,
maar nooit een levend [dier], gezienhad. Doch > .
fchoon men dit onderftelle waarheid te zyn, kari
dat dier echter de reem niet zyn, waarvan hier .
gefproken word; want" enz.
En op JES AIA XXXI f^: 7. leest men :
Door de REEMIM, waarvan de Profeet hier
fpreekt, moet men niet verftaan gehoornde bees-.
? , ten als paarden , gelyk onze fchilders ze gemeen-
lyk vertoonen; noch ook wilde ezels, met eeneu
rechten hoorn in het voorhoofd, waarvan fommK
gen fpreken : gelyk men by ARISTOTELES,.
PLINIUS, en AELIAAN, zien kan : want de. -
5 , wyl ten dezen dage zulke fchepfels niet te vinden
t yu, mag men ze met recht voor verdicht hou-
**** 3 den;
VOQRBERICHT,
den; en de hoornen, wclken wy die van EEN-
3 , H o o R N E N noemen , komen niet , gelyk wel be?
kend is , van land- , maar van waterfchepfelen".
enz.
En dit algemeene gevoelen nopens de onbeftaan-
fcaarheid der e'e'nhoornan is ook overgenomen in bet
zoo beruchte wcrk , onder den titel van E N p Y c L o-
PEDIE bekend, alwaar (in den druk van YVER-
DON Tom. XXVL pag. 205.) op het woord
CQRNE Jiet volgende ftaat geboekt.
bulevx. On dlt , qtfil fe trouve en Afrique , et
^ dans fEthiopie: que Jest un animal era Intlf , (dit
ftrydt echter met de opgave van PLINIUS) habi-
5 , far,t la fond de for4ts ; portant au front une cor-
ne blanche (by PLJNIUS word de kleur van den
hoorn jaiist integendeel zwart genoemd) de cinq pal-
? , wes de /ong; de la grandeur d^itn cheval iqedio-
c fe ; (Fun poil brun , tirant fur h noir ; et ayant
^ h cnn court , uojr , et pen fourni fur le corps ,
et meme a la queue: Les eornes de Licorne ,
5 , quon wontre en differ ettts endroits , font ou des
eornes tfautres animzux connus; ou des morceaux
divolre tourney veel licfct byzetten : terwyl men, hier, in 't minfte
niet meer twyfejt , of dat dier word waarlyk in de-
zen uithoek gevonden!
Zoo 'er LIEFHEBBER? gevonden wierden,
3 , die eene pra?mie wilden ftellen op eene Huid in
., hare voile gedaante : zoude ik vvel willen aanne-
men , om daarvan eene te bezorgen : onder voor-
5> waarde, dat && praewU geevenredigd zoude zyn
aan de moeite eo kosten , die; tot zulk eene verre
reis moetea wprden aangewendt".
CABO DE GOEOE HOOP den 8.
(geteekenf) //. CLOETE.
i
Belangende nu den ftaat van
s GENOOTSCHAPS verzameling:
zoo ten aan^ien van deszelfs boe-
kery; als van het kabinet van pen-
wngen > natur alien 3 en zddfaain-
be-
VOORBERICHT, ux
heden: ook deze is aanmerk-
lyk toegenomen. Door de edek
raoedigheid der Heeren ERME-
RINS; VAN LEEUWEN; GRUNER;
SOEK; THUNBERG; VAN EMDRE;
GENERSI; KASTELEIJN; VAN MA-
RUM; KIST; VAN DER PALM; en
der Beftierderen van de HOLLAND-
SCHE Maatfchappy ; van het Pro*
vinciale UTRECHTSCHE Genoot-
fchap; van TEYLERS Genootfchap;
van het Genootfchap pro excolen-
do jure patrio ; en anderen 9 die
hunne uitgegevene ftukken en
werken ten gefchenke hebben aan-
geboden : gelyk mede door den
aankoop, ten koste des Genoot-
fchaps : -^ is de boekery zeer ver-
raeerderd,
De Heeren j. A. MOENS; L. BEK-
KER; K- K. REITZ; REERS; en
ALBRECHTS ; hebben aan des Ge-
nootfchaps kabinet eenige mdail-
let
LX VOORBERICHTV
Us aangeboden : maar vooral
is deze verzameling verrykt, door
de oplettendheid van den Heer
TE WATER op des Genootfchaps
belangen: als welke door aan-
koop voor rekening van hetzelve
is machtig geworden een aanzien-
lyk getal van eenige weinige gou-
den en zilveren, en zeer vele
koperen , meest Romeinfche , pen-
ningen: onder welke laatflen
vooral uitmimten de penningen,
die tot de Romeinfche Co/omen,
byzonder in Spanje , behooren.
Terwyl het kabinet der natuur-
lyke zeldfaambeden is uitgebreidt
door de gefchenken der Heeren
LAMMENS; LOUYSSEN; VAN DER
STEEGE; FREYTAG; en BAERT :
maar allermeest door den edel-
inoedigenyver, voor des Genoot-
fchaps luister en bloei, van den
Heer A. MOENS , OudDirecteur
VOORBERICHT. LXI
Generaal van Nederlands Indie:
die, behalve een aantal van de
kostbaarfte en rykfte goudertfen
van TERNATE; verfcheidene
artikekn te JAPAN gefabriceerd*
tot een bewys van de vordering,
welke deszelfs inwoneren in on-
derfcheidene kunften en hand-
werken hebben gemaakt ; en
eenzwaar verguld kokertjen, waar-
in de KORAN, op eene lange
fmalle ftrook inlandsch papier,
zeer kunftig en fraai gefchreven,
en met eene meenigte prentlette-
ren en ornament en verfierd : wel-
ken de Vorften in het INDOSTAN-
SCHE ryk , met een lint om deni
blooten arm gebonden, gewoon
zyntedragen: nu onlangs we-
derom aan het Genootfchap 9 tea
gefchenke , heeft overgezonden
twee kostbare kasfen met laden,,
gevuld de eene met eene gantfche.
ver-
LXII VOORBERICMT,
vefzameiing van fraaije
SCHE kapellen ; en de andere met
niet min belangryke hoornen en
fthelpen.
, Gelyk dus des GENOOTSCHAPS
onderfcheidene verzamelingen
niet weinig zyn vermeerderd en
uitgebreidt: zoo hebben die van
het MiDDELBURGSCHE Depafte-
ment ook eene aanzienlyke toe-
voegirig ontfangen, Behalve d&
gefchenkeri van de Heeren REITZ ;
STAVORlNUs; KAMHOUT; Baronet
VAN DEN BRANDE ; en PASPOORT:
aan het kabinet van tiatuurlyke
zeldfaamheden : -^ zoo heeft de
HoogWelgeb. VrouWe Douarie-
Te VAN DE PERRE , gfib, VAN DEN
BRANDE, tot eene gedachtenis van
wylen haren waardigert Echtge-
lioot 5 als oudften Directeur * te
Middelburg woonachtig^ Praefi*
font van het DEPARTEMENT* aan
het-
VOQRBERICHT. Lxnt
hetzelve ten gefchenke gegevm
het kostbare 9 misfchian het kost-
baarfte PLANETARIUM*, 't welke
niet alleen in dit Gemettibm , inaa*
zelfs in geheel Et/ropa , gevondent
word. Van dit kunstftuk word
door den Heer VAN DER PALM
gewag geniaakt in de Lofrede*
bladz* 31- en de Heer j. HERM.
KROM heeft in het jongstverloope-
ne jaar eene korte befchryving daar-
van in het licht gebracht.
Wat eindelyk den inhoud van
dit Deel betreft : men vindt daar-
in alleen Prysverbandelingen, oni
redenen hiervoren opgegeven :
waarvan eene Lyst aan het begia
derzelven geplaatst is v
Moge dit Deel met genoegen
worden gelezen: moge het die-
nen ter uitbreiding van nuttige
kun-
LXIV VOORBERICHT.
kunften en wetenfchappen! dan
zal des GENOOTSCHAPS doel be-
reikt zyn ; en deszelfs y ver wor-
den aangevuurd.
VHSSINGE:
den 26. van Zomermaand
1792.
A. DRYFHOUT:
SEKRETARIS.
LOF-
LOFREDEN
OP DEN HOOG WELGEBOREN
HEER
JOHAN ADRIAEN
VAN DE PERRE,
HEER VAN NIEUWERVE EN WELSINGEfif,
OUD-REPRESENTANT VAN ZYNE D. H*
DEN HEER PR. VAN ORANJE EN
NASSAU, ALS EERSTEN EDfi-
LEN VAN ZEELAND ENZ.
ENZ. EW2.
a si
: i :>
. .
LOFREDEN
.
WEL EDELE, ZEER GELEERDE HEEREN!
_ 'ffchoon ik het gewigt gevoele van hat \verk,
dat gy my hebt opgedragen , en 't weik ik in dit uur
moet volbrengen : ja fchoon ik het altyd voor eena
uiterfte poging des menfchelyken verftands heb ge-
houden, de deugd naer waerde te verheffen, (jn, in
den naem eener verlichte Maetfchappy, die geheilig-
de (chatting van hulde en erkfentenis te betalen , die
zy aen de verdiensten en aen de asch van groote man-
hen zoo onbetwistbaer verfchuldigd is: offchoon ik
thans, tnisfchien meer dan ooit, het gebrekkige my-
tier oeffening en de bekrompenheid myner vermogens
tefefFe, om aen uw oogmeit, e veelligt pok aen
A 5.
4 LOFREDEN.
uwe verwachting te beantwoorden ; nogthans kan
ik u de aendoening myner dankbaerheid , en de in-
wendige voldoening mynes harten niet verbergen,
dat gy my tot de volbrenging van een pligt hebt ge-
roepeu , dien ik niet anders , dan als een dierbaren
lykptigt voor eenen afgeftorven weldoener kan aen-
merken. Hoe weinig "mag liet der dankbarc vriend-
fchap gebeuren , de gedachtenis van een edelen , aen
haer hart ontrukten vriend, anders dan in de een-
zaemheid, te betreuren, of een openbaer gedenkte-
ken van hare gevoelens op te richten. 't Geen de
bewustheid myner al te geringe talenten my zou be-
let hebben, hebt Gy door uwe eenftemmige verkie-
zing, my tot een wet en verpligting gemaekt; en 't
geen ik yuurig verlnngde , maer 't geen een ontydige
fchroom*voor de valfche en ongevoelige kicschheid
der weereld my misfchien altyd zou verhinderd heb-
ben , dat hebt Gy , M. H. door uw gezag gewet-
tigd Gy alle kent de betrekldng op den waerdi-
gen--VAN DE PER RE , waerin zyne edeknoedige
vriendfchap my geplaetst had : Gy weet hoe moedig
ik fteeds op dezclve geweest ben, en hoe zy myn-ge-
lieel hart vervulde; en nogthans hebt,,gy. zyne lof-
fpraek van my begeerd ; ja daerom. alleen hebt gy my
"boveri andere mannen, acn wie aadcrs dit werk^on-
eindig beter ware toevertrouwd geweest, kurtnen ver.
kiezen, om dat gy eene lofreden begeerde ,. die als
nit de diepfte bron des gevoels geweld was : pm dat
gy niet alleen uwen cerbied voor de nagedachtenis
uwcs vrieads, maerteveus de gevoekns uwe/'onge-
veins*
L F R E D E N.
vcinsde genegenbeid, als door mynen mond , wilder
uitftorten.
En waerom zou deze naeuwe betrekking my ver*
liinderen, orn aen uw oogmcrk, naer myn vermo-
gen, te voldoen? Vertrouwt men dan den vriend
van eenen waerdigen man zoo weinig groote gevoe-
lens toe 9 dat hy deszclfs nagedachtenis door vleyery
zou kunncn ontecren? Of kan de tael des barren %
fchoon door de dankbaerheid ingegeven , en door de
aendoening bczield , nict tevens den ftempel der
waerhcid dragen ? 'tis waer! de dankbaerheid, de*
vriendfchap verzvvygt de deugden hares weldoeners
niet; zy juicht, zy zegepraelt over dezelve en haer
hart vvordt welfprekend by derzelver optelling; maer
men vreeze niet, dat zy deze deugden zal trach-
ten op te tooycn. Daer , waer de helderfte dag
van dezelve ZOLI afftralen, fpreidt de vriendfchap
den fomberen iluyer der weemoedigheid over haer
nit, op dat hare fchittering het uitgeweend oog
niet beledige. Hare bevende lippen kunneu geen lof-
trompet doen klinken , en de trillende hand der droef-
heid kan geen trotfchen eerzuil onderfchragen. De
hoogmoed heeft Piramiden gefticht en Maufoleen gc-
bouwd, maer wat kan vriendfchap en dankbaerheid?
Helaes ! zy kunnen peinzend en met een ftikkentf.
hart by het 'zwygend overfchot nederzitten ; zy kim-
nen het, wanneer haer deze laefFenis vergund wordt,
met hare tranen bedaeuwen , en he$ is hare uiterfle
poging een handvol geurige bloemen op te zamelen ?
en op deii bevochtigden grafzerk uit te ilrooyen!
AS. '
& kOFREDEN.
Ziet daer M. H. wat gy van my te verwrichtetr
hebt : en zoo de cenvoudige voorftelling van her ka-
rakter en de verdienften van den edelen VAN DE
PER RE, in de tael der erkentenis gefchreven, en
gevloeyd uit een hart, dat de vriendfchap met meer
ivaerdeert, dan het den tooy der vleyery, en de
prael der eigenliefde verfoe^yt : -*- Zoo dit genoeg is
om zyrie Lofreden uit te maken , dan heb ik eenige
eisfchen op uwe aendacht en toegevendheid.
Ik houde my verzekerd, dat dat gene, 't welk de
jiagedachtenis van dezen man aen elk, die in eenige
betrekking tot hem geftaen heeft, enaenUlieden in't
byzonder zoo dierbaer gemaekt heeft, niet enkel ge*
zocht moet ^orden in zyne groote verdienften om-
trent deze onze geleerde Maetfchappy , of dien tak
derzelve, die in deze Stad vergadert, en grooten^
deels aen Hem alleen zyn beftaen verfchuldigd is;
jioch ook in die edelmoedige zucht, waer me^ hy
den aenwasch en bloey aller fchoone wetenfchappen
en konften onderfteunde en bevorderde; niet enkel
in zyne geleerdheid en den fchat der kundigheden ,
dien hy zich had opgezameld ; noch ook in den luis-
ter, dien hy zyne aenzienlyke posten door eene ge-s-
trouwe waerneming derzelve heeft toegevoegd ; noch
eindejyk in die deugden alleen , die zyn karakter ver*
^delden , en hem een fieraed der ^nenfchelykheid ,
eene eer voor het Christendom deden zyn : Ik
Jioude my verzekerd , zeg ik , dat het niet e'e'ne , of
fommige dezer hoedanigheden , maer die alle famen*
L O F R E D E N. f
genomen zyn, die u zyne lofreden hebben doen
bege'ren, ja die duizende tongen tot zyne lofrede*
naers, en zco vele harten de bewaerplaetfen gemaektj
hebben van zyne gevoelens en daden. Ik zou der-
halven weinig aen uwe bedoeling beantvvoorden s
zoo ik hem thans tiit een bekrompener oogpunt be-
fchouwen, of flechts in eenige dezerbetrekkiageu
aen u voordragen wilde. Zoo ik u niet den ganfchen
man poogde te fchetfen in al deszelfs edele gevoelens\
zoo wel omtrent het Fader land , als den bloey der
geleerdheid en befchaefdheid in het zelve ; zyne ge-
voelens zoo wel omtrent de regten der burgerlyke en
zedelyke deugd , als omtrent de verhevener aenfpra-
ken van onzen geopenbaerden Godsdienst.
Het allereerst roept ons zyne betrekking op het Fa-
der land , daer deze ons te gelyk zoo veel van zyn
leven en lotgevallen zal herinneren , als wy by deze
gelegenheid niet mogen verzwygen. *
A 4 Ge-
* Hy werd geboren den 25 December 1738 uit den Wel !Ed
Geb. Heer j. VAN DE PERRE, Raad in de Vroedfchap en Sche-
pen der Stad Middelburg, overleden in het Jaer 1749, en Vrouwe
c. c. STEENGRACHT, overleden in 't Jaer 1775. Hy was de oud-
fte van zes kinderen , uit dezen Echt gefproten. ELIZABETH, en
NICOLAAS D'HUIBERT VAN DE PERRE ftierven zeer jong, en
de laetfte bereikte flechts omtrent zoo veele Jaren, als de eerfte
Maeiideo. Jonkvrouwe B. A. VAN DE P.ERRE, gehuwd geweesc
aen den Heer w. THIBAUT, Heer van Aegtekerke enz. enz. over-
leed A. 1768 flechts 26 jaren oud. De Heer p. E. VANDEPERRB,
der Vierbannen van Oostduivelaud enz. enz t ftierf in den Jare
f LOFR-EDEN.
GefrTotcn ult ddn der ondfte en vermogendfte ge
flachten , dat federt de oprichting van dit Gemecntv
best de aenzienlykfte posten in her zelve bekleed
heeft, en welks naem in de gezamichappen van on-
zen Staet bekend is , had hy door zyne geboorte het
yegt, of ten minften de billyke verwachting ontvan-
gen , van in de bettuuring der burgerlyke maetfchap-
j>y een niet gering aendeel te bezittcn.
De ontwikkeling zyner jeugdige talenten billykte
reeds de hoop des Vaderhnds , om in den telg eenes
^enzienlyken huizes ook den erfgenaem der voorouder-
lyke deugden vveder te vinden, toen de vroegtydige
en fmartelyke dood zynes V T aders hem deszelfs gelei-
de en voorlichting ontrukte , hem beroofde van dat
gedeelte eener verhevener opvoeding , dat zelfs de
tederhart^fte en verflandigfte zorgen eener brave
Moeder naeuwlyks kunnen vergoeden. Zoo behaegt
liet mLenigmael de Voorzienigheid , hen, die zy tot
een zegen des menschdoms verordend heeft , aeii
liare eigen hand alleen op te voeren tot het hooge-
4oel hunner beftemming.
Ik zal u niet bezig houden met de byzonderlieden
ysm. zynen kinderlyken leeftyd., noch met den,
j?86, het 4ifte zynes ouderdoms. De Heer M. j. VETH VAN DE
fERRE, Heer van Westcappelle enz. enz, isde eenige overgebleven
felg van dit beroemd en bloeyend geflacht, die den dood des
mans in ons midden betreurt. Hy ftierf den 8 April'
,' zander kinderen na te laten,
LOFREDEN. *
trbeid zyner jongelingfchap. Ik zal gedeeltelyk ge-
Jegenheid vinden , om hier van ftraks nader te fpre-
ken. Gedeeltelyk zal de meenigte der gewigtige za-
ken, die ons wachten, my van deze geringe moeK
te 3 ook naer uw oordeel 3 verfchoonen.
Toen by , na het eindigen zyner letteroeffeningen
op Leidens Hoogefchool, en het volbrengen eener
reize, door een aenmerkelyk deel van Frankryk en
Zwitferland * 9 in zyne Vaderftad te rug keerde, werd
hy niet lang daar na tot medelid van Middelburgs
Achtbare Regdring verkoren , en bekleedde dieneere-
post geduurende verfcheidcn jaren. Men behoeft den
aert onzes Staetbeftuurs , en de wys van deszelfs
innchting flechts oppervlakkig te kennen, om ter-
ftond te begrypen, dat in een tyd van vrede en
eendracht , waerin onze buitenlandfche betrekkingen
geregeld zyn , en de binnenlandfche oneenigheden
zich tot den kringvan perfoneele verfchillen bepalen,
dat in zulk een tyd de Staetszorgen van den jorigen
Stedelyken Regent 9 die noch aenhang , noch onma-
A $ ti-
* Hy verliet reeds de Hooge School in het jaer 1757. en tferkreeg
4en eertrap in de beide regten met eene Verhandellng over de Zelf-
moord. Een gedeelte van dit en het gantfche volgend jaer werd met
zyne reize doorgebragt. In het jaer 1760 verbond hy zich in den
Echt met de Edele Jonkvrouw JACOBA VAN DEN BRANDE, van
jnoeders zyde afkomftig uit het gqflacht der beroemde MARIA VAM
REIGERSBERG, en na een gelukkigen Echt van] byna 30 Jarer?,
thans deszelfs Weduwe, Kort na zyne terugkoitist in zyne Vaderftad,
werd hy tot Kiesheer, en in den jare 1762 tec Raed in de
vcrkorei;.*
lo L O F R E D E N.
tigen invloed bedoelt, hern verfcheide uuren des
daegs overlaten, om naer zyne willekeur te befteden.
Een edeler geest, in wien de bewustheid van groo-
ter nut aen de Maetfchappy te kunnen toebrengen ,
zich fomwylen met kracht verheft en gelden doet,
tracht daerom den kring zyner werkzaemheid uit te
Ipreiden, en ten koste van arbeid en moeite, vol*
d,oening voor zich zelven te koopen.
Bet was dit regtfcbapen gevoel , dat den yverigen
VAN DE PERRE de bcgeertc inboezemde, om deel
te verkrygen aen het beftuur der O, L Maetfchappy,
en de uitflag fcheen ook welhaest zynen wensch te
zullen bekroonen. De befchouwing der belangryke
famenftelling van dit Staetkundig, handeldryvend en
Iftiishoudelyk ligchaem , de overvveging van den in-
yloed , die deszelfs bloey op de welvaert van dit Ge-
meenebest heeft ., ziet daer 't gcen hem ontvonkte ,
*t geen voor zyne fchranderheid , zyne trouw en on-
derzoekenden geest de gefchikte loopbane fcheen,
om ddr voor zich zelven te bejagen , en nuttigheid
op zyne voetftappeh achter te laten. Reeds had hy
zich in 't bezit gefteld van alles , wat hem op dezen
nieuwen weg voorlichten en beituuren kon , en zich
aengegord tot het hardnekkigst en omflachtigst onder-
zoek , dat den grond zyner volgende werkzaemheid
aou uitmaken 9 toen hy op het onverwachtst geroepen
wierd om eene hooger beftemming te vervullen , waer
toe nimmer zyne uitzichten zich hadden kunnen ver-
L O F R E D E N. x*
Zyne Doorluchtige Hoogheid , de Heer Prins van
Oranje en Nasfaii , droeg hem naraeiyk in het Jaer
1768, het softe zynes ouderdoms, den gewigtigen
post op , van Hoogstdenzelven 9 als Eerflen Edelen
van Zeeland, in dehooge Staetsvergaderingen te ver-
tegenwoordigen. Zoo aenlokkelyk het vereerende de-
zer keus en de luister van het ampt zelve voor den
jeugdigen Vaderlander was , zoo zeer werd hy aen
den anderen kant door het onverwachte, het beden*
keiyke , en door den ernftigen raed van fommige zy-
ner vrienden in de bepaling zyner etgen feeus geflin-
gerd. Daer van houde ik my verzekercj, dat, wat
hem immer bekoren mogt, nietvS in ftaet was om zy-
ne verkiezing te beflisfen , dan de overweging van
pligt en roeping, dan de overtuiging, van in dien
gelukkigen keftyd , waerin de rypheid der mannelyke
denkingskracht nog door het vuur der jeugd bezieid
wordt, zich niet te mogen onttrekken aen een post,
waerin men nuttig kon-zyn aen vele, en ten minflen
door een regtfchapen, onbaetzuchtige handelwyze,
door trouw en verftandig befhmrde werkzaemheid,
zich voor de nakomelingfchap en zyn geweten ver^
antwoordelyk kon ftellen,
Gy vergt niet van my, M. H. , dat ik u den aert
van dezen gewigtigen post , dien hy geduurende tiea
jaren bekleedde , noch het geen denzelven in dezea
tyd misfchien bedenkelyker en moeyelyker maektej
dat ik u de gefchiedenis van zyne ftaetkundige loop*
? dc voorvallen ? die dezelve aenmerkelyk maek-
ten
ia L/0 F R E D E N.
tn , en zynen invloed op dezelve uitvoerig befchry-
ve, of zelfs kort&lyk aenftippe. Gy weet, dat de
onpartydige Gefchiedfchryver op een grooter afdand
van 'den tyd zyner gebeurtenis leven moet , dan wy
ens bevmden van den tyd, dien ik bedoele. Gy
weet , dat ik geen ooggetuigen geweest ben van de
omflandigheden die dezen tyd kenmerken , ja dat het
geheugen derzelve tot de dagen myner kindsheid en
jongelingfchap afdaelt. Alleen kunt gy van my vor-
deren, dat ik het edel karakter van uwen vriend en
Voorzitter, ook als ftaetkundigen , kortelyk en met
de vrymoedige pen der waerheid voor u tekene.
Indien onbuigzaemheid en onverzettelyklieid van
karakter; indien hardnekkigbeid in het doordryven
Tan opgevatte voornemens; indien heerschzucht en de
geest der partyfchap: indien, zeg ik, eenige
maetfchappy diep genoeg vervallen was , om deze
hoedanigheden in hare Staetsmannen te vorderen,
dan zou de zachtzinnige en edelaertige VAN DE
PER RE buiten twyffel het laetfte voorvverp geweest
zyn, dat aen hare oogmerken had kunnen beantwoor-
den. Integendeel , die zelfde infchikkelykheid en
toegevendheid van aert, die zyne vriendfchap en
verkeering een onwaerdeerbaren fchat maekten, ver-
lieten hem met in de bezigheden des Staetsbeftuurs ,
en zoo hy ddn der beide uiterflen had moeten kiezen ,
zou veeleer zyne ftandvastigheid het flachtofFer der
menschlievendheid geweest zyn , dan hy de laetfle ,
ifc zal niet zeggen zou hebben kunnen verzaken,
niaer
L O F R E D E-N* ij
maer flechts ontveinzen of voor eenige oogenblikken
vergeten. Inderdaed niemand was minder in ftaet,
om voor het licht der overtuiging zyne opgen te flui-
ten, of haer in het aengezicht te weSrfpreken.
Al wat men met den naem van ftreken der Staet*
kunde (intrigue) beflempelt, vond in zyn hart een
onverwinnelyken tegenfland; die ' gewaende , nood-
lottige noodzakelykheden , die alleen door de om-
ftandigheden , en met door het regt gebillykt worden ,
vonden in hem een oaverzoenlyken vyand, en zyn
aenhang was alleen die der menfchelykheid en der
belangelooze deugd.
Gelyk fchranderheid en befpiegelend vernuft als 't
ware de grondtrekken van zyne geestvennogens uit-
maekten , zoo flelde hy ze niet flechts in zyne hooge
Staetsbetrckking te werk, waer het belang des Va-
derlands het vormen van nieuwe ontvverpen , of het
onderzoek derzelve hem oplei , maer hy beftimrde ze
ook 'door ervarenheid , en madgde ze door eene voor-
zichtigheid , zoo vdr van het onbedachtzame verwy-
derd, dat zy veeleer aen het angstvallige had kunnea
grenzen. En om deze ervarenheid te verkrygen , of
zyne verkregen kennis te vermeerderen , was geen
arbeid hem te moeyelyk, geene .middelen hem te
kos;baer 5 en geen onderzoek te omflachtig. Gereed
pm.de voorlicluing van elk in het vak zyner beftem-
ming te zoeken, vatbaer voor verilandig- onderricht,
jn^er teveas eeue onafhankelykheid van wil bezittenr
de
U Ir O F R E D E N-
e , die door geen ge'zag geblinddoekt wordt , moest
de misleiding zich ten fterkften ver'mommen om zyil
doorzicht te beneVelen 9 of den toegang tot zyn hart
te verkrygen.
Vrede eri eendracht waren zyn wellust , en als 't
Ware liet element , waer buiten het leven hem onver-
draeglyk was; maer hy befchouwde ze tevens als de
fcuilen van ons Staetsbeftuu^ 9 de grotidflagen eener
geregelde orden , de bronnen van de Vvelvaert en het
geluk der burgery. Waer zyn invloed dezelve bewa*
ten of herftellen kon ; waer tweedracht eil vefdeeld-
heid door zyne pogingen ^ of door gewigtige opoiFe*
ringen te vermyden of te deinpen was, daer was
VAN DE PERRE de bevorderaer der eensgezind^
held , en de bevfediger der gene , die zich meendcn
te kunnen beklagen.
Een zyner meestgelief koosde grondbeginfels was ,
8at de deugdzaemfte Staetkunde 9 gebouwd op de
rfegfert en waerdy der menfchelykheid , ook de beste
Staetkunde is: de beste niet alleen voor dien, die
dczelve beoeffent, de beste voor de rust van zynge-
weten , en zyne verantwoording hier namaels ; maer
6ok de beste voor het welzyn en den duurzamen
bloey van den Staet. Al het geluk en de voorfpoed ,
die het onregt, de list en intrigue fomtyds eene
baetfchappy fchynen aen te brengen , achtte hy ook
alleen fchynbaer te zyn , bedrieglyk en de bron
Van duizende rampen, die xaen vergeet mede-in re*
ke-
LOFREDEtf.
kening te brcngett. Wat zal ? er, zoo dacht en fprak
hy meenigmacl , wat zal 'er eindelyk van de Staet*
kunde worden , zoo zy de wedftryd der kwaedaertig*
held en laegfte listen, en de dekmantel der ortregt*
veerdigheid moet wezen ? Zoo wy menfchen alteeh
de maetfcliappy beftuurden, dan zou misfchien cfe
noodzakelykheid de maetregelen der ondeugd en ge
wetenloosheid kunnen wettigen, maer daer eeh O$-
perbeftuur der Voorzienigheid aller Staten lot beflist,
zoo kunnen wy denzelven geert duurzaem geluk be-
zorgen , zoo wy niet onze bedoelingen en daden sten
den wil van het Opperwezen toetfen..
Zoo dacht en handelde VAN DE PERRE, en
daer uit ontftond by hem die edele belangeloasheid ,
die alle zyne daden kenmerkte , die regtfchapen trouw
en eerlykheid, die hem in de hagchelykfle omftan-
digheden nimmer verliet; daer mt ontrproot het, dat
hy daden en derzelver bedoelingen , dat hy perfonen
en derzelver denkwys met ee'n billyk en mensehlie-
vend oordeel wist te onderfcheiden ; dat hy zyne vy-
anden door gunstbewyzen trachtte te winnen , al zou
ondankbaerheid zyne belooning zyn; daer uit ont-
ftond zyne vyandfchap tegen alle ongeregelde losban-
digheid en ordenloosheid , zyn afkeer van alle over*
heerrching, zoo dat hy liever het goede en nuttige,
dat hy bedoelde , indien hy het door overtuiging en
teden niet bereiken kon, vvllde opgeven, dan deii
Bitflag zyner heilzame pogingen aen onredelyken ift*
vloed en dwang te dankeu hebbea.
L F R E D E ri
Zyne zucht.eindelyk voor het Vaderland , zyne
hcchtheid acn deszelfs belangen was opregt ,
. vastig en vuurig : geene opofferingen waren hem te
groot , geene bezittingen hem te dierbaer ,, die hy
niet geerne zou afgeftaen hebben voor eene Vader-
landsliefde, die aeu geestvervoering grensde. En
kon dit anders M. H. ? daer zyn hart als voor wel-
dadigheid en goedhartigheid gevormd fcheen ; of wat
is de liefde voor het Vaderland anders, dan de uitge-
. breidheid van een hart , dat niet verzadigd door het
geluk van fommige bevorderd te hebben , zich aen
deszelfs geheiligde aendoeningen ganfchelyk overlaet,
en tracht naer het geluk van alle?
Ziet daer 't geen ik met de overtuiging der onge-
.veinsde waerheid van het Staetkundig karakter van
uwen VAN DE PERRE zeggen kon. Gy ziet in
deze fchets niet den man, die weerelden dwingen ,
of een vry Gemeenebest aen zynen wil kon kluiste-
ren; maer gy ziet en herkent den edelen, den be-
minnelyken Staetsman , en uw hart treurt over zyn
gemis , het gemis van zynen invloed , zynen verlich-
ten raed, zyne befcheiden pogingen , ook na dat
hy aen het Staetsbeftuur zich onttrokken had. Zoo
*er immer eene maetfchappy op deze aerde te verwach-
ten is, waer in de deugd heerfchen zal, waer uit al-
le lage bedoelingen zullen verbannen zyn , dan zullen
de beftuurders van dezen gelukkigen ftaet het hart van
VAN DE PERRE in hunnen boezem dragen!
Maer
"
L O F R E D E N. 17
'Macr wat bchoef Ik de lofTpraek zyner Stactkunde
op te maken ? Vraegt ze aen uvvc mcdeburgers : , en
elk zal verblyd zyn een takje aen zynen eerekrans te
kimnen toevoegcn. Leefde hy niet ampteloos in 't
midden van him , gcacht 5 geeerbiedigd en bykaris
aengcbeden? Waren niet aller oogen op hem geves- :
tigd en was deze Stad niet moedig op haren Burger?
Duizende tongen zegenen hem , en niemand beklaegt
zich over zyne gevoelens en handclwyze: de nydzel-
ve zwygt ftil by zynen lof , of vermengt zich bloo-
zende onder den drom zyner lofredenaers. Geene
jarcn hebben het geheugen zyner dienften uitge-
wischt , en in het laetst zynes levens riep hem de
Hem , niet flechts van zes verlichte en edeldenkende
mannen, maer de flem der ganfche burgery, om
zich aen het hoofd des gewigtigften onderzoeks te
plactfen , verzekerd , dat haer belang in zyne handen
veilig was *. Ja, grootmoedige VAN DE PERRE T
de gedachtenis uwes Staetsbeftuurs zal gezegend
zyn als die der regtvaerdigen ; en al kon uw
naem uit de jaerboeken van Nederland worden uitge-
wischt , hy zon opgetekend blyven in de jaerboeken
der deugd , en gegraveerd in het dankbaer hart van
elk uwer medeburgers I
Na tien jaren lang het belang des Vaderlands aen
B het
* Het Collegie van Arbitrage in de zaek van den asften penning
blnnen deze Provincie, verkoos hem in den jare 1789 toe deszelfs
yoorzhter.
jfc L O F R E D E N.
het hoofd van deze Provincie getrouw en onvermoeid
bchartigd te hebben , vvettigden hem de omftandighe-
den , en riep, hem zyne geneigdheid , om zich aen
den ondankbaren last der flaetszorgen te onttrekken ,
en ampteloos voor zich zelven te leven. Maer wat
zcg ik ? Voor zich zelven ? Neen. ! hoe zeer hy ovei%
tuigd was genoeg voor het Vaderland en zyn gewe-
ten gedaen te hebben; hoe zeer elk, die hem kende
en zync verdiensten vereerde , met cen treurig ftil-
3\vygen zyne Belize moest aenzien en billyken , nooit
zou hy zich veroorlooid hebben --voor zich ze/f 9 dat
is, voor zyn vermaek , . .voor zyn gcmak, voor het
genot. der genoegens , die zyn rang en vermogen hem
aenboden, om ^ zeg ik, dacr voor alleen te leven.
Het vvelzyn van zynen cvenmensch woog hem immer
op het hart. Maer verzekerd, dat hy, ontflagen
van het juk des Staetbettuurs , zoo veel tot de be-
fchaving en verlichting der maet(cha r ppy kon toebrcn-
gen, als hy te yoreii voor derzelver veiligheid en wel-
vaert gedaen had , beiloot hy moedig den luister en
het verdriet zynes ampts beide.vaervvel te zeggcn, en
voor wetenfchap , konst , en deugd eene nieuwe loop-
baen in te treden.
Ik noem dit eene nieuwe toopbaen , niet om dat de-
ceive hem vreemd en onbekend was, maer om dat
zyne omftandighedea en roeping hem altyd verhin-
derd hadden , zich geheel en alleen aen deze edele be-
doeling over te geven. Het is vooral in deze betrek-
king, Gdecrdc en Kuudige Mannenl dat zyne na*,
LOFREDEN. jp
gcdachtenis u als Leden dczer aenzienlykeMaetfchap*
py dicrbaer is en zyn moot, en gy . zult derhaiveu
uwe acndacht wel willeu vernieuwen, om voor eeni-
ge oogenblikken weder met my te rug treden.
Om een regtfchapen voorftander van wetenfchap ett
konst te zyn; om ze uit een beter grondbeginfcl ,
en met beter gevolg, dan uit louter dwaze eerzucht
te bcfchermen; om met yver, met verftand en me.t
vruciit derzelver bloey te bevorderen , rnoet men zelf
de wetenfchappen beminnen; men moet fmaek voor
dezelve, eene onleschbare dorst naer derzelver be-
zitting gevoelen , men moet ze beoeffenen : dat is
met weinige woorden , men moet, met een befchaafd
verftahdj kennis en geleerdheid hebben opgezameld.
Gy ziet , M. H. dat ik ditmael niets vordere , dat in
uwcn VAN DE PERRE niet overvloedig gevondeii
wicrd.
In zyne kindsheid en eerfte jongelingfchap open-
baerde zich zyn aenleg voor de Wetenfchappen in
eene onbeperkte weetgierigheid , waer aen alleen ont-
brak een gefchikt voorwerp om zich op tevestigen, en
de vereeniging van den arbeid der onderzoekende
overdenking met de levendigheid der ontluikende
genie. Een vernuft, ryk in vinding en gedachten,
bekoord door nieuwe ontdekkingen , en vatbaer voor
zinnelyke fchoonheid en overeenftemming, gepaerd
met een geest van overleg en naeuwketirigheid , moet
2ieh allereerst op de natuurkundige wetenfeliappen 9
B 2 ea
co L O F R E D E N.
en byzonder op dat belangryk dcel derzelve , de werk-
tuigkunde, vasthcchten. Zyne kinderlyke bezighc-
4en en uitfpanningen droegen reeds bewyzcn van de-
zen aengeboren fmaek , die hem niet verliet geduu-
rende den gantfchcn loop zynes levens. Meenigmael
ontbreekt het zulk een ontluikend verftand alleen acn
eenen gefchikten leidsman, aen genoegzame aenmoe-
diging, en aen dat onwaerdeerbaer gefchenk des Ke-
rnels , eenen vriend , wiens vernuft gefchikt is om de
wetfteen van het onze te zyn.
Een verblyf aen de berocmdfte onzer Hooge Scho-
len is niet genoegzaem , om dit gebrek te vergoeden.
Men moge dacr handleiding genoeg vinden, om in
de onderfchciden vakken der geleerdheid aenzicnlyke
vorderingen te maken , om het beroep van eenen go
leerden met luister te bedienen : maer om den jonge-
ling te vormen , die met een edelen aenlcg voor alle
fchoone wetenfchappen , maer met een ongevestig-
den , belangeloozen fmaek voor dezelve op dat too-
neel verfchynt ; om dezcn het vak zyner beftemming
aen te wyzen, zyne talcnten te ontwikkelen , zync
uitzichten te vergrooten , zynen fmaek te vestigen ,
daer toe is het ondervvys te bepacld , daer toe zyn ,
helaes! de afftanden te groot.
't Geen veel en mcer dan dit toebragt, om het
voortreffelyk verftand van VAN DE PER RE te vor-
men , was zyne reis door Zvvitfcrland en Frankryk ,
\vacr van ik reeds even melding gemaekt heb. Op
LOFREDEN. 21
elken voetftap dezerbelangryke reizewerd zynewect-
gierigheid tevens uitgelokt en voldaen : de geest des
onderzoeks en der navorfching werd in hem opge-
wektcnaengeviuird; zyn vernuft fchcrpte zich, zyne
menfcheokcnnis breidde zich uit. Hy zag de natuur 5
hier in hare eenvoudige bevalligheid , daer in den
tooy barer wecldcrige fchoonheid , en aen den voet
der Alpen in den fchrikverwekkenden luister barer
majesteit. Hy leerde de toetfen en fyne fchaduwin-
gen van bet menfcbelyk karakter onderfcheidcn ,* by
betaelde zyne hulde acn de gelcerdheid en derzelvet
voortbrengfels ; by vertoefde by de pronkftukken der
menfclielyke konst. Zoo vergrooteden zich zyne
denkbeelden, zyn genie werd ontwikkeld, en reeds
bcgon by den ganfcben kring der wetenfchappen , in
bare f chakels en onderling verband , met zyne verbeel-
ding te omvatten. Inzonderheid fprak by nooit, dan
met eenfoort van verrukking, van zyn verblyf binnen
bet beroemde Parys. Niet dat by zyn lof fchonk
aen de weelde , de befpottelyke prael , aen de open*
bare vermaken of ongebonden zeden dier Weereld-
ftad; maer by roenide ze als bet verblyf der fchitte-
rendfte vernuften, waer de wetenfchappen , ontfla-
gan van bet juk der fchoolfche barbaersbeid , zich
een eigen zetel der bevalligheid hadden opgericht.
Hy roemde die meenigvuldige voortreffelyke inftellin-
gen, waer de toegang tot bet heiligdom der konsc
voor elken beminnaer derzelve, voor alle flanden des
menschdoms werd geopend; waer de grondigfte ge-
leerdheid zich vernederde , om hare voordragt in de.
'
a& L F R E D E N.
bevattelyke tael der famenleving tc kleeden ., en waer
uit hefchaefdheid en verlichting, ais uit cen ruiinea
boezem voortvloeydcn.
Met dezen gev ? estigden fmaek voor dc fchoone we-
tenfchappen trad hy in den kring van het openbaer
leven , en geen reeks van jaren, aen de Heeds werk-
zame Staetkunde toegewyd, was in ftaet om hem
van denzelven te berooven. Gccne nieuwe, nuttige
ontdekkingen ontvloden zyne aendacht of opmer-
king ; de verbazende vorderingen der proefondcr-
vindelyke kcnnis geduurende deze jaren , volgde
hy als op hare trotfche voetftappen achterna; daer
aen werden de tiuren zyner rust, de oogenblikken,
die de bezigheden zynes ampts , of de aenklevende
lasten van hetzelve niet vervulden , werden daer aen,
en aen de kennis der beroemdfte fchryveren gereede-
lyk opgeofFerd. De geest des onderzoeks decide zich
zelfs aen zyne behandeling der Staetsaengclegenhe-
den mede, en gaf eene eigen houding en gedaente
aen de wyze zyner werkzaemheid. Nimmer arbcidde
hy in dit vak met meer geestdrift , dan wanneer te-
genllrydige belangen te verefFenen wareft , of duiste-
re zaken, door hardnekkige navorfching, indietlicht
nioesten gcfteld worden.
Doch altyd reikhalsde hy naer het tydftip, hem
door zyne verbeelding zoo verrukkelyk afgefchilderd ,
waerin hy 9 ontflagen van alle andere betrekkingen ,
aen de wetenfchap en geleerdheid geheel en al-
le en
LOF'REDEN. $3
I'een zoti kunnentoewyden. Toen derhalven dit tyd-
flip aenwezig was , en hy zyne waerdigheid had af
geftaen , was hy zoo vdr van die kwellende onrust,
die ledigheid en onvoldaenheid, en, indien ifc het
dus noemen mag, die misplaetfihg te gevoelen, die
het hart van byna alle Grooten vermeesterd heeft, na
dat zy hunnen uiterlyken luister hadden opgeofferd,
dat hy vecl eer zich terftond als-in zyn eigen kring
geplaetst zag , en het geluk zynes levcns van den tyd
der nederlegging zyner eereposten begon te dagte-
kenen.
Zoo 'er ooit eenige tyd in edele, onvermoeide ar-
beidznemheid werd doorgebragt , het was dcze. El-
ke dag werd geteld 9 de uurcn uitgewoekerd , de ver-
lorcn oogenblikken bejammerd. Zyne begecrte naer
kennis vermeerder-de by elke fchrede der vordering;
het onderzoek werd eindelyk de volPirektile behoefte
voor.zynen geest; zyn yver door niecs te matigen
benadeelde zelfs zyne ligchaems-krachten ; de racd
en voorftellingen zyner vrienden waren magteloos te 1 -
gen denzelven ; het zoet vergif der onbepaelde weet-
gierigheid was reeds in alle aderen doorgedrongen ,
en het edel gebouw werd ondermynd !
Byna alle wetenfchappen , die binnen het bereik
zyner nafporing waren , en geene uitfluhende beoefFe-
ning vorderden , in 't byzonder die gene onder de-
zelve, welker nuttigheid zich openbaert in het ge-
jneene leven , hadden als een gelyken invloed op zyn
B 4 hartj
*4 L O F R E D E N.
hart , gelyke aentrekkelykheid voor zynen geest. De
befchouwing van derzelver onderling verband , van
de hulp , die zy elkander toebrengen , verrukte hem
met eene levendigheid , die zyne gefprekken over dit
onderwerp altoos bezielde ; de ontdekking dezer on-
derlinge famcnftemming in verfcheiden byzonderhe-
den , waerin zy de aendacht van anderen nog ont-
flipt was , betooverde hem , en maekte dit gedeelte
zyner navorfching hem tot een waren wellnst. Hy
bewonderde den arbeid dier geleerden, die zich be-
palende tot ddn vak der menfchelyke kennis , reuzen-
fchreden in het zelve gedaen hadden , maer wat ,
zeide hy, zal de arbeid dezer mannen baten, zoo
andere van elks onderfcheiden vorderingen geen ge-
bruik maken, om ze tot e'e'n belangryk geheel te vor-
men, en de zusterlyke maegfchap der menfchelyke
kundigheden in het licht te ftellen ?
Doch , fchoon hy met dit uitzicht alles nafpoorde ,
en niets van 't geen zich in zynen weg opdeed on-
onderzocht Het voorby gaen , ja meenigmael , door
weetgierigheid voortgeftuwd , tot in de binnekameren
der verfchillendfte wetenfchappen indrong , de God*
gekerdheld echter en proefonckrvindelyke wysbegeerte
befloegen vdr de grootfle plaets van zyn hart, zynon*
derzoek en eenzame uuren.
Ja M. H. ! ik fchroom niet uwen VAN DE PERRE
cen Godgeleerden te noemen , fchoon het leerMlig
en wederleggend gedeelte dezer edelfte wetenfchap
hem
LOFREDEN. as
hem trimmer bekoorde , om 'er zyne begunftigde let-
terbezigheid van te maken. Of de floute toon van
beflisfing, de geest der flaeffche navolging, der klei-
nigheden en der twistziekte , die men niet vergeefsch
in de fchriften van fommige geleerden zoeken zal,
die dit vak ter bearbeiding verkoren, of deze hem
afchrikte ? dan of de zaligmakende waerheden van de
geopcnbaerde leer der verzoening hem zoo eenvoudig
en helder toefchenen, dat eenediepe navorfching haer
onteerde ,, en de tooy der wysbegeerte hare edele be-
valligheid in zyn oog ontluisterde ? dan eindelyk, of
hy zyne zucht tot ontdekkingen , tot het nieuwe en
zonderlinge kennende , fchroomde zich in een heilig-
dom te wagen, waer de dierbaerfte wenfchen van
zyn hart bewaerd lagen , en welks donkere verbor-
genheid hem ontzag inboezemde? Welke dezer re-
denen het meest op hem werkte zal ik niet beflisfen,
maer geene derzelve was hem onbekend ; zy waren
beurtelings zyne verontfchuldiging , zoo dikwyls men
zich verwonderde over zyne eenvoudige berusting in
de leer onzer kerke.
Hy beoefFende alleen het beste en belaogrykfte deel
der Godgeleerdheid , of liever hy leschte zyne weet-
gierigheid alleen uit de bron aller ware Godgeleerde
kennis 5 de gewyde fchriften der Goddelyke openba-
ring. Nimmer heerschte by iemand dieper eerbied
voor dit onfchatbaerfte aller boeken ? nimmer leven-
diger gevoel van deszelfs waerdy en fchoonheid , of
uitgebreider en werkzamer begeerte om het le on-
derzoeken. Alle hindernisfen 3 die zich opdoen
A $ by
16 LOFREDEN.
by de vcrklaring van gedenkfchriften , in tael en ftyl,
in zeden en denkwys zoo onein/ig vciicbillende van
de vuortbrengfels onzer latere eeuwen, alle deze hin-
dernisfen ovenvon hy door ecu en yvcr, welks g-root-
heid fleetns geevenacrd wierd door deszelfs belange-
Wanneer zich eenig gewigtig ftuk der bybel-
belkennis, als zyne navortching waerdig, aen hem
voorflelde , (en nimmer ontbrak het hem aen ftof tot
zoodanig onderzock) dan trachtte hy -aenftonds in
den geest van het zelve door te dringen, en met zyn
onderwerp zich gemeenzaem te maken ; hy raedpleeg-
de zyne eigen opgezamelde kundigheden , hy raed-
pleegde de beste fchriftverklaerders , vergeleek dezel-
ve onderling, dacht en overpeinsde, en rustte niet
tot dat alle zwarigheden voor hem vereffend waren 5
eh de overtuiging der waerheid als een heldere (Irael
zynen geest verlichtte. Eenen man 9 die niet flechts
een fchat van belezenheid bezat, maer ook van al
wat hy las de kern voor zich behield , en de ongefta-
digheid van het geheugen door eene vlytige pen te
hulp kwam; wicns omftandigheden en fmaek hem in
flaet flelden , ora de beste fchryvers te kiezen en te
verzamelen : zulk eenen man kon het aen geene hulp-
middclen ontbreken , om dit gedeelte der geleerdheid
Aiet goeden uitflag te bearbeiden. 't Is waer, e'e'ii
noodzakelyk hulpmiddel, de kennis der oude talen,
Waer in de gewyde bladercn befchreven zyn, en in
H >by bonder der Flebreeuwfche fpraCk , oritbrak hem.
Doch meent gy ' dat ' ook dit belctfel onoverkomelyk
) was
L O F R E D E N. 27
was voor zynen yver en onbepaelde zucht tot ken*
nis ? Reeds voorlang had hy begonnen in de gronden
dier talen zich te oefFenen; met my heeft hy den
doornbosch der Hebreeuwfche fpraekkunst met on*
vermoeid geduld doorgekruist, en zoo de Voorzienig-
heid zyne dagen niet had afgefneden , zou hy buiten,
twyffel zich hebben in ftaet gefteld , om ook hierin
zich zelven voor te lichten, of althans den arbeid
der beste taelkenners , die hy reeds gebruiken kon *
ook te beoordcelen. Doch het voornaemfte mid-
del om den Bybel te kennen en te verftaen, dat
middel, zonder 't welk niemand hierin ooit ge-
flaegd is , is een deugdzaem 9 gevoelig hart , ge-
(lemd om het edele der ware eenvoudigheid , het
eenvoudjge der echte verhevenheid , en het verheve-
ne der Goddelyke waerheid te doorgronden , en als
met wellust in te ademen. Dat hart bezat uw VAN
DE PERRE; dit alleen maekte hem het boek der-
Openbaring zoo onbefchryflyk dierbaer ; dit eindelyk
deed hem met zoo veel verrukking dolen in de ver-
wachting dier laetfle, gelukkige tyden , die, verbor-
gen achter het gordyn der toekomst, zich alleen in
de fchriften der Profeten vercoonen , als beminnelyke
droomen van den vriend van God, als uitzichten
\oor den reinen van harte. En waerom anders zyn
deze beminnelyke , voorfpellende droomen , deze
troostryke uitzichten zoo verwaeiioosd , veracht en
zelfs befpot? Is 't niet, om dat de ongevoelige , geea
troost der deugd behoevende, die met zyne koude,
Iroostelooze hariden heeft aengeroerd, en met zyne
ver-
aS L O F R B D E- N,
verwardebegrippen als met een nevel overdekt. Nim*
mcr zal ik het my beklagen M. H. , dat ik geduuren-
de de twee gelukkigfte jaren mynes levens door VAN
DE PERRE tot zynen medgezel verkoren ben , om
aen zyne hand deze vruchtbare beemden der bybel-
kennis te doorwandelen , door hem aengemoedigd ,
door hem voorgelicht meenigmael in een nieuwen
kring der heerlyklle denkbeelden rond te zweven ....
Daer voor, dierbare man, zal my uwe asfche deeds
heilig zyn, en deze dankbare bekentenis was ik uw
gezegend aendeukea verfclmldigd 1
de kennis van het oneindig Wezen , waer aen
\vy ons beftaen te danken hebben, deszelfs gezind-
heid omtrent ons , en de openbaring van zynen wil aen
let menfchelyk geflacht , is niets de befchouwlng
van den wyzen meer waerdig, dan dit groot tooneel
der fchepping, waer op wy ons zoo gelukkig ge-
plactst zien. 't Zy hy dezelve befchouwe in den
xykdom en verfcheidenheid harer voortbrengfels ; 't
zy hy, indien zyn wysgeerige zin hooger geftemd is,
hare hoofdftoffcn gadefla , hare krachten als tegen el-
kander opwege, hare geheimfte werkingen befpicde,
en het groote wetboek der natuur ontzegele. Het
kan ons derhaiven niet verwonderen, dat wy den-
zelfden man , die met zoo veel voldoening zynes har-
ten in het vak der Godgeleerdheid .arbeidde , tevens
in alle de geheimen der proefondervindelyke ivy she-
geerte zien ingewyd , en in deze edele wetenfchap ,
dewyl zy den eigenlyken werkingskreits van zynen
geest
LOFREDEN, *g
gcest bevattede, nog mecr dan in hct eerfte, zien
uitmuntcn.
*
Hoe zweefde zyn fchoone geest in dezen fchoonen
kring der nuttigfte, en te gelyk verrasfendfte , der
heerlykst gecontrafteerde kundigheden rond! Welk
een blik is het voor den wyzen, een gansch weereld-
geftel , en veellicht het gansch heelal in de verba-
zendfte beweging gebragt te zien door dezelfde een-
voudige krachten, die den wellenden zandkorrel uit
zyne plaets do en ftuiven, en den loop des Hemels
nit het vallen van een appel op te losfen ! Met het zelf-
de gewapcnd oog , waer mee" men de plandten als uit
hare banen voorwaerts rukt 9 en tot hct zwak gezicht
des fterfelyken doet naderen , ook al de majefteit der
fchepping in het ftof eenes vlinders te zien pralen I
Welk een den mensch veredelend onderzoek is het,
aen de hand der fcheikunde, in de geheime werk-
plaets der fchepping te worden ingeleid, de bouw*
ftoffen der ganfchc weereld uit elkander te flellen,
te rangfchikken , weder famen te voegen, en de
moederkracht der groote natuur in hare voortbren-
glng, vorming, famenftelling en duizende gedaente-
wisfelingen na te volgen ! Welk eene verheven bczig-
heid alte gefchapen krachten als rontom zich te ver-
zamclen , die te vergelyken , te wegen , hier met eene
gcbiedendc hand te bepalen , daer in een kleinen
kring te vereenigen, te vergrooten, en de verbazend-
fte gewrochten te zien voortbrengen ; den donder des
hemels zelve na te bootfen, of dea verwoestenden
arm
80 L O F R E D E N.
$rm des hlikfeiiis door vernuft en kunst te ontwape-
nen! Ziet daer de wetenfchap, die in haer ganfchen
omvang, in hem een kenner, en onvermoeiden 011-
derzoeker vond.
Gy weet , M. H. en ik kan my ten dozen opzichte
op velen uwer berocpen , hoe groot en uitgebreid
zyne kundigheden in dit onmctclyk vak vvaren ; /hoe
hy zich dezelve verzameld had , hoe zy eindelyk in
den ganfchen kring zyner denkbeelden geplactst en
daerin als geweven warcn. Hoe hy her ontzagche-
lyk aental ontdekkingen vande wysgeeren dezereeuvv
yolftandig nafpoorde, die te rug bragt tot hare een-
voudige beginfels , aen dezelve toetfte, en door zyne
cigen ondervmding beproefde. Hoe hy zich daer toe had
in ftaet gefteld , door een fchat van konstwerktuigen ,
piet zoo'veel oordeel'en keuze, als met grootekosten
te verzamelen , en zich te oeffenen in het vaerdig ge-
bruik derzelve, waerin niemand hem overtrof, en
waerin geen gering gedeelte van den lof des natuur-
onderzoekers beftaet. Hoe hy niet alleen de voet-
Happen van andere op deze baen drukte , maer ook
van daer voortging , zyn vindingryk vernuft fcherp-
te, verbeterde, 't geen voor verbetering, en vol-
maekte 't geen voor volmaking vatbaer was , of door
de uitvindingen van velen te vereenigen een volko-
mener geheel aen het licht ftelde. Daer van kunnen
vele zyner door hem verbeterde werktuigen , en alles,
Wat hy onder zyn eigen oog, en naer zyne eigea
denkbeelden vervaerdigen liet, getuigen. Ja dat niet
meet
L O F R E D E N, 3*
meer openbare proeven van zyne vindingrykhei4 in
natuur en wcrktuigkunde aenvvezig zyn, is alleenaea
zyn noodlot te wyten 9 dat hy niet altyd eenen kons*
tenaer vinden kori , gcfchikt om zyne denkbeelden
uittevoeren, dien hy geheel aen zynen tfienst koa
verbinden , en daer voor edelmoediglyk beloonen. /
Een open.baer gedenkftuk echter zal hierin altooii
zynen roem flaven : ik bedoel het u bekende. konstr
werktuig , onder zyn opzieht en de vooiiichting zy-
ner kimdigheden en eigen gedachten , zoo wel als
op zyne kosten en ten z^men huize famengefteld ,
waerin de loop der planeten , en de beweging vauons
ganfcbe Zonneitelfel met de naestmogelyke evenredig-^
heden is uitgedrukt ; wel ten deele in navplging van
anderen, maer met veel grooter naeuvvkeurigheid , en
door verfcheiden ontdekkingen meer volmaekt, dan
eenig ander ^onstftuk van dezen aert, terwyl de
eenvoudigheid en kieschheid des Girmenftels van eene
uiterfte poging .d?r konst fchynen te gewagen. *
Niets
* Dit konstftuk rust op een voet , waerin een uurwerk is , dat hefi
planetarium in beweging brengc en met den Kernel doet gelyk loo-
pen. De planeten loopen in derzelver evenredige afftanden van de
Zon , op hellende vialcken , om derzelver inclinatie op de Ecliptica
aen te wyzen. Zy loopen niet in cirkels maer in ellipfen, gelyk der-
zelver excentriciteit ' aen den hemel is. De Zon en de aerde
draeyen beide om haren as , welker laetfle zich altyd paralel blyft f
met hare helling van 23! graed. Rondom het gantfche loopveld der
planeten is de Ecliptica verbeeld door een breede koperen band^
terdeeld 'in even zoo veele uitgehouwen ruitjss, alszygradenvan in{
clj-
$2 L O F R E D E N.
Nicts zou my gcmakkelyker zyn , dan de verfchil-
kride wetenfchappen op te tellen, waarin hy zich
beurtelings oeffende , zynen fmaek voor dczelve , en
zyne mecrdcre of mindere vorderingen in dezelve te
vermelden. Maar ik wil zelfs den fcbyn vcrmyden
van opeenftapeling , en zynen lof, die zonder deze
konstgreep der redenkunde zich zclven bevestigt , op
dezen zwakken grond niet bouwen. 't Geen ik te
voren reeds zeide van zynen algemeenen fmack en
beoeffening aller w^sgeerige knndigheden , dat weet
een iegelyk uwer , dat geen ydele ophef is , maer de
tael der waerheid , die flechts acn verdienften hulde
doet. Laat ik liever de fchets van uwen VAN DE
p E R R E als gcleerden voltooyen , door de grond-
trekken van zynen geest kortelyk op te zamelen.
Het is niet alleen de alles omvattende kracht des
vernufts, noch ook het gloeyend vimr der verbeel-
ding, noch eindelyk de vaerdigheid des oordeels;
het is niet elk dezer zielskrachten , in hare hoogfte
overfpannenheid , die den mensch tot de beoeffening
der wetenfchappen gefchikt maekt; dikwerf wordt
dit einde, fchoon op . eene min fchitterende, echter
op eene nuttiger wyze en zekerder bereikt, door
eeue
clinatie bevat, waar door de lengte en breedte derplaneten juist be-
paeld wordt; Men kan het werktuig, buiten het uurwerk, met de
hand bewegen , voor en achterwaerts , enz. enz. De Hoogwelgeb.
Vrouw Douariere , als Erfgename thans bezitfter van dit kostbaer
ftuk, hecft het zelve aen het Middelburgfche departeraenc van 't
Zeeuwsch Genootfchap ten gefchenke gegeven.
L O F R E D E N. M
juistc evenredigbeid dezer zoo verfchillende
vermogens , waer door zy als tegen elkandcr opgc-
wogen zyn. Een helder en doordringend verftand
welks vinding door eene ryke en Icvendige verbeel-
ding werd onderfleund, en daer het eenigfins tot
het befpiegelende en zonderlinge overhelde , door een
wikkend oordeel binnen deszelfs perken werd gehou-
den; ziet daer het natuurlyk talent van VAN DE,
PERRE. Hy bezat het onwaerdeerbaer vermogen >
oin zyne denkbeelden regt en vast aen e'dn te fchake-
len , en elke nieuwe kundigheid , die hy opdeed , hare
gefehikte plaets in zyn geheugen aen te wyzen. Hy
had de zeldzame bekwaemheid om de fyne draden ,
waeruiee de in f chyn verwyderdfte denkbeelden, mee-
nigmael tyna onzichtbaer verbonden zyn, op te merken.
Ilier door ontbrak het hem nimraer aen een aental
jiieuwe , belangryke gedachten , of aen even zoo
vele nieuwe en verrasfende bewyzen om dezelve te
fhven , en de vloed zyner redendring , wanneer hy
door eene geliefkoosde ftelling was opgewonden^
was inderdaed verleidend. Hy verwierp niets, om
dat het algemeen verworpen wordt. Hy zocht de
waerheid niet op de plat getreden paden , die ieder
bewandelt, en 'tgeen zyne goedkeuring zou wegdra-
gen, moest een verhevener ftempel dan het gewpne
dragen ; het moest door nieuwheid 9 door bondigheid 9
of door verre, vruchtbare uitzichten zich by hem aen-
bevelen. Hy bezat eene onpartydigheid en edele vluchc
ran gevoelens 3 waer door hy boven alle vooroordee-
C Beai
34 LOFREDEN.
len in het ryk der wetenfchappen zich verheffen kon ,
en zich geerne getrooste om onder duizenden alleen
te ftaen , zoo hy zich flechts verzekeren mogt , dat
cte waerheid zyne medgezellin bleef. Voegt nu by
deze weinige grondtrekken een geest van orden en
ftipte naeuwkeurigbeid , die geene belangryke kleinig-
heden over het hoofd ziet. Een brandende zuchttot
kennis en geduurige vordering , die alles verteerde ,
en gelyk een onleschbare dorst, alles verzwolg.
Een yver en werkzaemheid etndelyk, daeraen ge-
evenredigd , gefeed om over bergen van hindernisfen
heen te Happen , en niet gedachtig aen de zwakheid
Van dat ligchamelyk omkleedfel, 't welk de geest,
In de overmact zyner onbeperkte weetgierigheid af-
flyt 9 en v<56r deszelfs tyd doet venvclken I
Zoodanig was de man , en ook zoodanig moest hy
zyn, die zich vermeten mogt, om als aen het hoofd
der wetenfchappen zich te plaetfen , zich tot derzel-
Ver fchutsheer te beiioemen, den bloey d'cr befchaef-
de kennis in 't openbaer te bevorderen , en te beftuu-
ren tot welzyn zynes Vaderlands. Het licht , dat in
2yn eigen hart ftraelde , weilschte hy ook voor ande-
reh te doen opgaen; het genoegen, dat dc kennis
der waerheid hem gaf, wenschte hy met dtiizefiden
te deelen, eh de roem eener verlichtc natie, wildc
hy, dat het doel ware, waer na zyhe landgenooten
ftreven zouden,
L O F R E D E N. gj
Zyne pogingen tot bevordering der lettercn #
konste.n waren derhajvcn geene uitwerkfels yan ydele t
dwaze eerzucht, ofTchoon de begeerte , om door
roemwacrdige daden met roeni bekend te zyn, ajen xyn
edel haft niet vreemd kon wezen. Zy warcn geeij
blinde uitdeeling van gunst .of onderfteuning , allcca
door onkunde en grilligbeid beftuurd , of door, voar-
oordecl misleid* Hy wist den geleerden en konde-
naer te onderfcheiden , te bepordeelen , en op zyu
prys te fchatten ; hy wist hem door zyne gocjdlce.u-
ring aen te moedigen, door zynen verftandigen lof
te ontvonken , of door zyiie voorlichting den we^
vercler te banen.
Doch in eene eeuw gelyk de onze , waer geeite we-
.tenfchap zoo verheven is , of zy is tevens een ,beroe|i
of handwerk , een der middelen geworden , om zicl}
de nooddruft en genoegens des levens te verzorgen ;
daer heeft de onderzoeker der waerheid en kennis
dikwyls meer dan de enkele aenmoediging des wy-
^en , hy heeft ook de onderfleuniag van deji vcrmcn
genden noodi^, en zyri yver moet opgewekt wordea
door belooning.
"
Om ook dit toevallig vereischte van ; een fchutsbeer
der befchaefde geleerdheid te bezitten, had.de Voor*
zienigheid VAN DE PERR.E milddyk bedeeld
tie goederen des tydelyken levens. Zy had
jiog grooter gave boven dien gefchonken , het ve.r-
om dezelve te gebruiken a met andere te dee-.
C a lea
^ L ! O F R E D E N,
Jen, en de waerde daer van alleen te berckenen naer
het nut, dat men met dezelve kan te weeg brengen,
'Zyne vriendfchap en gemeenzaemheid , die om zyir
verftand en karakter nog vereerender waren dan door
zyn verheven rang ; deze waren de prys der aenmoe-
diging-, dren hy niet naliet aen eenigen geleerden van
een echten ftempel te bctaleii. Hem, die goedkeu-
ring en lof behoefde , wist hy dien op de vleyendfte ,
en te gelyk kieschste wys mede te deelen. En waer
is'de konstenaer, de beminnaer van eenige nuttige
wetenfchap, dieir het alleen aen uiterlyke middelen
ontbrak om dezelve te beoefFenen , en die zich bekla-
gen kon by hem vruchteloos bekend te wezen , of
die niet van zyne onbeperkte ed'elmoedigheid getuige-
nis kan dragen ? Gelegenheid daer toe te vinden was
hem een ware welkist; die op te zocken was zelfs
zyne bezigheid , en warrneer hy zich 1 in het bezit van
kostbare konstftakkeii flcldc, of die met moeite voor
zich vervaerdigen liet , dan was nieenigmael geen an-
der de dryfveer van zyne daden , dan den geest 'der
tritvinding'te onderfteunen 3 of den yver des konster
naers te beloonen^
Doch de kieschheld des onderwerps verbiedt my
het zelve dieper in te treden , of eenig ander byzon-
der bewys voor myn : geze'gde aen te voeren , daft
my zelf. Met geene andere aenbeveling aen hem
voorzien, dan eenige gefchiktheid voor het onder-
zock der waerheid , .en eenige vlyt in dmelver naja-
ft j ging
L O F R E D E N. s/
ging , heb ik echter al het onderfcheidende zyner on-
fchatbare: vriendfchap genoten. Voor my althans was
zyne aenmoediging onwederftaenlyk , zyne goedkeu-
ling boven allcs , waer op ik eenigen prys ftelde , en
de edelmocdigheid , waer mee" hy voor .myne geringe
pogingen aen hem opgeofferd , door het ruimst bezit
van ontelbare genoegens , door de verzorging van
jnyn beftaen 9 en de Jvoorkoming van alle myne wen-
fchen , my rykelyk fchadeloos ftelde ; dezezyne edel-
moedigheitl is door de crkentcnis in myn hart ge-
fchreven 9 terwyl de kiefche en onvergelykelyke wy-
ze, waerop hy dezelve omtrent my heeft uitgeoef-
fend, my ook deceive voor altoos onvergetelyk zal
maken.
Doch bcfcheidenheid en eerbied fluiten myne lip-
pen; en ik fpoede my, orn uwen VAN DE PERRE
in dat licht te plaetfen , gelyk hy voor het oog zyner
medeburgercn , als de handhaver van den luister der
wetenfchappen , openlyk te voorfchyn trad. .
Myn oog doolt in uwe vergadering rond M. H.,
het zoekt hem , maer vruchteloos , aen wien nogthans
alles my herinnert; hem, aen wien wy deze onze
byecnkomften , het genoegen, de plaets derzelve,
liare levendigheid en nuttigheid grootendeels te dan-
.ken hadden. Wy betreuren hem als niet meer ge-
plaetst aen ons hoofd, en Gy, die zoo waerdiglyk
zyne plaets in -ons midden vervangen hebt , gy hebt
van zynen zetel bezit genomen. Wien
C 3 'on*
i L O F R E D E N.
onzcr Icon het onverfchillig zyrr , door hem voorge-
licht en bcfhiurd , of door hem aengehoord en toe-
gejuicht te worden , \vauneer wy cen iegelyk het on-
2e tot uitbrciding der kennis en geleerdheid toebrag-
ten? Hy, die onze liiister en roem was, op wienwy
mocdig waren , wannecr wy hem in ons midden za-
gen verfchynen , naer vviens goedketiring wy alle
met nay ver dongen. . . . Hem zoekt myri oog thans
vruchtelops in uvvc vergadering !
De meesten uwer zullen den tyd der eerfte oprich-
ting onzer tcgenwoordige byeenkomften nog in le-
vcndig- aendcnken hebben; toen eenige onzer edele
Stadgenooten , Befluurders en Leden onzer Gelecrde
Mae^fchappy, in het nabuurig Vlisimgen gevestigd ,
liet ontvverp vormcien om het groote doel dezes acn-
-zierilyken Genootfqhaps , ook buiten deszclis moeder-
Had, en binnen hunne eigen muuren te helpen be-
xeiken , een tak van het zclve hier als over te planten ,
en voor den bloey der letteren afzonderlyke vergaderin-
gen te openen. Gy weet de onverinoeide en belangeloo-
22 pdgingen dacrtoe aengewend, en vele uwer mogen
liet gelulddg flagen derzelve ook aen hunne eigen me-
^ewcrking toefchryven. Maer gy zult ook geerne
iien uwcn VAN DE PERRE den lof afftaen , dat hy
hot groctfte aendeel aen deze pogingen gehad heeft,
en dat het ontwerp door hem gekcesterd , door hem
aen liet licht gebragt, door zynen invloed onder-
lleund en gelukkiglyk volvoerd is. Aen hem is der-
otize bloey ende Maetfchappy > behalveu ontef-
ba-
LOFREDEN. 39
^
bare diensten , die zy dankbaer erkent , en de opoffe-
ring van zich zelf voor hare belangen, ook deze in-
richting verfchuldigd , die niet eene fcheuring of ver-
deeling van de leden hares ligchaems 9 maer als de
vcrdubbeling van haer aenwezen is. Aen hem heb-
ben wy deze onze vergaderingen 9 aen hem heeft de
menfchelyke famenleving al bet nut te danken, dat
uw arbeid, Geleerde Mannen! uit dezen boezera
haer doet toevloeyen. Wy zullen zyne asfche daer
voor zegenen ; wy zullen 3 zoo dikwyls wy ons hier
vereenigen, aeu hem een dankbaer aendenken toe-
wyden 3 en gedachtig aen hem , die alleen voor we-
tenfchap en deugd fcheen te leven, zal zyn yver
ons bezielen , zyn voorbeeld ons ontvonken , en wy
zullen de vmchten van onzen geest, als een offer der
dankbaerheici , aen zyne nagedachtenis opdragen.
Doch het is niet alleen onze geleerde Maetfchappy^
die in hem een (teun en edelmoedigen voorftander
beweent *, het is niet alleen onze vergadering., die
om zyne vroege verwelking als met romvgewaed be-
dekt is, ook andere geleerde inrichtingen in onze.
aenzienlyke Stad weenen met ons , en betreuren den
val van him bezieknd Hoofd in hem.
C 4 Ik
i
* Toen in het jaer 1787. het ontwerp gevormd was , om de bezft-
tingcn en vergaderingen van het Zeeuwsch Genootfchap op het Raed-
htiis der Stad Vlisfingen over te brengen , en eenige vertrekken van
het zelye daer toe in gefchiktheid te brengen , bood hy ecne fom v.in
f7Qo aen, om de kosten dezer fchikking te helpen dra^en. D
des Dspartements gefchiedde ia 't jaer 1784.
40 L O F R E D E N.
Ik zwyg thans , hoe onze zoo nuttige , zoo wel
ingerichte en beftuurde Akademie der Teken- en
Boiiwkunde, in hem eene zeldzame aenmoediging , een
/teun en befchermer vond; hoe hy meenigmael en
geefne b^zondere kosten aenwendde, om derzelver
bloey te bevorderen , of den yver der leerlingen aen
te vuuren ; maer laet ik alleen uwe aendacht daerby
raogen bepalen , hoe de cdele NATIJURKUNDE, dc
Moeder veler nuttige Wetenfchappen , door hem gelief-
koosd en als op de handen gedragen 9 zich hier eene
\voonplaets heeft gevestigd, waeruit alleen de we-
^ierkeerende barbaerschhcid haer zal kunndn verjagen.
Het was In het jaer 1778 , toen hy met ecnigc wei-
jiige kundige mannen het ontwerp vormde, om zich
gemeenfchappelyk in deze belangryke wetenfchap te
oeffenen ., elkander onderling het licht , dat men be-
zat, de ontdekkingen 5 die men deed, mede te dee-
Jen.
Deze poging wckte welhaest den yver van anderen
op, deed veler weetgierigheid ontbranden, en uit dit
gering beginfel is dat natiuirlumdig Genootfchap ge-
fproten , dat door den naem van zoo vele aenzicnly-
ken, door denonbaetzuchtigen yver onzer geleerden s
rof zyn tegenwoordigen luister is opgeklommen.
Ik ben verzekerd., en gy zult het my gereede-
lyk toeflemmen , dat ik niemand van deszelfs ver-
|chuldigden Jqf beroove, wanneer ik aen zyne zucht
VOQF
L O F R E D E N. 41
yoor de verlichtiiig der maetfchappy bet beftaen de-
zes gezelfchaps , aen zyne nredewerkirig deszelfs
werkzaemheid en bloey , aen zyne edelmoedige on-
derfleuning deszelfs luister toefchryve. Wie toch
was her , dan hy alleen , die zich aen het hoofd daer
van plaetfte, deszelfs belangen zich aen trok, en
zich onvermoeid beyverde 9 om dit zyn werk te vol-
tooyen en te volmaken? Dat deze nuttige inrichting
zynen val lang overleve! Dat dezelve in den loop
der jaren een gedenkteken zy , hoedanigen burger de-
ze Stad ddnmael gekoesterd heeft!
Toen de fmaek der voortreffelyke Natuurkunde on-
ze Stad ddnmael als aengeftoken had, wist de deeds
onvermoeyde VAN DE PERRE deze gelukkige fee-
fmetting ook tot het fchoone geflacht te doen over-
gaen. Hy verzamelde eenige der aenzienelykfle Vrou-
wen, wicr doorzicht en edele weetgierigheid hyken-
de. Hy befteedde alle bevalligheid der voordragt en
der uitvoering, om haer de nuttigheid en invloed
derzelve te doen gewaer worden 9 en het ruime,
heerlyke veld der menfchelyke kennis haer te doen af-
zien, waertoe de Natuurkunde haer den ingangopen-
de. Zyne poging, door die zyner vrienden onder-
fteund, ilaegde gelukkig, en welhaest zagen wy de
bloem onzer fexe aen de voeten der wysheid neder-
zitten , om hare fchoonfte vruchten bege'rig op te za-
melen. Zy vormden onder zyn beftuur eene maet-
fchappy, door wetten geregeld*; Zy bepaelden ha-
C 5 10
* pe oprichting dezes 6enootfcfcaps gcfchieddft in *t jacr 1785,
i* L O F K E D E N.
r
re byeenkomften , verkozen haren Onderwyzer , eu
peffenden zich in ecne wctenfchap, die alleen cen
geestclooze voordragt boven het bereik der fexe kan
Geene dingen meende onze VAN DE PER RE,
dat boven derzelvcr bereik , en alleen van vveinige ge-
loofcje hy, dat zy boven, of liever buiten hare be-
{lemming op deze weereld waren. Jiy kende den fy^
fle$ fmaek der vrouwcn, hare gelukkige bevatting,
hare levendige verbeelding 9 hare.ii waernemenden
geest , en beklaegde haer opregtelyk , dat net voor-
oordeel der zeden of der opvoedinghaerde middelen
der verlichting uit de hand rukte, om ze alleen met
bchaeglyke beuzelingen te vullen. De Natuurkunde ,
vertoond van hare bevallige en verrasfende zyde, zoo
uls zy de .natuur in het groot doet kennen , terv/yl
zy hare verbazende krachten in een kleinen omtrek
doet werken , en de overtuiging der waerheid op zin-
iiclyke proeven vcstigt; deze hield hy met regt voor
da geichiktfte wetenfchap, om de vatbaerheid der
iexc te oefienen , hare opmerkzaemheid tc vestigen ,
hareri weetlust te doen ontluiken 9 en de , meenigmael
onder de asch des vooroordeds bedolven vonk der
genie, in den boezem der fchoonheid te doen ontbran-
tien. Dat dan deze iiirichting binneti Qns Vaderland
eenig in haer foort zy ; dat de domme onkunde haer
aenftare , dat de nog onkundiger fpotzucht zich mis-
fchien ten koste d^rzelve vermake, wy fchroomen
oiet haer beftaen ea voortduuring als een niet gering
L O F R E D E N. 45
gedcclte van den roem hares Inftellers openlyk op ts
tc halen. ::v*
'Doch ik zie, dat gy my noodigt, M. H. om tot
dat gene over te gaen , dat, offchoonhet flechts onti-
\verp en poging, flechts eene onvoltooyde poging
gcvvccst zy, nochtans de allerbeflisiendfte proeve is
van zyne edelmoedige zucht voor ; de ware verlichting
der maetfchappy, en hemals den Schutsheer allerbe-
ichaefde kennis een onverwelkbaren krans bereidt.
Reeds voor vele jaren kwelde het hem, dat zyne
pogingcn tot bevordering der kennis zich enkel tot
de Natuur- of Werktuigkundige wetenfchappen zou-
den bepalen ; hy vonnde*zich uitgeftrekter uitzich*
ten, en voelde den moed in zich, om derzelver uit
voering ten minilen te ondernemen.
Hy zag met fmart , hoe de meeste kundigheden ,
die de waerdy der famenleving ukmaken , en waeriu
niemand, die eenige aenmerking verdient, behoorde
ongeoefFend te zyn ^ by den hoogeren en mindereii
burgerftand beide , deerlyk verwaerloosd wierden,
Hy bejammerde het bekrompen onderwys der lagc-
re fcholen , en begreep , dat alle verbetering niet zoaenzien en den naeiu
van het Middelburgsch Muftum. Hy vormde een
afzonderlyk Collegie , uit de hoofden van twee dier
onderfcheiden Genootfehappen , aen wien hy den
tiiel van Beftuurderen des Mufd urns afftond*. Voorts
beftemde hy den hof, tot dit huis behoorende, voor
de broederfchap der kruidkundige ten gebruike, en,
bcyverde zich , om ook de kamer der Ontleedkund^
in het zelve te verplaetfen f.
Doch
* Te weten die der Teken-Akademie , en Phyfica. Aen deze ge-
fchiedde zelfs de overdragt van het gebouw, terwyl de Heer VAN
DE PERRE, op zekere redelyke beditigen, de ganfche fora der
kooppenningen op her zelve uitfchoot en behield. De Hoog Welgeb.
Vrouw Douariere heeft van deze geheele pretenfie , ten behoeve van
feet Phyfisch Genootfchap , edelnjoediglyk afgezien.
. I In het jaer 1788 deed hy eene poging om de fmaek voor goedt
boeken te verlevendigen. Hy ftelde , door eene aenmerkelyke, jaer-
lykfche toelage, den Boekhandelaer J. P. Gillisfen in ftaet, om cea
foort van Letterkundig Ifabinet'in het Mufe"um te openen, waer, voor
matige ir.sekeningsprys , elk gelegenheid vond, ora behalvenfist
Ml
r
4 6 L O F R E D E N.
Docli dit alles zou misfchien onbeduidend in zich
zelven geweest zyn, zoo hy hier mede geene verdc-
re uitzkhten gehad had , maer hy meende hier door
een grondilag gelegd te hebben, om de uitvocring
zyner hoogere voornemens op te bouwen.
Dit Mufdiuri , indien het met een dood Hgchaem,
of ten hoogften eene geringe pralery zou blyven; in-
dien het eens van uitgebreider invloed en werkzaem-
heid zyn zou 5 had eenen opziener van nooden , die
als beminnaer en beoeffenaer der wetenfchappen met
eenigen lof bekend flond ; den zoodanigen wilde hy
geerne alle de nog overige zynde vertrekken , een ge-
deelte van dit huis ter woning aftlaen , en daer en
boven voor deszelfs beftaen zoo lang op zyne eigen
kosten zorg dragen , tot dat het zelve op eene andert
wys genoegzaem bevestigd was.
Hy zocht derhalven eenen gefchikten man , dien
hy daer toe aen zyne medebefluurderen des Mufdums
voordragen 9 en ook aen de Regeerders dezer Stad kon
ftenbevlen , die zich van alle andere betrekkingen
Ontflaen wilde , om zich alleen aen den bloey van dit
gefticht, en de bevordering der menfchelyke kennis
op te offeren; die zich ten minsten met eenige, en
met de belaiigrykfte wetenfchappen tot befchaving en
ver-
febrtiik van verfchelde voomame oude i hedendaegfche wer&e&j
lite tlagelyks .witkomende ithrifrn te leaeu, cm onder
beoordeeleo,
LOFREDElSf. 4;
verlicbting van den burgerftand gemeenzaem gemaekt
had, en zich verbinden zou, om in de Nederduit-
fche tael openbaer onderwys in dezelve te geven.
Ziet daer zyn plan , zyne yverige eu befcheiden po-
gin gen 9 tn de voornaemfte hindernis tegen dezelve >
die alleen in bet vinden der behoorlyke bezolding
voor zulk eenen opziener gelegen was, door zyne
edelmoedigheid nit den weg geruimd. Hier hi kent
gy uwen VANDEPERRE, enik zou dvvaesfelyk
mynen lof verfpillen , indien ik lets tot aenpryzmg
eener zoo edele gezindheid zeggen wilde 9 die flechts
eenvoudig behoeft vermeld te wordcn.
Of hy zulk eenen man gevonden heeft ? Hy heeft
denzelven meenen te vinden M. H. Door gimftige en
misfchien al te vleyende berichten by hem bektnd
geworden , heeft hy aen my zyne vereerende voor-
Itellingen gednen ; hy heeft my bereid gevonden , om
voor dezelve dc banden , die my nog aen myne vo-
rige bediening verknocht hielden , geheel los te ma*
ken; bereid om aen zyne oogmerken te beantwoor-
den , naer myn vermogen , en naer de geringe oeffe-
ning van mynen jeugdigen leeftyd. Op dezen voet
heb ik my aen hem verbonden , om zyn mede-arbei-
der in geleerdhcid en bybeloeffening te wezen, en
zyuc hursfelyke GodsclienstoeiFeningen waer te ne
'nren, tot dat hy gelegenheid erlangen zo-u , om aea
zyne verhe-vener oogmerken -my dienstbaer te maken.
"Getyk ik , rra zyn verfcheiden ? iiiet zou kcmnen beg-
rcn of v-^rlvie-z^n 3 om ia zuik'eeri^ betrekklnggeplaet?
te
4$ L F R E D E N*
te zyn , zoo zal ik my ook nimmer beklagen , dat hy'
.deze gelegenheid vruchteloos gezocht heeft ; dacraen
heb ik de twee gelukkigfte jaren mynes levens te dan^
Jken gehad, en zoo ik meende my te mogen bekla-
het zxm voorzeker niet over Hem zyn.
Dus is dit fohoone ontwerp flechts tot aen de ge-
boorte kunnen geraken 9 en verydeld, gelyk nicer zy-
ner edele ontwerpen, gelyk hy nimmer al het nut
.heeft kunnen te weeg brengen, waer toe zyn vcr-
mogen en gezindheid hem in ftaet ftelden. Ik zal de
redenen hiervan niet trachten te doorgronden : de
rampzaligheid der tyden, die wy beleefd hebbeny
lieeft hier aen veel kunnen toebrengen 5 andere oor-
zaken hebben daer toe kunnen medewerken . 44 .
doch het gordyn valle ! Dit is het noodlot van alle
groote manuen, door alle eeuwen heen gevveest, dat
liunne verhevenfte bedoelingen op de onvolmaekt-
heid der menfchelyke maetfchappy als fchipbreuk le-
den 9 en dat zy , ten loon hunner belangelooze opof-
fering van zich zelf, de weereld met deze bewust-
heid hebben verlaten : ik heb lets groots wilkn ver*
richten I
Kan ik hier nu het penfeel nederleggen 9 en myne
reden iluiten , M. H,, daer ik u VAN DE PERRE
als Staetsman, als Geleerden, en als Sehutsheer al-
lerbefchaefde wetenfchappen, naer myn vennogen ge-
fchetst heb ? Of mist myne beeltenis nog hare bon-
ding , hare levendige verwen , en is zy nog als on-
bczield voor uwen gcest gemaeld? Eiscbt gy, dat
ik myne fchets voltooye , dat ik wederom , en thans
bevende, het penfeel opvatte, om zyne deugden^
zyn zedelyk karakter af te beelden ?
.
Ja! bevende zal ik de laetfte hand aen myne' fchil-
dery leggen ; ik zal al de kracht van mynen geest te
hulp rdepen , om niet, door het tederfte aendenkcn
Vervoerd , in den toon der diepe weemoedigheid weg
te zinken : en fchoon ik moeds genoeg gehad heb ,
om u den man van fchitterende verdiensten voor te
ftellen, die moed ontbreekt my^ om den menfchen*
vriend te tekenen.
Maer neen 1 vergt van my deze poging niet ; zy be-
hoort niet tot myne tegenwoordige roeping ; zy is boven
den post van een lofrederiaer ! Het zy zoo , dat d(J
deugd alleen roemwaerdig is ; datt de blinkendfte da-
den dan eerst lof verdienen , wannee'r zy uit dit rei-
lie grondbeginfel zyn voortgefproten ! maer dit gronU
beginfel zelf is ver boven alien lof verheven ; het
zoekt denzelveti niet ; het veracht een fchralen roem ,
dien het met de gelukkig geflaegde boosheid in dezel
weereld deelen moet , en ftaet alleen naer de goed*
keuring van Hem , die in 't verborgen ziet*
Gy 9 zeldzame Nederigheid, die ons leert een an*
der uitnemender te fchatten , dan wy zelve zyn , die
Demand vernedertj niemand bel^digtj niemand t$
P rug
5 b L O F R E D E N.
rug (loot ; die den beminnelyken Grootcn , in 't mid-
den zyner pracht, herinnert nen de waerdy derbloed-
vervvantfchap , waer door vvy alle, uit c'dnen vadcr ge-
Iproten , aen clkander verbonden zyn : Hy kende u
en was uvv voedflerling. Hy vervvarde u niet met
dien niterlyken mom der valfche zedighcid , die u be-
fpottelyk nabootst. Gy woondet in zyn hart en be-
fluurde zyne edele eerzucht , om alleen door loffelyke
en goede daden boven anderen ui.t te munten.. Gy
leefde hern 1 tot den geringften zyner medeburgeren
afdalen , zonder dwang of achterhoirdenherd , des-
zelfs belangcn als zyne eigen te behartigen , en als
cen mensch zich allcs acn tc trekken , wat mcnfcbe-
lyk gevocl betreft. Macr gy gebiedt my ook fpaer-
zaem te zyn in den roem van zyn deugdzacm karak-
ter , en door geen ydelen ophef hem cen verdachten
lof toe te zvvaeyen.
En waer toe zoirde ik trachten u zyn zachtmoc-
dig, toegevend, mcdelydend hart aftemalen, zyn
heufchen omgang , de waerdy zyner onfchatbarc
vriendfchap? Vruchteloos zou ik pogen den diepen
iLdruk, die dezelve voor hct overige myner dagenop
my gemaekt hebben , flechts eenigermate acn den dag
te teggen-i en uwe flaeuwfte herinnering zou myne
woorden in dorre klanken doen verwandelen. Hy
beledigde niemand , hy wist verongelykingen te vci>
dragen , te vergeten en met weldaden te beantwoor-
dcn , en het ontbrak zyne grootmoedigheid
\
L O F R E D E N. 5*
voorwerpcn , om zich luisterryker te vcrtooncu , daa
ik dezelve fchetfen kan.
Waer toe zoude ik zynen yver, otn elk te bclia-
gen 9 te diencn 9 en van ieder bemind te worden ; zy-
ne trouw, zyne opregtheid en redelykheid ,, zyne
verhevenheid boven alle menfchenhatende vooroordee-
len; zyn onverwinnelyken afkeer voor al wat laegen
fchnndelyk was , waer toe zoude ik dezelve in bet
breede opbalen; zy vertoonden zicb in bem onge-
tooyd , in alle hare nntuurlyke bevalligbeid , en ik;
zou een gedwoiigen, kunftigen opfcbik aen dezelve
verfpillen ? Ja ! by was de zegen der maetfcbappy,
by decide nimmer in eenig ontwerp, dat zyne nage-
dachtenis zou Juinnen bezwalken , en zyne gevoelens
waren rein gelyk zyn wandel,
Waer toe zoude ik in den lof zyner onbeperkte
weldadigbeid uitweiden? Hy leefde flecbts om goed te
doen ; zynen evenmenscb op allerlei wys gelukkigte ma-
ken was de beboefte van zyn bart geworden. Daer
toe van zynen overvloed te geven, met geopende
lianden mildelyk uit te deelen , kostte aen zyn onbe-
krompen bart zoo weinig , dat by zicb veeleer geluk-
kig rekende , gelyk aen bet Oppervvezen , de uitdee-
ler zyner gayen te kunncn zyn. Nimmer maekte by
eenigen opbef van zyne milddadigbeid , nimmer bewees
by ze in 't openbaer , dan waer de omftandigbeden
Jipt eiscbten en wettigden , en zelfs bet vertrouwen
Da' dec
J2 O F R E D E N.
der vriendfchap kon de mededeeling zyner geheimc
weldaden met aen zyne kicschheid ontrukken. En
ik zou dezelve uit trompetten ? Zyne nagedachtenis
onteeren 5 door zyne deugd eenen loon te bereidcn ,
dien hy ninjmer begeerd heeft? Ver zy het van my
zelfs dit denkbecld te koesteren !
Komt veel ecr gy alien, die aen hem het genoegen
uwes levens , gelukkige dagenenjarente danken hebt,
ik zal my met uvve meenigte vergezellen , my aen het
hoofd van u alien plaetfen. Komt gy kranke 9 die
llyverkwikt, gy behoeftige , die hy gevoed en ge-
lUeed , gy oude van dagen , die hy onderfteund heeft ;
gy ongelukkige , die hy broederlyk te gemoct kwam ,
wier hoofd hy opbeurcle , wier donkere uitzichten
liy ophelderde ! komt laten wy , v6dr alle andere lof-
Ipraek , aen hem ons weemoedig aendenken , onze
dankbare tranen wyden ! laten wy zyne ftille rustplaet;s
opzoeken 9 en weenende op zyn grafzerk fchryven ;
/?;>r Ugt een mexfchenvrlendl
Edele VAN DE PERRE, uwe deugden zyn met
pwe beeltenis in myn hart gegraveerd ; geene jaren
zullen hare trekken doen verflaeuwen : aen weinige
cdele zielen zal ik , in de aendoenlyke eenzaemheid der
vertrouwde vriendfchap , myn hart over u uitllorten ;
snaer nimmer zal ik uwe '.nagedachtenis onteeren, of
door een ydeleu ophef u een verdachten lof toe-
L O F R E D E N. 53
Ja M. H! gy weet het, hy was e'en beminnelyk
plan. Men kon de liefde der braeffte zyner mede-
burgercn met uitfluitender bezitten , dan hy in- dezel-
ve decide, Zyne achting en de roem van zyn karak*
tcr waren gevestigd , zoo ver men zynen naem kende.
Wat men hem zag verrichten , daer van hield elk
zich verzekerd , dat hy nimmer uit baetzucht of zel-
zoekende bedoelingen handelde , nimmer om' eenige
lage drift te voldoen , maer dat verhevenheid en edel-
moedigheid het kenmerk zyner grondbeginfelen wa-
ren , die hy nimmer verlochende. Zyne zwakheden
zelf konden den gunftigen indruk indruk van zyn ka-
rakter niet uitwisfchen; zy konden voor hem kwel-
lend en vcrdrietig , en de bron veler onaengenaemhe-
den zyn, maer zy waren het nimmer voor een an-
dcr!
Doch wat is menfchelyke deugd ? het gevolg der
opvoeding en der vooroordeelen zelfs; meenigmael
eene fchoon fchynendc zvvakheid , en ten hoogften
het uitwerkfel eeneraengeboren geaertheid, devrucht
van een gelukkig ligchaemsgeftel ! Maer laten w^-
ons door geene klanken of magtfpreuken verbh'nden.
Wy hebbcn, 't is helaes waer ! weinig reden , om
ons op de deugd onzes geflachts te verhoogmoedigen ,
maer zy heeft nogthans ddn fteunpunt , &&n grondbe-
ginfel ? dat haer veradelt , en haer zyn doet 't geen
2y moet wezen , : ftryd en opoffering. JEn dit begin-
D 3 fit
54. L O F R E D E N T .
fel is de Godsdienst. Veitrouwt ti niet op de deugd
van hem, die geen Godsdienst bezit , gelyk gy den
Godsdienst mistrouwt van hem, die geen deugd
bezit.
Ik zou weinig rcgt doen acn uwe gevoelens M. H.
indien ik meende, dat de lof van VAN DE PER-
RE'S Godvrucht uw kiesch gehoor, door den wan-
fmaek onzer Godsdienstlooze eeuw niet bedorven,
zou beledigen. Maer Godvrucht is weder een dier
zeldzame hoedanigheden , die flechts in (like gevoeld,
inet dankbaerheid nagedacht , en inet yver gevolgd
willen zyn , terwyi eene lofTpraek haer zoo weinig
vereert, dat die haer veeleer zou fchynen te verne-
deren.
Beze reden alleen verhindert my , om over de Gods-
dienstige gevoelens van onzen zaligen vriend zoo te
fpreken , als ik geerne zou willen , gelyk ik zou kun-
iien doen , daer ik geduurende meer dan twee jaren
deelgenoot van zynen dagelykfchen omgang, en als
door den Godsdienst zelven aen hem verbonden ge-
weest ben.
.
Hy droeg een dankbaer hart voor het Opperwe-
zen om, en beminde God als zynen Weldoener.
Niets was hem vreemder, dan de denkwyze van vc-
le , die ongevoelig voor hun geluk , hwnnen zegen
flechts als hun wettig deel aenmerken ? en alleen hun-
ne
L O F R. E D N. 55
He fmarten en kwellingen by God als in rekening
brcngen. Hy was vvclfprekend in de optelling zyner
mecnigvuldige voorregten; deze hcrinnering maekte
hem dikwyls weemocdig, en hy verblydde zich in
zyne rampcn en te leurftellingen , als matigingen va
een gcluk , dat hy voor al te groot, al te onderfchei-
den hicld van dat der mceste zyner medemenfchen.
Zoo dikwyls deze herinnering in hem opwelde , zag
ik zyn edel hart van aendoeningen overvloeyen , en
zyne gevoelens , zyn gelaet en woorden vereenigdea
zich in den lof des Oneindigen !
Hct gevoel zyner menfchelyke afhankelykheid,
zoo wel in zyn geestclyk als uitwendig beftaen , was
hem niet llechts gemeenzaem , maer een heerfchendc
trek in zyne denkwyze. Hy bcfchouwde het als het
gevoel onzer kinderlyke betrekking op Hem , die ons
gefchapcn hceft ; cen gevoel , dat den mensch zoo
zccr veradelt, als het hem verootmoedigt , daer het
ons als met God vcreenigt, in God doet leven en
zyn ! ' s
Hy bezat dat groote kenmcrk van een Godvruchtig
hart, een vast en kinderlyk geloof aen de Voorzie-
niglieid. Zyn leven was hem de weg, de Vaderlyke
leiding van God , wiens hand alleen den doolhof det
aeidfche wisfelvalligheid tot een effen en veilig pad
kan maken. Een went van Gods albeftiiur was hem :
meer, dan de. raed en voorflelling van alle zyne
D 4 vriea*
6 L O F REDE R
vrienden , en de -fchrooni , die hem meenigmaal wecf-
hield om zyne voprnemens uit te voeren of aen te
dringen, was de eerbiedige fchroom van eenen
Hiensch, die liever met het Oppervvezen wenscht ia-
men te werken, dan alleen op zyn eigen inzichtcn
lioogmocdig te vertrouwen.
Hy oefFende zich om zyn hart los te maken van al
}yat hem aen de weereld verbond. Zich in ftaet te
gevoelen ; om , wanneer God , zyn pligt of zyn Va-
derland hem riepen , zyne dierbaerfte bezittingen zel-
ve af te ftaen, dit was de wensch,'die hem meenig^
mael op de lippen zweefde ; dit was de hoogmoed van
^enen man , die anders het goede des levens wist te
genieten , en de genoegens te fniaken ,. die op zynen
weg ontloken.
Gods heilige openbaring was hem boven alles
dierbaer; derzelver kracht en verhevenheid werkten
Vermogend op zyn hart. Den tyd , waer in ik ,
door zyn Godvruchtigen y ver opgewekt en ontvlamd 9
alle myne pogingen infpande , om voor hem en zyn
jhuisgezin dit ontchatbaer boek, in deszelfs fchoon-
heid en goddelykheid, voor te dragen, heeft hy dik-
Wyls den gelukkigften tyd zynes levens genoemd*
Hy fchaemde zich zyner Godsdienstige gezindheid
jiiet ; zonder den ophef der gemaektheid deed hy
zich kennen als een Christen ; en de voorganger zy-
Hcr huisgenootcn te zyn, heu tot de kennis van Gods
woojd
L O F R E D E N< $?
woord op te leiden , met hen voor het Opperwezeg
neder te knieLen was zyne blydfchap en zyn roem !
Met de gedachten des dodds en der onfterfelykheid
was hy ten uiterften gemeenzaem ; zy waren hem als
vertrouwde, troostryke vrienden in de eenzaemheid;
zyne dierbaerfte uitzichten ftrekten zich uit tot over
hetgraf. Zyne verbeelding door het woord der open-
baring voor tc lichten en te ontglocyen, om zich ge-
heel te kunnen verplaetfen in die zalige maetfchappy,
waer Christus aen het hoofd zyner verlosten , hen
van alle onvolmaektheid ziil gezuiverd hebben ; dit was
zyne begimftigde bezigheid , en, gelyk hy tneenigmael
beleed^ ook de nuttigfte voor, zyn hart, 2yne kraeh-
tigfte opvvekking tot een hemelsgezinden wandeL
Hy was een Christen , niet in die flacuwe , uitge-
ftrekte betekenis 9 waer door deze heerlyke naem da-
gelyks ontheiligd wordt , maer een Christen door zyn
geloof aen de leer der Verzoening. Hy beleeddezel-
ve niet flechts als eene grondftelling van ons kerk ge
nootfehap , noch uit enkele overtuiging der waerheid ,
maer als noodzakelyk voor de rust van zyn gemoed ^
als de grond zyner verzekering van Gods onfehatba-
re gunst, en als zyn vertrouwen voor de eeuwig-
heid. Dit geloof was by hem helder en verzekerd ^
en hy kende geen veiliger toets van hetzelve, dan
een waer Christelyk gevoelen, eene gezindheid,
eenigermate gelykvotoig aen die van Jezws en zyne
Apostelen*
Zoo
5S LOFREDEN.
Zoo leefde VAN DE PERRE, zoo ftierfhy o'ok,
gelyk een zegepralend Christen, die door de ver-
diensten van zynen Heer en Verlosfer reeds den
dood en hetgraf heeft overvvonnen. Zoo is hy, voor
een verblyf in zaliger gewesten, aen ons oog vooral-
toos ontrukt! Wy ftaren hem weenende achter na ,
en 't geen ons van hem is ovcrgebl even , zyn voor-
beeld en zyn aendenken , zullen ons deeds orifchcnd-
, ea heilig aen ons hart wezen !
.
.
LYST DER
IN HIST rrFTIENDE DEEL;
^fj ntwoord op de vraag: "betreffende hei
a) beste middel , cm de Wis- Ndtuur-
35 en Teekenkunde algemeener in trein te
5, brengen; en derzelver aanieeririg ge-
55 maklyker te makeri": door ADRIAAN
VAN SOLINGEN, Med. DoCt. t Aft.
obftetr. Lector 9 te Middelburb* - bh ii
Antword dp her vborftel: "over de w^ze, op
53 welke kooplieden, commisfionarisren ,
55 of ondernemers van fabriken eri trafiken ^
3 5 in de Prdvincie van z & E L A N D , gele* ,
3, genheid kunnen bekomen , om (voorze-
35 kerentyd") gelden "ft depofito of op wis-
35 fel inachtig te Worden : zoodat teffenS
35 de geldfchieters zekerheid hebben voor
de veilige herkryging van hoofdfoiii eri
35 interesfeti" : door JOACHIM RE-
DRIK MULLER, te Amfteldanl. 205.
Ar.twoord op de vraag: "naar de teden,
35 waarom de kinderpokjes , fomtyds , hier
35 en elders onverwacht zich openbaren 5
55 eh of 'er ook ten dieri opzichte voorbe-
3, hoedende middelen te bedenkeii zyh" :
door s. A. DE MORAAZ^ Mtd* DocK
?A W '*' ^ 3
Ante
LYST
r n t twoord op de vraag : "nopens de gefchikt-
99 fte middelen, om nuttige ontwerpen 9
99 in deze en gene werken opgegeven, tot
nut der Maatfchappy in trein te bren-
gen 9 *-: door ALEXANDER BENJA-
MIN PARDON, te Amfleldam. bl.
481.
ANT-
ANTWOORD
OP DE(
V R A A G
VOO R HE T JA AR.
MDCCLXXXVIL
OPGEGEVEN:
De PfSis- Natuur- en Teekenkunde 9 van eenen lykans
algemeenen Invloed op alle kunften en handwerken
zynde ; word gevraagd op te geven : welk het beste
nriddel zy , om die kundigheden ajgemeener in trein
te brengen ; en derzelver aanleering 5 voor minvtr*
mogenden^ gemaklyker te maken?
aan het welke de gouden eerprys 9 door het ZEEUW-
SCHE Genootfchap der Wetenfchappen , den negen-
en-twintigften van Wynmaand des jaars 1788. is
toegewezen.
tladz. 3
ANTWOORD
OP D E
V R A A G:
De Ifas- Naiuur- en Teekenkunds , van eenen bykuns
algemeenen invloed op alle kunflen en handwerken
*>ynde ; word gevraagd op te geven : welk het beste
middel zy , om die kundigheden algemeener in trein
te brengen ; en derzelver aanhering , voor minver*
mogenden 9 gemaklyker te maken f
DOOR
ADRIAAN VAN SOLINGEN.
onder de zlnfpreuk:
QUO SEMEL EST IMBUTA, RECENS,
SERVABIT ODOREM TESTA DIU/
VERDEELING
D R
HOOFDSTUKKEN.
I. Over den waren sin der Fraag.
II. Over de oorzaken, waarom de PF*i$*
en Naftturkunde niet zoo veetin trein
zyn> als zy behoorden te yn.
XT, MB*. A 2 IIL
4 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
III. Over de byzondere middelen, welken
gefchikt zyn om de Wis- Natuur* en
Teekenkunde in algemeener' (rein te
brengen.
VI. Over het beste algemeene middel, om
de Wiskunde algemeener in trein te
brengen : en derzelver aanleering,
voor mm vermogenden, gemakkely-
ker te maken.
EERSTE HOOFDSTUK.
Over den war en zin der Vraag.
GENOOTSCHAP vooronderftelt
den bykans algemeenen INVLOED der
WIS-. NATUUR- en TEEKENRUNDE Op al-
le kunften en bandwerken ; en t evens
een GEBREK aan genoegfame KUNDIGHE-
DEN in deze WETENSCHAPPEN.
Op deze twee ONDERSTELLINGEN
word de VRAAG gebouwd: "welken de
gefchiktfte mlddekn zyn, om gemelde
WETENSCHAPPEN algemeener in trein
te brengen ; en derzelver aanleering voor
mm vermogenden gemaklykerte maken".
Het komt my voor eene onbe-
twistbare waarheid te zyn , "dat het
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 5
der Godlyke befturing, in den ke-
ten Harer Voorzienigheid, niet kan
behagen , de wis- en natuurkundi-
ge wetenfchappen onder werklieden 9
die derzelver ondergefchikte kun-
(ten beoefenen , in algemeenen trein
te doen zyn : de orde der din-
gen, en '\\sigeluk der zedelyke maat-
w fchappy, - Jcbynt met eene algemeene
beoefening dier wetenfchappen on-
beftaanbaar".
By deze bedenking verzoeken wy,
ter opfporing van den WAREN zin der
VRAAG, eenige weinige oogenblikken
te mogen flil flaan.
i De wyze en voortreflyke orde, wel-
ken wy in de natuurkundige en zedely*
ke waereld opmerken, koride nimmer
.regelmatig voortduren, zoo de groo-
te meerderheid van het menschdom be-
gaafd ware met die gefchiktheid , welke
tot het beoefenen der wis- en natuur-
lunde vereischt word: onder de
gefchiktheden tot eene zoogenaamde
mathemati/cbe ziel bedoel ik, thans,
voornamenlyk de vermogens en heb-
Jykheid om regelmatig en afgetrokken
te denken. Was de meerderheid
van het menschdom met zulk eene
A 3 ma*.
^6 A. VAN SOLINGEN, AMTWOORD
mathematlfche ziel begaafd, 200 zou-
den, welhaast, de werkfaamheden der
zedelyke waereld niet alleen afwy-
ken van die volmaakte orde ; maar
2elfs eerlang in eene ftroeve eenzel-
vigheid omgekeerd en veranderd wor-
den.
De mensch leeft OF in den ftaat der
natuur; OF in dien der befchaving: geen
dezer beide ftanden, 2al 'er voldaan
worden aan de orde der dingen, kun-
nen de algemeenheid der wetenfchap-
pen toelaten: de ftaat der natuur
fluit derzelver ontwikkeling van zelve
uit: om dat de mensch, behoeftig ge-
boren, (terwyl hy in dezen ftaat zelf
met zyne medemenfchen eene maat-
fchappy van I onderlirige hulpreiking
uitmaakt,) zyn gantfche leven tot het
Verzorgen van zyn' leeftocht noodig
beeft [a\ : maar zal men dan niet met
recht
\a] De bewoners van het zuidelyke NIEUVV GAL-
LIE , die , zoo wel als hunne naburen , in den eer-
ilen natuurftaat leven; die, zonder kleederen, en
zon'der woning, naakt en gelyk de dieren, altyd in
de opene lucht leven : (zie de reize van Kapt. COOK,
verz. van HANKESWORTH, Tom. III. L* HI. ch. i
en 2.) brengen him gantfche leven door, met het
visfchen van oesters, mosfels, petoncles, en nndeye
fchelpvisch ; met het bouwen van pirogues of fchuiteQ
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 7
recht verwachten, dat in eenebefchaaf-
de maatfchappy, de wetenfchappen in
algemeenen trein behoorden te zyn.
Het is echter ver van daar: de befcha-
ving teelt behoeften: kunften en we-
tenfchappen hebben aan den eenen ; de
weelde, en wellust aan den anderen
kant; die behoeften oneindig vermeer-
derd: dezen hebben den mensch
doen bedacht zyn op alles , wat hem
die behoeften konde bezorgen : hierom
handelde hy met vreemden; van daar
de huisbouw , Jcheepsbouw , zeevaart,
trafiquen , manufacturen , oorkgsbouw ,
en meenigvuldige andere uitvindingen 9
A 4 wel-
tot deze vangst noodzaaklyk ; en met het maken van
harpoenen ? hengels , en fleeptouwen , waarmede zy
andere visfchen vangen : de Oosterlingen FiiL-lden
zich met den land- en veldbouw bezig : de Noord-
fche volken leefden meest van de jacht : en onzc
voorvaders , die ruvv en onbefchaafd , in de (IrcngJle
konde, riaakt omliepen , leefden van vruchten , boter,
en kaas ; bouwden zQirt-rafinaderyen , en geneerden
zichmet het vangen van baring: in e'dn woord, ai-
le de werkfnamhcden van het menschdom bepalen zich,
in den ftaat der natuur, tdt het opfporen van hun-
nen leeftocht , en tot die onderlinge hulpreiking eii
ruwehandwerken, zonder welken zyniets minder dan
dien leeftocht zelve misfen. Zoo lang nu eene natle
haar' gantfchen leefryd tot het opfporen van haar
onderhoud noodig heeft, blykt het van zelve, dat d,*
ontwikkeling der wetenichappen met zulk een' Itanci
onbcftaanbaar is.
8 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
welker beoefening eene meenigte van
werkende menfchen, of laat my liever
zeggen van werktuiglyke wezens , ver-
eischt. Wat nu zal het lot zyn der
maatfchappy, warmeer derzelver groot-
fte gedeelte fmaak en vatbaarheid heeft
voor eene ftrenge en wiskundige rede-
neerkunst, en voor de befpiegelende
wetenfchappen in 't algemeen ? Die
eens den (maak weg heeft van de be-
koorlykheid der wetenfchappen, zal,
om zich op dezelven toe te leggen, de
handwerken laten varen : waardoor
zoowel de werktuiglyke arbeidfaam-
heid , als het lichaamsvermogen , na-
tuurlyk verminderen ; 'en het gebrek
aan handwerkers, die de maatfchappy
in zoo een groot getal noodig heeft ,
vermeerderen zaL
Dit heeft vooral plaats omtrent de
; en natuurkunde , die een' onmid-
delyken invloed op de werktuigkun-
de, en deze op de handwerken heeft.
Die zich de werkiuigkunde op eene leer-
ftellige wyze eigen, en zich in derzel-
ver wiskundige beginfels kundig, ge-
maakt heeft, zal geheel onbereidt zyn ,
om als een werktuiglyk huurling by
den tyd te werken: die langs het
pad
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 9
pad der wiskunde voor de nuttigheid
en fchoonheid van de beoefening der
flerrekunde is vatbaar geworden, zal
weinig gefchikt zyn , om in het wand
te klimmen , of anderen arbeidfamen
'fcheepsdienst te verrichten: in een
woord , het zoude mangelen aan zul-
ken, die in een' ondergefchikten rang
hand moeten aan 't werk flaan , in
plaats van te denken : wie zal zich in
zulken ftaat niet liever doorde befpie-
gelende wetenfchappen, dan door de
handwerken, eene broodwinning zoe-
ken te bezorgen? wie niet den taak
van onderwyzer ver boven dien van
werkman verkiezen? en welk werk-
baas 2al niet liever een' onderhoo-
rigen werkman aannemen , die wel
doorwerkt , dan die zyn' geest afflooft
met zelf te or diner en en te denken,
en hierdoor het werk zoo wel te ver-
warren als te vertragen.
Voegen wy nog twee aanmerkin-
gen hierby: vooreerst: elk flaagt niet
even gelukkig : van hier > dat velen
halfgeleerden blyven : te meer, daar
het grootfte gedeelte tog met werken
den kost zal moeten winnen: zoo
nu dezen, gelyk veelmalen het geval
A 5 is,
CO A. VANSOLINGEN, ANTWOORD
is, groote denkbeelden vormen van
hunne eigene kundigheden, wat al
fedante y wysneuzige, werklieden zullen
'er dan, door het algemeen in trein
zyn der wiskundige wetenfchappen,
geboren worden? welken, terwyl zy
hunnen tyd verflyten met zelf te ordi-
neren, een zeer onvolkomen werk uit
de hand zullen geven.
En gefteld , ten anderen , dat elk
tamelyk gelukkig flaagde: hoe onge-
lukkig zoude dan niet het gelaat der
rnaatfchappy zyn ? Thans bepaalt zich
de eerzucht onder jonge lieden, die
een handwerk leeren, pm hun beroep te
kennen ; om een gezeten lid der maat-
fchappy, echtgenoot, envader te zyn:
als zoodanig bezorgt hy aan zyn huisge-
zin nooddruft, en werkt ten nutte van
\ algemeen: maar, der wetenfchappen
ingelyfd, krygt hy allengskens meer
kennis aan 't gene hy niet weet; vol-
doet minder aan zyne beftemming; en
jnist die broodwinning, die zyn beroep
hem zoude gegeven hebben: dryft
de nooddruft hem , om hand aan 't werk
te flaan, dan beklaagt hy zich, voor-
fcien zynde van kundigheden, over de
ongelyke bedeeling der fortuin^ 't ge-
voel
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. II
voel zyner eigene waardigheid doet
hem, met grieving, het lot ondergaan
om , als een werktuig , ordlnaniien
van misfchien minkundigen te moeten
uitvoeren : van hier verveling, mur-
murermg , en in een woord het ge-
brek van geluk , orde, en overeen-
komst der dingen, in de zedelyke
waereld.
Om kort te gaan , het meerderdeel
des menschdoms is gefchikt om te
werken; en het minderdeel om zich
met denken bezig te houden : 't gene
uit de natuur der fchoonheid van de
zedelyke waereld nogmaals, en ten
laatften duidelyk, blyken zal.
Het gebouw der zedelyke waereld,
uit de hand der ALMACHT voortgeko-
men, kan niet anders dan volmaakt
fchoon zyn : dus moeten 'er in
hetzelve eenheid en verfcheidenheid
regeren, welken het echte kenmerk
der fchoonheid zyn. De minder wys-
geerige vernuften doen de afgetrok-
kene en regelmatig denkende wezens
uitkomen: zy fpreiden de verhevener
vernuften ten toon, als zoo vele fiera-
den en pronkflukken, die (by gebrek
van verfcheidenheid) van hunne fchit-
te-
12 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
terende fchoonheid zcuden zyn be-
*oofd gebleven.
Ik ben nochtans ver daar af , om
die vernuften , welken minder verheven
zyn, te befchouwen als plaats te heb-
ben in wezens van minder waarde! in-
tegendeel, ik merk dezelven aan als
wezens,, die door hunne arbeidfaamheid
evenveel toebrengen tot de fchoonheid
van het geheel; en onder welken eene
maatfchappy langer ftaande zoude bly-
ven, dan eene van alleen denkende
wezens : ik heb eerbied voor een wer-
kend wezen, dat in het zweet zyn's aan-
fchyns, zoo duidelyk voldoet aan het
groote plan, 'twelke Goobetoont met
de menfchelyke maatfchappy voor te
hebben : akans kan men by voorraad
van hen vastftellen , dat zy voor zich
fcelven waarlyk gelukkiger zyn: daar
fcy, zoo dikmalen him arbeid vol-
voerd is, de voldoening hebben van
hun oogmerk te bereiken; terwyl het
fcherpe en geflepene denkvermogen
zoo meenigwerf de bekrompenheid
van zyn eigen verfland, en het ruime
veld zyner onkunde, erkennen moet,
als het, door de fchors der zaken, in
de
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 13
de natuur der dingen , en derzelver
kunftig waarom , wii indringen.
Deze voortrefFelyke verfcheiden-
heid , welker famenkoming in een
punt de fchoonheid der waereld uit-
maakt, word menalleszinsin deftofly-
ke waereld gewaar: beiden zyn zy een
prachtig tafereel , waarin het duistere
het licht doet voorkomen , doormengd
met fchaduwen ; op dat de fchoonhe-
den door de vereischte hoogfels zou-
den zichtbaar worden. Van waar zoude,
in de ftoffelyke waereld , de regenboog
harepracht ontleenen; zoo hare kleu-
ren eenzelvig waren ? Van waar zoude
men in de zedelyke waereld kennis
aan het goede erlangen; zoo de
perfte WYSHEID niet toegelaten ha<
dat het zedelyke kwaad voortkwame ?
Diezelfde fchoonheid heeft in de
bedeeling der redelyke vermogens
plaats: zonder welken de verhevener
wezens, tegenzulken , die meer werk-
tuiglyk dat is volgens den leid-
draad van anderen denken , verfto-
ken zouden zyn gebleven van alle hun-
ne uitftekendheid.
Met oogmerk bedien ik my hier
van het woord uitfiekendhsid; want ze-
fcer
14 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
ker, het zedelyke goed, zoude (zoo-
wel als de voortreflykheid der verhe-
vener redelyke denkvermogens) al zy
ne eigene waarde blyven behouden, al-
ware het, dat beiden nergens by konden
vergeleken worden: maar, voor 200
ver deze waarde ons alleen door ver-
gelyking kenbaar word, zoo blykt het,
dat derzelver verfcheidenheid tot de
natuur van de fchoonheid der zedely-
ke waereld onmiddelyk behoort.
Deze zyn de bedenkingen, afgeleidt
van de orde der dingen, het geluk
der maatfchappy, en de fchoonheid van
de zedelyke waereld , welken my over-
tuigend zyn voorgekomen , om te be-
fluiten, dat met dezelven het algemeen
in trein wezen der wiskundige weten-
fchappen onbeftaanbaar zy : beden-
kingen, welken ik, ter opfporing van
den waren zin der Vraag, heb moeten
laten voorafgaan : op dat niet aan zul-
ken, die met my inftemmen, dat ge-
melde wetenfchappen niet algemeen
kunnen zyn , beiden Vraag en Ant-
woord ongerymd zouden voorkomen.
Ook vordert het Genootfchap der-
zelver algemeenheid niet: maar de
yraag heeft voornamenlyk TWEE doel-
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 15
einden. Het eerfie doeleinde is, te be-
vorderen dat de wiskundige weten-
fchappen algemeener in trein waren,
dan zy werkelyk zyn: en zekerlyk*
wanneer men in overweging neemt,
hoe vele jonge lieden van rang zich
eenmaal in de gewichtige omftandig-
heid zullen bevinden, om te moeten
oordeelen over leven en dood van
hunne natuurgenoten; tot het wel uit-
voeren van welken hachelyken post,
meer dan ooit, eene wiskundige, re-
gelmatige , en ftrenge wys van denken
vereischt word: hoe vele anderen
de wis- en natuurkunde nog meer on-
middelyk zullen van nooden hebben ,
wanneer zy, tot het maken van ont-
werpen in de burger- of miHtaire
bouwkunde, in den fcheepsbouw, in
den waterbouw, of rivierkunde, ter af-
wering van den geduchten vyand de-
zer gewesten, geroepen zyn: hoe de
kennis der kusten, gronden, en ftroo-
men; hoe.de gantfche zeevaartkunde
tiietmfoliditeit winnenzoude, wanneer
''er meer wis- en natuurkundige waar-
nemeren waren, onder hen, die op*
fcicht hebben over zulke lichamen, met
welker \yelvaart en goede befturing,,
niets
1 6 A. VANSOLINGEN, ANTWOORD
niets minder dan de voorfpoed van
het Vaderland verbonden is : welke
ellendige vertooning de Godgeleerd-
heid, en de geneeskunde, zonder ken-
nis aan denatuurkunde, maken zullen:
hoe noodzaaklyk het zy voor rechts-
geleerden zich eene hebbelykheid te
verkrygen van regelmatig redeneren en
ftrenge betogen: wanneer men dit
alles in overweging neemt, zoo ziet
men , met hoe veel recht het geleerde
Genootfchap naar middelen uitziet,
om gemelde wetenfchappen meer in
trein te brengen , dan dezelven tegen-
woordig zyn.
Het tweede doeleinde der Vraag is,
te zoeken naar middelen , om der-
zelver aanleering voor minvermogen-
den gemakkelyk te maken: een ge-
wichtig doel waarlyk, wanneer men
in aanmerking neemt, dat de uitdee-
ling van talenten en vernuften niet be-
paald zy aan rang of geboorte :
hoe vele gezonde vernuften wyds en
2yds onder den gemeenen man ver-
fpreidt zyn, die (indien zy in goede
handen gekomen waren; indien der-
zelver ouderen zich in de gelegenheid
bevonden hadden, om hen tot denken-
de
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 17
de wezens te vormen ;) ten behoeve
der wiskundige wetenfchappen fchran-
dere en nuttige leden der maatfchap-
py hadden kunnen worden : en hier-
om ga ik, geheel doordrongen van de
nuttigheid der Vraag, thans over tot
het opfporen dier OORZAKEN , welken
beletten , dat deze wetenfchappen in
geen' algemeener' trein zyn: en wel-
ker uit den weg ruiming of verbetering
wel degelyk binnen het bereik van on
ze pogingen zyn.
TWEEDE HOOFDSTUIC.
Over de oorzaken, waarom de wiskun*
dlge wetenfcbappen niet zoo wel in
trein zyn, ah zy behoorden te wezen.
Wanneer men de verfchillende re-
delyke en verftandelyke vermogens
onder het menschdom gadeflaat, moet
men 2ich verwonderen, hoe deszelfs
grootfte gedeelte, veeleer, met hunne
gedachten voortdraven, volgens de in-
drukken, welken zy van elders ont-
leend hebben; en hoe weinigen eene
heblykheid gekregen hebben, van
J)ML. B regels
1 8 A. VAN SOLINGEN , ANTWOORD
Tegelmatig denken, redeneren, enflren-
ge gevolgtrekkingcn: eene heblyk-
held, die tot hetbeoefenen der wiskun-
dige wetenfchappen volftrekt nood-
zaaklyk is. Over deze ongefchiktheid
van den mensch, om regelmatigte den-
ken, klagen niet alleen de beroemdlte
wysgeeren ; maar MALLEBRANCHE ,
NICOLE, PASCAL, en LOCKE, fporen
fcelfs de oorzaak daarvan op; en ge-
ven middelen aan de hand, om dit ge-
brek te verbeteren.
In de doorgaande ongefchiktheid
van het vermogen der meeste men-
fchen , om zuivere en regelmatige
denkbeelden te vormen, meenik, dat
de voorname en algemeene oor^aak ge-
legen zy, waarom de wiskundige be-
ginfelen zoozeer verzuimd worden; by
velen onaangeroerd blyven ; en dat
zulken, die den weg der wiskunde be-
ginnen te betreden , dikmalen zeer
fchielyk in hunne vorderingen blyven
fteken.
Is de^e ongefchiktheid van het
menschlyke verftand tot het vormen
van regelmatige denkbeelden, en
daarom tot het beoefenen der wiskun-
dige wetenfchappen, aan de gering-
held
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. f
held en gebrcklykheid van het denk-
vermogen zeive, dan wel aan andere
oorzaken, toe te fchryven? Offchoon
nu het OPPERWEZEN in de vermogens
der redelyke wezens zekere trappen
hebbe willen ftellen, zoo kan daar-
om het denkvermogen der menfchen,
in 't algemeen , op zichzelve niet als
ongefchikt tot het vormen van regel-
matige denkbeelden befchouwd wor-
den. GOD heeft den mensch, door het
redelyke verfland, boven alle zichtba-
re wezens verheven ; en hem boven de-
zen eene uitftekende meerderheid toe*
gekend : hoe nu zoude de mensch dat
Godlyke gefchenk zich kunnen ten nut-
te maken , zoo hy geen regelmatig ge-
bruik van zyne verflandelyke vermo-
gens maken konde; en zoo de onge-
ichiktheid, om dezelven wel te leiden,
niet aan zyne eigen fchuld, of aan an-
dere oorzaken, ware toe te fchryven.
Veelmin kunnen wy onderflellen ;
dat het OPPERWEZEN ons in omftandig-
heden geplaatst hebbe, welken ons be-
letten gebruik te maken van onze rede-
lyke vermogens : daar wy, uit de grond-
beginfelen eener zuivere zedekunde^ 1
gerust , als bewezen nederzetten 5
B 2 dat
10 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
dat de Hemel ons, integendeel, de mid-
delen gefchonken hebbe, v/elken ge-
fchikt zyn: "om ons verftand te beoe-
2, fenen en te verbeteren ; ons oor-
9> deel te onderrichten; een' fchat van
w nutte kennis op te zamelen ; en ons
de t kunst en bekwaamheid van wel
te redeneren eigen te maken".
Men kan evenwel niet ontkennen ,
dat de betrekking , waarin zich het
denkvermogen met de zintuigen ge-
plaatst vindt, aanleiding geve tot de-
ze ongefchiktheid.
Dewyl op de verfchynfelen , welken
de zintuigen nopens de wetten der
natuur opleveren , door weelderige ver.
nufcen lichtelyk eigenfchappen aan de
lichamen, en vermogens van werkfaam-
heid > zouden worden toegekend, wel-
ken niet op de rede gegrondt zyn ,
jnaar alleen op gewaagde gevolgtrek-
kingen uit zintuiglyke waarnemingen
van natuurlyke verfchynfelen : zoo heeft
voormaals het ZEEUWSCHE Genooifcbap
der Wetenfchappen wyslyk goedge-
vonden^, de gewichtige vraag voor te
ilellen : "in hoe ver men in het opfpo-
ren der natuur zich veilig op zintuig-
v lyke verfchynfels verlaten moge"?
op
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 21
op welker beantwoording de geleerde
j. VAN IPEREN , en de uitmuntende
verhandeling van PAP DE FAGARAS, de
uitgeloofde eerpryzen behaald heb-
ben.
Eveneens als de ziel , in hare zede-
lyke werkfaamheden, gedurig (in de-
zen proefllaat) door de aanvechtingen
der zintuigen, van het pad der wys-
heid, tot het bejagen der zintuiglyke
genietingen, word afgetrokken : zoo
ookword het verftand, in de natuur-
kundige wetenfchappen , van de waar-
heid verwyderd, door eene onberede-
neerde toepasfing der zintuiglyke ge-
waarwordingen op het gelaat der na-
tuur.
Toen de wysbegeerte der fchool-
gcleerden bepaald was binnen fien
kring van zintuiglyke kunstteekens ;
werd byna al wat adem haalde een
wysgeer : de verftandigften gevoel-
den het gebrek van den al te grooten
invloed der zintuigen, zoo dat zelfs
fommigen, met eene tegenovergeftel-
de uitfporigheid, de zinlyke indrukken
geheel wraakten: daarpm verkoos
DEMOCRITUS liever blind te zyn, op
dat de zintuigen zyn verftand niet be-
B 3 ne-
t
32 A. VAN SOLINGEN, ANT WO ORD .
nevelen, en het vermogen zyner re-
den onderdrukkenzoude: SOCRATES
verheugde zich, toen hy zyne ontbin-
ding zag naderen , op dat hy , van dit
logge aanhangfel des zintuiglyken ftofs
ontDagen y de waarheid en wysheid in
haren volkomen' glans , zonder verhin-
dering, zoude kunnen ondervinden.
In het mhbruik derhalven der zin-
tuiglyke gewaarwordingen , en derzel-
ver onberedeneerde toepasfing op de
natuur der dingen , vinden \vy de eer-
fle oorzaak van de ongefchiktheid der
menfchen , tot het vormen van zuive-
re denkbeelden en regelmatige rede-
neringen : welke gewaarwordingen ,
200 zy wel beftuurd en toegepast wor-
den, integendeel gefchikt zyn , om
(door middel der waarnemingen en
proefnemingen) aan het verftand de
data op te leveren, op welken, ter be-
vordering van de kennis der natiiur ,
wiskundige redenenngen kunnen ge-
bouwd worden : weshalven de zin-
tuigen, zoo zy niet misbruikt worden,
uit hunne eigene natuur moeten be-
fchouwd worden , als zoo vele voortref-
Jyke lyftrawanten der ziel, (om my met
den geleerden JORD dus uit te drukken)
waar-
OVER DE WIS- NAT. EN TEfiKENK. 23
waarmede de Opperfte WYSHEID den
mensch begunftigd heeft; op dat hy
van dezelven , onder bet geleide detr re-
den , ten behoeve eener gemaklyfce
uitoefening zyner verftandelyke ver-
mogens , gebruik zoude maken.
Eene tweede oorzaak van het gebrek
der heblykheid, om regelmatige denk-*
beelden te vormen ? het welke by zeer
vele menfchen heerscht, is gelegen in
eene te weelderige werkfaamheid der
verftandelyke vermogens : v/aardoor
zeer vele beoefenaars en voorftanders
der wetenfchappen , zich veeleer tot
genien vanfmaak , dan totjlrenge denken
vormen: dezen ncmen vele dingen
te gelyk by de hand, en fporen ver-
fcheide takken van wetenfchappen opj
maar blyven meest aan de fchors der
zaken hangen: zy kennen de gefchie-
denisfen; de uitvindingen der natuur-
kunde; en de verfchillende gevoelens
der wysgeeren zyn aan hunne kennis
gekomen : de famenleving met zulke
genien, die in de voortbrengfels van
han geheugen en deszelfs uitgebreide
kundigheden uitmunten , is alleraan-
genaamst, en draagt niet zelden dea
toegezwaaiden lof weg van hwnne be-
B 4 won-
24 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
wonderende natuurgenooten: * maar
is het te doen, om de waarheid te ken-
nen; en op te fporen, of wy in onze
kundigheden gronden van zekerheid
hebbcn : moet him oordeel en ver-
ftand op de keper befchouwd worden :
hebben zy de onvoorzichtigheid , om
eens immer lets ftaande te houden :
zoo ziet men eene fchrale reden,
fcich fchuilhoudende achter den weid-
fchen optooi van een fchitterend ver-
nuft: wat zy ook ftaande houden ,
valsch of waar , het is al eens ! in
beide gevallen word hunne zwakke
reden over ftaag gezet: in het eerfte
door de fnedigheid der drogredenen:
en in het tweede gevaldoor de zege-
pralende kracht der waarheid.
Maar de, bovenal meest werkende ,
en derde , oorzaak moet aan de ver-
keerde leiding worden toegefchreven,
waardoor der jeugd, by de opvoeding,
alle aanfpraak op het gebruik van him
eigen denkvermogen als het ware ont-
zegd word: door dezelve te gewen^
nen aan het aannemen van fyftemata,
welken haar als vastgeftelde waarheden
worden ingeprent, door hen, wien
de zorg hunner opvoeding is toever-
trouwd:
OVER DE WIS~ NAT. EN TEEKENK. 25
trouwd : hierdoor word in de jeugd
ecne gewoonte geboren, om hare ge-
dachten , en daaruit voortfpruitende
handelingen, in te richten volgens het
richtfnoer van die beginfelen , wel-
ken zy van anderen ontleend hebben:
die, hoe goed misfchien anderszins,
tog altoos onberedeneerde beginfelen
bly ven , voor zoo ver hunne ziel aan-
gedreven word, om volgens dezelven
te handelen, zonder dat het verftand
zelf daarby denkt.
De groote kenner van 's menfchen
verftand, de beroemde LOCKE, is van
oordeel, dat de meesten, daar zy de
dingen op het gezag van anderen ont-
leenen, hun vermogen, dat zy hebben
om hunne toeftemming aan zulk of zulk
eene zaak te geven, misbruiken, door
hunnengeest op eene flaaffche wys aaa
het gezag van anderen te onderwerpen.
Van de vroegfte tyden war en de
fcholen der wysbegeerte aan dit euvel
ziek: elk wysgeer , die maar eenigen
naam had , verkreeg volgeren : wel-
ken, nietdoor overtuiging, maar naar
mate derzelver gezag vooraf indrulc
op hun gemoed gemaakt hadde ,
hunne flelfels omhelsden, en zich on*
B 5
26 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
der de flagordenen van deze of gene
gele^rde party vervoegden.
Door dit blindelings opvolgen der
ftelfelen van ouders en onderwyzers,
ontneemt de mensch aan zyn eigen
verfland volftrekt alle mooglykheid ,
cm voor zichzelve te denken : hier-
door word hy veeleer een redeloos
flelfeldryver , dan een wezen , ge-
fchikt om onder het geleide der reden
den aard der dingen te onderzoeken ,
en, langs de trappen der wiskundige
2;ekerheid , eene neblykheid van den-
ken en ftreng redeneren te verkrygen.
Ter bevestiging van deze waarheid
hebbe men, op de hooge fcholen ,
zelfs onder jonge Heden, die zich oe-
fenen, flechts het oog te vestigen op
die meenigte, waarvan fommigen (in
vroegere tyden) zich eene eer reken-
den , zonder voorafgaand onderzoek ,
de party van DESCARTES; anderen die
van ARISTOTELES , te zyn toegedaan:
en (naderhand) fommigen de gevoelens
van LEIBNITZ, en WOLFF; anderen die
van NEWTON , en CLARCKE , zoo laat-
dunkend als waanwys, te omhelzen.
Ziet men niet velen, welken al het gene
van de beginfelen der ftof, en de wezen-
heid
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKJENK. 27
held der dingen, geleerd word; ande-
ren alles, wat omtrent de verfchynfe*
len der natuur berekend is; naar mate
hun deze gevoelens, door het gezag
van anderen, zyn ingeboezemd : by
wyze van partytrekking aannemen en
handhaven ? daar zy integendeel f
zoo hun eigen onderzoek en denkver-
mogen voor henzelven werkfaam ge-
weest ware , zouden ontwaar gewor-
den zyn, dat de uitmuntendfte wys-
geeren hunne voortreflyke gevoelens ,
niet zelden , flechts als proeven heb-
ben voorgefteld.
Vooroordeelen zyn het eigenaardige
gevolg van het gezag van anderen :
het verftand hecht zich vast aan begin-
felen, die het, zonder onderzoek, voor
vastgeftelde waarheden aanneemt, ea
erkent: hierop draaft het denkver-
mogen, zonder eenige omzichtigheid,
voort; en kan ondertusfchen , terwyl
het zyn' vasten grondflag ontbreekt,
nimmer eenige waarde of ftrengheid
erlangen.
Langs zulk eene leiding word evenr
wel gemeenlyk de jeugd opgevoedt: *
men gewent het jeugdige verftand al-
yroeg aan kluisters, waarvan het de
18 A. VAN SOLINGEN , ANTWOORD
zwaarte niet kent: men geeft zich
vele moeite om de leerftelfels in te
prenten ; en op dezen wederom andere
denkbeelden te bouwen: terwyl men
geheel verzuimt, om het voor zichzel-
ve te leeren denken.
Eene der voornaamfte, en vierde ,
tofzaak van het doorgaande gebrek der
heblykheid, om zuivere denkbeelden
en regelmatige redenerlngen te vor-
inen , zoo wei als de daaruit voortko-
jnende ongefchiktheid tot het beoefe-
nen der wiskundige wetenfchappen ,
moet toegekend worden aan eene vry
algemeene onkunde van onze eigene
vatbaarheden en vermogens : im-
mers, daar ieders verfland op eene ze-
Icere wys bepaald is , zoo valt het zeer
moeilyk den kring onzer eigene vat-
baarheden voor ons zelven te bepalen;
zelden zal hier ons oordeel rechtvaar-
dig zyn: een neerflachtig en dik-
bloedig geftel zal naauwlyks durve.n
gelooven 9 dat de gefchiedkundige ken-
nis van de verfchynfelen der natuur
een voorwerp is zyner vatbaarheden:
terwyl de levendige geest, wiens
bloed vlug door de aders fnelt , met
verbeelding tot aan de beginfelen
der
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 29
der ftof doordringt: hy kent de
ondeelen ; hy weet de oorzaken , en
beginfelen van de werkfaamheden der
ftof: zwaartekracht , en aantrekkings-
kracht, zyn voor hem gemaklyke ter-
men ; en 's menfchen vryheid word
door hem duidelyk met de eeuwige
orde der dingen , en de befluiten der
Godheid overeengebracht.
Zoo bedriegt den een' zyne neer-
flachtigheid; en den ander' zyne ver-
metelheid: doorgaande gebreken
onder het menschdom: die den geest,
tot het vormen van zuivere denkbeel-
den; en het denkvermogen zelve, tot
regeimatige werkfaamheden , onbe-
kwaam houden.
Eindelyk is eene vry algemeene, en
vyfde, oorzaak van het niet genoeg-
faam in trein zyn der wiskundige we-
tenfchappen , in de manier gelegen ,
waarop dezelven onderwezen worden:
de onderwyzers behandelen dezel-
ven, als of zy alleszins te doenhadden
met jonge lieden, die (van de eerfte
ontwikkeling hunner verftandelyke
vermogens) zich aan eene ordenlyke,
regeimatige, en afgetrokkene manier
van
JO A. VAN SOLlKGEN, ANTWOORD
van denketi gewend hadden: volgens
welke alle jonge lieden onmooglyk
Joinnen geleidt worden.
Indien de onderwyzers zich zoo-
vele moeite gaven, om de vermogens,
gefchiktheid , en vatbaarheid van het
verftand, der leerlingen gade te flaan;
en befluiten konden, om fomwylen ten
behoeve van zulken , wier denkbeelden
nimmer by aftrekking , maar altoos
door zintuiglyke gewaarwordingen ,
inoeten worden opgewekt, een wei-
nig van die leerftellige orde af te wy-
ken, en de zintuiglyke denkbeelden
der leerlingen te gemoet te komen :
door hun by inductie de eigenfchap-
pen der wiskundige grootheden eerst
^intuiglyk te doen ondervinden ; en
derzelver afmetingen, door het ge-
zicht, of andere toegepaste zintuigen ,
te doen gewaar worden : zoo zouden
velen, welken nu alletfeerst ftruikelen
over de noodzaaklykheid om terftond
afgetrokkene denkbeelden te moeten
vormen , nog op den weg gehouden
worden : hierdoor zouden zich niet
fcelden vermogens in het verftand ont-
of ook geboren worden,
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 3*
welken zich by het begin van de beoe-
fening der wetenfchappen niet ver-
toonden.
Door deze voorzorg zoude men daar-
enboven nog een groot gebrek voor-
komen : het is onmooglyk, zoolang
men zich in het onderwys by dien
ftrengen leiddraad houdt, dat de
jeugd, zelfs in een' geruimen tyd , ee-
tiig denkbeeld van het toegepaste nut
dier wetenfchappen erlange: men kan
naauwlyks verwachten , dat zy goeds-
moeds , zonder het befef van eenige
nuttigheid, zal doorwerken, alleen ge-
troost door het denkbeeld, dat zoo
vele beroemde mannen zich, met al-
ien yver, op die wetenfchap hebben
toegelegd: hoe gegrondt ook deze
redenering zyn moge , zelden zal zy
voldoen aan het jeugdige verftand, dat
niet gewoon aan afgetrokkene denk-
beelden, zyne aangelegde kundighe-
den nergens weet toe te pasfen : wel-
haast zal het van deze oefening wal*
gen , en wanhopen om breede vorde-
ringen te maken , welken buiten hefi
bereik van zyne vermogens fchynen.
En dezen zyn , naar ons inzien , de
tneest werkende oorzaken , welken
deq
32 A. VANSOLINGEN, ANTWOORD
den rnensch, tot het vormen van zui-
vere denkbeelden en ftrenge redene-
ringen, 200 wel als tot het beoefenen
der wiskundige wetenfchappen, onge-
fchikt houden: waarvan het ongeluk-
kige, maar natuurlyke , gevolg is, dat
gemelde wetenfchappen niet in zulk
een' algemeenen trein zyn, als zy be-
hoorden te wezen : tot nut , volma-
king , en geluksbevordering , van de
maatfchappy in het algemeen; en van
ieder indwidu in het byzonder.
DERDE HOOFDSTUK.
Over de byzondere mlddekn , om de
K- Natuur- en Teekenkunde in alge-
meener* trein te brengen*
Volgens dien -leiddraad, langs wel-
ken wy onze gedachten best hopen
voor te dragen, vestigen wy het al-
lereerst onze aandacht op de NATUUR-
KUNDE: omdatwy, naar het oogmerk
der geleerde vragers , die gedeelten
der natuurkunde byzonder op het oog
hebben > waarvan kunften en hand-
L werken lynrecht afliangen: dezen
OVER DE WIS- FfAT. EN TEEKENK. 33
zyn fculken, die, door wiskunde ge-
fterkt, den grootften invloed op het
geluk .der famenleving hebben; en tot
welker beoefening de wiskunde zelve
algemeener in trein behoort te zyn,
dan zy is : waartoe wy de gefchiktfte
middelen naderhand zulien trachten
op te fppren.
Wy gaan thans onderzoeken: wel-
ken de bckwaamfte middelen zouden
zyn, om (ter bevordering van kunften
en handwerken) de practicale natuur-
kunde algemeener te maken.
Door alle eeuwen been heeft, in de
beoefening der natuurkunde , zekere
fmaak geheerscht : zoo dat dan eens
de een, dan eens de ander de over-
hand had.
De ouden verzamelden een' fchat
van waarnemingen, welken,men,^yds
en zyds , in de werken van ARISTOTE-
LES vqrfpreidt vindt : naderhand
werden fierlyke vooronderftellingen ,.
als zoo vele zuilen van een prachcig
fyflema , voorgedragen : waardoor BA-
CON, en DESCARTES, met veel moed,
eerst wetten van beweging opgaven ;
en zulken, die de ware wetten der na-
. DEEL. C tuur
34 A. VAN SOLINGEN, ANTWOdRD
tuur in 9 t vervolg gevonden hebben ,
op den weg hielpen.
In iatere tydperken : wanneer de wis-
en natuurkunde groote vorderingen ge-
maakt hebben: zagmen, daneens den
eest der berekeningen ; dan eens dien
er proefnemingen ; de een boven
den ander' het hoofd opfteken.
Een fchrander wysgeer zal , in de
beoefening der natuurkunde, het licht
van aile deze leiddarren zich ten nutte
maken: hy zal aandachtig de na-
tuur waarnemen, zoo als zy zichzelve
vertoont; hy zalh^ar ondervragen, en
hare v^ertcnynfclen, tot in de binnenite
fchuilhoekcn , door proefnemingen op-
fporen: hy bedient zich van bere-
keningen: niet alleen om de verfchyn-
felen, die hem (door de waar- en proef-
neniingcn) bckend zyn geworden, aan
wiskundige bcpalmgen te onderwer-
Een ; maar CK>K , om dat zy hem tot
et opfporen vannieuwe verfchynfelen
en ontdekkingen lynrecht aanleiding
geven.
NEWTON is de eerfte geweest, xiie,
door het vereenigcn van dc ondervin-
duig met de wiskuadige berekenin-
gen,
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 3 $
gen, eene naauwkeurige , glansryke$
en nieuwe, natuurkunde heeft doen te
voorfchyn komen.
ik bezig eenige oogenblikken , dm
de aaiidacht op die berekeningen te
vestigen: * niet, om dat wy dezelven
in 't afgetrokkene willen befchouwen ^
daar wy ze in verband met de onder-
vtnding hebben voorgefteld; maaf , om
dat het ondefwys der jeugd, gemeen-
lyk en ten rechte> met de wiskunde
begonnen word.
De predicate natuurkunde zal nim*
mer in algemeener 7 trein komen, 200*
lang zy binnen de grenspalen der on d
dervinding alleen beperkt blyft; zoo-
lang men in het famenftel der natuur-
kundige werken en werktuigen, met
een' waggelendefi voet , die zynen
wisktindigen grondfteun mist> voort^
treedt; en zoolang men, met eene
flaaffche naarvolging van een's anders
werk, onderzoekt naar den uitflag van
dieeffecfen, waarvan de hoeveelheid en
hdegrootheid, zoo wel alsdie der oor-
zaken, wiskundig kunnen en moeten
bepaald worden.
Als een eerst middel otn de practi*
cale natuwkunde algemeener in trein
Ca te
36 A. VANSOLINGEN, ANTWOORD
te brengen, ftellen wy daarom voor:
"dat het onderwys der jeugd zoodanig
worde ingericht, dat de beginfelen
der wiskunst, niet 200 fpoedig als
doorgaans gefchiedt, verlaten wor-
den ; maar dat integendeel hunne
vorderingen in de wiskunde , hen ,
a wanneer zy op de beoefening der
practicale natuurkunde zich zullen
. v toeleggen , aanfpraak geven tot de
^ gefchiktheid en bekwaamheid , om
de wetten der natuur door wiskun-
^ dige berekeningen te bepalen"!
Het gewicht van dit voorftel blykt
van zelve , zoodra men overweegt ,
dat de practicale natuurkunde van hare
foliditeit verftoken blyft, zoolang de
natuuronderzoeker derzelver wetten
op geene vaste gronden weet te bepa-
len ; en wy behoeven maar weinige
voorbeelden aan te roeren, om ons
overtuigd te vinden, dat men, in hetbe-
oefenen van die gedeelten der natuur-
kunde, waarvan de gewichtigfte kun-
flen en handwerken lynrecht aflian-
gen,.zich telkens van wiskundige be-
rekeningen en bepalingen moete be-
dienen.
Wie flemt niet terftond den invloed
toe
OVER DE \VIS- NAT. EN TEEKENK. 37
toe der werktuigkunde op meest alle
kunften en handwerken ? Ondertus-
fchen is het, tot het famenftellen der
werktuigen, niet genoeg, dat men op
de algemeene wetten der beweging acht
geve: want, in dit geval, zoude het
uitwerkfel der werktuigen op lang na
aan het oogrnerk niet voldoen ; ja zelfs
fomwylen geheel ftrydig zyn: - men
moet dan zyne aandacht vestigen op
de verfchillende hinderpalen, welken
zich tegen dc uitwerkirig der primitive
wetten verzetten: eene wiskundige be-
fchouwing van het werktuig, in bewe-
ging, onderwerpt alle deze hinderpa-
len, die door ondervinding en proef-
neming ontdekt zyn, aan berekenin-
gen , die dezelven op vaste gronden
ftellen : door deze berekeningen
worden de wry ving , en hardheid der
koorden , de inertie van het werktuig
zelve, en de wederftand van de lucht,
onder het oog gehouden, als zoo ve
le hinderpalen, die de uitwerking van
het werktuig beletten zouden, en
daarom een gedeelte van deszelfs be-
paling uitmaken: zonderdeze bere-
keningen zal het werktuig altyd ge-
t>rckkig zyn: dfcVftftotfr&r van-na-
C 3 tuur-
3 8 A- VAN SOLINGEN, ANTWOQRO
tuurkundige werken , die yolgens de-
#e berekeningen werkt, behoeft zich
zoomin door waggelend onderzoek,
als door flaaffche naarvolging, die hem
ltyd beietten zal een vinder te wor?
den , tc laten geleiden : zyne ordinan-
fie berust op een' vasten grondfteun:
hy berekent de hoeveelheid der
fcrachten, waardoor het Jichaam met
^lle gemelde hinderpalenzalkunnenin
beweging gebracht worden ; en bepaalt
jiet evenwicht van het gantfche werk-
tuig, eer het beweegd word, a priori*
D$ volkomenheid der werktuigen^
die door vioeiftoflfen in beweging ge-
bracht worden , hangen insgelyks var>
zulke berekeningen af. In den bouw
der waterwerktuigen loopt men gevaar^
dat dezelven aan meenigvuldige en
groote gebreken sullen onderhevig
yn :; indien men niet op de wederwer-
jking der vloeiftofFen naauwkeurig acht
geeft: in het ftichten des windmo-
fens bedient men zich van berekenin-
gen, om te bepalen; hoe de wind,
ten voordeeligfte , op de wieken van
i?en ? mplen werke: en, offchoon de
ongpfladigheid van den wind een al
beletfe} z,y van de vol-
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 39
maaktheid des werktuigs , zullen noch-
tans deze voorafgaande berekeningen,
alleen, tot eene onfeijbare bafis flrek-
ken , om het werktuig , zoo naarby
der volkomenheid mooglyk te maken;
dat is, om den best moogiyken wind-
rnolen te ftichten.
Onder het opgeven van voorbeel-
deH, hoe de vereeniging der wiskun-
dige berekeningen met waarneming en
ondervinding, aan de kunften en hand-
werken de meest mooglyke foliditeit
doet erlangen ; en daarom een der
gefchikfle middelen is, om de -practl-
co.le natuurkunde , ter bevordering dier
kunften, algemeener in trein te bren-
gen : kunnen geenen de aandncht
meer opwekken, dan zulken, met wel-
ken het belang van ons VaderJand
onmiddelyk verbonden is. Deszelfs
welvaartszenuw is de koophandel :
Daarom wy de kunften en handwer-
ken, die tot den fcheepsbouw behoo-
ren, onder de gewichtigften voor on-
zz belangen ftellen.
Zonder te kort te doen aan de ta-
lent en van zulken, die (door gedu-
-tige vaarnemingen en naauwkeuri-
ge ondervindingen) vrdinantien van
C 4 fcheeps-
40 A. VAN SOLINGEN, AKTWOORD
fcheepsbouw uit de hand geven , die,
met eene vasre hand en een' gelukkigen
tact geteekend, fomwylen op de best
jnooglyke wys aan het oogmerk vol-
doen: zonder aan te merken, dat wei-
nigen dien gelukldgen tact erlahgen;
even gelyk weinige geneesmeesters al-
leen door tact en ondervmding goede
practifyns zyn: zoo is, alleen, het aan-
voeren der voortreflykheid van den
fcheepsbouw der Franfchen, tot ons oog-
merk genoegfaam : hunne fchepen
worden , volgens de beginfelen 'des
fcheepsbouws van DU HAMEL, gebouwd;
wien door de wiskundige berekenin-
gen van BOUGUER de weg gebaand is.
Men bedient zich van die bereke-
jiingen , om het herfteldc evenwicht, en
de vastigheid der vaste lichamen , die in
het \vater dryven, in het algemeen te
bepalen: dezen, op den fcheepsbouw
toegepast, dienen om de ultgeltrekt-
held der afmetingen van een fchip in
de flingeringen , waaraan het onder-
hevior is, vast te ftellen; en door dit
jniddel het best mooglyke fchip te
bouwen.
Men berekent den wederftand, wel-
ken de gefnedene waterlirienien aan het
fchip
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 41
fchip mededeelen ; men bepaalt daar*
door de verfchillende gedaanten van
den voorfteven , die den minften we-
derftand biedt; en men bouwt, vol-
gens deze beginfelen, den best moog-
lyken zeiler.
Men onderwerpt den wederftand,
die de werking van den wind op de
zeilen , door het gevaarte van het fchip
zelve, en door de wederwerking van
het water, aantreft, aan berekeningen:
die daarom de best mogelyke bezei-
Ung en bemasting bepalen.
Alle welke beginfelen toegepast wor-
den, naar het oogmerk waarmede een
fchip gebouwd word: hoezulkeen na-
melyk het beste vrachtfchip ; en weder
zulk een de beste zeiler behoore te zyn?
Wie gevoek niet alwyders het ge-
vaar, dat men loopen zal, van nim-
mer de practicale natuurkunde ter afwe-
ring van den geduchten vyand dezer
gewesten , ik meen de aanftroomende
3Keeen en rivieren , in trein te bren-
gen ; indien zy , in dit belangryk ge-
deelte, Meen beperkt blyft by wagge-
lende proeven en onderzoeken: waar*
doormen, met ontelbare kosten, die
?s Lands fchatkist uitputten ; ontzaglyke
C 5
42 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
dyken opwerpen, en kostbare fluizen
jnaken zoude; terwyl de berekeningeri
der drukking, en fnelheid, waarmede
sich de aanftroomende wateren bewe-
gen , benevens derzelver piaatielyke
toepasfing , zulken , die het bewind
voeren over rivieren , ftroomen , ftran-
den, en dyken, in ftaat zulien ftellen,
om de eigenlyke oorzaken der door-
braken, en onocrwateringen, te ken-
Hen en te verbeteren,
Naauwkeurige proeven (hoedanigen
door Italianen en Franfchen 9 veelal op
publike kosten, genornen zyn) -om-
trent gernelde drukking en fnelneid
niet alleen , maar ook omtrent de
diepte, en wryvingen tegen de oevers
n iiranden, zuHen deze berekenin-
gen alleszins vooraf gaan : en dezen ,
door vereeniging der proefnemingen
en berekeningen , wiskundig bepaald
fcynde, bedient men zich nog ander-
maal van berekeningen , om aan de
waterweringen de vereischte hoogte,
dikte, lengte, en (daar het voornarne-
lyk op aankomt) de beste gedaante te
fcezorgen.
AHe welkekundigheden, by ons, te
?neer belangryk, en in trein jbcbooren
te
OVER DE AVIS- NAT. EN TEEKENK. 43
te zyn; om dat wy een land bewonen,
wiens geheele ondergang, door de a-
fteuiting der woede van het water ,
moet worden voorkomen,
De zeevaart, (welke wy, terftond,
met den fcheepsbouw zouden veree-
nigdhebben, zoo wyniet liererverko*
ren hadden , om , volgens eene leerftel-
lige orde, tot het aanvoeren van voor-
beelden ^ ons eerst van de gron^be-
ginfelen der werktuigkunde, endaarna
van die der waterweeg- en waterloop*
kunde te bedienen :) de zeevaart,
waarvan de giorie, grootheid, en wel~
vaart van het vaderland afhangt, er-
kent de fterrekunde voor hare moe*
der; welke wy hier, ten rechte, onder
de hoofddeelen der practicale natuur-
kunde meenen fe moeten plaatfen j
cm dat de kunften en handwerken ,
die tot de zeevaart dienen , voor ons
hoogstbelangryk en gewichtig zyn.
Hare voornaamfle hulp ontleent dc
fterrekunde van de gezicfytkuncle:
geeu doorluchtiger voorbeeld van de
noodzaaklykheid, tot Vereeniging der
berekeningen met de ondervinding ,
kan 'er worden aangeroerd ; dart
befchouwiug van act vernieuw*
44 A. VANSOLINGEN, ANTWOORD
de gelaat , het welke de doorzicht-
kunde, federt het 47- jaar dezer eeuw,
aan de vereeniging dier berekeningen
met de ondervinding, door het uitvin-
den van den achromatifcben kyker, ver-
fchuldigd is: eene uitvinding, wel-
ke voor de gezichtkunde , federt dat
jaar , een nieuw tydvak heeft doen
geboren worden. De voorwerpen ble-
ven, tot dien tyd , door delchifting der
kleuren beneveld! Daar, volgens de
wet der refractie van NEWTON, de
kleurfchifting der lichtftralen vermeer-
dert, naar mate zy meer gebogen wor-
den: zoo heeft de verhevene genie van
EULER, rustig voorttredende langs het
glansryke voetfpoor , het gene hem
et Opperwezen zelf , in de natuur-
lyke Ibefchouwing van 's menfchen
oog, gegeven had; waarin de lichtftra-
len, hoe zeer gebogen 9 even we! hel-
der en duidelyk zich vertoonen; zyn*
toevlucht genomen tot dikkere media,
200 als glas en water: en ondervon-
den, dat de kleurfchifting door dezel ven
verbeterd werd: welke uitvinding ver-
volgens door hem aan wiskundige bere-
keningen is onderworpen, die alleszins
inet de ondervinding overeenkwamen,
en
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 45
en tevens aanduidden, dat NEWTON'S
wet der refractie gebreken had: al het
welke den beroemden DOLLOND tot
het famenftellen van den acbromati-
fchen kyker gelegenheid gaf: waartoe
hy (in plaats van de twee gemelde
media) tweederlei foorten van Engehcb
glas geb'ezigd heeft.
Indien wy nu de volkomenheid der
zeevaart, met recht, van die der fterre-
kunde moeten verwachten: zoo ziet
elk, van hoe groot belang het zy, dat
de fterrekundigen aan hunne waarne-
mingen alle mooglyke/0//W/'J/Y mede*
deelen; door dezelven aan wiskundige
berekeningen teonderwerpen: eene
meenigte voorbeelden zouden kunnen
aantoonen, met hoevele voorrechten
dit door de beroemdfte fterrekundigen
gefchiedt zy. Door deze berekenin-
gen bepaalt mende volftrekte quantitei-
len der centrale krachten , die zoo dik-
malen in de fterrekunde te pas komen:
door dezelven bepaalt men de ware
plaats der planeten, afgeleidt van de
stwyking, of liever van den voortgang,
van het licht: de geringfte veran-
deringen, die de planeten ondergaan;
worden door dezelven bepaald, en be*
voa-
46 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
vonden met de flerrekundige waarne-
mingen overeen te komen.
De ongelykvormige waarnemingeii
van de lengte en breedte der maan/ de
beweging van derzelver apogaeum , en
van de nodi 9 leveren waarnemingen
op van (als het ware) verwarde bewe-
gingen, die door geen leerftelfel kun-
nen verklaard worden: een gant-
fche fchat van waarnemingen zoude,
derhalve, deze gewichttge gedeelten
der fterrekunde altyd duister hebben
gelaten , ware het niet in de2ie eeuw
voor de naauwkeurigile berekeningen
weggelegd geweest, om de natuurkun-
dete verryken met het beroemde leef-
flu'k van de perturbationes planet arum.
NEWTON is de eerfte geweest> wel-
ke de wederzydfche werking op elkan-
deren, van zon, maan, en aarde, ver-
klaard heeft: deze berekeningen hebben
den geest der wiskunftenaren bezig
gehouden, om alle de fchynbare ver-
warringen in de beweging der planet en
aan de naauwkeurigfte bepalingen te
onderwerpen. D'ALEMBERT en CLAI-
AUT hebben , door hunne berekenin-
gen, de fterrekunde hierin merkelyk
vcrrykt; terwyl de berekeningen van
EU-
OVER DE WI$- NAT. EN TEEKENK. 4?
EULER , die bet ftelfel van NEWTON
volkomen bevestigen, over dit leer-
ftuk het helderfte daglicht verfpreidt
hebben.
De aangevoerde voorbeelden oor-
deelen wy genoegtaam te zyn, om
aan te toonen , dat een verftandig na-
tuuronderzoeker, altyd, zyne waarne-
mingen en ondervindingen aan de
bepaiingen der wiskundige berekenin-
gen zal onderwerpen : dat dezelven
aan de practicale natuurkunde de
meest mooglyke foliditeit byzetten;
die nimmer, ten behoeve en bevorde-
ring van hare ondergefchikte kunften
en handwerken, in algerneener' trein
kan gebracht worden , zoolang dezen
haren vasten.en wiskundigen grond-
fteun misfen; en ook daarom met dc
daad niet genoegfaam in trein is : dat
even daarom (en dit was , dewyl men
het onderwys met de wiskunst begint,
ons eerfte middel) n de opvoeding der
jeugd derwyze worde ingericht, dat
w de beoefening der wiskunst, niet
zoo fpoedig als gemeenlyk gefchiedt,
verlaten worde; ten einde hare wis-
w kundige vermogens haar, wan-
w nser zy tot de beoefening der na-
tuur-.
48 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
tuurkunde overgaan , tot de ver-
eischte bekwaamheid in het doen
dier berekeningen , aanfpraak zou-
den geven".
Wy befchouwden de berekeningen
alleszins in een naauw verband met de
ondervinding : eene verftandige be-
oefening, en gebruik der proefonder-
vindelyke natuurkunde, zal over de
natuur en hare wetten een .helder dag-
licht verfpreiden: wanneer men
fcich, metoordeel, van de proefnemin-
gen bedient;, zal men ondervinden,
dat eene proefneming fomwylen de ba-
fts is van een volledig leerftelfel:
de ondervinding heeft, behaive dit,
het voordeel , van het veld der waar-
nemingen uit te breiden; en zy ftrekt
niet zelden tot een' maatftaf van de
waarheid of onwaarheid der ftellingen,
die door nuttige bypothejen , of door
een' gevolgtrekkenden (analytifchen)
redeneertrant worden aangevoerd.
Ian ook de proefondervindelyke
natuurkunde heeft hare grenzen :
*er word eene groote maat van gezond
oordeel vereischt, om zich met vrucht
van deceive te bedienen; Bonder
de
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 49
devereischte naauwkeurigheid, en cm*
zichtigheid , zal zy fomwylen het ge-
laat der natuur geheel anders doen
voorkomen , dan het waarlyk is t
daarom oordeelen wy, als een der ge*
fchiktfte middelen, om dewarekennis
der natuur algemeenef in trein te bren-
gen , te moeten opgeven: "een verftan-
dig gebruik en toepasfing dier proef-
yy nemingen , waarvan wy ons , ter be-
vordering onzer natuurkennis , iit
het beoetenen der proefondefvinde-
lyke namurkunde , bedienen".
Wy zulien maar eenige weinige
oogenblikken , by dit tweede opgege-
vene middel, ftilltaan.
Een verftandig natuuronderzoeker
ondervraagt de natuur dodr proefne-
mingen, en fpoort hare geheimen op 2
daarom verdient de proefondervin-
delyke natuurkunde den naam van GE-
HEIME natuurkunde : zoo men maar
voorzichtig fcorg drage van volkomert
te voldoen aan de ware en wysgee-
rige beteekenis dezer benaming:
dat men zich van de aanwezendheid
geener verfchynfelen verzekerd hou-
de, dan na dat men dezelven heeft ge-
2ien en ondervonden: dat men, na
?r. WML* p on-
'A. VAN S6LINGEN , ANTWOORD
ondefvoriden te hebben dat ze waar
zyn, dezelven erkent als zoodanigen-, dat
is als verfchynfelen : zonder dat men
dezeiven befchouwe als daargeileld
door natuurkrachten: welker beftaan,
hoe leerftellig en oordeelkundig uit-
gedacht, nimmer door de ondervin-
ding bevestigd word.
Mag men geene verfchynfelen , die
men ohdervindt , befchouwen als
voortbrengfelen van krachten, die men
nooit heeft Ondervonden: zoo zal de-
ZQ eerfle waarfchuwing aanleiding ge-
ven tot eene tweede gewichtige :
dat men namenlyk, veelmin, op den
grondfleun dezer ondervondene ver-
fchynfelen y Jyftemata bouwe van na-
tuurwetten en werkfaamheden , wel-
ken hunne geboorte nicer aan genie
en vernuft , dan aan waarheid , ver-
fchuldigd zyn. Het is ook geheel iets
anders ? ter benoeming van verfchyn-
felen die men.ziet,. zich van tcrmen te
bedienen^ als die der zwadrte- en der
aamrekkingskracht : dan geheele fyfte-
inaia te vorm eh, volgens welken eene
gantfche reeks van werkfaamheden, in
de krachten der natuur, wel daarge-
tnaar met ondervcnden worden:
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. $*
wier aanwezendheid, zelfs door grodte
en beroemde wvsgeeren, als ftrydig
tegen de eerfte beginfelen onzer kun*
digheden worden voorgefleld ; eh
daarom, het zy dan ten rechte of ted
onrechte , betoogd worden onmog-
]yk te zyn.
Veeleer dan, dat de proefondtrvin*
delyke naluurkunde dienen zoude 9 tot
den opbouw vmfyftemata, make men
zich dezelve vooral ten nutte, tot het
byeenbrengen van eene ryke verza-
meling van waarnemingen , van elk
welker in het byzonder de waarheid
volkomen bewezen is* Dezeii zullen
ons niet alleen het beste gelaat der
natuur leeren kennen , maar ons te-
vens kundigheid doen erlangen van
alle de ledige vakken, waarin het ons
nog niet gelukt hare werkfaamhedeu
op te fporen.
Men drage vervolgens zorg, om on-
derfcheid te maken in de verfchillende
foorten van proefnemingen; en in de
byzondere oogmerken, waartoe dezel-
ven zullen dienen: fommigen ftrek-
ken alleen ter uitfpanning; anderen toe
het opfporen van verfchynfelpn , die de
wysgeerige natuurkund$ ineer lynrechfi
D 2 ra-
52 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
raken; en anderen eindelyk, om de
fracticale natuurkunde ten behoeve der
menfchelyke maatfchappy uit te brei-
den, en op dc gewichtigfte kunften en
handwerken toe te pasfen.
Dan, zal dit met vrucht gefchieden,
zoo behoort de proefondervindelyke na-
tuurkunde bovenal te dienen , tot het
vinden en waarnemen van het merke-
lyke onderfcheid, dat 'er, tusfchen de
uitwerkfelen der proefnemingen , en
die, welken de befpiegeknde natuurktin-
de ^oude hebben opgeleverd, gevon-
den word: op dat men zich van dit
onderfcheid bediene, ten einde de ver-
anderingen te bepalen , welken door
vanbuitenkomende en medewerken-
de oorzaken verwekt worden , die in
de befpiegeling geen plaats hadden.
Daar nu deze bepalingen haren foli-
den grondileun hebben in de wiskun-
dige berekeningen : zoo leiden ons
deze aanmerkingen van zelve weder-
om op tot het verband, waarmede wy
begonnen , dat 'er, tot het in trein
brengen der natuurkennis , tusfchen
de berekeningen en de ondervinding
behoort plaats te hebben.
De twee aangevoerde middelen, re-
gel-
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 53
gelmatig in het werk gefteld, zyn on-
twyfelbaar het meest gefchikt , om de
kennis der natuur in het gemeen, en
die der practical? natuurkunde in het
byzonder , algemeener in trein te
brengen: dewyl derzelver vereeniging
alleen in ftaat is, om de meest moog-
lyke foliditeit , waarheid, en zekerheid,
waarvoor 's menfchen geest vatbaar is,
aan deze foort van wetenfchappen by
te zetten.
En wat anders gaven wy (door^deze
twee middelen) op , dan eene naarvol-
ging van het voetfpoor des grooten her-
vormers der natuurkunde, des doorluch-
tigen ISAAC NEWTON? die, zoo als
boven reeds gezegd is , de eerfte was ,
welke (door het vereenigen der bere-
keningen met de ondervinding) den
grondflag eener nieuwe, naauwkeuri-
ge, en glansryke natuurkunde gelegd
heeft.
Dan, de verflandelyke vermogens
van den mensch zyn binnen zekere
kringen bepaald : - de berekeningen
eifchen breede vorderingen ; dikwyls in
de moeilykfte gedeelten der verheve-
ne wiskunst: de proefnemingen vor-
derentyd, naauwkeurigheid, enonyer-
D 3 moei:
4 A- VAN SOLINGEN, ANTWOORD
tnoeide arbeidfaamheid. Dierhalve be*
hoort men acht te geven op de ver-
fchillende oogmerken, waarmede de
byzondere takken der practicale na+
tuurkunde , op de handwerken toege-
past, zullen beoefend worden : waar-
cm wy, als een derde midd^l, opge-
ven: "dat ieder, na eene voorafgaande
^ algemeene kennis der natuurkunde ,
derzelver bepefening op zulk eene
wy s i nr i c hte, als meest overeenkomt
^ m^t dien trap van kundigheden , die
4, tot zyn byzonder oogmerk vereischt
, \vord"!
In de beoefening van alle weten*
fchappen zyn , door de beroemdfte
wysgeeren , DRIE trappen van kundig-
heden in het menfchelyke verfland
waargenomeri.
De eerfle trap beftaat in eene naauw-
Iceurige kennis, en befef van die waar-
heden, welken door anderen worden
voorgefteld : *- de^e neemt (als waar->
heden) alles aan, dat door goede
leerftelfelen , beroemde fchriften , of
kundige meesters, onderwezen word;
en voert den naam van gefchiedkun*
~dige kennis.
Bet beroep, en de omftandigheden
van
OVER DE WIS- NAT. EN TEKE^K. 55
van alien, die de practical natuurlynde,
betreklyk op kunften en handwerken ,
zullen beoefenen, zyn niet gefternd,
om door proefnemingen de wetteh
der natuur op te fpo.ren en door be-
rekeningen aan vaste bspalingen te
onderwerpen.
Allen, die niet als arbeiders of dag-
looners werken, behooren aan hctmle
kundigheden, op dezen ecriten trap,
eene volkomene uitgebreidheid te be-
zorgeri,
Om de practical? natuurkunde alge-
meener in trein te brengen : dat is ,
om eer^e- groote m.eenigte te doen ge-
boren worden van lieden, die met de
vereischte kundigheden werken weten
te or diner en ; en over het werk der
onderhoorige arbeidslieden opzicht te
hcbben: behoorde men van de v 7 roe-
ge leerjaren, die aan het onderwys
van den practicalen arbeid gewydt
worden , eenige uren af te zonde-
ren, om elk (naar zyp.byzonder oog-
merk en vooruitzicht in hec theoretifcue
gedeelte zyn's aanftpnden beroeps)
op den eerften trap van kundigheden, en
uaaroai in de gefchiedkundige kennis
' D 4 dier
56 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
dier natuurkundige waarheden, wel-
ken hem sullen te pas komen, te on-
derfichten.
Die opgeleidt worden, met oogmerk
cm eenige kunst of handwerk der me-
chanica te beoefenen, moeten een be-
gin maken , met kennis te erlangen
van de eenvoudige en faamgeftelde
werktuigen , en der krachten die op
dezelven worden uitgeoefend : waar-
tbe de kennis van het evenwicht der
vaste lichamen , en van de wetten
cmtrent de rust en den val der zware
lichamen behooren,
Zulken, die het maakfel der water-
werktuigen, waterweringen , of den
fchjeepspouw, eenmaal wenfchente or-
dineren, moeten (op den eerften trap
van kundigheden) de bepalingen, en
wiskundige voorftellen , van de water-
weegkundq aan het verftand gebracht
worden : dit dient verzeld te gaan
jriet eene gefchiedkundige kennis van
die waarheden , welken de natuur-
kunde ppge.eft van de Jpecifike zwaar-
te en lichtheid cer lichamen ; van het
evenwicht , en de drukking der vloei-
en van de wetten, die plaats
heb-
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENR. 7
hebben omtrent de zwaartekracht diet
lichamen, welken fpecifik zwaarder en
lichter dan de vloeiftoffen zyn.
Tot deze leer behooren de voorftel-
len, welken de natuurkunde opgeeft
van de veerkracht, zwaarte, famen-
drukking, evenwicht, verdunning, ver-
dikking, vochtigheid, droogte enz. der
lucht ; van de wetten van derzelver
beweging; en van het maakfel der
voornaamfte werktuigen, die gefchikt
zyn om de eigenfchappen der lucht te
kennen.
In de waterloopkunde beflaat eenc
gefchiedkundige kennis van de wetten
der beweging, door onbeweegbare en
beweegbare buizen, de eerfte plaats:
waarna men overgaat tot de kennis
van de ftructuur dier werktuigen , en
gewichtige gevaarten, welken door de
drukking , zwaarte , en wederwerking
der vloeiftofFen in beweging gebracht
worden: waarna men dezen tak met
de kennis der gewichtige waterwerin-
gen voltooijen kan.
Tot den eerften trap van kundighe-
den in de militaire bouwkunde , bc-
hoort de gefchiedkundige kennis van
den aanval en afweer der plaatfen ;
P 5
58 A* VAN SQUNGEN , ANTWOORD
-van de regels der verfterkingen ; en
van alle de natnen en befchryvingen
der krygskundige lynen en hoeken;
van de verfchillende gedaanten der
: regelmatige , en daarna der qnregel-
niatige yerfterkingen ; en van alle de
byzondere fterkten en werken, die in
de campementen en veldflagen gebruik-
lyk zyn: -r*- eene tamelyke kundigheid
van alle de manieren van verfterkin-
gen, die j^yyerrc hill ende natlen plaafcs
hebben; eneindelyk eene genoegfame
geoefendheid , om alle de gemelde
werken 9 met naauwkeurigheid en net-
heid, door middel der teekenpen op
li.et papier te brengen.
In de burgerlyke bouwkunde be-
.flaat de eerite trap van kundigheden
in de gefchiedkundige kennis der pro-
blemata en theoremata, om een volmaakt
gebouw te maken: dat is, om (over-
eenkomilig met het oogmerk des
ftichters) te voldoen aan alle de ver-
eischten derfterkte, het nut, gemak,
en de fchoonheid, waartoe de regels
der verfieringen en evenredigheden
betreklyk zyn.
Daarna volgt de kennis der ftoffen,
.Y/aaruit gebouw.en w.Qrden faamge-
ilelH,
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK.
field , en derzelver bereidingen :
alle de foorten van onderfchragingen ,
en dtfaruit voortfpruitende vyf bouw-
orden, met alle de kunstbenamingen,
die tot deze orden behooren: waarna
eindelyk de eerfte trap voleindt word,
door de gelchiedkundige kennis der
,byzondere grondbeginfelen; als die der
grondvestingen , muren, daken en?,
benevens de belchouwingen, 200 van
de uit- en inwendige gedaanten van
het gebouw , als van deszelfs door-
fnede.
Met welk een oogmerk men .de
gezichtkunde beoefene : het zy als
wysgeerig befchouwer van het prach-
tige gelaat der natuur: het zy om zich
te bekwamen in die kunstbewerkin-
gen , waardoor verfchillende glazen
worden toebereidt, om de lichtilralea
te rug te kaatfen of door . te laten:
(een handwerk waaraan de beroemd-
fte wysgeeren zelven hunnen arbeid
- niet geweigerd hebben :) het zy om
zich dezeiven in de flerrekundige beoe-
^feningen ten nutte te maken: of ein-
delyk om , ter beoefening.yan bouw-
en teekenkunde, een by^onder werk
yan de doorzichtkunde te maken:
60 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
alien behooren vooraf op den eerften
trap van kundigheden onderwezen te
worden, door een gefchiedkundig be-
richt van de wetten der gewaarwor-
dingen , waaraan het gezicht zelf on-
derworpen is: van de bepalingen
des gezichthoeks ; van de fchynbare
grootte, en derzelver evenredigheid
met den afftand ; de parallax , en de
gewaarwordingen , welken het oog ,
door de verfchillendheid der grootte ,
gedaante, plaats, en beweging der ver-
wyderde lichamen, ondergaat: van
de ftructuur van het oog ; van de ver-
ahderingen , die de lichtflralen onder-
gaan , "naar mate der verfchillende
middenftofFen die zy aantrefFen :
van de waarnemingen omtrent den
voortgang des lichts , en van de theo-
rie der fchaduwen.
Hierop volgt eene gefchiedkundige
kennis van alle de voorftellen, welken
de catoptrica omtrent de teruggekaat-
fte lichtftralen oplevert; en de ver-
fchillende gedaanten der oppervlak-
ten, waardoor deze terugkaatfing ge-
fchiedt : de bereiding der platte ,
holle, en verfchillende foorten van
klootfche fpiegels. Van alle de ge-
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 6l
bogene fpiegels is de bereiding der el-
liptifche en parabolifche wel de moei-
lykfte, maar tevens de belangrykfte;
gelyk blykt uit de verbetering, welke
deberoemde SCHORT, door middelder
laatfte, aan het telefcoop gedaan heeft,
hetzelve bevrydende van de afwyking
van den focus, die uit de klootfche ge-
daante van de fpiegels geboren wor-
den.
Eindelyk volgt een gefchiedkundig
bericht van alle de wetten , die de
breking van het licht in 't algemeen
bepalen; daarna van die der byzonde-
re ftraalbrekingen in de platte en ge-
bogene oppervlakten ; in het vinden
van den focus : de vergrooting en
fchynbare afftand der voorwerpen ;
de uitwerkfelen der middenftofFen op
het gezicht, en op de gedaante van
het voorwerp in den focus: hec
optifche veld, en de plaatfing van het
oogachter deglazen: door alle wel-
ke voorloopige gefchiedkundigeberich-
ten men gemaklyk de ftructuur, eerst
der dioptrifcbe, en daarna der catoptri~
co-dioptrifche werktuigen, verflaan zaL
Zeer verfchillend eindelyk zyn dc
oogmerken, waarmede de fterrekundc
be-
A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
bcoefend word. Zulken, dien het te
doen is om de hemelbewegingen, die
fcy daaglyks zien, te verftaan, behoo-
reri (o'p den eerften trap van kundighe*
den) onderwezen te worden in de al*
gemeene waarheden van defpbaerifcbe
aftronomie ; de kringen van de ring-
fpbeer en hemel/pZwr; * de opgaaf
der voornaamfte gefterntens j eene ge*
fchiedkundige kennis van de refractie>
en de parailaxis: de theorien der
waereldftelfels , planeten , cometen , en
eclipfen; met de opgaaf van alle de
termen , die men in den almanak ge-
bruikt : waarmede de beginfelen der
tydrekenkunde onmidlyk verknocht
zyn.
Al wie, als natuurkenner, de fterre-
fcundige waarnemingen wat meer van
naby wenscht in te zien , moet het
leerftelfel van elken planed en des-
^elfs fatettiten onderzoeken; en eene
gefchiedkundige kennis bezitten van
derzelver excentrlciteiten^ nodi, inclina*
tien> en coftjunctien.
By alle welke kundigheden zulken,
die de flerrekunde beoefenen met
oogmerk om dezelve op de fcheep-
y t aart toe te pasfen , nog zullen moe^
ten
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKfiNK. 63
ten voegen de kennis der land- en zee-
kaarten , benevens de meest gebrui-
kelyke famrmznsinflrurnenten ; waar-
van de voornaamften zyn het zee-
kompas, het kompas van variatie, heC
azimutbkompzs , en de loglyn : en
eindelyk die werktuigen , door welken
de hoogte der zon en fterren gemeten
word ; hoedanigen zyn de radiometer >
de quadrant , de octant : en derzelvetf
gebruik op zee.
De tweede trap van kundigheden
beftaat in eene gegronde kennis van
het waarom der oorzaken, en de re-
denen dier verfchynfelen, wdken men
gefchiedkundig kent: deze voert
den naam van ivysgeerige kennis, waar-
mede eene genoegfame maat van ze-
kerheid, en overtuiging der ware aan^
wezendheid, zoowel van deverfchyn-
felen zelven , als van derzelver oorza-
ken, verknocht is.
Deze trap van kundigheid behoor-
de , voor elk in zyn byzonder vak ,
binnen het bereik te zyn van ieder,
die als een kundig werkbaas zyne by-
zondere kunst of handwerk met eer
wenscht tc kunnen ordinercn; of op-
zicht te hebben over den bouw en hret
maak*
64 A. VANSOLINGEN, ANTWOORET
maakfel van natuurkundige , en inzon-
derheid van 's Lands openbafe wer-
ken.
Men ziet, dat deze kennis tweeledig
is : vooreerst eene gegronde kennis
van de oorzaken der natuurkundige
verfchynfelen. Hiertoe behooren , in
de werktuigkunde , de leerftukken van
de eenvormige, en vande verfnelde en
vertraagde beweging; vande faamge-
ftelde rechtlynige beweging; de bewe-
ging der (lingers; en die aer voortge-
worpene lichamen: in de water-
weeg- en waterloopkunde 9 de kennis der
krachten die de vloeiftoffen doen be-
wegen ; als de wederwerking , druk-
king, en fnelheid der vloeiftoffen:
in de militaire bouwkunde, zal de plat-
te en klootfche driehoeksmeting de
hoegrootheid opgeven der krygsbouw-
kundige lynen en hoeken in de onre-
gelmatige verfterkingen ; en daarom
de reden van derzelver verfchillende
gedaante bepalen.
In de burgerlyke bouwkunde be-
hoort hiertoe de kennis der redenen
van de bovenopgegevene bouwkundi-
ge grondbeginlelen ; en de bekwaam-
held om te bewyzen, dat zulke of
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 65
diergelyke ordinantlen volkomen aart
de grondbeginfelenvoldoen: dewyl
de meeste ordinantien , wat het eerlte
famenflel betreft, willekeurig syn, be-
hoort men de genoegfame reden van
de ordinantie zelve te verftaan; en boe
het gebouw, volgens het oogmerk der
ftichteren, aan de meeste fterkte , nut,
of gemak en fchoonheid, voldoe:
hiertoe behooren de ware tact der een-
heid en verfcheidenheid , die de ken-
merken der fchoonheid zyn , en de
voorloopige grondbeginfels der pra
cticale natuurkunde ; waartoe, in dit ge-
val, voornamelyk die der werktuig-
waterweeg- en waterloopkunde te pas
komen.
In de gezicht- en (lerrekunde be-
hoort het opfporen van de oorzaken
der verfchynfelen meer tot de befpie-
gelende en bovennatuurkundige wae-
reldkunde: weshalven zy, die de
practlcale natuurkundige wetenfchappen
peoefenen , op den tweeden trap van
kundigheden, zich vooral onledig zul-
len houden met het bereiken eener
genoegfame maat van zekerheid ea
overtuiging van de waarfreid dier ver-
fchynfelen.
xr. vzni*. E
66 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
Dit gewichtige middel, ter uitbrei-
ding van de practicale natuurkunde , is
tevens op al hare voorgemelde deelen
toepasfelyk: het bellaat, eensdeels
in een' naauwkeurigen en gedurigen
toets der waarnemingen aan de proe-
ven ; en anderdeels in derzelver meet-
kundige betogen. Dezen zyn de Jyn-
theiifcbe betogen der ouden , die wel
omQachtig , maar tevens waar , dui-
delyk, overtuigend, en volledig zyn.
Alle opzieners van werken behoor-
den dezelven, elk in zyn department 9
volledig doorkeken te hebben: waar-
door zy, lettende op de vereeniging
der waarnemingen , proefnemingen ,
en fynthetifche betogea, in deze foor-
ten van wetenfchappen alie mooglyke
maat van zekerheid erlan^en zullen ,
waarvoor het menschlyke veriland
vatbaar is.
Ik beken, dat men, tegen de fynthe-
tifche manier van betogen, eenige te-
genwerpingen maken kan : namelyk
vooreerst derzelver groote omilachtig-
heid: gelyk, voornamelyk in de fter*
rekunde, uit de fyntbetifcbe betogen
Van PURBACHIUS , REGIOMONTANUS ,
en naderhand uit die van WOLFF; en
iu
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 67
in de gezichtkunde 9 uit die van HUI-
GH&NS, en NEWTON , blykbaar is: daar
de analyfis in een' korten oogopflag al-
les, vooral in de optica , voorftelt:
ten anderen, dat dezelve dikv/yls on-
genoegfaam zyn. En zeker, zoo dik-
wyls NEWTON de geheinifte onder-
werpen der optica onderzocht , narn
hy zyn' toevlucht tot de analyfis :
de ftrenge WOLFF (die doorluchtige
voorftander van de jynthetijcbe beto-
gen) ziende, hoe door de analyfis al-
les in de optica in een' opflag duidelyk
werd : heeft opzetlyk hoofdftukken
over de analytifcbe catoptrica, en J/a-
ptrica vervaardigd! Dan wy merken
vooreerst aan , dat men (op dezen
trap van kundigheden) geene genoeg-
fame kennis der analytifcbe bewerkin-
gen kan vooronderftellen : weshalvea
alsdan de meetkundige betogen de
gefchiktften zyn, om het verftand van.
de waarheid der natuurkundige voor-
Jlellen te overtuigen: ten anderen
worden de beoefcnaars door dezeiven
terftond in ftaat gefteld, om de wis-
kunst op de natuurkunde toe te pas-
fen. Men kan de meeste en voor-
naamfte hoofddeelen der gezichtkun-
E 2 de,
68 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
de , by voorbeeld , door de eerfte
grondbeginfelen der meetkunst en der
platte driehoeksmeting betogen:
ten anderen trekt niemand derzelver
ftrengheid, voortreflykheid, en waar-
heid in twyfel : waarom ook , zelfs
door zulken, die breedere vorderin-
gen gemaakt hebben, fommige on-
derwerpen best, dan eens fyntbetisch 9
dan eens analytisch, behandeld worden :
het gene ook het voetfpoor is, het-
welke de beroemde HENNERT in zyne
grondheginjelen der gezichtkunde betre-
den heeft.
Zuiken eindelyk, die eenmaal vin-
ders van nieuwe waarheden, en verbe-
teraars der wetenfchappen wenfchen
te worden : zulken zyn het , die op
den derden trap van kundigheden ,
door de vereemging van naauwkeuri-
ge waarnemingen , voorzichtige proef-
[ nemingen , en wiskundige berekenin-
gen , waardoor de hoegrootheid der
natuurkundige vrrfcbynfelen , en der-
zelver oorzaken , afgemeten en be-
paald worden : het gelaat der natuur
op eene folide wys kermen , en der-
zelver kennis ten behoeve van het al-
gemeene welzyn sullen uitbreiden.
De-
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 69
Dezen waren, naar onsinzien, de
gefchiktfte middelen , om de natuurkun-
de, volgens het oogmerk der geleer-
de vragers , ter bevordering van kun-
ften en handwerken , algemeener in
treip te brengen ! In de gantfche be-
handeling word men de noodzaaklyk-
heid gewaar, dat de wiskunde 2elve
algemeener in trein worde gebracht :
v/aartoe wy de gefchiktfte middelen
sullen opfporen; zoodra wy by de/^*
kenkunde , tot welker beoefening (zal
zy op kunften en handwerken toege-
past worden) de -wiskunst insgelyks al-
gemeener behoort te zyn, eenige oo-
genblikken zullen hebben flilgeftaan.
Zoo meenigvuldig zyn de openbare
inftellingen, leerfcholen, en beroemde
akadcmien, ingericht omdien voortref-
lyken tak der fraaije kunften algemeen
te maken j dat men zich haast aan
roekeioosheid fchuldig maken zoude,
indien men openbare inftellingen , on-
der het opzicht van kundige meesters
opgericht , fpitsvindig zoude willen
beoordeelen. Wy zouden, in plaats
van dit onderwerp te behandelen,
kunnen voldoen, met eene lyst te ge-
E 3 ven
70 A. VAN SGLINGEN, ANTWOORD
ven dier openbare en voortreflyke in-
ftellingen: die, met zooveel roem en
algemeen nut voor de menfchelyke
maatfchappy , groote mannen hebben
opgeleverd; en van de middelen en
\vegen , langs welken zy di-en hoogen
trap van voJmaaktheid bereikt heb-
ben: en tevens te verhalen, hoe die
fcholen zyn ingericht geweest , \yaar-
uit in Italic , Vrankryk , en Plaande*
rcn 9 een doorgaande fmaak en volko-
menheid der teekenkunde onder zoove-
le uitmuntende kenners, liejfhebbers ,
en beoefenaars , in algemeenen trein
is gebracht. Met vrucht zouden wy
zelfs de inftellingen der openbare en
beroemdfte fcholen in fommige groo-
te fteden opgeven: dan , wy merken
hier wederom aan, dat het opgeven
van middelen , om eene kunst alge-
meen te maken, ^ich niet kan bepalen
tot het uitdenken eener openbare in-
richting , welke altyd en overal ver-
fchillen zal, naar de ondericheide ge-
legenheid , Jigging , inwoners , en
rykdornmen eener plaats. Daar nu
elk , raar zyn byzonder doorzicht en
opvatting, regels en inftellingen van
cpenbare fcholen kan opgeven: wii-
len
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 71
len wy liever die middelen voorflel-
len, welken (naar ons inzien) tot het
vofmen van goede meesters gefchikt
yn, met welker behulp die middelen
zelven in de openbare of byzondere
leerfcholen zouden worden te pas ge-
bracht, en hierdoor die inftellingen
zelven , als zoovele prikkels der veel-
vermogende eerzucht , opgericht en
verbeterd worden.
Uaar wy van gevoelen zyn , dat de
eerfte beginfelen der teekenkunde van
de vroegtte jcugd af behoorden beoe-
fend te worden: zoo begrypt elk, daf
men in dien vroegen leefcyd niet vei-
iig met derzelver tbeoretiscb gedeelte
een begin zoude maken. Omtrent de
manier dan, waarop men, larigs den
gefchiktiten weg, met het practical*
gedeelte beginnen zal, maken wy de
volgende aanmerkingen.
Daar is tweederlei teekenkumt : de
eene naar de oogenmaat; de andere
naar den vefkleinden maatftaf.
Tot de eerfte foort word eene fterke
verbeeldingskracht vereischt, waar-
door de voorwerpen, zoo alsze zyn,
in de gedachten gefchilderd worden;
en dus^ mogen wy ons zoo uitdruk-
E 4 ken,
72 A. VAN SOLTNGEN, ANTWOORD
ken, volgens de gedachtenmaat wor-
den naargebootst.
Door de andere worden de voor-
werpen, in derzeiver oppervlakte die
fcy beflaan , voorgefteld : dit noemt
men opilal of hanuteekening j of
200 als zy zich in de hoogte zouden
vertoonen , wanneer een zeker ge-
deelte daarvan afgefneden was : dit
word doorfnede of profit genaamd.
Reeds een' geruimen tyd is het on-
der de kenners een problema geweest,
velke van deze manieren de beste zy,
om met de jeugd aanvanglyk een be-
gin te maken.
Wy gelooven , dat in dit opzicht niet
alle jongelingen op d^zelfde wys be-
hooren geleidt te worden: van hen,
welker oog dien gelukkigen tact heeft,
om de deelen van een voorwerp , in
derzeiver onderlinge evenredigheid ,
vry naauwkeurig aan de verbeelding
over te geven en hierdoor in het naar-
bootfen, door middel der gedachten-
maat , vry gelukkig flagen : mag men
met de meeste hoop verwachten, dat
fcy de natuur best zullen copieren :
terwylhette vreezen is, dat byzulken,
die terftond beginnen en vervolgens
voort-
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 73
voortgaan , met zich altyd van den
verkleinden maatftaf te bedienen, eene
bekrompenheid van gevoel, eene ge-
hechtheid aan hunnen maatftaf, een mis-
trouwen op him oog, en hierdoor al-
tyd zekere moeilykheid en ftroefheid
in hunne bewerking zal overblyven:
daarom behooren de onderwyzers
naauwkeurig te onderzoeken , of het
oog der leerlingen waarlyk zulk een f
tact hebbe ; en hen op denzelven
2:00 veel mogelyk doen doorwerken:
tot dat de hand, eenmaal hare ftevig-
heid erlangd hebbende, om het voor-
werp, volgens de gedachtenmaat, neer
te zetten ; daarna door het gebruik
van den maatftaf naauwkeuriger ge-
maakt word.
De heblykheid dezer twee manie-
ren, beide welken de onderwyzers be-
hooren te behartigen, moet in de eer-
fte jeugd , alware het met veel moei-
te , tot dat (zoo als men zegt) het ys
gebroken is , verkregen worden :
men moet zich niet al te fchielyk la-
ten affchrikken door den wefnigen
lust: kan men denzelven opwekken ,
of heeft die van zelve plaats , het is
200 veel te beter; en voelt de leer-
E 5 ling
74 A. VANSOLINGEN, ANTWOORD
ling zich door eigen beweging ge-
jioopt voort te gaan, hy zal met reu-
fcenftappen vorderen ; 200 niet , zal
Dochtans het gene hy reeds weet ,
voor het overige van zyn' leeftyd , in
wit beroep hy ook gefteld worde ,
hern yolkomen nuttig zyn. Wy wilden
maar waarfchuwen , om niet terftond
de ongefchiktheid tot vorcferingeri ,
nit gebrek aan lust af te leiden :
een pnderwyzer heeft een taai geduld
uoodig, en behoort altyd te befeffen,
dat het verftand der onderwezene
jeugd niet zelden maar een' oogenblik
noodig heeft, om de fchoonheid der
voorwerpen van de natuur te gevoe-
len : dat, zoodra dit tydftip mocht
geboren worden , de lust en ge-
fchiktheid volgen zullen ; en dat het
$eer mogelyk is dat dit gevoel zich
ontwikkele en opgewekt worde, ter*
wyl men, aan het begin der loopbaan,
inet moeite en blokken trage vorde-
jingen maakt: de onderwyzer be-
hoort dan uit te zien naar de gefchikt-
fte gelegenheid, om dit gevoel te doen
geboren worden; in het troostryke
vooruitzicht , dat zoodra het zich
xnocht ontwikkelen, zulkeen dezelfde
aan-
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 75
aanfpraak zal hebben op fmaak, lust,
en gefchiktheid tot vorderen.
Tot het bereiken van dit gewichtige
oogrnerk wenschten wy, dat de heb-
lykheid van (op de twee gemelde ma-
nieren) allerhande voorwerpen op het
papier te ftellen, reeds aan de vroege
jeugd , op de lage fcholen , te gelyk
met het naarbootlen van letteren werd
onderwezen: voor de lage klasfen
behoefden dezelve maar zeer bepaald te
wezen , dewyl >vy niets anders wilden
vertoond hebben , dan zeer eenvou-
dige voorwerpen; en zeer afkeerig zou-
den zyn , om (ten minilen voor en
aleer een jongeling eene groote maat
van vaardigheid en handigheid , of
een zeer goed oordeel, oogmaat, en
handelwys der inflrumenten verkregen
had,) ooit lets anders dan de eenvou-
dige omtrekken der voorwerpen te
laten naarbootfen, zonder eenigefcha-
duwen of kleuren te gebruiken: im-
mers hoe meenig een zoude een goed
teekenaar geworden zyn , als hy iede-
re reis, dat hy voor den bepaalden
tyd een penfeel of fchaduwpen in de
hand nam, inplaats van loftuitingen te
jcrlangen, in dit zyn oogmerk werk-
da-
76 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
dadig gefteuit ware: terwyl vele zaden
van genie verftikt zyn gebleven , om
dat de fciel hoogere vlucht wilde ne-
men, dan de krachten der ongeoefen-
de fcintuigen konden toelaten.
Men zal een' aanvang maken met
rechte,fchuinfche, en kromme lynen;
drietioeken, vierhoeken; rouden, en
ovalen, uit de eerfte beginfeis der
Hieetkunde ontleend , te leeren tr k-
ken: daarna het kruis, en de meerkun-
dige omtrekken , waarin byzondere
Kchaamsdeelen omvat 2yn : waarna
men hen in de trekken en pnncten
onderwyst, die de Hoogleeraar CAM-
PER heeft opgegeven, om beeltenis-
fen van menfchen en dieren volrnaakt
Haar te bootfen.
Deze eerfte beginfelen worden ge-
volgd door het leeren rnaken van den
zuiveren omtrek, toetfen , arceringen,
en flagfchaduwen ; de proportien van
het menschlyke lichaam ; de eerfte
beginfelen der ontleedktmde : de lood-
lyn, en de wederzydiche afwykingen
der lichaamsdeelen van dezelve : de
gtacelyke ftanden , actien, en gecontra*
jleerde bewegingen.
3Terwyl de jeugd ^ich op de lage
fcho-
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 77
fcholen met deze practicale beginfelen
bezig houdt, en in dezelven op hoo-
gere klasfen , naar mate hunner lust ,
vatbaarheid , handigheid , oordeel ,
en doorgaande gefchiktheid , meer en
meer vorderingen maakt, zal men
ook met vrucht hun verftand met het
thecretifche gedeelte dezer kunst werk-
faam doen zyn. Hiertoe behoort yoor-
eerst eene gefchiedkundige kennis van
alle de byzondere wyzen , waarop
die werktuiglyke fpraakkunst word
uitgevoerd : hoe men zich , naar
gelang van omftandigheden , dan van
die, dan van anderen, bediend heeft:
wat al uitvindingen men gebruikc
hebbe: wie uitvinders; wie groo-
te meesters geweest zyn : welken
derzelver beroemdfte flukken zyn :
waarom dezen zoo hoog geroemd
worden; en welken derzelver kenm^r-
ken zyn: en eindelyk, langs welke
wegen, en dcor welke middelen, zy
tot dusdanigen trap in de kunst ge-
raakt zyn !
Tot het bereiken van alle deze tbw-
rctijche kundigheden, zal men derzel-
ver onderwys best beginnen, met het
geven van denkbeelden ooitrent de
78 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
fchoone kunfteri in 9 t gemeen: hoe de-
zelven het zinlyke fchoon en volmaak-
te niet alleen kunftig voorftellen , en
hierin de natuur zoodanig volgen, dat
door dezelven het hart geroerd, en het
zedelyke gevoel geftreeld word ; zoo
dat de geest in dezelven belang neenit:
maar dat zy daar en boven die zelfde
natuur in hare volmaaktheid, dat is, de
fchoone en verhevene natuur, naar-
bootfen: en daar, onder dezelven, de
fchilderkunst gefchikt is om den fmaak
tot de bronnen van het fchoone op te
leiden, zoo is zy gegrondt op de ken-
nis van het fchoone en van den Jmaak.
Eenheid en verfcheidenheid bepa-
len het fchoone : en daarom zyn
dezen het waardige voorwerp van
naarvolging in de teekenkunde.
Zoodra deze denkbeelden het jeug-
dige verftand zyn ingefcherpt , zal
men de vereischtens ontwikkelen ,
door welken men voor het fchoone vat-
baar word ; en die uitbreiden in de denk-
beelden, welken een verheven geest,
een gevoelig hart, eene uitvoerige we-
tenfchap, en een fcheppend genie ople-
veren: waardoor de ichilder een' rang
yerdient, ver verheven boven den
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 79
eenvoudigen , fchoon volmaakten,
naarbootfer der natuur.
De byzondere manier, die verfchil-
lende verheven genien, en verfchillen-
de natien , ter naarbootfing van dc
fchoone en verhevene natuur gebe-
zigd hebben , levert aan het verftand
verfchillende verkiezingen op : wel-
ken, eens bepaald, tevens den fmaak
bepalen , die op verfchillende wyzen
onderfcheiden voorkomt: als grootsch;
krachtig; edel; naauwkeurig; beval-
lig; klein; en uitvoerig: hierdoor
zal de leerling leeren onderfcheiden,
waarom by voorbeeld MICHAEL ANGE-
LO grootsch; RAPHAEL edel; en COR-
REGIO bevallig was: welke geweest
zy de kleine en uitvoerige fmaak der
Gottifcbe kunftenaren; en welke dc
groote, naauwkeurige, en bevallige f
dat is, de goede fmaak zy, welke
doorgaans heerscht in die voortreflykc
modellen en richtfnoeren van het ware
fchoon: ik meen de kunstftukken, wei-
ken vooral door Griekfcbe, Hetrurifche,
en Romtinfche meesters vervaardigd
zyn ; benevens de antiken in het mu+
feum des Konings vznNapch, en die,
welken in het Herculanum ontdekt zyn.
fe
80 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
Na dat dus de leerling in het theo*
retifcbe gedeelte een' tact van gewaar-
wording der fchoone en verhevene
natuur gekregen hecft ; zal men ,
200 veel mogelyk, de middelen, die
2yn' geest en hand bekwaam maken
om dezelven naar te bootfen , doen
ontwikkelen of geboren worden.
Men zal hem trachten oplettend en
naauwkeurig te maken y om alles te
befchouwen; den geest zekere foort
van vlugheid mede,te deelen, om alles
te bevatten; zoo wel als een goed
oordeel, om alles te onderfcheiden ;
het geheugen door fommige herhalin-
gen te verfterken, om het verkregene
tothetvereischte gebruik te bewaren;
en eindelyk de reeds gemelde midde-
len aanwenden , om hem eene losfe en
vaardige hand te bezorgen: - hier-
door zal het niet misfen, of hy zal>
naar mate hy vorderingen maakt, met
Imaak en eene edele verkiezing kun-
nen voldoen aan de hoofdvereischtens
derkunst, welken voornamelyk zyn :
1. de invent ie, compofitie, en ordinantie;
2. deteekening^ 3. hztkolorit.
Hierna befioort de leerling kennis
t5 maken met de beroemde meesters
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 8 1
in de kunst ; en allereerst met de
Icholen, waarop zy gebloeid hebben.
Eerst krygt hy kennis aan de fcho-
len der ouden : hoe namelyk de
Atheenfcbe fchool geroemd zy ge-
weest als fterk en kloek; de Korinti-
fcbe als zedig en teer ; de Rbodifcbe
als vrolyk en bevallig; en de Sicyoni*
fcbe als'edel en zeer naauwkeurig:
hoe men vervolgens, door de verfchii-
lende verdienften hunner meesteren,
de moderne fcholen gekarakterifeerd
hebbe : hoe namelyk de Itatiaanfche
fchool als de voornaamfle in de tee-
kening; de Franfche als de fierlykfte
en geestigfte; en de Nederlandfcbe als
de volmaakfte in de uitvinding , en ia
de behandelirig van haar fmeltend
penfeel, beroemd zyn.
Om de voornaamfle meesters te
leeren kennen, zal men den leerling
alverder de beste kunstwerken in de
hand geven: waaronder VAN MAN-
DER, JUNIUS, HOOGSTRATEN, BEURS,
GOEREE, enLAiRESSE, voornamenlyk
uitmunten: men sal de akademien,
en publike inftellingen , niet alleen
voorzien met beelden ; op de antiken
E ajf:
8-2 A. VAN SOLING EN, ANTWOORD
afgegoten; maar met befchryvingen
van kunstverzamelingen , kabinetten,
oudheden, gefneden fteenen, ontdek-
te oudheden van het Herculanum , en
vooral met goede copien der voor-
naarnfte en beste meesters: en (in het
beftuderen derzelven) niet alleen de
meesters zelven leeren kennen; maar
vooral de byzondere takken r waarin
de beroemdften onder hen hebben uit-
gemunt: waarom men, zoo veel de
uitgebreid- en rykheid der prent- en
fchiiderkabinetten , waarop men ver-
keert, toelaten, de aandacht zal doen
vestigen op de grootfte verdienflen ,
waarin e!k verheven genie der voor-
treflykfte kunftenaren als gekarakteri-
feerd voorkonien: zoodanig zyn, by
voorbeeld , de grootlche verkiezingen
van RAPHAEL; het majefiueufe van
MICHAEL ANGELO; de bevalligheid
van COREGGIO; de edelheid van GUER-
CIN T O; het kolorit van TITIAAN; het
gevoelige hart van CHODEWIECKY ; het
zachte en aandoenlyke van WEST; de
grootfche famenftelling en de tint en
van RUBBENS ; het geestige van TE-
NIERS; het hartstochtlyke van LE
BRUN; het verhevene van MJERIS enz.
De
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKEN&, 8$
De leerling eene zekere maat van
kundigheden, zoo in ds practical e als
theoretifcbe beginfelen, verkregen heb-
bende : zal men dezelven zoodanig
trachten te vereenigen, dat zy onder-
ling elkander* de hand bieden : doot
hem , wanneer hy de lagere fcholen
verlaten, en fhnaak en kundigheid in
de eerUe beginfelen gekregen heeft,
gelegenheid te verfchaffen, cm van de
opgemelde middelen, in openbare in*
ftellingen, en daartoe byzonder inge-
richte leerfcholen , gebruik te maken :
op dat de eer^ucht , door publike exa-
mina, en gefchenken aan hen die uit*
munten , een prikkel zoude zyn toe
vordering.
Geene teekeningen, waarover mis-
fchien lang gewerkt is, en die dikwyls
geene zekere bewysen van kunstzyn^
behoorden by diergelyke examina ver-
toond te worden : maar de leerlingen
moesten, op ftaanden voet, en in te-
genwoordigheid van velen , zulke
voorwerpen , die zy maar zelden ge^
zien,- en waarop zy zich niet hadden
kunnen voorbereiden 9 aanfchrabben ;
?n de meest gevorderden de gevraag-
F 2 da
84 A. VAN SOLINGEN , ANT WOO RD
de voorwerp^n uit het hoofd teeke-
nen.
Na dus de Vfcreischte gronden ge-
legd te hebben , zal de leerling , ter
vermeerdering van zyne kundigheid ,
en ter verbetering van zyn' fmaak ,
zich buiten 's lands begeven , om de
kunstftukken der beroemdfte meesters
zelf te zien en te beoordeelen : en ,
naar mate zyne omftandigheden zulks
toelaten, de galeryen te Dusfeldorp,
Dresde, Florenfe, p^er 'failles , het Lu-
xemburg te Parysy bezoeken; en (in
ons Vaderland) de kerken te Antwer-
fen ; het ftadhuis te Amfterdam ; de
kamers in den ffaag ; en hec huis d,e
Qranjenzaal\ benevens verfcheide doe-
lens , gildekamers , en godshuizen ,
vooral te Dordrecht , Haarlem , Lei-
de, en V Gravenhage: terwyl het
reizen zelf zyn oog en gevoel ge-
v/ennen zal aan de prachtige voor-
werpen der natuur ; hoedanig zyn
morgenftonden , avonden , zeeen ,
landgezichten, bergen, bosfchen, va-
leijen, rotfen, watervallen enz.
Dan, alle deze hulpmiddelen zyn
pngenoegfaam, zoo niet met dezelven,
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 85
gelyk wy in het begin van het tbeore*
tifcbe gedeelte aanmerkten , eene ze-
kere uitgebreidheid van verfchillende
wetenfchappen zich vereenige ; en
vooral van zulken , die onmiddelyk
met de Ichilderkunst vereenigd zyn:
waaronder wy voornamelyk optel-
len:
De fchilderkundige anatomic, die de
uiterlyke gedaante van 's meirfchen li-
chaam in ftanden en werkingen be-
paalt: dese is door v. D. GRAGT, met
de bygevoegde platen naar VESALIUS;
en door den Heer PLOOS VAN AM-
STEL, met fraaije platen, voorgefteld.
Eene grondige kennis van fefabels,
gefchiedenisfen, godsdienstplechtighe-
den, en oudheidkundige zaken der
volken : zonder welken de fchilder
nimmer iets met fmaak zal ordmeren,
en tevens gevaar loopen om de groot-
fte misflagen te begaan; zich te gelyk
in de onmogelykheid bevindende , om
aan de vereischten der co flume , of de
welvoeglyke kleeding, te voldoen.
Eindelyk voegen wy hierby (behal-
ven de menschkunde, zedekunde, en
kennis der hartstochten) nog de voor-
F 3 naam-
$6 *U VANSOLINGEN, ANTWOORD
naamfte gedeelten der natuurkunde ,
vooral de gezichtkunde; en byzon-
der de , voor den fchilder hoogst-
belangryke , kermis der perfpectif.
Deze toch befchouwt de voorwer-
pen op een' vastgeftelden afftand, en
bepaalt naaukeurige regelen , orn uit
dat oogpunt, al (derzelver onderlinge
cvenredigheden, vooruitkomingen, te-
rugwykingen, lichten, enfchaduwen,
^oodanig te vertoonen, dat zy op on-
2e oogen dezelfde uitwerking verwek*
Jcen , als zy in de natuur zelve zich
voordoen.
Daar de ondervinding geleerd heeft,
dat het oog der meesteren den tact
van het lichte en bruine , en van de
evenredigheid der voorwerpen , naar
de verfchillende afflanden, niet beko-
jnen kan, voor dat zy, door eene heb-
lykheid van de toepasfmg der regelen
van de perfpectif , hun oog gewend
hebben, om als het ware meetkundig
te gisfen; zoo hebben zich verfcheide
aucteiiren onledig gehouden, om dezel-
ven op meetkundige *gronden voor te
ftellen ; waarohder voornamenlyk uit*
jnuntcn de werken van HONDIUS ,
DES-
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 87
DES ARGUES, BOSSE% BOSBOOM, PHILIPS,
en van den Heer DE VLAMING , die
deze wetenfchap uit de driehocksme-
tina heeft afgeleidt.
Die de perfpectif beoefenen , met
oogmerk om dezelve in defcbildefkunst
zich ten nutte te maken , behooren
eerst de theoretifche kundigheden daar-
van op te fporen, en dezelven zich eigen
te maken, in alle de voorftellcn en be-
togen, welken de perfpectif o pie vert;
in het afteekenen der vodrwerperi, die
waterpas met den gezichteinder zyn
(ichnographia): daarna van die, wel-
ken op den gezichteinder rechtftandig
zyn (orthographia): vervolgens van
de vaste lichamen , welken uit deze
ftanden zyn faamgefteld (ftenogra-
phia): en eindelyk van de fchadu-
wen, welken de lichamen die in het
perfpectif geteekend zyn , van zich af-
geven (fciographia). Na dat de leer-
ling in deze theoretifche kundigheden
genoegfame vorderingen gemaakt
heeft : zal hy zich in alle de voorftel-
len en conftructien , benevens derzel*
ver meetkundige betogen, bekwaam
maken; waarin het practical gedeelte
F 4 der
88 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
der perfpectif die theoretifche grondbe-
ginfelen zich ten nutte maakt [].
De wysgeer , en natuuronderzoeker ,
kunnen veilig by het theoretifcbe ge-
deelte dezer wetenlchap berusten: ter-
wyl aan zulken , wier kundigheden
aanfpraak geven tot eigen vindingen,
genoegfame ftof van befpiegeling en
eoefening overblyft, in de befchou-
wing der luchtperfpectif, daar de dik-
kere media altyd minder licht doorla-
ten; waardoor een groote verfcheiden-
heid van het clair-obfcur der Franfchen,
In de verdeeling en verfpreiding der
kleuren en lichten , plaats grypt.
Alle de grondbeginfelen der per-
fpectif, welke is de perfpectif der na-
tuur, hervormd tot eene kunst, die
alle de voorwerpen, door de natuur
aan onze oogen voorgefteld, in hunne
juiste evenredigheid naarbootst en
daar-
[3] Dozen zyn in een' ftrengen , raeetkundigen , en
voortreflyken leertrant voorgefteld, in het uitmun-
tende werk van JEAURAT : tot titel voerende : Tralti
de Perspective a Fufage des artifles : on Fon demon-
tre geomtiriquement toutes les pratiques de cetts
fclence ; et ou fon enfeigne a mettre toutes fortes
d^objets en perspective , leur reverberation dans feau^
et leurs ombres 5 taut au foleil^ qifau flambeau.
i?5-
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 89
daarftelt: -alle de grondbeginfelen
(zeg ik) der perjpectif beftaan, niet in
eene omflachtige voordracht; maar in
eene eenvoudige, en tevens ftrenge,
aaneenfchakeling van meetkundige be-
ginfelen en noodzakelyke gevolgen,
welken (practical toegepast) zich alien
wiskundig laten betogen: en deze over-
weging doet ons van zelve overgaan
tot het oogmerk der geleerde vrage-
ren, die de teekenkunde, als op de mees-
te kunften en handwerken van invloed
2:ynde , onmidlyk met de wiskundige
wetenfchappen vereenigd hebben. Alle
werklieden namelyk en boukundigen ;
alle famenftellers, zoo van byzondere
werktuigen , als van die, welken be-
paaldelyk voorwerpen der werktuig-
kunde zyn: zyn niet alleen verplicht,
om de.werktuigen in hunne geometri-
fche afmetingen te kunnen afteekenen ;
maar nog, daar en boven, op dat zy
in ftaat zouden zyn hunne gedachten
mede te deelen, in het perfpectif: en
dewyl deze haren onwrikbaren grond-
zuil vindt in de beginfelen der meet-
kunde, zoo blykthet van zelve, hoe
wenfchelyk het zy voor alle kunstwec-
keren, dat men op middelen bedacht
F 5
A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
zy, om de wiskunde zelve, tot wel-
ker opzettelyke befchouwing wy thans
overgaan, algemeener in irtin te brengen.
De gefchiktfle manier, om het on-
derwys der wiskunde zoodanig in te
fichten , dat die wetenfchap in alge-
toeener* trein zy, en alleszins gefchikt
kunne worden , om tot het meeste
nut en geluk der maatfchappy mede te
werken : beftaat in eene naaukeurige
achtneming op het oogmerk, waar-
niede elk, die onderwezen word, zich
op gemelde wetenfchap toelegt.
Somtnigen leven in het vooruitzicht
van die kundigheden te zullen toepas^
fen op de beroepen, waartoe zy wor-
den opgeleidt: ter bereiking van wel-
ker grondige en naaukeurige kennis,
de wi&undige wetenfchappen door hen
beoefend worden.
Wenfcheiyk ware het intusfchen,
dat alien, van wier opvoeding eenig
werk gemaakt word, de beoefening
fier wiskundige wetenfchappen , ter
verbetering van hun verftand en denk-
vermogen, ter harte ging! De voor-
iiaamfte toepasfing , welke men van
de wiskunde behoorde te hebben ,
jnoest
OVER DE \VIS- NAT. EN TEEKENK. 91
moest dienen, om ons oordeel zoo
juist te maken als mogelyk is; dewyl
de naaukeurigheid van het verftand
oneindig verkieslykis boven alle, zelfs
de voortreflykfte, wetenfchappen:
de rnensch is niet geboren, om zyn'
tyd door te brengen met het meten
van' lynen ; om de betrekking der
hoeken, of om de verfchiilende bewe-
gingen der ftof te onderzoeken : voor
200 ver deze wetenfchappen, als louter
leerftellig en ontoegepast, den geest
louden bezig houden : hy is ver-
plicht, om oordeelkundig, billyk^ en
rechtvaardig te zyn, in al zyne ge-
fprekken, in al zyne daden, en in al de
bezigheden, welken hy behandelt:
dit is de grootfte beftemming van
9 s menfchen edelen geest: en het is
daarom , dat de mensch hiertoe , voor-
namelyk en boven alles , zich behoor-
de te vormen.
Onder alle de doeleinden derhal-
ven , tot welker bereiking de wiskun*
dige wetenfchappen behooren beoe-
fend te worden, munt uit de Volma-
king van het verftand : welke beftaat
In eene heblykheid, om een goed ge-
bruik vap onze vermogeris te maken,
in
92 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
in het kennen der waarheid: dit
doeleinde behooren alien te beharti-
gen, die een' vasten trap van kennis
eoogen, in welk een' tak van weten-
fchap het zyn moge : om deze reden
werd by de ouden niemand tot het
aanleeren en beoefenen der wysfageer*
te toegelaten , dan zulken , die in de
meetkunde ervaren waren.
Dewyl de ftelling alleszins waar is ,
dat de wiskundige wetenfchappen een'
oneindigen invloed hebben op de be-
fchaving van het verftand; zoo is het
de plicht van elk, wien de opvoeding
van een' of meer jonge lieden is toe-
vertroud, zorg te dragen, dat deze we-
tenfchappen door de bun toevertroude
fanden, voor zoo ver zy met ah werk-
tuiglyke bandwerkers worden opgekidt ,
beoefend en aangeleerd warden : en
dit is ongetwyfeld , ^eer wy verder
gaan , het eerfle gefchikt en eenvoudig
middel, om die wetenfchappen in alge*
meener" treln te brengen: en ook, ter*
wyl zy acht nemen op de verfchillen-
de oogmerken en doeleinden, waar-
toe door elk in het byzonder die we-
tenfchappen beoefend worden , him
pnderwys daartoe te bepalen 7 dat de
be-
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 93
beoefening dier wetenfchappen de
leerlingen gefchikt make om hun
verftand te verbeteren. Daar het nu
niet misfen kan, of de wiskundige we-
tenfchappen zullen in algemeener* trein
zyn , naar mate het verftand der leer-
lingen door de wiskundige beginfelen
verbeterd en befchaafd is: "dewyl de-
ze verbetering en befchaving zelve
den mensch tot het beoefenen diet
wetenfchappen gefchikter maakt":
zoo geven wy, vervolgens, als een
middel op ter algemeenermaking der
wiskundige wetenfchappen , een naau-
keuriger zorg en vlyt der onderwyzeren,
om hun onderwys dermate in te richten ,
dat het verftand der leerlingen y door de
beoefening der WISKUNDIG& wetenfchap-
pen , verbeterd worde.
Dit zoo zynde , vinden wy het van
een uitftekend belang, om den besten
weg op te fporen , ten einde het onder-
wys in die wetenfchappen tot dat grootc
doeleinde in, te richten: en de mid-
delen, welken wy, naar mate zy voor-
komen (als verfchillende) gefchikt zul-
len opgeven, om het onderwys in de
wiskundige beginfelen tot befchaving
van het verftand te doen veritrekken,
als
94 A. VANSOLINGEN, ANTWOORD
als zoovele byzondere middelen aan
te merken, welken dienen moeten om
gemelde wetenfchappen zelven in al-
gemeener* trein te doen zyn: dewyl de
verbetering van het verftand hetzel-
vc , tot het beoefenen der wlskundige
wetenfchappen , gefchikter maakt:
waarna wy beproeven zullen, om tot
het algemeener maken dier weten-
fchap een algemeen middel op te fpo-
ren , waarvan ook minvermogenden
2ich bedienen kunnen.
Wy zagen boven, dat 'er DRIE
trappen van kennis in het menschlyke
verftand zyn.
? *De waarheid , door anderen voor-
gefteld , naaukeurig te verftaan en
te begrypen": is de eerfte trap van
kennis. Om dezen trap, in het beoe-
fenen der wiskundige wetenfchappen,
volkomen te bereiken, komen de vol-
gende middelen voor.
Dat allereerst de definitlen (of bepa-
lingen) volkomen begrepen warden:
hierom is het van belang , de bepalin-
gen door voorbeelden op te helde-
ren : waartoe in de rekenkunde de
getalmerken; en in de meetkunde de
lynen dienen: deze vporbeelden
be-
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 95
behocren by de bepalingen terftond te
wordcn aangcvoerd : het gene even-
wel vcelal word nagelaten : waar-
door het naaulyks ontlokene verftand,
terftond, vermoeid en afgemat word,
door afgetrokken te moeten denkeu
en redeiieren: eene bezigheid, die nog
geheel buiten deszelfs bereik is.
Men drage zorg, dat in volgende
bepalingen geene andere termen vervat
zyn, dan zulken, die reeds te voren
bepaald zyn: en dat ook geenen dier
termen achterwege gelaten worden,
uit welker vereeniging het bepaalde
moet voortkomen.
Daar vervolgens de zintuigen die
voortreflyke werktuigen zyn , door
welken de denkbeelden aan het ver-
ftand worden voorgefteld; en hierora,
de jeugd allermeest geneigd is , om
tot de werkfaamheid van denken het
gebruik der zintuigen te hulp te ne-
men : zoo behoort men nimmer nala-
tig te zyn, om het bepaalde voorwerp
zintuiglyk voor te ftellen; ten eindq
alle deszelfs wiskundige eigenfchappen,]
met behulp der zintuigen , door de
Jeerlingen kunnen onderzocljt ep b?-
grepeu worden.
96 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
Het voorflel (propq/itio) , zoo het
een problema is, behoort (zal het dui-
delyk bevat worden) eerst in een theo-
rema te worden omgekeerd; en dan
terftond op de getalmerken , Jiguren,
of letters, te worden toegepast: ten
einde het verfland , niet vermogend
om zichzelve dadelyk een afgetrokken
voorftel voor den geest te brengen,
door zulkeene zintuiglyke opheldering
in de bevatting worde te gemoet ge-
komen. Intusfchen blyft het daarom
niet te minder waar, dat de propojitie
noodzakelyk allereerst zuiver en af-
fetrokken behoort te worden aange-
ondigd : op dat deze afgetrokken
waarheid , als op zichzelve ftaande ,
eene plaats in het geheugen verkryge,
Om daarna in de oplosfmg en bewer-
king der volgende voorftellen als zoo-
danig te pas te komen.
Om dezelfde reden moeten de op-
losfingen (folutiones) terftond op de
getalmerken , Jiguren , of letters, wor-
den toegepast: in dezen komt heC
afgetrokken denken minder te pas: de
mecbanifcbe oplosfmg , voor oogen ge-
fteld, zal dadelyk bevat worden; ter-
jwyleene afgetrokken redenkaveiing;
QIU
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 97
om aan te duiden hpe die oplosfing
zoude moeten gefchieden, minder in
het geheugen zal gebracht worden:
te ineer, dewyl men moet trachten,
om in de leerlingen eene heblykheid
te doen geboren worden, dat zy (door
verfcheidenmalen herhaalde bewerkin-
gen) dat gene in de oplosfing leeren
verrichten , het welke in het vraagfl.uk
gevorderd word.
Eindelyk merken wy aan, dat men
behoorlyke zorg moet dragen, om der
jeugd duidelyk voor te ftellen en be-
vatlyk te maken het onderfcheid tus-
fchen de gegevene (dat is onderftelde
of voormaals bewezene) termen; eri
die genen, welken of opgelost moeteu
worden, of werkelyk tot de oplosfing
behooren: zoodanig, dat men die
termen naaukeurig van elkander' on-
derfcheiden nederzet: eene omzich-
tigheid, die in het daaglykfche onder-
wys derwiskundete veel verzuimd word;
en die evenwel van het hoogfte belang
is , om klare denkbeelden te leeren vor-
men, en verwarden voor te komen: en
dierhalve op het fterkst tot befchaving
van het verftand , en de ontwikkeling
G der
98 A.VANSOLINGEN, ANTWOORD
der natuurlyke logica, waarmede ieder
inensch begunftigd is, medewerkt.
Dezen zyn de weinige , maar tevens
gewichtige, middelen : welken gefchikt
zyn om de aanvanglyke beoefening
der whkundige wetenfchappen alge-
meener te maken. De waarheden ,
door anderen voorgefteld, duidelyk te
verftaan; en eene heblykheid te ver-
krygen , om door eene zintuiglyke
oplosfmg die waarheid te kennen :
maakt het verftand gefchikt , om
-vooreerst duidelyke denkbeelden te
leeren vormen, en eene kennis van
Waarheden op te doen , die tot het
naaukeurig denken zeer behulpfaam is.
Die de whkundige wetenlchappen
beoefent, met oogmerk om het ver-
ftand te verbeteren, behoort alver-
der werk te maken van den fweeden
-trap van kundigheden in het mensch-
lyke verftand : welke in eene ge-
gronde kennis beftaat van de oorza-
ken en redenen der bekende waarhe-
den: en, om denzelven te bereiken,
komen vooral de whkundige betogen te
pas, op dat men voor zichzelve van
die waarheden overtuigd worde.
De-
OVER DE WIS* NAT. EN TEEKENK. 99
Dezen behooren te zyn de fyntheti-
fehe demonftraticn der ouden: daar ay f
zoowel om het vefftand (buiten de
wiskunst) in redenkundige onderzoe-
ken te fcherpen ; als om hetzelve ge->
maklyk been te voeren door de leer-
ftellingen der zuivere loglca; meer ge-
fchikt zyn, dan de analytijche betogen
der hedendaagfchen : welken> hoe
voortreflyk en vernuftig uitgedacht,
nimmer, ten koste &&Jynthetifche de+
monflratien, behoorden te worden in-
gevoerd.
Een werktuigkundig en voorbeeld-
lyk betoog geeft zulk eene klaar-
blyklykheid aan de waarheid , dat
men hetzelve, met het grootfte nut,
kan vooraf zenden: door dit mid*
del gefchiedt de beste overgang der
werkfaamheden van den geest, in den
eerften trap van kennis, tot dien van
den tweeden : welke door eene regel-
matige redenering word uitgeoefend:
het regelmatige gebruik nu der re-
de, vooronderftelt de voorafgaande
werkfaamheden van den eerften trap
van kennis; namely k kennisneming
en beoordeeling, met derzelver on-
derhoprige werkfaamheden : en dez.en
G 2 b-
100 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
bereiden den geest allerbest tot het
regelmatige gebruik der rede , door
middel van zulk een werktuiglyk en
voorbeeldlyk betoog , dat de aan-
dacht en opmerking opwekt; de zintui-
fen oogenbliklyk aandoet ; der ver-
eelding kracht byzet; en het geheu-
gen verfterkt. ,
Het achterlaten van deze manier
veroorzaakt, dat de trage vernuften
niet zelden deze nuttige wetenlchap
verlaten: daar evenwel de ondervin-
ding heeft geleerd , dat de weten-
fchappen zeer veel nut erlangd heb-
ben van die, anderszins eerst trage,
vernuften; in welken , meestal , het
gebrek van vlugheid door eene ftren-
ge naaukeurigheid , zoo noodzaaklyk
voor de wiskundige wetenfchappen 9
vergoedt word.
Na zulk een mcchanisch betoog te
hebben vooraf gezonden, behoort het
leerftellig te worden uitgevoerd; en
duidelyk aangetoond , hoe het be-
toog uit de onderftelling en bereiding
voortkome; hoe alle de termen van
de onderftelling in het betoog worden
ingevoerd: op dat, uit alles faamge-
, elke term der ftelling regelma-
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENIC. IOI
tig befloten , en het gantfche betoog,
door middeleh van deze ordenlyke
redeneringen, worde iaamgefteld.
En dezen komen ons de gefchiktfte
middelen voor, om de overtuiging
der waarheden te bereiken: en dus
het verftand te verbeteren, door het
op den tweeden trap van kundighe-
den te oefenen en bezig te houden.
De grootfte volmaking eindeiyk van
het verftand beltaat in het vermogen,
om waarheden > die ons onbekend wa-
ren , uit vroegere kundigheden af te
leiden en op te fporen. De betogen
zelven geven hiertoe alreeds eenige
aanleiding: dewyl men, door op de-
zelven aanhoudend en naaukeurig acht
te geven, terilond zekere heblykheid
van self te demonftreren erlangt : wel-
ke heblykheid byzonder gefchikt is ,
om het verftand tot het opfporen
van onbekende waarheden te kunnen
voorbereiden.
Hiertoe namelyk om zelf te lee-
ren demonftreren zll vooreerst van
dienst zyn , om de problemata in tbeore-
mata om te keeren, en die alsdan op te
.losfen en te betogen: het gene dit ge-
.mak in zich bevat, dat men alleen te
G 3 viti-
102 A. VAN SOLINGEN, ANTWOO&D
vinden hebbe het -gene reeds gevon-
den is; en dus als van zelve, uit het
gene men reeds weet, opgeleidt word
tot het punt, dat nog fchynt te moe-
ten gevonden worden.
Voorts behoort, ter vferkryging van
de hebiykheid om zelf te demonflre-
ten, het geheugen (zooveel mooglyk)
voorzien te zyn met de definitien, pro-
fofitien, en refolutien der problemata ,
nadatze in theoremata zyn omgekeerd :
op dat dezen,als zoovele hulpmiddelen,
by de hand zouden zyn, waarop men
$yne redeneringen kan bouwen , wan-
neer men zich onledig houdt om zelf
te demvnftreren : en dit vereischte be-
hoeft het jeugdige verfland niet af te
fchrikkent dewyl de ondervinding alles-
2ins leeren zal, hoe gemaklyk het ge-
heugen eene hebiykheid verkryge, orn
waarheden te onthouden, die het
cerst duidelyk verftaan en begrepeu
heeft ; en nog te meer zal het hierin
flevig en yerfterkt worden , wanneer
het die waarheden zelve leert naarvor-
fchen en betogen.
Alvorens men tot het betoog zelve
overgaat, behoort men zich te ge-
V/ennen tot het maken der praepara-
tittf*
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 1 03
tlen. Hierdoor word de geest van vin-
ding byzonder aangewakkerd, en te-
vens gewoon gernaakt aan de fliptfte
naaukeurigheid. Het vinden immers
dcr praeparatie beftaat in het vinden
van ternien, die men by de hypothejis
veilig voegen mag; en welken, by
de bypoibefis gevoegd zynde, deze
gefchikt maakt tot befluiten en ge-
volgtrekkingen, die de waarheid der
aangevoerde thcjis aantoonen en be^
wyzen/
Eindelyk , om voor zichzelve in
ftaat te zyn tot betoging van een pro-
blema, behoort men ook zelf de ter-
men der folutie op te fporen, welken
alsdan zoo in het theorema als de hypo-
thefis voorkomen; dqwyl het diezelfde
termen zyn, v/aarvan men in de de-
monftrane zich bedient: zoo dat de ter-
men van de folutie, met die van de de-
monftratie, hand aan hand faamwerken,
om eerst de waarheden aan te voeren,
door welker kracht de tbefis kan be-
wezen worden ; en die ook , daarna ,
door diezelfde waarheden in de daad
te betogen.
Deze alien zyn de gefchiktfte mi^-
.dekn, die behooren in 't werk gefteld
G 4 te
104 A. VANSOLINGEN, ANTWOORD
te worden, om hen, die de iviskundige
wetenfchappen beoefenen , in ftaat te
flellen, om voor zichzelve eene heb-
Jykheid te verkrygen van gevolgen te
trekken; te betogen; waarheden uit
tevinden; en hierdoor het verftand en
denkvermogen te verbeteren.
Niemand, die ter verbetering van
het verftand de meetkunst beoefent ,
mag by derzelver practicaal gedeelte
alleen blyven berusten; maar integen-
deel zyn de onderwyzers verplicht,
om hen , die onderwezen worden ,
gefchikt te maken , om volgens de op-
gegevene regels zelven wiskyndigewzar-
heden op te fporen: waarvan zy het
nut, ten behoeve van het geluk der
inenfchelyke maatfchappy, en ter uit-
breiding van die wetenfchappen , wel-
kcn alleen op de onwrikbare zuilen
der wiskundige zekerheid zyn opg-
boud, ondervinden zuilen.
In de ftelkunst , die (door byna
tooverachtige bewerkingen) in de
laatfte eeuw meer uitvindingen ge-
daan heeft, dan de ouden, in alle de
vorige eeuwen faamgenomen, hebben
kunnen doen: zal men, na zich de
rekenkundige beginfelen volkomen ei-
gen
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 105
gen gemaakt te hebben, de letterlyke
voorbeelden op de getallen toepasfen,
en door dezelven bewerken: langs
dezen weg zal men, al vroeg en met
vrucht, de jeugd met letters leeren
werkenj en dezelve hierdoor, op ee-
ne aangename wys , door lust en op-
gewektheid voor de ftelkunst aanvu-
ren.
Men zal dan, om deze kundigheden
algemeener in trein te brengen , der jeugd
gewennen, om de rekenkundige voor-
ftellen door algebraifche formulae te
bewerken: en ook langs dezen weg,
door middel van aequatien van ver-
fchillenden rang, de geometrifche pro-
blemata op te losfen.
Maar vooral zal het van 't grootfte
behng zyn, om de fynthetifche manier
der ouden met de analytifche wys der
hedendaagfchen te vereenigen, door
middel van de geometrifche f>roblemata
in aequatien over te brengen : welke
de fcekerfte weg is, om het verfland,
langs fafynthettfcbe manier der ouden,
pp te fcherpen; en tevens in te leiden
in alle die uitvindingen , waarmede
hct ryk der wisknndige wetenfchappen,
G 5 door
106 A, VANSOLINGEN, ANTWOORD
door de analyjls der hedendaagfchen
verfierd, verrykt, en voltooid is.
Alle deze middelen , hoezeer gewich-
tig, echter meenigmalen in het onder-
wys verzuimd, hebben wy enkel kun-
nen aanftippen, om dat ons beftek niet
toeftond uit te weiden in alle de ophel-
deringen , welken byna eene volkoinen
verhandeling der leerftellige reken-
meet- en ftelkunde vereifchen zouden:
het voldoet ten minfte aan myn
cogmerk de noodzaaklykfte hulpmid-
delen te hebben aangewezen , welken
de onderwy2/ers behooren in acht te
nemen, ten behoeve van hen, die zich
op de wiskundige wetenfchappen toe-
leggen, met oogmerk om het verftand
te verbeteren. En zeker,het wiskundige
onderwys tot dit wenfchetyke oogmerk
te doen ftrekken, is niet alleen ge-
fchikt om het geluk der maatfchappy
te bevorderen ; maar ook inzonder-
heid, om de wiskundige wetenfchappen
zelven uit te breiden, en in algemeener*
trein te doen zyn: dewyl de meeste
oorzaken, die derzelver voortgang be-
letten, gelegen 2;yn in de ongefchikt-
heid van het verftand* ter beoefening
yan die wetenfchappen: dat, naar mate
het-
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 107
hetzelve verbcterd en naaukeuriger
geworden is , deze wetenfcjptappen
met meerder vnicht, gelukkiger ger
yolgen, en algemeener nut, beoefenen
En dit belangryke en hoogwichtige
oogmerk zal men byzonder bereiken,
wanneer men, zoo veel mogelyk, acht
heeft gegeven op de byzondere ge-
fchiktheid van hen 9 die onderwezen
worden ; en der heblykheid van zin-
tuiglyke gewaarwordingen , zoo veel
de aard der zaak veilig toelaat , mm of
meer te gemoet komt : vooral zorg-
dragende, dat de jeugd al vroeg ken-
nis kryge aan het toegepaste nut ,
waartoe elke aangeleerde kundigheid
dienen kan: eene aanmerking, die
van te meer belang is , om dat men de
jeugd licht zal affchrikken , door haar
in de noodzaaklykheid te brengen,
van zich met niets anders dan met af-
etrokken denkbeelden bezig te hou-
en: terwyl derzelver moed byzon-
der al worden opgewekt, zoo men
haar dikwyls in de gelegenheid
brengt, om bewustheid te krygen
van het toegepaste nut barer kun-
digheden. Het is ter bereifcing van
dit
loS A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
dit voortreflyke oogmerk, dat de be-
roemde DESCHALLES : in zyne Element
d'sucLiDE expliques ffune maniere nou-
velle et tres facile : by elke propojuie
derzelver toepasfing, nuttigheid., en
gebruik in de famenleving, heeft by-
gevoegd.
Wy befluiten dit hoofdftuk: met te
zeggen, dat de ondervinding zeker lee-
ren zal, hoe tegen de inftandbrenging
van de opgegevene hulpmiddelen, dik-
wyls vele zwarigheden zich zullen op-
doen: gelyk altyd het geval geweest
is en zyn zal, zoo dikmalen men zich
onledig houdt met middelen op te fpo*
ren, die gefchikt zyn om onder de
gantfche rnaatfchappy iets in aigemee"
tier' trein te brengen: aangezien de
verfchillende vermogens, zoo van hen
die onderwyzen, als van zulken die
onderwezen worden ; en de byzonde-
re betrekking , waarin ie^er indmdu
van het menschdom, zoo tot zyne
jnedemenfchen, als zyne eigene oog-
merken, geplaatst is. Het is daarom
dat wy, na alvorens t hebben aange-
drongen op het nut en gewicht der
opgegevene hulpmiddelen, met aan-
^ om zieh zoo dikwyls daarvan
te
OVER DE WXS-NAT. EN TEEKENK. 109
te bedienen , als maar immer de gele-
genheid zulks gehengen zal: het is
daarom, zeg ik, dat wy bedacht zyn
geweest , of 'er niet een algemeen
hulpmiddel ware uit te denken, waar-
van men met vrucht zich zoude kunnen
bedienen, om de gefchiktheid tot de
beoefening der whkundige wetenfchap-
pen algemeener te maken j die weten-
fchappen zelven in algemeener' trein te
brengen; en derzelver aanleering voor
minvermogenden gemaklyker te doen
worden : een onderwerp , waarover
wy in het volgende hoofdftuk ons
nen bezig te houden.
VIERDE HOOFDSTUK.
Over het beste algemeene middel, om de
WISKUNDS algemeener in trein te bren+
gen ; en derzelver aanleering voor min^
vermogenden gemaklyker te maken.
Onder die middelen, welken meest
geichikt zyn, om het verftand tot
de beoefening der wiskundige we-
tenfchappen op te leiden ; om het-
al vroeg , ea als van zelve,
die
JIO A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
die gefchikthdd te bezorgen, welke
vereischt word om naaukeurig, afge-
trokken , en regelmatig , te denken ;
zoowel als om ftrenge gevolgen te
trekken: onder die middelen eindelyk,
die in ftaat zyn, om het verftand van
minvermogenden, op eene onkostbare
wys , tot de aanleering van gemelde
wetenfchappen al vroeg in ftaat te ftel-
len: behoort eene wiskundige beoefe-
ning der rekenkunde vooral geplaatst te
worden. Men is op de fcholen ge-
woon, der jeugd de werktuiglyke be-
werkingen der rekenkunde te onderwy-
zen: hierin maken zy vorderingen,
Bonder dat men het denkvermogen
aan de minfte of geringfte oefening ge-
went: het geheugen alleen fp^elt
hier ^yne rol : de aanleering der
garitfche rekenkunde word tot den hoog-
ften trap gebracht en zelfs beoefend,
by lieden , welken , door den koop-
ban del , of andere betrekkingen, van
dezelve een dagelyksch en aanhou-
dend gebruik maken; zonder dat him
verftand imrner het minfte deei gehad
h-eeft aan die bewerkingen. En daar
de rekenkunde, waarlyk, voor een zeer
groot gcdeelte van het menschdom,
van
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 1 1 1
van groot belang is, en ook in de daad
ook daor dezelve beoefend word: ~
zoo ziet men echter verre de mees-
ten, die hun werk maken van de re-
kenkunde , en dezelve op hunne be-
roepen toepasfen , tevens (als zoo
vele werktuigen) een aanhoudend ge-
bruik maken van eene kunstbewer-
king , weiker aard en natuur , zoo-
wel als de reden hunfier bewer kin-
gen zelve, hun geheel onbekendzyn:
als hebbende van dezelven in hun
verftand, door middel van hun eigen
denkvermogen, nimmer eenig begrip
gevormd.
Men ziet derhalven terftond van
zelve: dat, indien men het grootfte
gedeelte van hen, weiker post en taak
het worden zal de rekenkunde te beoe-
fenen; gelyk ook daartoe vele jonge
lieden worden opgeleidt , en meest
alien ten minfte in die kunstbewer-
king onderwezen worden; al vroeg
gewoon gemaakt had, om by die be-
oefening zelf te denken , om leer-
ftelUg de reden, uitwerking, en na-
tuur, der kunstbewerkingen te bevat-
,ten: een zeer groot gedeelte van ht
menschdom, vedvroeger, gebruik
zou-
ii2 A. VAN SDLINGEN, ANTWOORD
gemaakt hebben van hunne ver-
ftandelyke vermogens : waaruit voor-
eerst het meerderdeel der jeugd ,
meer gewend wordende aan regelma-
tige bewerkingen en gevolgtrekkin-
gen, zoowel als aan het redenkundi-
ge gebruik van hun eigen denkvermo-
gen, vroeger en in grooter getal die
gefchiktheid zoudc verkregen hebben,
welke in het verftand, tot het beoe-
fenen der wiskundige wetenfchappen ,
vereischt word.
Ik fpreek hier nog niet van het on-
befchryflyke nut, het welk verfpreidt
^oude worden over alle .beroepen
en levensftanden , zoo alien, die de
rekenkunde beoefenen , in dezelve niet
als werktuigen, maar in den aard, de
natuur, en rede van dezelve, onderwe-
en werden : van dit uitftekende nut
sullen wy naderhand nog eenige oo-
genblikken fpreken. Ook wys ik hier
nog niet op die van zelve fprekende
waarheid: dat elk die, volgens hetge-
leide der rede, in de rekenkunde , wel-
ke het eerfte deel der wiskunst is, on-
derwezen word, reeds met de daad
vorderingen in de wiskunst maakt ;
en dus reeds, in 200 ver , gedeel-
te-
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENKi 1 1 j
telyk aan de vraag zelve zoiidevoldaaii
worden : ik herhaal alleen deze waar-
heid: dat de aanleering der rekenkun*
dc 9 (met zoo als deceive tegenwoordig
in de fcholen onderwezen word; maar"
integendeel zoo ingericht: dat elke
kunstbev/erking eerst werd voofge*
field , daarna uitgewerkt , vervolgen^
betoogd ; en hierna al die gevolgeri
werden opgegeven , welken regelma-
tig daaruit afgeleidt kunnen en moeteii
worden :) dat zulk eene aanleering def
rekenkunds het opluikende verftand -ge
woon zoude maken ommeer regelma- 4
tig en flrenger te denken ; ja dat zy zelfs
aanleiding zoude geveti , om afgetrok*
kene denkbeelden te leeren vormen*
en tevens> na aldus het verftand tot
beoefening der wukundige wetenfchap*
pen te hebben voorbereidt, onmidlyk
den fmaak bevorderen zoude in de ftel*
en meetkunst: waarop dan ook de ge^
mengde wiskundige wetenfchappen al*
gemeener; derzelver aanleering ge*
maklyker; en ook, voor minvermo*
enden, onkostbaarder worden
Ik weet zeer weU dat hier terftonct
pene zwarigheid zich opdoe j zy is
Ji vart
114 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
van denzelfden aard, als wy te voren
reeds aanmerkten omtrent de ver-
keerde wys waarop de wiskunst zelve
onderwezen word. Niet alle verftan-
den willen , of kunnen , even ftreng
geleidt worden ! Meer gefchikt tot
werken, dan tot denken, zal zulk een
Ipoediger vordering maken , die de
rekenkunde werktuiglyk aanleert :
voldaan over de groote meenigte van
fommen , welken hy reeds afgewerkt
heeft, zal hy zelf den moed aan an-
deren benemen , dien men gemelde
kunst leerftellig wil onderwyzen:
onder deze zwarigheid behoort ook de
onvatbaarheid van vele zwakke ver-
niogens der jeugd, welken men, met
weinig gunftigen uitflag, langs dezen
\veg zoude heenvoeren. Het doet
ook niet veel af aan te merken, dat de
vorderingen van de eerften , hoe groot
en meenigvuldig, weinig te beduiden
hebben; in vergelyking van de minde-
re, maar veel betere, vorderingen van
hen, diede rekenkumt leerftellig aanlee-
ren : want het blyft daarom niet te
min waar, dat zoo dikwyls het jeugdi-
ge verftand voor zulk eene leerilellige
onvatbaar is, en zoo dikwyls als
die
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK* tttf
die wys (vefgeleken met de gfootere
en meer fpoedige werktuiglyke vorde-
ringen van anderen) gefchikt zoude
zyn > om den leerlingcn veeleer den
moed uit te blusfchen: -~ dat men zoo
dikwyls te vergeefs, en met alle voor-
uitzicht van een' ongunftigen uitflag,-
onderftaan zoude, om der jeugd de
rekenkunde* volgens een' leerflelligen
leiddraad, te onderwyzen.
Het is niet gemaklyk dee zwarig-
heid geheel uit den weg te ruimen:
eerst zullen wy de volgende aanmef-
kin^en vooraf laten gaan.
f^oof eerst: dat het onmogelyk zy;
wanneer men verbeteringen \vil uit*
denken, die op het gantfche mensch-
dom toepaslyk zyn ; die gefchikt moa-
ten wezen , om kundigheden en we*
tenfchappen in algemeener* trein te doeft
zyn> en, het verftand te doen verbete-
rent dat het dan, in aanmerking ge-
nomen zynde het verbazende verfchil
in de vermogens> beiden van onder-
wyzeren en leerlingen, ten uiterfte
moeilyk is > om zoodanige middelen
aan de hand te geven , welken wiskuv*
dig zeker, en onfeilbaaf ^ op alien even
goed kunnen worden toeg^pastj ter-
H a
1 1 6 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
wyl wy niet twyfelen , of wy sullen
een groot gedeelte der zwarigheid
(zoo niet geheel) doen vervallen ,
wanneer wy onze gedachten over de
manier, waarop zulk een leerftellig
onderwys der rekerikunde behoorde
ingericht te worden , verder zullen
uitbreiden.
Ten tweeden : dat men fomwylen
meer opgeeft van de onvatbaarheid
der jeoigd , dan inderdaad waar is :
" daar ik my verzekerd houde, dat
de rede, waarom de meeste lieden
zoo ongefchikt zyn om regelmatig
en ftreng te denken , veel minder
behoort afgeleidt te worden van ge-
brek aan vermogens ; dan wel van
de verkeerde plooi , welke men aan
him denkvermogen , by deszelfs ont-
wikkeling, gegeven heeft: deels door
het blindelings aan het gezag van an-
deren te onderwerpen ; deels door
hen, werktuiglyk, in den godsdienst,
de rekenkunde , of andere kundighe-
den te onderwyzen: zonder dat men
hun verftand eenige oefening of aan-
leiding geeft , om voor zichzelve te
denken : daar integendeel , 200
men al vroeg werk maakte, om der
jeugd
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 1 1 ?
jeugd te leeren voor zichzelve denk-
beelden te vormen, in het jeugdige
verftand meer orde, meer vermogen
tot ftreng en regelmatig denken, zou-
de vinden, dan men zich tegenwoor^
dig verbeeldt : terwyl deze groote
taak, zoo gefchikt om het verftand te
vormen , en voor zichzelve te doen
werkfaam zyn , thans (ongelukkig) vry
algemeen verwaarloosd word.
Ten der den: eindelyk , dat 'er nog
een groot verfchil plaats hebbe, tus-
fchen het private en het fublike on-
derwys: dat, offchoon het laatfte
altyd te verkiezenzy, op dat de jeugd,
alvroeg in het midden der maatfchap-
py gezonden , in piaats van misanthro-
pes 9 gefchikte leden der famenleving
worden zoude; dat nochtans zulke ou-
ders, voogden, beftuurders, of opzich-
ters , welken het niet rnangelt aan kun-
digheden, tydelyke omftandigheden,
of lust , om zich met de kweeklingen
te bemoeijen , oneindig veel kunnen
toebrengen ter uitbreiding van het jeug-
dige denkvermogen ; en vooral, om
hetzelve een leerftellig onderwys me-
de te deelen van die kunst , welke de
.eerite beginfelen der wiskunde reeds
H 3 da-
J 1 8 A. VAN SOLING2N, AKTWOORD
'dadelyk in zich bevat, en tot de vol-
gende wiskundlge wetenfchappen on-
jnidlyk aanleiding geeft.
Om dan al het wezenlyke nut, het
welke in de aanleering eener leerftel-
Jige rekenkitnde gelegen is ; de zwa-
righeden , welken tevens hiermede
vereenigd zyn ; en de aanmerkingen ,
welken ik daarbygevoegd heb , in een
enkel voorftel te bevatten: ftel ik
voor, om (onder het beftuur van het
VLISSINGSCHE Genootfchap der Weten-
fchappen; of onder opzicht van des*-
kundigen) te doen opftellen en uitge-
ven een werkjen, tot titel voerende:
Kort begrip der msxuNDiGE R&KEN*
XUKP%\ ~- waarin de natuur en eigen*
fchappen der getallen, zoowel als der
famenzettingen en van elkanderfchei-
dingen , niet alleen worden voorge-
fteld; maar waarin ook tevens, in eene
whkundige orde, alle de bewerkingen
voorgefte/d; uitgevoerd} betoogd; en alle
die gevolgen ftreng afgeleidt worden ,
welken uit iedere bewerking regelma*
tig volgen.
Het groote en belangryke nut , dat
fculk eene uitgaaf (myns bedunkens)
ever
rnede hun verltand behoorde verrykt
te zyn , eer zy met recht aanfpraak
j&ouden kunnen maken op den naam
van
[c] Ik kan niet afzyn , om ter dezer plaats met lof
gcwng te maken van bet verdienstlyke werk van A. B.
STRABDE, tot titel voercnde: Eer ft e begin felen van
etea
fcboeijen : daarom ftel ik voor ecn fcbema van
WISKUNDIGE r-ekenkunde , waarin alle de rekenkundi-
ge bewerkingen , volgens een' wiskundigen leertrant,
'(met aamvyzing der gegevenen of vooronderfteldeny
voorgefteld , bewerkt , beproefd , bewezen , en alle de
daaruit voortkranende gevolgen behooren te vvorden
afgejetdti Zeer gemaklyk zouden, langs dezcn wis*
kundigen leertrant ? kuimen worden voorgefteld de
groncibeginfelen der rekenkunde van dienzelfden Heer
STRABBE, door hem, in een vroeger werk, tot titel
voercnde : luleiding tot de mathematifche weten-
fcbappsn: in bet jaar 1770 uitgegeven : waarin de
additien , fubtractien , multlplicatien , en divifien ,
der geheele, gebrokene, en decimaa/geiallcii , zoo-
wel als de vierkants- en taeriingsworteltrekkingen.
worden voorgefteld , uitgewerkt , en bewezen. 6ns.
volgendifcheyta zal, zoo ik my niet bedrieg, aan-
toonen , hoe de gantfche arithmetica in het alge-
meen, en alle de koopmansrekeningen 5 ieder in het
byzonder, op een' WISKUNDIGEN leertrant behan
deld; en, hoe uitgebreidt en meenigvuldig dezelvei^
pok wezen mogen, tot een zeer gering getal van
voorftdkn kuuaeu herleidt worden.
122 JLVANSOLINGEN, ANTWOORD
ven als zoovele blokken heenzenden ,
alleen gefchikt om volgens het geheu-
gen te werken; zonder dat derzelver
verftand het minfte denkbeeld hebbe
leeren vormen van de natuur en rede
cfier bewerkingen, welken zy mees<-
teraehtig uitvoeren, sender te weten
hoe , en waarom ?
HI. Zulk een werkjen den fchool-
hauderen en anderen onderwyzeren in
de handen te geven^ zoude het best
gefchikte middel wezen , om de zwa-
righeid uit den weg te ruimen, welke
gelegen is in de verfchillende vermo-
gens der jeugd ; in de meerdere en
mindere gefchiktheid om zoo Vroeg
regelmatig te denken ; en vooral in
die geneigdheid, welke in de niees-
ten plaats heeft , om liever door te
werken, en fpoedige vorderingen te
maken , dan by elk ftuk ftil te ftaan en
te overwegen. Immers , zoodra de
leermeesters eene leerftellige orde en
regel in handen hebben , om der
jeugd de eerfle wiskundige wetenfchap,-
pen, ik meen de rekenkunde, op vaste
en onfeilbare gronden, die door het
gezonde verftand , by overtuiging ,
aangenomen en goedgekeurd worden,
te
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK.
te onderwyzen : 200 zal het de taak
zyn van het meerdere of mindere oor-
deel dier onderwyzeren, cm in de lei-
ding der jeugd hiervan , naar mate
van derzelver vermogens , zulk een
gebruik te maken, als best gefchikt zal
zyn , om hen aan den eenen kant te
leeren denken; en aan den anderen
kant den iiioed en den lust van flom-
pere vernuften, die meer gefchikt zyn
om door te werken , dan om te rede-,
neren 9 met uit te blusfchen: terwyl
het nochtans zyn post zal blyven, om
het oordeel en de vermogens van de-
ze laatften, zooveel in hem is, te ver^
beteren.
IV. Daar de hoofdverdeeling der
vohkunde zich tot drie takken bepaalt;
de reken- ftel- en meetkunst: blykt het,
dat zulk een werk, algemeen gemaakt
n beoefend , al aanftonds voor een
groot gedeelte voldoen zal aan het
oogmerk der vraag. De rckenkunde
leerftellig te behandelen, is dezelve
wiskundig behandelen: en hoemeef
zulk eene regelmatige en redenkundi-
ge bewerking algemeen was; hoemeer
reeds, met de daad, ware en goed*
beoefenaren der wiskundt zouden
124 A. VANSOLINGEN, ANTWOORD
vonden worden: dewyl men niet zeg~
gen kan , dat haar werktuiglyk ge-
Seelte, als alleen onder de conftructie
behoorende , een' rang onder de on^-
derdeelen der wiskundige wetenfchap-
pen verdiene.
V. Ik fpreek nu nog niet eens van
het algemeene nut, hetwelke eene
leerflelligeri&;70#fe, langs eenen wis*
ikundigen leiddraad, over alle rangen
van het menschdom verfpreiden zoude.
Ongelooflyk is het voordeel > hetwelke
de natuurkunde 9 fcheepvaart, boukunde,
en meenigvuldige and ere kunflen en we-
lenfchappen, uit deze kundigheden er-
langen zullen : men lette alleen op
het groote nut, dat hierdoor over den
koophandel verfpreidt zal worden: de-
wyl eene redenkundige en leerflellige
aanleering der rekenkunst aanleiding zal
geven tot bewerkingen, waarin niet ak-
leen het gezonde verftand deel neemt;
maar die daarboven, op alle compa-
gnie- interest- en wisfelrekeningen , een
gemak, eene duidelykheid, kortheid,
^n klaarheid , verfpreiden moeten ,
welken uit den aard en de natuur dier
bewerkingen vanzelve blyken zullen,
Ik ^wyg van het licht, hetwelke de^e
kun-
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. f 2
kundighedeti dadelyk over de ft el* en
meetkunde zelve, en over alle de ati~
dere gemengde wiskundige wetenfchap*
pen, verfpreiden; en hiefdoor onmicU
lyk lust en gefchiktheid opwekkeu
zullen, om die te beoefenen. Immers:
VI. Eene zekere maat van be-
kwaamheid in de wiskundige rekenkun-
de, geeft eene onmidlyke aanleiding tot
de ftel- en meetkunst; als zynde weten-
fchappen van denzelfden aard; alien
behoorende onder den rang der wfo*
kunde. Het is onmooglyk, dat zulken,
welken het gelukt is eene heblykheid
te verkrygen , om de rekenkunst *wi$~
kundig te behandelen, niet alleen ter-
flond aanleiding tot de ftel- en trieel-
kunst verkrygen ; zouden ; maar ook ,
dat derzelver beoefening hun niet veel
gemaklyker zoude vallen: 200 dat
het niet misfen zal, of zulk eene beoe-
fening der rekenkunde zal het getal van
hen, die de wiskundige wetenfchappeit
beoefenen, aanmerklyk vermeerderen;
en deze in algemeenen trein zynde , mag
men met recht verwachten , dat ook
de wiskundige natuurkunde het hoofd
zal opfteken. Wanneer het verftand
al vroeg aan betogen en het trek-
126 A. VAN SOL1NGEN, ANTWOORD
ten van ftrenge gevolgen gewend is,
zal het (uit eigene verkiezing) dezen
weg[ boven den anderen ftellen het
zal in denzelven eene ftrengheid en on*
feilbaarheid vinden, welke niet anders
dan bekoorlyk kan zyn voor het ge-
zonde veriland: en daar wy zoo dik*
xnalen gewaar worden, hoe bekrorn-
Een 's menfchen vermogens zyn , zul-
m wy (zoo dikwyls als wy 5 door het
algemeener in trein zyn eerier wiskundi*
ge natuurkunde, wiskundige waarheden
ontdekken , velken geen' minderen
grond hebben , dan die eener wis--
kundige zekerheid) onze kundigheden
langs dezen weg verkiezen uit te brei-
den: en zulk eene algemeene verkie-
fcing kan niets anders uitwerken, dan
het algemeener in trein brengen der wh-
kundige wetenfchappen : zynde de-
5:en de eenigen, welker gebouw geftut
is door de prachtige zuilen van zeker-
heid en onfeilbaarheid.
VII. Eene der voornaamfte nuttig-
heden , welkeji zulk een werk zoude
verfpreiden, is vooral gelegen in de
gefchiktheid , welke der beoefenende
jeugd al vroeg ten deel zoude vallen ,
regelmatig tc denken; het ver-
ftand
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK.
ftand, reeds in het begin, eene heb-
lykheid krygende om niets ter neder te
ftellen, dan het gene o/betoogbaar is;
of by eene naaukeurige gevolgtrekking
uit het vorige kan worden afgeleidtj
moet natuurlyker wys zelf leeren den*
ken: hierinfgeholpen door de onder-
wyzers , welken altyd de verfchillendc
fefchiktheden in het oog moeten hou-
en , zal het getal der zulken zeker
verminderen , welken (in gevorderden
leeftyd) thans maar al te veel tot het
beoefenen der wiskundige wetenfchap-
pen ongefchikt zyn geworden: ea
dus zal die rede grootendeels ophoii^
den, welke wy, in ons tweede hoofii-
ftuk, als eene der voornaamften hebr
ben opgegeven , waarom de wiskundige
wetenfchappen niet in zulk een' algp*
tneenen tre'm zyn 9 als zy, tot vermeer-
dering van het geluk en den welvaart
der maatfchappy, behoorden te wezetu
VIII. Zulk eene leerwys, eens inge*
voerd, zal niet alleen die gefchiktheid
tot beoefening der wiskundige weten-
fchappen merklyk doen aanwakke*
ren; maar, voor zoover zy gefchikt
zai wezen , om den fchoolhouderen
sselven regeltnatiger te leeren denken %
en
A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
en bevatting te krygen van de whkun~
dige rekenkunde , zal zy opk gefchikt
syn, om de fcholen te verbeteren;
een meer redenkundig onderwys in te
voeren ; en dus over het geheel zeer
veel toebrengen, om in de maatfchap-
py meerdere denkende wezens te
doen voortkomen^
IX. Door die middel zal met on*
voeglyk aan het oogmerk van de, GE-
LEERDE VRAGEREN voldaan worden :
dewyl men , veelal , om vef bete*
ringen onder de gantfche maatfchap-*
py in te voeren, bedacht is op mid^
delen , welker omflachtigheid derzel-
ver uitwerking onmooglyk maakt ;
daar integendeel dit middel zeer ge-
maklyk kan ter uitvoer gebracht wor-
den. Immers, wanneer zulk een kort
begrip alien fchoolhouderen in de han-
den word gegeveh, zal hierdoor de
jeugd al vroeg gewoon gemaakt wor-
den aan wiskundi^e betogen: men
^al derzelve heblykheid doen erlan-*
gen, om leerftellig en zooveel moge-
lyk afgetrokken te denken, en ftren-
ge gevolgen te trekken ; , ja alverder
hierdoor, wanneer zy tot zekere jaren
gevorderd is, gefchiktheid ea lust ver-
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 1 29
krygen, om zich op de verdere wis-
kundige wetenfchappen toe te leggen:
tot welker beoefening, alsdan, de on-
derwyzers alle die hulpmiddelen en
maatregelen zullen kunnen en behoo-
ren by de hand te nemen , welken \vy
in ons vorig Hoofdftuk hebben opge-
geven.
X. Eindelyk: zulk eeneuitgaaf ee-
ner wiskundige rekenkunde , den fchool-
houderen en leerlingen in handen ge-
geven; terwyl de eerften (het gene
men altyd in het oog moet houden)
fteeds bedacht zullen zyn , om het ge-
bruik daarvan naar de vermogens der
jonge lieden te fchikken; zulkeene
uitgaaf, zeg ik, eener whkundige re-
kenkunde, in algemeenen trein gebr&cht 9
zal, zoo ik my niet bedrieg, geheel
voldoen aan het oogmerk der vraag.
De eerfle tak der wiskunde zal ter-
ftond beoefend worden; de jeugd zal
onmidlyke aanleiding verkrygen totde
beoefening der overigen ; 'er zal eene
gefchiktheid geboren worden tot regel-
matigdenken, betogen, en het trek-
ken van gevolgen ; welke , gevoegd by
de handleiding, die uit de beoefening
der wiskundige rekenkuncle geboren is ,
PEEL. I
130 A. VANSOLINGEN,,ANTWOORD
velen zal doen belust zyn , om de
hoogere wiskundige wetenfchappen, en
in het byzonder de natuurkunde (om
nu alleen daarvan te fpreken), zoo te
beoefenen, dat derzelver wetten niet
louter gefchiedkundig gekend, en niet
alleen de redenen van deceive ver-
klaard worden ; maar ook , dat het
voornaamfte is , en 't gene het eigen-
lyke kenmerk der natuurkunde uit-
maakt , dat almede derzelver hoe-
grootheden wiskundig bepaald en be-
toogd worden.
Geen weg konde 'er, myn's bedun-
kens , bedacht worden , om ook beter
te voldoen aan dat gedeelte der vraag,
het welke de gefchiktlle middelen vpor
rninvermogetiden vordert. Alle jon-
gelingen gaan ten minften fchool :
hoeveel meer kundige werklieden
ftaan wy te wachten, zoo zy alvroeg
der wiskundige wetenfchappen als in-
geleidt, by het oefenen van him be-
roep gelegenheid zullen hebben, om
hunnen fmaak te voldoen? en fchoon Vy
boven reeds gezien hebben , dat tot
inftandhouding van de orde der maat-
fchappy, het grootfte gedeelte ge-
ichikt is om te werken; zoo hebben
wy
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 1.
wy ook tevens aangemerkt, 'dat bet
van belang ware om middelen uit te
denken , die de beoefening der wis-
kundige wetenfchappen in algemeenet'
trein brachten: terwyl'eraltydgenoeg
werktuiglyke, logge, enflomperever-
nuften zullen pverblyven , op welken
zelfs de best uitgedachte middelen,
hoegenaamd, geen' vat zullen hebben.
Daar ik dan, om alle de gcrnelde
redenen , voor my zelve overtuigd
ben van het nut, dat 5 er gelegen zoude
zyn in de uitgaaf van een kort begrip
der wiskundige rekenkunde*, en dat der-
zelver beoefening x (fchoon zeker op
eene zeer eenvoudige wys) aah het
oogmerk der geleerde vrageren vol-
doen zoude: zoo zal ik, ter betereuit-
breiding , en klaardere voorftellingvan
myne gedachten , eene zeer korte fchets
hierbyvoegen , volgens welke ik oor-
deele, dat zulk een kort begrip be-
hoorde te zyn ingericht \d\\ waardoor
ik niet twyfel, of deszelfs algemeen
doorgaande nuttigheid zal , zoowel als
deszelfs onmidlyke betrekking op de
I 2 voor-
[J] Door het opgeven van die fchets kan deze Ver-
handeling by fommigen voorkoraen , aU in waardig-
heid
132 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
voorgeftelde vraag , nog duidelyker
blyken.
Alleen merken wy vooraf aan: dat
wy zeer wel zouden hebben kunnen
opgeven fommige plannen van publi-
ke inflellingen en openbare leerfcholen,
volgens welken de eerzucht der jonge
lieden konde worden opgewekt:
waardoor misfchien te weeg zoude
gebracht worden, dat het onderwys
dier wetenfchappen algemeener werd;
Bonder dat nog hieruit volgen zou-
de, dat daarom derzelver kundig-
he-
heid van onderwerp gedaald: daar ik afzonderlyk
van de ft el- en meetkunde , zoowel als van de wis-
"kundige natuurkunde gehandeld, en by gelegenheid
fomwylen gewag heb moeten maken van bereketiin-
gen ^ die tot de moeilykfte gedeelten der tyiskunde
betreklyk zyn; terwyl ik, door het voordragen edner
(fchoon WISKUNDIGE) rekenkunde^ met de behande-
ling van het laagfle gedeelte der wiskundige weten-
fchappen fchyn.te ejndigen. Het is zoo! ik kan d<5
aanmerking riiet uit den'weg ruimcn, en alleen ant-
woorden, dat de natuur der zaken deze orde ge-
eischt hebbe. Ik moest van byzondere middelen fp re-
ken , eer ikeen algemeen midclelopgaf, het gene tot
de beantwoording der vraag ineer byzonder betrek-
lyk is. Voords wil ik my getroosten met devergely-
kende overweging : dat een boumeester , na de
" fchoo'nheden van een prachtig^ozw te hebben doen
opmerken , zich zeerwel bezig moge hoiiden met de
befchouwing van de natuur en de eigenfchappen der
lottftofi aan welker volkomene kundigheden het ge-
bouw zelve zyne prachtenfchoonheidverfchuldigdis^}
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 133
heden wierden uitgebreidt: maar,
behalven dat dergelyke inftellihgen al-
tyd van het eigendunkelyke oordeel der
ontwerperen afhangt; en d$ waereld
als overftroomd word met dergelyke
plannen , die men byna nooit in ftand
zietgebracht: zoo begrepen wy, dat het
eenvoudigfte middel alleszins het ver-
kieslykfle zy; vooral zulkeen, datter-
flond ingevoerd, en door elk zich ten
nutte gemaakt kan worden : te meer
daar wy oordeelen zulk een middel al-
lermeest belangryktezyn, 'twelke met
vrucht in alle onderwys, zoowel in
openbare leerfcholen, als p^W^inftel-
lingen, en private opvoeding kan te
pas komen. Daarom drongen wy aan
op eene algemeene invoering van het
beoefenen eener tviskundige rekenkunde ,
en het opftellen en algemeen maken
van een kort begrip derzelve: waarom
wy , om ons oogmerk nog duidelyker
voor te ftellen , hier eene korte fchets
van dezelve byvoegen : welkesCHETS,
fchoon zy op zich zelve volkomen is,
als bevattende de voorftellen van ai-
le de bewerkingen, (die zelfs in de
uitgebreidfte rekenkundige werken, en
inzonderheid in de twee deelen van
I 3 \VIL-
134 A.VANSOLINGEN, ANTWOORD
WILLEM BARTJENS voorkomen) noch-
tans aanhoudend behoort aangemerkt
te M^prden als eene fchets: welke, 2:00
zyniet uitgebreidt, uitgewerkt, enop-
gehelderd word door de vereischte
voorbeelden , duister zoude blyven
voor leerlingen; en alleen dienen kan
vooreene zeerkleine proeve, volgens
welker (of \vel dergelyken) leiddraad
fcoodanig een kort begrip zoude be-
hoorente worden opgefteld: waar-
op wy ook, met nog eenige weinige
woorden , na het opgeven dezer fchets ,
Mullen aandringen.
Om aan eeneftrenge leerftellige orde
te voldoen , zoude men moeten begin-
nen met het opgeven van denkbeelden
en daaruit voortkomende bepalingen:
welken, wel is waar, volgens een' or-
denlyken leiddraad behooren vooraf te
gaan; doch die te afgetrokken zyn om
daarmede te beginnen: en daarooi, op
hunnen tyd, naar gelangder vorderin-
gen en vatbaarheden ? kunnen onder-
-wezen worden. De opfteller eener
jriSKUNpiGE rekenkunde zoude deze
bepalingen, by wyze van inleiding,
die eerst word overgeflagen , kun-
Ben opgeven: zoowel oni te voldoen
aan
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 135
aan de ftrengheid der orde, als aan de
zuiverheid der denkbeelden. Hiertoe
behoort de bepaling der wiskunde, als
eene wetenfchap der grootheden, en der
bepaling van de groothedenzelven; ook
hoe dezelven door de wlskunde op drie
verfchillende wyzen befchoud worden:
eerst in 't algemeen door de STELKUN-
DE; voorts, met betrekking op derzel-
ver meenigte, door de REKENKUNDE; en
eindelyk,met opzicht op derzelver^//w^r
tingen, door de MEETKUNDE: denk-
beelden , welke alien op eene duidely^
ke wys behooren te worden uitgebreidt.
Wanneer men dan, door middel der
rekenkundej eene meenigte van groothe-
den zal bepalen en vergelyken, be-
hoort men eene vastgeftelde maat te
hebben: deze is de eenheid. Zoo dra
men de waarde der eenheid kent, be-
hoeft men dezelve flechts te tellen^ om
de waarde der meenigte teweten, die
eene verzameling van zulke eenheden
is. De bepaling van de meenigte dier
eenheden is het GETAL, 't welke altyd
eenheden van hetzelfde foorc uitdrukt:
doch, dewyl de eenheid indedaad in
deelen gefplitst kan worden, welken,
zy even groot zyn, aliquot*
I 4 dee-
--
136 A. VAN SOLTNGEN, ANTWOORD
\
deelen der eenheid genoemd worden ,
200 word een getal, 9 t welke eene mep-
tiigte eenheden en daar boven nog all-
quote deelen der eenheid; of wel alleen
aliquote deelen der eenheid aanduidt,
een GEBROKEN GETAL genoemd :
d. i. dat door geene eenheid word vol-
gemaakt, of waarin de eenheden niet
opgaan: 't gene de natuur uitmaakt,
en het juiste denkbeeld uitdrukt, van
een gebroken getal.
Na aldus aan de leerftellige orde,
door het voorafzenden dezer bepalin-
gen, voldaan te hebben , kan het
werk zelve beginnen: waarin alle ge-
melde afgetrokkene denkbeelden ach-
terweeg gelaten worden, en waar
men gemakshalve de rekenkunde be-
paalt, als eene kunst, welke de eigen-
fchappen der getallen onderzoekt ,
endezen met elkanderenvergelykt";
om vervolgens terftond tot de nume-
ratio (telling) over te gaan.
De numeratio (telling) bepaalt het
getal: d. i. zy bepaalt de hoeveelheid
der eenheden , welken zich in eene
meenigte bevinden. Dit doet zy door
middel vanriegen getalmerken: welken
eerst behooren voorgefteld; en daarna
aan-
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 137
aangewezen te worden , hoe dezelven
moeten worden opgezet. Hoe na-
menlyk, de negen getalmerken door-
geloopen zynde, het eerfte getal , dat 'er
onrbreekt, de tien is: dat men derhal-
ven , om het tienvoudige van de een-
heid tehebben, wederom van vorenaf
begint, met i. enachter dezelve eene
o. om dus het tweevoud dezes te heb-
ben 20. het negenvoud 90 dat dart
weer tien tienden, dat is honderd, 't
eerstontbreektt waarom menzichvan
eene tweede nul bedient, 100. vaar-
van het tweevoud 200. is, enz. Zoo
klimt men gedurig op, door het by-
voegen van eene o. voor elk tienvouu:
tienmaal honderd duizend noemt
men eenmillioen: 10,00,000. zoo druk-
ken zeven getalmerken een millioen
uit. Die eerst 10. dan TOO. iooo w
10,000. 100,000. en eindelyk tienmaai
honderd duizendmaal (10,00,000) ge-
nomen, alsdan een billioen heeten: met
zesnullen derhalven vermeerderd, zal
hetdertiende getalmerk(van derechter-
naar de linkerhand geteld) een billioen
zyn: 'tgene wederom een millioen-
maalgenomen, een trillioen maakt : dat
door het negentiende getalmerk word
I 5
138 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
uitgedrukt : en met deze op dezelf-
de wys voortgaande , zal het vyfentwin-
tigfte een quadrillioen aanduiden: enz.
Eenige getalmerken naast elkande-
renftaande, beduidt de eerfle de mzfo-'
den\ de tweede naar de linkerhand lie-
nen; de dercie honderden; de vierde
duizenden enz. en , fchoon de nul gee-
ne waarde aanduidt; zal zy evenwel,
tusfchen of achter eenige getalmerken
geplaatst zynde, van groot belang we-
zen: want, terwylzy aanduidt, dat 'er
geene eenheden van dien rang zyn,
waarin zy ftaat; duidt zy tevens aan,
dat de eerstvolgendelinkfchefy/dTtien-
maal meer waard is , dan deze zoude
geweest zyn , indien zy op de plaats der
nul geftaan had. Door middel van de-
ze voorgeflelde, en met verfcheidene
voorbeelden opgehelderde kundighe-
den, kan men een getai uitfpreken,
hoe groot het zy : door namelyk de ge-
tallen drie en drie van de rechter- naar
de linkerhand af te deelen , en op het
zevende linkfche een flip te zetten , ter
aanwyzing van de millioenen j op het
dertiende twee ftippen , voor de billioe*
lien; op btttif&ntifnde drie, voorde
tril-
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 139
trilJioenen; zoo op het vyfentwintigfte
vier ftippen : enz.
Deze is de wy s , waarop de meenig-
te der eenheden geteld: en, uitge-
dfukt zynde, beyonden wordqn die of
dat getal uit te maken,
De manier, waarop degebrokensge-
fchreven worden, verfchiltnietveelvan
deze. Het denkbeeld van de natuur
der breuken, hierboven opgegeven,
word eenvoudiger gemaakt door te zeg-
gen : zulke aan elkanderen gelyk zynde
deelen, waarin de eenheid onderfteld
word gedeeld te zyn , worden de all**
guotifche deelen der eenheid genoemd:
itel, dat de eenheid in zeven gelyke
deelen gedeeld is, dan kent men de
waarde van ieder zeveride deel , om
dat men de waarde der eenheid kent:
de 7. derhalven NOEMT de meenigte
der aliquot e deelen , waar in de een-
heid gedeeld is, en word daarom noe*
mer geheeten. Wanneer men zeven
zulke atiquote deelen heeft, zoo heefc
men de eenheid. Men kan ook meet
dan zeven zevende deelen der eenheid
hebben: en in dit geval is het gebro-
ken getal grooter dan de eenheid;
(wanneer het eene Qntigenlyke breuk
heet;)
140 A. VANSOLINGEN, ANTWOORD
\
heet:) of ook minder dan zeven zeven-
de deelen der eenheid, en dan is het
gebroken getal kleiner dan de een-
heid: men TELT dan, hoeveel zevende
deelen der eenheid men heeft, en het
getal , het welke de meenigte der zeven-
de deelen bepaalt, word daarom tel-
ler genaamd. Men fchryft den teller
boven den noemer met eene lyn tus-
fchen beiden : een gebroken getal klei-
ner dan de eenheid is by voorbeeld | ;
en een getal grooter dan de eenheid
is , gelyk aan een geheel en|, het
welk men anders fchryft i.
De getallen kunnen met elkanderen
vergeleken \vorden ; en , uit de verge-
lyking van twee getallen, word een
derde geboren.
Deze vergelyking gefchiedt op
tweederlei manieren : een getal kan
met een ander getal vermeerderd ;
eft het kan ook door een ander ge-
tal verminderd worden.
Het eerfte gefchiedt, wanneer getal-
len die niet vereenigd zyn by elkan-
deren gevoegd worden: dit word addir
tio (vergaring) genoemd ; en 't getal ,
't welke de by elkanderen gevoegde
getallen uitdrukt, heet derzelver/0w.
Het
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 14!
Het tweede gefchiedt, wanneer getal-
len die vereenigd zyn , of als zoodanig
vooronderfteld worden, van elkanderen.
worden getrokken: deze bewerking
htQtfubtrA&ia (aftrekking) ; enhetver-
fchil of onderfcheid der twee getaUen,
(dat is, hoeveel het eene grooter zy
dan het andere,) is juist dat gene^
het welke na de gedane aftrekking
overblyft: dat daarom ook het over-
fcbot (of de rest) genoemd word.
Om deze ( bewerkingen leeritellig te
voltooijen , en het verftand aan eene
flricte en oordeelkundige bewerking
te gewennen , behoort men altyd op
de volgende wys te werk te gaan.
1. Zoo 'er bekende, gegevene, of
vooronderftelde waarheden zyn, wel-
ker kundigheid tot het begrip, de be-
werking, of het betoog des voorftels,
vereischt word; ftelt men dezen eerst
ter neder: dit heet hypotbefis (onder-
ftelling).
2. Men moet het gevraagde voor-
ftellen: OF inde gedaante van een al-
gemeen VOORSTEL (propojitio) ; OF in
die van een voorftel , dat aan zekere
voorwaarden verbonden is, LEERSTVK
(of theorema) geheeten; OF eindelyk
142 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
in die, welke eene bewerking eischt,
cm het gevraagde te vinden: dit heet
rRA^GSTUK (problema) : deze laat-
fte manier komt in de rekenkunde
het meest te pas.
3. Deze bewerking moet zoowel
beredenerend , als werktuiglyk (dat is
door getalmerken) uitgevoerd wor-
den: dit gedeelte heet conftructio (be-
werking).
Daarna moet menbetogen, dat de-
ze werking volkomen voldoe aan het
voorgeftelde. Dit gefchiedt op twee
manieren: eerst voor de zintuigen;
dit heet de proef: en daarna door de
gezonde reden; dit heet demonflratio
(bewys). Men moet dan
4. door de proef: en
5. door de demonftratie, betogen, dat
de conflructie volkomen aan het ge-
vraagde voldoet: en
6. uit het bewezene alle die gevol*
gen trekken , welken regelmatig daar-
uit kunnen worden afgeleidt.
Het gebeurt eindelyk niet zelden,
dat 'er , tot meerdere duidelykheid ,
beredeneerde verklaringen of ophel-
deringen te pas komen : die korte uit-
legging (fchQlium} genoemd worden.
I. VRAAG-
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 1 43
Ie VRAAGSTUK,
Getallen , welker eenheden de-
zelfde waarde hebben, by elkan-
deren te voegen, of ladder en"?
In de uitbreiding dezer fchets zal
men de wys, waarop de additie be-
hoort te gefchieden , beredenerend
opgeven ^ en met getalmerken uitvoe-
ren ; daarna de proef nemen, door de
optelling van boven naar beneden: de
demonftratie kan wyders op de volgen-
de manier worden uitgedrukt.
DEMONFTRATIE.
Dat alle de eenheden in de fom
zyn opgefloten, blykt van zelve : de-
wyl men ze alien geteld heeft, zonder
cene daarvan over te flaan.
Dat de telling goedverrichtzy 3 blykt
daaruit : dat men aan derzelver wet*
ten voldaan heeit, door de rangen
onder elkanderen te houden; en de
tienen van elken rang, indeniiaast-
linkfchen rang over te brengen.
Dat eindelyk de fom van het ge-
heel alle de eenheden uitdrukke: blykc
trit het algemeen aangenomen en vast-
ftaand
144 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
ftaand axloma (grondbeginfel) : hetge-
heel is gelyk aan al zyne deelen faain-
genomen.
G E V O L G.
Op dezelfde wys kunnen de gebro-
kens, die denzelfden noemer hebben,
by elkanderen worden gevoegd ; dewyl
derzelver tellers als gelykfoorcige een-
heden worden aangemerkt : 't gene
voor het oog door voorbeelden kan
worden aangetoond.
Na eene genoegfame meenigte van
fommen ter beoefening opgegeven
*en bewerkt te hebben, gaat men over
tot het
II VRAAGSTUK.
;, Het verfchil van twee getallen te
" 9 , vinden; of, wat 'er overfchiete , wan-
neer het grootfte verminderd word
3 , door aftrekking van het kleinfte"?
Na de conflructle der fubtractle
naauwkeurig opgegeven te hebben,
met achtneming op de rangen der ge-
tallen; op de manier waarop men te
4 "werk moet gaan, wanneer zich in
het
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 145
het bovenfte ' getal een kleiner getal-
merk of eene mil bevindt; met de by-
gevoegde reden van het zoogenaamde
Jeenen : na deze conftructie , door getal*
merken uitgevoerd, en door de proef,
die met de additie gefchiedt., betoogdtQ
hebben : kan men laten volgen deze
DEMQNSTRATIE.
, Dat het onderfte getal de
te der eenheden uitdrukt , welken.
in het grootfte meerder %yn, dan in
het kleinfte: blykt daaruit , dat het
gevormd word door het overfchot vail
eenheden, welken in iederen rang van
het grootfte rneer waren, dan in den-
^elfden rang van het minfte.
Uit deze bewerking kunnen gevol-
gen getrokken worden, betreklyk op
de fubtractie der gebrokens. Men
kan ook het fchoUum der pofitive en
negative grootheden daarop bduweii.
Na een genoegfaam getal voorbeel-
den ter bewerking en beoefening te
hebben opgegeven; en dus die twee
algemeene bewerkingen afgedaan te
hebben, waardoor een getal vermeer-
derd en verminderd word: zal men
'K over-
146 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
overgaan tot de twee andere manieren
van additie en [ubtractie: - men zal na-
menlyk doen zien , dat de multiplicatie
riiets anders is dan eene kunstbewer-
king, uitgevonden om de additie te
verkorten; dewyl hetzeermoeilykzyri
izoude, om hetzelfde getal, wanneermen
bet zeer dikwyls by zichzeive adder en
moest, zooveelmalen onder elkander
te zetten: men zal dan leerftellig aan-
toonen, dsitdemultiplicatie eenebewer-
king is, waardoor men hetzelfde getal
yerfcheide malen met zichzelve ad*
deert: mengeeftdeknnsttermenopi
en men doet by eene regelmatige ge-
volgtrekking zien, dat de multiplicatie
een product (uitkomst)geeft, gelykaan
het muUiplicandum , zoo dikwyls ge-
nomen, als y er eenheden in den mul*
tiplicator zyn.
Jlle VRAAGSTUK.
Een getal by zichzelve te adderen,
J,- door middel van die bewerking, wet
v ke men multiplicatie noemt".
Tot gemak der betogen deelt men
dit voorftel in verfcheide gevallen.
l e GE-
OVER BE WlS- NAT. EN TEEKEN& I
i e GE VAL. Het multlplicandum en
tnultip/icator beilaan elk maar uit
getalmerk.
Mengeeftde manierop, naar
de fom word opgezet: en men toont,
dat hier niets anders tedoen zoude v&l-
len, dan het bovenfte 200 dikmaleri
by zichzelve te adder en, als f er een-
heden in den multiplied! or zyn; doch
dat men, ter bekorting , door middel
van zulk eene additie, eene tafelhebbe
opgefteld> waarinalle de mogelyke ge-
Vallen zyn voorgefteld , waarin twee ge-
tallen met elkander vermeenigvuldtgd
worden: zoodat men in dit geval niets,
te doen hebbe, dan zich van die tafel*
bevorens in het geheugen geprent*
te bedienen: terwyl de proef en de-
monflratie^ en derhalve het gantfch^
betoog ) op gemelde additie berust.
2 C GEVAL, Een van beide & ge-
tallen beftaat uit een getalmerk, enhefi
andere uit meer dan een getalmerk.
De conflructie opgegeven en uitge-
voerd zynde, met in achtneming van
de overbrenging der rangen, zoo hee
product meer dan negen is: blyft de
proef, in dit en in alle de volgende
K a ge-
J 4& A. VAN SQLINGEN , ANTWOOJfcD
gevallen, dezelfde als in het eerfte ge-
yal : terwyl men kan laten volgen deze
DEMONSTR4TIE.
Het geheel van het multlplicandum
Is gelyk aan al zy-rie deelen faamgeno-
men: maar men heeft elk deel zoo
dikmalen by zichzelve geaddeerd ,
als ? er eenheden in den muhiplicator
waren : dus heeft men zooveelmalen
het gantfche multiplicandum genomen.
3 C . GEVAL. Beiden, zoo multiplican-
dum als ;ra////?//0/0r, hebben meer dan
een getalmerk.
Na opgegeven te hebben , hoe men
met de eenheden van elken rang in
den muhiplicator te werk ga; hoe
men de verfchillende product en van
elken rang ook in byzondere rangen
plaatfe> en vervolgens addere: volgt de
DEMONSTR4T1E.
Elk product drukt het multiplicandum
iiit , zcio dikwyls by zichzelve gead-
"deerd, als 'er eenheden van dien by-
zonderen rang in den multiplier or
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 149
waren: zoodat alle de productenby elk- '< '
anderen geaddeerd de fom geven van
het geheele product.
4 e . GEVAL. Wanneer het laatfte ge-
talmerk , of eenigen der laatfte getal-
merken, van den multiplicator of vaji
het multiplicandum , nullen zyn.
Men wyst aan ? hoe men, in de be-
werking, de nullen geheel achterwe-
ge late, en achterhet aldus bekomene
product, zoovele nullen teplaatfenheb-
be, als 'er achter den multiplicator of
achter het multiplicandum ftonden.
,
DEMONSTRATIE.
De nullen , op zichzelven geene^aar-
de aanduidende, drukten alleen den
rang uit der vorige linkfche getalmer-
ken : men heeft dan getalmerken ver-
meenigvuldigd van zulk een* rang, als
de nullen aanduiden; maar in hec
product worden diezelfde rangenaange-
duidt, door dezelfde nullen te plaat-
fen: dus is het gantfche multiplicandum
200 dikmalen by zichzelve geaddeerd,
als 'er eenheden in den multiplicator,
;waren.
K 3 5;
55 A.VANSOLINGEN, ANTWOORD
S*. GEVAL. Wanneer het laatfte ge-
tahnerk, of eenige der laatfte getalmer*
Jccn , beiden van rnultiplicator en multi-
flic andurn , nullen zyn.
Men toont, hoe menindebewerking
de nullen eerst vemiime enz. en laat
yplgen deze
DEMONSTRATIE.
De nullen van het multiplicandum eft
Van den multlplicator toonen de ran-
gen aan der eenheden die men ber
.werkt heeft.
Om nil in het product eenheden te
erlangen van dienzelfden rang als men
bewerkt heeft, behooren die rangen
te worden uitgedrukt.
Maar elke nul duidt een' rang aan
der bewerkte eenheden : derhalve
moeten 'er ^oo vele nullen, als 'er
achter het multiplicandum en achter den
fnultiplicator ftaan, famen achter het
product gevoegd worden.
Na wederom een genoegfaam ge*
tal yoorbeelden ter beoefening en be-
werking te hebben opgegeven: gaat
jjien Qyer tot de andere manier; waar-
op
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK.
op een getal kan verminderd worden.
Men zal namenlyk doen zien: dat de
natuur der divifie hierin befta, om
Jietzelfde getal verfcheide malen van
een ander getal af te trejcken: doch
dat men, om de grootheid dezer be-
werking te verminderen , eene andere
manier uitgedacht heeft , waardoor
die meenigvuldige aftrekkingen merk-
lyk bekort worden.
De natuur der divifie doetzien, welk
de uitflagvan derzelver be.werking zy:
namenlyk, zoo dikmaal men hetzelf-
de getal van een ander heeft afge-
trokken , zoo dikmaal word het daar-
in vervat: derhalve, na de beteekenis
der kunsttermen tehebben opgegeven,
moet het blyken, dat de quotient zoo
dikmalen in" het dividendum vervat is,
als 'er eenheden in den divifor zyn.
IV e . VR A A GST UK,
Aan te wyzen, hoe dikwyls een
w getal van een ander kan worden af-
getrokken ; of een getal verfcheide
malen van een ander af te trekken:
w door middel van die bewerking, wel*
^ ke men diyifit noemt''?
K 4 i e .
! 55 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
i e . GEVAL. Wanneer de 'divifor en
het dividendum elk maar een getalmerk
hebben.
Men toont hoe men in de multiple
catie een getal zoekt, dat met den divi-
vermeenigvuldigd gelyk zoude zyn
aan het dividendum ; eu men zegt dat
dit de quotient is.
DEMQNSTRATIE.
Dewyl de^^/Vf2/aanduidt, ho.eveel-
jnalen de divifor in het dividendum ver-
vat is ; zoo moet de divifor zooveel-
malen genomen, als de quotient aan-
gelyk zyn aan het dividendum.
G E V O L Q.
Hieruit volgt, dat de proef eener
goede dwijie is de. gelykheid van het
dividendum aan het product van den di-
yifor met den quotient.
2 e . GEVAL. Wanneer beiden, zoo divi-
Jor als dividendum, of wel het dividendum
alleen, rneer dan een getalmerk heeft.
Men geeft de bewerking leerftellig
op , ?u men voert die uit voor het oog r
met
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 153
met in achtneming van de verfchillen-
de afperkingen der eerfte getalmer*
ken , naargelang die van hztdividendum
grooter of kleiner zyn , dan die van
den divifor: tevens aanduidende, hoe
men elk getalmerk van den quotient
vinde; door een getal te zoeken, dat
gemultipliceerd met den divifor *t naast
by het afgeperkte getal van het divi-
dendutn kome; en men eindelyk door
meenigvuldige aftrekkingen den gant-,
fchen quotient bekome.
Men neemt de proef als gezegd is:
en men laat volgen deze
DEMONSTRATIE.
Dezebewerkingisgeeneandere, dart
die, waarin ik den divifor telkens een*
maal van het dividendum aftrek: zy is al-
leen verkort : want , in plaats van den
divifor telkens eenmaal af te trekken ,
5500 trek ik hem nu telkens meeni^ma^
len van het dividendum ; en wel zoo
meenigmaal tot dat hy van het dividen*
dum niet meer kan worden afgetrok-
ken: maar deze meenigmalige af-
trekkingen zyn niet dan verfcheide een~
mallge aftrekkingen faamgenomen:
K 5 PUS
154 A. VAN SOUNGEN, ANTWOORD
Dus heb ik, fchoon op eene verkorte
nrnnier , hetzelfde gedaan , als of ik
den divifor telkens eenmaal van hec
dwidendum had afgetrokken.
Uitdit voorftel kunnen verfcheide ge*
volgen worden afgeleidt: zoo met be-
trekjcing op de meenigte van getalmer-
ken in den quotient ; de proeve der mul~
iiplicatie : als op de verfchillende verkor-
tingen, waarvoor de divijie vatbaar is,
wanneer namelyk, zoo wel in den divifor
als hetdividendum , of in een van beiden ,
de achterfle getalmerken nullen zyn.
Wanneer de divifor in het dividen*
'dum niet opgaat, zoo houdt men ali~
quotifche deelen over van zulke een-
heden , welken in den quotient warden
uitgedrukt; en men verkrygt, volgens
het boven opgegeveng, eene breuk,
Na dan tlvorens eene genoegfame
fneenigte voorbeelden te hebben op-
gegevenvande^Vf/?^: volgen in deor-
-de eenige iheoremata over de eenzelvig-
heid van breuken , die op verfchillen-
lende wyzen worden uitgedrukt: met
^anduiding der reden, waarom zulke
breuken^ van verfchUlende uitdrukkin-
gen
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK, 155
gen, waarlyk dezelfde getallen zyn:
op de waarheid van welke theorema*
ta de mogelykheid berust van breu-
ken te verkleinen: welke bewerking
in kleine breuken zeer gemaklyk ge-
fchiedt,om datmen welhaast eengetal
vindt, dat beiden noemer en teller ge*
lyklyk deelt: maar deze bewerking
gefchiedt niet zoo oogenbliklyk en ge-
maklyk, wanneer de breuk groot is;
n dewylhet, evenwel, in forekenkunde
van een uitftekend gewichtis om breu-
ken zoo veel mogelyk te verkleinen ,
naardien men alsdan zoo veel minder
getalmerken met elkanderen behoeft te
vergelyken : zoo is het van belang , dat
men een' algemeenen regel hebbe uit-
gedacht, otn den gemeenen , en wel den
grootften, deeler van teller en noemer
te vinden. -
V? VRAAGSTUK.
Den grootften deeler te vindenj
J, die aan twee getallen gem een is".
Deel het grootere getal door het klei-
riere: en, zoo 'er iets overfchiet, deel
daardoor den voorgaanden deeler; we-
lets overfchietende , deelaltoos
A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
door het laatfte overfchot deft even-
-voorgaanden deeler, en vervolg zulks
zoolang, tot dat de dealing eindelyk
effen opga, al ware het door de een-
heid: alsdan is de laatfte deeler het
grootfte getal, door 't welke, zoo tel-
ler als noemer, juist deelbaarzyn [>].
DEMONSTRATIE.
Dewyl de multiplicatie niets anders
is, dan eene meermalen herhaalde ad-
ditie van 't zelfde getal by zichzelve:
200 volgt hieruit, datzeker^//^/, dat
door een' deeler deelbaaris, door dien
deeler deelbaar blyve, hoe dikmalen
ook dat deeltal genomen word : daar-
om zal de onderfte deeler , die bevon-
den is het onderfte deeltal te deelen,
ook het vorige deeltal deelen; dewyl
dat vorige deeltal niets anders is dan
het qnderfte deeltal^ eeriigemalen (of een-
maal) genomen , met byvoeging van bet
.fiverfcbot: maar het overfchot was
gelyk aan den onderften deeler zelve;
derhalven deelt de onderfte deeler , ook
in den voorgaandenregel,fcet^//^/, den
dee*
\e\ Verhandclingen van het ZEEUWSCHE GENOOT-
SCUAP, /. Deel, bladz.. 307.
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENKl
deeler en h.et overfchot. Deze reden-
kaveling nu kan op alle de regels wor-
den toegepast; en daarom is deonder^
fie defler de deeler van alien.
Nopens de mooglykheid om breu-
ken' te verkleinen , sal men opgeven
de natuur der onderttnge en volftrek-
te prim- of eerfte getallen (van wel-
ken men de eerstgemelden ook on~
derlirig onverkleinbaar kan noemen:)
dewyl breuken, die uit dezen be-
ftaan nimmer kunnen verkleind wor-
den: 7- dat de eerften geen' anderert
onderlingen deeler dan de eenheid heb-i
ben; dat de laatften nimmer door eenig
fetal dan door de eenheid of zichzelve
unnen gedeeld worden : - dat men nog
geen' regel hebbe uitgevonden om de
volftrekte primget alien dadelyk te be-
palen , dewyl men niet geflaagd is orn
eenige maat van derzelver onderlinge.
tetrekkingen te ontdekken: dat men;
dus niet anders kan doen, dan zoeken
welken de getallen zyn, die volftrekt
geen' anderen deeler hebben dan de een-
heid:- doch dat men, om te zien of breu-
ken kunnen verkleind worden, (dat is,
om te weten, of twee getallen ook on~
derling door denzelfden deeler kunnen
1 58 A. VANSOLINGEN, ANTWOORD
gedeeld worden) eene doorgaande
kunstbewerking uitgedacht heeft, wel-
ke beftaat in het vinden van alle de
moogiyke deelers van een getal. Wan-
neer men dan alle de moogiyke dee-
lers van het grootfte gevonden heeft ;
en het kleinfte getal dier breuk onder
alle die moogiyke deelers niet gevon*
den word: dan is de breuk niet ver-
klein*
/]" Offehoon men, door nmldel der bewerking in
de oplosfing van dit VRAAGSTUK voorgefteld , alle de
moogiyke deelers van een getal .vinden kan : zoiideJ'
echter de grootemoeite, die door verfcheidemalen her-
haalde deelingcn van een getal verwekt word , mer-
kelyk verminderen, indieil de rekenkundigen voorzicii
tvaren van tafeleii der pRiMgefa/Ien , die' op zulk
eene manier behoorden te zyn toebereidt, als tot nog
toe door niemand in 't lic-ht gegeven is. Daar het
namenlyk een vry lastig en vervelend werk is , orri
(voor zeer groote getallen van eenige duizenden) door
toctlen en zoeken op te fporen , of een gegeven ge-
tal ecu prim- dan wel een /'aamgefleld getal zy?'en
zoo het faamgeiteld is, welke deszelfs eerfte deelers
zyn? (welke vraag nochtans, in de rekenkundej
2eer dikwyls voorkomt :) zoo hebben fommigen zich
onledig gehouden , om hiertoe opzetlyk tafels te be-
reiden. THOM. BRANCKER heeft, achter zyne Engel-
fche vertaiing der Algebra van RHONIUS , gedrukt te
London 1668. in 4. zoodanige tafels geplaarsti
doch, behalven dat hy van de faamgeftelde getallen
allcen de kleinfle deelers , en niet tevens de grootften*
aangewezen hebbe, is her gebruik dier tafelen moei-
lyk, wegens de druk- en rekenkundige feilen, die in
vry groot aantal daarin gevonden worden, ; Doof
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK.
kleinbaar; en de beide getallen
onderlinge primgetallen*
VI< VRAAGSTUK:
J, Alle de mooglyke deelers van eea
getal [/] te vinden".
Na de bewerking te hebben opge-
geven, hoe men namenlyk 1? heC
de ttitvoerige Tafelen Van de ondezlbaate of pri
fallen van i. tot 400000. vail A. F. MARCI, Amft*
1772. in 8. , word men welonderricht, datdeoverge-
flagene getallen alien faamgeftelde zyn : maar 'er word
hi 't geheel geen gewag gemaakt, door welke getal-
len die zouden deelbaar wezen^; zoodat men , wanneer
het op de vinding der deelers aankomt ^ van nieu\#
aan 't wcrk moet.
De arbeid dierhalve van j, WOLFRAM, in zyne
proeve van een Tafel ter ontlediging der get alien +
(zie Verh* der HOLL. MAATSCH. //. D. bladz. 622)
zoude belangryker en nuttiger zyn : hoezeer ook al*
daar flechts" de kleinfte deeler word opgegeven ; en
ook in de fchikking der tafelen zelven verbetering
zoude kuiitien vallen: zoo dezelve zich hooger dan
tot het gering getal van 6000. had uitgeftrekt.
De tafels integendeel die ten algemeenen behoe-
ve der rekenkundigen zoaden behooren te worden
faamgefteld , zoo zy in he-t toetfen en zoeken eenig
gemak zullen toebrengen, behoofen zich ten aller-
minften tot 100000. uit te ftrekken. Het zal daarom
niet noodig zyn alle getallen uit te drukken: De
f vene getallen , en die welkeft met 5. eindigen , kun-
nen (om bekende redenen) worden weggelaten: -
Dus zullen 'er uit elke 10 ^etalleu flcchts 4. namen-
t6o A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
getal , door hetkleinst mooglyke enkel
getalmerk, te deelen hebbe; hoe men
2 ' dezedeelingmetde volgende moog-
lyke .getalmefken , die met reeds als
quotient gevonden zyn , moete voort-
zetten; en 3? natehebbendoenopmer-
ken, dat nu alle de kleinere deelers en
al derzelver quotienten, (die, als dee-
lers befchouwd , nu hunnen voormali-
gen deeler tot quotient geven,) famen
uithfiaken alle de mooglyke deelers:
zoo laat men volgen deze
P R O E F.
Men zet alle de getalmerken , die men
als deelers gebruikt heeft, van kleiner
tot grooter , naar de rechter hand naast
elk-
(
r -
lyk die met i, 3, 7 5 en 9 eindigen, behoeven be-
werkt te worden : 't gene de omilachtigheid der ta-
felen merkelyk bekort : eii om niet genoodzaakt
te zyn , wanneer de grootfte deeler niet aangetekend
word , telkens nietiwe deelingen te doen ; zoo zal
deze zoo wel als de kleinfte moeten worden aange-
duidt: waardoor men , met ddn' oogopflag , nogmaals
deszclfs' deeler in de tafels vinden kan , en daardoor
In ftaat gefteld zal worden , om niet alleen te beoordee-
len, of een gegeVeli getal een prim- of een faamge-
field getal zy; maar ook , om deszelfs eerfte deelers,
en (daar het in 't verkleiilen der breuken voornaamlyk
op aankomt) alle deszelfs mooglyke deelers met zeei*
weinig moeite te kcnncn.
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKLfiNK. l6t
elkanderen op, en onder dezelven de
guotienten, vankleiner totgrooter, naar
de linkerhand naast elkander: en dus
set men deze twee regels zoodanig
onder een , dat aan 't begin de grootet
deeler onder de kleinfte fta: wanneer
nu alle de producten van elk bovenfte
getal, met elk onderfte dat onder hem
ftaat, aan het gegevene getal gelyk
zyn, zoo zal men goed gewerkt heb-
ben. Aan deze proef nochtans willen
wy geene andere waarde toekennen,
dan te zyn eene proef der bewerking:
dewyl zy niet voldoende zoude zyn,
om te bewyzen, dat men alle de moog-
lyke deelers gevonden heeft.
DEMONSTRAT1E.
Men is van alle de kleinere deelers
fceker, dewyl rrien met alle de moog*
fyke getalmerken gedeeld heeft.
Hierdoor ook van alle de grooten:
want, zoo 'er meer grooten overfcho-
ten , louden dezen ook andere kleine-
renmoeten geven, die reeds alle gevon-
den zyn; daarom dan, is men van alle
de mooglyke deelers zeker.
l6a A. VANSOLINGEN, ANTWOORD
Het overfchot van de divijie is een
gebrcken getal, wiens natuur, als be-
uaande uic aUquotifcbe deelen der een-
held, boven opgegeven en ontwikkeld
is. Men heeft by verfchillen.de gevolg-
trekkingen gezien, dat de gebrokens
op dezelfde wys met elkanderen,kun-
nen vergeleken worden , als de gehee-
le getallen : dit gevolg rustte hi'er-
op, dat de tellers akyd -als eenfoor-
tige eenheden befchouwd werden;
doch dit heeft geene plaats, 200 dik-
malen derzelver noemers verfchillen-
de zyn. Men zal hiervan de reden
duidelyk opgeven, en aantoonen, dat
breuken, wier tellers geene gelykfoor-
tige eenheden aanduiden ; dat is , die
een' verfchilienden noemer hebben ; IA-
dien zy met elkanderen sullen vergele-
Jken worden, altyd eerst tot denzelf-
den noemer behooren gebracht te wor-
den : waarna men tot het werk zelve
overgaat.
VII; VRAAGSTUK.
w Breuken, van verfchillende noe-
^ mers, tot een' noemer te brengen >
y> qf te reductretf\
I e QE-
OVER DE wis- ;NAT, N TEEKENK. 1 63
f*U L
r : GEVAL. Breukcn, daarge^negc^
heelcn voorftaan/ tc reduceren.
Men gecft de manier op, volgens
welkeeen getal gezocht word, waarin
alle de noemers opgaan ; ' 'c zy ' derz0-
ver algernecn product > of een kleiner
'getal: hoe dit de generate noemer wciV-
de ; en alle de tellers voortkomeii me
het product van elken teller met dti
quotient, die uit de deeling van des-
zelfs noemer in den ger&ralen noemer,
ontftaat,
.
DEMONSTRATIE.
Men zietbyelke breuk, hoe
malen de noemer in den generalen noe*
mer opgaat, en zoovelemalen neemC
men den teller: waaruit blykt^ dat in
de reductie beiden teller en noemer
door hetzelfde getal gemuUipHceerd
worden: maar dewyl de waarde vin
eene break niet verandert, mits tel-
ler en noemer door hetzelfde getal
gemultipliceerd worden ; zoo blykt , da:
deze reductie niets in den aard d.fei*
breuken verandere/
; GEVAL* Om
L 3 ge-
164 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
geheelen voorftaan, ('tgenegemengde
getallen genoemd wbrden,) te reduceren.
Menwyst aan, hoe men de geheelen
door de multiplicatie van den noemer
tot zulke aliquotijche deelen make,
als de noemer aanduidt; en hoe men als-
dan de bewerking, gelyk in 'teerfte ge-
yal, volvoere.
DEMONSTRATE.
De geheelen veranderen niets in de
conjtructie en demon/iratie van 't i e ge-
val: dewylmen, de geheelen tot zuike
tiliquotiftbe gedeeltens der eenheid ge-
maakt hebbende, als de noemer aan-
duidt , en den teller daarby gead-
deerd hebbende, verfchillende breu-
kcn erlangt, waarvan de tellers tel-
' kens aanduiden , hoe vele aliquotifcbe
deelen der eenheid men hebbe, waar-
van de waarde door den noemer
yord uitgedrukt. Alle de breuken,
die men heeft, tot een' noemer ge-
bracht zynde, 200 blykt het, dat
dezelven door de additie en fubtractle
kunnen vermeerderd en verminderd
word en, als duidende derzelver tel-
lers alien eenfoortige grootheden aan.
In
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK.
In de (zoogenaamde) muhipUcatie in 't
gebroken zal de grootheid ook ver-
meerderen , wanneer men de breuk
met een geheel multipliceert, cm dat
men, na alleen den teller met dat ge-
tal gemultlphceerd te hebben, de breuk
200 dikmalen erlangt ais 'er eenhe-
den in den muhiplicator zyn. Doch ge-
heel anders is 't gelegen , wanneer
men breuken met breuken vermeenig-
vuldigt) of, om rechtmatiger te fpre-
ken , wanneer men breuken met elk-
anderen vermengt: dan word de groot*
hwid waarlyk verminderd, om dat
(daar de muUlplicator minder dan de
eenheid is) het multiplicandum flechts
zoov^elemalen genomen word, als 'er
al.quotifcbe deelen van de eenheid
in den muhiplicator zyn. Dit heeft
plaats , 't zy het multiplicandum uit
gebrokens alleen beita , 't zy het een
gemengd getal mocht wezen : maar wan
neer de multiplicator een gemengd ge-
tal is , dan zil het multiplicandum
door de Jnultiplicatie metterdaad ver-
meerderd worden , voor zooverre 'er
geheelen in den multiplicator zyn; en
verminderd, voor zooverre daarin
be okens zyn.
L 3
y x
TOO A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
Uit deze grondbeginfels , welken
(fchoon hier reeds naauwkeurig te;r
iieder gefteld) bevorens duidelyk be-
hooren opgehelderd te worden, on\
dat zy. den aard en het onderfcheid
cier muUiplicatle in 't gebroken, met
geheelen engebrokens., aanduiden:
uitdezegrondbegmfels^ zegik 7 waaruit
reeds Week, als een
i e GEVAL: dat eene breuk , door ge-
beelen genMltipliceerd) alleen deszelfs
teller met het geheel behoort gemul-
tipliceerd te worden; blykt ook te*
vens; hoe in het
2^ GEVAL: wanneer breuken met
breuken gemultipliccerd worden , de
teller door den teller, en de noemer
coor den noemer, ook Bonder redu*
Ctie, kan gernultipliceerd worden : om
dat het multiplicandum , zoo velemalen
enomen, als'er aliquot if ch e ^^n van
e eenheid in den multiplicatvr zyn j
het multipUcandum zoo vele malen
moet verkleind worden, als de allqufa
tifcbe deelen van den multiplicator uit-
drukken: waarin geene verandering
fcpmt; wanneer, in het
3 e .
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. I 67
3 P . GEVAL: het muhiplicafidum een
gemengd getal is: ofwanneer, in
4 e GEVAL : beiden het multiplicandum
en de multipticator gemengde getallen
zyn: om dat, volgens de reductie , de
gemengde getallen tot gebrokens kun-
nen gereduceerd worden, en dan da
bewerking dezelfde blyft.
VHP VRAAGSTUK.
Breuken door elkanderen te deq
l^n"
ic.a .
Men toont in de conftructie, dat men
flechts den teller en den noemer van
den divifor hebbe om te keeren, eii
voorts te werk te gaan als in de multi-
plicatie: dat men alsdan voor quo*
Hem bekomen zal , het product der tel-
lers met de tellers, gedeeld door het
product der noemers met de noe-
mers.
DEMONSTRAT1E.
Indeze bewerking worden, met ach-
terkting des gemeenen noemers , de-
zelfde getallen met elkaaderen vermee-
L 4
1 68 A. VAN SOUNGEN, ANTWOORD
nigvuldigd, die onderling zouden zyn
gemultipliceerd, indien men de breu-
ken tot eenen noemer gereduseerd
had.
Daarom leveren deze product en tel*
Jers op van gelyknamige b'reuken: die,
door eikanderengedeeld, hetgevraag-
de antwoord geven.
Om de omflachtigheid te vermyden,
welke telkens ontltaan zoude , wan-
neer men groote breuken van verfchil-
lenden noemer met elkanderen moet
vergelyken: maakt men gebruik van
eenfoortige breuken , welke alien de
tiendens tot noemer hebben; en wel-
ken derhalve, voorzien met dezelfde
-eigenfchappen als de geheele getal-
len , veel gemaklyker met elkanderen
kunnen vergeleken worden. Deze
jioemt men declmale breuken.
Men wyst de manier aan, waarop
Tnen dezelven fchryft; en tevens het
leerfluk vanderzelvernatuur. Men zal
namenlyk uitbreiden , hoe een getal-
merk eener declmale breuk, even als
in de geheelqn , telkens naar de rechte-
hand tienmaal kleinder is , dan het
yorige linkfche: hoe 1 t cerfte getai-
nierk
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 1 69
merk een teller van tienen ; het twee-
de van honderden ; enz. is : hoe men
den noemer geheel weglate; en eene
nul zette, daar geene eenheden van
dien rang zyn: hoe men vervolgens
de geheelen door eene ftip affcheide^
en eene nul plaatfe met eene ftip, zoo
'er geene geheelen zyn: waarna men,
overgaat tot de overbrenging van ge*
wone breuken tot decimalen.
IX* VRAAGSTUK:
Gewone breuken tot tientallige
i, breuken te maken".
Men wyst in de conflructie aan, hoe
men den teller door byvoeging van
eenige nullen aan de rechtehand ver-
meenigvaldige , en dus de gedaante
van een decimaal getal geve; vervol-
gens door den noemer deele, en neder-
mte, zoo als boven is opgegeven.
DEMONSTRATE.
Men toont aan, dat men hier niets
Anders doet, dan (by verkorting) bei-
den teller en noemer door 't zelfdc
getal te multipticeren , en daarna.te di-
176 A. VAN SOLINOEN, ANTWOdRD
\f\deren\ - maar de waarde van eene
breuk verandert niet, wanneer men
beiden teller en noemer door 't zelkle
getal multipticeert ofdivideert : der hal-
ve is de breuk regehnatig tot eene
decimate breuk overgebracht.
Wanneer de noemer, gedeeld in
fleti vermeenigvuldigden teller, niet op-
gaat, zoo voegt men zoo lang zoo-
vele rrullen by den teller, tot dat Let
overfchot gering genoeg is oiu. ver-
waarioost te kunnen wofden: waar-
uit blykt, dat hoe uitgeilrekter men
eene decimate breuk neemt, hoenaauw-
keuriger men deszeifs gelyklleid aan
feene gemeene breuk verkryge.
Dewyl in de decimalen elke linkfche
cyfer, tienmaal meer waarde hecft,
dan de vorige rechtfche, zoowel als
de geheelen die door eene (Up van de
breuken zyn afgefcheiden : zoo blykt
het, dat derzelver bewerkingin odditie
enfubtractie volftrekt dezelfde is als
in geheele getallen ; zonder zelfs eeni-
ge acht te geven op de ftip, die de
geheelen van de breuken affcheidt:
inids men zorg drage otn dezelve in
de fom, of in het overfchot, onder
ftippen te plaatfen, wdfcfn ^ieh in
de
OVER DE \VIS- NAT. EN TEEKENK. 171
de getallen bevonden , die men adde-
ten of aftrekken moest: en zoo in de
fubtracti? her bovenfte getal minder ge-
talrnerken heeft, dan het onderfte:
200 kan men het met nullen aanvul-
len , of als aahgevuld zich voorftellen ;
dewyl nullen van achter geplaat^t de
waarde der breuk niet veranderen.
-
X^ VRAAGSTUK.
J, Decimafcri te vermeenigvuldigen":
Men geeft de manier op > volgens wel-
ke de affnyding gefchiedt ; en hoe men
te werk gaat, wanneer in het product
minder getalmerken zyn$ dan afgefne-
den geheelen in het multiplicandum en
in den multipUcator.
D EMONSTRATIE.
' De genoegfame rede dier affording
is hierop gegrondt: dat men in de be-
werking de decimahn als geheelen be-
fchoud heeft : zoo dan het multiplicand
dum en de multipUcator elk een getal-
merk van geheelen byzichhebben, en
men de gantfche breuk 'kls geheelen
172 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
aanmerkt, zoo word hetgetal (als ge-
heel befchdud) tienmaal grooter dan
het waarlyk is; 2:00 ook de multiplier
tor: en wanneer meneengetal, ckt
tienmaal te groot is, met een ar.der
vermeenigvuldigt, dat ook tienmaai te
groot is , ^oo krygt men een product
cat honderdmaal'te groot' is. Men
moet die product dan honderdmaal vcr-
kleinen, 't gene gefchiedt door mid-
del van de afperking, die de twee
voorfte getalmerken tot geheelen
ihaakt: maar elk getalmerk , dat in
fatmultiplkandum, of in den mubiplica-
tor' 9 meervoor de afperking ftaat, ver-
meerdert de waarde van zyn getal nog
eens tienmaal; het product derhalve
nioet dan ook alwederotn die verklei-
ningondergaan: waaruit blykt, dat
men van, het product zoo vele getalmer-
ken moet affnyden, als 9 er, beidenin het
multiplicandum en in den multiplicator ,
afgeperkte getalmerken van geheelen
.zyn: en dezelfde reden waar zynde,
wanneer hiertoe in het product geen
genoegfame meenigte van getalmerken
voofhanden is, zoo moet men zoo
yelc nullen vooraf zetten, als 'erge-
tal-
OVER DE wis- NAT. EN T^KJENK; 173
talmerken tekortkomen, welkenver-
cischt worden om de waarde der
cimalen zelve uit te drukken.
Xf; VRAAGSTUK;
J, DecitnaUn te deelen".
Men geeft de manier der gewone dee-
ling op; gelykook die der affchrabbing.
DEMONSTR4TIE.
Op de afperking geeii acht geven^
de, worden dividendum en divifar bei-
den te groot genomen: dus, wanneer
? er evenvele getalmerken van geheelen
inbeidenzyn, en elk tietlmaal te groot
word aangemerkt, behoeft 'er geen
affnyding te gefchieden; dewyl de
quotient, die tienmaal te groot is, nu
fcyne rechte waarde krygt, als ver-
kteind wordende door een' divifor, die
ook tienmaal te groot is. Eene gelyke
hoeveelheid van getalmerken in bei-
den , geeft dan aan den quotient zyne
rechte waarde: waaruitblykt, datde
' quotient zoo veel groover is dan hy
^yn moet, als 'er meer getalmerken
in het dwidtndum dan in den di-
1-74 A. VAN SOLINGEN,
i' -*-
;, pm dat, 200 dikwyls dcze in
^hoeveelheid van getalmerkea te kort
fchiet, hy ook zoo dikwyls te kort
fchiet in"het evenredig verkleinen van
den quotient*
G E V O L Q,
v-r. i ,
Hieruit volgt, dat wanneer 'er gcene
^etalmerken'van geheelen in den divi-
Jor zyn , van den quotient zoovelen
moeten afgefneden worden , als 'er in
het dividendum. zyn; en zyn 'er in 9 t ge-
heel geenenin het dividendum, dat men
voor den quotient zoovele nullen moet
^etten, als 'er afgeperkte geheelen in
den divifor zyn : om dat de quotient
evenredig zooveel verkleind moet wor-
dehj als d^ dwifor te groot genomen
is, toen men met denzeiven, zonder
.achtgeving op de afperking^ werkte.
Naaldus het.leerftukder decimalentt
' hebbenafgehandeld, zalmen overgaan
tot dat der verichiliende machten van
de getallen : en aantoonen , door weir
ke fnubiplicatien het vierkante getal;
teerlingstal; en de hoogere machten
worden; en vervolgens, door
wel
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. ITS
welke manier van verdeelingen het
wortelgetal teerlingsgetal ; enz. gevoa-
den worden.
Xm VRAAGSTUR
Het worteltal van e yierkant
getal te vinden".
Na de conftruetie opgegeven, fee*
werkt, en door de proef getoond tq
hebben, dat de gevonde wortcl, me?
zich zelve vermeenigvuldigd, gelykb
aan het gegevene vierkant get,al: Iaa5
men volgen deze
DEMONSTRATES.
; '
Zoo een vierkant getal in zichbefloot
de vierkanten der deelen , en het dub*
bel der deelen met elkanderen vermee-*
nigvuldigd , zoo zoude 4e regel goed
zyn: dewyl de conftructie toont, da{
l?ien vo]gens deze eigenfchap te werfe
is gegaan.
JVlaar een vierkant getal befluit ini
^^ch enz. (blykende uit dp cQnftructje:}
Ergo!
XIII; y
176 A. VAN SOLINGEN, ANTWOQRD
VRAAGSTUK.
J, Den teerlingswortel van een teer
Hngsgetal te trekken.
Na de coriftructie volgt deze
DEMONSTRATIE.
Zoo een teerlingsgetalbeflaat uitde
teerlingen der deelen , benevens de ^f/^-
dratenvzn elk deel, vermeenigvuldigd
met het andere deel , ieder driemaal ge-
ftomen, zoo isde regel goed. Maarhet
teerlingsgetal beftaat enz. Ergo!
Na een genoegfaam getal voorbeel-
den van vierkante en teerlingswortel-
trekkingen te hebben opgegeven : kau
men by rechtmatige gevolgtrekkingen
i- 10 de getallen tot zulke bewerkin-
gen leeren or diner en:
2? de leer der genituren ontwik-
kelen, en die van de hoogere machten
in 9 t algemeen: hiertoe gebruik
makende van de tafel der genituren^
Zoo als dezelve by een' ouden en voor-
trefFelykenrekenkundigen, H. BEG^RAAF
(Beinfelen der telkonst, 1662* bladz*
138.) is opgegeven, en die door nie-
mand
DE WIS- NAT. EN TEEKENK.
mand der lateren, 200 verre i
Bierin is naargevolgd:
3<; de eigenfchappeh der wbftel-
tallen; derzelver verkorte uittrekkin-
gen, die fomtyds mooglyk zyh; die
der breuken ; eh de verfchillehde proe-
ven die op de bewerkiugen te nemeii
2yn. Deze alien zyn zoo vele rechtmati-
gegevblgeh: welken de n.atuur der ge-
tallen van hoogere machten, op eene
eenvoiidige en zeer gemaklyke wys , aau
het verftand brengon.
Tot dus ver ^yn de vier regels der
Rekenkunde alleen toegepast op de ver-
gelyking der getallen met de eenheid.
Eer wy hu tot de vergelyking van
meer getallen met elkanderen over-
gaan: waartde men met de leer der even-
redigen zal behooren fe beginnen:
merk ik eerst aan : dat, uit de 1 3 . gemelde
vraagftukken , nieenigvuldige eigen-
fchapperi der getallen kunnen worden
afgeleidt. Het getal 9. munt hierin bo-
yen alle andere getallen uit. In het
Hoofdftuk over de omgekeerde idling
van gemelden DE GRAAF(dien men niet
dikwyls genoeg kan aanhalen) wof-
den vele eigenfchappen afgeleidt ,
Xr. DEEL M wel-
178 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
(te gelyk met de gevolgen, die
by uit de vier regels voorftelt,) in ze-
kere, meer regelmatige, en verdaanba-
re orde gefchikt, als gevolgen kunnen
worden voorgefteld : welken , gegrondt
op de 13. gemelde vraagdukken , de
gantfche natuur der rekenkunde , op de
vergelyking van twee getallen met
elkandcr toegepast, in een heldef dag-
licht ftellen ; en den leerlingen het be-
gripi <&n de bewerking , van hoogere ge-
deeltens der rekenkunde zeer gemnklyk
maken.
Na deze vier regels, door etlykc
voorbeelden, op de oefening der Jpe-
ci'en en de redact ie der getallen, en op
de tfj/tfrekening , te bebben toege-
past: kan men veilig overgaan tot het
leerftuk over de rede der getallen r
waarin de denkbeelden der aritbmeti-
fcbe en geometrifche rede ; derzeiver pro-
gre^jlen^ en de benamingen der voor~
gaande en volgende termen uitgedrukt,
met voorbeelden opgehelderd^en zelfe
6p voorafgaande kundigheden toege-
past wordeh: hoe by voorbeeld het
verkleinen der gebrokens op de eigen-
fchappen der geometrifche redeberuste:
Hierop volgt het leerftuk der
DE WiS- NAT.
proportion (evenredigheden) : de ma-
nier waarop dezelven gefchreven wor-
den : de reekfen dcr evenredigheden t
en eindelyk het algemeene grondbe-
ginfel, waarop alle de eigenfchappeit
der proportien berusteni dat namen-
lyk welk eene verandering men ook
^ in eene proportie make, rnits de^el-
ve op gelyke wys gefchiede in d&
,> twee termen, die in dezelfde be-*
j, trekking ftaan (homologe termeti)}
hierdoor geene verandering hoege-
^ naamd in de propGrtien gemaakfi
worde: zoo dat alsdan ook de uit-
komften altyd proportioned zullett
zyn 3 '. Uit dit grondbeginfel worden
alle de eigenfchappen der proportien
afgeleidt: dat byvoorbeeld de proper*
tie dezelfde blyve, zoo alle vief de
termen gemultipliceerd worden doo?
de vier termen van eeneandereprIGEN ZOO dik-
malen voorkomt; lengte en breedte;
opflaande waren met derzelver pro-
duct en voor denzelfden prys; en in
woord, alle zulke meenigvuldige
l8<5 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
andere oorzaken, tegen derzelver ef-
fect en met elkanderen moet vergelyken ,
diekleiner worden, naar mate derzelver
izitwerkfels vergrooten: enomgekeerd.
Zoo dikwyls twee werkende oor-
zaken met elkanderen vergeleken wor-
den, en beiden faamgefteld zyn met
ccne of meer oorzaken , die met haar
famenwerken om een effect voort te
brengen: zoo word de rede, welke
tusfchen deze beide famengeftelde
oorzaken plaats heeft, faamgeftelde
rede genoemd : en zy is 9 t inderdaad.
XV^. VRAAGSTUK.
\ y De faamgeftelde rede te vinden
J, tusfchen twee oorzaken, met wel-
ker werking verfcheidene andere
oorzaken medewerken, om bet ef-
feet voort te brengen".
CONSTRUCTIB.
Schijc alle de oorzaken , die famen
een bekend effect voortbrengen, aan
de eene zyde van de kolom: zet der-
gelver bekend ejfect aan de andere zy-
de
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 187
de der kolom: en de oorzaken die fe-
menwerken om het onbekende effect
voort te brengen, aan denzeliden
kant daarhet bekende effect voorkomk
Verklein de getalien wederzydsch ,
volgens den ALGEMEENEN REGEL (van
BARTJENS), waarmcde men in kolomr
men werkt.
Vermeenigvuldig alle de getalien aan
elke zyde der kolom door elkanderen.
Deel het product van die kolom,
waarin de oorzaken van het onbekende
effect ftaan, door het product van die
kolom, waarin de oorzaken van het
bekende effect Itaan.
Deze quotient zal gelyk zyn aan het
gevraagde of onbekende effect.
DEMQNSTR4T1E.
Ontbind het voorftel in eenvoudi-
ge regels van drieen: op de volgende
wys.
Zoo eene der famenflellende oorza-
ken gaf het bekende effect: wat zoude
het effect zyn van de andere gelykna-
mige famenftellende oorzaak? en:
de volgende famenflellende oor-
gaf, het 200 even laatst gevon-
1 88 A. VAN SOL1NGEN,* ANTWOORD
clene effect: wat zoude het effect zyn van
de andere gelyknamige famenftellen-
de oorzaak ?
Dit antwoord zal evenzeer het ge-
yraagde beantwoorden.
Plaats deze twee redens onder elk-
ander, en multipliceer elken term der
bovenfte rede, door deszelfs onder-
ilaanden term in de onderfte rede,
Zet de rede, die uit deze product en
isvoortgekomeninkolommen; en men
2al bevinden niets anders te hebben
uitgevoerd dan de famenftellende oor*
zaken door elkanderen temultipliceren:
derhalve is de conftructie goed.
Deze regel word gemeenlyk REGEL
VAN VYVEN genaamd: orn dat, wan^
neer elk der werkende oorzaken door
eene andere werkende oorzaak is fa-
mengefteld, 'er alsdan vyf bekendeter-
men zyn: doch men merkt, dat ook
deze regel de regel van zevenen , nege-
nen, dertigen enz. zoude kunnen ge-
naamd worden ; naar mate het getal
der werkende oorzaken het getal der
bekende termen meerder maakt: bly-
yende de bewerking alleszins iezelfde.
Op dezen regel berusten verfcheide
MKENINGEN VAN INTEREST OF GEWIN:
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENlt.
waarin de bekende winst, welke men
met een bekend kapitaal doet in een*
bekenden tyd, vergeleken word met de
onbekende winst, welke men met een
ander bekend kapitaal in een' anderem
bekenden tyd doet.
De REKENING VAN WINSTGEWIN , o
INTEREST OP INTEREST, word door een-
voudige regels van drieen bewerkk
Zoo de tyden dezelfden zyn , heeft men
niets anaers te doen, dan de winst by
het kapitaal te adder en, en derzelvet
fom in eene volgende/>r0p0r//arsecne
werkende oorzaak neder te zetten.
Om nu den omflag van zulk eene reeks
van proportien te ontgaan, heeft men
to.t gemak der beoefenaren tafels ge^,
maakt van winstgewin of interest op
interest: maar, indien de tyden ver-,
fchillen, behoort ook deze rekening
tot den famengeftelden regel van drieen;
welke (by voorbeeld) in dit, en alle
diergelyke, gevallen te pas komtr
als namelyk een bekend kapitaal in een*
bekenden tydgeeft eene bekende winst:
hoeveel zal de tyd zyn , waarin een be-
kend kapitaal , met deszelfs winstge-"
win, een' bekenden interest, op interest
heb-
XpO A. VAN SOLtNGEN,
Bebbe voortgebracht. Zie BARTJENS
fekening van interest op interest^ fom 1 2.
Zoo ook behoprt tot dezen regel de
MANGELING MET TYD. De eenvOU-
dige MANGELING, \ iy waar tegen
waar; of tegen waar met geld: word
door den eenvoudigen regel van drieen
opgelost: * maar zoo de prys met
tyd faamgefteld is , vefkrygt men eene
faamgeftelde werkende oorzaak, Om
dan op een bekend kapitaal, in een^be-
kenden tyd, eenbekend&*p/ta#/te win-
nen^ ( 9 t gene by \ eerfte kapitaal gead-
decrd de hoogte aanduidt, waarop de
tyaar in mangeling behoort gefteld te
worden;) ert eene^andere waar daarte-
gen op gelyke mangeling te ftellen:
zal men de beide inkoops^p/V^w,
en den tyd waarin deze hunne winst by
inangeiing bezorgen moeten, met elk-
anderen door den faamgeftelden regel
van drieen vergdyken, en de gevonde
winst daarby adderen , om de waar op
gelyke mangeling te ftellen.
En, evengelyk in het 14^ Vraag-
fluk, het vierde proportionaal gevonden
werd door den orngekeerden regel
van drieen: zoo zal ook,' wanneer de
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. Ipl
effecten der famenflellende oorzakent
toenemen, naar mate die oorzakeH
afnemen; en omgekeerd: deom-
gekeerde famengeftelde regel van
drieen te pas komen: waarin, op ge-
lyke wys, en oin dezelfde reden, de
termen worden omgekeerd. Dewyt
'er nu niet zelden vyf bekende ter-
men zyn, 200 word deze regel dc
OMGEKEERDE REGEL VAN VYVEH ge-
noemd: kunnende dezelve ook, naar
mate van het getal der bekende ter-
men, omgekeerde regel van 7. 9. enzj
genoemd worden. Ook komt deze
regel niet zelden in de mangeling tc
pas, wanneei* de tyd in aanmerking
komt: dewyl de winften gelyk zynde,
het grootfte kapitaal altyd den minfteri
tyd zal kunnen ukgezet worden. Zic
BARTJENS, Mangeling met tyd, fotn 2.
Zeer dikwyls komt deze regel in
de KASSIEKSREKENING te pas: waafiu
het veelmalen voorkomt, dat het ge-
bruik van verfchillende geldeninver-
fchillende tyden met elkanderenverge^
leken word : zoo ook in de WENST
EN VERILIES MET TYD : als 9 eT naar ka-
pitaal of tyd gevraagd word. Word
^er naar &ap//fl#/gevraagd ; zoo ftelt men
het
A. VAN SQLINGEN, ANTVVOORD
s.
bet kapitaaL'm~'.t midden, en den tyd
yerkeerd : en word 'er naar tyd ge-
vraagd, zoofleltmen den tyd in 't mid-
den, en het&ip/tatf/verkeerd. Met een,
woord, in alle gevallen , daar de eenvoii-
dige omgekeerde regel van drieen te pas
komt, en daar de oorzaken pf'effecten
op verfchillende wys zyn faamgefteld.
^ Zoo dikwyls verfcheide perfo.b-
r.en eenig geld famenleggen, om
faam te handelen, met oogmerk om
de winst, naar evenredigheid der
door elk uitgelegde fom , te verdeelen :
inaakt men georuik van de GEZEL-
SCHAPSREKENING : om de verfchillen-
de deelen der winst , of van het verlies *
te vinden, dieaanelk hoofdvoorhoofd;
toekomen.
XVI; VRAAGSTUK.
.
^ De rede te vinden van elks winst
^ en verlies, wanneer een gezelfchap
v .*inet zekere algemeene fom gehan-
, C O N S T R U C T I E;
r
'Addeer den gantfchen inleg by eik-
~
6VR BE WIS- NAT. EN TEEKEN&
ander- en maak voor ieders deel de
volgende proportie.
De gantfche inleg: tot de gantfche
winst = elks byzondere inleg: tdt
elks byzondere winst of verlies.
DEMONSTRATIE.
Wanneer men de bfetrekkirtg wif,
Veten, welke ieders byzandere winsc
bf verlies op ieders byzonderen inleg
heeft, in evenredigheid van de alge-
meene winst of verlies op den alge-
moenen inleg: zoo begeert men niets
ander6 te weten, dan een vierde pro-
portionaal der drie bekende termen:
algemeenen inleg ; algemeene winst of
verlies; en byzonderen inleg: maar
volgens de con/lruclie zyn de vier ter-
meri in eene goede evenredigheid ge-
2et; dewyl de bbmologe termen, van
inleg met inleg, en winst met inleg, elk
aan de tegenovergeftelde zyde der ko-
lom geplaatst worden : derhalve is
de conftructie goed.
Op deze rekening berust de gant-
fche rekening der FACTORY: dewyl
de winst, welke een factoor geniet, te
voren bedongen word te zullen zyn
zr. D&&L. N naar
194 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD
naar evenredigheid van een gedeel-
te des geheelen kapitaals; weshalve
men, dit gedeeltevoordeninlegdes/ii-
tf00rr gerekend zynde, deszelfs/itfMw-
loon volgens de gezelfchapsrekening
vinden zal. Zoo word ook in de
VEEWEIDING de hoeveelheid, die elk
in het land betalen zal, berekend vol-
gens het genot, dat hy, naar 't getal
der beesten, we&en voor ieders hoofd
weiden, van het land heeft.
Op dezen regel van gezelfchap be-
rust ook het gantfche leerfluk van den
zoo beroemden regel van ALLIGATIE :
waarin de verfchillen van elk fyns in
een metaal tot de hoegrootheid van het
fyn, ^tgenemen begeert, een gezelfchap
uitmaken, waarvan elk het zyne toe-
brengt om het begeerde fyn uit te
leveren. De vraag is dan, hoeveel
men van elk nemen moete, om het be-
geerde geheele fyn te verkrygen? en
men antwoordt: de fom der verfchil-
len geeft het geheele fyn ; hoeveel fyn
geeftieder verfchil?
Elk begrypt, dat ook deze reke-
ning van gezelfchap famengefteld kan
voorkomen: als by voorbeeld door
den tyd; dewyl ieder zooveel meer
in
OVER i> WIS- NAT. fctt f EfifeEMfc*
in de winst behoort te deelen* Mar
tnate zyn geld langer gewerkt heeft:
en zoo ook het land zal behooren be-
taald te worden> tiaaf mate het ge-
bruik (dat is het getal det beesten,
faamgefteld met den tyd welken zy
geweidt hebben) grooter is: in welk
eval men zich vaii den famengeftel-
en rogel van drie6n bedienen zal :
wordende alsdan elke inleg gemylti*
pliceerd door deil tyd y waarin de inge*
legde fom gewerkt heeft.
Wyders dientte worden aangeriierktt
dat men dezen regel merkelyk bekor- ;
ten zal, wanneer men de product en ^
die uit elk kapltaal met tyd &yn
voortgekomeh , door gelyke getallea
deelt: dewyl men hierdoor met klei-
nere getallen werkt; eil tevens weet*
dat de evenfedigheid niet veranderd
vorde, wanneer men homologe termeiX
door gelyke getallen deelt
Het blykt ook uit het vo orgaande : dat
men, zoowel als elks aandeel in de
.winst of het veflies; zoo ook, de drice
Overigen (en in deli famengeftelden re-
gel de vyf ovorigen) bekend zynde > een*
van de andere termen vindeil kan: *
men door eUks byzondereit
N & in*
A. VAN SQLINGEN, ANTWOORD
inleg en tyd, den algemeenen inleg*
en de algenxeene winst, uit het aan-
deel van elks winst: volgens dezen
regel berekenen,
Ingevalle eenige onbekende groot-
heid moet gevonden worden , uit
de betrekkingen of evenredigheden^
welkeii verftheide werkende oorza-
ken onderling hebben, zoodanig dat
men verfcheide regels van drieen zou-
de noodig gehad hebben; zoo gebruikt
men den REGEL VAN CONJUNCTIE :
welke eene bewerking aan de hand
geeft, om die verfcheidene regels van
drieen te vereenigen,
XVII^. VRAAGSTUK.
! ^ Om, door middel van den regel
^ van conjunct ie, de waarde eener on-
w bekende grootheid te vinden, welke
^ in evenredigheid ftaat met verfchei-
,> de werkende oorzaken, en daaruit
voortkomende effect en".
A
C O N S T R U C T I E.
Men fchryft al de bekende redens
in
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 197
in twee kolommen: zoo dat de twee-
de term der eerfte kolom van dezelf-
de benaming zy, als de eerfte der
tweede kolom; de derde der eerfte
kolom van dezelfde benaming als de
tweede der tweede kolom: enz. waar-
na men den onbekenden, door de be-
werking van den algemeenen regel , op
de kolommen toegepast, vinden kan.
t '
DEMONSTR AT IE.
Volgens deze manier van opzetting
doet men niets anders, dan verfcheide
regels van drieen regelmatig ondej:
elkanderen plaatfen: alleen metdit on-
derfcheid , dat men telkens den gevon-
den vierden term van elkq evenredig-
heid achterwege laat : maar dewyl
deze gevonden vierde evenredige in
beide kolommen zoude behooren ter
nedergefteldJte worden; eerst als een
effect, en daarna als eene werkende
oorzaak; en derhalve, volgens de be-
werking in kolommen , tegen elkander
3oude kunnen worden uitgefehrabt *"
300 mag hy veilig achterwege gelatea
worden : en dienvolgende is de be-
werking goed.
N A Door
A- VANSOLINGEN, ANTWOQRD
Door middel van deze bewerking
vorden de meeste berekeningen van
\VINST EN VERLIES op eene zeer ge*
maklyke wys uitgevoerd: wanneer
men namenlyk waren met waren ;-
uitgegevene gelden met ujtgegevene
gelden; en ontfangene gelden, met
ontfangen gelden, in de wederzydfche
koldmmen j)laatst: zoodanig, dat de
grootheden in de linker kolom altyd
cen* rang lager ftaan , dan de groothe-
den van diezelfde benaming in de
rechter kolorn.
Op geen' anderen grond rust ook
tie bewerking der WISSELREKENING s
waar in de gelden van dezelfde bena^
ming , op dezelfde wys , in de wederzyd-
fchekolomrrien geplaatst worden; ter-
wyl men oplet, om den cours van den
yisfel tegen over deszelfs waarde in
de verfchillende kolommen neder te
^etten: gelyk oojc eveneens, in
de BANKREK.ENING, de agio , gead-
deertj by de waarde van het bank-
geld, tegen over het bankgeld zel-
ve geplaatst word: en dewyl de
REKE.N1NG V^N VER^ENDEN beftaat
in de kennis van den wisfel, of den
gang van 't gel4 in 't eene en 't
OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 1 99
dere land; als ook in 't verfchil van 't ge*
wicht , de maten , en de ellen : zoo bly kt
het, dat ook deze regel door den re-
gel van conjunctie gevoeglyk en ge-
maklyk kan worden uitgevoerd : wan-
neer de maten en pryzen , van dezelf-
de benamingen, in verfchillende ko-
lommen; en tevens in verfchillende
rangen ftaan moeten.
Alie DE 2ILVER- EN GOUDREKENIN-
GEN, welker bewerking nietzelden eene
gantfche reeks van regels van driee'n
vereischt, worden insgelyks door een f
regel van conjunctie op eene merkely-
ke wys verkort. Het blykt, dat men,
om de gevraagde waarde te erlangen ,
niets anders te doen hebbe, dan de gel-
den van dezelfde benaming in de ver-
fchillende kolommen, en zoodanig, te
plaatfen ; dat zy wederzyds een' ver-
fchillenden raag bekleeden.
Op deze XVII. Fraagftukken berust
het gantfche leerftuk der wiSfCUNDioa
REKENKUNDE: volgens dezen leid-
draad kunnen ALLE de arithmeticale re-
fels, welken in de boeken der reken-
undigenvoorkomen, aan wiskundige
N 4 grond-
o , VA*f 50LINGEN, ANTWOORQ
grondbeginfels onderworpen worden:
g A - aangezien degrootemoeilyk^
heid om iets in trein te brengen, 't genq
ter algemeene verbetering eener gant-
fghe Ma^tfchappy diqnen moet ; dit mid-
A; VAK SOLINGEN , ANTWOORD
del is eenvtMwdig UITVOERBAAR ; in vele
opzichten zoo ik meen VOLDOENDE;
en wel in zoo veie opzichten, indien
ik my niet bedrieg , alsmooglyk is:
te meer , dewyl hci ook tevens der* bes-
ten v^eg volkomen baant, en o-x^v- cj-t
voor minvermogenden , die toch al-
lon eenmaal hebben fehobl^cgaaii : zoo
dat, ook in dtt"opz:"cht, voigens het
ware oogmerk der vraag, dit middel,
met alle verwachting van eenen geluk-
kigenuitflag, en zooveel met de uitge
breidheid eener pantfche maatfchappy
beftaanbaar is; zooveel mooglyk
faam zal zyn \
ANT-
ANTWOORD
OP HET
VOORSTEL
VOOR HET* JAAR
MDCCLXXXVIIL
OPOEGEVEN:
Dewyl het gefeede gebruik van PENNINGEN de ziei
is van alle handetingen en bedryven : op welke
wyze kunnen eerlyke en naarftige kooplleden^
commisfianarisfen 9 of ondernemers van fabriketi
en trafiken , (die geene obtigatien of foortge/yke
effect en bezitten , dm tot pand ter minnete kunneA
overgeveni maar vaorzien zyn van vaste pandenz
ofpakhuizen>zolder$ 9 kelders, of winkelt , metge-
tjoegfamen voorraa,d van goederen :) in deze Pro-
vincie van ZEELAND gelegenheid bekomen, om,
gelden a depojtto^ of op wisfel, voor zekeren tyd 9
machtig te worden, ter voortzetting hunner za-
ken: zoodat tefens de geldfchieters zekerheid.
hebben voor de veitige herkryging van hwfk
fom en interesfen?
San het vvclke de gouden eerprys, door het ZEEUW
SCHE Geuootfchap der Wetenfchappen 5 den %e*
venden van Wynmaand des jaars 1789, is toegt-
wezcn.
-
-.
A N T \V O O R D
OP HET
VOORST EL
Dewyl het gereede gebruik van PENNINGEN enz*
;
DOOR
,
JOACHIM FREDRIK MULLERi
n
onder de zinfpteuk :
LIGT 'T SCHIP VAN HANDEL OP DE
IS NUTTE KOOPZORG 'T IfcOER TER ZEE;
DOET PERU'S GOUD DE ZEILEN ZWELL*NS
DAN ZAL BE KIEL TER KOOPKUST
,welkennlet(lechtt!
X3V. op eene onderlinge railing vaa
gocderen tegen goederen; maaroot,'
voornamelyk, van contanten tegeu
goederen berusten: eifchen een toe^
reikend fonds van gangbare m\mtfpe-
om denbandelvan en naar
208 j. F. MULLER, ANTWOORD
dere plaatfen behoorlyk gaande te
houden. Men vergoedt wel eens
het gemis van gereede penningen door
cene ' kiretilatie van wisfelbf ieven :
maar, behalve de rifico, welke daaraart
verknocht is, zoo gaan de voordeeleri
des handels, door deze buiterigewo-
iie geldfournering , voor een groofe
deel verloren.
/Van daaf, dat men in de aanzienlyk-
fle koo^fteden van EUROPA , veeler-
hande middekn heeft uitgedacht, om
het gebrek van gereede penningen
\|reg tenemen j -voor hen , die behoorlyk
fonds konden leveren, dat den geld-
fchieter gerust ftelde voor de zeker-
hcid zyner penningen. Maar, onder
alle middelen, die men op onder-
fcheidene tyden en plaatfen daartoc
heeft uitgedacht, zyh'er geenebekwa-
mer bevonden, dan de BELEENING opi
gpederen, ende DISCONTO opwisfels:
i dan , daar uit het voofftel dfer
Maatfchappy fchynt te blyken: dat
niet de difeonto op wislelbrieven
inaar de beleerimg op koopmanfchap-
E 1 en, bedoeld word: zoo zullen wy
ns in bet antwoord hoofdzakelyfc
bepalen, tot het opgeven van be- 8 .
kwa-;
i>E BEJLEENtNGEN OP
kwame middelen, ter verkryging
van gelden op velerhande foorten
Vanpanden: behalve zulken, welkeii
in het voorftel daarvan uitgezonderd
\vorden.
Hypottken op landeryett, huken, ert
andere vaste goederen: zyn, byna in
alle plaatfen van ons Vaderland , eeii
feeer algemeen middel, om in tyd en
wyle gereede penningen, by den een*
of anderen vermogenden medeburger ,
te negotieren : doch het is maar alleen
in groote koopfteden, dat men op
koopmanfchappen zoodanige beleenin*
gen, op een' geregelden en meer vas*
ten voet, heert gebracht, om de geld-
fourneringen op zeer korte tefmynen
tot een' matigen interest te doen. *
Daar ik nu, op vry goede gronden , mag
vooronderftellen , dat dit alles der,
Maatfchappy bekend geweest zy: en
dus in Haar voorftel nietzoo zeer be*
oogd worde een naauwkeurig verflag
van de wyze, op welke de BELEENIN-
GEN van kooplieden en fabrikeun by,
vermogende medeburgeren thans in-
gericht worden ; als wel , om een mid*-
del aan de hand te geven , waardoof
XT. D&&Z. O
10 J. f. MULtER, ANT%VOORd OVER
alle tyden, en by iedere gelegenheid,
geld op een zcker fonds, tegeneen'
peftaanbaren/fl/m'.ff, kankrygen: zoo
fcullen wy heteerfte, als genoegfaam
bekend zynde, voor afgehandeld hou-
den.
Indien kooplieden, en ondernemers
van fabrlken of trafiken 9 met dat ver*
trouwen, enmetdiegerustheid, derzelr
ver zaken zullen bevorderen en uif>
breiden, dat zy hunne welgewikte en
berekende ondernemingen met kracht
durven doorzetten : moeten zy nim*
iner in vrees behoeven te flaan, dat
zy zich vast zullen timmeren, wan-
neer de ontbodene engekochte goede-
ren, of gejabriceerde manufacturer*
den verhoopten fromteft verkoop niet
mochten erlangen en zy dus genood-
2aakt zouden v/orden , tot voldoening
van hunne engagementen , de gecom-
mlneerde of gefabriceerde goederen
met verlies af te zetten, hoezeer zy
overtuigd mochten zyn, dat dezelven,
na eenige maanden , metvoordeelzour
den hebben kunnen verkocht worden*
Zoodanige algemeene middelen,
cm hypoteken op vaste goederen,
bfkf.nin%f9 op koopoianichappen >
II
t>E EELEENlNGEN 0&
is by de pariiciilieren dikwyfe
zwaarlyk tekrygen; fomtydstoteeneA-:
meerdanbeflaanbaren interest ; en wet
eens, by gebrek aan gercede pennin*
fen, gelieel niet. Voeg hierby> dat
et, by kooplieden^ eehe algemeeiv
bekende zaak is, in hunne verwach-
ting^ omtrent het in kas koitien deft
felden , fomwylen te leur gefteld te
unnen worden: het zy de geldert
van de verkochtegoederen, opdenge-
^etten tyd , niet inkomen ; het zy , oat
een koopman, comtnisjionair , of fa*
brikeur onverwachts op kort betrok-
ken word, van een' vriend buitens- of
binnenslands > van wien hy genoeg*
fame bedekking onder aich heeft, ea
dus niet welvoeglyk de acceptatie en
betaling van de hand kan wyzeni of
dat een huis van commerce onver-
hoopt ophoudt met betalen* waarop
hy geaccepteerde wisfelsheeft , door de-.
^elken hy reeds een fchik gemaakt had >
cm zekere engagementen te voldoen. lit
^ulke omflandigheden kunnen dikwyls
Zeer folide kooplieclen in groote verie-
genheid gebracht worden, wanneer
zy op hunne koopmanfchappen of
niet promt met .con*
O a
212 J. F. MULLER, ANTWOORD OVER
larite penningen voor een' zekeren tyd
kunnen geriefd warden.
Hoezeer men in AMSTERDAM mee-
nigvuldige gelegenheid heeft, om op
koopmanfchappen, zoo welalsopvas-
te goederen, geld a depofito te kunnen
krygen, uithoofde van deveelvuldi-
ge renteniers , welken van dagelykfche
geldbelegging hun werk maken, en
daarvoor altoos covtanten los houden:
zoude het nochtans gebeuren, en is
dadelyk ook wel eens gebeurd, dat
door ongunflige naarrichten van buiten-
lands, en het daaruit gevolgde miser e-
dit van eenige aanzienlyke kaoplieden
der AMSTERBAMSCHE beurs , ieder
rentenier zyne kas floot: in welkeom-
ftandigheden vele, anders 2eer folide
kooplieden, in groote ongelegenheid
geraakten. Van daar, dat men te AM-
STERDAM, in het noodlottigejaar 1772.
begon te denken om het oprichten
van eene beleeninfrkzmz? , welke on-
der het opzicht van Heeren Burge-
meesteren, door eenige aanzienlyke
kooplieden, in qualiteit van Directett-
ren, beftierd word; en thans reeds
tot eene tamelyke hoogte van vol-
jnaaktheid gebracht is: totgrootge-
rief
DE BELEENINGEN OP GOEDEREN.
rief van vele brave en naarftige koop-
lieden.
Door bovenftaande redenering mee-
nen wy klaar genoeg getoond te heb-
ben, dat de.gewone particuliere belee-
nlngen voor de commerce niet toerei-
kende zyn:- immers niet voldoende
aan het voorilel en het oogmerk der
ftiaatfchappy, Derhalve zulien wy
soodanige middelen dienen op te ge-
ven, welken meer algemeen, en ten
alien tyde werkfaam kunnen wezen,
ten nutte van alle naarftige en eer-
lyke ondernemers.
Om dan in de beantwoording eene
geregelde orde te houden: zulien wy,
in onze bewerking , handelen
I. Over het FONDS van gereede pen-
ningen, waaruit de beleeningen
zouden moeten gefchieden :
II. Over de verfchiliende PANDEN,
waarop men geld a depojito zoude
willen opnemen:
* III. Over de middelen , welken by
de geldfchieting dienen waarge-
nomen te worden, om op de
^ekere herkryging van hoofd-
t foin en inter esf en, op verfchil*
P 3 icn :
1 14 j;.y. -AiuLLER, ANTWOORD OVER
lende tennynen, te kunnen re
kenen.
I A F D E E L I N G.
Over bet FONDS van gereede penningen $
waaruti de bekenlngen zoudcn tnoe-
ten gefchieden*
Alvorens wy over de rniddelen
van het fonds zelve handelen, zul^
Jen wy nog kortelyk ovcrwegen,
in hoe verre de vermeerdering var|
handel aan een land voordeelig kan
5:yn? De iiitbreiding van cummer cie y
en fcheepvaart, is niet altoos hetge-
yolg van welvaart , ten zy natuurlyke
porzaken hiertoe aanleiding geven. De
fcheepvaart van ENGELAND is thans^
jiaar evenredigheid van deszelfs com-
fnercie, veel te groot: dus moeten de
ingezetenen de fchade, die de over-
tollige fchepen aanbrengen, dragen^
terwyl de NEDEBLANDERS, met hunne
uitgebreide fcheepvaart, op vracht var
ren ; en daardOor minder nadeel l^
Kunstgrepen van een ftaatkundig be-
^ naaryv?r van fijmwige jonge
DE BELEENlNGfcN OP COEDEREtf. 21 J
v*
koopliedeti, welken zich , door een ma-
tig vermogen , in den handel van reeds
geyestigde negotiehuizen weten in te
uringen: hebben wel eens den ban*
del van fommige koopfteden, voor
een' tyd , merkelyk vermeerderd: son*
der nochtans, naar evenredigheid,
voordeel aangebracht te hebben. Alle
menfchelyke handelingen hebben eeri
^eker ultimatum van voorfpoed, 't gene
wy niet dan met nadeel kunnen voor-
byftreven. Doch dit is het geval
niet van de Provincie ZEELAND ! Der-
2elver handel en fcheepvaart zyn dooi*
toevallige omftandigheden onder pari
gekomen : en derhalve moet ZKELAND,
door welaangewende middelen , wedetf
in 't evenwicht tot hare natuurlyke voor-
deelen gebracht worden: welken thans
gedeeltelyk door de Provincie HOL-
LAND; en gedeeltelyk door vreemde
natien, genoten worden. Nu ter
Hetbeste, zooniethet oenigfte, mid-
del om een toereikend fonds te ver-
krygen, waardoor men algemeen en
tevens duurzaam kan werken : fchynt
ons toe daarin gelegen te wezen, oni
eeue ^//^//^kamer op te richteru Dit
Q 4
T. F. MULLER, ANTWODRD OVER
*
Jean op tweederlei wyze gefchieden:
of door particulieren ', or door het ge-
zag, en onder bet opzicht en de protect ie,
van de Hc-oge Regering.
Ten tyde van een' bloeijenden ban-
fiel, zoude het voor particulieren niet
2eer moeilyk wezen, eene aanzienly-
ke fomme, by wyze van infchryving,
of negotiate , voor zoodanig fonds ,te
fcekomen: vooral, wanneer de dire-
ct eur en of cotnmisfarisfen van dergelyke
ondememing by hunne medeburge-
Ten in een goqd credit flaan. Maar
deze inrichting, hoe nuttig dezelve
ook in hare werking wezen moge , is
nocht^ns aan zeer vele zwarigheden
onderhevig, welken derzelver duur-
^aaraheid ondermynen. Twee,jazelfs
een , dier commisfarisfen behoeft tnaar
^yn credit in deszelfs particuliere zaken
te verliezen ; hetzy die reets gegrondt
^y dan niet: ofhetalgemeenevertrou-
wen van dat fonds heeft mede daarby
te lyden; men zal zich van de act ten
of aandeelen trachten te ontdoen:
en, ^oodra velen vandezelven te ge*
lyk ten verkoop gepraefenteerd wor-
den, is het met het credit ge-
daan; -^- men is niet meer vatbaar
voor
DE BELEENINGEN OP GOEDEREN. 217
voor overtuiging ; en de vrees voor een
totaal verlies doet fomtyds een fonds
van reele waarde voor de helft afftaan.
Dit zoude wel het fonds zelve niet
kunnen benadeelen: indien niet te*
vens de geldopnemers afgefchrikt
werden, om hunne goederen onder
het beftuur te ftellen van directeuren,
die zoo weinig credit hebbcn. Hier
komt by, dat de genegotieerde gelden
van zoodanige inrichting, na een be-
paald getal van jaren, wederom afge-
lost ot uitgeloot dienen te worden;
En wie zoude by dusdanig miscredit op
nieuw willen participeren? Doch om
den toevloed tot de deelneming alge-
meener te maken , is het bepalen van
een' termyn van aflosfmg byna nood-
fcakelyk. Hieromtrent diende even-
wel behoorlyk gezorgd te worden : dat
het fonds niet op een'; maar op vier,
vyf, of zes termynen, losbaar zy: het-
velke by wyze van loting kan ver-
deeld, en den deelnemeren bekend ge-
maakt worden: terwyl men, drie of
2es maanden voor de aflosfing van
een* termyn , wederom eene nieuwe in-
fchryving konde openen, om he;
fonds yoltallig te houden.
Q 5 Mcer
J. r. MULLER, ANTWOORD OVER*
Meer over eene parttculiere inrichr
ting, tot verkryging van een fonds,
tezeggen, zoude overtolligwezen: on*
dat het wel of kwalyk ilagen aftiangt
van oinftandigheden, waaromtrent wy
fiiets toe of af kunn^n doen : en het
gene de middelen betreft, om de zaak
te bevorderen , mag ik op goede gron-
den vooronderftellen, dat by kun-
digekooplieden in ZEELAND niet onbe^
kend 2^1 zyn. Nopens de inrichting
omtrent de panden, en de bepaling
van interesfen, op diverfe termynen.
sullen wy in iiet vervolg gelegenheid
hebben te fpreken.
Nu zullen wy handelen over het op-
richten van eene beleeningkamer onder
het opzicht vandensouvsREiN. Want
indien men , ter bereiking van het uit-
gebreidfte nut, en ter verkryging van
het grootfte^r^/V, zoodanige beleening-
kamer wil oprichten: moet zulks ge-
fchieden onder het beftier, opzicht,
jen protectie van HUN ED. MOG: de Hee-
ren Staten van ZEELAND. < Hiertoe
louden misfchien eenige leden van
Staat als Qppercommisfarisfen kunnen
tekoren worden , hetzy men uit ieder
emhebbende Stad dier
Bfc BELESWNGEN OP GOEpEREN
en' of meerHeeren mocht gelieven te
verkiezen; of zoodanig eene anderc
fchikking te maken, als men tent
meesten nutte van de zaak mocht noo*
dig oordeelen, Het is ook, om ge-
melde redenen, van 't uiterfte belang,
dat de negotiatie, ter verkryging van
het noodige foi)ds voor de bdeemn^
kamer, onder de guarantee van HUN
ED. MOG. de Heeren Staten van EE-
J-AND uitgefchreven worde.
Het hootdcotntoir van dusdanigm*
ftitut moet op eene vaste plaats ge-
houden worden: en hiertoe zoude de
Stad MIDDELBURG , als de hoofdftad
van ZEELAND, misfchien in aanmer-
Jcing kunnen komen. Dan daar de
verdere handeldryvende , en fcheep-
vfkrt hebbende, fteden van ZEEI-AND
in merkelyke ongelegenheid zouden
wezen, indien zy verplicht waren
hunne koopmanfchappen of manufactu*
ren telkens naar MIDDELBURG ter be*
itening te zenden: zoo zouden, by
Jiet nader te concipieren plan, op
grond van te bepalene v/etten, zoo-
danige inrichtingen dienen gemaakt
te worden, die den verlegen' koop*
i aldaar woQuachti, in
22O J* F. MULLER, ANTWOORD OVER
den, om, Bonder aanmerkelyk tyd-
verlies , op zyrie goederen geidade-
fofito te kunnen krygen.
Ter oprichting van zulke beleening-
kamer, zouden kundige en bekwame
kooplieden uit eene of meer handel-
dryvende fteden van ZEELAND een
plan moeten ontwerpen: waarin zy
aantoonden , volgens eene op waar-
fchynelykheid rustende gisfing, hoe-
groot eene fomme men jaarlyks in
ZEELAND wel zoude kunnen omzetten ,
op beleeningen van alle foorten van
koopmanfchappen en manufacture!*.
Tot deze begrooting dienen de tyds-
omftandigheden van eenen kwynen-
den of bloeijenden handel, rust en
vrede, zoo binnen als buiten 's lands,
wel in opmerking genomen te wor-
den.
Ik zal eens ftellen: men vond, vol-
gens eene gegronde calculate , dat 'er
zeer waarfchynelyk een millioen gul-
dens opzulke beleeningen 'sjaars kon-
de omgezetworden: dan zouden die
kooplieden zich by request aan wel-
gemelde Heeren Staten van ZEELAND
moeten adresferen*, hun plan met de
noodige ophelderingen daarby voe*
gen;
DE BELEENINGEN OP GOEDEREN. 221
gen; en aan Hoogdezelven verzoe-
ken: dat, indieri hun ontwerp de
goedkeuring van HUN EDELMOG.
mocht wegdragen, Hoogdezelven
alsdan het oprichten van zooda-
nige beleeningk&mer niet flechts ge-
,/liefden te begunftigen ; maar ook
van wege d;er Province ZEELAND
eene negotiate uit te fchryven, te-
gen drie ten honderd: ter forme*
ring van een fonds voor zoodanige
Dat, volgens eene ruwe calculate;
aan hen was voorgekomen, datdaar-
toe misfchien een kapitaal van een
millioen guldens vereischt zoude
worden: dan, daar dit met geene
genoegfame zekerheid a priori tebe-
^ palen ware, zy van gevoelen zou-
den wezen, om de geldlichting op
obligatien voor dit fonds provijioneel
te bepalen op vyfmaalhonderddui-
zend guldens; met referve, om (in-
dien cle toevloed van de geldopner
mersgrooterwerd,) fa negotiate zls-
dan tot een millioen te doen uit-
ftrekken": enz.
Om delust tot deelnemingby de in- 7
gezetenen op te wekkei) } zoude mis-
fcbieif
J. F. MULLER, ANTWOO&D QVElt
fchieiv van nut kunnen wezeri, indiert
HUN EDELMOG. bepaalden, dat deze
geldlichting gefchiedde, cm in vyf ter-
mynen te worden afgelost: teweten na
elke vyf jaren een vyfde deel r by wy*-
2e van uitloting, dewelke eenjaar voot
het verfehynen van den tartnyn zoudd
kunnen gefchieden : en alsdan de r num*\
Tners van de uitgelote obligatien door deT
nieuwspapieren bekend gemaakt : *
dat 'er, tegen den tyd der aflosfing^ in-
dien een gunftige uitflag daartoe aanlei-
^oude genegotieerd
worden. Misfchien kunnen tyd en
omftandigheden vereifchen^ dat men
by zoodanige negotiate , om het uitge-
lotene kapitaal te fuppleren + de eige-
aars van de uitgelotene obligatien in
het op nieuw deelnemen praefereni
ftelle, Deze inrichting, wanneer he
emelde plan effect- bekomt , zal voor
e Zeeuwlche en andere deelneemers
gewis voordeeliger uitkomen > dan dat
fcy hun geld op plant agien in de f
indien tegen 6 procento uitzetten,
Dan, daar het voornamelyk
komt op de wyze van voorilellingj,
Qltl
J3E BELEENINGEN 02 GOEDBREN.
cm het plan fmakelyk te maken, en
dejoliditeit daarvan aan de deelnemers
aan te toonen : zoo dient men alle mo-
gelyke moeite aan te wenden, om de
voordracht eenvoudig, maar teveiis*
klaar en overtuigend 5 te maken: 2:00-
danig, dat de geidfchieters niet flecht^
wegens de zekerheid vstn huti te ge^
ven kapitaal; niaar ook van het heiK
^ame oogmerk dezer inrichtfng , over-;
reedt worden*
Men ziet, dat ik daardoor de Hee-^
ten Staten van ZEELAI^D aanfpreke^
lyk maak vo.or- het kapitaai van da
geldfchie^ers .: ditcUcht.my noodzake-*
lyk voor het: credit vau, het op te richte*
nefonds, om de gego;ede ingezetenei^
uit; telokken ter deelnerning in de nego-
tiatie , en dus dit heilzame Qogmerk t^
bevorderen. Ja ik zoude uelfs voor-
flaan , om by de bekendrnaking te latea
invloeijen, dat HUN ED. MOG. altoos
aanfprekelyk bleven voor het kapitaai
en wteresfen, tot den tyd der uitioting
toe. In de derde afdeeling zal ik ge^.
legenheid tebben , om over de zeker-
heid der te disponerene gelden VGOJ;
.Jiet Land te handelen.
Qordeek men de geneigdheid def
24 J- F- MULLER, ANTWOORD OVER
gegoede ingezetenen zoo voordeelig te
wezen, dat 'er een algemeene toeloop
by het openen dezer geldleening kb-
men zal; zoude het der zaak mis-
fchien meerder aanzien kunnen byzet-
ten, deze negotiate by wyze van in*
fcbryving te openen. Doch zoo men
voor het tegendeel mocht .beducht
wezen; zoude men ook de gegoede
ingezetenen van andere Provincien moe-
ten zoeken uit te lokken, om mede
aandeel in de negotiate voor dit fonds
tenemen. In dit laatste geval zoude
het noodig wezen , voor degefrjeresfeer*
den buiten ZBELAND een artikel te la-
ten invloeijen : dat, die de Journering
by de eerfte deelneming inHollandsch
geld doet, zoodanige obligatien by de
uitloting, ook in Hollandsch geld, zal
fereftitueerd krygen ; en dat tevens aan
e houders van zoodanige obligatien de
interest, in Hollandsch geld, zal wor-
den betaald, zonder met-het different
van den wisfek0rr te tioen te hebben.
Dit verlies der wisfelfchade , dat
zich flechts op de interesfen bepaalt,
is zeer gering; en kan, overhetge-
heel , als geen bezwaar worden aange-;
merkt: alzoo honderdduizend gul-
dens
BE fcLEENl&GEN OP
dens tegen 3 procentd maaf / 3000
interest geven: hiervan de wisfelfcha-
de, gerekend tegen 1\ procento ver~
lies, bedraagt flechts/?^ het welke
nog geen T * proCento verfchil op de
hoofdfom van hondefdduizend guldens
maakt : waarlyk te gering, om niefi
feaccordeerd te worden, indien die
et oogmefk konde helpen bevorde^
ren.
En daar het gebeuren kan, en ooM
^aarfchynelyk gebeuren zal, dat 'ei?
alle jaren, na aftfek der gewone on^
kosten> iets al overblyven, moesS
men dee overwinst vyf jaren laten
oploopen ; en dan t by de aflosfing ofuit-
loting van iedef' tefmyn, onder de
deelhebbers der uitgelote aandeelen
of obligatien die overwinst gelykelyk
verdeelen : of misfchien zoude het ter
aanmoediging nog meer kunnen toe-
bfengen, wanneer die overwinst in
groote en kleine pryzen werd verdeeld ;
en, by het uittrekken vanhetnummer
faiobUgatie , ooktevens, uiteeneande-
rebus, de prys werd getrokken * we!*
ke der uitgelotene obligatie door hetloC
te beurt Viel. Dit vooruitzicht van
een mravoordeel, boyen den ordi*
226 J. F. MULLER, ANTWOORD OVER
fiairen interest, tekunnenbehalen,zou-
de de lust tot deelneeming in het fonds ,
zoo wel in ZEELAND als in andere
Provinclen, merkelyk opwakkeren.
Om de zaak meer aanzien en credit
by te zetten , zoude het misfchien van
Tiut kunnen wezen, dat men de&zr,
voor het fonds van de fiefaeningkamer 9
in de bank te MIDDELBURG hield; in-
geval de huishoudclyke omftandighe-
den dier bank zulks gedoogden, en
men zich aldaar met het betalen en
adminiftreren van dit afzonderlyke infti-
tut konde belasten.
Dan, zoo dit in de bank niet wel-
voe^lyk kan gefchieden, diende voor
Heeren Commit fnri^ fen een lecuur ver-
trek op het Stadhuis binnen MIDDEL-
BURG te worden aangewezen : alwaar die
Heeren vergaderden, en tevens de
kas van 9 t fonds hielden. In dit geval
dient een der Heeren Commisfarisfen ,
waarvan wy ftraks nader zullen fpre-
ken, het amt van kasfier waar tene-
men; aan wien totadjiftentie eengefala*
rieerd boekhouder of onder^^rmoeC
toegevoegd worden, die de penningen
op de beleemngenuitbetealt, en voor de
aflosfingen de gelden wederom in catfa
trengt.
t)E BELEENltfcfcM OP GOEDERfi^* &tf
brengt, Alle weken, of om de vefcr*,
tien dagen , altans oin de maand ,
moet de kas opgemaakt, en aan Hee-
fen Commisfarisfen daarvan verflag ge-
daan worden. Dit amt van kasfier, of
penningmeestef , konde by toerbeur*
ten, door alle Heeren CommisfaHsfen j
worden \^aargenomeii: ten zy men
goedvond daarop eene andere fchik-,
king te maken.
De directe beftiering kan gefchle^
den door eenige Heeren Commisfaris*
fen der bank, uit het midden van de-
elven gekoren : om deze beleeningkz-
mer als een byzonder departemcnt te
beftieren, ingeval de bank te MIDDEL-
BURG konde worden overgehaald^ oni
aldaar zoodanig departement op te rich-
ten; dochj dit niet kunriende$ dan
uit de aanzienlykfte en kundigfte koop-
lieden , van ftadswege gekoren : v/el-
ken aan de Heeren Gecommitttetrdeii
van HUN JED. MOG. in beide gevallen,
jaaflyks rekening zouden moeten doen;
Wanneer een convenabel ^getal van zoo-
danige perfoonen wordaangefteld^ zoo
dat het voor hen geen bezwaafposc
word, sullen zy dit werk gaarne gfa~
tit wiiien waarnemen^ vooral indiert
Pa
J. F. MULLER, ANTWOORD OVER
aan dat amt zekere achting gehecht
word. Immers zyn 'er geene fterke-
re dryfveren, diedenmenschtotgroo-
te of moeilyke zaken aanzetten, dan
voordeel en glorie.
De Commisjarisfen behooren aanfpre-
kelyk gemaakt te worden voor de ge-
houdene directie: en wanneer zy die,
als eerlykelieden, kunnen verantwoor-
den, komt de onverhoopte fchade
Voor rekening van 't gantfche fonds ,
en niet voor hen in het particulier:
maar, als zy op goederenmeergefcho-
ten hebben, dan de gemaakte or don-
nantie medebrengt^ zoude ik van oor-
deel wezen , dat zy niet flechts het te
veel verftrekte, maarzelfs de heiftvan
de te lydene fchade behoorden te dra-
gen: dewyl zy daardoor aanleiding
zouden hebben kunnen geven, datde
geldopnerner in de mogelykheid ge-
fteld werd, orn trouweloos te handelen.
Misfchien is het tegenwoordige
fonds der bank van MIDDELBURG wel
toereikende, dat eene nieuwe negotia*
tie voor de beleemngkamzr onnoodig
zoude wezen , indien gemelde bank zich
met de directie , in een byzonder d*t>ar-
> mocht gelieven te belasien;
DE BELEENINGEN OP GOEDEREN.
en ook vaste panden, en alle foorten
van koopmanfchappen , die geen be-
derf onderhevig zyn, op kortetermy-
nen te beleenen. Dan dit niet zynde,
fcoude de nieuwe negotiatie voor het
beleeningfonds ook, op gelyke wys,
doordusdanig depart ement ^ onder gua-
rantle en opzicht van HUN ED. HOG.
de Heeren Staten van ZEELAND, kun-
nen gefchieden, Dit ware zeker min-
der omilachtig. ^
Tot het waarnemen , en houden der
boeken, hebben Heeren Commitfaris-
fen een' kundigen man noodig, die al-
les in eene beknopte en nette orde
boekt: deze dient mede gefalarieerd
te worden. Dan vermits een enkel
perfoon, zonder verdere adjiftentic , in
ftaat is, om eene zeer uitgebreide zaak
van die natuur waar te nemen, in-
dien hy in het boekhouden wel gever-
feerd is: zoo zoude ik van oordeel
wezen, dat men, omtrent dusdanig
voorwerp, niettenaauw op het falarit
behoorde te zien : vooral , om dat
het geen beftaan op zich zelve be-
hoeft uit te maken; alzod ? er tyd en
gelegenheid genoeg 2al overfchieten,
pm ook andcre affaires daarby waar te
P 3 kun-
g;O J f F. MULLER 5 ANTWOORD OVER
Icunnennemen: want van denetheid of
nccuratesfe , en de vereischte klaarheid
in het ftellen der posten , hangt zeer
vecl af a Misfchien zoude het zeer
\v r el kunnen gefchieden, dat men de-
zen boekhouder ook tevens den post
van ondcrkasjier Het waarnemen. Dit
py genoeg over het fonds !
Het is ons voorgekomen, dat 'er
geen beter, en op den duur werkend,
niiddel daarvoor kan worden opgege-
ven. Men werpe niet tegen: dat eene
wgotiatie van dien aard thans onmoog-
lyk tot ftand gebracht zoude kun-
nen worden; dewyl het maar al te
bjykbaar is, hoe de SOUVEREIN en an-?
dere hooge Collegien moeten fukkelen,
pm de benoodigde fommen by de in-
gezetenen te negotieren. Dit toege-
ftaanzynde, aal het myn voorgefteld
plan geenszins om verre werpen : want
dan fteltmen deonmogelykheid in het
liitvoeren alleen temporain en zoo^
dra de doodelyke tweedracht zich var*
onze gezegende kusten zal hebben
verwyderd, kan het niet misfen, of
$e geopperde onmogelykheid zal ook
wel dra etc wyk nemcn. Indien 'er in
plan ^elye geen? yolftrekte onmo-
:
DE BELEEN1NGEN OP GOEDEREH. 231
gelykheid gevonden word, om het
ten nutte der commercierende ingezete-
nen van ZEELAND uit tevoeren: dan
zal het altoos goed blyven; fchoon de
temporaire omfbandigheden de introdu-
ctie daarvan voor een' tyd mochten be-
letten. Evenwel g,elieve men het
te conjidereren als eene ruwe fchets,
waarvan tyd en gelegenheid de byzon-
derheden moeten bepalen: rriaar,
wat de hoofdzaak betreft, vleijen wy
ons, dat dezelve met grond niet zal
kunnen tegengefproken worden.
Nochtans wil ik niet ontveinzen , dat
het opgegevene plan aan dit gebrek la*
boreert: dat namelyk(indien &Q gene go-
tieerde fomme tegen drie ten hon-
derd^ niet altoos door beleeningen
werkfaam bly ft ,) alsdan de tusfchenty d ,
waarin eenig gedeelte van de hoofd-
fom onbelegd is, vergoedt moete wor-
den door de meerdere interesfen, uit
de beleeningen gefproten: cm dat aaa
de deelhebbers of actiehouders 3 pro*
cento interest 'sjaars dient uitgedeeld
te worden; die, met het al of niet be-
leggen van de hoofdfom, zich niet
behoeven te moeijen: en dit zoude
ten gevolge hebben , dat de overwinst ,
J. F* MULLER, ANTWOORD
by de uitloting na vyf jarer? , niqt
eer groot, endus ook weinig anme-
fend ter deelneming zoude wezen.
Maar dit is ook flechts eene moogly-
ke, doch geene waarfchynlyke , zwa-
yigheid.
Dan laten wy, om dit gebrek voor
te komen, het eerfte plan met een
twepde adjocieren , om die beiden ;ver-
eenigd te doen werken; ten minile
j^oo larg de tegenwoordige fchaars-
he^d v$n penningen in ons Land plaats
heeft: en het vooruitzicht van voor-
cieel ^al veel grooter wezen, Doch dit
kan niet, dan door eene directe me-
dewerking van HUN EDEL MOG. de
JJeer en Staten van ZEELAND gefchieden,
Indien welgemelde Heeren Staten
tot het oprichten van zoodanige beles*
ftingkzmsT dadelyk oioehten gedispo-
neerd wezen, Bonder het onzekere
tydpuntte willen afwachten, waarin de
ruimte v&ncontanten wederom algemeq-
rier onder de ingezetenen verfpreidt
al zyn : dan ^oude misfchien het vo\-
gende plan van goed fpcces kunnen we-
^en, Bonder dat hQOJfdfQmen interesfen
iiaarby in 't minste te lyden hebben.
Ik heb gezeg4; als m? bjcalcu-
I
J3E BELEENINGEN OP GOEDEREN. 235
latle oordeelde noodig te hebben een
millioen guldens , dat 'er dan provifio*
neel niet meer dan vyfmaal honderddui-
zend guldens genegotieerd moesten wor-
den; doch met referve, om (by
grooteren toevloed,) de negotiatle tot
.em millioen guldens te do en uitftrek-
ken. . Dit was in die vooronderftel-
ling, dat 'er op dien tyd eene meer
algemeene doorftraling van penningen,
onder de mgesetenen van ons Land,
wederom moestplaats hebben: en op dit
fundament yverde ik ook Iterk, om
de beleeningen niet anders, dan door
contanten,te doen. Maar wanneer
men oordeelt de uitvoering daarvan
reeds nu ten voordeele der commercte
van ZEELAND te moeten beginnen:
als vooronderftellende, dat de tegeri-
woordige conjuncturen des handels ge-
gronde hoop geven , om defcheepvaart
en commercie van ZEELAND te doen
herleven ; vooral door de thans fubjv*
flerende troubles in VRANKRYK en
BRABANT: welken onvermydelyk
^anleiding zullen geven , dat de FRAN-
SCHE en BRABANTSCHE natitn eenige
jaren noodig hebben, eer zy alle
des handels j&elven kunneft
P 5
234 J- * MULLER, ANTWOORD OVER
plukken; en gedwongen zullen zyn ,
voor dien tyd , de hulp en onderftand
in icheepvaarc en commercie by andere
uatiente moeten zoeken: danzoude
ik van advis wezen , dat men , by de
genegoticerde vyfrnaalhonderdduizend
guldens contanten, nog moest voegen
tweemaalbonderd en-vyjti&duizend guldens
in QUITANCIEN ten laste van de be-
/^m^kamer; trachtende die van tyd
tot tyd in de clrculering te brengen.
En om aan deze papieren ^mfr'j by te
zetten, zouden de Heeren Staten van
ZEELAND dezelven eveneens dienen te
guaranderen, als degenegotieerdecontan-
ten aan de deelhebbers. Over de
middelen, om StadenLand, wegens
deze guarantien, buitengevaar teitel-
len : handelen wy ilraks nader.
Deze tweemaalhonderd en- vyftigdui-
^end guldens zouden misfchien kun-
nen verdeeld worden in de volgende
aevenhonderd-en^zestig qutiancten: als
soo Quitn. '.
ifiaoi
f 20000 :
200
200 : r
40000 :
T"
.
1 60
250:
40000 :
100
500 :
* 50000 :
-*
IOO
1000 :
100000 :
""^
*?^r Anitnnri/
a n
/V Cnooo '.
j ^
Door
.
DE BELEENINGEN OP GOEDEREN. 235
Door deze qultancien y van onder-
fcheidene grootte, kan men alle mo-
gelyke posten, ter beleening gevraagd
wordende , betalen. Ik heb het
grootfte getal op /ioo en/ 200 ge-
iield , om dat die kleine postjes zoo-
veel te gemakkelyker in circulate te
brengen zyn; en de omloop vandezen
het credit der grootere quitancien helpt
bevorderen. Doch in de publicatie
van welgemelde Heeren Staten , waai>
by Hoogdezelven de betaling daarvan
guarantor en y zoowel als by de belee-
w//?gkamer, dient uitdrukkelyk gezegd
te worden , dat ieder bonder van dus-
danige -quitanclen , op zekere dagen in
de week, des begerende, dezelven
tegen contanten kan verwisfelen. Dit
Jal in het begin vry algemeen g^-
fchieden: maar, wanneer de botaling
telkensprow^, en met eene foort van
genoegen gedaan word, zal men die
moeite weldralaten varen, en zichliei
ver door onderlinge betaling aan zyne
medeburgers daarvan trachten te
doen.
Doch zoo noodzakelyk als de
rantie van de Heeren Staten voor dezc
guitanctin is, ZOQ billy k is het tevens,
dat
J. R MULLER, ANTWOORD OVER
dat Hoogdezelven weten, voorwelke
fom de guar anile zich uimrekt. Uit
dien hoofde moestcn de voornoernde
760 quitMcicn, door twee commislaris-
Jen van de fc/^wogkatner in derzelver
qualitcit, geteekend; en door twee
Heeren Gecommitteerden vanHUNEDEL-
MOG. de Heeren Staten van ZEELAND,
onder het wapen van ZEELAND, gc-
tie behoort genumrnerd te wprden; -*2
als die
groot / 100 van No. i tot No. 200
, Door deze nummeriitg , om van ieder
fbort een byzonder getal te maken,
sal veel beter naar te gaan wezen, of
'er ook bedrbg gepleegdzy ; indien het
pnverhooptmocht gebeuren , dat flech-
te lieden ondernamen , dusdanige qui
tancien naar te maken,
Misfchien zouden de quitancien op de-
ze of dergelyke wys kunnen worden
ingericht;
No.
DE BELEENINGEN OP GOEDEREN.
i\0. 20.
(het wapen Ontfangen van tooner de fom-r
van ZEELAND) rtie van duizend guldens : om ,
op verjooning , aan den hou-
der ter beleeningkamer te re-
(litueren.
Acturo . . .
de namen A.
der Heercn B.
^ecommittcerdens als Commisfarisfen van
de beleeninskamer.
Na de contrafignering dezer qui-
tancien door Heeren Gecommitteerdens
van HUN EDELMOG., en by overgave
aan Commisfarisfen van de foleeningkz-
mer , behooren laatstgemelde Heeren,'
in derzelver qualiteit , eene quitancie te
pas/eren: dat zy, ten benoeve van
de beleeningkamer, uit handen van
HUN EDELMOG, de Heeren Staten
van ZEELAND, hebben ontfangen
35, eene fom van /25oooo , beftaande in
a 760 quitancien aan tooner, en alien
gedateerd den om die al
cont ant en aan de bekeners in beta-
ling te geven, en dezelven dus on-%
der de ingezetenen van ZEELANDin
rouleriug te brengen."
De bctaling op de beleenlngenzovde}
yoos
238 J. F. MULLER, ANTWOOiU} OVER
voordehelftofeeft derde, in quitancien$>
fen de res^mcontanten, kunnen gedaan
worden: en indien men dan by dus-
danige inrichting het geluk had, oriv
de gemelde quitancien in zoo verre het
publik credit te doen verwerven, dat
men van de J 250000 flechts e6n tori
konde laten clrculeren: dan zouden de
interesfen van de / 500000 contanten
tit de beleening voortvloeijende , in de
eerfte vyf jaren kunnen geconfidereerd
worden, als alleen te zullen ftrekken
tot betaling der interesfen van 3 pro-
cento ^s jaars aan de deelhebbefs of
tftf/Vhouders; en verder tot goedma-
king van de noodige onkosten.
Ondertusfchen zoude de fom van
j looooo, welke in quitancicn als geld
geclrculeerd had, ten rninften 4 pro*
cento interest's jaars opbrengen: 'tgene
dus jaarlyks wezen zoude / 4000.
en in vyf jaren , by de eerfte uitlo-*
t4ng, eene fom van/ 20000.
Ueze J 20000 overwinst , die voof
honderd uit te lotene aandeelen of
Actien door elkander bedragen /2oo
yoor ieder octievm, fiooo , zoude men
alsdan ia deze of dergelyke verdee-
ling
DE BELEENINGEN OP GOEDEREN.
ling tot honderd pryzen kuffnen ma
ken: als
i prys & . . . . . / 600
4 - ^ f 400 __ j5 00
8 300 - 2400
I2 - 250 3000
20 '' "" 200 . 4000
30 - , I3 o - 3900
100 pryzen / 20000
Dan , daar a priori niet met ze
held kan bepaald worden, hoeveel
na vyf jaren ter yerdeeling en uitloting
zal overfchieten j terwyl tevens de
omftandigheden aanleiding kunnen
geven, om hieromtrent eene andere
fchikking te maken : 200 verblyft
dit aan Heeren Cotnmisfarisfen in^
dertyd: om, naar tydsomftandighe-
den , ten meesten nutte van de b$ke<*
n^gkather te handeleh. Nu gaan
over tot de
II. A F D L I N G:
Over de verfchillende PJNDEN,
op men geld a depofito zoude
willen opnemen.
.
De foorten van koopm^ifchappert
en
14 01 J- # DULLER, ANTWOORD 6VE&
en manufacturen , waarop men geld
a depofito kan negotieren, fcyn zoo
meenigvuldig , dat eene optelling daar*
van te uitgeftrekt zoude vallen. Die
de vereischte kunde van de commercle
heeft, zoude dit gewis voor overtol*
lig achten.
Wy zeggen dan: dat hiertoe be^
trokken moeten wordeii, alle koop a
manfchappen en manufacturen^ alleen
met uitzonddring van zulke foorten,
die een fpoedig bederf en lekkage on-
derhevig zyn; alsmede die, welken
altegroot van volume > en tevens van te
geringezvaardezyn. De wynen, wel-
ken niet volmaakt fchoon zyn , verei-
fchen veel oppasfing ; en uit dien hoof-
de zoude men zich hiermede bezwaar^
lyk kunnen belasten: en van dien
aajrd zyn 'er velen , welke alien uic
dit voorbeeld verklaard kunnen wor-*
'den.
Aangebrokene fasten, hoe waardig
het reflant ook wezen moge, kunnen
niet in aanmerking komeri. Die maaY
eenigszins den koophandel heeft by-
gewoond, zal moeten toeftaan, dat
dit in vele gevallen zeer ten nadeele
yan den geldichieter kan verftrekken.
Even-
DE BELEENINGEN OP GOEDEREN. 241
Eveneens is het ook gelegen mefi
de cognofcementen. Het is waar, veel-
tyds worden dezen ais courante VAN-
DEN befchouwd, en dadelyk ook be*
leend: maar men dient, in dit geval,
meer op den houder van het cognofce-
tnenty dan op de afgefcheepte goede-
ren zelven , te zien, De ondervinding
heeft geleerd, datzulke beleenlng zeer
gevaarlyk voor den geldfchieter is.
Immers is het in de Oostzee zeer/^^i-
liair : dat de verkooper van zekere
goederen , (fchoon dezelven gefcheept
zyn, enhetcognofcement verzonden is,)
wannoer hy vreest geene betaling te
zullen krygen , die goederen by de
Regering reclameert, en door hoog
gezag geadjifteerd dezelven wederont
van boord laat halen. Somtyds kan de
beleener ook twee cognof cement en vaa
diezelfde goederen bezitten: zoo dac
hy de ontvangst by het aankomen
van den fchipper kan verrichten,
eer de gtftffchieter weet, dat het
goed gelost kan worden. Dit zyn gui-
tenftukken , zal men zeggen , die by een*
fatfoenlyken man geene plaat dien-
den te hebben! maar ik antwoorde:
het menschdom is nog niet algemeen
XT. JDMEZ. O
. ^^^
242 J. F. MULLER, ANTWOORD OVER
tot dien trap van eerlykheid gekomen,
om te kunnen verwachteri , dat dierge-
ke bedriegeryen geene plaats zouden
kunnen hebben.
In het voorftel des GENOOTSCHAPS
word gefproken van vaste pander* ; of
pakbuizen, zolders, kelders, ofwinkels,
met genoegfamen voorraad van goederen*
Ten dezen opzichts is het eenigszins
twyfelachtig : wat door vaste panden
moet worden rerftaan? het aaarop
volgende kan ook toegepast worden
op de goederen , welken in pakhuizen ,
zolders, holders, of winkels ^ich bevin-
den: en dan vallen zy onder de ge-
nerale benaming van koopmanfchap-
pen en manufacturer*. Dan hierom-
trent zy het ons geoorloofd aan Hee-
ren Directeuren, en verdere beoordee*
laren myner Verhandeling , in over-
weging te geven: of het, tot bevor-
dering van den bloei des koophandels
en der fabriken inzEELAND, nietmede
zoudecontribueren /indien men ook vas-
te goederen, als parceelen van 'buizen,
pakbuizen, enz. onder de PANDEN van
tokening begreep. Ik weet wei, dat
het gewonegebruik, om fchepenen-
kennisfen te leggen, omflachtig en
IDE feELEENINGEN Oi> GOEDEREN.
kostbaar is: dan hieromtrent zoude
eene fchikking gemaakt kunnen war-
den, metvoorkennisvandeEd.GrooC
Achtb. Heeren Burgemeesteren : 2:00
dat aan de beleeningk&mer flechts de
grond- of koopbrieven van zoodamg;
farceel behoefden geproduceerd , en als
pand ter minne gegeven te worden;
met verder bewys van onbezwaard eu
onbelast te zyn. Dit kan fomtyds den
koopman o$ fabrikeur wel een half pro- ;
cento in den interest meerder waardig
fcyn, dan dat hy goederen moet vast-
leggen, welken hy misfchien binnea
den beleeningtermyn met voordeel zou-
de kunnen debit er en. De zwarigheid,
welke ten dezen opzichte overblyft*
beftaat daarin, dat men eene inbreuk
maakt op de gewone voordeelen vaa
de Stadj welke door het leggen vaa
een fchepenenkennis op de Sekretary
betaald worden, Dan hierop dient:
dat, indien het opgenomene geld
werkelyk tot den koophandel en de/rf-,
briktn befteedt word, niet flechts de
Stadin *t bysonder , maar ook degam-
fche Provincie, daardoor langs andere
wegen dit verlies dubbel vergoedt
fcrygt, Vreest men hieromtreflt mis-
0,2 . leidt
244 J* F - MULLER, ANTWOORD OVER
leidt te zullen worden ; en dat ook an-
deren , buiten den koophandel , van de-
ze voordeelige beleening gebruik zullen
maken: men bepale dan den termyn
zoo kort , dat een paructdler geen ge-
noegfaam nut daarvan kantrekken; en
men ftelle den interest lets hooger, dan
den ge wonen court op fchepenenkennis-
fen: dit zaldefluikery tegenhouden.
Op wisfels d depofeto geld voor 2e-
keren tyd te negotieren, valt niet in
de termen van de beleeningkamer.
Deze inrichting bepaalt zich alleen
tusfchen kooplieden en kooplieden;
of tusfchen kooplieden en renteniers.
In dit geval dient de afgever van een'
wisfelbrief by zyne medekooplieden
of renteniers een genoegfaam vertrou-
wen te hebben, dat zy aan hem te-
gen een'blooten wisfel, fchoonop een
behoorlyk zegelgeiteld, de benoemde
iom voor drie maanden , of korter
of langer, opfchieten, tegen den in-
terest daarby geconditioneerd. Maar,
zonder te fpreken van de moeilyk-
heid , om altoos iemand tot zoodanigc
opfchieting te vinden; loopt de afge-
ver van znlken wisfel, wanneer dit meer-
malen gebeurt, weldra rifico van zyn
ctt*
DE BSLEENINGEN OP GOEDEREN. 245
credit by zyne medeburgeren te ver-
liezen: te meer, indien zyne wisfels
tegen den vervaltyd, of vernegotieerd ',
of aan anderen in betaling gegeven
worden , (het welke toch veelal het ge-
val is ;) waardoor zyne zaken aan
ieder, door wiens handen die wisfels
loopen, bekend worden. Maar be-
oogt het GENOOTSCHAP in het voorftel,
dat de gtl&leeningen voor zekeren
tyd op wisfels , zoo moeten verftaan
worden, dat mentevensonderpandtot
zekerheid van de hoofdfotn moete ge-
ven: dan hebben de wisfels by deze
omftandigheid geene meerdere kracht,
dan eene onderhandfche obligatie , waar-
in de termyn van aflosfing pofitif bepaald
word. Immers heeft een binnenland^
fche wisfel, dien de trekker op een'
bepaalden tyd ten zynen eigen' laste
afgeeft , (fchoon een zegel , naar even-
redigheid van de fom, daartoe ge-
bruikt hebbende) geen meerder recht,
dan eene onderhandfche obligatie. Het
meerdere gewicht, dat kooplieden ge-
woon zyndaaraan te hechten^ bepaalt
zich tot het woord wisfel: en om die re-
den word het geld doorgaans promt
betaald; maarby/w^vandien, zoude
d 3 'er
346 J. F, MULLER, ANTWOQRD OVER
*er uitftel van betaling gevraagd, en
ook verkregen kunnen worden. En
voor eene fublike inrichting is het vol-
ftrekt af te raden, om geldleemngen,
Bonder onderpand daarvoor tekrygen>
op een* blooten wisfelbrief te doen.
Meer valt 1 er van deze afdeeling niet
te zeggen: alle byzonderheden,
welken omtrent de panden plaats heb-
ben, zyn aan dete maken fchikkingen
en omftandigheden bepaald; waarin
\vy, zonder te ftruikelen , niet kunnen
treden, Dus gaan wy over tot de
III. AFDEELING,
Over de mlddelen, ivelkenby degeldfchie*
ting dlenen waargenomen te worden ,
om op de zekere berkryging van
boojdfom en inter esfen , op ver-
jchillende termynen , te kun
nen rekenen.
In de tweede afdeeling, over de
PANDEN, gaven wy in bedenking : of
onder de panden , by zoodanige Pro-
vinctale inrichting, ook niet zouden
mogen begrepen worden vaste goe-
deren, als Jiuizen^ pakhuizen, enz*?
by
DE BELEENINGEN OP GOEDEREN, 247
by welke gelegenheid wygetrachtheb-
ben de zwarigheid daartegen uit den
weg te ruimen. Thans zullen wy deze
voorgeftelde bedenking als mogelyk
befchouwen: en uit dien hoofde mid-
delen opgeven, welkennietflechtsden
geldopnemer verlichting in onkosten
en inter esfen aanbrengen; maar ook
den geldgever zekerheid verfchaffen,
ter veilige herkryging van hoofdfom
en inieresfen.
Tot vermyding van onkosten voor
den geldopnemer, fteldeik , dat hy al-
leen zyne grond- of koopbrieven van
het te beleenen parceel aan Heeren
Commisfarisfen als pand ter minne
zoude behoeven over te geven. Maar
nu dien ik nog kortelyk te fpreken
over de zekerheid der uitgefchotene
gelden voor de beleeningk&mzr. Om
op zoodanig pand van grond- of koop-
brieven zeker te gaan, diende door
HUN EDELMOG. de Heeren Staten van
ZEELAND, en van Stadswege tevens,
eene keur of ordonnantie gemaakt en ge-
publiceerd te worden : dat ter Sekretary
yoortaan geene fchepenkennis zoude
kunnen worden gelegd, danopvertoo-
r grond- of koopbrieven. Hier-
4 door
348 J. F. MULLER, ANTWOORD OVER
door word voorgekomen, dat het par*
r^/niet eerst byde beleeningkamer , en
vervolgens wederom ter Secretary kan
bezwaard worden. De Cotnmisfarisfirn
der beleeningkzmzr zouden zich, by
het vragen van penningen op vaste
goederen , met de grondbrieven ter Se-
kretary moeten vervoegen, en Hee-
ren Sekretarisfen verzoeken naar te
zien , of ^oodanig parceel ook reeds be-
zwaard zy: want een bezwaard par-
ceel, fchoon veel meer waarde heb-
bende, dan de dadelyke belasting
van eene fchepenenkennis, kan niet
in de termen vallen , om daarop geld
by de beleeningk&msi; te negotieren.
De grondregel van zoodanige publike
inrichting moet onwrikbaar deze zyn:
dat zy op alle panden, van welken
aard ook , waarop zy geld gefourneerd
heeft, de eenigfle crediteur zy.
Om aan het fonds niet flechts zeker-
heid voor de verftrekte gelden te ge-
ven ; maar het ook meer aanzien en
Credit te doen verkrygen: diende de
directie van dusdanigo beteeningkamer
iledelyk of Provincial gepriviiegeerd
te worden , om zich door publiken ver-
koop nit de on der haar berystende pan-
den
DE BELEEN1NGEN OP GOEDEREN. 249
den betaald te maken, zonder deswe-
gens, naar de gewone form, over de
bevoegdheid tot den verkoop vooraf
te moeten procederen; indien een da-
lende prys dier goederen zoude doen
vreezen, dat dezelven, beneden het
opgefchotene kapitaal mochten loopen ,
en de geldopnemer zich weigerig toon-
de om het jurphis in geld of goed te
geven. Want , om de directie van de
6ektniti$kamer alle mogelyke midde-
len te verfchaffen , ter herkryging van
haar verllrekt kapitaal met de daarop
verloopene interesfen, behoort eene
luisterryke vertooning gepaard te gaan
met de vereischte macht, om de zaak
met nadruk uit te voeren. Dusda-
nige fchikkingen van den SOUVEREIN,
of Stedelyke Regent en, fpreiden eeri
algemeen credit en vertrouwen over
de onderneming by 't oprichten van
het fonds, ter aannnoediging in het
deelnemen, onderdeingezetenen. De
wyze, op welke dit best word verkre-
gen, hangt van zeer vele byzonder-
heden af, en dient aan de fchikkin-
gen der daarover te zetten Heeren
te verblyven.
Van alle goederen en manufacture?*,
ft 5
25 J- F. MULLERi ANTWdORD OVER
velken beleendzullen worden , behoort
de geldopnemer aan Heeren Commis-
farisfen, vooraf, zyn recht van eigen-
dom te ftaven, met rekeningen , qui*
iancien, facturen, brieven, enz.
Koopmanfchappen van een' grooten
omflag, en door deneigenaar in eene
kelder, of op een' zolder, opgeflagen
^ynde, ter beleening gepraefenteerd
vordende : dienen op eene behoorlyk
gefpecificeerdelyst, de/itf/,het gewicht,
getal, of de maat, aan Heeren Commisja-
risfen opgegeven te worden ; ten ein-
de dezelven door de taxateun gemak-
Icelyker te kunnen worden geexami*
weerd en geprifeerd. En wanneer de
bekening efect verkrygt, dient de
cigenaar de fleutels aan Heeren Com*
tnisfarisfen over te geven niet alleen;
rnaar ook de huur van het pakhuis ,
den zolder, of de kelder, op Hun Ed.
naam te transporteren: of, 200 de goe-
deren onder waagdragers zyn opgefla-
gen , moet het veem een afflagbrief-
je aan den geldopnemer, en een in-
ilagbriefje op naam van Heeren Com-
misjarislen bezorgen. Enkele va*
ten, kisten, of balen, moeten ten kos-
te van den geldopnemer gebracht
wor-
DE BELEENINGEN OP GOEDERErf. 251
worden in een pakhuis of zolder
van de beleeningdirectie ; en de pak-
huis- of zolderhuur daarvoor by de
aflosfing betaald worden, ter discretie
van Heeren Commisfarisfen.
Daar het by zulke verfchillende
panden noodzakelykis, dat de taxa-
tie door kundige lieden gefchiede:
zoo dient de teieeningl&mer tot exar
minering der bewyzen van het recht
van eigendom, alsmede om de rechte
waarde der te beleenen goederen te
bepalen, voor de byzondere artlkels
makelaars aan te ftellen , die des kun-
dig zyn; om de &?/^fl//zgkamer te be-
dienen, en dezelve van de rechte
waarde te onderrichteri : waarvoor
hun misfchien een promille van den
geldvrager kondetoegelegd worden:
voor het onderzoek van het recht
van eigendom , ingevalle de beleerimg
niet tot effect komt , zoude dan aan de
txaminatettrs door den geldvrager
een douceur kunnen worden toegelegd.
Wanneer het dan blykt, dat de
bewyzen van het recht van eigendom
voldoende, en de te beleenen goe-
deren getaxeerd zyn: zouden Hee-
Commisfarisfeti behooren te be-
pa-
252 J F. MULLER, ANTWOORD OVER
palen, hoeveel op de gepraefenteer-
de goederen verftrekt zal worden :
\ gene nimmer boven 75. ten honderd
van de waarde op den marktprys, die
alsdan plaats heeft, dient te wezen;
en op goederen, welken in dat tyddip
op een' extrahoogen prys zyn, zoude
men misfchien niet boven de 60. of 50.
ten honderd moeten fchieten: om dat
goederen, welken boven hunnekracht
in prys gerezen zyn, veeltydsaaneene
fpoedige daling blootftaan; vooral zul-
ken, welken geene voorafgaande be-
werking noodig hebben, gelykkoffy,
ruwe fuiker, thee, enz. die weleens,
op het bloote gerucht van eene flechte
reco/te, 50. en meer ten honderd in
rys kunnen ryzen , en in het tegenover-
Itaande geval ook wederom even zeer
dalen. Om hierin eenigszins te
voorzien, behoorde in de ordonnantie
oi'tbeleeningreglement een artikel inge-
voegd te worden : dat op alle goede-
ren, welken gedurende den tyd datzy
beleend zyn jo, ten honderd in prys
dalen, furplus zal moeten gejourneerd
worden, naar het goedvinden van
Heeren Commisfarisfen.
Het is by kooplieden, commlsjlotia-
ris-
DE BELEENINGEN OP GQEDEREN* 255
risfen, fabrikturs, enz. dikwyls van zeer
veel belang, indien zy voor een' kor-
ten termyn eenige gelden d depofito
kunnen krygen. Immers is het by
de commercie eene algemeen beken-
de zaak: dat de tusfchentyd, van
fchaarsheid tot ruimte van penningen,
zich veeltyds tot zeer korte termynen
bepaalt: waaruit voornamelyk het
difconteren van nog loopende wisfel-
brieven ontftaan is.
Wy zouden dan van oordeel we-
zen, dat de termynen, om koopman-
fchappen en manufacturen te belee*
nen , en het bepalen der interesfen voor,
verfchillende tyden, op deze of der-
gelyke wyze behoorden ingericht te
worden. De termynen fconden gefteld
worden op zes weken; ook op drie,
zes, en twaalf maanden : en de inter es*
fen op de gemelde termynen bepaald : van
zcs weken , i 5 procento in het janr
drie maanden , a 4-|
zes maanden, a 4!
twaalf maanden , a 4
Doch, daar het dikwyls gebeurt, dat
iemand vroeger geld in kas krygt,
dan hy verwacht had; en voor zyne
$54 J- *" MULLER, ANTWOORB
beleende goederen gelegenheid heeft,
om die met voordeel te kunnen fly ten :
200 zoude men, om den handel te fa*
different daarin behooren te voorzien:
zoo dat de beleener zyn goed terug kon-
dekrygen, zonder verplicht te wezen,
om juist de voile interesfen van den be-
paalden termyn te betalen, mits hy ten
minfte 3 weken, of eene maand te vo-
ren, van de vroegere aflosfmg aanHee-
ren Commit farisf en kennis geve. By
voorbeeld: iemand heeftop umaan-
den beleend; maar verzoekt , om op de 9
maanden te mogen aflosfen: de zoo-
danige zoude alsdan > in plaats van 4 pro*
cent o f met 31 procento interest voor die
9 maanden kunnen volllaan : en
op deze of diergelyke fchikkingen
zouden alie andere termynen geregu-
leerd kunnen worden.
Aan den anderen kant gebeurt het
ook wel eens, dat een koopman of
fabrikeur zich te leur gefteld vindt in
zyne calculate, omtrent het inkomen
van gelden: by zoodanige gelegen-
beid zoude hy genoodzaakt wezen,
de gedane beleening te prolongeren.
In dit geval zoude ik van oordeel
;wezen, dat de court der prolongatie
paar
*
BE BELEENINGEN OP GOEDEREN.
mar het meer ofmindere beleendeka-
pitaal gereguleerd behoore te worden.
By voorbeeld: van /SGOO: en daar
boven i pro milk met de verloopene
interesfen van den eerstbepaalden ter-
myn , dadelyk aan de beleeningkzmer
te voldoen: van /2ooo. tot/5ooo.
j procento voor de prolongatie, met
de verloopene interesfen: - en onder
de / 2000. \ procento voor de pro*
kngatie , met de interesfen. Misfchien
2oude hier in aanmerking kunnen ko-
men, om de beleeners op korte termy*
nen in den cours der prolongatie eenigs-
zins te faciliteren : alzoo dezen , naar
den hierboven bepaalden cours van /#-
teresfen, reeds merkelyk bezwaard
zyn. Deze en andere fchikkingen
blyven aan het oordeel dier Heeren
gedemandeerd, welken zich met het
ontwerpen van het plan, ende ordon-
nantle voor die inrichting indertyd,'
zullen gelieven te belasten. Ons oog-
merk sullen wy rekenen bereikt te
hebben, indien onze opgave flecht?
als een ruw gefchetst plan voldoet.
Zyn de goederen getaxeerd ; het
kapitaal tusfchen Heeren Commisfark*
fen en den geldvrager gereguleerd;
CO
256 J. F. MULLER , ANTWOORD OVER
en by het bewys ter fieleeningk&mer
vertoond, dat de goederen voor de-
zelven in ontvang genomen zyn: dan
dient de geldopnemer aan Heeren
Commit far is fen eene obligatie te teeke-
nen, waarin hy bekentzoodanigefom-
van Hun Ed. te hebben , ontvangen ,
otn dezelve na . maanden met den
Merest tegen . . . ten honderd in
het jaar , promt te zullen voldoen.
Misfchien konde ook hierin tevens
gefpecificeerd worden de bepaling van
tyd ter waarfchouwing , ingevalle de
aflosfing voor den bepaalden tyd
jnocht plaats hebben. Aan het ein-
de der obligatie dienen de goederen
gefpectficeerd te worden, welken hy
voor de fom , in de obligatie uitgedrukt ,
tot een onderpand aan Heeren Com-
misfarisfen in handen gefteld heeft.
De kosten van het zegel, tot de obliga-
tie gebruikt wordende , dient de geld*
vrager nit de hand te betalen ; en het
formulier der obiigatie konde gedrukt
worden.
Zie daar WelEdele Heeren! een
ruw gefchetst plan, op het voorftel,
ter beantwoording uitgefchreven ona
een miudel aan te wyzen, ter ver-
fife BELEENI&GEN OP GOEDEREtf.
to kryging van gelden a depofito
^ de negotierende en fabricerende in-
b gezetenen der Provincie van ZEE-
>, LAND". Het is zekerlyk niet zoo*
danig uitgewerkt, om front jacet iit
gebruik te brengen; of, zonder hefi
vooraf te alter er en en te amplieren, td
doen werken. Maar die het gewichu
der zaak wel inziet, zal met my moe-
ten toeftaan, dat tyd en omftandig-
heden alleen kunnen bepalen: of de
aak op deze, dan op eene ande-
re wyze, moete worden begonneii
en uitgevoerd?
Wy hebben het Voorftel uit eet*
vele gezichtpunten befchouwd; maar
geeii van alien is ons beter en zeker-
der voorgekomen, dan het oprich^
ten van eene beleeningkamer > ondef
een direct opzicht van den SOUVEREIK
van ZEELAND. MochtenechterHUN-
EDELMOG. niet indineren, omzichvoor
die negotiate der penningen, ten be-
hoeve van het FONDS, aanfprekelyk te
ftellen: (dat evenwel gewis het vei-
ligfte en zekerfte middel wezen zou*
de, om der zaak nadruk by te zetten:}
en men nochtans meende een ge-
lioegfaam fonds^ door het negotieren
, DMEL.
258 J. F. MULLER, ANTWOORD OVER
particutieren , daartoe onder de in-
gezetenen te zullen krygen : zoude het
toch alles onderopzicht van de Hooge
Regering dienen te gefchieden, om
bet publike credit te verwerven.
In het opgeven der middeldn ter
herkryging van hoofdfom en interes-
fen, meen ik zoodanig gezorgdteheb-
ben, dat aan de Regering geene ge-
gronde vrees voor Ichaden kan over-
lyven. Zegt men, dat 'er voor de
Stad geen voordeel uit die inrichting
immer te hopen zy ; en uit dien hoof
de niet wel verwacht kunne worden,
dat deceive zich aanfprekelyk zal ma-
ken voor lets waarvan zy geen voor-
deel trekt; zoo neem ik de vryheid
daarop te antwoorden: dat de Stad
veel, zeer veel, wint: indien derzel-
ver commercierende en fabricerende in-
gezetenen, door wyze en gepaste
xniddelen^ van de Hooge Regering,
faunnen handel en fabriken kunnen
uitbreiden: de inkomflen van Stad
en Land worden ook door een meer-
der vertier van koopmanfchappen en
maniijacturen, van en naar buiten-
lands, in evenredigheid vergroot.
De voordeelen , welken jaarlyks by
de
DE fiELEENlNGEN Ot> GOEDEREN. 259
de directie van de fieleeningkamer
mochten overfchieten , zyn te klein,
dat zy in aanmerking kunnen komen,
om ten voordeele van de ftad te ftrek-
ken; terwyl dit kleine overwinstje, als
eene vyfjarige uitdeeling, aan de hou-
ders der uitgelote obligatlen , boven
den gewonen interest van drie ten
honderd, een ongemeene prikkel zou-
de wezen , om die deelneming ondet
de ingezetenen te bevorderen. En
het vinden van een fonds , fchynt zelfs
by het GENOOTSCHAP, door het uit-
fehryven van dit voorftel, het voor-
naamfte middel ter bereiking van
het oogmerk geweest te zyn.
Dan wy houden ons verzekerd:
wanneer kundige en aanzienlyke
kooplieden, uit MIDDELBURG zoowel
als uit andere fteden van ZEELAND,
een welberedeneerd plan, met de
vereischte klaarheid, aan Heeren Bur-
gemeesteren van MIDDELBURG prae-
f enter en; en daarin de voordeelen
aantoonen, welken de koophandel,
fcheepvaart, de fabriken , en trafiken >
door het oprichten van zoodanige be*
Zeeningk&me* voor de Provincie ZEE*
en derzelver commercierende
R 2 n
J. F. MULLER, ANTWOORD OVER
en fabrlcerende ingezetenen, hebben
zoude: dat Dezelven het plan niet
van de hand zullen wyzen, zonder
hetzelve vooraf door deskundigen
te laten examiner en > om te dienen
van bericht. Men drage flechts zorg -,
om het plan zoo in te richten, dat
geene vrees voor het verlies van
oofdfom en Interest overblyve: dan
sullen de voordeelen aan Heeren
Gecommltteerden over dit onderwerp
gewichtig genoeg voorkomen, om
Jawrabel daarop te berichten. En
offchoon ik voor de veiligheid van
hoofdfom en interesfen in deze Ver-
handeling genoeg meene gezorgd te
hebben: ben ik echter zoo verwaand
niet op myn gevoelen, om te willen
ftellen , dat 'er geene betere en meer
zekere middelen zouden kunnen be-
dacht worden; weiken alle vrees
voor verlies Uaaromtrent wegnamen.
Het zal my genoeg wezen : indien
ik, door myne bedenkingen, aanlei-
ding moge gegeven hebben , dat de
yver van kundige en bekwame man-
nen op dit ftuk gaande gemaakt wor-
de; en zy, door derzelver meerdere
kunde en doomcht, de welvaartvan
ZEE-
DE BELEENINGEN OP GOEDERWL <2ut
ZEELANDS ingezctcnen sullen weten
te bevorderen. Voorts wenfchen
wy, dat het heilzame oogmerk van
het WelEdele GENOOTSCHAP moge
bereikt worden: het zy door dezen
mynen arbeid; of door eene des*
kundige hand!
LIGT 5 T SCHIP VAN HANDEL OP DE K.EE;
IS NUTTE KOOPZORG ? T ROER TER ZEE;
DOET PERU'S GOUD DE ZEILEN ZWELLEN!
DAN ZAL DE KIEL TER KOOPKUST SNELLENl
R 3 ANT-
ANTWOORD
P D E
V R A A G
V OR HEX JAAR.
M D C C L X X X V U 1 1.
OPGEGEVEN:
Wat is de reden, dat de kinder pokjes (VARIOLAE),
op byzondere tyden en plaatfen , fomtyds onverwacht
zich openbaren , en zeer geweldig woeden ; terwyl an-
deren , zelfs in de nabiturfchap^ daarvan op denzelf-
dentydgeheelbevrydtzyn? Hangt zulks afvan eene
byzondere gefteldhetd in den dampkring ; van de
hoedanigheid der fleden en plaatfen ; van het
voedfel ; of andere oorzaken ? Zyn ^er ook voorbe-
koedende middelen ten dien opzichte te bedenken ?
aan het welke de gouden eerprys, door het ZEE uw-
SCHE Genootfchap der Wetenfchappen , den twin-
' tigften van Wynmaand des jaars 1790. is toegewe-
zeiu
A N T W O O R D
OP D E
V R A A G:
JPatis de reden, dat de kinderpokjes (VARIOLAE),
. op byzondere tyden enplaatfen, fomtyds onverwacht
zich openbaren , en zeer geweldig woe den ; terwyl an-*
cleren , zelft in de nabuyrfchap 9 d,aarvan op denzelf*
den tydgeheel bevrydt zyn ? Hangt zulks afvan eens
byzondere gefteldheid in den dampkring; van de
hoedanigheid der fteden en plaatfen ; van het
voedfel; of an der e oorzaken? Zyn *er ook voorbe*
hoedende m'iddehn ten dien opzichte te bedenken P
DOOR
S. A. DE M Q R A A Z.
on der de zinfpreuk :
UBI VERO M OR BUS ALIQUIS POPULARITER
GRASSATUS FUERITI NON VJCTUS
R ATI ONE M IN CAUSSA'ESSE; SED QUOD
S P I R A N D O D U C I M U $ : M A N I F E S T U M
EST.
NU/f de kinderpokjes in de vroegftQ
tyclen aanwezig zyn geweest? of zy
n
2 66 S. A. DE MORAAZ, ANTWOORD
iaan HIPPOCRATES en GALENUS reeds
bekend [a] waren? en wanneer en
vanwaar hun eerfte befmetfel oor-
fpronklyk zy? van dit alles weet
men metzekerheid byna niets tebepa-
len : ja zelfs is de byzondere aard , en
wyze van werken, van dit gif of be-
fmetfel tot heden toe zoo bedekt en
verborgen gebleven : dat de beroemd-
fte geneesheeren zich niet fchamen
openlyk te bekennen, daarvan weinig
of liever niets te weten. De groote
CAMPER fcegt: men ken f de pokftof niet !
eene kennis echter , die veel licht
2oude byzetten in sen onderzoek:
waartoehet Edele ZeeuwfcheGENOOT-
SCHAP, door menschlievendheid aange-
vuurd, ons thans uitnoodigt: wat de
redenzy, dat de kinder pokjes 9 op onder-
fcheldene tyden en plaatfen 9 fomtydsonver*
wacbt zlcb openbaren , en zeer geweldlg
woeden terwyl anderen^ zelfs in de na~
buurfchap , daarvan op denzelfden tyd ge-
heel bevrydt zyn?
Dan
ng , kun-
[rf] Zy, die belang ftellen in dit twistgedi
nen hierover breedvoerig naarzien j. G. DE HAHN-,
de 'Fariol. antlquit*. en den zoozeer van hem^ ver-
fchillenden P. G. WERLIIOF in tract,
toiihrac. Caj>. 2. fag. 22, tt
OVER DE KINDERPOKJES. 267
Dan dit duistere wederhoudt
niet, om volgens den leiddraad der
voorgeftelde vraag naar te fporen: of
zulks ajbange van eene byzondere gefield-
heid in den dampkring} van de hoeda*
nigbeid der (leden en plaatjen ; van bet
voedjel; ofandereoorzaken?enof'er>
ook voorbehoedende middelen ten dlen op*
zichte te bedenken zyn ? Dikwerf immers
word den blinden het gemis van ge-
^icht door een fcherper gevoel ver-
goedt; en door langdurig voelen en
tasten ontdekt men meenigmalen in
het donker dat gene , 't welke men by
een helder licht flechts eerder zou-
de gevonden hebben. Het is doch
met het pokfmet eveneens gelegen,
als met andere zaken, welker aard
en natuur , van voren en onmiddelyk ,
voor ons even onbekend en verbor-
gen waren, als die van het pokfmet;
en die alleen van achter uit de on-
dervinding, of door hare byzondere
uitwerkfelen en zonderlinge verfchyn-
felen ons zoodanig bekend zyngewor*
den , dat men die zelfs tot eene weten-
fchap, op vaste gronden en wetten
fteunende, gebracht ziet. Ten bewy^
hiervan zy het genoeg de etotri-
2(53 S. A. DE MORAAZ, ANTWOORD
'titelt te noemen. Hierdoor dan aan-
gemoedigd, zal ik eerst onderzoeken ,
of het voorgeftelde in de Vraag aj-
hange van eene byzondere lucbts- of damp-
kringsgefteldheid ?
Dat de oorzaak der epidemifcbe ziek-
ten, waaronder ook de kinderpokjes
behooren, in den dampkring huisves-
te, hierin ftemmen de geneesheeren
genoegfaam alien overeen; en hunge-
voelen word bevestigd door zulke
plaatfen, die (offchoon de naburigen
befmet waren) wegens hunne gunfli-
ge Jigging , en eene vroegtydige voor-
zorg om alle gemeenfchap af te fny-
den, nog altoos zyn vry gebleven:
waarvan ik hierna voorbeelden zal op-
geven. Ook word dit gevoelen ge-
ftaafd door hen, die op het naderen
van epidemifche ziekten hunne woon-
plaats verlaten, zich verwyderen, en
vry bly ven. Aan de KAAP DE GOEDE
HOOP ontvlucht men de kinderpokjes
achter de hooge bergen: en in
verfcheide plaatfen van TURKYEN, in-
zonderheid in de jar en 1718. en 1719.
te ALEPPO, wanneer de pest daar
heerschte, en duizenden deed fneven :
heeft men waargenomen, dat zy > die
OVER DE KiNDERfrOKJES. 2,6$
2ich in hunne woningen naauw opge*
floten en van alle gemeenfchap met
menfchen afgezonderd hielden, van
deze geduchte ziekte zyn vrygeble-
ven: waarom men de reden, dat de
pest meer algemeen in TURKYEN dart
elders woedt, voornamelyk meent
gelegen te zyn in de domme dwee-
pery der MAHOMET ANEN: die vol*
gens hunne leer vastftellen, dat hurt
fterfuur en lotgevallen zoo onveran-
derlyk vast bepaald zyn, dat zy daar-
in niets te weeg kunnen brengen; ert
daarom zich ook niet verwyderen,
noch afzonderen , maar even gemeen-
zaam de pest gaan bezoeken , als wy
ziekten die niet befmettelyk zyn.
Eenigen echter onder hen handelen
.voorzichtiger , en ontwyken de be-
Imetting door zich te verwyderen, on-
der het godsdienftigevoorwendfel, dat
zy aanhet graf van MAHOMET eer gaan
bewyzen; en zy blyven yry. Nog
heeft men in pesttyden dit byzondere
omtrent de vogelen waargenomen,
dat zy het fmet ichynen gewaar te
worden; naardien zy den l)efmetten
dampkring ras verlaten en wegvluch-
ten ; zoo dat men in befmette plaatfea
geen*
27 S. A. DE MORAAZ, ANTWOORD
geen' eenen vogel ziet, terwyi die,
welken in kooijen opgefloten zyn,
fterven : waaruit men haast zoude moe-
ten befluiten, dat de dierlyke gewaar-
wording der vogelen het redenlicht dec
TURKEN verre overtreft: aitans die
vlueht der vogeien dient zekerlyk tot
geen gsriiig bewys en Having van het
eenftemmige gevoelen der geneeshee-
ren, dat de befmetfelen in den damp*
kring huisvesten. Bepalen wy nu ver-
volgens onze aandacht niet alleen by
het vermogen, ? t welke de lucht we-
gens hare verfchillende hoedanigheid
uitwendig op ons lichaam oefent:
maar letten wy bovendien nog op de
verbazende hoeveelheid, (van fom mi-
gen in de vierentwintig uren op
21600 cubik duimen luchts berekend,)
die wy daarvan inademen, en met
Ipeekfel, fpys, en drank, doorzwel-
gen; behalve nog die door de opflor-
pende vaten en porien, zelfs tot de
pinnenfte deelen van ons lichaam, in-
dringt: en eindelyk op de ichadely-
ke zelfilandigheden en verfchiilende
befmetfelen, waarmede zy bezwangerd
en vertuengd is; welken zy dus met
zich vpert, en aan ons bloed en fap-
pen
OVER DE KINDERPOKJES.
pen mededeelt: alsdanbehoeft men
zich niet te verwonderen over de ver-
fchillende uitwerking, die eene goe-
deofkwade, eene zuivere ofbefmet-
te, luchtsgefteldheid op ons lichaam te
weegbrengt; en men kan genoegfaam
vastftellen, dat zeer vele ziekten (en
die epldemnch regeren, alien) daarvan
afhangen. Het zal dan tot myne taak
behooren, om de eigenfchappen der
lucht, en de hoedanigheid des damp-
krings, eerst te leeren kennen: naar-
dien , zonder eene algemeene damp'
kringskunde, niet wel te onderzoeken
is, of de voorgeftelde vraag van eene
byzondere dampkringsgefteldheid af-
hange? De wysgeer begintzyn onder-
wys in de wiskunde van een pvtict} de
groote BOERHAAVE (in zyne verwon-
derlyke dphcrifmen de Cognofcendis et
curandis morbis) met de ongefteldhe-
den eener enkele vezel. Ik zal hun
fpoor volgen ; en beginnen met de
lucht te bepalen : als eene zeer fy-
n e , onzich tbare , zware , veerkrachtige f
elektrike, en beftendig blyvende vloei-
ftof: welke, niet alleen de oppef-
vlakte der aarde, tot eene zeerwyd-
uitgeftrekte hoogte, (waarvan dejuisr
tc
S. A. DE MORAAZ, ANTWOORtf
te grenspalen nog onbekendzyn :) vail
alle kanten omfingt; maar die zelfs
ook, 200 welin de vloeibare als vaste
lichamen, naauwiyks een uitgezom
derd, fchuilt^ en ingemengdis: en die
zoo noodzakelyk voor 't beftaan van
alle wezens bevonden word, datmen^
fchen en dieren, zoo wel als de plan-
ten, flerven; het vuur uitdooft; en het
water bederft; wanneer zy van deze
lucht 'beroofd worden. BOERHAAVE
noemt haar daarom het algemeene,
? t noodzakelyke , en het allerkrachtigfte
werktuig, waarvan de natuur, byna in
alle de werken die zy verricht, ge-
bruik maakt: zoo dat hetmoeilykzou-
de zyn , om eene eenige bekende wer-
king der natuur op te noemen, die
Bonder de lucht of geheel buiten de-
zelve gefchiedt. Dan deze enkelvoudi-
ge en gelykflachtige hoofdftof moet
men wel onderfcheiden vande gemee-
ne dampkringslucht: waarvan zy wel
een voornaam gedeelte , en zelfs den
grondfteun, doch niet het geheel , uit-
maakt: naardien deze, bovendien>
nog beftaat uit een oneindig getal van
anderflachtige , zoo wel veerkrachti-
als veerkrachtelooze lichaamtjes^ die
bVER DE KiNDERPOkjfeS;
Bonder de gedaante van dampen en nit-
wafemingen) uit het water, de aar-
de, het bergftoflfen- planten- en dieren-
fyk, opftygen; ook utt viiur, het gene
inkomt tfan de zon, de fterren, en van
de aardfche brahdende lidiatneh., of
het gene van onder de aarde naar bo-
ven vliegt. De groote BOERHAVE heeft
reeds ^angetoond, dat al wat het vuur
vluchtig kan tnaken , zich in de luchc
verheft: en dat, n^ardien 'er geen ecu
lichaam gevonden word, het welke de
werking van het vuur wederftaan kanj
de dampkring diis eene vefzameling is
van alle foorten van gefchapene licha-
men; en bygevolg bok van de befmet**
felen , van welk fobrt zy ook zyn mo-
gen. Is nu de dampkring de woon-
jplaats der befmetfeleh, en dies ook
van het ppkfmet: dan dient men in die
voning niet vfeemd, maar wel voor-
al bekend te zyh, 2al men in de ver-
borgehfte fchuilhoeken zoeken : of
&ulks> waarnaar gevraagd wbrd> afhan-
ge van eene byzondere gefleldheld in den
dampkring? Meil rekene het diefhal-
ye niet buiten myn beftek, wanneer
ik eerst de eigenfchappen , die ik iri
tnyne bepaling van eene zuivere lueht
S Jbeb
274 Si Ai DE MOBAAZ, ANTWOORD
heb opgegeven, en vervolgens het
gene de dampkring verder bevat,
ieder nog wat meer afeonderlyk voor-
ftelle. De lucht bepaaide ik eene
vloeiftofte zyn: en te recht, naardien
%y in den volmaakften zin alle de ver-
eischten bezit, welken men aan eene
vloeiftof toekent: zynde zy, even ge-
lykandere vloeiftofFen , eene verzame-
ling van zeer fyne lichaamtjes, waar-
van ieder zoo klein is, dat het onze
zinttrgen pntvliedt; en noch gezien,
noch gevoeld kan worden : 't welke
ook , wegens zyne kleinheid en losfen
famenhang, voor eene zeer geringe en
ens onbezefbare kracht, die niet of
weinig grooter is dan hare eige zwaar-
te, van elkander wykt, en in dit
wyken gemakkelyk over de andere
lichaamtjes heen rolt en beweegd
v/ord, zonder dat de geheele ver-
zameling in beweging raakt* Zy
is zoo dun en fyn 9 dat zy andere
vloeiftofFen in dunheid oyertreft;
door hout en fommige fleenen
heendringt; en de zonneftralen on-
belemmerd laat doorpasferen : doch
door eenige harde fleenen , meta-
len, glas, pik, harst, wasch, en an
DE KINiJEKPOKJES.
dere vettigheden dringt zy iiiet
door. Wanneer de dichtheid der
lucht zeer veel van hare tegen-
Voordige gefteldheid verfchilde, zou-
de Jzekerlyk de grootfte wanorde irt
h^t ryk der natuur ontftaan. moe-
ten: want, was de lucht veelfynerj
zy zoude de dampen en Uitwafemin-
gen niet kunnen ophefFen; en zoude
voor de vogelen en andere in feet en
onbewodnbaar zyti: ook ^oude on^;
ze ademhaling veel moeilyker val-
len ; item en geluid zouden derzelver
klank misfen; de zwaarfle flormwin-;
den zouden vereischt worden , om
de fchepen voort tc dryven, en de
windmolens te bewegen: en nog
meer andere ongeregeldheden zou-
den daaruit geboten wordeii. De
geleerden, die op het ZWITSERSCHE
gebergte proeven namen, bevdndeii
de lucht, 7223 voeten boveii het GE-
NEEFSCHE meir, zoo dun en fyn, dat
5^y zonder een hevig en geftadig
aanblazen geeiie vlatn konden hou-
den. Was ay daartegen merkelyfc
grover en dikker > de gevolgen daar-
Van zouden niet minder hadeelig
; elkewind, hoe zacht ook> zou*
S a
276 S. A. DE MORAA&; ANTWOORD
de bykans dezelfde verwoesting, als
de felfte ftorm en alvernielende or-
kaan, aanrichten: want hoe dichter en
fcwaarder een lichaam is, des te
grooter is ook het geweld, waarme-
de het , in beweging gebracht zynde ,
op andere lichamen werkt. Immers
het water, fchoon het, met geen
honderdfte gedeelte der fnelheid
van de flormwinden, op dyken en
dammen aanvalt, vernielt dezelven:
om dat het water omtrent achthon*
derdmalen dichter en zwaarder is dan
de lucht. Ook zoude onze item en
geluid te iterk klinken; en, wat
meer is , alle bewegingen van leven-
de fchepfelen zouden hierdoor veei
rnoeilyker worden, ja niet dan
fceer traag en langfaam gefchieden
kunnen: zelfs de zonneftralen zou-
den in hunnen loop belemmerd wor-
den; en de lucht zeer veql van ha-
re doorfchynendheid verliezen. Nu
toch is zy onzicbtbaar: niet alleen,
200 als de zichtbare vloeillofFen
2yn , ten opzichte van ieder afzon-
derlyk lichaamtje, uit welker mee-
nigte zy zyn faamgefteld; maar
ook met betrekking tot haar geheel.
fa-
OVER DE KINDERPOKJES. 277
famenftel. Van daar, dat zy tevens
doorfchynende is, en men de voor-
werpen alien klaar en onderfcheiden
zien kan: want was de lucht eene
zoo veel grover en dikker vloeiftof,
dat zy voor ons oog zichtbaar werd,
dan zoude alles ons zeer verward
en geheel donker voorkomen; zelfs
zoude men fchrikken, om haar, met
zoo vele vuile dampen beladen , in
te ademen: ook zoude de lucht
hierdoor zoo merkelyk verwarmd
worden, dat hare hitte voor ons on-
dragelyk zoude zyn: naardien het
eene bewezene waarheid is , dat hoe-
meerder een lichaam doorfchynende
zy, hoe minder het door de zonne-
ftralen verwarmd worde. Men kan
dit zeer duidelyk waarnemen , wan-
neer de zon op eenen warmen
zornerdag tegen onze venders
fchynt: wanneer de glazen ongelyk
minder worden verwarmd, dan de
houten ramen of de muur; fchoon
zy even fterk befchenen worden. Om '
dezelfde reden blyft ook een brand-
glas koud, niettegenftaande het
voorwerp , dat in deszelfs brandpunt
gefleld word, in brand .geraakt: *
S 3 bio*-
S. A. DE MORAA&, ANTWOORD
hierom ook 4at morfige ruiten war?
mer worden, dan zy, die zuiver
zyn : de eerften toch laten minder
zonneftr^len door, dan de laatften.
Dewyl nu de lucht het doorfchy-
nendfte lichaam is, dat wy kennen,
zoo volgt daaruit noodwendig, dat
zy van de door haar henengaande
zonneftralen flechts zeer weinig kan
verwarmd worden: en eerst dan,
wanneer de aarde tot een' merkely-
ken trap verwarmd is , deelt deze
een gedeelte harer warmte aan den
darnpkring mede ; terwyl de hoogere
Juchtftreken, tot welken de hitte
der aarde niet kan opklimmen, aan-
boudendkoud blyven: te meer, daar
de bovenlucht nog zuiver er, fyner^
en meer doorfchynende is.
Vervolgens is de zwaarte der
lucht eene eigenfchap, die onze by-
zondere oplettendheid verdient. Zy
is vry aanmerkelyk: en, op onder-
fcheide tyden en hoogten des
fiampkrings, zoo als de barometer
aantoont, zeer verfchillende: de
kracht, waarmede de lucht op alle
Jichamen drukt, gaat alle denkbeeld
tp bo.ven. yAN GUjERip: nam te
OVER DE KINDERPOKJES. 279
fensburg, in tegenwoordigheid van
en Keizer en der vergaderde Ryks-
ftenden, hiervan eene by uitftek
fraaije proef: hy Met, uit twee
kopere halfronden van eene el mid-
dellyns, die naauwkeurig op elkan-
der pasten, de lucht uitpompen:
waardoor zy zoo vast op een floten ,
dat geen zestien paarden dezelven van
elkander konden trekken; fchoon
een kind, toen de lucht in de hol-
te wederom werd ingelaten, hen zeer
gemakkelyk van een konde fcheidenj
De groote natuurkenner MUSSCHEN-
BROEK heeft hare grootfte zwaarte,
tot die van zuiver water, bevonden
als een tot 606 en van hier, tot TOOO
toe , in eenig ander tusfcheninlig-
gend getal. Uit deze byzondere
Zwaarte der lucht, wetende hoeveel
een taerlingvoet luchts weegt, be-
rekent hy: dat de lucht op het
lichaam van een' mensch, van mid-
delbaregrootte, 42240 ponden drukt,
en omtrent 3200 ponden verfchillen
kan. Eene verbazende drukking!
die wy niet zouden kunnen weder-
ftaan, zoo de lucht geene veerkrachti-
ge vloeiftof ware; en met gelyke
S 4 macht
I'Sa S. A. I3E MORAA&; ANTWOORQ
rnacht, volgens alle bedenkelyke rich*
tingen, perstte; en daardoor da
drukking op ons lichaam van alle
kanten eveneens maakte : 200 dat
wy weinig gevoel of hinder hebben,
ot wy aoor twee- of drieduizend
ponden luchts meer dan minder
gedrukt worden: - en wy kunnen
ons uit dien hoofde even onbelemmerd
door de lucht been bewegen; ook
de vogelen daarin vliegen ; als de
visfen in 't water zwemmen. Voorts
-word ons lichaam door deze per-
fmg niet binnenwaards tot een ge-
drukt: dewyl in alle onze vloei-
ftoflfen en binnenfte deeltjes lucht
zit, wejke door haar beftendig-
blyvende veerkracht zich even fterk
naar buiten zet, als zy door de
buitenlucht binnenwaards geperst
word. Intusfchen maakt evenwel
de onderfcheide zwaarte der lucht,
wegens hare meerdere of mindere
drukking, eene verfchillende uitwer-
king, zoo wel op onze vloeibare als
vaste deelen: want, als de lucht
Ewaar is , worden dezen meer faam-
gedrukt en in een geperst; dikker,
harder, vaster, en minder gevoelig
OVER BE KINDERPOKJES.
gemaakt; krachtiger onderfteund, eit
verfterkt: dan wanneer de luchfc
licht en minder drukkende is. Dit
ondervindt men, als by fchoorr
weder de lucht zoo zwaar drukt, dat
de barometer tot omtrent 30 duiment
Rhynlandfche maat opftygt : alsdan
word een vermeerderd gewicht van
omtrent 3000 ponden luchts, als
een gelykdrukkend windfel, om ge*
heelons lichaam geflagen, het welke
daardoor vaster onderfteund en ver*
fterkt word : en naardien onze
bloedvaten daardoor vernaauwd wor*-
den, moet het bloed, dat door el-
ke toefluiting van 't hart word uit-
geftooten, zich ook fneller bewegen,
can wanneer die vaten wyder zynj
en alzoo de omloop van 't bloed vlug-
ger worden: waaruit die lucht- en
vaardigheid ontftaat, die men als-
dan gevoelt, en ons doet verbeel-
den, dat de lucht lichter is. Maar
word, integendeel, by flecht weder,
of met eerie graauwe lucht, dit wind-
fel, of die 3000 ponden luchts, van
ons afgenomen: dan word ons
vleesch bol; en onze bloedvaten *
floor hare eige veerkracht zich uic*
S 5
283 S. A DE MORAAfc, ANTWOORD
$ettende, verfchafFen eene ruimerc
doortocht aan het bloed, dat uit het
}iart word uitgedreven; en de om-
loop word trager: waardoor wy
eene dofheid gevoelen, die ons in ver-
beelding brengt, dat zoo eene lichte
lucht zwaar en met drukkende dam-
pen beladen is. Eene verbeelding,
cie gants verkeerd is, naardien de
dampen altyd lichter zyn dan een
even groot volume van zuivere
lucht, Maar 'er is nog eene andere,
en niet min voorname reden , die
ons eene lichte lucht zwaar; en
cene zware licht doet fchynen:
&y is hierin gelegen, dat als (by
voorbeeld) de lucht licht, dun, en
minder drukkende is, dat alsdan
de dampen en uitwafemingen niet
hoog genoeg opklimmen, maar laag
in de benedenlucht, dicht by de op-
pervlakte der aarde, bl}^ven hangen;
alwaar zy dan, overeenkomftig hun-
nen verfchillenden aard en hoedanig-
heid eene (meer) of min nadeelige uit-
werking op onze lichamen uitoefe^
nen: ook komt hier nog by, daC
/de dampen, die wegens hunne voch*
tigheid brandileenkrachteloos
OVER DE KINDERPOKJES. 283
de brandfteenkracht of electriclielt der
lucht dermate rooven, wegnemen,
en afleiden, dat de werkfaamheid
van dit verlevendigend beginfel by-
na geheel ophoudt; en daardoor
ons iichaam en geest beiden in eene
werkeloosheid gebracht worden. Het
tegengeftelde vindt plaats, als de
lucht meer drukt en zwaarder is:
alsdan heft zy de dampen en uitwa*
femingen hooger op, en vertoont
xich helder en onbewolkt. Dit nu
houde ik voor de voornaamfte re-
den, dat men, by eene lichte iucht,
en vooral als het donderen zal,
eene dof- en bezwaardheid gevoelt,
die niet alleen aanleiding geeft, dat
de gemeene man dwaalt; maar zelfs
dat natuurkenners van naam zich
hieromtrent geheel verkeerd uit-
drukken: wanneer zy zoddanig eene
lichte lucht zwaar; en daartegen
eene drooge en heldere lucht, wier
zwaarte de hooggerezen barometer
onwederfpreeklyk bewyst, licbt noe-
men. Daar nu de bovenlucht niet
zoo zeer, als de benedenlucht , met
grove dampen en uitwafemingen be-
adeaword; is het ; myn's bedunkens f
jneer
284 S. A. DE MORAA2, ANTWOORD
jneer aan de fcuiterheid, dan
aan de lichtheid , der bovenlucht toe
te Ichryven, dat de Heer p. BRY-
DONE [0] op den berg Aetna, (wiens
Jioogte hy, volgens den ftand des ba-
rometers , op 12000 voeten gist, en
waarop hy door een derde gedeel-
te zwaarte van lucht minder, dan aan
den voet des bergs, gedrukt werd:)
fcich niet bezwaard, afgemat, of dof-
>geestig gevoelde; maar integendeel
eene ongemeene bedaardheid en
kalmte van geest gewaar werd,
vaarover hy zich dus uitlaat:
T Men heeft waargenomen : en ik
kan by ondervinding zeggen, dat
die waarneming gegrondt is : dat
op de toppen der hoogfte bergen ,
w alwaar de lucht onvergelykelyk fy^
w ner en zuiverer is, dan beneden;
en alwaar men niet gedrukt word
door die ontzachlyke zwaarte van
99 grove dampen, of liever (zooals
ik my zoude uitdrukken) alwaar men
bevrydt is van die fchadelyke dampen
en uitwafemingen: waarmede de
9> lagere deelen van onzen atmofpheer
ver-j
\f] Relzedoor SICILIE en MALTHA, /. Deelbh 173*
en 174.
OVER DE KINDERSOKJES;
to vervuld zyn, de fciel veel yryefc
^ werkt, en alle de vefrichtingen
van den geest en het lichaam be^
to den onbelemmerder gefchieden;
to Het fchynt : dat wy , naar mate wy*
to boven het gewone verblyf der
to menfchen ryzen, alle gemeene en
kg e gevoelens achterlaten ; en dat
to de ziel, naar mate zy zich in
to de luchtsgewesten verheft, hare
to aardfche neigingen aflegt, en een'
to aanvang van hare hemelfche
denkwyze begint te maken." Zoo
ook ftond de Heer DE LUCQ_ [c] f
op zyne reize naar de ysbeddingen
van BUET, met zyn gezelfchap ver-
baasd, geen verfchil in de dikheid
der luchc, dan alleen op hunne
werktuigen te bemerken: gevoelen-
de zy geen het minfte ongemak, of
onaangename aandoeningen : fchooix
de lucht, die zy boven inademden,
omtrent een derde minder dik was f
dan beneden in de vlakten; en het
[c] Verliaal eener reize naar de Ysbeddingen van
'tiiertogdomsAvoije door den Heer M. F. BOUVRIT,
benevens eene belchryving der gezichten van dea
bergHJanc: door denzelfden. AW. fart. bl. 141.
en 142.
286 s, A. Dtt MCXKAA2., ANTWOORG
gewicht des dampkrings: liohderd
quint alen (dat is 3000 ponden) op
het lichaam minder drukte, zonder
het evenwicht van binnen in wanor-
de te brengen. Hieruit befluit hy,
en merkt te recht aan: hoezeer de
jiatuur- en geneeskundigen mistasten ,
als zy de veranderingen , die ve-
len op het ryzen of dalen van
den barometer gewaar worden, aan
een verfchil in de zwaarte of dicht-
heid der lucht toefchryven: wantf
200 men die ilelt, vraagt hy: wat
? er dan worden zoude van de wilde-
geitenjagers , die dagelyks uit de
diepfte valeijen tot de toppen def
hoogfte bergen opklimmen? wat
van de vfouwen> die de hutten van
SIXT (een dorp aan den voet van
den berg BUET) bewonen, en alle
avonden des zomers naar FONDS op-
gaan> orn hare koeijen te melken>
en het vee aan de hoede harer
kinderen overlatende, alle morgens
afklimmen , om hare mannen in den
landbouw te helpen? Deze menfchen
Ondervinden*, in den tyd van flechts
weinige uren, de grootfte verande-
ting in de zwaarEe der lueht,
OVER D$ KINDERPOKJES.
ergens in een zeer groote lengte
van tyd voorvalt : want het verfchil
in den ftand des barometers te Sixt eft
te Fonds is omtrent 22 lynen: zy
hebben echter geen het minfte onge-
mak daarvan; zelfs lieden met eene
benaauwde borst geplaagd voelen dit
niet. Zoo ook hebben de Franfche
geleerden, welken in 't jaar 1735. LO-
DEWYK de XV de naar Peru zond, op
een' der hoogfle bergen van de Cor-
dilleras , te weten den b&g Pichincb*
naby Quito, niet alleen geleefd^
maar zelfs geen nadeel hoegenaamd
aan hunne gezondheid geleden. Dan
misfchien vraagt men, hoe het dan
bykome, dat de Heer CHARLES, op
zyne luehtreizen, reeds op de hoog-
te van 1524 vademen, niet alleea
een geweldig ruifen in de ooren;
maar ook ongemeene benaauwdheid
op de borst, en alle voorteekenen ee-
ner aannaderende flaauwte gevoelde?
Men moet dit alleen toefchryvea
aan de ongemeene fnelheid, waarme-
de hy uit eene zwaardere in eene lich-
tere lucht; en uit een warmer in
een kouder climaat*, met zyne lucht
werd overgqbrachc ; welke ver-
2>88 S. A. BE MORAAZ, ANTWOOR15
andering, waniieef men langfaani
in de hoogte klimt, trapsgewyze ge*
fchiedt. De bygebrachte voorbeelderi
bevestigen dan, zooals ik te voren
reeds heb aangetoond: dat de
veranderingen , die wy by een' ver-
fchillenden barometerftia.r\& op onze
lichamen ontwaar worden, hiet al-
leeii, en zelfs minder, afhangeri
van de verfchillende drukking des
dampkrings ; dan wel van de ondef-
fcheidene hoogte, die de dampen en
uitwafemingen bereiken, en den by-
i:onderen aard, of beledigeride hoeda-
nigheden, die zy bezitten. De
veerkracht der lucht is eene eigen-
fchap, die haar van alle andere
vloeiftofFen onderfcheidt; en die
zeer verfchilt van de werkracbi
van andere lichameri. Want word
de lucht gedrukt, zy krimpt zich in>
en beflaat eene mindere ruimte: maar>
200 ras de drukking ophoudt, zet
^y zich wederom uit , en verkrygt
hare vorige uitgebreidheid : andere
lichamen daartegen, die veerkrach-
lig zyn, herftellen alleen maar hunnd
gedaante, did door de drukking ver-
anderd was; maar hunne uitgellrekt-*
held
bVER DE KINDERPOKJES.
held is en blyft altoos dezelfde: ,
ook kan de veerkracht zoo wel in
vaste als in vloeibare lichamen voort~
gebracht, verminderd, of te niet ge-
daan worden; maar die der lucht
blyft beftendig, en verzwakt nooit
lets, al is een windroer jaren lang
daarmede beladen* Deze veerkracht
der lucht : nu heeft hare bepaalde en
beflendige redent zy is, alsde dicht-
heid der lucht: zoo dat de uitge-
breidheid, die de lucht beflaat, in
de omgckecrde reden is met het ge-
wicht, dat haar drukt. Doch deze
regei gaat alleen maar door tot eene,
zekere uitgeftrektheid der lucht:
want (volgens de waarneming van MUS-
SCHENBKOEK) als deze viermaal klei-
tier is, biedt de lucht meerder' weder-
itand; en vordert, om zich dichter in
tekrimpen, een zwaarder gewicht ,dan
de regel opgeeftt die daarom, juist
befchouwd, op geen' eenen graad van
uitbreidingder lucht volkomeii naauw-
keurig zyn kan. Ook kan men niet
juist bepalen, tot welk eenekleine of
grpote uitgeftrektheid de lucht zich
kunne inkrimpen of uitzetten? Alleen
weet men uit ruwe proeven, dat
DEEI. T die
290 S. A. DE MORAAZ, ANTWOORD
die tusfchenruimte verbazend groot
is, en dat de uitgebreidheid der
lucht verfcheide duizend malen in
grootte verfchillen kan. Door het
vuur word de lucht uitgezet en dun-
ner, en doet door deze uitzetting
het zelfde, als of hare veerkracht
vermeerderd werd: daartegen krimpt
zy door de koude in een, niet an-
ders, dan of zy een gedeelte van
hare veerkracht verloren had. Zoo-
danig eene veerkracht nu is voor
de lucht eene allernuttigfte eigen-
fchap: zy doet het geluid en de licht-
ftralen fnel doorpasferen , en de
dampen en uitwafemingen genaakke-
lyk opklimmen; zy verfchaft den vo-
gelen eene vrye en vaardige vlucht,
en ons eenen onbelemmerden door-
gang en beweging; zy doet ons
ruim ademhalen, en maakt de per-
fmg op ons lichaam van alle kanten
dezelfde, waardoor zy te weeg-
brengt, dat wy naauwlyks gewaar
worden het verbazende gewicht
van lucht , dat fteeds op ons lichaam
drukt; en eindelyk zy maakt de
lucht gefchikt, om door de kleinfte
openingen van ons lichaam tot in de
OVER DE KIKDERPOKJBS.
binnenfte deeltjes in te dringen en
fcich met dezelven te vermengen,
cm tegenftand te kunnen bieden aan
de perfing der buitenlucht, die (zoo
dit niet gefchiedde) onze lichamen
plat tot een zoude drukken. En naar-
dien de buitenlucht aan gedurige
veranderingen onderworpen is, en
hare drukking telkens verfchilt; 200
moet ook de inkrimping en uitzet*
ting der binnenlucht, om het even-
wicht te houden , zich gedurig yerwis-
felen: en door deze beurtlingfchc
bewegingen word de omloop der
vochten in het dierlyke lichaam f
doch vooral in de planten, onge-
meen veel bevorderd. Dat zy
ook electriek of brandfleenkrachtig is^
kan men uit de volgende proef ge-
noegfaam opmaken. Wanneer men r
de dampkring zeer droog zynde,
eene twee duims dikke,en drie voet
lange, glazenbuis met eene drooge hand
lang vryft , word een donfen veertje ,
in de lucht losgelaten zynde, vau
de buis aangetrokken ; en een wei-
nig tyds daaraan gezeten hebbende^
met grpote kracht weggedreven; bly<
yende in de. lucht zweven ^ en wor-
T a
2p2 S. A. DE MORAAZ, ANTWOORD
dendedoor de buis omgevoerd, zon-
der dat het veertje de biHs kan aan-
raken, voor en aleer eenig ander
lichaam, hetwelke niet brandfteen-
krachtig is, by het veertje gebracht
zy: wanneer hetzelve aanftonds we-
der naar de buis getrokken, en ook
6p nieuw wederom weggedreven
word. Dan deze proef gaat niet
door, als het weder vochtig is: een
zeker bew^s, dat de waterdampen
brandfteenkrachteloos en veeleer ge^
leiders zyn, die het veertje van hare
brandfteenkracht, die zy van de buis
verkregen had , berooven ; en hier-
door te weeg brengen, dat het op
iiieuw wederom door de buis word
^angetrokken, of fomtyds geheel
irachteloos op den grond nedervalt.
i Eindelyk is de lucht -eerie beften-
dig blyveride vfoeiftof: om dat zy
"hare vloeibaarheid nooit verliest, ai
is zy jaren lang in eene zeer dicht
geQotene fles -bewaard; of al word
J zy door de fterkfte perftng verdikt,
en aan de- grootlle koude, die de
iiatimr of kunst opgeefc, blootge-
lleld.
Tot welke hoogte de lucht zich
bo-
OVER DE KINDERPOKJES, 293
bovcn ons verheffe, kan men met
geenp zekerheid juist bepalen. De
Heer HALLEY berekende uit de veer-
krachtswet der lucht; alsmede uit
de gebrokene lichtftralen, desavonds,
en in den morgenftond ; hare hoogte
op 45, doch de Heer DE LA HIRE
op 5.1. Engeljche mylen: dan het is
niet mogelyk , op eene van beide wy-
zen, de ware hoogte te vinden. MATHO
meent, uit eene verdere befchouwing
der vliegende lichtjes, welken in de
laatfte jaren zoo ineenigvuldig in de
lucht gefchenen hebben, dat d,e
dampkring veel hooger zy: - anderen
wiilen, dat zy eene hoogte van 60. En-
.gelfcbe mylen bereiken zoude. Was
.de 'lucht overal, op verfchillende
hoogten, even dik: dan zoude men
gemakkelyk de ware hoogte kunncn op-
maken, uit het verichil van den (land
des barometers aan den voet en op den
top eenes hoogen bergs; doch die
eigenfchap bezit zyniet, en evendaar-
om is zy voor ons des te nuttiger;
naardien het anders nooit regenen , en
zoo vele ongeregeldheden gcboren zou-
den worden, dat weinige dieren of
planten daarin louden kunnen leven.
T 3 Nog
594 * At ^ MOFAAZ, ANTWOORD
Nog voegde ik by myne bepa-
ling van de lucht, dat zy voor het
beftaan van alle ondermaanfche wezens
zoo gefchikt en noodzakelyk is, dat zon-
der dezelve geen dier noch plant
voortgebracht worde, leve, noch
groeije; zelfs zullen geene eijeren in
et luchtledige iiitkomen, Proeven
met de luchtpomp bevestigen om-
trent de dieren , dat zy in het lucht-
ledige fterven , indien niet fchielyk lucht
daarby bygelaten worde; de visfchen,
en andere waterdieren niet uitgezon-
derd: danzy, die zoowel in het water
als op het land leven , gelyk de kik-
vorfchen, waterhagedisfen , en meer
anderen , kunnen het veel langer uit-
houden in eene lucht , welke door uit*
pomping van den ontfanger zeer mer-
Jcelyk verdund is \ en het fchyntzelfs,
in het begin der proefneming, als of
hen sulks in het nrunste niet benadeel-
de : vliegen en eenige andere injecten
Jcunnen verfcheidene dagen in dit zoo-
genaamde luchtledige leven ; doch ra-
kenbuiten ftaat om te vliegen, en ver*
lie^en ook eindelyk hun leven, Som-
migenwillen, dat het zaad der plan*
ten, befprgeki en gebroeid in dq
aar-
OVER DE KINDERPOKJES. 295
aarde onder een luchtledig glas , wel
groeije; maar veel trager, dan in de
lucht: en dat dus de groeijing wel
veel maar niet geheel belet worde:
dan BOERHAVE getuigt, dat alle plan-
ten, mosfchen, kroos, en wat het
ook moge zyn, ras fterven in eene
plaats zonder lucht; of daar de lucht
lang ftil ftaat , en niet ververscht
word.
De door zyne groeijende weegkun-
de beroemde Heer STEPHEN HA-
LES ftelt : dat de lucht fomtyds in
een' vastgelegden , en fomtyds in
een* veerkrachtigen ftaat zy: en hy
toont door veelvuldige proeven aan ,
hoe zy fomtyds gemakkelyk, doch.
fomtyds zeer moeilyk, uit den
eenen in den anderen ftaat gebracht
kunne worden : en dat dieren en
planten voornamenlyk groeijen en on-
derhouden worden door lucht in de-
ze twee ftaten: de vaste deelen door
vastgelegde; en de vloeibare deelen
door veerkrachtige lucht: want de
lucht dringt in groote meenigte door
de porien van planten en dieren, al-
waar een gedcelte vandezelve, vastge-
legd wordende, als het cimtnt is, dat
T 4 de
. A. DE MORAAZ, ANTWOORD
de vaste deelen famenvoegt; terwyl
dat gedeelte, het welke vcerkrachtig
blyft, de werkfaamheid der vochten
in ftaat houdt. De veerkrachtige
lucht, die in vele lichamen bevat is,
word in dezelven gehouden door het
ewicht van den dampkring, en kan
oor gemeene koking en de luchtpo m p
daaruit gehaald worden; maar de
vastgelegde lucht, die degrootftehoe-
veejheid uitmaakt, kan daaruit niet ge*
haald worden dan door diftillering,
gisting, of verrotting. Indien vastge-
legde lucht niet met moeite uitde li-
chamen kwam, en eenigen tyd be-
ileedde om zich los te maken van de
2elftlandigheden, waarin zy bevat
v/as, zoude zy dezelven in ftukkenry*
ten; boomen zouden van eenfcheuren
door de verandering van lucht uit een'
vastgelegden tot een' veerkrachtiigen
ftaat; en de dieren zouden in grui-
&elen barften door de ukzetting van
de lucht in hun voedfel: en wierd zy
'in fommige zelfflandigheden eenskiaps
losgelaten, zy zoude alles wat 'er by
en omtrent was meteen veel grooter
eweld dan buskruid aan ftukkea
De2e theorie .van den Heer ;HA-
LSS
OVER DE KINDE&POKJ'ES.
I.ES is ook van andere natuurkenners
door proevenbevestigd r en omhtlsd.
Dat bet viuir ito bet lucht ledige uit-
dwe, zoo als ik ook in myne bepa-
ling zeide: ondervindt men duideiyk,
wanneer eene gloeijende kool meteen
yzerdraad in een ontvangglas opge-
hangcn, en de lucht daaruitgepompt
word: ook gaat dan eene branden-
dekaars, onder een hoog ontvangglas
ftaande, zeer fchielyk uit.
j Eindelyk , dat bet water zonder toe^
voer van lucht bederve, ondervindt de
seaman op lange reizen, wanneer by
het water in dichtbeflotene vaten ia
lang geene lucht komt: 'hetzelve " be-
derft ; word ftinkend ; en onbruikbaar :
en hy weet geen beter middel om het
cenigszins te verbeteren en : drinkbaar
te maken, dan het in groote fteenen
kruiken af te tappen , en een' tyd lang
aan de vrye lucht bloot te ftellen.
Zulk eene fyne en zuivere lucht,
als ik eerst bepaald, en vervolgens in
alle deszelfs eigenfchappen nader om-
ichrev"en heb, is nooit de darnp-
- kringslucht: de beste en zuiverfte is
nog altyd min of meer met vreemde
lichaamtjes befmet bevonden. De ge-
t
S. A. DE MORAAfc, ANTWOORD
dephkglfteerde lucht, door den Heer
PRIESTLEY allereerst uitgevonden >
komt in fyn- en zuiverheid wel het
mast daarby: en muntzoo verre uit
boven gemeene dampkringslucht, dat
een dier, in eene met gedephkgifteerde
lucht gevulde flesch opgefloten, vier-
vyf- ja fomtyds zevenmaal langer
blyft leven, dan in eene gelyke flesch
gevuld met de beste en zuiverfte
dampkringslucht: ookwordde vlam
van eene kaars , in dezelve gehouden ,
grooter; en krygteen' allerverwonder-
fykften luister, waarvan de oogen
fchemerblindworden : gloeijendhee-
te houtskool, daarin geftok^n, word
fchynende ; en geeft vonken van zich.
Befchouwen wy nu verder de ove-
rige deelen, die onzen dampkring
uitmaken !
Onder de verfchillende deeltjes, die
in de lucht opklimmen , en den damp-
kring vormen, zyn de waterdampen
jriet van de minften : zy kunnen zich
14000 malen uitzetten , of ylerworden
dan het water zelve; gelyk gefchiedt,
als het water kokende, en FHAREN-
HEITS thermometer op 212. graden ge-
rezen is: maar zoo groot eene hitte
on-
OVER DE KINDERPOKJES. 299
ondergaat de dampkring nooit : 90
graden is in ons Land al van de groot-
fte; en deze maakt den damp 5943-;
malen yler dan water: en eerst als zy
op 12 graden gedaald is, blyft de
damp nog omtrent 800 malen uitgezet;
en dus alsdan nog even zoo yl als de
lucht, wanneer haar ylheid zich be-
vindt in het middengetal tusfchen 606
en iooo: zynde de minfte en groot-
fte uitzetting, welke ik van de
lucht tot die van het water gefteld
hebbe, Hierby komt nog, dat de
lucht ook door de koude zoo wel als
de dampen inkrimpt, minder yl, en
dikker word: waaruit dan blykt,
vooreerst!: dat deluchtfoort onderfchei-
delyk zwaarder is, dan de waterdam-
pen; en dus zeer gefchikt ona eene
groote meenigte daarvan op te houden :
en wyders : dat het water, door weinig
vuur vluchtig wordende , het geheel
jaar door in damp kanopftygen [rf]:
ter-
[d] LE ROY , en cenige latere natuurkundigen ,
den het genoegfaam voor volftrekt onmogelyk : dai
de gewone zomerwarmte , alleen , het water in dam-
pen kunne veranderen ; ennogveel minder, dat deze
dampen in de koudere bovengewesten des dampkrings %
gednrsnde zoo langen tyd, dry yen kunnen , zonder
300 S. A. DE MORAAfc, ANTWOORD
terwyl de zouten, olien, en andere
ssware vloeiftoffen, ofdeelen van vas-
tc lidiamen, veel meer vuur noodig heb*
ben om vluchtig te worden; en daar-
om alleen maar in de heetemaanden
rOpryzen, Geen wonder dan! dat wa-
terdamp het grootfte gedeelte van den
damp-
aanftonds indroppels.famente loopen , en op deanrde
neder te vaileu: zy.vvillen, dat de opklimmini>- van
het zwaariiere- water ineene lucht, die veel lichter is,
zeer veel overeenkomst; hehbe met die fcheikundige
ontbmdijigen ; en dat de lucht het water even zoo
qntbindt en omdraagt, *als het water de zouten : en
zy niecnen in alle byzdndere verfchynfelen ., welken
,de dam pkring ople vert, eene juiste overeenkomst te
'viaden metde zoodanigen, welken uit de ontbinding
der zoutdeeltjes met het water voortkomen. Ilet
-zoude te ,'verre buiten niyn beftek , gaan , om alle de
dampkringsveifchyntelen iecjer afzonderlyk volgcns
deze nieuwe theorje te verklareii. Men vindtditindc
natuur- en zedekundige befcllouwing der aarde , ge-
Vf>lgd naar het Hoogduitsch van ZOULNER en LANGE //?
Qeel 4* Hcofclftuk. Ik zal bier alleen nog aan-
merlcfen, dat de hitte der zon op verre na' de
eenige oorzaa'k .niet zy van de be.ftendige uitwafe-
^ming.onzer zoo onmeetbare waterplas : de winden.
breiigen ook hieraan ^eel toe . ' Dit blykt , wanneer
Hien nat dock of linnen, buiten de zonneftralen , aan
den wind blootftelt : het gene door den wind , welke
-alle waterdeeltjes daaruit wegvoert, fpoediger op-
droogt : OOK bevorderen nog de ftormwinden de uit-
damping der zee daardoor , dat zy deszelfs opper-
vlakie, door de golven die zy verwekken, merkelyk
vergrooten; en dus eene veel uitgebreider oppervlak-
"te aan -te . vereenigde .werking der zonneitralcn en
jtucht biootflcllen.
OVER DE KINDEHPOKJES. 301
dampkring uitmaakt: voofal, zoo wy
hierby nog overwegen, hoe de uit-r
gettrektheid der wateren , die van
het vaste land, meer dan twee derde
gedeehen, overtreffe ; en dus eene
onuitputbare bron oplevere voor de
verbazende meenigte dampen , die zich
beftendig over het vaste land verlprei*
den , en zich zoo verdeelen , dat zy (ge-
deeltelyk) in den dampkring opklinv"
men; en daarin, ofhoog boven met
eene dunnere lucht in.evenwicht ge-
raken; of lager, in. de gedaante van
woiken., raevel, of mist, blyven ban*
gen; of, veranderd in regen, hagel,
of fneeuw, op de aarde hedervallen :
dbch verre de meesten dezer; wa*
terdampen dringen in de aarde, ent
al wat daarop is, vooral in menr
fchen, dieren , en planten ; waaruit.zy
eehter in groote meenigte, inzonderr
heid by dag, wederomuitwafemen, en
in den dampkring opklimmen, met
zich voerende verlcheidene vreemd],, en de aarde
y riichtbaar maafct , door de zouten eh
olien, die hy uit de lucht aan het
aardryk mededeelt. Ook zyn zy , in
koudere landen, voor het pla^ntenryk
byzpnder voordeelig: naardienzy het
luchtsgeftel zeer verzachten en ver*
warrrven. Vandaar, dat koudere lan-
den, die aan zee liggen, v.e'el warmer
en vruchtbaarder zyn, dan anderen,
welken dieper landwaards inliggen.
Aan de westelyke en benedeniie dee-
l Y -n van ITALIE is de zeelucht zoo by-
bonder warm, :dat de orangeboomea
aan den oever zoete vruchten yoort-
brengen; die anders in het land zuur
) lyven: en dat de rozengaarden van
i>ASTU:vi tweemaal 'sjaars bloeijen.
D ligt meer noordelyk dan
ND: echter is de winter
ai-
1 ; [e] De proevep van PRIESTLEY en anderen toonen
aan,: dat de lucht ^welke reeds voor de ademhaling,
eu tot onderboud van 't vuur , onbekvvaam was ge~
v/'iV-.i^n, wederom gezuiverd, en op nieuw daartoe
1 kwaam : gem?inkt vvord; wanneer men dezelve met
v.-uier in et'ie flesch door elkander ichudt : nemende het
.water,. als.J?.iu zoo nietalle, nochtans de meeste
\, c ,. : ;,, d LV i .M,, welken met de lucht vermengd wa-
fen, naar 2ich. Vandaar, dat men de lucht zuiverer
tn gczunder op zee, dan op 't land, bevindc.
OVER DE KINDERPOKJES.
aldaar niet zeer ftreng: men kafi zelfe
daar vele boomen in de opene luchfc
voortteelen, die men in DUITSCH-
LAND in trekkasfen moet bergen. In
CAROLINA groeijen aan den oever der 1
fceevygen, limoenen, en granaatboo-
men; die anders in 't land omkomen,
naardien de winter daar ftrenger is dan
elders: en zelfs duren zy eenige ja-
ren, als zy maar in den winter onder
de wolken, die de zee uitwafemt>
ftaan kunnen.
Behalve deze waterdampen heeft
men nog eene meenigte foorten, die
uit andere vloeifloffen uitdampen:
waarvan eenigen nuttig > velenzeeron-
gezond; en fommigen zelfs doodelyk
zyn. Door den damp van azyn zui-
vert men de ziekvertrekken van al-
ien ftank en rottige uitwafemingen;
en daartegen is die van terpentyn,
traan, en andere olien, voor onzeadem-
haling en gezondheid zeer nadeelig:
die van teer houdt men voor een be-
hoedmiddel tegen de pest : maar die
van zeepfop houdt DIEMERBROEK, en
ook anderen , in pesttyden voor zeer
fchadelyk. De damp van gistende
most, die zich in de lucht verfpreidt,
xr. DEB*. X k ward
,306 S. A. DE MORAAZ, ANTWOORD
word voor een derheilzaamftebehoed-
jniddelen tegen de pest geroemd:
doch wanneer diezelfde damp uit het
gat van een vat met werkenden wyn
vliegt, doodtzy oogenbliklyk, wanneer
men 'er met den neus voorligt, even als
of men door den blikfem getrofFen
werd : ook heeft dfe damp van gistend
bier des winters in dichtgeflotene
kelders meenig een' het leven gekost.
Eindelyk klimmen in den damp-
kring ook eene meenigte verfchillen-
de foorten van uitwafemingen op:
die daarin van evengemelde dam-
pen onderfcheiden zyn , dat zy uit vas-
te lichamen haren oorfprongf hebben j
terwyl de dampen uit vloeiftoffen
voortkomen. Daar nu niets de kracht
van 't vuur wederftaat, en al wat het
vuur kan vluchtig maken, in den
dampkring (volgens BORHAVE)kanop-
klimmen ; zoo dat de drie ryken der
natjiur van al hunne voortbrengfels
den dampkring bedeelen: zynde het
plant- en dierenryk in deze oedeeling
200 mild, dat de zelfftandigheden ,
waaruit de planten en dieren zyn fk-
mengefteld, zelfs na hun leven door
yerrotting vluchtig geinaakt, meest al-
ien
OVER DE KINDERPOEJES.
len in den dampkring overgaan : '
zoude ik dus beginnen? waareindi-
gen? indien ik de in foort onderfchei*
dene zelfftandigheden , die den damp*
kring vormen , alien wilde optellen ; en
in haren byzonderen aard en eigfcn-
fchappen voorftellen, Ook zyii *et
zeer velen, die onze zintuigen nooil
gewaaf worden > en echter daar zyn ;
de hond weet op den reuk zyn's mees
ters voetftappen te volgen, en hem op
te zoeken ; ook weet hy het wild daar-
doorte ontdekken ; en wy rieken daar-
van niets. Bovendien zyn 'ef tyaaf*
fchynelyk nog verfcheide voortbreng-
fels> die uit eene vermenging van zoo
eene meenigte verfchillende zelfftan-
digheden in den dampkring zelve ge-
vprmd en voortgebracht worden: ert
die wy nooit kennen kunnen.
De lezer, die eenige foorten vail
uitwafemingen wil opgeteld zien>
kan die vinden by den grooten natuur-
kenner MUSSCHENBROEK : die (in het
boofdftuk over bet algetneene der lucbt~
verhevdingeri) verfcheide foorten van
deelen optelt , welken uit de aardfche li-
chamen in den dampkring opftygen*
gn des^elfs deeleii uitmaken; waar-
V i Vart
308 S. A. DE MORAAZ, ANTWOORD
van hy de zout- en zwaveldeelen als
het aanmerkelykfte getal opgeeft. Het
zy genoeg, dat ik in 't gemeen, even
als over de dampen, hiervan zegge:
dat eenige uitwafemingen niet al-
leen voor onze ademhaling en ge-
zondheid voordeelig; maar zelfs voor
onzen geest, door den lieflyken geur,
dien zy verfpreiden , en aan onze reuk-
fcenuwen mededeelen, zeer vervroly-
kend en verlevendigend zyn! Men
denke maar eens aan die groote mee-
nigte bloemen en planten: wie kanze
alien optellen ? welken , in den aangena-
men lentetyd , door haren lieflyken
geur,hartenenzinnenftreelen, en ons
als doen herleven ! Wat verkrygt men
niet al nuttige uitwafemingen , om den
bedorven' dampkring van ziekvertrek-
ken te verbeteren , door het branden
van verfcheidene welriekende houten?
als pokhout, dat van dennen; pyn-
cypresfen, en geneverboomen: ja zelfs
van eikenhout. Het falpeter in brand
geftoken, brengt met weinige kosten,
eene gedephfogifteerde zuivere en veer-
krachtige lucht voort: zooookgeeft
de zwavel (waardoor de fcheikunde
het iterkfte gif, en zelfs het rotten-
kruid
OVER DE KINDERPOKJES. 309
kruid , temt) wanneer men die in den
brand fteekt, eene meenigte uitwafe-
mingen , die onvoorzichtig ingeademd
wel zeer verftikkende , maar niet min-
der luchtfeuiverende zyn: vooral
wanneer zy met falpeter vermengd
word; waardoor zy fchielyker ont-
brandt, en veel van haar verftikkend
vermogen verliest. Vandaar, dat het
aanfteken van buskruid (het gene uit
zw&vel, falpeter, en houtskool, isfamen-
gefteld) zoo nuttig bevonden word,
om den dampkring zelve van befmet-
felen te zuiveren. Toen in het jaar
1 598. de Spanjaards RHYNBERK beftorm-
den, geraakte eene kruidtoren in
brand, en barstte met zoo een'gewel-
digen flag vaneen , dat verfcheidene
huizen inftorteden, en vele menfchen
onder de puinhoopen verpletterden :
doch het zonderlingfte was, dat de
pest, die een tyd lang daar gewoedt
had, federt geheel ophield. Wel is
waar, men moet zulks niet alleen aan
de luchtzuiverende zure uitwafemin-
genvan h^t falpeter en de zwaveldeelen
toefchryven: maar vooral ook aan de
fterke beweging der lucht, door deze
geweldige uitbarfting veroorzaakt.
V 3 Zoo
s* A. E>E MORAA&, ANTWOQRD
ook telt men de uitwafemingeri
van fteenkolen, pik, en eenige fpece-
ryen , onder de vermogendfte behoed-
middelen tegen de pest, en andere be-
fmettelyke ziekten. Dan daartegen
word de dampkring ook beladen met
uitwafemingen, dievoor onzegezond-
heid zeer nadeelig 2yn ; en tot veieby-
^ondere gebreken aanleiding geven.
De uitwafemingen van bilfenkruid,
fafraan, leiien, dovekolen, en meer
anderen, tasten hoofd en longen aan:
de bladeren der dolbezien ofwolfsker-
fen (atropa belladona) zyn , volgens ge
tuigenis van ZIMMERMAN , zoo fchade-
lyk , dat wanneer men de^el ven iemand
voor de oogen houdt, de iris in het
pog hare natuurlyke veerkracht ver-
liest, lam word, en zich onnatuurlyk
verwydert. De uitwafemingen van men-
fchen in beflotene vertrekken, gevan-
genhuizen , bofpitakn , of op fchepen ,
met groote hoopen by een getroept,
zyn ten uiterfte fchadelyk bevonden,
vooral wanneer de lucht niet ver-
Bieuwd of ververscht word : en daar
die van zway el, fchielyk ingeademd , de
longen verftikken j brengen die van
lood^it de cgHca $i((ovutn> of fchil-
ders
OVER DE KINDERPOKJRS. 31!
ders buikpyn , voort. En eindelyk zyn
'er nog zulke fnelwerkende uitwafe-
mingen, dat zy het dierlyke leven ter-
flond overweldigen ; hetzelve in zyne
bron opzoeken, aantasten, en vernie-
len : van dien aart zy n die van het ar-
fenicutn> en van eene meenigte andere
delfftoffen. \
Laatftelyk verfpreiden zich nog in
den dampkring eene meenigte kleinc
zaadjes, en eijertjes, van velerleifoor-
ten van planten en diertjes; waarvan
eenigen vergiftig en venynig zyn:^
ja zelfs zweven 'er in den dampkring
nog vele onzichtbare plantjes en dier-
tjes, benevens hunne zaadjes en eijer-
tjes; waarvan eenigen , nietalleenvoor
het planten- maar ook voor het die-
renryk , ongemeen fchadelyk zyn: kun-
nende zy, zoowel uit- als in wendig, onze
lichamen beledigen , en naar de meening
van fommigen verfcheideneheerfchen-
de ziekten voortbrengen . KIRCHERUS ,
en andere beroemde mannen , hebben
alleen aan deze diertjes de oorzaak
der epidemifche ziekten toegefchreven.
Men heeft door het vergrootglas ook
roode bloedelooze diertjes ontdekt,
die men wil> dat meer dan eens in de
y 4 lucht
12 S. A. DE MORAAfc, ANTWOORD
luchtzoo meenigvuldig zyn geweest,
dat de regen zich daardoor rood vei>
toonde, en van velen voor bloedregen
werd aangezien en gehouden.
Dit zy genoeg over de kenbare
hichts- en dampkringshoedanigheden,
om by vervolg daaruit te betogen : dat
de befmetfelen , die heerfchende ziek-
ten, en wel byzonder kinderpokjes,
voortbrengen, in den dampkring huis-
vesten; en wegens eene verfchiilende
luchtsgefleldheid aan- of weggevoerd,
en minder of meerder verfpreidt wor-
den: zoodat, offchoonmen uit deze
kenbare luchtshoedanigheden de eigen-
lyke oorzaak, die de kinderpokjes
voortbrengt, in harenaardenwyzevan
werken niet leert kennen, zy echter
de voornaamfte oorzaak zyn , zoowel
van het aan- als wegvoeren van he.t
pokfmet j en dus, in het voortbrengen
en uitroeijen dezerziekte, geengering
aandeel hebben. Ook kunnen zy aan
het gantfche beloop dezer ziekte veel
voor- of nadeel toebrengen: en zelfs
de toevallen der kinderpokjes hangen
seer veel van deze kenbare luchtshoe-
danigheden af. Zoo was, by voor-
de ongemeen groote droogte,
die
OVER DE KINDERPOKJES. 313
die in het jaar 1681. in ENGELAND der
menfchen geheugen te boven ging,
(volgens de waarneming van SYDEN-
HAM) oorzaak, dat men in de toen-
maals heerfchende kinderpokjes eene
meer dan gewone ontfteking met der-
zelver toevallen heeft waargenomen.
Om zoo eene drooge dampkringsge-'
fteldheid te verbeteren , kan men met
voordeel takken van vlier- of willigen-
boomen in eenen emmer met water
zetten, en in het ziek vertrek plaat-
fen; het gene niet te pas komt, maar
veel eer Ichidelyk word, wanneer de
dampkring vochtig is: alsdan behoort
men dien te verbeteren door het bran-
den van welriekende houten: waar-
uit men wederom ziet, dat zelfs in het
behandelen der kinderpokjes , zoowel
als in het genezen van andere ziek-
ten , de kenbare dampkringshoedanig-
heden eene allernoodzakelykfte we-
tenfchap uitmaken.
Nu zoude ik over de luchtverhe-
velingen nog dienen te handelen: de-
wyl zy ongemeen veel toebrengen
aan eene goede, of kwade; aan eene
bffmettende,ofnietbefmettende;damp-
kringsgefteldheid^ Dan naardien de
V 5
314 s - A ' DE MORAAZ, ANTWOORD
groote MUSSCHENBROEK ! in zyne Be*
ginfelen der nqiuurkunde: over dezen
in hetgetneen, en over ieder in het by-
bonder: zoo uitmuntend, kort, en za-
kelyk, gefchreven heeft, dat ikniets
weet daarby- of af te doen: wyze
ik den lezer naar dit voortreffelyke
werk. lets echter, doch alleen ook
maar iets, zal ik tot myn oogmerk
over de winden aanftippen. En wel
vooreerst in het gcmeen daaroveraan-
inerken , dat zy of fchadelyk of nut-
tig zyn kunnen: fcbadelyk,vooj: zoo-
verre zy de befmetfelen van elders uit
befmette naar onbefmette plaatfen
ianvoeren: nyttig daartegen, indien
zy
[/] Dat de winden de befmetfelen met alleen weg-
dryven , maar ook hooger opvoeren , en dus de be-
Bedenlucht daarvan zuiveren , blykt ten klaarfle ,
Vrann.eer men acht geeft op de voornaamfte hoofd-
onrzaak , waaruit de winden geboren worden . Ira-
mers ontflaan zy , wanneer het evenwicht der Uiclit
weggenomen 9 en even als een tocht in de lucht ver-
wekt word: gelyk gefchiedt, wanneer eene kolom
lucht , door hitte uitgezet , verdund , en lichter gewor-
den , door eene zwaardere luchtkolom weggedrukt ,
en opwaards gedrongen word ; te gelyk dan met
zichopvoerende de befmetfelen, dampen, en uitwa-
femingen, waarmede zy vermengd is, en diefoff*
fek nog lichter zyn. Men kan door eene eenvoudige
dit bevestigd zien. Stook eene dicht ge-
flo
\ .- ,
OVER DE KINDERPOKJES.
zy uit etfne befmette plaats de be*
fmetfelen, zoowel als alle andere
fchadelyke dampen en uitwafemingen ,
of hooger in den dampkring opvoe*
ren [/] , en ? alzoo de benedenluche
daarvan zuiveren , of ook wel vandaar
naar elders wegdryven en verfpreiden.
Dat vervolgens alle ftormwinden , zoo
wel als plasregens , en onweersbuijen,
zeer luchtzuiverende en , veeltyds dien-
ftig zyn, niet alleen om uit de lucht
alle onreine dampen, uitwafemingen,
en befmetfelen, weg te dryven ; maar
ook om door de beweging, diezyinde
lucht maken , de verrotting tegen te
gaan, die anders door eene iUlle lucht
flotene kamer warm , op dat de daarin zynde lucht
zich verdunne en uitzette : open vervolgens de deur
van een naastbyliggend vertrek, het welke kouder
is ; en de zwaardere lucht zal aanftonds daaruit in-
dringen, en om dat zykrachtiger is, delichtcre lucht
opwaards dryven : waardoor een tocht in beide ver-
trekken onftaan zal , dien men in de warme kamer
meest aan de beenen gevoelt, en welken men oofe
duidelyk kan waarnemen , door op verfchillende wy-
2en eene brandende kaars in de opening der deur re
plaatfen : want zet men de kaars naarby den grond,
dan ziet men de vlam uit het koudere naar het war-
mere vertrek waaijen ; en integendeel naar het kou-
dere , wanneer de kaars in het bovenfte gedeelte der
openrtaande deur gehouden word: en alleen in het
midden van dezelve word men geen' tocht gewaar.
316 A. S. DE MORAAfc, ANTWOORD
seer bevorderd word. Varfdaar, dat
men by de pest en andere befmettely-
ie ziekten veeltyds lange aanhouden-
de ftilte, die de befmetting zeer be-
vordert en langdurig maakt, waar-
xieemt. Men vindt reeds by HOME-
BUS [], dat toen APOLLO verzoend
was , en het Griekfche leger van de pest
bevryden wilde, hy een' fterken wind
2ond. De myndelvers, eer zy zich
iieclerlaten , werpen eene handgranaat
in de diepte, door welker losbran-
ding , even als door den fterkften wind ,
de lucht in de myn zeer Inel be-
weegd, endeopeengepakteuitvloeifels
verdreven worden: waarna zoodani-
ge mynen, waarin men anders zoude
omkomen, veilig kunnen bewerkt
worden. Vervolgens houdt men in het
byzonder de oosten-, nporden-, en
vooral de noordoosten winden in ons
land voor de meestluchtzuiverenden:
zy doch doen den barometer door de
2ware lucht, die zy aanbrengen , ry-
zen, en dus worden de fchadelyke
dampen en uitwafemingen , zoo wel
als debefmetfelen, hoogeropgeheven,
en de benedenlucht daarvan gezui-
verdt
[g] ILIAD. Lib. /./. 21.
OVER DE KINDERPOKJES. 317
verd. Het tegenftelde doen voornamen j
ly k in ons land de westen- en zuidwesten
winden, die daarom voor onze ge-
zondheidnadeeliger gehouden wordeo,
Voor fommige geftellen echter is de
noordenwind, wegens zyne koude en
fchraalheid, niet aanminnig. LODE-
WYK DE XI de , in een' zwakken toe-
ftand zynde, gaf bevel, om den HE-
MEL ter afwending van den noorden-
wind te fmeeken: AUGUSTUS daar-
tegen was zoo overtuigd van deszelfs
heilzaam en verfterkend vermogen,
dat hy een' autaar voor den noorden^
wind liet oprichten ; en denzelven on-
der het getal der Goden plaatfte.
Men moet intusfchen aan de winden,
op zichzelven befchouwd, geene by-
zondere hoedanigheid , kracht, of
deugd, toefchry ven : naardien dezelfde
winden, wegens de byzondere lig-
ging der landen, waarin zy waaijen,
dikwyls eene zeer verfchillende
en gants tegengeftelde uitwerking
hebben. Zoo is (by voorbeeld) in ons
land de zuidoostenwind, die aller-
minst en meestal met gematigde
kracht waait, voor ons zeer aanmin-
pig; en brengt eenegetemperdelucht,
s. A. DE MORAA, ANTWOORD
en des zomers eetien vrtichtbaren re-
gen mede : rnaar in NAPELS daar-
tegen, alwaar diezelfde zuidoosten-
wind gemeenlyk in het voorjaar waait>
en firoccwind genaamd word , bevond de
Beer p. BRYDONE [ti] denzelven zoo
ongemeen verflappende, datdie, zoo
vel den inboorlingen als vreemdelin-
gen, alien lust> itioed, envtolykheid
beneemt j ja zelfs de verliefdheid der
KAP&LSCHE minnaren zoo fterk uit-
dooft, dat zy, gedurende den tyd dien
deze wind waait > zorgvuldig huiine
meesteresfen vermyden: ook brengc
hy daar zoo een' grooten trap van
matheid en werkloosheidinlichaamen
ziel beiden voortj, dat zy hen ohbe-
kwaam maken om hunne gewone ver-
richtingen te volbrengen, en alle wer-
ken van vernuft doen ilil ilaan : vandaai"
^elfs i als 'er een laf of zot gefchrift te
voorichyn komt, de fpreekwys > dat het
in den tyd van den Jiroccwind gefchre-
ven is: met een woordt alles lydt, en
de geheele natuur fchynt, zoolang die
hatelyke wind aldaar waait > volftrekt
te kwynen. Wyders ondervond di^
fchry*
[h] Relze 'door' SICILIE en MALTIIA:
vert. L Deel^ bl. 173 en 174,
OVER DE KINDERPOKJES. 319
fchry ver van dezen wind ook op
dezelfde nadeelige uitw>erking , als hy
te NAPELS aan land was gewaar gewor-
den: want van NAPELS ^naar MESSINA,
gezond en welgemoed , met eenen fris-
Tchen noordenwind onder zeil gaan-
de, begon den volgenden dag de firoce-
wind te waaijen : aanftonds geraakten zy
alien doodelykziek; en herftelden niet,
dan nadat die verdrietige wind bedaar-
de en ophield, Vervolgens te PA-
LERMO in SICILIE zynde, ondervond
hy de brandende hitte , die defiroccwind
aldaar aanbrengt: en diezooondraag-
lyk is, dat men geen fchepfel, zoo-
lang dezelve waait,op ftraatziet: zyn-
de de thermometer van 72, tot 112.
graden gerezenj doch de barometer
weinig aangedaan. Het is zeer pp-
merkelyk, dat de brandende hitte
van dezen wind aldaar geerie volkziek-
te , of eenige nadeelige gevolgen in de
gezondheid der inwoneren veroor-
saakt; daar hy, te NAPELS en in ver-
fcheide andere plaatfen van ITALIE,
alwaar deszelfs geweld hierby niet kan
vergeleken worden, dikwyls verzeld
gaat van rotziekten; en byna altoos
eene algemeene neerflachtigheid vaa
geest,
320 S. A* DE MORAAfc, ANTWOORD
geest, Bonder merkelyke daling des
barometers, voortbrengt.
Eindelyk kunnen winden , die vol-
gens de ligging der landen voor de
gezondfte en luchtzuiverendfte gehou-
den worden , op lommige tyden gants
tegengeftelde hoedanigfeeden krygen,
en zelfs zeer befmettelyk worden:
doordien naburige plaatfen, vanwaar
zy tot ons overkomen, befmet zyn;
en zy vandaar de befmetfelen mede
voeren , en heerfchende ziekten dver-
brengen* Waaruit dan blykt, dat
niet alleen de ligging der plaatfen,
rnaar vooral ook de byzondere tyden,
dienen in acht genomen te worden,
eer men over de voor- of nadeeligheid
der winden kunne oordeelen.
Langs dezen gebaanden weg van
algemeene dampkringskunde, kome
ik nu tot de BESMETSR.LEN zelven, die
ik eerst van de epidemifche [i\ ziekten
in
[t] Epidemifche ziekten zyn juist alien met befmet-
Jyk : want zoowel de voor- als ttajaarskoortfen , hoe
algemcen zy ook heerfchen mogcn , beimetten niet;
zcoals blykt, wanneer zoodanige lyders naar andere
plaatfen, daar deze koortkn niet heerfchen , over*
gevocrd worden.
OVER DE KINDERPOKJES. $21
in bet gemeen, en vervolgens van de
KINDEKPOKJES in bet byzonder, wat meer
van naby zal befchouwen.
Befmetfelen in bet gemeen zyn zoo-
danige fchadeiyke zelfftandigheden ,
die of door de dierlyke lichamen
uitwendig aan te raken, of door in-
wendig binnen dezelven in te dringen,
gelykloortige ziekten voortbrengen :
die op zekere tyden en plaatfen velen
gelyk , of den eenen kort na den an-
deren , aantasten , en algemeen zich ver-
fpreiden ; rerwyl zy eindelyk weder-
om geheel ophouden, en fommigen
een jaar, doch anderen verfcheidene
jaren , voorby laten gaan , eer zy op
nieuw zich wederom openbaren. Zy
zyn zoo fyn, dat zy onze zinruigen
geheel ontvlieden: vandaar, dathurfne
byzondere gedaante, aard, en wyze
van werken, ons geheel onbekendzyn ;
en men hen tot geene eene foort van
bekende fcherpten brengenkan. Ook
is hetzeermoeilyktebepalen, vanwaar
de eertle beimetlelen hunnen oor-
fprong hebben : want, dewyl eenebe-
imetting, zoowel by mejafchen als die-
ren , altyd ten minfte twee lichamen
yooronderftelt: een, vanwaarhet be-
DS&L X feaet-
320 S. A* DE MORAAfc, ANTWOORD
geest, Bonder merkelyke daling des
barometer s , voortbrengt.
Eindelyk kunnen winden , die vol-
,gens de ligging der landen voor de
gezondfte en luchtzuiverendfte gehou-
den worden , op lommige tyden gants
tegengeftelde hoedanigheden krygen,
en zelfs zeer befmettelyk worden:
doordien naburige plaatfen, vanwaar
zy tot ons overkomen, befmet zyn;
en zy vandaar de befmetfelen mede
voeren , en heerfchende ziekten 6ver-
brengen, Waaruit dan blykt, dat
niet alleen de ligging der plaatfen,
maar vooral ook de byzondere tyden,
dienen in acht genomen te worden,
eer men over de voor- of nadeeligheid
der winden kunne oordeelen.
Langs dezen gebaanden weg van
algemeene dampkringskunde, kome
ik nu tot de BESMETS&LEN zelven, die
ik eerst van de epiaemifche \j] ziekttn
in
[/] Epidemifche ziekten zyn juist alien niet befmet-
Jyk : want zoowel de voor- als ttajaarskoortfen , hoe
algemcen zy ook heerfchen mogcn , beiinetten niet;
zcoals blykt, wanneer zoodanige lyders naar andere
plaatfen, daar deze koorticn niet heerfchen, over-
gevoerd worden.
OVER DE KINDERPOKJE&
in bet gemeen, en vervolgens van de
KINDEKPOKJES in bet byzonder, wat meer
van naby zal befchouwen.
tiefmetfelen in bet gemeen zyn zoo-
danige fchadeiyke zelfftandigheden ,
die of door de dierlyke lichamen
uitwendig aan te raken, of door in-
wendig binnen dezelven in te dringen,
gelyktoortige ziekten voortbrengen :
die op zekere tyden en plaatfen velen
gelyk , of den eenen kort na den an-
deren , aantasten , en algemeen zich ver-
fpreiden ; rerwyl zy eindelyk weder-
om geheel ophouden, en fommigen
een jaar, doch anderen verfcheidene
jaren , voorby laten gaan , eer zy op
nieuw zich wederom openbaren. Zy
7>yn zoo fyn, dat zy onze zinruigen
geheel ontvlieden: vandaar, dathurfne
byzondere gedaante, aard, en wyze
van werken, ons geheel onbekendzyn ;
en men hen tot geene eene foort vari
bekende fcherpten brengenkan. Oolc
is hetzeermoeilyktebepalen, vanwaar
de eerlle befmetlelen hunnen oor-
fprong hebben : want, dewyl eenebe-
Imetting, zoowel by meinfchen als die-
ren , altyd ten minfte twee lichamen
yooronderftelt: een, vanwaar het be-
DS&L X
322 S. A. DE MORAA2, A^TWOORD
fmetfel uitgaat; en een ander, 'twelke
bet ontfangt, en daardoor dezelfde
foort van ziekte als het eerfle ver-
krygt: zoo moet'erbuitentegenfpraak
in den beginne een de eerfle geweest
fcyn, die uit geheel andere oorzaken,
dan door het fmet van een' ander' te
ontfangen, eene befmettelyke ziekte
gekregen heeft. En is dit eens ge-
fchiedt, dan kan zulksook meermalen
gebeuren; zoodra maar wederom de-
zelfde famenloop van oorzaken , waar-
uit zoodanig eene ziqkte allereerst
oorfpronglyk ontftond , op nieuw plaats
heeft: het gene echter maar zeerzeld-
faam, en in fommige landea nooir,
fcnynt te gebeuren. VAN SWIETEN
bewyst, metgenoegfame voorbeelden ,
dat in fommige dieren [/] uit imven-
dige oorzaken, zonder eenige vooraf-
gaande beimetting, de hondsdolheid
kan ontftaan: en dat dit befmet-
fel in zoo een lichaam derrriate word
voortgeplant en vermeenigvulchgd ,
dac
[/] Als honden , wolven , vosfen , en kattcn : docli
het fchynt nooit tc gebeuren in paardjn , nsilin ,
fchapen, ezels, varkens , en andere dicrcn, dac zy,
(zonder vooraf^aandc Befmeitrng) allcen irv iinven-
dige oorzaken, dnl \vorden. Zie G. DK WIND over
4eJ^ergiften : in her Xlfte Dc&l ~de'r
van 'dif GENOOTSCIIAP : ' bladz* -51.
OVEIt DE KiNDERPOKjES.
dat hct gantfche dier in alle zyne dee.-
len befmettelyk word; zoo ver zelfs^
dat hetgeringlle deeltje van zyn fpeek*
fel vermogende is, om deze vreeslyke
ziekte aan anderen mede te deelen,
en alom te verfpreiden. Plegen wy
vervolgens met naauwkeurige waarne*
rningen hieromtrent raad: dezen lee**
i-en ons - 9 dat ook dikwyls van open-
bare uitwendige oorzaken heerfchende
ziekten ontftaan : welken de lichamen^
die zy aantasten* dermate verande-
ren , en hunne vochten zoo doen ont-
aarden, dat zy eene befmetting van
zich uitgeven, waardoor foortgelyke
aiekten worden medegedeeld aan an-
deren, die in het geheel niet aan die
openbare oorzaken> waaruit die eer*-
fte ziekten oorfpronglyk ontftonden^
zyn blootgeiteid geweest. Hieruic
moet men dus befluiten, dat het be-
fmetfel ook in het menfchelyke li-
chaam kan worden voortgebracht, en
vermeenigyuldigd, van eene ziekte^
die zonder befmetting uit openbare
oorzaken eerst is voortgekomen : en
dat een befmetfeJ, op deze wyze
eens geboren, vervolgens in ftaat
js > om wyd en zyd zich te ver
X 2
324 SI A. DE MORAAZ, ANTWOORD
fpreiden; en zoodanig eene ziek-
te heerichende te maken. Dan of-
fchoon men bekennen moet, dat
van alle foorten van befmettelyke
ziekten , de famenloop van oorzaken ,
die hen allereerst hebben voortge-
bracht, nietaltoos tedoorgrondenzy ;
200 zyn 'er echter fommigen, welker
oorzaken zich genoegfaam openbaar
maken , en die alleen aan de kenbare
luchtshoedanigheden hunnen eerflen
oorfprong verfchuldigd zyn. By voor-
beeld: wanneer eenlegerteveldetrekt,
gebeurt het meenigmalen , dat een ge-
declte op lage, vochtige, en moerasfi-
ge gronden gelegerd , en door pers-
loop , of andere heerfchende ziekten ,
algemeen aangetast word ; terwyl het
andere gedeeke, hetwelkehoogereen
droogere plaatfen betrokken heeft,
geheel vry b^ft, tot zoolang het Ic-
ger zich wederom byeen verzamelt:
v/anneer ook veeltyds het andere ge-
deelte beftnct raakt, zonder dat het
eenigszins aan die fchadelyke damp-
kringshoedanigheid , die uit vochti-
ge en moerasfige gronden ontftaat,
ooit is blootgeileld geweest. FO-
die omtrent het midden van
de
OVER DE KTNDERPOKJES. 325
de zestiende eeuw gebloeidheeft, ver-
haalt[] rdateen op itrandrottendewal-
visch, of groote zeevisch , zoo een onge-
meen bederf in den dampkring ver-
oorzaakte, dat daardoor te EGMOND
buiten en blnnen zelfs de pest ontftond ,
die eene groote ilachting onder de in-
woneren aldaar aanrichtte.
Nog kan men onder de openbare of
kenbare oorzaken, waaruit befmettende
ziekten hunnen eerften oorfprong ne-
men, ook eene kwade levenswys, of
bedorven en onnatuurlyk voedfel,tel-
len. Vandaar , dat men op eenen alge-
meenen hongersnood 3 en in eenelang-
durige belcgering, dikwyls depestziet
volgen: het beleg der flad LKI-
DE ftrekt daarvan ten bewyze. De
beroemde Geneesheer DE MAN [/]
geeft verfcheidene voorbeelden op :
niet alleen, hoedieren, wanneer zy
zich met venynige fpyzen voeden,
voor den mensch befmettelyk wor-
den; maarzelfs ook, hoe menfchen,,
die met vergif of venyn zyn opge-
X 3 voedt,
' [fl Lib. FT. Olf. 9. Tom. 1. pag. 20-.
[/] Bericht van de fchadelyke en zelt's doodelyke
geyolgen, welken (op het einde van het jaar 1777.)
z^ker venynig vogelgebraad binnen de ftad
E gehj^d heeft: bladz.y. en 10,
526 S. A. BE MORAAfc, ANTWOORD
voedt, befmettende geworden zyn,
Geene mindere aanmerking (zegt
hy) verdient alhier de bekende ge*
^ fchiedenis van die fchoone jonge
i> dochter, welke (volgens het khry-
ven van ARISTOTRLES, GALENUS,
w PLINIUS, AVERRHOC, AVICSNNA , CU
meer anderen) door den vergifti-
gen wolfswortel voorbedachtelyk
w opgevoedt, aan ALEXANDER den
^ GROOTEN ten gefchenk gezonden
werd; doch van hem, op het door-
ziende oog, en den wyzen raad van
ARISTOTELES, verworpen, zynen
? , hovelkigen ten deelviel: ^an wien
w zy, zoo velen daarmede te doen
hadden, door eenen vergiftigen by-
flaap, eenen onvermydelyken en
p fchielyken dood aanbracht
5> Van gelyke rnaakt j. SCALIGER
w g ewa g van ^ en 2 Q n des konings
^ van CAMBAJE: welke, door zyn*
?j) vader met venyn opgebracht, zoo-
^ danig vergiftigd was, dat de vlie-
gen door flechts zyn bloed-te ui-
gen dood nedervielen. EUSEBIUS
w KEURENBERGiusvoegt 'er by, dat by
dezelven enkel door zynen adem
doQdde; en i^ypoyic. BARTHEMA,
OVER DE KINDERPOKJES. 327
dat geene der wyven, welke met
hem eene naauwe gemeenfchap
oefenden, tot den volgenden dag
in het leven bleven.
En eindelyk vinden wy by
FROMMANNUS aangeteekend : datpo-
RUS, een Indlaansch koning, door
het dagelykfche gebruik van flangen
en venynen, zoo zeer vergiftigd zy
99 geworden, dat hy den omftanderen,
of door zynen adem , of door aan-
j, raking, of met zyn fpeekfel, naar
welgevallen dooden konde."
In hoeverre deze verhalen al , of
niet, geloof verdienen, laat ik geheel
onbeflist: dan de mogelykheid, dat
PORUS zich met flangen en venyn kan
gevoedt hebben, is buiten alien twyfel.
Want behalve , dat men zich langfa-
merhand aan het fterkfte vergif ^an
gewennen; zoo zyn 'er waarnemin-
gen , waarop men ftaatkan maken , dat
het addergif niet fchade, wanneer het
door den mond word ingenomen,
maar alleen dan, wanneer het door
in eene beet de wond word aange-
bracht en uitgeftort \m\.
X 4 Ein-
\w~] Zie DE WIND, in de voreugemelde Ferhanddingi
bl. -287.
S. A. DE MORA A2;, ANTWOORD
Eindelyk worden befmetfelen,
alleen in fommige ianden oorfprong-
lyk zyn, en daar landziekten voort-
brengen, ookovergebracht naarande-
re landen, waarin nooit die famen-
loop van oorzaken, waaruit zulke
fciekten onmiddelyk ontftaan , gevon-
den word. Zoo werd, in de twaalfde
eeuw, der Grieken L^ZARIE} en in het
Jaarst der vyftiende eeuw de VS.NUS*
jriEKTR, naar EUROPA overgevoerd.
Maar meer byzonder maken de be-
fmetfelen zich kenbaar door de uit-,
werkfelen en verfchynfelen , die zy
voortbrengen; en die zoo verfchillen-
de zyn, datmen billykmoge befluiten,
dat zy ook veelfoortig moeten wezen.
Eenigen beledigen de menfchen
niet, maar tasten alleen de dieren aan,
en nog wel ieder foort byzonder. By
voorbeeld de droes de paarden; de
veepest derunderen; de wormdefcha-
pen. Sommigen ontzien menfchen
jioch dieren; maar tasten die beiden
aan: 00 als de dolheid. De mees-
ten echter valJen op den mensch al-
]een aan: en van dezen beledigen
fommigen of alleen maar een zeker
gedeelte van ons lichaam ; zoo als het
fchurft
OVER DE KINDERPOKJES; 329
fchurft de huid; devenusfrnet (fchoon
zv in het deel dat aangeftoken word
rich gewoonlyk eerst openbaart) de
liesklieren , de keel, den neus, en
het aangezicht; het fcheurbuik het
tandvleesch; de uitvloeifelen van ont-
ftokene oogen de gezonde oogen; de
sdemtocht der teeringachtigen , en
vooral de flank van hunne fluimen,
de longen der gezonden , die dezel-
ven inademen. Maar velen doen het
geheele lichaam aan: gelyk de pest,
rotkoortfen , en een'e meenigteanderen.
Menkan dezelvengevoeglyk in twee
hoofdfoorten: in vaste , en vlu^ge, be*
Jmetfelen: onderfcheiden : en door een
vast befmetfel (contagium fixuni) zoo-
cianig een verftaan, het welke alleen
door, en nooit zonder, onmiddelyke
aanraking befmet, of zich mededeeit.
Tot deze fbort behoorthet gif van gif-
tige en dolle dieren; de venusfmet;
fchurft; kanker; en meer anderen: -
terwyl men door een vluchtig befmet-
fel (contagium volatile) zoodanig een
verftaat, het welke in den dampkring,
even gelyk de dampen en uhwafemin-
gen, opklimt, huisvest, en lichamen
(die voor befmetting vatbaar zyn) ont-
X 5 moe-
33 S. A. DE MOKAAZ, ANTWOORD
rnoetende aantast, en befmet. Vande-
ze foort is het befmetfei der pest;
kwaadaardigerot- blus- en vlekkoortfen;
rtiazelen;kinderpokjes;en meer anderen.
Deze vlugge befmetfelen nu, in den
dampkring opgeheven, zweven daar-
in hooger of lager, naar mate de
lucht min of meer zwaar is; en zy
vluchtig zyn : zy worden door ver-
fchillende* winden her- en derwaards
omgevoerd en veffpreidt, aangebracht 9
of weggedreven. Want is de lucht
licht, dan bly ven zy laag, beneden by de
oppervlakte der aarde , hangen ; en daar
eenig lichaam ontmoetende, dat voor
befmetting vatbaar is, tasten zy het-
^elve aan, en dringen met de veer-
krachtige lucht in deszelfs porien bin -
nen : ook worden zy daarvan inge*
ademd, met fpeekfel, fpys, en drank,
doorgezwolgen ; en vervolgens met
de vochten zoodanig vermengd en
vereenigd, dat dezen geheel veran-
derd worden, hunnen natuurlyken
sard verliezen, en dien van het be-
finetfel aannemen : waardoor dan
niet alleen zoodanig lichaam befmet;
maarook de befmetfelen zelven daarin
grootlyks vermeenigvuldigd worden:
en
OVER BE KINDERPOKJES. 331
en vervolgens in eene veel grootere
meenigte daaruit wafemende, den
dampkringhoe langer hoe meerder be-
fmetten : zoo dat iederbefmet lichaam
als eene nieuwe bron van befmetfelen
verdient aangemerkt te worden. De
inenting der kinderpokjes geeft hier-
van de zekerfle bewyzen: naardien
de poketter der ingeenten daartoe
even zoo gefchikt en vermogend is,
als die van natuurlyke pokken: ja
elfs de poketter van een' eerst inge-
enten aan een' tweeden; en die van
een' tweeden aan een' derden; en zoo
vervolgens, tot aan den negendentoe;
beproefd, word nog even krachtig
bevonden , als de natuurlyke poketter,
waarmede de eerfle was ingeent: het
gene niet gefchieden zoude, indien de
pokfmet in de lichamen niet vermee-'
nigvuldigd werd. Ook nogbovendien
heeft men waargenomen , dat hoe na-
der men by deze befmettingsbronnen
verkeert, hoe meer gevaar men loopc
om befmet te worden: en dat, ver-
der daaraf, de befmetfelen door de
lucht zoodanig verdund en veranderd
worden',, dat zy geheel krachteloos ra
ken 5 en niet meer befchadigen kun-
nen.
S. A. DE MORAAZ, ANTWOORD
nen. Had de lucht dit vermogen niet,
om zoowel de befmetfeien, als vele
andere uitwafemingen , het zy door te
verdunnen , of op wat wyze zy ook
2ulks verrichte, krachteloos te ma-
ken: welk een vervelende reuk zoude
dan niet door een geheel ryk van ecu
enkel musfcusdier verfpreidt bly ven ? als
men naargaat, hoe het allergeringlte
gedeelte daarvan , opgefloten , jaren
daarna nog met zoo veel geweld kan
uitbarflen, dat men daarvan in flaauw-
te valt. Zekerlyk, had de lucht die
vermogen niet, het geflachtdezer die-
ren zoude toereikende genoeg zyn ,
om den geheelen aardbodem te be-
fmetten. Ook ftrekken ten bewyze,
dat de lucht zulk een vermogen bezit,
de pakgoederen, die uit met pest be-
ftnettepiaatfenworden aangebracht; en
waarin diefmet nogzoodanig zit opge-
floten , dat wanneer zy , die de goede-
ren ontpakken, geene behoorlyke voor-
^org gebruiken , om in de opene lucht
met hunnen rug naar den wind gekeerd
te ftaan , zy fomtyds oogenblikkelyk
dood vallen, often minde befmetraken,
en kort daarna flerven : terwyl die-
zelfde befmette goederen, dikwyls en
lang
OVER DE KINDERPOKJES. 333
lang op eene daartoe gefchikte plaats
aan de opene lucht blootgefteld, ein-
delyk zuiver worden , en bevrydt ra-
ken van alle befmetfelen: die in dc
lucht wegvliegen, en daarin zooda-
nig verdund, vermengd, of veranderd
worden, dat zy geheel krachteloos
worden; en vervolgens even zoo min
fchade toebrengen, als het (lerkfte
vergif, wanneer het met eene zeer groo-
te meenigte water verlengd en ver-
mengd is. Hoe talryker dierhalve de
befmette perfoonenzyn; zooveel ver-
der' afftand heefc men noodig om
zich te verwyderen : naardien uit zoo
vele nieuwe bronnen eene ontelba-
re meenigte befmetfelen voortvloeijen,
die wyd en zyd in den dampkring
zich verfpreiden: waardoor dan niet?
alleen het getal der epidemifche ziek-
ten dagelyks toeneemt, en vermeenig-
vuldigd word; maar zelfs ook makeu
zy invloed op tusfchenloopende ziek-
ten (inter cur rentes morbi) , waaraan zy
zoo veel van hunne geaardheid mede*
deelen, dat men in dezelven toevallen
waarneemt, die hun anders geheel
vreemd, en niet natuurlyk eigen zyn :
icts waarop een gcneesheer in het be-
hau-
334 & A * CE MORAAZ, ANTWOORO
handelen dezer ziekten wel naauwkeu-
rig behoort acht te geven.
Het is dan met de befmetfelen om-
trent eveneens gelegen, als met def
planten zaden: een eenig zaadje^
ichoon men niet weet vanwaar het af-
komftigzy, in eene goede enwelberei-
de aarde gezaaid, en doordeluchtsge-
fteldheid begunftigd, bfengteene plant
voort, die verfcheidene zaden ople*
vert; waaruic nogrnaals nieuwe plan-
ten , en vef volgcns wederom nieuwe
2aden , tot in het oneindige vermeenig-
vuldigd, kunnen wordenvoortgeteeld:
doch een nadeelig luchtsgeftel , by
voorbeeld een fterke vorst, is ver-
mogend, om die alien op eenmaal te
vernielen. En, om by dezegelykenis
te blyven: even zoo als tot den groei
van een zaadkorreltje een gefchikte
en vruchtbare grond, en een groei-
fcaam luchtsgeftel vereischt word;
zoo ook vordert de voortgang eener
befmetting, vooreerst lichamen, die
daartoe voorgefchikt en vatbaar zyn:
Want, zonder dat de voorfchikkende
oorzaken (ctiwfae praedisponentes) in heC
lichaam huisvesten, kan 'er geene be-
fin^tting gefchieden; wat is anders
de
OVER DE KINDERPOKJES. 33$
dcreden, dat dikwyls menfchen(meer
dan eens in hun leeftyd) in befmettc
plaatfen , en by befmette perfoonen , ge?
meenzaam verkeeren, en nochtans
vry blyven; daar zy, by eene volgen*
de befmetting, zelfs fomtyds minder
dan voorheen zich daaraan blootftel*
lende, worden aangetast? Vervolgens
vereischt de voortgang eener befmefr
ting ook nog eene iuchts- of damp*
kringsgefteldheid, die de befmetfelen
werkfaam maakt, enhunne verfpreiding
begunfligt; en die met hen famen*
werkt, door zulke of zoodanige hoe-
danigheden in de vaste deelen en
vochten te brengen, die dezelven aan
zulke of zoodanige ziekten onderhe-
vig maken, en alzoo delichamenvoor-
fchikken. Vanwaar anders , dat eene
befmettende ziekte in eene plaats een*
enkelen, of alleen maar eenigeweinige
perfoonen , aantast, zonder verder of
algemeen door te dringen ? alleen
immers fchynt zulks af te hangen van
eene dampkringshoedanigheid : die
of geheel ongefchikt is , om de licha-
men voor befmecting vatbaar te ma-
ken! en, zonder datditgefchiedt,kun-
nen de befmetfelen op zich zelven niet
wer-
336 S. A. DE MORAAZ, ANTWOORD
werkenr 0/die de werking der befmet-
felen zelven verhindert : hetzy , dat op
zoo een' tyd de lucht van deze be-
fmetfelen; of door plasregenen, ot
onweersbuijen; of door fterke win-
den; of door zoodanige'winden, die
dezelven wegdryven, gezuiverdword:
0/dat 'er in den dampkring on-
bekende zelfllandigheden ichuilen , die
zich met de befmetfelen zoodanig ver-
mengen en vereenigen, dat clezen
hunne geaardheid veranderen, en him
befmettend vermogen geheel verlie^en.
Het is niet wel mogelyk alle de ver-
borgene oorzaken, die de befmetfe-
len kunnen uitdoven en krachteloos
maken , te doorgronden en op te tel-
Jen, Het lydt intusfchen geene tegen-
Ipraak, of de kenbare luchtshoedanig-
heden (zoo even heb ik eenigen daar-
van opgeteld) kunnen hieraan zeer
veel toebrengen: want, gelyk in een'
vochcigen of mistigen dampkring de
rook uit de fchoorfteenen zeer bezwaar-
lyk opgaat; en de honden best het
wild opzoeken , als door den morgen-
daauw de grond vettig en bevochtigd
is: zoo ook blyven de befmetfeJen
in ecu' vochtigenen benevelden damp-
kring
OVER DE KINDERPOKJES; 33?
kring langer by een verzameld ban-
en, en klimmen veel trager op: waar-*
y nog komt, dat onze lichamen by
feoo eene dampkringsgefteldheid meef
gefehikt zyn , om door de opflof pvateii
net gif in te nemen ; terwyl de onge-
voelige uitwafeming merkelyk ge*
ftremd is. Dus vindt men by FORE-
STUS [j > dat in October van het jaar
1557. te ALKMAAR zeer fchielyk eene
kwaadaardige keelziekte ontftond;
nadat een dikke ftinkende nevel ge^
durende eenige dagen was voorafge<
gaan : waardoot in een' oogenblik des- 4
tyds wel duizend menfchen werdert
aangetast , en meer dan tweehonderd
omkwamen;
Ook heeft SOR&VIT [o] wa^rgeno-
men, dat by een' vochtigen dampkring
wel driemaal meer menfchen door de?
pest zyn omgekomen > dan als de
lucht droog en helder was. Insgelyks
kan eene zwaardere lucht daaraan
eer veel toebrengen, door de be-
fmetfelen zoo hoog op te heffen, dac
zy laag in de benedenlucht niet fcha-
DEEL. Y den
[n\ Lib. FL Obfi i. Tom* L pag. iS8,
\o\ Gonfilium medic* de pefte : fag* 36
338 S. A. DE MORAAfc, ANTWOORD
den kunnen. Het gebeurt zelfs fom-
wylen, dat zy, met de waterdampen
opklimmende, zich in wolken verza-
fnelen- en naderhand, wederom ne-
derdalende, alzoo op nieuw hunne
fchadelyke vermogens uitoefenen :
of, met de wolken naar elders ovcr-
gevoerd, de eerfte befmetting aldaar
aanbrengen.
Nog kan de wartnte de befmetfe-
len zoo fyn en vluchtig maken, dat
^y, even als de overige dampen en
uitwafemingen , hooger opvliegen, en
de benedenile deelen des dampkrings
verlaten : vandaar , dat de lucht by
dag, als zy door de zonneftralen ver-
^armd is, veel minder fchadelyk en
beimettende bevonden word, dan de
koudere avond- nacht- envroegemor-
genluchten, die daarom te vermy-
den zyn. Ook kunnen bergen en
zelfs hooge gebouwen, die den vry-
en luchtftroom fteuiten, den befmet-
felen palen zetten , en beletten dac
zy verder doordringen. Zox> heersch-
te aan de zuidzyde van myne fland-
plaats in October en November van
? t jaar 1783* de roodeloop zeer fterk,
en fleepte velen naar het graf; zon-
der
OVER DE KINDfiRPOKJfiS.
der dat de befmetting tot de noor-
derzyde> die door eene hooge kerk
en Verdere gebouwen geheel van deii
fcuidkant ifc afgefcheiden , overkwam :
men had op dien tyd vele luchtzui-
Verende noordelyke winden, diewe-
gens het opene vatl onze plaats aaii
den noordkant wel een' vryen en on-
belemmerden ingang hadden ; doch
die , tegen de kerk a^nileuitende , in
hunnen doortochtnaardezuidzyde be*
let werden ^ om ook daar den damp-
kring van deszelfs befmetfelen te zuive-
ten: maar men had nog boven-
dien aail dienzelfden zuidkant een
met hooge boomen beplant kerkhof*
omringd van eene flinkende kerk-
gracht, die beiden nietweinighethun-
ne toebrachten, om den dampkring
met eene meenigte onreine dampen en
taitwafemingen te beladen, en gants
ongefchikt te maken ^ om de befmetfe-
len 200 hoog op te heflfen, dat zy
niet fchaden konden. Hoe aan KAAP
DE GOEDE HOOP de pokfmet voot
de bergen fteuite, heb ik in het be-
gin myner Vef handeling getoond ; en
fcal, als ik over die fmet afzonderlyk
Jiandele, hiervan nog een zonder-
2
34 si A: DE MORAAZ, ANTWOORB
ling voorbeeld opgeven. Dan font-
tyds'hebben de befmetfelen zooeen'
onbelemmerden en fnelvoortgaan-
den loop, dat zy geheele natien aan-
tasten* Zoo begon in 't jaar 1346. de
pest te CATHAI in CHINA; fpreidde
zlch uit over ASIE, AFRIKA, en het
zuiden van EUROPA; vervolgens floeg
y in 't jaar 1347. en 1348. over naar
ENGELAND, DuixscHLAND, en naar het
noorden van EUROPA, ja zelfs tot
aan het uiterfte van het bewoonde
KOORDEN. Zoo heerschtc op het
cinde van het jaar 1732. en in het be-
gin van 1733. eene zinkingsziekte over
geheel EUROPA : en omtrent het mid-
den van 't jaar 1782. ontftond 'er uit
het NOORDEN eene zinkingskoorts,
welke men influenza noemde; en die
door verfcheide ryken, ook door
ons land, zich vry algemeen verfpreid-
de. Nog kunnen de befmetfelen , in-
dien zy naauv/ opgefloten zyn , even
gelyk de muskus, zeer lang hunne
beledigende vermogens behouden;
en hunne uitvloeifels, opgehoopt en by
een verzameld zynde, zoo zy daarna
wederomvry uitbarften , oefeneneene
doodelyke kracht : gelyk men onder-
vindt
OVER DE KINDERPOKJES. 341
vindt aan zulken , die (zonder behoorly-
ke voorzorg) de aangebrachte goede-
ren uitplaatfen met pest befmet on-
voorzichtig ontpakken, en op ftaan-
de voet dood blyven. Eindelyk
huisvesten de vlugge befmetfelen
niet enkel en alleen in den damp-
kring; maar zy kunnen ook tyden
lang aan andere zaken vasthangen,
en verfcholen blyven, zonder hunne
befmettende vermogens te verliezen.
Onder eene meenigte voorbeelden,
die men van de pest en andere be-
fmettende ziekten hieromtrent zoude
kunnen bybrengen , levert de pokfmet
alleen een genoeg voldingend bewys
op: naardien zy, maanden lang, in
den met poketter doortrokken' draad
verfcholen en krachtig blyft, om
door inenting de kinderpokjes aau
anderen mede te deelen.
De PARYSCHE geneesheer M. PAU*
LET is van gedachten, dat de befmet-
felen in het gemeen, en de pokfmet
byzonder, aan allerlei zaken zich
vestigen, uitgezonderd aan de lucht;
en hy wil, dat de Aiwyze Befcher^-
mer van het menfchelyke geflacht zoo
cenen gevaarlyken omloop in den
Y 3 damp-
S- A. DE MORAAfc; ANTWOORQ
dampkring niet heeft toegelaten. Op
dit losfe fundament fteunt zyne ge-
heele Kunst om zich voor de kinder ziek*
le te beveittgeni die dus wankelbaar
is ; en voor het grootfte gedeelte ver-
valt. De ROTTERDAMSCRE Profesfor
H. VINK in zyne Lesfen over de vee*
ziekte omhelst nochtans dit zyn gevoe-
len ! Ik zal het echter thans niet af-
^onderlyk wederleggen : omdat het
tegendeel daarvan door myne geheele
Verhandeling bewezen word: alleen
5:al ik hierby aanmerken, hoe noodig
ons, betrekkelyk tot dit onderwerp,
eene algemeene datnpkringskunde zy ,
die ons zeer gemakkelyk de beden*
king van den Heer PAULET , dat men
zelfs onder den zuiverften hemel de kin*
derpokjes krygt , leert oplosfen; en
zonder welke men hieromtrent weinig
of niets befeffen kan.
Voorts heeft iederebyzondere foort ,
Sioowel der vaste als der vlugge befmet-
felen, niet alleen eene byzondere
wys ; maar bovendien ook een' ver-
fchillenden tyd, van werken: Eeni-
gen werken zoo fchielyk, dat zy als
oogenblikkelyk in de lichamen, waar-
zich mededeelen, hunne fcha
OVER Dtt KINDERPOK/ES. 343
delyke uitwerkfels vertooneti:
lyk ik reeds heb aangewezen van de
sweetkoorts in ENGELAND; van de
kwaadaardige keelziekte te ALKMAAR ;
van de pestfmet by het onvoorzich-
tig ontpakken derbefmette goederen.
Andere befmetfelen daartegen kun-
flen tyden lang in onze lichamen wer-
keloos blyven; en eerst lang, nadat
zy zyn medegedeeld, zich openba-
ren: zoo ontdekt de eerlle trap van
hondsdolheid zich zelden voor den
veertigften dag, en fomtyds eersc
tnaanden, ja zelfs jaren, naderhand.
De pokfmet, door inenting medege-
deeld, vertoont gemeenlyk eerst op
den zevenden of achtften dag de uit-
bottingstoevallen ; maar door eene na-
tuurlyke befmetting houdt zy zich ge-
meenlyk eenige dagen langer fchuil:
by de mazelen vertoont zy zich
meest op den zesden en fomtyds op
den zevenden dagj en volgens de
waarnemingen van HOME is deze tyd
tneer beftendig, dan in de kinder-
pokjes.
Wanneer meer dan eene foort van
befmetfel in den dampkring fchuilt,
en daardoor onderfcheide befmetten-
Y 4 do
344 A- l MORAAfc, ANtWOORQ
deziekten gelyktydig ontftaan : krygt
jneest altyd een hunner de overhand ^
en blyft heerfchende over de ande-
ren: die alsdan niet alleen plaats
ruimen en verminderen; maar selfs
#ich o.ok fchikken, om,zoo veelmaar
eenigs2;ins hunne natuur toelaat, d$
geaardheici van die foort, welke heer-
fchaf py voert, over te nemen. Men
^iet dus nook, dat twee befmetfelenin
cen : en \ zelfde lichaam tegelyk werken,
en hunne ziekten voortbrengen. Wan-
neer in 't jaar 1732. in fommige plaat^
fen van ENGELAND de kinderpokjes en
mazelen gelyktydig regeerden, wer-
den a^n eenigen de kinderpokjes inr
geent, en zy kregen den zevenden
dag de koorts; den negenden
Jcwamen, in plaats van de kinderpokr
jes, de mazelen met hoest verzeld
te voorfchyn, en de koorts vermin-
derde: maar den elfden, ofookwel
den twaalfden d^g , ontflond 'er eene
jiieuwe koorts, waarop den veer-
tienden dag eene u.itbotting van onder*
fcheidene kinderpokjes, die gere-
geld en gelukkig afliepen, volgde.
Maar dikwyls gaat met het eene of
befmetfel eene hevige rotting
OVER Dtt KINDERPOKJES. 345
yerzeld; en alsdan ontftaan veeltyds
koortfen, eh andere toevallen: die
allergeweldigst zyn, omdat zy door*
gaans zoowel van de fmet, als van
ae hevige rotting, verwekt warden.
Dk zy genoeg van de befmetfelen
in 't gemeen , om tot die der kinderpok-
jes in 9 t byzonder te kunnen over*
gaan tf Alleen zal ik nog met een
woord, dewyl ik van hunne geboor-*
te begonnen ben , omtrent hun ein-,
de aanmerken : hoe fommigen eerder ,
en anderen later, uitgeroeid worden;
ja: zelfs fomtyds eeuwen lang duren f
eer zy geheel vernietigd zyn. Eeneal-
lerfnelstwerkende befmettende zweet-
koorts richtte in ENGELAND, vyfma-
len in zeventig jaren tyds , eene al-
lerverfchrikkelykfte flachting aan : dan
zy is nu, federt ruim twee eeuwen, al-
daar geheel opgehouden. Der GRIEKEN
Jazarie , die reeds in de twaalfde
eeuw naar EUROPA overfloeg, is, niet
voor de eeuw, welke wy beleven,
genoegfaam geheel verdwenen.
Nog heeft men hieromtrent waar-
genomen, dat de befmetfelen, alvo-
rens zy geheel uitgeroeid zyn , eerst
verminderen , krachte-
J 5 '
348 s. A; DE MORAA&; ANTWOORD
\van bet uitwasfen van den
baard\ van bet voor den dag komen der
maandflonden*, of van eenlge andere.
EroLUTiE de$ Uchaams: dan waren
op zy eerst ontftaan zyn, ons ge^
heel onbekend is: 200 fchynt het
echter zeker^ dat zy , even gelyk al-
le andere befmettelyke ziekten , hun-
nen eerflen ocrfprong aan andere
oorzaken> dan aan befmetting, ver-?
fchuldigd zyn: naardien de allereer-
fie, die deze ziekte gekregen heeft,
niemand voor zich had, die hem
befmettenkonde; enhy dus zonderbe*
fmetting uit gants andere oorzaken
moet zyn aangetast geweest. Dan,
hoedanig die famenloop van oorzaken
geweest zy? en, eens geweest zyn-
4e, fomtyds nog wel eens zaudc
kun-
OVER DE KINDERSOKJES, 349
kunnen zyn? getuigen de gcnees-
heeren eenparig niet te weten ! Waar-
fchynlyk echter heeft zy nooit in ona
land plaats gehad; maar alleen in
die landen , waaruit deze ziekte eerst