VERHANDELINGEN triTGEGEVEW DOOR ft E T ZEEUSCHE GENOOTSCHAP D E a T * V L I S S I N UITLEGGING D E R. TITELPLAAT. 13 e WYSHEID, fier gezeten op haar tliroon , Bcichouwt men in MINKRVE'S -wapenrustingi Poch , warsch van fabeldicht en va'fehe- goon , Scl:ept zein GODSBOEK -baar grootftc zlelsveriusting. Tive-e zuilen^ die 'tgewelffel van haar kerk Aan d'eenen kapt bouwkunftig onderfchragen , Verroonen *t ZEEUWSCH en VLISSJNGS wapenmerk, En xv i L L E M s bee Id , wien 't werk wordt opgedragen , Doorluchtig Hoifd van onze Maatfchfpfy ; Die , fchoon nocb in heur zwakke en kindfcbe jaaren , Hem dtteerftating loir's arbeuls, vlug en bly , Voor de oogen hrengt; met lust om voort tc vaaren. De tafel met den voorgrond 9 ryk bedekt Met teekcnfcbets van /tf,rj/ en veetenfcbapptH , Kn *t vfr%ezn,lt. } dai gintrer d'aandachr wek: .Tef aj'de van gordyn en temiekrappen , r_vj te haalen. Handhaving van den Godsthenst ; en bet Re; ; Gencisbebuip. tot llsun van "t menschlyk leeven; : :->::rhQek, door CiODS hand on s voorgelegd, 't ISytuurboek , door ?ync ALMAGT zcif hcfchrevcn; De Meetltunst ^ in hanr takken ruim verfbrpi-it; De Scbilatrkunst i zoo fiks in kleur en trekken j De Pttikmuzyk , die hnrte/l Opwaards leidt, Haar zoster, die de dof'heid zeif kan wekken; 't Vermogen om door *t heldev fficgelg. ..< Het Starrf-ke;r -iaii 't niensclilyk pog t?. klemmen, Of doe*' beha'p van graadbofig en koripas, Op vcrren coclu sen dolle zee te temmen ; Ilijforiekxnst , die 't oude in 't nieuvv herfchcpt, Die #;* c.\\fleen van vroeger eeuw doet tuigen, Die honig zelfs uic bittren alzem lept, En uic vergift vvect artxeny te zuigen : En vvat zich mcer lie: fchetzen op de print: Zyn beeldfpraak van bet doel, waar been \vy trachten! Is 't werk geriug? Wie deugd en vvysheid mine, Heefr eiiidelyk op zyn' arbeid vrucht te wachten. Dus liuvvt m'in 't ryk van unzen Waterleeiuv DC Scbeepvaardy met de oefeninjr der verft.uiden. Ucr braaven gunst zal by den noesten Zeetiw Pen yvergloed noch fterker doea oucbrandeii ! J. J. BP^AHE. VERHANDELINGEN UITGEGEVEN DOOR HET ZEEUSCHE GENOOTSCHAP D E R E T E N S C H A P P E N I T E _ VLlSSINGE. TE MlDt)EtBURG2 PIBTER GILLISSE Drukker van het ZEEUSCHE Genootfchap tier Wetenfchappen t ^'2 . *&? ^^v JtoSbB* Vj?<- ' gak GENOOTSCHAP erkent geene exem- plaren voor echt> dan die door tenen far Sekretarisfen elgenbandig ondertee* fandzyn. . VOORBERICHT. De trage voortgang der druk- pers heeft veroorzaakt, dat met, reeds op het eindedes vori- gen jaars , dit XV. DEEL is uitge- geven : en zie hier de reden , waarom men , dit voorziende , in hetzelve alleen bekroonde Prys- verhandelingen heeft geplaatst. Zeker is het eenigszins onaange- naam , niet alleen voor de lezeren van des GENOOTSCHAPS werken? maar inzonderheid voor de fchry- veren , wier arbeid openlyk de gbedkeuring heeft weggedragen : byaldien deze ftukken al te lang achterblyven. Zelfs kan dit fom- wylen op de beoordeeling van xv. JDEEL. * 3 der- vi VOORBERICHT. derzelver wezenlyke waarde eenen aanmerklyken invloed hebben : wanneer dezelven by de inlevering nieuwe ontdekkingen in zich be- vatten ; of zakcn ^ welken reeds bekend zyn, in een helderder daglicht voorftellen , dan tot daar- toe was gefchieclt : ingevalle namelyk dezen inmiddels door de uitgave van andere werken wor- den bekend gemaakt. De geeer- de kzcren zullen deze aaninerking wel onder hunne aandacht willen houden, byde overweging (voor- al) der eerfte verhandeling van van clit Deel, gefchreven door den Heer ADRIAAN VAN SOLIN- GEN, Aan deze wercl reeds op de ALGEMEENE VERGADERING in Wynmaand des jaars 1788, de gouden eerpr^ys toegewezen, en tot uitgave van dezelve befloten : zoude pok reeds in het veer- de DEEL van des GENOOT- S CHAPS VOORBERICHT. viz SGTIAPS verhandelingen zyn ge- plaatst gevveest : zoo niet derzel- ver uitgebreidheid , en andere re- denen, haddcn veroorzaakt, ciat hare plaatling,met yplkomen toe- flemmen van den geleerden on- cteur, tot ditDeel werduitgeiteld. Het zal dus niemand bevreemden, dat in die verliandeling, vooral ten aanzien vanhet wiskundige ge- deelte, eenige zakenvoorkomen, wclken, ten tyde van derzel- ver bekrooning , belangiyker wa- ren , dan thans : daar over deze tak van wetenfchap federt nog al eenig licht in ons Vaderland is verfpreidt geworden. Dit vooraf gemeldt hebbende, zullen wy den draad der gefihie* denis van het GENOOTSCHAP, in- zoover het algemeen daarby be- lang heeft, wederom opvatten, daar wy dien in het hiftorifche voorbericht vOor het veertiwds * 4 DEEL, vm VOORBERICHT. PBJSL, gelaten hebben. Dewyl het voornaamfte hiervan in de twee Programmata^ federt dien tycj uitgegeven , gevonden word f zullen wy aan dezen de eerfte plaats geveru JtlET ZEEUSCHE GENOOTSCHAP DER WE-. TFENSOHAPPEN TE VLISSINGE hecft, in des* gelfs jaarlykfche algemeene Vergadering, den twin* ligfien v^n Wynmaand des jaars 1790. den gou^ den' eerpenning toegevvezen aan den Heer s. A. D E $!ORAAZ, Med. Doct. te Sommetsdyk: nadat, by liet openen van het verzegelde billet , gebleken was : dat hy , onder de zinfpreuk : Ubi vero tttorbus alt* qyis, popuJariter grasfatus fuent; non victus ra- ?iw?m in eausfa esfe ; fed quod jplrando ducimus : tnanifeftum est. HIPPOCRATES: de Natura horn, etc. fchryver ware van het meestvoldoende antwoord p|f de Vraag: Wat is de reden , dat de kinderpokjes (variolae) , ^ fyzo.ndere tyden en ptaatfen , fomtyds onver- wacht z.ich openbaren , en zeer geweldig woeden ; lerwyl anderen , zetfs in de nabuurfchap , daarvan op denzelfden tyd geheel bevrydt zyn ? Hangt zulks $f van eene byzondere gefteldheid in den damp- fcnng; van de hcedzmgheld der fleden en plaat- fen $ van he( voedfel} of andere oorzaken ? Zyn 9 cr VOORBERICHT. ix *ok voorbehoedende middekn ten dlen opzlchte ti. bedenken ? Gaarne had ook het Genootfchap zich in ftaat ge- field gezien, om eene gouden medaille te kunnen toewyzen aan een uitgewerkt en voldoend ant- yvoord^ op de vraag: Hoe is de aardrykskundige gefleldheid van ZEE- LAND (yoornamelyk ook met betrekking tot de rivie- ren en ftroomen) geweest , van de oudfte tyden dat ketzeJve bekend is geraakt , tot aan het begin der Graaflyke regtring? Welke veranderingen zyn in de- zelven voorgevallen , federt dat laatfle tydperk , tot aan het einde der veertlende eeu? Is naderhand die gefleldheid dezeifde gebleven; of heeft zy ook merkelyke veranderingen ondsrgaan ? Zoo fa ! welken waren dezen? en van welken invloed zyn alls die veranderingen geweest : zoo op het huishoudelyks beflaan ; ah op het Staatswezen van dat Landfchap ? Dan op dezelve zyn geene verhandelingen ingeko- men. Men heeft, om redenen, befloten: deze vraag, met aflating van het laatlle gedeelte, "en van welken invloed zyn alle die veranderingen. enz."-^ onder belofte van den gouden' eerprys, by vernieuwing voor te flellen tegen den eerfteu van Loumaand des jaars 1792, Het atitwoord , onder de zinfpreuk : Morbi 9 won ehquentla^ fed remedUs, curantur; c ELS us. op de vraag : * 5 x VOORBERICHT. Welken zyn de ziekten en kwaJen der Neger$ y . in de Nederfandfche vctll'plantingen in de Westln-* dien? Welkcn zyn de uit- en inwendige tee- Jtenen van zulke derzelven , die. (zonder behulp van tenen ervarerf genees- of keelmeester) door planters cf directeuren kunnen genezen worden : en welke mlddelen moeten zy daarioe gebruiken? En wel* ken zyn die ziekten of kwalen , wier genezing bo- ven hun vermogen is? noch in zaken, noch in flyl , voldoende zynde bevonden : kon hetzelve niet in aanmerking komcn om bekroond te worcien. De vrang echtcr blyft, alsnog, by herbaling, nit aanmerking van clerzelver groot aanbelang, voor- gedeld: zonder tydsbepaling : onder belofte van den gevvonen goudcn' eerprys 5 wannecr dezelve voldoen- de word beantwoordt. De billetten der onbekroonde prysverliandelingen , zyn (naar gewoonte) in de Vergadering ongeopend verbrandt. Het Genootfchap ziet met verlangen verhandeiin- gen te gemoet 9 v(56r den eerflen van Loumaand des jaars 1791. ter beantwoording op de vrageu : A. Welken zyn de gefchiktfte middehn, om nut* tige ontwerpen , door deskundigen in de verhande* llngm van geleerde Cenootfchappen en andere wer- VOORBERICHT. xr ten opgegeven , tot nut der burgeHyke wa at f chappy in trein te brengen? B. Een volledig compendium van de STRAFBE- PALENDE WETTEN , die thttns in de Nedsrlanden plaats hebben ; en eetie opgaaf van de wyze , op welke die behooren itigsricht- te warden : zoodat , tus- fchen dezelven , en de misdaden , eens gepastc evert" redlgheid gevonden worde ; die niet te ftreng is , en echter voldoen kan tot het oogmerk 5 oin aan de mis- dadigers gevoel te doen hebben van hunne euveldadsn , en ten affchrlk te ftrekken aan anderen. C. Ook, op het reeds in 1788. tegen dien tyd voorgeftelde : De Keuren namelyk van ZEELAND, in eenc goede Nederduitfche taal overgebracht , en inet korte aanmerktvgen 9 tcr cpheldering , voor- zien : onder belofte van de gouden medaille, ea yeertig gouden dukaten. Het zal insgelyks het Genootfcliap aangenaam 2yn t tegen evengemelden tyd, volgens uitnoodi- .giiig in het programma des Genootfchaps van het voorledene jaar, voldoende antwoordcn te ontvau* gen, op de vragen: A. Hoedanig is de flaat der zeden onzer nafie ge~ weest , federt de oprichting van ons Gemeenebest , jot op dezen tyd? We Ike n war en de oorzaken hunner verbetering of verergering^ ' e ivelken xii VOORBERICHT. zyn de beste middekn ter meer algemcene verbete* ring onzer natlonale zeden? B. Zyn 9 er geene algemeens en byzondere gebre- ken In de inrichting en leerwys onzer Fader landfche hoogefcholen ? Welken zyn de voornaamflen ? En wat kan , ter verbetering daarvan , in het werk ge- feld worden: tot fpoediger voortzetting van al- lerhi wetenfchappen , en ter meerdere befchaving 9nzer natie? \ In liet beantwoordea van deze laatstgenoemdc vraag, zullen de gelecrde fchryvers wel onder de aandacht houden de aanmerkingen , omtrent dezel- ve in het evengemelde programma gemaakt, Op nieu herinnert het Genootfchap , onder de meermalen gemelde voorwaarde, met de bygevoeg- de nadere bepaling.cn, in het programma des Ge- rtootfchaps van het jaar 1785. te zien; en geplaatst in het hiftortfche Voorbericht v<56r het XL Deel der Verhandelingen : dat de geletterden worden uit- genoodigd, en wel zonder tydsbepaliiag , tot het ichryven van een volUdig en beknopt famenftel van het Staatsrecht der zeven Fereenigde Nederlanden: met aanwyzing der bronnen , waaruit men nadere w uitvoeriger kundigheden^ belangende de byzonde- re punt en van dlt recht 9 kan halen : gelyk ook van een tydrekenkundig en naaukeurig bericht van tile inlandfche en ultheemfQhs fchryversn en fckrif- VOORBERICHT. xm ten, die ter opheldering der NederJandfche gefchte- demsfen en oudheden flrekken , federt het begin der Graaftyke regering tot op dezen tyd. Eindelyk heeft het Genootfchap goedgevonden , heden: voor de eerftemaal : twee Vraagftukken op te geven 9 met belofte van den gewonen gouden' eer- penning, op den ftempel van dit Genootfchap gefla- gen , aan hen 5 die , op elk derzelven , v<5<5r den eer- ftenvan Loumaand des jaars MDCCLXXXXII. het bes- te en meest voldoende antwoord zullen ingeleverd hebben. En wel vordert het Genootfchap A. Vermits de gefchiedenis der RHETOR YKE as, binnen de Provlncie van ZEELAND, niet zeer be* kend is ; en dezelven nochtans vermoedelyk invloed gehad hebben op de gebeurtenisfen van vroegere ty- den : een gefchiedkundig verflag van den oorfprong, de verrichtingen , en lotgevallen , der onderfchei- dene Rhetorykamers binnen gemelde Provincie. B. Welke Fabriken zouden , in aanmerking geno- men wordende de natuurlyke gefteldheid en ligging der Provincie van ZEELAND, in derzelver onder- fcheidene gedeelten , met :goede en zekere voor-* uitzichten , nog kunnen ondernomen worden ? Men vordert : dat opzettelyk gehandeld worde over zulke fabriken , die zoowel in de fteden, als ten plattenlande, kunnen uitgeoefend worden: en dat men al de opgegevene takken niet by eenvoudige xiv VOORBERICHT. befchouwing late bemsten ; maar het voordeel ,< zooveel mogelyk door naaukeurige berekeningen $ aamoone: en eindelyk de middelen opgeve , die tot aaomoediging en bevordering van alle loflyke onderneiningen , in die opzicht , gcoordeeld worden gefchikt te zyn. C. Nog bcgeert her Genootfchap , -\66r- den eer- Hen van Loumaand des jaars .M D c c L x x x x i v. * onder de gewone voorwaarde ^ e'en voldoend ant- woord op dit voorftel: Daur het'^ voor alle Jiefhebberen van ntfttige kun- pen en fraaijs Istteren , van beiang is , om de ondsr- fchetdsne M A A T s c H A p p Y E N te kennen , die ter bevordering derzslven zyn ingericht: vooral , wan- neer men eenz vereeniging van onderttngs , krachtcn bedoelt ; i miners zich wil toeleggen , om etkanders werkfaamheid met te hinderen : zoo word gey.or- derd : een gefchi&dkundig verflag van alle zoodani* ge Maatfchappyen , waar ook dezelven zich bevinden ; en byzonder binnen dit Gemeenebest : welk be* geerd verflag in zich most behelzen eene korte en uaaukeurigs opgaaf van derzelver o&rfprong^ aard 9 tuderdom , wetten , uitgegevene- verhandelingen , be* kroonde prysvragen , tegenw oor digen flaat 9 en Sekro* tarisfen. De antwootden op alle de gemelde vragen en Voorftellen moeten , leesbaar gefehreven ; in de Latynfthe ^ of Franfthe taal opge* field, VOORBERICHT. xv MET EEN DUB BEL OF AF- SCHR.IFT rOORZIEN; v66r den be- paaldeu tyd, en vrachtvry; toegezonden wordeh aan den Heer A. DRYFHOUT, A. L. M* Phil et Theol. Doct. en Predikant te Middelburg^ of aaa den Heer n. VAN ROJJEN , Rector der Latynfche fchokn te Wisfinge : Sekretarisfen van het ZetU* fche Genootfchap der wetenfchappen te Vlisflnge. De Scliryvers moeten hunne namen niet by en hetgene ter genezing derzelven vereischt word, alien lof verdient: doch, dtvvyt aan het voorna- me oogmerk dezer vraag, met betrekking tot de />/#;/- ters en directeuren , niet voldaan is , heeft men de* zelve met de gouden medaille niet kunnen bekroonen : maar befloten , om den fchry ver , zynen naam vo"6r den laatften Januarl 1792. aan eenen der Sekreta- risfen bekendmakende , de zilveren eermunt aan te biedcn; deze Verhandettng uit te geven: en de vraag , voor het vervolg, indien v66r den eerften der maand Januarl des jaars 1792. geene voldoendft antwoorden inkomen , om redenen in te trekken. xvm VOORBERICHT. De vraag: Welke zyn de gefchiktfle middelen^ cm iwttige ontwerpen^ door deskundigen in de verhan- delingen van geleerde Genootfchappen en andere wer~ ken opgcgeven^ tot nut der burger fyke Maatfc hap* py in trein te brengen ? is beantwoordt door eene /^r- handeling 9 onder de zinfpreuk: AGENDUM EST: waarin zecr vele goede en ter zaak dienende aanmer- kingen gevdndcn worden. Dan , daar het voorge- geftelde plan , ter bereiking van het bedoelde oog- merk , niet met de vereischte naaukeurigheid is be- redeneerd; noch aangewezen, hoe het in trein te brengen : zoo beeft men aan deze Verhandeling ook de gouden eermunt niet kunnen toewyzen : maar echter befloten , om den fchryver de zilveren medaille, ond^r voorwaarde , als boven gemeldt is , te geven ; de Verhanddlng door den druk gemeen te maken ; (En de vraag 5 by vernieuvving , tegen den laatften van December 1792. onder de gewone belofte , voor te ilellen: roits de fchryvers by de voor te dragene plans niet uit het oog verliezen te onderzoeken , in hoe- verre dezelven uitvoerlyk zyn : en die uitvoerlykheid met genoegfame bevvyzen te ftaven. Het antwoord , ingekomen op het voorflel: De Keuren van z E E L A N D , in eene goede Nederduitfthe taal overgebracht 9 en met korte aanmerkingen ter opheldering voorzien : onder de zinfpreuk: // nefaut point ftparer les loix de f object 9 pour lequel* et dts circonftances 9 dans hsque.lks y elles ont et& faites. MONTESQUIEU. Of- VQORBERICHT. xrx ofTchoon daaritt eenige goede aanmerkingert en op* heldcringen voorkomeu , is in het gclieel niet kun* uen bekroond Worden : v iiit hopfde van eene ineenig* te misflagen : zoo met betrekldng tot de taa! ; als de gewoonten , en oudheden , onder de Graafiyke regt* ring. Dit voorftel Word dus vcrnieud , zondef tyds* bepaling: onder belofte van de gouden MEDAILLB^ en veer tig gouden dukaten* Op de vraagt Hoedcintg is de ft a at der zeden oM+ Zer Natie geweest , federt de oprichtlng van ons Ge* meenebest > tot op dezen tyd? ffalken war en de corzaken huntter verbetering of verergering ? *^-* eit welken zyn de beste middelen ter meet algemczne vcrbeterlng onzer nationate zeden P is eene Perhan* deling ontfangen , ortder de zinfpreuk : Eene edele drift doet thans u^ boezem ghcljeti .* De liefde voof */ belang van V lieve P'aderlandl BELLAMY* Welke , hoevele gnede en nuttige zaken ook in de* ^elvc gevonden worden , echter over het geheet vati dien aard is , dat zy onder de Verhandettngen vart het GENOOTSCHAP niet kan geplaatst, en dus ook n.jet bekroond worden. Deze vraag is befiotert ttiet weder uit te fchfyven. Gelyk ook niet de vraagt Zyn *er geene atgemes* tie en byzondere gebreken in de itir ichtin'g en leer* Wys onzer Vaderlandfche hoogefcholent Welkett zytt dt j Qernaawften ? En Wat kan 5 ter verbetering daar* XX VOORBERICHT. van , in het werk gefleld worden : totfpoediger voort- zetting van allerlel wetenfchappen , en ter meerdere lefchaving onzer natie? dewyl het antwoord, op dezelve ingekomen 9 onder de zinfpreuk : Sapiens est, qui fines refpicit : zoo vele in het oog loopende ge- "breken heeft, niet alleen in taal, maar ookinzaken, en wyze van behandeling , dat het in het geheel niet y ter bekrooning 9 in aanmerking is gekomen. Op het voorflel , waarby gevorderd word: Een voUedig compendium van de STRAFBEPALENDE WET TEN , die thans in de Nederlanden pJaats heb- len; en eene opgaafvan de wyze, op we Ike die be" hooren ingericht te warden : zoodat 9 tusfchen dezel- ven , en de misdaden 9 eene gepaste evenredigheidge- vonden worde ; die niet te flreng is , en echter vo/- doen kan tot het oogmerk , om aan de misdadigers gevoel te doen hebben van hunne eiiveldaden 9 en ten affchrik te flrekken aan anderen: gcene Verhande- Ung zyiide ingekomen: word dit.voorftel, onder de gewone voorwaarde vcrnieud, om beantwoordt te worden v66r den i. Januari 1794. . r, De billetten der onbekroonde Prysverhandelingen zyn (naar gewoonte) ongeopend in de Vergadering verbrandt : dit zal ook gefchicden , ten aanzien van de twee billetten, gevoegd by de Verhandelingen \vaaraan de zilveren medaille is toegewezen : ingeval derzelver fchryveren , v66r den bepaalden tyd , on- verhoopt hunne namen niet bekendmaken, Het VOORBERICHT. xxi Het Genootfchap ziet, met verlangen , v66r den I* Januari 1792. Verhandelinsen te gemoet, op de vragen : A. Hoe is de aardrykskundige gefteldhcid van ZEE- LAND (yoornamelyk ook met betrekking tot de rivie* ren en ftroomen} geweest , van de oudfle tyden dat Jietzelve bekend is geraakt , tot aan het begin dsr Graaflyke regering? Welke veranderingen zyn in de- zelven voorgevallen , federt dat la at ft e tydpsrk , tot aan het einde der veertlende eeu? Is naderhand di& gefteJdheid dezclfde gebleven: of he eft zy ook merke~ lyke ver an der in gen ondergaan? Zoo ja ! welkewa, ren dezen? B. Permit* de gefchiedenis der RHETORYKERS, blnnen de Proyincie van ZEELAPCD , -/V/ zeer be- kend is.; en dczelven nochtans vermoedelyk. invlocd gehad he b ben op de gebeurtenisfen van vroegere ty- den : vraagt men een gefchiedkundig verflag van den oorfprong, de verrichtingen , en lot gev alien der on* derfcheidene Rhetorykers binnen gemelde Provincie. C. Welke Fabriken zouden , in aanmerklng geno- men wordende de natuurlyke gcfteldheld en ligging der Provin cie van z E E L A N D , in derzelver onderfchei- dene gedeelten 9 met goede en zekere vooruitzichten , nog kunnen ondernomen word en ? Men vordert : dat opzettelyk gehandeld worde over zulke fabriken , die zoowel in de ftedsn , ah ten platten lande , kunnen vitgeoefend worden : en dat men al de opgegevene ** 3 tab xxii VOORBERICHT. lakken met by eene eenvoudtge bcfchouwing late be* rusteti ,' maar het voordeel , zoovee/ mogejyk door yaGnkeurige berekeningen , aantoone : en elude- 'lyk de mhldelen op g eve , die tot aanmoediging en be* Bordering van alls toftyke ondernemlngen 3 in dit Qp m ticfo s geoardeeld worden gefthikt te zyn. D, Nog begeert het Genootfchap , V(56r den eer* fen van januari des jaars 1794. ondcr de gewone voorwaarde, een voldoend antwoord op die flel: Daar bet , vocr ai/e Hefhebberen van mtttige ft til en fraaije letter en ^ van belang is, om de ondcr-* fcheidene MAATSCHAPPYEN te kennen , die ter be- Bordering derzeiven zyn ingericht : vooral, wanneer msn $ene vereemglng van onderttnge krachten be* (l&elt \ Immers zlch wil toekggen , om elkanders werk~ faamheid ntet te hinder en: - zoo word gevorderd : ten gefch'tedkundig verflag van alle zoodantge MaaN fchnppyen , waar ook dezelven zlch bevinden ; en by* zander binnen dlt Gemeenebest : weik begeerd verflag in zlch moet behelzen eene korte en naaukeu- rige opgaaf van derzelver oorfprong , aard , ouder- dom 9 wette*<> uitgegevene verhandetingen , bekroon* de prysvrctgen 9 tegetiwoordigen flaat , en Sekretaris- ftn. Op nfcu herinnert het Genootfchap, onder de inecrmalen gemelde voorwaarde , met de hygevoeg- dc nadcre bepalingen , in hot 'Programme des Ga- S van het jaar 1785. te, den; en geplaatst to VOORBERICHT. xxm in het Hiftorifcke Foorbericht vo*6r het XL Deel der Verhandelingen : dat de geletterden worden uitge- noodigd : en wcl zonder tydsbepaling : tot het fchry ven van een volledig en beknopt famenflel van het Staatsrecht der zeven vereenigde Nederlanden : met aamvyzing der bronnen 9 waaruit men nadere en uitvoeriger kund'igheden , lelangende de byzondere punten van dit recht kan halen : gelyk ook van een tydreksnkiiinlig en naaukeurtg bericht van alle intandfche en uhheemfche fchryveren en fchriften , 'die tot oph elder ing der Nederlandfche gefchiedenis- fen- en wdheden ftrekken , federt het begin der Graaf* lyke regering tot op dezen tyd. Eindelyk heeft het Genootfchap gocdgevonden , heden , voor de eerftemaal , dric vragen op te ge- ven : met belofte van den gewonen gouderi* eerpea* ning, op den ftempel van dit Genootfchap geflagen, aan hen die , op elk derzelven , y6<5r den eerflen Ja- tjuari des jaars MDCCLXXXXIII. hetbeste en meest voldoende antwoord zullen ingeleverd hebben. En \vel: A* Daar men aan de uitvindingen van deze eett ook te danken heeft het eene en andere middel 9 om ftilftaand en daardoor bedorven water te zuiveren : zoo 'word gevraagd: Hoe kan men het water op ds fchepen veiligst tegen bederf en verrotting bewaren ? Welken zyn de beste 9 meest ultvoerlyke , en minst- Jtostbare middelen , om hetzelve , werkelyk bedorven en flinkend gemrden zynde , tot vorige zuiverhrid in ** 4 xxiv VOORBERICHT. zooverre te herftellen , dat het met alleen hejdcr , en. 'van alien flank bevrydt ; maar ook weder volmaakt drinkbaar worde? Kunnen deze of andere widdelen Ook met goed gevotg gebezigdworden ) om : het brak- ke water 9 uit grachten nlet alleen , maar ook het zoittfte zeewater 9 versch en zulver te maken , en al- h ziliigheld en wanfmaak daaraan te benemen ; zoo- dat kei , ah gewoon water , Jtan gedronken ,, en ter bcreiding van alle fpyzen gebruikt warden ? Men vordert by de beantwoording dezer voorftel- len : i . de opgave van de , tot dus ver bekende nut^ tigs , en op fchepen uityoerlyke , middelen , tot dit tinde dienflig; 2. eene onderlinge vergelyking van die mlddelen met elkanderen; en eindelyk %*-de redenen en bcwyzen , welken het eene middelboven hot andere aanpryzen ; vooral meet het bestgeoordeelde iniddel door herhaalde en naaukeurige proeven ge~ ftaafd worden ; met byvoeging van de wyze 9 oj> wel* fa de froeven genomen zyn, B. Daar het onderwy? in den Godsdjenst een der VOornaamfle deelen eener goede opvoeding uitmaakt : en eene verkeerde behandeting , in dit apzicht , de fan der en of van denzehen afkeerig maakt ; of ver- yult met verwarde en nadeelige begrlppen : word gevraagd: Op welk eene wyze Ouders en Leermees.- ter$ zitfi behooren te gedragen , om (zonder het ge,- heugen der kinder en te veel te bezwaren) fiezelven ya.n Jongs af aan. , en vervoJgens by voortgang , naar van de ontwikkeling en uitbrtiding hunmr VOORBERICHT. xxv mogens , blare en eenvoudige denkbeelden en begrip- jpett in te boezemen van de voornaamfte waarheden en gronden van den Kristelyken (hervormderi) Gods- dlenst niet alken; maar, ook van. het aangename en voordeellge van deszelfs beoefening? Moet dit ge- fchieden by vragen en antwoorden, of (op eene leer- ftelllge wyze*) door aaneengefchakelde betogen? Zyn Vr leerboeken voorhanden , die men 9 tot het ge~ noemde oogmerk^ veitig kan aanradsn? zoo ja ! welken zyn die ? zoo neen ! word een nleu ontwerg van zulk een Jeerboek door het Genootfchap gevor~ ford I C. Wyl de iatere ontdskkingen van de beroemds 1JECKEL, MONRO'S, HUNTER, HEVVSON, CRUIKSHANK, MASCAGNi, en andere voortref- felyke mannen , een helderer dagiicht verfpreidt heb- ben over het fyftema lymphaticum , of het famenflel der watervaten; en deszelfs werking in de verfchil- lende deelen van het menfchelyke lichaam : word ge- vraagd: ffe/k nut kunnen deze naarfporingen tc. weeg brengen in de Geneeskunde ? Nog belooft het Genootfchap, voor rckening van eenen onbekenden beminnaar van het Vaderland, eene praemle van TWIN TIG gouden dukaten ^ aan den genen, die v66r den 31. December 1792. een voldoend antwoord zal inleveren op deze drieledige vraag; .** 5 Of xxvi VOORBERIGHT. Cf de heester: GLOEGE of KLOEGE genaamd; (die in de om- en vooral de bovenlanden van Batavia rykelyk groeit 3 en gelyk andere wilde planten van zel- ve voortteek) in Europa ook behend zy? Of deze heester eenige overeenkomst hebbe met den heester T*OP AL (behoorendetot bet genus van de cacti) waar- vp de CHOCHONILJE voortteelt? dan ofhet ook de X* OPAL ze/f? of wel een bastaardfoort van denzel- veti zy ? En eindelyk : welk tiuttig , en voor deoos T- IMDISCHE Maatfckappy voordeelig, gebruik van bovengemetden heester zoude kunnen gemaakt wor- &nf Onderzoekers : welken eenig nader bericht bege- reii , omtrent het vervvvermogen , dat aan de blade- ren , bet bout, en den bast des wortels , van dezen heester eigen is: kunnen daarvan eene korte befchry- \-ing zien ; gelyk ook bet bout , de takjes , rype en on rype vrucbten , en bet zaad van dezen heester > gedroogd of op liquor, te VL is SINGE in bet Zecfifche Getiootfchap^ en te MIDDELBURG in het Medioburgenfe. Het verdere flot: betrekkelyk tot de by- voeging van verzegeldc bitteiten by de ant- woorden: de vrylating zznDirecteurenzn Leden , om Confer de noodige bepalingenj naar den prys te kunnen dingen: en dc verdere -gewone aankondigtngen : is juist overecnkomende met dat , in het voorgaande VOORBERIGHT. xxvn 55 Programme op "bladz. xv. en xvi. van dit ^00rZ>mV/ geplaatst : waarom wy den geeerdcn 99 Lezer, kortheyshalve , dcrwaards verwyzen". Binnen den tyd , in het laatfte Programme* bepaald , heeft zich ? als fchryver der verhandeling on- der de zinfpreuk: agendum est'i geopenbaard de Heer ALEXANDER BENJAMIN FARDON , te AMSTEL- DAM : aan wien , volgens het be- fluit der algemeene Fergadering * na de opening van hiet verzegelde billet , de zilveren eerprys is ter hand gefteld : gelyk mede aan den Heer PHILIPPE FERMIN , Med. Doctor 9 gezzuoren Raad u MAAS- TRICHT , en Lid desGenootfchaps ; die zich bekend heeft gemaakt, als aucteur van het antwoord , oil- der de zinfpreuk: felix qui potuit rerum cognofcere cans fas: welke dus 5 wegens herhaalde antwoor* den op dezelfde vraag , andermaal den zilveren' eerpenning heeft mo- xxvm VOORBERICHX. inogeii behalen. Deze fraaije verhandeling zal de eerfte in het Volgende Deel geplaatst worden : terwyl die van den Heer, PARDON de laatfte van dit Deel uitmaakt : \ gene, wegens derzelver minde- re uitgebreidheid 5 dan die van clen geleerden FERMIN, gevoeg- lyk konde gefchieden; behalve dat de vervaardiging eener goede vertaling van dat ftuk, \. welke in het Fransch gefchreven is , nog meerdere vertr aging in de uitgave van het tegenwoordige Deel zoude hebben veroorzaakt, indien men dezelve ook daarby had willen voegen. Wat nu betreft den STAAT des GENOOTSCHAPS , of deszelfs fteeds toenemenden luister en bloei : om hiervan eenig bericht te geven , zullen wy eerst verflag doen we- gens het af- en toegenomen getal van Heeren Direct eur^n en Le'den : - dan VOORBERICHT. xxix dan nopens beider werkfaamhe- den ter bevordering van des Ge- nootfchaps belangen : en laatfte- lyk omtrent de aanmerkelyke ver- meerdering van des Genootfchaps verzameling : zoo ten aanzien van deszelfs boekery ; als vooral van deszelfs kabinet van medailles , natur alien , en zeldfaamheden. Belangende het getal van Hee- ren DIRECTEUREN : ten dezen op- zichte hebben het Genootfchap, federt de uitgave van het veertien- de Deel, in het begin van 1790. aanmerklyke , allerzwaarfte , fla- gen getroffen. Door vrywilligen 'afftand bedankten voor den post van Directeuren de Heeren Mn W. VAN CITTERS J Mr. E. CLY- VER ; Mr. j. MAURITZ ; Mr. H. CALKOEN; p. j. CLYVER; Mr. ADR. EW. VAN DiSHOEK van Domburg; Mr. A. SANDRA; (blyvende deze Heer echter zy- nen xxx VOORBERICHT. nen rang en plaats als Lid behou- den) Mr. j. j. MACQUET; Mr. P. VAN BUREN ; Mr. A. j. c. LAMPSINS. Terwyl door den onverbiddelyken dood aan het Genootfchap een vyftal mannen ontrukt is , welken meermalen doorflaande proeven van hunnen byzonderen yver voor des Ge- nootfchaps belangen hebben gege- ven: de Heeren Mr. j. ADR. VAN DE PERRE de Nieuwerve ; D. s. SCHORER; Mr. R. B. GOO KINGA; j. c. BRANDT; en P. H. REYNST. By het overlyden van den eerst> genoemden, als zynde een van des Genootfchaps eerfte oprich- ters ; wiens naam op de Lyst der Heeren J^TRECTEUREN in de twee- ne plaats gevonden word : moeten wy de aandacht der Lezeren eeni- ge oogenblikken ftil houden , ora elk te doen opmerken , van welk een V O O R B E R I C H T. xxxi een gewicht en belang dat verlies befchoud zy. De Praefiderende Heer Directeur 9 Mr. ISAAC WINO KELMAN , op de eerstvolgende al- gemeene Vergadering , den twintig- /ten van Wynmaand des jaars 1790. rapport doende van hetvoor ge- vallene, federt de vorige algemee- ne Vergadering : gaf (by die gele- genheid) ook kennis, welkeHee- ren Directeuren aan het Genoot- fchap door den dood waren out- trokken ; en noemde onder dezen ook den HoogEdelen Heer Mr. JO- HAN ADRIAAN VAN DE PERRE , HeC- re van Nieuwerve, Wdzinge 9 enz. Een verlies (zeide ZynEd.) zooveel te gevoeliger, iaar wy in Zyne HoogEd. eenen man misfen, die van de eerfte oprichting van cms GENOOTSCHAP be- toond heeft deszelfs belangen zich byzonder aan te trekken ; en met recht een Maecenas van kunften. ca wetenfchappen mocht genoemd worden: van wien lets nicer te zeggen, my gemakkelyk, UEd. met vervelend zyn zoude ! Dan daar Zyne HoogEd. , be- halve zynczucht, oia voor den bloei van dit en- NOOT* xxxn VOORBERICHT. NOQTsciiAP in het algemeen met ons zich werk- faam te betoonen , die in het byzonder heeft gent a- ntfeflesrd door het helpen bevorderen dier gelukkige ihnicnvverking van de Leden in DEZE STAD en die te MIDDELBURG gedomicilieerd : welke laatstge- melden Hem gaarne hebben willen erkennen ate den oprichter van het DEPARTEMENT aldaar : ver- mag ik my van deze treurige taak te ontflaan : daar wy ons reeds hartelyk gevoegd hebben by het zoo wel ter zake dienende' gezegde van den Heer Mr. &IATHIAS POUS, wanneer die, als oudfte Direct eur yan* dit GENOOTSCHAP te MIDDELBURG gedowicili- eerdi op den 3. Met laatstleden , \\Vipraefidie byde eerfte DEPARTEMENTS^r^^r/w^, in pteats van den Overledenen , waarnam - 9 en daar wy vveten , dat in dezelve, op aanrtaanden [*] Woemdag, dit ver- lies door ons op nieu zal gevoeld word en , wanneer de Heer VAN DER PALM, daartoe byzonder ver- zocht , met dit treurige bericht de Wintervergaderin- gen zal openen. Mocht het beminnelyke karakter ; de ongeveinsde deugd; de yverige zucht tot eer van GOD , tot welzyn van den evenmensch , en tot be- vordering van alle nuttige kunften en wetenfchap- pen : waarvan ons voorzeker by die gelegenheid de vooriiame hoofdtrekken zullen voorgehouden wor- den: zyne gedachtenis by ons in zegening, en toe een [*] Deze dag was ten dieti e'mde bepaald : doch verfcheidene re denen hebben vcroorzaokt, dac de Heer VAN DER PALM is verzocht geworden, het doen der Lofrede uit te ftellen toe den s<5 Yajfc , ill eene uuitcngc wone Vergadering. V O O R B E R I C H:T. xxxm een voorbeeld van naarvolging , doen blyven : en ort* to. vereenigde pogingen , tot den bloeifhmd van die Genootfchap , met 's JIEMELS zegeningen bekro uiidi worden ! By de eerfte byeenkomst van het MIDDELBURGSCIIE Departe* mem had reeds de Heer Mr. BONIF. MATHIAS POUS 9 die , als cud- He Directettr 5 het praefidie waar- nam , der Vergadering van die overlyden kennis gegeven: door dezelve te openen met de vol- gende aanfpraak: Oclioonik, MYNE IIEEREN \ gants niet gerirtg dcliC tie meenigvuldige en groote verliezen , die het Zeeu* fche GENOOISCHAP der Jfatenfchappen , waarvan die Departement een voornaam gedeelte uitmaaktj vail tyd tot tyd geleden heeft : zoo door het vertrek naat elders, als door het afilerven , van zeervele aanzien- lyke en eerwaardige Leden ; die zich , ieder in zy* nen kring en Hand in deze waereld^ de een rnin de ander meer , door hunneii yver en verkregene kuii- digheden verdienftelyk en nuttig gemaakt hadden; en aan welken wy nog altoos, met erkentenis voor het goede door hen verricht, mogen gedenken: zoo * * * ' twy- xxxiv VOORBERICHT. twyfel ik echter niet, Myne Heeren! of Gylieden zult my gereedelyk toeftemmen, dat aan ons GE- ttooTSCHAP in V algemeen , en dit ons DEPARTEMENT in 't byzonder, in een' zeer geruimen tyd, ja, laat my lievcr zeggen , fcdert derzelver erectie , geen ge- voeliger err treftender flag is toegebracht 9 dan door den nu onlangs voorgevallen' dood van den zeer waar- digen en kundigen Directeur van dit Genootfchap 9 Cn Hoofd van dit Departement , den HoogEdelen Heer VAN DE PER RE ds Nieitwerve : die, nog in den bloei zyner jaren , als hebbende maar even den ouderdom van 51. jaren bereikt; en dus op een'tyd, dat hy, naar den mensch gefproken, nog zeer lang tot nut en voordeel van dit Genootfchap , en de bc- vordering van kunften- en wetenfchappen , had kun- nen werkfaam zyn , uit bet midden van ons voor al- toos is weggenomen ! Een verlies , Myne Heeren ! 't gene waarlyk in alien opzichte, en van vvat zyde men het zelve befchouwe, met het hoogfte recht allertreftendst mag genoemd worden : en waarover ik niet kan nalaten deze Provincie 9 deze Stad 9 dit ons Genootfchap , en Departement , ja ons alhn van gant- fcher harte te condoUren. Immers : wanneer ik in aanmerking neem de onderfcheidene betrekkingen , welken die waardige Man tot alle deze objectenhzd' 9 wanneer ik ovenveeg den ongemeenen yver , en de oplettendheid, waarmede hy al derzelver belangen fteeds behartigde; wanneer wy hem ons voorftellen als een' man , die het Hoofd was van eene der eer- fte, aanzienlykfte, en rykfte familienin ons Land, die VOORBfiiUCHT. ixxV die weleer de vooniaamfte en belangfykfte postetf in hetzelve, tot ilut van zyn Vaderland, en dezc zync Geboorrcflad $ bekleeddc ; wanneef wy beden* ken $ war hy at beeft toegebracbt tot den opboti en in ftandhouding van bet ZEEUSCHE Qenootfchap ,, en de erectie van dit Dfyartement 9 dat voor verre bet grootfte deel aan bera alleen zyne opkomst en aan- wezen verfchuldigd is ; waniicer wy cms voor oogeii ftcllen 'sMans groote ialenten , betninnelyk en vre* delievendkarakter^ Godsvrucht, mededeelzaamiieid, en andere Chridelyke deugden ; en daarby zyne on* vermoeide pbgingen ter bevordering van nlle niittige kuiiiten en \vetenfchappen, waarvan (ondcr anderen) dit MUSEUM, en tie wys, vvaarop lietzelve is tot (land gebraeht , ten alien tyde een fprekend en edel- tnoedig bewys zal opleveren: wanneer u y y } zeg ik , dit alles met eenige aandacbt opmerken : dan 9 Myne Ileeren ! zullcn wy , zoo my niet alles bedriegt, moetcn erkennen , dat wy in hem waarlyk een' Gtooten man vcrloren bebben : en dat zyn verlies , in vciea opzicbte ^ en voor veleil 5 onherftelbaar is. Dan ^ Myne Heeren ! wat zullen of kunnen wy in deze doen? Het is GODS wil, dien wy hierin, gelyk in alle andere treffende onheilen , moeten eer* biedigen : verzekerd zynde 9 dat niets by geval ge- fcbiedt; dat GOD, de Opperfte Beftuurder derwae- reld , alles met eene oneindige wyslieid tot ons mees- te beil befcbikt; en dat, fchoon wy zvvakke fierve- lingen de byzondere en goede oogmerlea van c-cii xxxvi VOORBERICHT. Alwyzen Schepper, en (opdat ik my dus uitdrukke) den leiddraad Z)iier handelingen op dit waereldrond , vonraf niet kunnen bevatten, GOlJ echter alles inde beste ordc doet afloopen , tot verheerlyking van zy- nen groottn Naam , en bevorderhig van het ware be- lang des menschdoms 1 Laat ons dan 9 Myne Heeren ! in de ovenveging van deze troostryke waarheid , mogen zoeken en vin- den den voornaamften grond tot onze vertroosting over ons gelcden verlies ; en , onder een nedrig op- zien tot den GOD onzes heils, de vergoeding van dat verlies van hem affmeeken ; laat ons , zooveel in ons vcvmogen is, de voetftappen van dien grooten man , wicns gemis wy bctreuren , tracbten naar te vclgcn , in de beoefening van alle Chriftclyke deug- dcn en volkomenheden , die ouder het bereik van menfchelyke vermogens vallen kunnen ; en laat ons , als Ledcn van dit Genootfchap, door yver en een- dracht beftuurd , onze taknten en verkregene kundig- heden , ieder naar mate der gaven 9 die wy ontfan- gen hebben , aanleggen tot bevordering van alle nut- tige kunften en wetenfchappen , en tot verdere in- ftandhouding en uitbreiding van dit aanzienlyke GE- KOOTSCHAP: 't gene ik hartelyk wensch, dat onder den zegen van den GOD aller wysheid en weten- fchappen , deeds moge groeijen en bloeijen; en by aanhoudendheid voorzien blyven van bekvvame man- ncn , die deszelfs beftendige duurzaamheid zullen kunnen verzekeren , tot het einde der eeuwen ! VOORBEPvICHT. xxxvn Deze aanfpraak word met dank- bare erkentenis aan ZynWelEd. beantwoordt door alle de aanwe- zende Leden , die hunne gevoe- lige droefheid te kennen gaven over den zwaren flag, het Vader- land, der'Kerk, dezer Stad, der wetenfchappen in het gemeen , het Zeeufche Gehootfchap , en dit Departement in het allerby- zonderst , toegebracht , door clen dood van dezen doorkundigen , edelmoedigen , en ailerbraafften , menfchenvriend : terwyl daardoor tevens der Vergadering aanleiding werd gegeven, om te overieggen : of niet de naauwe betrekking, welke het Departement op wylen Zyne HoogEd. (als deszelfs voor- naamften oprichter) had 5 vorder- de , ' om de gedachtenis van dezen edelmoedigen ftichter door eene opzettelyke Lofrede te vereeuwi- gen? Hiertoe eenftemmig beflo- *** 3 ten xxxvm VOORBERICHT. ten zynde, werd de Heer VAN DERPALM daartoe dooralle Leden der Vergadering verzocht , uit; aanmerking en van de naauwe be- trekking, welke die Heer op den Overledenen had gehad; en van de gelegenheid 9 om uit deszelfs papieren het daartoe benoodigde te verzamelen: welke Heer deze ti;eurige taak 5 als een* laatften Hefdeplicht, welken hy ^ynen Vriend en Weldoener ver- fchuldigd was , op eene aandoen- lyke wys op zich nam. Dat de uitvoering van dit ftuk ook aan de verwachting hebbe beantwoordt , blykt^ dtds uit eene Refolutie , welke in de eerst- volgende Vergadering van het Committe dcs Genoot- te VLISSINGE , na dat de Heer VAN DER PALM de E/oge ge- had , genomen werd : waar- VOORBERICHT. xxxix in, op eene voor ZynEd. zeer vereerende wyze, befloten werd, dezelve niet alleen onder de Ver- handelingen [*] des Genoot- fchaps 5 maar ook afzonderlyk , uit te geven : deels uit eene Refo- lutie van het MIDDELBURGSCHE De- part ement > volgens welke, met voile eenparigheid van alle de Leden, werd bepaald, aan dien Heer , tot een blyk van genoegen en goedkeuring, eene gednchte- nis in zilver of boeken , naar zy- ne keus 5 ter waarde van den gou- den' eerpenning, aan te bieden. Trouwens, dat in deze Lofrede de beeltenis van den waardigen VAN DE PERRE, niet op eene vleijende, maar meesterlyke, wys naar het leven getroffen zy, zal *** 4 elk [*] Op grond van deze Refo/utie zal dc Lezer dio LOFREDE onmiddeJyk achter dit Pborbericht geplaatsc vindcn. XL VOORB ERICH TV elk moeten toeftemmen, die Zyn- HoogEd. 'van naarby gekend hceft 9 en een hare bezit 5 om deugd'en waarheid op den juisten prys te fchatten. Moge de tee- kening van dezen verdienftelyken man velen onder \ZEELANDS aan- ^ienlyken, op'zyn voorbeeld (ter naarvolging) doen verliev-en : dan 5^al het oogmerk in de uitgaaf de- zer Lofrede op de bestmog^lyke wyze bereikt worden ! By deze reeds geledene verlie- ^enkomt nog, dat de aanhonden- de gevaarlyke ongefteldheid van den,-federt des Genootfchapsop- richting Praeficltrendtn Heer Di- rccteur-, Mr. ISAAC WINCKELMAN : aan wiens fchrander beleid, en onvermoeide arbeidfaamheid ? de- ?e geleerde Maatfchappy voorna- melyk haren oorlprong, inft^nd- hou- V O O R B E R I C H T. XLI bonding , en bloei , verfchuldigd is: aan clezelve eenen niet min trcffcnden en zwaren flag dreigt. Hiertegen zyn tot Directeuren aangefteld de Heeren: H E N D R I K VAN s T o c K u M : Dlrecteur generaal van Neclerlands Indie , op Batavla. Mr. D A N i E L j A c o B u s MATT H Y s s E N : Raad der Stad Vttspnge* Mr. DANIEL WILLEM DE CLiEVER: OudRaad en Schepen te Fere. Mr. c A R E L s A x E : Qrdinair Lid in den Raad van Juftitie 9 ad interim ddvokaatvci Waterfiskaal tc Bat avid. GODFRIED CAREL GOCKiNGA: Oppcrkoopman en Refideni te Cheribon. A. R. BARON DE ZILLERHARDT: Lieutenant Collonel ten dienfle dezer Landeri, in het Regiment van Zyne Vorftelyke Doorlachtig- heid den Heere Prinfe van H E s s E N D A R M- S T AD. Mr. HENDRIK SANGNIE DANCKAERTSI Ad- vokaat te Middelburg. Mr. WILHEM SCHORER, JOH. ASS. FIL. Ge- commifteerde Raad van de Ed. Mog. Hee- ren s T A T E N van z E E L A N D : te Middelburg* Mr. LEENDERD HUIBRECHTDE HAZE BOM. 5 ME: XLII VOORBERICHT. HE : Oud-Bailliu der Wateren van ZEE- LAND: te Middelburg. Mr. CORNELIS ADRIAN-US CANTER VIS- SCHER : Ordinair Lid in den Achtbaren Raad van Juftitie des Kasteels te Batavia* Dan het Genootfchap is geluk- Mger geweest ten aanzien van deszelfs Leden : zynde op de al- gemeene Vcrgadering van 1790, aangefteld de Heeren : CHR1STIAAN HE ND RIK D AME N : Math, fub- Urn. Architect, civil, mi lit. et Hydraulicae Phy/ices Profesfor: te Lelde. HENRI DANIEL GUYOx: Predikant in de Wai- fche gemeente : te Groninge. A SOEK: Chirurgyn en Qperateur , buitengevvoou Stads Vroedmeester , en Prae/ectsr in de verloskunde : te Lelde. Mr. A. SANDRA: Schepen en Raad te PTisfinge. joriAN CORNELIS BAERTs: Med. Doct. en Vroedmeester: te Vlisflnge. SAMUEL THEODORE HUET: Predikant in de Walfche gemeente te Vlisfinge? JIERMANUS VANHASSELT: Predikant te Plis* flnge. HERMANUS RIETVELD: Predikant te Hisfinge. En VOORBERICHT. XLIII En op de algemeem Fergade- rmg van 1791. de Heeren: fAbbe 1 MANN; Secretaire perpttuel de V Academic Imperiak et Roy ale des fclences et belks-kt- trcs: te Brits fe I. STEVENJAN VANGEUNS, MATTH. Z. A. L. M. Phil.Doct. MecL et Sot an. Prof. Lid der Genootfchappen vati Gottinge , Haarlem , Utrecht, en Gronlnge: te Utrecht. RICH BUS VAN OMMEREN: Rector van het Gymnafium? Lid van de Hollandfche Maatfchap- py der Wetenfchappen , en van het Provincia- k Utrecht fche Geaootfchap : te Amfterdam. PIETER NIEUWLAND: Lector in de Wis- Ster- re- en Zeevaankunde ".an het Athenaeum //- luftre te Amflerdcim^ Lid van de Haarlem- fche, Bataaffche^Qn Utrecht fche Genootfchap- pen: te Amfterdam. YSBRAND VAN HAMELSVELp: S. S, TheoL Doct. Lid van verfcheidene geleerde Maat- fchappyen; te Lelde. HENDRIK VAN DEN HESPEI*: Predikant te WestSouburg* Hierby komen nog de Heeren : RUDOLPHUS ENGELBERts: Prcdikant te Oost* Souburg. JODOCUS BERING A: Predikaiit te Vlisfinge. Wei- XLIV VOORBERICHT. Welke Heeren , tot Leden van de Fratifcbe LEESSOCIETEIT zyn- de aangenomen , daardoor recht hebben gekregen tot het Lid- maatfchap des Genootfchaps : en in deze betrekking op de gewone maandelykfche Vergadering den 28. Februari vandit jaar vooraan- genaam zyn verklaard. Daar dit zestiental van Heeren het Lidmaatfchap met volvaardig- held hebben aangenomen: zyn in- tegendeel in dien tyd aan het Ge- nootfchap flechts twee Leden (in- zoover tot onze kennis is geko- .men) door den dood ontrukt : de jMedtfche Hoogleeraren p. j. BER- GIUS, te Stokbolm; en j. A. MUR- RAY, te Gottinge. En wat belangt de werkfdam- leid , zoo van Heeren Direct eu* 'ren , als van de Leden , ter bevor- dering van des Genootfchaps be- Ian- VOORBERICHT. XLV langen : hierin ontbreekt het niet aan eene meenigte proeven. Laat, ten aanzien der Heeren Difccteuren, deze ene hiervan tot bewys verftrekken! Daar de ongefchiktheid der vertrekken, tot berging en behoorlyke bewa- ring van *s GENOOTSCHAPS eigen- dommen, en de hieruit ontflane vrees van bederf , voor de boe- kcry , en verzameling van natu- r alien en zeldfaamheden , reeds federt jaren Hunner WelEd. aandacht had opgewekt, om op eene verplaatfing van dezei- ven befchikking te maken : zoo hebben de beginfelen van dat dreigende kwaad , vooral onitrent het kabinet van Hoorns en Scbel- pn 9 door den Heer Mr. LAMMENS (die het opzicht en de inorde- brenging van 't zelve wel had vvil- len op zich nemen) aangewezen, dien invloed by de Heeren zyne me- XLVI VOORBERICHT, mz&zDirccteurcn gehad, dat dit ftuk niet alleen in ernftiger over- iveging is genomen , maar dadelyk eene commisfie benoemd , ten ein- de een plan , overeenkomftig mee des Genootfchaps financien, te ontwerpen ; en dadelyk naar mid- delen, ter uitvoering van 't zel- ve, uit te zien. Dit befluit werd in de Vergadering van Heeren Directeuren , den 10. Augustus des jaars 1791. genomen; en deze cotnmisjie- was zoo werkfaam 5 dat dezelve van hare verrichtingen , reeds den 7. September daaropvol- gende, aan voorgemelde Heeren bericht deed : met dit gevolg , dat al het verrichte werd w^lgeno- men ; de koop van een huis 9 nu onlangs bykans geheel vernieud,; onder approbatie gedaan, goed- gekeurd; en deze commisfie ver- zocht te blyven voortgaan, om zoo wel ten aanzien der verdere in- VOORBERICHT. XLVH inordebrenging van het huis , als de verplaatfing van des GE- NOOTSCHAPS boekery, kabinet van medailles , natur alien 9 zeldfaam- heden 5 en verdcre ameubletnenten * de noodige fchikkingen te makeru De Heeren van deze commisfie hebben niet alleen dit verzoek volvaardig op zich genomen; maar aan 't zelve met zoo veei vlyt en onvermoeide arbeidfaam* held beantwoordt : dat zy , op den 24. April van dit jaar, in dit nieuwe etablisfement eene Vergadering van Heeren Dire- ct eur en hebben belegd, (zynde des Genootfchaps verzamelingen reeds alien destyds in *t zelve [*] overgebracht, en, in zoo vet mo- [*] In deze betrekking moet byzonderlyk de yver^ kunde , en werkfaamheid , van den Heer Directettr LAMM ENS'; en den Sekretaris VAN ROIJEN geprezea worden : onder wier opzicht ea l^eftuur allcea dit verricht is* XLVIII VOORBERICHT. mogelyk was , gearrangeerd f) aan welke zy een uitvoerig ver- flag van alle hare verrichtingen heeft gedaan: \ welke door alle de aanwezende Heeren Directeu- Ten met volkomen genoegen en dankbare erkentenis werd goed- gekeurd. Had voor eeiien geruimen tyd de Heer Directeur Mr. WILLEM VAN DER BEEKE eene aanzien- lyke fom van duizend guldens aan Heeren Directeuren aange- boden ,, om van dezelve 5 ter hunner befchikking, tot fieraad van het Genootfchap in deze, of gene betrekking gebruik te ma- ken : van dit aanbod had men zich thans ten dien einde voor de vcrgariervertrekken bediend. Daar dus de edelmoedige milddadigheid van dezen Heer niet weinig tot den uitwendigen luister van dit gcfticht toebracht, gaven Heeren Di- VQORBERICHT, Direct eurm him verlangeil te kerK Hen , dat dit der vergetelheid door het eene of andere gedenk- 1 teeken wierd onttrokken: waai^ aan voldaan is, door het wapen van Zyne WelEd. op eene naald * voor den fchooriteen in de gfoo* te vergaderkamer > met een La* tynsch onderfchrift te plaatfen, De gemelde Vergadering weird befloten met eene treffende^ en op deze gelegenheid zeer toepas- felyke, aanfpraak van den Vice* Praefldent BERTLING , waarin Zyn- Ed* op eene nadrukkelyke wyze betoogde, hoe dit GENOOTSCHAP* uit geringe beginfelen ,.. binnen den kringvan weinige jaren, groof en beroemd geworden, dien trap van uitwendig aanzien had be- reikt, dat hetzelve thans een af- zonderlyk gebouw heeft verkre* gen: waardoor het, met meerde- ren luister dan voprheen, iri de- VOORBERICHT. ze ffad is gevestigd: befluitende met de vurigfte zegenwenfchen , zoo over het GENOOTSGHAP in 't gemeen , als over Heeren Directeu- fen en Leden van hetzelve in 't byzonder ! Gelyk dus Heeren Direct eur en zich onledig hebben betoond in de behartiging van de belangen des Genootfchaps : zoo hebben ook , ter bevordering van dit heil- zaiiie oogmerk, de Leden , AL- HIER en te MIDDELBURG gedomici- lieerd, in htinne betrekking der- zelver werkfame pogingen aange* wendt: blykens de verhande- lingen , welken maandelyks , zoo in het perpttuele Commit^ als iil het Middelburgfche Department 9 zyn voorgelezen ; waarvan in het volgende Deel verfcheideiieii zul- Ten geplaatst worderi. Indien de buitenlandftbe Leden even weiilig met VOORBERICHT, tt niet den blooten eernaam zich ver- genoegd hadden , als die welken te VLISSINGE en MIDDELBURG wonen $ en .aan hunne verpliehting beant* woordt: 'er zoude geen tydvak^ federt des Genootfchaps oprich- ting , gevohden worden > waariil dd Leden zich werkfarner hadden be- toond ^ om bevordelyk te zyn aart den bloei van nuttige kunften eri wetenfchappen^ Van het eerstgemelde zulleri Wy eene kleine proef geven, door de plaatfing van het volgende BE- RIGHT , tot ftaving der aanwezig- heidvanEENHOOKNEN: voor- gelezen in het MIDDELBORGSCHE Department , den 7. December 1791. door Mr. K. K. REITZ. WELEDELE ZEER GELEERDE HEBREW ! Vender d ifteenigvuldige sakfcn, welkert door vferkfamen Natuuronderzoeker pLimus den En VOORBERICHT. gen , als dadelyk beftaande , worden opgegeven : : zyn 'er verfcheidenen , welken in lateren tyd zyn uit- gemonflerd , als verdicht en niet aanwezig: fchoon federt velen van die verdacht gehoiidene verhalen op nieu door de berichten der jongfte reizigers en reis- befchryvers zyn bevesiigd; en dus de goede trou en geloofbaarheid van PLINIUS ten dien opzichte is ge- flaafd. Tot het getal der twyfelachtigen beboort , tot nog toe, 's Mans opgave van den EENHOORN: waar- omtrent hy in Hiftor. nat* Lib. nil. Cap. 21. zich dus uitlaat: "Afperrima autem fera MONOCE- 5, R O S : r ell quo corpore E Q u o fimilis ; capite c E R- 59 v o ; l pedibus ELEPHANT* o; cauda A p R o ; mtt- 3, git u gravi ; uno cornu nigro media fronte cubi- 3 , torum duum eminente. Hanc feram vtvam negant In.de HeUige Schrift, inimers in, de boetei des O. /^. ? ^word meer dan eens (zelfs met zekeren op- hef) melding gemaakt van eendier, in het Hebreeusch R E EM C s ^1) 9 f m ' r meervoud R E E M i M ( M^l ) , genoemd: welk woord door Onze overzetters, gclyk o.ok door de Engelfchen , vertolkt is EENHOORN; doch de Franfche vertaling heeft daarvoor CHE- V R E U I L , en C HTE V R E S A tJ V A G E. Op tWCC dier plaatfen vindt men in de bekende Verklarlng der E N G E L s c H E Godgeleerden eene uitvoerige aanteekening : uit elke welker ik de vryheid zal ge- bniikeu e'en -klein- gedeclte over tc nemen. Op. i V O O R B E R I C H T. LIII Op NUM. XXIII. vf. 22. word onder anderea aangemerkt : De eenige zwarigheid is, wat fchepfel hier RE EM word genoemd, welk woord wy, met vele^ ^ anderen , EENHOORN overzetten : aangaande welken, fchoon door de ^meesten tegenwoordig gehouden wordende voor een fabelachtig dier, dat nergens gevondeu word , THOMAS EARTH o*. LINUS, in zyne ontleedkundige hiftorie, ver- haalt: dat een Gezant van den Koning van GUI- ,, N E A aan den liertog van KOBRLAND hem te KOPPENHAGE vcrzckerd heeft: datiiiAPRikA, ecu zeer vlug en ftoutmoeclig dier is , 't welke de grootte heeft van een gemeen paard ; en in zyn voorhoofd eenen hoorn , van omtrent drie -fpannen 3, lengte, draagt: waarvan by den dooden romp, maar nooit een levend [dier], gezienhad. Doch > . fchoon men dit onderftelle waarheid te zyn, kari dat dier echter de reem niet zyn, waarvan hier . gefproken word; want" enz. En op JES AIA XXXI f^: 7. leest men : Door de REEMIM, waarvan de Profeet hier fpreekt, moet men niet verftaan gehoornde bees-. ? , ten als paarden , gelyk onze fchilders ze gemeen- lyk vertoonen; noch ook wilde ezels, met eeneu rechten hoorn in het voorhoofd, waarvan fommK gen fpreken : gelyk men by ARISTOTELES,. PLINIUS, en AELIAAN, zien kan : want de. - 5 , wyl ten dezen dage zulke fchepfels niet te vinden t yu, mag men ze met recht voor verdicht hou- **** 3 den; VOQRBERICHT, den; en de hoornen, wclken wy die van EEN- 3 , H o o R N E N noemen , komen niet , gelyk wel be? kend is , van land- , maar van waterfchepfelen". enz. En dit algemeene gevoelen nopens de onbeftaan- fcaarheid der e'e'nhoornan is ook overgenomen in bet zoo beruchte wcrk , onder den titel van E N p Y c L o- PEDIE bekend, alwaar (in den druk van YVER- DON Tom. XXVL pag. 205.) op het woord CQRNE Jiet volgende ftaat geboekt. bulevx. On dlt , qtfil fe trouve en Afrique , et ^ dans fEthiopie: que Jest un animal era Intlf , (dit ftrydt echter met de opgave van PLINIUS) habi- 5 , far,t la fond de for4ts ; portant au front une cor- ne blanche (by PLJNIUS word de kleur van den hoorn jaiist integendeel zwart genoemd) de cinq pal- ? , wes de /ong; de la grandeur d^itn cheval iqedio- c fe ; (Fun poil brun , tirant fur h noir ; et ayant ^ h cnn court , uojr , et pen fourni fur le corps , et meme a la queue: Les eornes de Licorne , 5 , quon wontre en differ ettts endroits , font ou des eornes tfautres animzux connus; ou des morceaux divolre tourney veel licfct byzetten : terwyl men, hier, in 't minfte niet meer twyfejt , of dat dier word waarlyk in de- zen uithoek gevonden! Zoo 'er LIEFHEBBER? gevonden wierden, 3 , die eene pra?mie wilden ftellen op eene Huid in ., hare voile gedaante : zoude ik vvel willen aanne- men , om daarvan eene te bezorgen : onder voor- 5> waarde, dat && praewU geevenredigd zoude zyn aan de moeite eo kosten , die; tot zulk eene verre reis moetea wprden aangewendt". CABO DE GOEOE HOOP den 8. (geteekenf) //. CLOETE. i Belangende nu den ftaat van s GENOOTSCHAPS verzameling: zoo ten aan^ien van deszelfs boe- kery; als van het kabinet van pen- wngen > natur alien 3 en zddfaain- be- VOORBERICHT, ux heden: ook deze is aanmerk- lyk toegenomen. Door de edek raoedigheid der Heeren ERME- RINS; VAN LEEUWEN; GRUNER; SOEK; THUNBERG; VAN EMDRE; GENERSI; KASTELEIJN; VAN MA- RUM; KIST; VAN DER PALM; en der Beftierderen van de HOLLAND- SCHE Maatfchappy ; van het Pro* vinciale UTRECHTSCHE Genoot- fchap; van TEYLERS Genootfchap; van het Genootfchap pro excolen- do jure patrio ; en anderen 9 die hunne uitgegevene ftukken en werken ten gefchenke hebben aan- geboden : gelyk mede door den aankoop, ten koste des Genoot- fchaps : -^ is de boekery zeer ver- raeerderd, De Heeren j. A. MOENS; L. BEK- KER; K- K. REITZ; REERS; en ALBRECHTS ; hebben aan des Ge- nootfchaps kabinet eenige mdail- let LX VOORBERICHTV Us aangeboden : maar vooral is deze verzameling verrykt, door de oplettendheid van den Heer TE WATER op des Genootfchaps belangen: als welke door aan- koop voor rekening van hetzelve is machtig geworden een aanzien- lyk getal van eenige weinige gou- den en zilveren, en zeer vele koperen , meest Romeinfche , pen- ningen: onder welke laatflen vooral uitmimten de penningen, die tot de Romeinfche Co/omen, byzonder in Spanje , behooren. Terwyl het kabinet der natuur- lyke zeldfaambeden is uitgebreidt door de gefchenken der Heeren LAMMENS; LOUYSSEN; VAN DER STEEGE; FREYTAG; en BAERT : maar allermeest door den edel- inoedigenyver, voor des Genoot- fchaps luister en bloei, van den Heer A. MOENS , OudDirecteur VOORBERICHT. LXI Generaal van Nederlands Indie: die, behalve een aantal van de kostbaarfte en rykfte goudertfen van TERNATE; verfcheidene artikekn te JAPAN gefabriceerd* tot een bewys van de vordering, welke deszelfs inwoneren in on- derfcheidene kunften en hand- werken hebben gemaakt ; en eenzwaar verguld kokertjen, waar- in de KORAN, op eene lange fmalle ftrook inlandsch papier, zeer kunftig en fraai gefchreven, en met eene meenigte prentlette- ren en ornament en verfierd : wel- ken de Vorften in het INDOSTAN- SCHE ryk , met een lint om deni blooten arm gebonden, gewoon zyntedragen: nu onlangs we- derom aan het Genootfchap 9 tea gefchenke , heeft overgezonden twee kostbare kasfen met laden,, gevuld de eene met eene gantfche. ver- LXII VOORBERICMT, vefzameiing van fraaije SCHE kapellen ; en de andere met niet min belangryke hoornen en fthelpen. , Gelyk dus des GENOOTSCHAPS onderfcheidene verzamelingen niet weinig zyn vermeerderd en uitgebreidt: zoo hebben die van het MiDDELBURGSCHE Depafte- ment ook eene aanzienlyke toe- voegirig ontfangen, Behalve d& gefchenkeri van de Heeren REITZ ; STAVORlNUs; KAMHOUT; Baronet VAN DEN BRANDE ; en PASPOORT: aan het kabinet van tiatuurlyke zeldfaamheden : -^ zoo heeft de HoogWelgeb. VrouWe Douarie- Te VAN DE PERRE , gfib, VAN DEN BRANDE, tot eene gedachtenis van wylen haren waardigert Echtge- lioot 5 als oudften Directeur * te Middelburg woonachtig^ Praefi* font van het DEPARTEMENT* aan het- VOQRBERICHT. Lxnt hetzelve ten gefchenke gegevm het kostbare 9 misfchian het kost- baarfte PLANETARIUM*, 't welke niet alleen in dit Gemettibm , inaa* zelfs in geheel Et/ropa , gevondent word. Van dit kunstftuk word door den Heer VAN DER PALM gewag geniaakt in de Lofrede* bladz* 31- en de Heer j. HERM. KROM heeft in het jongstverloope- ne jaar eene korte befchryving daar- van in het licht gebracht. Wat eindelyk den inhoud van dit Deel betreft : men vindt daar- in alleen Prysverbandelingen, oni redenen hiervoren opgegeven : waarvan eene Lyst aan het begia derzelven geplaatst is v Moge dit Deel met genoegen worden gelezen: moge het die- nen ter uitbreiding van nuttige kun- LXIV VOORBERICHT. kunften en wetenfchappen! dan zal des GENOOTSCHAPS doel be- reikt zyn ; en deszelfs y ver wor- den aangevuurd. VHSSINGE: den 26. van Zomermaand 1792. A. DRYFHOUT: SEKRETARIS. LOF- LOFREDEN OP DEN HOOG WELGEBOREN HEER JOHAN ADRIAEN VAN DE PERRE, HEER VAN NIEUWERVE EN WELSINGEfif, OUD-REPRESENTANT VAN ZYNE D. H* DEN HEER PR. VAN ORANJE EN NASSAU, ALS EERSTEN EDfi- LEN VAN ZEELAND ENZ. ENZ. EW2. a si : i :> . . LOFREDEN . WEL EDELE, ZEER GELEERDE HEEREN! _ 'ffchoon ik het gewigt gevoele van hat \verk, dat gy my hebt opgedragen , en 't weik ik in dit uur moet volbrengen : ja fchoon ik het altyd voor eena uiterfte poging des menfchelyken verftands heb ge- houden, de deugd naer waerde te verheffen, (jn, in den naem eener verlichte Maetfchappy, die geheilig- de (chatting van hulde en erkfentenis te betalen , die zy aen de verdiensten en aen de asch van groote man- hen zoo onbetwistbaer verfchuldigd is: offchoon ik thans, tnisfchien meer dan ooit, het gebrekkige my- tier oeffening en de bekrompenheid myner vermogens tefefFe, om aen uw oogmeit, e veelligt pok aen A 5. 4 LOFREDEN. uwe verwachting te beantwoorden ; nogthans kan ik u de aendoening myner dankbaerheid , en de in- wendige voldoening mynes harten niet verbergen, dat gy my tot de volbrenging van een pligt hebt ge- roepeu , dien ik niet anders , dan als een dierbaren lykptigt voor eenen afgeftorven weldoener kan aen- merken. Hoe weinig "mag liet der dankbarc vriend- fchap gebeuren , de gedachtenis van een edelen , aen haer hart ontrukten vriend, anders dan in de een- zaemheid, te betreuren, of een openbaer gedenkte- ken van hare gevoelens op te richten. 't Geen de bewustheid myner al te geringe talenten my zou be- let hebben, hebt Gy door uwe eenftemmige verkie- zing, my tot een wet en verpligting gemaekt; en 't geen ik yuurig verlnngde , maer 't geen een ontydige fchroom*voor de valfche en ongevoelige kicschheid der weereld my misfchien altyd zou verhinderd heb- ben , dat hebt Gy , M. H. door uw gezag gewet- tigd Gy alle kent de betrekldng op den waerdi- gen--VAN DE PER RE , waerin zyne edeknoedige vriendfchap my geplaetst had : Gy weet hoe moedig ik fteeds op dezclve geweest ben, en hoe zy myn-ge- lieel hart vervulde; en nogthans hebt,,gy. zyne lof- fpraek van my begeerd ; ja daerom. alleen hebt gy my "boveri andere mannen, acn wie aadcrs dit werk^on- eindig beter ware toevertrouwd geweest, kurtnen ver. kiezen, om dat gy eene lofreden begeerde ,. die als nit de diepfte bron des gevoels geweld was : pm dat gy niet alleen uwen cerbied voor de nagedachtenis uwcs vrieads, maerteveus de gevoekns uwe/'onge- veins* L F R E D E N. vcinsde genegenbeid, als door mynen mond , wilder uitftorten. En waerom zou deze naeuwe betrekking my ver* liinderen, orn aen uw oogmcrk, naer myn vermo- gen, te voldoen? Vertrouwt men dan den vriend van eenen waerdigen man zoo weinig groote gevoe- lens toe 9 dat hy deszclfs nagedachtenis door vleyery zou kunncn ontecren? Of kan de tael des barren % fchoon door de dankbaerheid ingegeven , en door de aendoening bczield , nict tevens den ftempel der waerhcid dragen ? 'tis waer! de dankbaerheid, de* vriendfchap verzvvygt de deugden hares weldoeners niet; zy juicht, zy zegepraelt over dezelve en haer hart vvordt welfprekend by derzelver optelling; maer men vreeze niet, dat zy deze deugden zal trach- ten op te tooycn. Daer , waer de helderfte dag van dezelve ZOLI afftralen, fpreidt de vriendfchap den fomberen iluyer der weemoedigheid over haer nit, op dat hare fchittering het uitgeweend oog niet beledige. Hare bevende lippen kunneu geen lof- trompet doen klinken , en de trillende hand der droef- heid kan geen trotfchen eerzuil onderfchragen. De hoogmoed heeft Piramiden gefticht en Maufoleen gc- bouwd, maer wat kan vriendfchap en dankbaerheid? Helaes ! zy kunnen peinzend en met een ftikkentf. hart by het 'zwygend overfchot nederzitten ; zy kim- nen het, wanneer haer deze laefFenis vergund wordt, met hare tranen bedaeuwen , en he$ is hare uiterfle poging een handvol geurige bloemen op te zamelen ? en op deii bevochtigden grafzerk uit te ilrooyen! AS. ' & kOFREDEN. Ziet daer M. H. wat gy van my te verwrichtetr hebt : en zoo de cenvoudige voorftelling van her ka- rakter en de verdienften van den edelen VAN DE PER RE, in de tael der erkentenis gefchreven, en gevloeyd uit een hart, dat de vriendfchap met meer ivaerdeert, dan het den tooy der vleyery, en de prael der eigenliefde verfoe^yt : -*- Zoo dit genoeg is om zyrie Lofreden uit te maken , dan heb ik eenige eisfchen op uwe aendacht en toegevendheid. Ik houde my verzekerd, dat dat gene, 't welk de jiagedachtenis van dezen man aen elk, die in eenige betrekking tot hem geftaen heeft, enaenUlieden in't byzonder zoo dierbaer gemaekt heeft, niet enkel ge* zocht moet ^orden in zyne groote verdienften om- trent deze onze geleerde Maetfchappy , of dien tak derzelve, die in deze Stad vergadert, en grooten^ deels aen Hem alleen zyn beftaen verfchuldigd is; jioch ook in die edelmoedige zucht, waer me^ hy den aenwasch en bloey aller fchoone wetenfchappen en konften onderfteunde en bevorderde; niet enkel in zyne geleerdheid en den fchat der kundigheden , dien hy zich had opgezameld ; noch ook in den luis- ter, dien hy zyne aenzienlyke posten door eene ge-s- trouwe waerneming derzelve heeft toegevoegd ; noch eindejyk in die deugden alleen , die zyn karakter ver* ^delden , en hem een fieraed der ^nenfchelykheid , eene eer voor het Christendom deden zyn : Ik Jioude my verzekerd , zeg ik , dat het niet e'e'ne , of fommige dezer hoedanigheden , maer die alle famen* L O F R E D E N. f genomen zyn, die u zyne lofreden hebben doen bege'ren, ja die duizende tongen tot zyne lofrede* naers, en zco vele harten de bewaerplaetfen gemaektj hebben van zyne gevoelens en daden. Ik zou der- halven weinig aen uwe bedoeling beantvvoorden s zoo ik hem thans tiit een bekrompener oogpunt be- fchouwen, of flechts in eenige dezerbetrekkiageu aen u voordragen wilde. Zoo ik u niet den ganfchen man poogde te fchetfen in al deszelfs edele gevoelens\ zoo wel omtrent het Fader land , als den bloey der geleerdheid en befchaefdheid in het zelve ; zyne ge- voelens zoo wel omtrent de regten der burgerlyke en zedelyke deugd , als omtrent de verhevener aenfpra- ken van onzen geopenbaerden Godsdienst. Het allereerst roept ons zyne betrekking op het Fa- der land , daer deze ons te gelyk zoo veel van zyn leven en lotgevallen zal herinneren , als wy by deze gelegenheid niet mogen verzwygen. * A 4 Ge- * Hy werd geboren den 25 December 1738 uit den Wel !Ed Geb. Heer j. VAN DE PERRE, Raad in de Vroedfchap en Sche- pen der Stad Middelburg, overleden in het Jaer 1749, en Vrouwe c. c. STEENGRACHT, overleden in 't Jaer 1775. Hy was de oud- fte van zes kinderen , uit dezen Echt gefproten. ELIZABETH, en NICOLAAS D'HUIBERT VAN DE PERRE ftierven zeer jong, en de laetfte bereikte flechts omtrent zoo veele Jaren, als de eerfte Maeiideo. Jonkvrouwe B. A. VAN DE P.ERRE, gehuwd geweesc aen den Heer w. THIBAUT, Heer van Aegtekerke enz. enz. over- leed A. 1768 flechts 26 jaren oud. De Heer p. E. VANDEPERRB, der Vierbannen van Oostduivelaud enz. enz t ftierf in den Jare f LOFR-EDEN. GefrTotcn ult ddn der ondfte en vermogendfte ge flachten , dat federt de oprichting van dit Gemecntv best de aenzienlykfte posten in her zelve bekleed heeft, en welks naem in de gezamichappen van on- zen Staet bekend is , had hy door zyne geboorte het yegt, of ten minften de billyke verwachting ontvan- gen , van in de bettuuring der burgerlyke maetfchap- j>y een niet gering aendeel te bezittcn. De ontwikkeling zyner jeugdige talenten billykte reeds de hoop des Vaderhnds , om in den telg eenes ^enzienlyken huizes ook den erfgenaem der voorouder- lyke deugden vveder te vinden, toen de vroegtydige en fmartelyke dood zynes V T aders hem deszelfs gelei- de en voorlichting ontrukte , hem beroofde van dat gedeelte eener verhevener opvoeding , dat zelfs de tederhart^fte en verflandigfte zorgen eener brave Moeder naeuwlyks kunnen vergoeden. Zoo behaegt liet mLenigmael de Voorzienigheid , hen, die zy tot een zegen des menschdoms verordend heeft , aeii liare eigen hand alleen op te voeren tot het hooge- 4oel hunner beftemming. Ik zal u niet bezig houden met de byzonderlieden ysm. zynen kinderlyken leeftyd., noch met den, j?86, het 4ifte zynes ouderdoms. De Heer M. j. VETH VAN DE fERRE, Heer van Westcappelle enz. enz, isde eenige overgebleven felg van dit beroemd en bloeyend geflacht, die den dood des mans in ons midden betreurt. Hy ftierf den 8 April' ,' zander kinderen na te laten, LOFREDEN. * trbeid zyner jongelingfchap. Ik zal gedeeltelyk ge- Jegenheid vinden , om hier van ftraks nader te fpre- ken. Gedeeltelyk zal de meenigte der gewigtige za- ken, die ons wachten, my van deze geringe moeK te 3 ook naer uw oordeel 3 verfchoonen. Toen by , na het eindigen zyner letteroeffeningen op Leidens Hoogefchool, en het volbrengen eener reize, door een aenmerkelyk deel van Frankryk en Zwitferland * 9 in zyne Vaderftad te rug keerde, werd hy niet lang daar na tot medelid van Middelburgs Achtbare Regdring verkoren , en bekleedde dieneere- post geduurende verfcheidcn jaren. Men behoeft den aert onzes Staetbeftuurs , en de wys van deszelfs innchting flechts oppervlakkig te kennen, om ter- ftond te begrypen, dat in een tyd van vrede en eendracht , waerin onze buitenlandfche betrekkingen geregeld zyn , en de binnenlandfche oneenigheden zich tot den kringvan perfoneele verfchillen bepalen, dat in zulk een tyd de Staetszorgen van den jorigen Stedelyken Regent 9 die noch aenhang , noch onma- A $ ti- * Hy verliet reeds de Hooge School in het jaer 1757. en tferkreeg 4en eertrap in de beide regten met eene Verhandellng over de Zelf- moord. Een gedeelte van dit en het gantfche volgend jaer werd met zyne reize doorgebragt. In het jaer 1760 verbond hy zich in den Echt met de Edele Jonkvrouw JACOBA VAN DEN BRANDE, van jnoeders zyde afkomftig uit het gqflacht der beroemde MARIA VAM REIGERSBERG, en na een gelukkigen Echt van] byna 30 Jarer?, thans deszelfs Weduwe, Kort na zyne terugkoitist in zyne Vaderftad, werd hy tot Kiesheer, en in den jare 1762 tec Raed in de vcrkorei;.* lo L O F R E D E N. tigen invloed bedoelt, hern verfcheide uuren des daegs overlaten, om naer zyne willekeur te befteden. Een edeler geest, in wien de bewustheid van groo- ter nut aen de Maetfchappy te kunnen toebrengen , zich fomwylen met kracht verheft en gelden doet, tracht daerom den kring zyner werkzaemheid uit te Ipreiden, en ten koste van arbeid en moeite, vol* d,oening voor zich zelven te koopen. Bet was dit regtfcbapen gevoel , dat den yverigen VAN DE PERRE de bcgeertc inboezemde, om deel te verkrygen aen het beftuur der O, L Maetfchappy, en de uitflag fcheen ook welhaest zynen wensch te zullen bekroonen. De befchouwing der belangryke famenftelling van dit Staetkundig, handeldryvend en Iftiishoudelyk ligchaem , de overvveging van den in- yloed , die deszelfs bloey op de welvaert van dit Ge- meenebest heeft ., ziet daer 't gcen hem ontvonkte , *t geen voor zyne fchranderheid , zyne trouw en on- derzoekenden geest de gefchikte loopbane fcheen, om ddr voor zich zelven te bejagen , en nuttigheid op zyne voetftappeh achter te laten. Reeds had hy zich in 't bezit gefteld van alles , wat hem op dezen nieuwen weg voorlichten en beituuren kon , en zich aengegord tot het hardnekkigst en omflachtigst onder- zoek , dat den grond zyner volgende werkzaemheid aou uitmaken 9 toen hy op het onverwachtst geroepen wierd om eene hooger beftemming te vervullen , waer toe nimmer zyne uitzichten zich hadden kunnen ver- L O F R E D E N. x* Zyne Doorluchtige Hoogheid , de Heer Prins van Oranje en Nasfaii , droeg hem naraeiyk in het Jaer 1768, het softe zynes ouderdoms, den gewigtigen post op , van Hoogstdenzelven 9 als Eerflen Edelen van Zeeland, in dehooge Staetsvergaderingen te ver- tegenwoordigen. Zoo aenlokkelyk het vereerende de- zer keus en de luister van het ampt zelve voor den jeugdigen Vaderlander was , zoo zeer werd hy aen den anderen kant door het onverwachte, het beden* keiyke , en door den ernftigen raed van fommige zy- ner vrienden in de bepaling zyner etgen feeus geflin- gerd. Daer van houde ik my verzekercj, dat, wat hem immer bekoren mogt, nietvS in ftaet was om zy- ne verkiezing te beflisfen , dan de overweging van pligt en roeping, dan de overtuiging, van in dien gelukkigen keftyd , waerin de rypheid der mannelyke denkingskracht nog door het vuur der jeugd bezieid wordt, zich niet te mogen onttrekken aen een post, waerin men nuttig kon-zyn aen vele, en ten minflen door een regtfchapen, onbaetzuchtige handelwyze, door trouw en verftandig befhmrde werkzaemheid, zich voor de nakomelingfchap en zyn geweten ver^ antwoordelyk kon ftellen, Gy vergt niet van my, M. H. , dat ik u den aert van dezen gewigtigen post , dien hy geduurende tiea jaren bekleedde , noch het geen denzelven in dezea tyd misfchien bedenkelyker en moeyelyker maektej dat ik u de gefchiedenis van zyne ftaetkundige loop* ? dc voorvallen ? die dezelve aenmerkelyk maek- ten ia L/0 F R E D E N. tn , en zynen invloed op dezelve uitvoerig befchry- ve, of zelfs kort&lyk aenftippe. Gy weet, dat de onpartydige Gefchiedfchryver op een grooter afdand van 'den tyd zyner gebeurtenis leven moet , dan wy ens bevmden van den tyd, dien ik bedoele. Gy weet , dat ik geen ooggetuigen geweest ben van de omflandigheden die dezen tyd kenmerken , ja dat het geheugen derzelve tot de dagen myner kindsheid en jongelingfchap afdaelt. Alleen kunt gy van my vor- deren, dat ik het edel karakter van uwen vriend en Voorzitter, ook als ftaetkundigen , kortelyk en met de vrymoedige pen der waerheid voor u tekene. Indien onbuigzaemheid en onverzettelyklieid van karakter; indien hardnekkigbeid in het doordryven Tan opgevatte voornemens; indien heerschzucht en de geest der partyfchap: indien, zeg ik, eenige maetfchappy diep genoeg vervallen was , om deze hoedanigheden in hare Staetsmannen te vorderen, dan zou de zachtzinnige en edelaertige VAN DE PER RE buiten twyffel het laetfte voorvverp geweest zyn, dat aen hare oogmerken had kunnen beantwoor- den. Integendeel , die zelfde infchikkelykheid en toegevendheid van aert, die zyne vriendfchap en verkeering een onwaerdeerbaren fchat maekten, ver- lieten hem met in de bezigheden des Staetsbeftuurs , en zoo hy ddn der beide uiterflen had moeten kiezen , zou veeleer zyne ftandvastigheid het flachtofFer der menschlievendheid geweest zyn , dan hy de laetfle , ifc zal niet zeggen zou hebben kunnen verzaken, niaer L O F R E D E-N* ij maer flechts ontveinzen of voor eenige oogenblikken vergeten. Inderdaed niemand was minder in ftaet, om voor het licht der overtuiging zyne opgen te flui- ten, of haer in het aengezicht te weSrfpreken. Al wat men met den naem van ftreken der Staet* kunde (intrigue) beflempelt, vond in zyn hart een onverwinnelyken tegenfland; die ' gewaende , nood- lottige noodzakelykheden , die alleen door de om- ftandigheden , en met door het regt gebillykt worden , vonden in hem een oaverzoenlyken vyand, en zyn aenhang was alleen die der menfchelykheid en der belangelooze deugd. Gelyk fchranderheid en befpiegelend vernuft als 't ware de grondtrekken van zyne geestvennogens uit- maekten , zoo flelde hy ze niet flechts in zyne hooge Staetsbetrckking te werk, waer het belang des Va- derlands het vormen van nieuwe ontvverpen , of het onderzoek derzelve hem oplei , maer hy beftimrde ze ook 'door ervarenheid , en madgde ze door eene voor- zichtigheid , zoo vdr van het onbedachtzame verwy- derd, dat zy veeleer aen het angstvallige had kunnea grenzen. En om deze ervarenheid te verkrygen , of zyne verkregen kennis te vermeerderen , was geen arbeid hem te moeyelyk, geene .middelen hem te kos;baer 5 en geen onderzoek te omflachtig. Gereed pm.de voorlicluing van elk in het vak zyner beftem- ming te zoeken, vatbaer voor verilandig- onderricht, jn^er teveas eeue onafhankelykheid van wil bezittenr de U Ir O F R E D E N- e , die door geen ge'zag geblinddoekt wordt , moest de misleiding zich ten fterkften ver'mommen om zyil doorzicht te beneVelen 9 of den toegang tot zyn hart te verkrygen. Vrede eri eendracht waren zyn wellust , en als 't Ware liet element , waer buiten het leven hem onver- draeglyk was; maer hy befchouwde ze tevens als de fcuilen van ons Staetsbeftuu^ 9 de grotidflagen eener geregelde orden , de bronnen van de Vvelvaert en het geluk der burgery. Waer zyn invloed dezelve bewa* ten of herftellen kon ; waer tweedracht eil vefdeeld- heid door zyne pogingen ^ of door gewigtige opoiFe* ringen te vermyden of te deinpen was, daer was VAN DE PERRE de bevorderaer der eensgezind^ held , en de bevfediger der gene , die zich meendcn te kunnen beklagen. Een zyner meestgelief koosde grondbeginfels was , 8at de deugdzaemfte Staetkunde 9 gebouwd op de rfegfert en waerdy der menfchelykheid , ook de beste Staetkunde is: de beste niet alleen voor dien, die dczelve beoeffent, de beste voor de rust van zynge- weten , en zyne verantwoording hier namaels ; maer 6ok de beste voor het welzyn en den duurzamen bloey van den Staet. Al het geluk en de voorfpoed , die het onregt, de list en intrigue fomtyds eene baetfchappy fchynen aen te brengen , achtte hy ook alleen fchynbaer te zyn , bedrieglyk en de bron Van duizende rampen, die xaen vergeet mede-in re* ke- LOFREDEtf. kening te brcngett. Wat zal ? er, zoo dacht en fprak hy meenigmacl , wat zal 'er eindelyk van de Staet* kunde worden , zoo zy de wedftryd der kwaedaertig* held en laegfte listen, en de dekmantel der ortregt* veerdigheid moet wezen ? Zoo wy menfchen alteeh de maetfcliappy beftuurden, dan zou misfchien cfe noodzakelykheid de maetregelen der ondeugd en ge wetenloosheid kunnen wettigen, maer daer eeh O$- perbeftuur der Voorzienigheid aller Staten lot beflist, zoo kunnen wy denzelven geert duurzaem geluk be- zorgen , zoo wy niet onze bedoelingen en daden sten den wil van het Opperwezen toetfen.. Zoo dacht en handelde VAN DE PERRE, en daer uit ontftond by hem die edele belangeloasheid , die alle zyne daden kenmerkte , die regtfchapen trouw en eerlykheid, die hem in de hagchelykfle omftan- digheden nimmer verliet; daer mt ontrproot het, dat hy daden en derzelver bedoelingen , dat hy perfonen en derzelver denkwys met ee'n billyk en mensehlie- vend oordeel wist te onderfcheiden ; dat hy zyne vy- anden door gunstbewyzen trachtte te winnen , al zou ondankbaerheid zyne belooning zyn; daer uit ont- ftond zyne vyandfchap tegen alle ongeregelde losban- digheid en ordenloosheid , zyn afkeer van alle over* heerrching, zoo dat hy liever het goede en nuttige, dat hy bedoelde , indien hy het door overtuiging en teden niet bereiken kon, vvllde opgeven, dan deii Bitflag zyner heilzame pogingen aen onredelyken ift* vloed en dwang te dankeu hebbea. L F R E D E ri Zyne zucht.eindelyk voor het Vaderland , zyne hcchtheid acn deszelfs belangen was opregt , . vastig en vuurig : geene opofferingen waren hem te groot , geene bezittingen hem te dierbaer ,, die hy niet geerne zou afgeftaen hebben voor eene Vader- landsliefde, die aeu geestvervoering grensde. En kon dit anders M. H. ? daer zyn hart als voor wel- dadigheid en goedhartigheid gevormd fcheen ; of wat is de liefde voor het Vaderland anders, dan de uitge- . breidheid van een hart , dat niet verzadigd door het geluk van fommige bevorderd te hebben , zich aen deszelfs geheiligde aendoeningen ganfchelyk overlaet, en tracht naer het geluk van alle? Ziet daer 't geen ik met de overtuiging der onge- .veinsde waerheid van het Staetkundig karakter van uwen VAN DE PERRE zeggen kon. Gy ziet in deze fchets niet den man, die weerelden dwingen , of een vry Gemeenebest aen zynen wil kon kluiste- ren; maer gy ziet en herkent den edelen, den be- minnelyken Staetsman , en uw hart treurt over zyn gemis , het gemis van zynen invloed , zynen verlich- ten raed, zyne befcheiden pogingen , ook na dat hy aen het Staetsbeftuur zich onttrokken had. Zoo *er immer eene maetfchappy op deze aerde te verwach- ten is, waer in de deugd heerfchen zal, waer uit al- le lage bedoelingen zullen verbannen zyn , dan zullen de beftuurders van dezen gelukkigen ftaet het hart van VAN DE PERRE in hunnen boezem dragen! Maer " L O F R E D E N. 17 'Macr wat bchoef Ik de lofTpraek zyner Stactkunde op te maken ? Vraegt ze aen uvvc mcdeburgers : , en elk zal verblyd zyn een takje aen zynen eerekrans te kimnen toevoegcn. Leefde hy niet ampteloos in 't midden van him , gcacht 5 geeerbiedigd en bykaris aengcbeden? Waren niet aller oogen op hem geves- : tigd en was deze Stad niet moedig op haren Burger? Duizende tongen zegenen hem , en niemand beklaegt zich over zyne gevoelens en handclwyze: de nydzel- ve zwygt ftil by zynen lof , of vermengt zich bloo- zende onder den drom zyner lofredenaers. Geene jarcn hebben het geheugen zyner dienften uitge- wischt , en in het laetst zynes levens riep hem de Hem , niet flechts van zes verlichte en edeldenkende mannen, maer de flem der ganfche burgery, om zich aen het hoofd des gewigtigften onderzoeks te plactfen , verzekerd , dat haer belang in zyne handen veilig was *. Ja, grootmoedige VAN DE PERRE T de gedachtenis uwes Staetsbeftuurs zal gezegend zyn als die der regtvaerdigen ; en al kon uw naem uit de jaerboeken van Nederland worden uitge- wischt , hy zon opgetekend blyven in de jaerboeken der deugd , en gegraveerd in het dankbaer hart van elk uwer medeburgers I Na tien jaren lang het belang des Vaderlands aen B het * Het Collegie van Arbitrage in de zaek van den asften penning blnnen deze Provincie, verkoos hem in den jare 1789 toe deszelfs yoorzhter. jfc L O F R E D E N. het hoofd van deze Provincie getrouw en onvermoeid bchartigd te hebben , vvettigden hem de omftandighe- den , en riep, hem zyne geneigdheid , om zich aen den ondankbaren last der flaetszorgen te onttrekken , en ampteloos voor zich zelven te leven. Maer wat zcg ik ? Voor zich zelven ? Neen. ! hoe zeer hy ovei% tuigd was genoeg voor het Vaderland en zyn gewe- ten gedaen te hebben; hoe zeer elk, die hem kende en zync verdiensten vereerde , met cen treurig ftil- 3\vygen zyne Belize moest aenzien en billyken , nooit zou hy zich veroorlooid hebben --voor zich ze/f 9 dat is, voor zyn vermaek , . .voor zyn gcmak, voor het genot. der genoegens , die zyn rang en vermogen hem aenboden, om ^ zeg ik, dacr voor alleen te leven. Het vvelzyn van zynen cvenmensch woog hem immer op het hart. Maer verzekerd, dat hy, ontflagen van het juk des Staetbettuurs , zoo veel tot de be- fchaving en verlichting der maet(cha r ppy kon toebrcn- gen, als hy te yoreii voor derzelver veiligheid en wel- vaert gedaen had , beiloot hy moedig den luister en het verdriet zynes ampts beide.vaervvel te zeggcn, en voor wetenfchap , konst , en deugd eene nieuwe loop- baen in te treden. Ik noem dit eene nieuwe toopbaen , niet om dat de- ceive hem vreemd en onbekend was, maer om dat zyne omftandighedea en roeping hem altyd verhin- derd hadden , zich geheel en alleen aen deze edele be- doeling over te geven. Het is vooral in deze betrek- king, Gdecrdc en Kuudige Mannenl dat zyne na*, LOFREDEN. jp gcdachtenis u als Leden dczer aenzienlykeMaetfchap* py dicrbaer is en zyn moot, en gy . zult derhaiveu uwe acndacht wel willeu vernieuwen, om voor eeni- ge oogenblikken weder met my te rug treden. Om een regtfchapen voorftander van wetenfchap ett konst te zyn; om ze uit een beter grondbeginfcl , en met beter gevolg, dan uit louter dwaze eerzucht te bcfchermen; om met yver, met verftand en me.t vruciit derzelver bloey te bevorderen , rnoet men zelf de wetenfchappen beminnen; men moet fmaek voor dezelve, eene onleschbare dorst naer derzelver be- zitting gevoelen , men moet ze beoeffenen : dat is met weinige woorden , men moet, met een befchaafd verftahdj kennis en geleerdheid hebben opgezameld. Gy ziet , M. H. dat ik ditmael niets vordere , dat in uwcn VAN DE PERRE niet overvloedig gevondeii wicrd. In zyne kindsheid en eerfte jongelingfchap open- baerde zich zyn aenleg voor de Wetenfchappen in eene onbeperkte weetgierigheid , waer aen alleen ont- brak een gefchikt voorwerp om zich op tevestigen, en de vereeniging van den arbeid der onderzoekende overdenking met de levendigheid der ontluikende genie. Een vernuft, ryk in vinding en gedachten, bekoord door nieuwe ontdekkingen , en vatbaer voor zinnelyke fchoonheid en overeenftemming, gepaerd met een geest van overleg en naeuwketirigheid , moet 2ieh allereerst op de natuurkundige wetenfeliappen 9 B 2 ea co L O F R E D E N. en byzonder op dat belangryk dcel derzelve , de werk- tuigkunde, vasthcchten. Zyne kinderlyke bezighc- 4en en uitfpanningen droegen reeds bewyzcn van de- zen aengeboren fmaek , die hem niet verliet geduu- rende den gantfchcn loop zynes levens. Meenigmael ontbreekt het zulk een ontluikend verftand alleen acn eenen gefchikten leidsman, aen genoegzame aenmoe- diging, en aen dat onwaerdeerbaer gefchenk des Ke- rnels , eenen vriend , wiens vernuft gefchikt is om de wetfteen van het onze te zyn. Een verblyf aen de berocmdfte onzer Hooge Scho- len is niet genoegzaem , om dit gebrek te vergoeden. Men moge dacr handleiding genoeg vinden, om in de onderfchciden vakken der geleerdheid aenzicnlyke vorderingen te maken , om het beroep van eenen go leerden met luister te bedienen : maer om den jonge- ling te vormen , die met een edelen aenlcg voor alle fchoone wetenfchappen , maer met een ongevestig- den , belangeloozen fmaek voor dezelve op dat too- neel verfchynt ; om dezcn het vak zyner beftemming aen te wyzen, zyne talcnten te ontwikkelen , zync uitzichten te vergrooten , zynen fmaek te vestigen , daer toe is het ondervvys te bepacld , daer toe zyn , helaes! de afftanden te groot. 't Geen veel en mcer dan dit toebragt, om het voortreffelyk verftand van VAN DE PER RE te vor- men , was zyne reis door Zvvitfcrland en Frankryk , \vacr van ik reeds even melding gemaekt heb. Op LOFREDEN. 21 elken voetftap dezerbelangryke reizewerd zynewect- gierigheid tevens uitgelokt en voldaen : de geest des onderzoeks en der navorfching werd in hem opge- wektcnaengeviuird; zyn vernuft fchcrpte zich, zyne menfcheokcnnis breidde zich uit. Hy zag de natuur 5 hier in hare eenvoudige bevalligheid , daer in den tooy barer wecldcrige fchoonheid , en aen den voet der Alpen in den fchrikverwekkenden luister barer majesteit. Hy leerde de toetfen en fyne fchaduwin- gen van bet menfcbelyk karakter onderfcheidcn ,* by betaelde zyne hulde acn de gelcerdheid en derzelvet voortbrengfels ; by vertoefde by de pronkftukken der menfclielyke konst. Zoo vergrooteden zich zyne denkbeelden, zyn genie werd ontwikkeld, en reeds bcgon by den ganfcben kring der wetenfchappen , in bare f chakels en onderling verband , met zyne verbeel- ding te omvatten. Inzonderheid fprak by nooit, dan met eenfoort van verrukking, van zyn verblyf binnen bet beroemde Parys. Niet dat by zyn lof fchonk aen de weelde , de befpottelyke prael , aen de open* bare vermaken of ongebonden zeden dier Weereld- ftad; maer by roenide ze als bet verblyf der fchitte- rendfte vernuften, waer de wetenfchappen , ontfla- gan van bet juk der fchoolfche barbaersbeid , zich een eigen zetel der bevalligheid hadden opgericht. Hy roemde die meenigvuldige voortreffelyke inftellin- gen, waer de toegang tot bet heiligdom der konsc voor elken beminnaer derzelve, voor alle flanden des menschdoms werd geopend; waer de grondigfte ge- leerdheid zich vernederde , om hare voordragt in de. ' a& L F R E D E N. bevattelyke tael der famenleving tc kleeden ., en waer uit hefchaefdheid en verlichting, ais uit cen ruiinea boezem voortvloeydcn. Met dezen gev ? estigden fmaek voor dc fchoone we- tenfchappen trad hy in den kring van het openbaer leven , en geen reeks van jaren, aen de Heeds werk- zame Staetkunde toegewyd, was in ftaet om hem van denzelven te berooven. Gccne nieuwe, nuttige ontdekkingen ontvloden zyne aendacht of opmer- king ; de verbazende vorderingen der proefondcr- vindelyke kcnnis geduurende deze jaren , volgde hy als op hare trotfche voetftappen achterna; daer aen werden de tiuren zyner rust, de oogenblikken, die de bezigheden zynes ampts , of de aenklevende lasten van hetzelve niet vervulden , werden daer aen, en aen de kennis der beroemdfte fchryveren gereede- lyk opgeofFerd. De geest des onderzoeks decide zich zelfs aen zyne behandeling der Staetsaengclegenhe- den mede, en gaf eene eigen houding en gedaente aen de wyze zyner werkzaemheid. Nimmer arbcidde hy in dit vak met meer geestdrift , dan wanneer te- genllrydige belangen te verefFenen wareft , of duiste- re zaken, door hardnekkige navorfching, indietlicht nioesten gcfteld worden. Doch altyd reikhalsde hy naer het tydftip, hem door zyne verbeelding zoo verrukkelyk afgefchilderd , waerin hy 9 ontflagen van alle andere betrekkingen , aen de wetenfchap en geleerdheid geheel en al- le en LOF'REDEN. $3 I'een zoti kunnentoewyden. Toen derhalven dit tyd- flip aenwezig was , en hy zyne waerdigheid had af geftaen , was hy zoo vdr van die kwellende onrust, die ledigheid en onvoldaenheid, en, indien ifc het dus noemen mag, die misplaetfihg te gevoelen, die het hart van byna alle Grooten vermeesterd heeft, na dat zy hunnen uiterlyken luister hadden opgeofferd, dat hy vecl eer zich terftond als-in zyn eigen kring geplaetst zag , en het geluk zynes levcns van den tyd der nederlegging zyner eereposten begon te dagte- kenen. Zoo 'er ooit eenige tyd in edele, onvermoeide ar- beidznemheid werd doorgebragt , het was dcze. El- ke dag werd geteld 9 de uurcn uitgewoekerd , de ver- lorcn oogenblikken bejammerd. Zyne begecrte naer kennis vermeerder-de by elke fchrede der vordering; het onderzoek werd eindelyk de volPirektile behoefte voor.zynen geest; zyn yver door niecs te matigen benadeelde zelfs zyne ligchaems-krachten ; de racd en voorftellingen zyner vrienden waren magteloos te 1 - gen denzelven ; het zoet vergif der onbepaelde weet- gierigheid was reeds in alle aderen doorgedrongen , en het edel gebouw werd ondermynd ! Byna alle wetenfchappen , die binnen het bereik zyner nafporing waren , en geene uitfluhende beoefFe- ning vorderden , in 't byzonder die gene onder de- zelve, welker nuttigheid zich openbaert in het ge- jneene leven , hadden als een gelyken invloed op zyn B 4 hartj *4 L O F R E D E N. hart , gelyke aentrekkelykheid voor zynen geest. De befchouwing van derzelver onderling verband , van de hulp , die zy elkander toebrengen , verrukte hem met eene levendigheid , die zyne gefprekken over dit onderwerp altoos bezielde ; de ontdekking dezer on- derlinge famcnftemming in verfcheiden byzonderhe- den , waerin zy de aendacht van anderen nog ont- flipt was , betooverde hem , en maekte dit gedeelte zyner navorfching hem tot een waren wellnst. Hy bewonderde den arbeid dier geleerden, die zich be- palende tot ddn vak der menfchelyke kennis , reuzen- fchreden in het zelve gedaen hadden , maer wat , zeide hy, zal de arbeid dezer mannen baten, zoo andere van elks onderfcheiden vorderingen geen ge- bruik maken, om ze tot e'e'n belangryk geheel te vor- men, en de zusterlyke maegfchap der menfchelyke kundigheden in het licht te ftellen ? Doch , fchoon hy met dit uitzicht alles nafpoorde , en niets van 't geen zich in zynen weg opdeed on- onderzocht Het voorby gaen , ja meenigmael , door weetgierigheid voortgeftuwd , tot in de binnekameren der verfchillendfte wetenfchappen indrong , de God* gekerdheld echter en proefonckrvindelyke wysbegeerte befloegen vdr de grootfle plaets van zyn hart, zynon* derzoek en eenzame uuren. Ja M. H. ! ik fchroom niet uwen VAN DE PERRE cen Godgeleerden te noemen , fchoon het leerMlig en wederleggend gedeelte dezer edelfte wetenfchap hem LOFREDEN. as hem trimmer bekoorde , om 'er zyne begunftigde let- terbezigheid van te maken. Of de floute toon van beflisfing, de geest der flaeffche navolging, der klei- nigheden en der twistziekte , die men niet vergeefsch in de fchriften van fommige geleerden zoeken zal, die dit vak ter bearbeiding verkoren, of deze hem afchrikte ? dan of de zaligmakende waerheden van de geopcnbaerde leer der verzoening hem zoo eenvoudig en helder toefchenen, dat eenediepe navorfching haer onteerde ,, en de tooy der wysbegeerte hare edele be- valligheid in zyn oog ontluisterde ? dan eindelyk, of hy zyne zucht tot ontdekkingen , tot het nieuwe en zonderlinge kennende , fchroomde zich in een heilig- dom te wagen, waer de dierbaerfte wenfchen van zyn hart bewaerd lagen , en welks donkere verbor- genheid hem ontzag inboezemde? Welke dezer re- denen het meest op hem werkte zal ik niet beflisfen, maer geene derzelve was hem onbekend ; zy waren beurtelings zyne verontfchuldiging , zoo dikwyls men zich verwonderde over zyne eenvoudige berusting in de leer onzer kerke. Hy beoefFende alleen het beste en belaogrykfte deel der Godgeleerdheid , of liever hy leschte zyne weet- gierigheid alleen uit de bron aller ware Godgeleerde kennis 5 de gewyde fchriften der Goddelyke openba- ring. Nimmer heerschte by iemand dieper eerbied voor dit onfchatbaerfte aller boeken ? nimmer leven- diger gevoel van deszelfs waerdy en fchoonheid , of uitgebreider en werkzamer begeerte om het le on- derzoeken. Alle hindernisfen 3 die zich opdoen A $ by 16 LOFREDEN. by de vcrklaring van gedenkfchriften , in tael en ftyl, in zeden en denkwys zoo onein/ig vciicbillende van de vuortbrengfels onzer latere eeuwen, alle deze hin- dernisfen ovenvon hy door ecu en yvcr, welks g-root- heid fleetns geevenacrd wierd door deszelfs belange- Wanneer zich eenig gewigtig ftuk der bybel- belkennis, als zyne navortching waerdig, aen hem voorflelde , (en nimmer ontbrak het hem aen ftof tot zoodanig onderzock) dan trachtte hy -aenftonds in den geest van het zelve door te dringen, en met zyn onderwerp zich gemeenzaem te maken ; hy raedpleeg- de zyne eigen opgezamelde kundigheden , hy raed- pleegde de beste fchriftverklaerders , vergeleek dezel- ve onderling, dacht en overpeinsde, en rustte niet tot dat alle zwarigheden voor hem vereffend waren 5 eh de overtuiging der waerheid als een heldere (Irael zynen geest verlichtte. Eenen man 9 die niet flechts een fchat van belezenheid bezat, maer ook van al wat hy las de kern voor zich behield , en de ongefta- digheid van het geheugen door eene vlytige pen te hulp kwam; wicns omftandigheden en fmaek hem in flaet flelden , ora de beste fchryvers te kiezen en te verzamelen : zulk eenen man kon het aen geene hulp- middclen ontbreken , om dit gedeelte der geleerdheid Aiet goeden uitflag te bearbeiden. 't Is waer, e'e'ii noodzakelyk hulpmiddel, de kennis der oude talen, Waer in de gewyde bladercn befchreven zyn, en in H >by bonder der Flebreeuwfche fpraCk , oritbrak hem. Doch meent gy ' dat ' ook dit belctfel onoverkomelyk ) was L O F R E D E N. 27 was voor zynen yver en onbepaelde zucht tot ken* nis ? Reeds voorlang had hy begonnen in de gronden dier talen zich te oefFenen; met my heeft hy den doornbosch der Hebreeuwfche fpraekkunst met on* vermoeid geduld doorgekruist, en zoo de Voorzienig- heid zyne dagen niet had afgefneden , zou hy buiten, twyffel zich hebben in ftaet gefteld , om ook hierin zich zelven voor te lichten, of althans den arbeid der beste taelkenners , die hy reeds gebruiken kon * ook te beoordcelen. Doch het voornaemfte mid- del om den Bybel te kennen en te verftaen, dat middel, zonder 't welk niemand hierin ooit ge- flaegd is , is een deugdzaem 9 gevoelig hart , ge- (lemd om het edele der ware eenvoudigheid , het eenvoudjge der echte verhevenheid , en het verheve- ne der Goddelyke waerheid te doorgronden , en als met wellust in te ademen. Dat hart bezat uw VAN DE PERRE; dit alleen maekte hem het boek der- Openbaring zoo onbefchryflyk dierbaer ; dit eindelyk deed hem met zoo veel verrukking dolen in de ver- wachting dier laetfle, gelukkige tyden , die, verbor- gen achter het gordyn der toekomst, zich alleen in de fchriften der Profeten vercoonen , als beminnelyke droomen van den vriend van God, als uitzichten \oor den reinen van harte. En waerom anders zyn deze beminnelyke , voorfpellende droomen , deze troostryke uitzichten zoo verwaeiioosd , veracht en zelfs befpot? Is 't niet, om dat de ongevoelige , geea troost der deugd behoevende, die met zyne koude, Iroostelooze hariden heeft aengeroerd, en met zyne ver- aS L O F R B D E- N, verwardebegrippen als met een nevel overdekt. Nim* mcr zal ik het my beklagen M. H. , dat ik geduuren- de de twee gelukkigfte jaren mynes levens door VAN DE PERRE tot zynen medgezel verkoren ben , om aen zyne hand deze vruchtbare beemden der bybel- kennis te doorwandelen , door hem aengemoedigd , door hem voorgelicht meenigmael in een nieuwen kring der heerlyklle denkbeelden rond te zweven .... Daer voor, dierbare man, zal my uwe asfche deeds heilig zyn, en deze dankbare bekentenis was ik uw gezegend aendeukea verfclmldigd 1 de kennis van het oneindig Wezen , waer aen \vy ons beftaen te danken hebben, deszelfs gezind- heid omtrent ons , en de openbaring van zynen wil aen let menfchelyk geflacht , is niets de befchouwlng van den wyzen meer waerdig, dan dit groot tooneel der fchepping, waer op wy ons zoo gelukkig ge- plactst zien. 't Zy hy dezelve befchouwe in den xykdom en verfcheidenheid harer voortbrengfels ; 't zy hy, indien zyn wysgeerige zin hooger geftemd is, hare hoofdftoffcn gadefla , hare krachten als tegen el- kander opwege, hare geheimfte werkingen befpicde, en het groote wetboek der natuur ontzegele. Het kan ons derhaiven niet verwonderen, dat wy den- zelfden man , die met zoo veel voldoening zynes har- ten in het vak der Godgeleerdheid .arbeidde , tevens in alle de geheimen der proefondervindelyke ivy she- geerte zien ingewyd , en in deze edele wetenfchap , dewyl zy den eigenlyken werkingskreits van zynen geest LOFREDEN, *g gcest bevattede, nog mecr dan in hct eerfte, zien uitmuntcn. * Hoe zweefde zyn fchoone geest in dezen fchoonen kring der nuttigfte, en te gelyk verrasfendfte , der heerlykst gecontrafteerde kundigheden rond! Welk een blik is het voor den wyzen, een gansch weereld- geftel , en veellicht het gansch heelal in de verba- zendfte beweging gebragt te zien door dezelfde een- voudige krachten, die den wellenden zandkorrel uit zyne plaets do en ftuiven, en den loop des Hemels nit het vallen van een appel op te losfen ! Met het zelf- de gewapcnd oog , waer mee" men de plandten als uit hare banen voorwaerts rukt 9 en tot hct zwak gezicht des fterfelyken doet naderen , ook al de majefteit der fchepping in het ftof eenes vlinders te zien pralen I Welk een den mensch veredelend onderzoek is het, aen de hand der fcheikunde, in de geheime werk- plaets der fchepping te worden ingeleid, de bouw* ftoffen der ganfchc weereld uit elkander te flellen, te rangfchikken , weder famen te voegen, en de moederkracht der groote natuur in hare voortbren- glng, vorming, famenftelling en duizende gedaente- wisfelingen na te volgen ! Welk eene verheven bczig- heid alte gefchapen krachten als rontom zich te ver- zamclen , die te vergelyken , te wegen , hier met eene gcbiedendc hand te bepalen , daer in een kleinen kring te vereenigen, te vergrooten, en de verbazend- fte gewrochten te zien voortbrengen ; den donder des hemels zelve na te bootfen, of dea verwoestenden arm 80 L O F R E D E N. $rm des hlikfeiiis door vernuft en kunst te ontwape- nen! Ziet daer de wetenfchap, die in haer ganfchen omvang, in hem een kenner, en onvermoeiden 011- derzoeker vond. Gy weet , M. H. en ik kan my ten dozen opzichte op velen uwer berocpen , hoe groot en uitgebreid zyne kundigheden in dit onmctclyk vak vvaren ; /hoe hy zich dezelve verzameld had , hoe zy eindelyk in den ganfchen kring zyner denkbeelden geplactst en daerin als geweven warcn. Hoe hy her ontzagche- lyk aental ontdekkingen vande wysgeeren dezereeuvv yolftandig nafpoorde, die te rug bragt tot hare een- voudige beginfels , aen dezelve toetfte, en door zyne cigen ondervmding beproefde. Hoe hy zich daer toe had in ftaet gefteld , door een fchat van konstwerktuigen , piet zoo'veel oordeel'en keuze, als met grootekosten te verzamelen , en zich te oeffenen in het vaerdig ge- bruik derzelve, waerin niemand hem overtrof, en waerin geen gering gedeelte van den lof des natuur- onderzoekers beftaet. Hoe hy niet alleen de voet- Happen van andere op deze baen drukte , maer ook van daer voortging , zyn vindingryk vernuft fcherp- te, verbeterde, 't geen voor verbetering, en vol- maekte 't geen voor volmaking vatbaer was , of door de uitvindingen van velen te vereenigen een volko- mener geheel aen het licht ftelde. Daer van kunnen vele zyner door hem verbeterde werktuigen , en alles, Wat hy onder zyn eigen oog, en naer zyne eigea denkbeelden vervaerdigen liet, getuigen. Ja dat niet meet L O F R E D E N, 3* meer openbare proeven van zyne vindingrykhei4 in natuur en wcrktuigkunde aenvvezig zyn, is alleenaea zyn noodlot te wyten 9 dat hy niet altyd eenen kons* tenaer vinden kori , gcfchikt om zyne denkbeelden uittevoeren, dien hy geheel aen zynen tfienst koa verbinden , en daer voor edelmoediglyk beloonen. / Een open.baer gedenkftuk echter zal hierin altooii zynen roem flaven : ik bedoel het u bekende. konstr werktuig , onder zyn opzieht en de vooiiichting zy- ner kimdigheden en eigen gedachten , zoo wel als op zyne kosten en ten z^men huize famengefteld , waerin de loop der planeten , en de beweging vauons ganfcbe Zonneitelfel met de naestmogelyke evenredig-^ heden is uitgedrukt ; wel ten deele in navplging van anderen, maer met veel grooter naeuvvkeurigheid , en door verfcheiden ontdekkingen meer volmaekt, dan eenig ander ^onstftuk van dezen aert, terwyl de eenvoudigheid en kieschheid des Girmenftels van eene uiterfte poging .d?r konst fchynen te gewagen. * Niets * Dit konstftuk rust op een voet , waerin een uurwerk is , dat hefi planetarium in beweging brengc en met den Kernel doet gelyk loo- pen. De planeten loopen in derzelver evenredige afftanden van de Zon , op hellende vialcken , om derzelver inclinatie op de Ecliptica aen te wyzen. Zy loopen niet in cirkels maer in ellipfen, gelyk der- zelver excentriciteit ' aen den hemel is. De Zon en de aerde draeyen beide om haren as , welker laetfle zich altyd paralel blyft f met hare helling van 23! graed. Rondom het gantfche loopveld der planeten is de Ecliptica verbeeld door een breede koperen band^ terdeeld 'in even zoo veele uitgehouwen ruitjss, alszygradenvan in{ clj- $2 L O F R E D E N. Nicts zou my gcmakkelyker zyn , dan de verfchil- kride wetenfchappen op te tellen, waarin hy zich beurtelings oeffende , zynen fmaek voor dczelve , en zyne mecrdcre of mindere vorderingen in dezelve te vermelden. Maar ik wil zelfs den fcbyn vcrmyden van opeenftapeling , en zynen lof, die zonder deze konstgreep der redenkunde zich zclven bevestigt , op dezen zwakken grond niet bouwen. 't Geen ik te voren reeds zeide van zynen algemeenen fmack en beoeffening aller w^sgeerige knndigheden , dat weet een iegelyk uwer , dat geen ydele ophef is , maer de tael der waerheid , die flechts acn verdienften hulde doet. Laat ik liever de fchets van uwen VAN DE p E R R E als gcleerden voltooyen , door de grond- trekken van zynen geest kortelyk op te zamelen. Het is niet alleen de alles omvattende kracht des vernufts, noch ook het gloeyend vimr der verbeel- ding, noch eindelyk de vaerdigheid des oordeels; het is niet elk dezer zielskrachten , in hare hoogfte overfpannenheid , die den mensch tot de beoeffening der wetenfchappen gefchikt maekt; dikwerf wordt dit einde, fchoon op . eene min fchitterende, echter op eene nuttiger wyze en zekerder bereikt, door eeue clinatie bevat, waar door de lengte en breedte derplaneten juist be- paeld wordt; Men kan het werktuig, buiten het uurwerk, met de hand bewegen , voor en achterwaerts , enz. enz. De Hoogwelgeb. Vrouw Douariere , als Erfgename thans bezitfter van dit kostbaer ftuk, hecft het zelve aen het Middelburgfche departeraenc van 't Zeeuwsch Genootfchap ten gefchenke gegeven. L O F R E D E N. M juistc evenredigbeid dezer zoo verfchillende vermogens , waer door zy als tegen elkandcr opgc- wogen zyn. Een helder en doordringend verftand welks vinding door eene ryke en Icvendige verbeel- ding werd onderfleund, en daer het eenigfins tot het befpiegelende en zonderlinge overhelde , door een wikkend oordeel binnen deszelfs perken werd gehou- den; ziet daer het natuurlyk talent van VAN DE, PERRE. Hy bezat het onwaerdeerbaer vermogen > oin zyne denkbeelden regt en vast aen e'dn te fchake- len , en elke nieuwe kundigheid , die hy opdeed , hare gefehikte plaets in zyn geheugen aen te wyzen. Hy had de zeldzame bekwaemheid om de fyne draden , waeruiee de in f chyn verwyderdfte denkbeelden, mee- nigmael tyna onzichtbaer verbonden zyn, op te merken. Ilier door ontbrak het hem nimraer aen een aental jiieuwe , belangryke gedachten , of aen even zoo vele nieuwe en verrasfende bewyzen om dezelve te fhven , en de vloed zyner redendring , wanneer hy door eene geliefkoosde ftelling was opgewonden^ was inderdaed verleidend. Hy verwierp niets, om dat het algemeen verworpen wordt. Hy zocht de waerheid niet op de plat getreden paden , die ieder bewandelt, en 'tgeen zyne goedkeuring zou wegdra- gen, moest een verhevener ftempel dan het gewpne dragen ; het moest door nieuwheid 9 door bondigheid 9 of door verre, vruchtbare uitzichten zich by hem aen- bevelen. Hy bezat eene onpartydigheid en edele vluchc ran gevoelens 3 waer door hy boven alle vooroordee- C Beai 34 LOFREDEN. len in het ryk der wetenfchappen zich verheffen kon , en zich geerne getrooste om onder duizenden alleen te ftaen , zoo hy zich flechts verzekeren mogt , dat cte waerheid zyne medgezellin bleef. Voegt nu by deze weinige grondtrekken een geest van orden en ftipte naeuwkeurigbeid , die geene belangryke kleinig- heden over het hoofd ziet. Een brandende zuchttot kennis en geduurige vordering , die alles verteerde , en gelyk een onleschbare dorst, alles verzwolg. Een yver en werkzaemheid etndelyk, daeraen ge- evenredigd , gefeed om over bergen van hindernisfen heen te Happen , en niet gedachtig aen de zwakheid Van dat ligchamelyk omkleedfel, 't welk de geest, In de overmact zyner onbeperkte weetgierigheid af- flyt 9 en v<56r deszelfs tyd doet venvclken I Zoodanig was de man , en ook zoodanig moest hy zyn, die zich vermeten mogt, om als aen het hoofd der wetenfchappen zich te plaetfen , zich tot derzel- Ver fchutsheer te beiioemen, den bloey d'cr befchaef- de kennis in 't openbaer te bevorderen , en te beftuu- ren tot welzyn zynes Vaderlands. Het licht , dat in 2yn eigen hart ftraelde , weilschte hy ook voor ande- reh te doen opgaen; het genoegen, dat dc kennis der waerheid hem gaf, wenschte hy met dtiizefiden te deelen, eh de roem eener verlichtc natie, wildc hy, dat het doel ware, waer na zyhe landgenooten ftreven zouden, L O F R E D E N. gj Zyne pogingen tot bevordering der lettercn # konste.n waren derhajvcn geene uitwerkfels yan ydele t dwaze eerzucht, ofTchoon de begeerte , om door roemwacrdige daden met roeni bekend te zyn, ajen xyn edel haft niet vreemd kon wezen. Zy warcn geeij blinde uitdeeling van gunst .of onderfteuning , allcca door onkunde en grilligbeid beftuurd , of door, voar- oordecl misleid* Hy wist den geleerden en konde- naer te onderfcheiden , te bepordeelen , en op zyu prys te fchatten ; hy wist hem door zyne gocjdlce.u- ring aen te moedigen, door zynen verftandigen lof te ontvonken , of door zyiie voorlichting den we^ vercler te banen. Doch in eene eeuw gelyk de onze , waer geeite we- .tenfchap zoo verheven is , of zy is tevens een ,beroe|i of handwerk , een der middelen geworden , om zicl} de nooddruft en genoegens des levens te verzorgen ; daer heeft de onderzoeker der waerheid en kennis dikwyls meer dan de enkele aenmoediging des wy- ^en , hy heeft ook de onderfleuniag van deji vcrmcn genden noodi^, en zyri yver moet opgewekt wordea door belooning. " Om ook dit toevallig vereischte van ; een fchutsbeer der befchaefde geleerdheid te bezitten, had.de Voor* zienigheid VAN DE PERR.E milddyk bedeeld tie goederen des tydelyken levens. Zy had jiog grooter gave boven dien gefchonken , het ve.r- om dezelve te gebruiken a met andere te dee-. C a lea ^ L ! O F R E D E N, Jen, en de waerde daer van alleen te berckenen naer het nut, dat men met dezelve kan te weeg brengen, 'Zyne vriendfchap en gemeenzaemheid , die om zyir verftand en karakter nog vereerender waren dan door zyn verheven rang ; deze waren de prys der aenmoe- diging-, dren hy niet naliet aen eenigen geleerden van een echten ftempel te bctaleii. Hem, die goedkeu- ring en lof behoefde , wist hy dien op de vleyendfte , en te gelyk kieschste wys mede te deelen. En waer is'de konstenaer, de beminnaer van eenige nuttige wetenfchap, dieir het alleen aen uiterlyke middelen ontbrak om dezelve te beoefFenen , en die zich bekla- gen kon by hem vruchteloos bekend te wezen , of die niet van zyne onbeperkte ed'elmoedigheid getuige- nis kan dragen ? Gelegenheid daer toe te vinden was hem een ware welkist; die op te zocken was zelfs zyne bezigheid , en warrneer hy zich 1 in het bezit van kostbare konstftakkeii flcldc, of die met moeite voor zich vervaerdigen liet , dan was nieenigmael geen an- der de dryfveer van zyne daden , dan den geest 'der tritvinding'te onderfteunen 3 of den yver des konster naers te beloonen^ Doch de kieschheld des onderwerps verbiedt my het zelve dieper in te treden , of eenig ander byzon- der bewys voor myn : geze'gde aen te voeren , daft my zelf. Met geene andere aenbeveling aen hem voorzien, dan eenige gefchiktheid voor het onder- zock der waerheid , .en eenige vlyt in dmelver naja- ft j ging L O F R E D E N. s/ ging , heb ik echter al het onderfcheidende zyner on- fchatbare: vriendfchap genoten. Voor my althans was zyne aenmoediging onwederftaenlyk , zyne goedkeu- ling boven allcs , waer op ik eenigen prys ftelde , en de edelmocdigheid , waer mee" hy voor .myne geringe pogingen aen hem opgeofferd , door het ruimst bezit van ontelbare genoegens , door de verzorging van jnyn beftaen 9 en de Jvoorkoming van alle myne wen- fchen , my rykelyk fchadeloos ftelde ; dezezyne edel- moedigheitl is door de crkentcnis in myn hart ge- fchreven 9 terwyl de kiefche en onvergelykelyke wy- ze, waerop hy dezelve omtrent my heeft uitgeoef- fend, my ook deceive voor altoos onvergetelyk zal maken. Doch bcfcheidenheid en eerbied fluiten myne lip- pen; en ik fpoede my, orn uwen VAN DE PERRE in dat licht te plaetfen , gelyk hy voor het oog zyner medeburgercn , als de handhaver van den luister der wetenfchappen , openlyk te voorfchyn trad. . Myn oog doolt in uwe vergadering rond M. H., het zoekt hem , maer vruchteloos , aen wien nogthans alles my herinnert; hem, aen wien wy deze onze byecnkomften , het genoegen, de plaets derzelve, liare levendigheid en nuttigheid grootendeels te dan- .ken hadden. Wy betreuren hem als niet meer ge- plaetst aen ons hoofd, en Gy, die zoo waerdiglyk zyne plaets in -ons midden vervangen hebt , gy hebt van zynen zetel bezit genomen. Wien C 3 'on* i L O F R E D E N. onzcr Icon het onverfchillig zyrr , door hem voorge- licht en bcfhiurd , of door hem aengehoord en toe- gejuicht te worden , \vauneer wy cen iegelyk het on- 2e tot uitbrciding der kennis en geleerdheid toebrag- ten? Hy, die onze liiister en roem was, op wienwy mocdig waren , wannecr wy hem in ons midden za- gen verfchynen , naer vviens goedketiring wy alle met nay ver dongen. . . . Hem zoekt myri oog thans vruchtelops in uvvc vergadering ! De meesten uwer zullen den tyd der eerfte oprich- ting onzer tcgenwoordige byeenkomften nog in le- vcndig- aendcnken hebben; toen eenige onzer edele Stadgenooten , Befluurders en Leden onzer Gelecrde Mae^fchappy, in het nabuurig Vlisimgen gevestigd , liet ontvverp vormcien om het groote doel dezes acn- -zierilyken Genootfqhaps , ook buiten deszclis moeder- Had, en binnen hunne eigen muuren te helpen be- xeiken , een tak van het zclve hier als over te planten , en voor den bloey der letteren afzonderlyke vergaderin- gen te openen. Gy weet de onverinoeide en belangeloo- 22 pdgingen dacrtoe aengewend, en vele uwer mogen liet gelulddg flagen derzelve ook aen hunne eigen me- ^ewcrking toefchryven. Maer gy zult ook geerne iien uwcn VAN DE PERRE den lof afftaen , dat hy hot groctfte aendeel aen deze pogingen gehad heeft, en dat het ontwerp door hem gekcesterd , door hem aen liet licht gebragt, door zynen invloed onder- lleund en gelukkiglyk volvoerd is. Aen hem is der- otize bloey ende Maetfchappy > behalveu ontef- ba- LOFREDEN. 39 ^ bare diensten , die zy dankbaer erkent , en de opoffe- ring van zich zelf voor hare belangen, ook deze in- richting verfchuldigd , die niet eene fcheuring of ver- deeling van de leden hares ligchaems 9 maer als de vcrdubbeling van haer aenwezen is. Aen hem heb- ben wy deze onze vergaderingen 9 aen hem heeft de menfchelyke famenleving al bet nut te danken, dat uw arbeid, Geleerde Mannen! uit dezen boezera haer doet toevloeyen. Wy zullen zyne asfche daer voor zegenen ; wy zullen 3 zoo dikwyls wy ons hier vereenigen, aeu hem een dankbaer aendenken toe- wyden 3 en gedachtig aen hem , die alleen voor we- tenfchap en deugd fcheen te leven, zal zyn yver ons bezielen , zyn voorbeeld ons ontvonken , en wy zullen de vmchten van onzen geest, als een offer der dankbaerheici , aen zyne nagedachtenis opdragen. Doch het is niet alleen onze geleerde Maetfchappy^ die in hem een (teun en edelmoedigen voorftander beweent *, het is niet alleen onze vergadering., die om zyne vroege verwelking als met romvgewaed be- dekt is, ook andere geleerde inrichtingen in onze. aenzienlyke Stad weenen met ons , en betreuren den val van him bezieknd Hoofd in hem. C 4 Ik i * Toen in het jaer 1787. het ontwerp gevormd was , om de bezft- tingcn en vergaderingen van het Zeeuwsch Genootfchap op het Raed- htiis der Stad Vlisfingen over te brengen , en eenige vertrekken van het zelye daer toe in gefchiktheid te brengen , bood hy ecne fom v.in f7Qo aen, om de kosten dezer fchikking te helpen dra^en. D des Dspartements gefchiedde ia 't jaer 1784. 40 L O F R E D E N. Ik zwyg thans , hoe onze zoo nuttige , zoo wel ingerichte en beftuurde Akademie der Teken- en Boiiwkunde, in hem eene zeldzame aenmoediging , een /teun en befchermer vond; hoe hy meenigmael en geefne b^zondere kosten aenwendde, om derzelver bloey te bevorderen , of den yver der leerlingen aen te vuuren ; maer laet ik alleen uwe aendacht daerby raogen bepalen , hoe de cdele NATIJURKUNDE, dc Moeder veler nuttige Wetenfchappen , door hem gelief- koosd en als op de handen gedragen 9 zich hier eene \voonplaets heeft gevestigd, waeruit alleen de we- ^ierkeerende barbaerschhcid haer zal kunndn verjagen. Het was In het jaer 1778 , toen hy met ecnigc wei- jiige kundige mannen het ontwerp vormde, om zich gemeenfchappelyk in deze belangryke wetenfchap te oeffenen ., elkander onderling het licht , dat men be- zat, de ontdekkingen 5 die men deed, mede te dee- Jen. Deze poging wckte welhaest den yver van anderen op, deed veler weetgierigheid ontbranden, en uit dit gering beginfel is dat natiuirlumdig Genootfchap ge- fproten , dat door den naem van zoo vele aenzicnly- ken, door denonbaetzuchtigen yver onzer geleerden s rof zyn tegenwoordigen luister is opgeklommen. Ik ben verzekerd., en gy zult het my gereede- lyk toeflemmen , dat ik niemand van deszelfs ver- |chuldigden Jqf beroove, wanneer ik aen zyne zucht VOQF L O F R E D E N. 41 yoor de verlichtiiig der maetfchappy bet beftaen de- zes gezelfchaps , aen zyne nredewerkirig deszelfs werkzaemheid en bloey , aen zyne edelmoedige on- derfleuning deszelfs luister toefchryve. Wie toch was her , dan hy alleen , die zich aen het hoofd daer van plaetfte, deszelfs belangen zich aen trok, en zich onvermoeid beyverde 9 om dit zyn werk te vol- tooyen en te volmaken? Dat deze nuttige inrichting zynen val lang overleve! Dat dezelve in den loop der jaren een gedenkteken zy , hoedanigen burger de- ze Stad ddnmael gekoesterd heeft! Toen de fmaek der voortreffelyke Natuurkunde on- ze Stad ddnmael als aengeftoken had, wist de deeds onvermoeyde VAN DE PERRE deze gelukkige fee- fmetting ook tot het fchoone geflacht te doen over- gaen. Hy verzamelde eenige der aenzienelykfle Vrou- wen, wicr doorzicht en edele weetgierigheid hyken- de. Hy befteedde alle bevalligheid der voordragt en der uitvoering, om haer de nuttigheid en invloed derzelve te doen gewaer worden 9 en het ruime, heerlyke veld der menfchelyke kennis haer te doen af- zien, waertoe de Natuurkunde haer den ingangopen- de. Zyne poging, door die zyner vrienden onder- fteund, ilaegde gelukkig, en welhaest zagen wy de bloem onzer fexe aen de voeten der wysheid neder- zitten , om hare fchoonfte vruchten bege'rig op te za- melen. Zy vormden onder zyn beftuur eene maet- fchappy, door wetten geregeld*; Zy bepaelden ha- C 5 10 * pe oprichting dezes 6enootfcfcaps gcfchieddft in *t jacr 1785, i* L O F K E D E N. r re byeenkomften , verkozen haren Onderwyzer , eu peffenden zich in ecne wctenfchap, die alleen cen geestclooze voordragt boven het bereik der fexe kan Geene dingen meende onze VAN DE PER RE, dat boven derzelvcr bereik , en alleen van vveinige ge- loofcje hy, dat zy boven, of liever buiten hare be- {lemming op deze weereld waren. Jiy kende den fy^ fle$ fmaek der vrouwcn, hare gelukkige bevatting, hare levendige verbeelding 9 hare.ii waernemenden geest , en beklaegde haer opregtelyk , dat net voor- oordeel der zeden of der opvoedinghaerde middelen der verlichting uit de hand rukte, om ze alleen met bchaeglyke beuzelingen te vullen. De Natuurkunde , vertoond van hare bevallige en verrasfende zyde, zoo uls zy de .natuur in het groot doet kennen , terv/yl zy hare verbazende krachten in een kleinen omtrek doet werken , en de overtuiging der waerheid op zin- iiclyke proeven vcstigt; deze hield hy met regt voor da geichiktfte wetenfchap, om de vatbaerheid der iexc te oefienen , hare opmerkzaemheid tc vestigen , hareri weetlust te doen ontluiken 9 en de , meenigmael onder de asch des vooroordeds bedolven vonk der genie, in den boezem der fchoonheid te doen ontbran- tien. Dat dan deze iiirichting binneti Qns Vaderland eenig in haer foort zy ; dat de domme onkunde haer aenftare , dat de nog onkundiger fpotzucht zich mis- fchien ten koste d^rzelve vermake, wy fchroomen oiet haer beftaen ea voortduuring als een niet gering L O F R E D E N. 45 gedcclte van den roem hares Inftellers openlyk op ts tc halen. ::v* 'Doch ik zie, dat gy my noodigt, M. H. om tot dat gene over te gaen , dat, offchoonhet flechts onti- \verp en poging, flechts eene onvoltooyde poging gcvvccst zy, nochtans de allerbeflisiendfte proeve is van zyne edelmoedige zucht voor ; de ware verlichting der maetfchappy, en hemals den Schutsheer allerbe- ichaefde kennis een onverwelkbaren krans bereidt. Reeds voor vele jaren kwelde het hem, dat zyne pogingcn tot bevordering der kennis zich enkel tot de Natuur- of Werktuigkundige wetenfchappen zou- den bepalen ; hy vonnde*zich uitgeftrekter uitzich* ten, en voelde den moed in zich, om derzelver uit voering ten minilen te ondernemen. Hy zag met fmart , hoe de meeste kundigheden , die de waerdy der famenleving ukmaken , en waeriu niemand, die eenige aenmerking verdient, behoorde ongeoefFend te zyn ^ by den hoogeren en mindereii burgerftand beide , deerlyk verwaerloosd wierden, Hy bejammerde het bekrompen onderwys der lagc- re fcholen , en begreep , dat alle verbetering niet zoaenzien en den naeiu van het Middelburgsch Muftum. Hy vormde een afzonderlyk Collegie , uit de hoofden van twee dier onderfcheiden Genootfehappen , aen wien hy den tiiel van Beftuurderen des Mufd urns afftond*. Voorts beftemde hy den hof, tot dit huis behoorende, voor de broederfchap der kruidkundige ten gebruike, en, bcyverde zich , om ook de kamer der Ontleedkund^ in het zelve te verplaetfen f. Doch * Te weten die der Teken-Akademie , en Phyfica. Aen deze ge- fchiedde zelfs de overdragt van het gebouw, terwyl de Heer VAN DE PERRE, op zekere redelyke beditigen, de ganfche fora der kooppenningen op her zelve uitfchoot en behield. De Hoog Welgeb. Vrouw Douariere heeft van deze geheele pretenfie , ten behoeve van feet Phyfisch Genootfchap , edelnjoediglyk afgezien. . I In het jaer 1788 deed hy eene poging om de fmaek voor goedt boeken te verlevendigen. Hy ftelde , door eene aenmerkelyke, jaer- lykfche toelage, den Boekhandelaer J. P. Gillisfen in ftaet, om cea foort van Letterkundig Ifabinet'in het Mufe"um te openen, waer, voor matige ir.sekeningsprys , elk gelegenheid vond, ora behalvenfist Ml r 4 6 L O F R E D E N. Docli dit alles zou misfchien onbeduidend in zich zelven geweest zyn, zoo hy hier mede geene verdc- re uitzkhten gehad had , maer hy meende hier door een grondilag gelegd te hebben, om de uitvocring zyner hoogere voornemens op te bouwen. Dit Mufdiuri , indien het met een dood Hgchaem, of ten hoogften eene geringe pralery zou blyven; in- dien het eens van uitgebreider invloed en werkzaem- heid zyn zou 5 had eenen opziener van nooden , die als beminnaer en beoeffenaer der wetenfchappen met eenigen lof bekend flond ; den zoodanigen wilde hy geerne alle de nog overige zynde vertrekken , een ge- deelte van dit huis ter woning aftlaen , en daer en boven voor deszelfs beftaen zoo lang op zyne eigen kosten zorg dragen , tot dat het zelve op eene andert wys genoegzaem bevestigd was. Hy zocht derhalven eenen gefchikten man , dien hy daer toe aen zyne medebefluurderen des Mufdums voordragen 9 en ook aen de Regeerders dezer Stad kon ftenbevlen , die zich van alle andere betrekkingen Ontflaen wilde , om zich alleen aen den bloey van dit gefticht, en de bevordering der menfchelyke kennis op te offeren; die zich ten minsten met eenige, en met de belaiigrykfte wetenfchappen tot befchaving en ver- febrtiik van verfchelde voomame oude i hedendaegfche wer&e&j lite tlagelyks .witkomende ithrifrn te leaeu, cm onder beoordeeleo, LOFREDElSf. 4; verlicbting van den burgerftand gemeenzaem gemaekt had, en zich verbinden zou, om in de Nederduit- fche tael openbaer onderwys in dezelve te geven. Ziet daer zyn plan , zyne yverige eu befcheiden po- gin gen 9 tn de voornaemfte hindernis tegen dezelve > die alleen in bet vinden der behoorlyke bezolding voor zulk eenen opziener gelegen was, door zyne edelmoedigheid nit den weg geruimd. Hier hi kent gy uwen VANDEPERRE, enik zou dvvaesfelyk mynen lof verfpillen , indien ik lets tot aenpryzmg eener zoo edele gezindheid zeggen wilde 9 die flechts eenvoudig behoeft vermeld te wordcn. Of hy zulk eenen man gevonden heeft ? Hy heeft denzelven meenen te vinden M. H. Door gimftige en misfchien al te vleyende berichten by hem bektnd geworden , heeft hy aen my zyne vereerende voor- Itellingen gednen ; hy heeft my bereid gevonden , om voor dezelve dc banden , die my nog aen myne vo- rige bediening verknocht hielden , geheel los te ma* ken; bereid om aen zyne oogmerken te beantwoor- den , naer myn vermogen , en naer de geringe oeffe- ning van mynen jeugdigen leeftyd. Op dezen voet heb ik my aen hem verbonden , om zyn mede-arbei- der in geleerdhcid en bybeloeffening te wezen, en zyuc hursfelyke GodsclienstoeiFeningen waer te ne 'nren, tot dat hy gelegenheid erlangen zo-u , om aea zyne verhe-vener oogmerken -my dienstbaer te maken. "Getyk ik , rra zyn verfcheiden ? iiiet zou kcmnen beg- rcn of v-^rlvie-z^n 3 om ia zuik'eeri^ betrekklnggeplaet? te 4$ L F R E D E N* te zyn , zoo zal ik my ook nimmer beklagen , dat hy' .deze gelegenheid vruchteloos gezocht heeft ; dacraen heb ik de twee gelukkigfte jaren mynes levens te dan^ Jken gehad, en zoo ik meende my te mogen bekla- het zxm voorzeker niet over Hem zyn. Dus is dit fohoone ontwerp flechts tot aen de ge- boorte kunnen geraken 9 en verydeld, gelyk nicer zy- ner edele ontwerpen, gelyk hy nimmer al het nut .heeft kunnen te weeg brengen, waer toe zyn vcr- mogen en gezindheid hem in ftaet ftelden. Ik zal de redenen hiervan niet trachten te doorgronden : de rampzaligheid der tyden, die wy beleefd hebbeny lieeft hier aen veel kunnen toebrengen 5 andere oor- zaken hebben daer toe kunnen medewerken . 44 . doch het gordyn valle ! Dit is het noodlot van alle groote manuen, door alle eeuwen heen gevveest, dat liunne verhevenfte bedoelingen op de onvolmaekt- heid der menfchelyke maetfchappy als fchipbreuk le- den 9 en dat zy , ten loon hunner belangelooze opof- fering van zich zelf, de weereld met deze bewust- heid hebben verlaten : ik heb lets groots wilkn ver* richten I Kan ik hier nu het penfeel nederleggen 9 en myne reden iluiten , M. H,, daer ik u VAN DE PERRE als Staetsman, als Geleerden, en als Sehutsheer al- lerbefchaefde wetenfchappen, naer myn vennogen ge- fchetst heb ? Of mist myne beeltenis nog hare bon- ding , hare levendige verwen , en is zy nog als on- bczield voor uwen gcest gemaeld? Eiscbt gy, dat ik myne fchets voltooye , dat ik wederom , en thans bevende, het penfeel opvatte, om zyne deugden^ zyn zedelyk karakter af te beelden ? . Ja! bevende zal ik de laetfte hand aen myne' fchil- dery leggen ; ik zal al de kracht van mynen geest te hulp rdepen , om niet, door het tederfte aendenkcn Vervoerd , in den toon der diepe weemoedigheid weg te zinken : en fchoon ik moeds genoeg gehad heb , om u den man van fchitterende verdiensten voor te ftellen, die moed ontbreekt my^ om den menfchen* vriend te tekenen. Maer neen 1 vergt van my deze poging niet ; zy be- hoort niet tot myne tegenwoordige roeping ; zy is boven den post van een lofrederiaer ! Het zy zoo , dat d(J deugd alleen roemwaerdig is ; datt de blinkendfte da- den dan eerst lof verdienen , wannee'r zy uit dit rei- lie grondbeginfel zyn voortgefproten ! maer dit gronU beginfel zelf is ver boven alien lof verheven ; het zoekt denzelveti niet ; het veracht een fchralen roem , dien het met de gelukkig geflaegde boosheid in dezel weereld deelen moet , en ftaet alleen naer de goed* keuring van Hem , die in 't verborgen ziet* Gy 9 zeldzame Nederigheid, die ons leert een an* der uitnemender te fchatten , dan wy zelve zyn , die Demand vernedertj niemand bel^digtj niemand t$ P rug 5 b L O F R E D E N. rug (loot ; die den beminnelyken Grootcn , in 't mid- den zyner pracht, herinnert nen de waerdy derbloed- vervvantfchap , waer door vvy alle, uit c'dnen vadcr ge- Iproten , aen clkander verbonden zyn : Hy kende u en was uvv voedflerling. Hy vervvarde u niet met dien niterlyken mom der valfche zedighcid , die u be- fpottelyk nabootst. Gy woondet in zyn hart en be- fluurde zyne edele eerzucht , om alleen door loffelyke en goede daden boven anderen ui.t te munten.. Gy leefde hern 1 tot den geringften zyner medeburgeren afdalen , zonder dwang of achterhoirdenherd , des- zelfs belangcn als zyne eigen te behartigen , en als cen mensch zich allcs acn tc trekken , wat mcnfcbe- lyk gevocl betreft. Macr gy gebiedt my ook fpaer- zaem te zyn in den roem van zyn deugdzacm karak- ter , en door geen ydelen ophef hem cen verdachten lof toe te zvvaeyen. En waer toe zoirde ik trachten u zyn zachtmoc- dig, toegevend, mcdelydend hart aftemalen, zyn heufchen omgang , de waerdy zyner onfchatbarc vriendfchap? Vruchteloos zou ik pogen den diepen iLdruk, die dezelve voor hct overige myner dagenop my gemaekt hebben , flechts eenigermate acn den dag te teggen-i en uwe flaeuwfte herinnering zou myne woorden in dorre klanken doen verwandelen. Hy beledigde niemand , hy wist verongelykingen te vci> dragen , te vergeten en met weldaden te beantwoor- dcn , en het ontbrak zyne grootmoedigheid \ L O F R E D E N. 5* voorwerpcn , om zich luisterryker te vcrtooncu , daa ik dezelve fchetfen kan. Waer toe zoude ik zynen yver, otn elk te bclia- gen 9 te diencn 9 en van ieder bemind te worden ; zy- ne trouw, zyne opregtheid en redelykheid ,, zyne verhevenheid boven alle menfchenhatende vooroordee- len; zyn onverwinnelyken afkeer voor al wat laegen fchnndelyk was , waer toe zoude ik dezelve in bet breede opbalen; zy vertoonden zicb in bem onge- tooyd , in alle hare nntuurlyke bevalligbeid , en ik; zou een gedwoiigen, kunftigen opfcbik aen dezelve verfpillen ? Ja ! by was de zegen der maetfcbappy, by decide nimmer in eenig ontwerp, dat zyne nage- dachtenis zou Juinnen bezwalken , en zyne gevoelens waren rein gelyk zyn wandel, Waer toe zoude ik in den lof zyner onbeperkte weldadigbeid uitweiden? Hy leefde flecbts om goed te doen ; zynen evenmenscb op allerlei wys gelukkigte ma- ken was de beboefte van zyn bart geworden. Daer toe van zynen overvloed te geven, met geopende lianden mildelyk uit te deelen , kostte aen zyn onbe- krompen bart zoo weinig , dat by zicb veeleer geluk- kig rekende , gelyk aen bet Oppervvezen , de uitdee- ler zyner gayen te kunncn zyn. Nimmer maekte by eenigen opbef van zyne milddadigbeid , nimmer bewees by ze in 't openbaer , dan waer de omftandigbeden Jipt eiscbten en wettigden , en zelfs bet vertrouwen Da' dec J2 O F R E D E N. der vriendfchap kon de mededeeling zyner geheimc weldaden met aen zyne kicschheid ontrukken. En ik zou dezelve uit trompetten ? Zyne nagedachtenis onteeren 5 door zyne deugd eenen loon te bereidcn , dien hy ninjmer begeerd heeft? Ver zy het van my zelfs dit denkbecld te koesteren ! Komt veel ecr gy alien, die aen hem het genoegen uwes levens , gelukkige dagenenjarente danken hebt, ik zal my met uvve meenigte vergezellen , my aen het hoofd van u alien plaetfen. Komt gy kranke 9 die llyverkwikt, gy behoeftige , die hy gevoed en ge- lUeed , gy oude van dagen , die hy onderfteund heeft ; gy ongelukkige , die hy broederlyk te gemoct kwam , wier hoofd hy opbeurcle , wier donkere uitzichten liy ophelderde ! komt laten wy , v6dr alle andere lof- Ipraek , aen hem ons weemoedig aendenken , onze dankbare tranen wyden ! laten wy zyne ftille rustplaet;s opzoeken 9 en weenende op zyn grafzerk fchryven ; /?;>r Ugt een mexfchenvrlendl Edele VAN DE PERRE, uwe deugden zyn met pwe beeltenis in myn hart gegraveerd ; geene jaren zullen hare trekken doen verflaeuwen : aen weinige cdele zielen zal ik , in de aendoenlyke eenzaemheid der vertrouwde vriendfchap , myn hart over u uitllorten ; snaer nimmer zal ik uwe '.nagedachtenis onteeren, of door een ydeleu ophef u een verdachten lof toe- L O F R E D E N. 53 Ja M. H! gy weet het, hy was e'en beminnelyk plan. Men kon de liefde der braeffte zyner mede- burgercn met uitfluitender bezitten , dan hy in- dezel- ve decide, Zyne achting en de roem van zyn karak* tcr waren gevestigd , zoo ver men zynen naem kende. Wat men hem zag verrichten , daer van hield elk zich verzekerd , dat hy nimmer uit baetzucht of zel- zoekende bedoelingen handelde , nimmer om' eenige lage drift te voldoen , maer dat verhevenheid en edel- moedigheid het kenmerk zyner grondbeginfelen wa- ren , die hy nimmer verlochende. Zyne zwakheden zelf konden den gunftigen indruk indruk van zyn ka- rakter niet uitwisfchen; zy konden voor hem kwel- lend en vcrdrietig , en de bron veler onaengenaemhe- den zyn, maer zy waren het nimmer voor een an- dcr! Doch wat is menfchelyke deugd ? het gevolg der opvoeding en der vooroordeelen zelfs; meenigmael eene fchoon fchynendc zvvakheid , en ten hoogften het uitwerkfel eeneraengeboren geaertheid, devrucht van een gelukkig ligchaemsgeftel ! Maer laten w^- ons door geene klanken of magtfpreuken verbh'nden. Wy hebbcn, 't is helaes waer ! weinig reden , om ons op de deugd onzes geflachts te verhoogmoedigen , maer zy heeft nogthans ddn fteunpunt , &&n grondbe- ginfel ? dat haer veradelt , en haer zyn doet 't geen 2y moet wezen , : ftryd en opoffering. JEn dit begin- D 3 fit 54. L O F R E D E N T . fel is de Godsdienst. Veitrouwt ti niet op de deugd van hem, die geen Godsdienst bezit , gelyk gy den Godsdienst mistrouwt van hem, die geen deugd bezit. Ik zou weinig rcgt doen acn uwe gevoelens M. H. indien ik meende, dat de lof van VAN DE PER- RE'S Godvrucht uw kiesch gehoor, door den wan- fmaek onzer Godsdienstlooze eeuw niet bedorven, zou beledigen. Maer Godvrucht is weder een dier zeldzame hoedanigheden , die flechts in (like gevoeld, inet dankbaerheid nagedacht , en inet yver gevolgd willen zyn , terwyi eene lofTpraek haer zoo weinig vereert, dat die haer veeleer zou fchynen te verne- deren. Beze reden alleen verhindert my , om over de Gods- dienstige gevoelens van onzen zaligen vriend zoo te fpreken , als ik geerne zou willen , gelyk ik zou kun- iien doen , daer ik geduurende meer dan twee jaren deelgenoot van zynen dagelykfchen omgang, en als door den Godsdienst zelven aen hem verbonden ge- weest ben. . Hy droeg een dankbaer hart voor het Opperwe- zen om, en beminde God als zynen Weldoener. Niets was hem vreemder, dan de denkwyze van vc- le , die ongevoelig voor hun geluk , hwnnen zegen flechts als hun wettig deel aenmerken ? en alleen hun- ne L O F R. E D N. 55 He fmarten en kwellingen by God als in rekening brcngen. Hy was vvclfprekend in de optelling zyner mecnigvuldige voorregten; deze hcrinnering maekte hem dikwyls weemocdig, en hy verblydde zich in zyne rampcn en te leurftellingen , als matigingen va een gcluk , dat hy voor al te groot, al te onderfchei- den hicld van dat der mceste zyner medemenfchen. Zoo dikwyls deze herinnering in hem opwelde , zag ik zyn edel hart van aendoeningen overvloeyen , en zyne gevoelens , zyn gelaet en woorden vereenigdea zich in den lof des Oneindigen ! Hct gevoel zyner menfchelyke afhankelykheid, zoo wel in zyn geestclyk als uitwendig beftaen , was hem niet llechts gemeenzaem , maer een heerfchendc trek in zyne denkwyze. Hy bcfchouwde het als het gevoel onzer kinderlyke betrekking op Hem , die ons gefchapcn hceft ; cen gevoel , dat den mensch zoo zccr veradelt, als het hem verootmoedigt , daer het ons als met God vcreenigt, in God doet leven en zyn ! ' s Hy bezat dat groote kenmcrk van een Godvruchtig hart, een vast en kinderlyk geloof aen de Voorzie- niglieid. Zyn leven was hem de weg, de Vaderlyke leiding van God , wiens hand alleen den doolhof det aeidfche wisfelvalligheid tot een effen en veilig pad kan maken. Een went van Gods albeftiiur was hem : meer, dan de. raed en voorflelling van alle zyne D 4 vriea* 6 L O F REDE R vrienden , en de -fchrooni , die hem meenigmaal wecf- hield om zyne voprnemens uit te voeren of aen te dringen, was de eerbiedige fchroom van eenen Hiensch, die liever met het Oppervvezen wenscht ia- men te werken, dan alleen op zyn eigen inzichtcn lioogmocdig te vertrouwen. Hy oefFende zich om zyn hart los te maken van al }yat hem aen de weereld verbond. Zich in ftaet te gevoelen ; om , wanneer God , zyn pligt of zyn Va- derland hem riepen , zyne dierbaerfte bezittingen zel- ve af te ftaen, dit was de wensch,'die hem meenig^ mael op de lippen zweefde ; dit was de hoogmoed van ^enen man , die anders het goede des levens wist te genieten , en de genoegens te fniaken ,. die op zynen weg ontloken. Gods heilige openbaring was hem boven alles dierbaer; derzelver kracht en verhevenheid werkten Vermogend op zyn hart. Den tyd , waer in ik , door zyn Godvruchtigen y ver opgewekt en ontvlamd 9 alle myne pogingen infpande , om voor hem en zyn jhuisgezin dit ontchatbaer boek, in deszelfs fchoon- heid en goddelykheid, voor te dragen, heeft hy dik- Wyls den gelukkigften tyd zynes levens genoemd* Hy fchaemde zich zyner Godsdienstige gezindheid jiiet ; zonder den ophef der gemaektheid deed hy zich kennen als een Christen ; en de voorganger zy- Hcr huisgenootcn te zyn, heu tot de kennis van Gods woojd L O F R E D E N< $? woord op te leiden , met hen voor het Opperwezeg neder te knieLen was zyne blydfchap en zyn roem ! Met de gedachten des dodds en der onfterfelykheid was hy ten uiterften gemeenzaem ; zy waren hem als vertrouwde, troostryke vrienden in de eenzaemheid; zyne dierbaerfte uitzichten ftrekten zich uit tot over hetgraf. Zyne verbeelding door het woord der open- baring voor tc lichten en te ontglocyen, om zich ge- heel te kunnen verplaetfen in die zalige maetfchappy, waer Christus aen het hoofd zyner verlosten , hen van alle onvolmaektheid ziil gezuiverd hebben ; dit was zyne begimftigde bezigheid , en, gelyk hy tneenigmael beleed^ ook de nuttigfte voor, zyn hart, 2yne kraeh- tigfte opvvekking tot een hemelsgezinden wandeL Hy was een Christen , niet in die flacuwe , uitge- ftrekte betekenis 9 waer door deze heerlyke naem da- gelyks ontheiligd wordt , maer een Christen door zyn geloof aen de leer der Verzoening. Hy beleeddezel- ve niet flechts als eene grondftelling van ons kerk ge nootfehap , noch uit enkele overtuiging der waerheid , maer als noodzakelyk voor de rust van zyn gemoed ^ als de grond zyner verzekering van Gods onfehatba- re gunst, en als zyn vertrouwen voor de eeuwig- heid. Dit geloof was by hem helder en verzekerd ^ en hy kende geen veiliger toets van hetzelve, dan een waer Christelyk gevoelen, eene gezindheid, eenigermate gelykvotoig aen die van Jezws en zyne Apostelen* Zoo 5S LOFREDEN. Zoo leefde VAN DE PERRE, zoo ftierfhy o'ok, gelyk een zegepralend Christen, die door de ver- diensten van zynen Heer en Verlosfer reeds den dood en hetgraf heeft overvvonnen. Zoo is hy, voor een verblyf in zaliger gewesten, aen ons oog vooral- toos ontrukt! Wy ftaren hem weenende achter na , en 't geen ons van hem is ovcrgebl even , zyn voor- beeld en zyn aendenken , zullen ons deeds orifchcnd- , ea heilig aen ons hart wezen ! . . LYST DER IN HIST rrFTIENDE DEEL; ^fj ntwoord op de vraag: "betreffende hei a) beste middel , cm de Wis- Ndtuur- 35 en Teekenkunde algemeener in trein te 5, brengen; en derzelver aanieeririg ge- 55 maklyker te makeri": door ADRIAAN VAN SOLINGEN, Med. DoCt. t Aft. obftetr. Lector 9 te Middelburb* - bh ii Antword dp her vborftel: "over de w^ze, op 53 welke kooplieden, commisfionarisren , 55 of ondernemers van fabriken eri trafiken ^ 3 5 in de Prdvincie van z & E L A N D , gele* , 3, genheid kunnen bekomen , om (voorze- 35 kerentyd") gelden "ft depofito of op wis- 35 fel inachtig te Worden : zoodat teffenS 35 de geldfchieters zekerheid hebben voor de veilige herkryging van hoofdfoiii eri 35 interesfeti" : door JOACHIM RE- DRIK MULLER, te Amfteldanl. 205. Ar.twoord op de vraag: "naar de teden, 35 waarom de kinderpokjes , fomtyds , hier 35 en elders onverwacht zich openbaren 5 55 eh of 'er ook ten dieri opzichte voorbe- 3, hoedende middelen te bedenkeii zyh" : door s. A. DE MORAAZ^ Mtd* DocK ?A W '*' ^ 3 Ante LYST r n t twoord op de vraag : "nopens de gefchikt- 99 fte middelen, om nuttige ontwerpen 9 99 in deze en gene werken opgegeven, tot nut der Maatfchappy in trein te bren- gen 9 *-: door ALEXANDER BENJA- MIN PARDON, te Amfleldam. bl. 481. ANT- ANTWOORD OP DE( V R A A G VOO R HE T JA AR. MDCCLXXXVIL OPGEGEVEN: De PfSis- Natuur- en Teekenkunde 9 van eenen lykans algemeenen Invloed op alle kunften en handwerken zynde ; word gevraagd op te geven : welk het beste nriddel zy , om die kundigheden ajgemeener in trein te brengen ; en derzelver aanleering 5 voor minvtr* mogenden^ gemaklyker te maken? aan het welke de gouden eerprys 9 door het ZEEUW- SCHE Genootfchap der Wetenfchappen , den negen- en-twintigften van Wynmaand des jaars 1788. is toegewezen. tladz. 3 ANTWOORD OP D E V R A A G: De Ifas- Naiuur- en Teekenkunds , van eenen bykuns algemeenen invloed op alle kunflen en handwerken *>ynde ; word gevraagd op te geven : welk het beste middel zy , om die kundigheden algemeener in trein te brengen ; en derzelver aanhering , voor minver* mogenden 9 gemaklyker te maken f DOOR ADRIAAN VAN SOLINGEN. onder de zlnfpreuk: QUO SEMEL EST IMBUTA, RECENS, SERVABIT ODOREM TESTA DIU/ VERDEELING D R HOOFDSTUKKEN. I. Over den waren sin der Fraag. II. Over de oorzaken, waarom de PF*i$* en Naftturkunde niet zoo veetin trein zyn> als zy behoorden te yn. XT, MB*. A 2 IIL 4 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD III. Over de byzondere middelen, welken gefchikt zyn om de Wis- Natuur* en Teekenkunde in algemeener' (rein te brengen. VI. Over het beste algemeene middel, om de Wiskunde algemeener in trein te brengen : en derzelver aanleering, voor mm vermogenden, gemakkely- ker te maken. EERSTE HOOFDSTUK. Over den war en zin der Vraag. GENOOTSCHAP vooronderftelt den bykans algemeenen INVLOED der WIS-. NATUUR- en TEEKENRUNDE Op al- le kunften en bandwerken ; en t evens een GEBREK aan genoegfame KUNDIGHE- DEN in deze WETENSCHAPPEN. Op deze twee ONDERSTELLINGEN word de VRAAG gebouwd: "welken de gefchiktfte mlddekn zyn, om gemelde WETENSCHAPPEN algemeener in trein te brengen ; en derzelver aanleering voor mm vermogenden gemaklykerte maken". Het komt my voor eene onbe- twistbare waarheid te zyn , "dat het OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 5 der Godlyke befturing, in den ke- ten Harer Voorzienigheid, niet kan behagen , de wis- en natuurkundi- ge wetenfchappen onder werklieden 9 die derzelver ondergefchikte kun- (ten beoefenen , in algemeenen trein te doen zyn : de orde der din- gen, en '\\sigeluk der zedelyke maat- w fchappy, - Jcbynt met eene algemeene beoefening dier wetenfchappen on- beftaanbaar". By deze bedenking verzoeken wy, ter opfporing van den WAREN zin der VRAAG, eenige weinige oogenblikken te mogen flil flaan. i De wyze en voortreflyke orde, wel- ken wy in de natuurkundige en zedely* ke waereld opmerken, koride nimmer .regelmatig voortduren, zoo de groo- te meerderheid van het menschdom be- gaafd ware met die gefchiktheid , welke tot het beoefenen der wis- en natuur- lunde vereischt word: onder de gefchiktheden tot eene zoogenaamde mathemati/cbe ziel bedoel ik, thans, voornamenlyk de vermogens en heb- Jykheid om regelmatig en afgetrokken te denken. Was de meerderheid van het menschdom met zulk eene A 3 ma*. ^6 A. VAN SOLINGEN, AMTWOORD mathematlfche ziel begaafd, 200 zou- den, welhaast, de werkfaamheden der zedelyke waereld niet alleen afwy- ken van die volmaakte orde ; maar 2elfs eerlang in eene ftroeve eenzel- vigheid omgekeerd en veranderd wor- den. De mensch leeft OF in den ftaat der natuur; OF in dien der befchaving: geen dezer beide ftanden, 2al 'er voldaan worden aan de orde der dingen, kun- nen de algemeenheid der wetenfchap- pen toelaten: de ftaat der natuur fluit derzelver ontwikkeling van zelve uit: om dat de mensch, behoeftig ge- boren, (terwyl hy in dezen ftaat zelf met zyne medemenfchen eene maat- fchappy van I onderlirige hulpreiking uitmaakt,) zyn gantfche leven tot het Verzorgen van zyn' leeftocht noodig beeft [a\ : maar zal men dan niet met recht \a] De bewoners van het zuidelyke NIEUVV GAL- LIE , die , zoo wel als hunne naburen , in den eer- ilen natuurftaat leven; die, zonder kleederen, en zon'der woning, naakt en gelyk de dieren, altyd in de opene lucht leven : (zie de reize van Kapt. COOK, verz. van HANKESWORTH, Tom. III. L* HI. ch. i en 2.) brengen him gantfche leven door, met het visfchen van oesters, mosfels, petoncles, en nndeye fchelpvisch ; met het bouwen van pirogues of fchuiteQ OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 7 recht verwachten, dat in eenebefchaaf- de maatfchappy, de wetenfchappen in algemeenen trein behoorden te zyn. Het is echter ver van daar: de befcha- ving teelt behoeften: kunften en we- tenfchappen hebben aan den eenen ; de weelde, en wellust aan den anderen kant; die behoeften oneindig vermeer- derd: dezen hebben den mensch doen bedacht zyn op alles , wat hem die behoeften konde bezorgen : hierom handelde hy met vreemden; van daar de huisbouw , Jcheepsbouw , zeevaart, trafiquen , manufacturen , oorkgsbouw , en meenigvuldige andere uitvindingen 9 A 4 wel- tot deze vangst noodzaaklyk ; en met het maken van harpoenen ? hengels , en fleeptouwen , waarmede zy andere visfchen vangen : de Oosterlingen FiiL-lden zich met den land- en veldbouw bezig : de Noord- fche volken leefden meest van de jacht : en onzc voorvaders , die ruvv en onbefchaafd , in de (IrcngJle konde, riaakt omliepen , leefden van vruchten , boter, en kaas ; bouwden zQirt-rafinaderyen , en geneerden zichmet het vangen van baring: in e'dn woord, ai- le de werkfnamhcden van het menschdom bepalen zich, in den ftaat der natuur, tdt het opfporen van hun- nen leeftocht , en tot die onderlinge hulpreiking eii ruwehandwerken, zonder welken zyniets minder dan dien leeftocht zelve misfen. Zoo lang nu eene natle haar' gantfchen leefryd tot het opfporen van haar onderhoud noodig heeft, blykt het van zelve, dat d,* ontwikkeling der wetenichappen met zulk een' Itanci onbcftaanbaar is. 8 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD welker beoefening eene meenigte van werkende menfchen, of laat my liever zeggen van werktuiglyke wezens , ver- eischt. Wat nu zal het lot zyn der maatfchappy, warmeer derzelver groot- fte gedeelte fmaak en vatbaarheid heeft voor eene ftrenge en wiskundige rede- neerkunst, en voor de befpiegelende wetenfchappen in 't algemeen ? Die eens den (maak weg heeft van de be- koorlykheid der wetenfchappen, zal, om zich op dezelven toe te leggen, de handwerken laten varen : waardoor zoowel de werktuiglyke arbeidfaam- heid , als het lichaamsvermogen , na- tuurlyk verminderen ; 'en het gebrek aan handwerkers, die de maatfchappy in zoo een groot getal noodig heeft , vermeerderen zaL Dit heeft vooral plaats omtrent de ; en natuurkunde , die een' onmid- delyken invloed op de werktuigkun- de, en deze op de handwerken heeft. Die zich de werkiuigkunde op eene leer- ftellige wyze eigen, en zich in derzel- ver wiskundige beginfels kundig, ge- maakt heeft, zal geheel onbereidt zyn , om als een werktuiglyk huurling by den tyd te werken: die langs het pad OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 9 pad der wiskunde voor de nuttigheid en fchoonheid van de beoefening der flerrekunde is vatbaar geworden, zal weinig gefchikt zyn , om in het wand te klimmen , of anderen arbeidfamen 'fcheepsdienst te verrichten: in een woord , het zoude mangelen aan zul- ken, die in een' ondergefchikten rang hand moeten aan 't werk flaan , in plaats van te denken : wie zal zich in zulken ftaat niet liever doorde befpie- gelende wetenfchappen, dan door de handwerken, eene broodwinning zoe- ken te bezorgen? wie niet den taak van onderwyzer ver boven dien van werkman verkiezen? en welk werk- baas 2al niet liever een' onderhoo- rigen werkman aannemen , die wel doorwerkt , dan die zyn' geest afflooft met zelf te or diner en en te denken, en hierdoor het werk zoo wel te ver- warren als te vertragen. Voegen wy nog twee aanmerkin- gen hierby: vooreerst: elk flaagt niet even gelukkig : van hier > dat velen halfgeleerden blyven : te meer, daar het grootfte gedeelte tog met werken den kost zal moeten winnen: zoo nu dezen, gelyk veelmalen het geval A 5 is, CO A. VANSOLINGEN, ANTWOORD is, groote denkbeelden vormen van hunne eigene kundigheden, wat al fedante y wysneuzige, werklieden zullen 'er dan, door het algemeen in trein zyn der wiskundige wetenfchappen, geboren worden? welken, terwyl zy hunnen tyd verflyten met zelf te ordi- neren, een zeer onvolkomen werk uit de hand zullen geven. En gefteld , ten anderen , dat elk tamelyk gelukkig flaagde: hoe onge- lukkig zoude dan niet het gelaat der rnaatfchappy zyn ? Thans bepaalt zich de eerzucht onder jonge lieden, die een handwerk leeren, pm hun beroep te kennen ; om een gezeten lid der maat- fchappy, echtgenoot, envader te zyn: als zoodanig bezorgt hy aan zyn huisge- zin nooddruft, en werkt ten nutte van \ algemeen: maar, der wetenfchappen ingelyfd, krygt hy allengskens meer kennis aan 't gene hy niet weet; vol- doet minder aan zyne beftemming; en jnist die broodwinning, die zyn beroep hem zoude gegeven hebben: dryft de nooddruft hem , om hand aan 't werk te flaan, dan beklaagt hy zich, voor- fcien zynde van kundigheden, over de ongelyke bedeeling der fortuin^ 't ge- voel OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. II voel zyner eigene waardigheid doet hem, met grieving, het lot ondergaan om , als een werktuig , ordlnaniien van misfchien minkundigen te moeten uitvoeren : van hier verveling, mur- murermg , en in een woord het ge- brek van geluk , orde, en overeen- komst der dingen, in de zedelyke waereld. Om kort te gaan , het meerderdeel des menschdoms is gefchikt om te werken; en het minderdeel om zich met denken bezig te houden : 't gene uit de natuur der fchoonheid van de zedelyke waereld nogmaals, en ten laatften duidelyk, blyken zal. Het gebouw der zedelyke waereld, uit de hand der ALMACHT voortgeko- men, kan niet anders dan volmaakt fchoon zyn : dus moeten 'er in hetzelve eenheid en verfcheidenheid regeren, welken het echte kenmerk der fchoonheid zyn. De minder wys- geerige vernuften doen de afgetrok- kene en regelmatig denkende wezens uitkomen: zy fpreiden de verhevener vernuften ten toon, als zoo vele fiera- den en pronkflukken, die (by gebrek van verfcheidenheid) van hunne fchit- te- 12 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD terende fchoonheid zcuden zyn be- *oofd gebleven. Ik ben nochtans ver daar af , om die vernuften , welken minder verheven zyn, te befchouwen als plaats te heb- ben in wezens van minder waarde! in- tegendeel, ik merk dezelven aan als wezens,, die door hunne arbeidfaamheid evenveel toebrengen tot de fchoonheid van het geheel; en onder welken eene maatfchappy langer ftaande zoude bly- ven, dan eene van alleen denkende wezens : ik heb eerbied voor een wer- kend wezen, dat in het zweet zyn's aan- fchyns, zoo duidelyk voldoet aan het groote plan, 'twelke Goobetoont met de menfchelyke maatfchappy voor te hebben : akans kan men by voorraad van hen vastftellen , dat zy voor zich fcelven waarlyk gelukkiger zyn: daar fcy, zoo dikmalen him arbeid vol- voerd is, de voldoening hebben van hun oogmerk te bereiken; terwyl het fcherpe en geflepene denkvermogen zoo meenigwerf de bekrompenheid van zyn eigen verfland, en het ruime veld zyner onkunde, erkennen moet, als het, door de fchors der zaken, in de OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 13 de natuur der dingen , en derzelver kunftig waarom , wii indringen. Deze voortrefFelyke verfcheiden- heid , welker famenkoming in een punt de fchoonheid der waereld uit- maakt, word menalleszinsin deftofly- ke waereld gewaar: beiden zyn zy een prachtig tafereel , waarin het duistere het licht doet voorkomen , doormengd met fchaduwen ; op dat de fchoonhe- den door de vereischte hoogfels zou- den zichtbaar worden. Van waar zoude, in de ftoffelyke waereld , de regenboog harepracht ontleenen; zoo hare kleu- ren eenzelvig waren ? Van waar zoude men in de zedelyke waereld kennis aan het goede erlangen; zoo de perfte WYSHEID niet toegelaten ha< dat het zedelyke kwaad voortkwame ? Diezelfde fchoonheid heeft in de bedeeling der redelyke vermogens plaats: zonder welken de verhevener wezens, tegenzulken , die meer werk- tuiglyk dat is volgens den leid- draad van anderen denken , verfto- ken zouden zyn gebleven van alle hun- ne uitftekendheid. Met oogmerk bedien ik my hier van het woord uitfiekendhsid; want ze- fcer 14 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD ker, het zedelyke goed, zoude (zoo- wel als de voortreflykheid der verhe- vener redelyke denkvermogens) al zy ne eigene waarde blyven behouden, al- ware het, dat beiden nergens by konden vergeleken worden: maar, voor 200 ver deze waarde ons alleen door ver- gelyking kenbaar word, zoo blykt het, dat derzelver verfcheidenheid tot de natuur van de fchoonheid der zedely- ke waereld onmiddelyk behoort. Deze zyn de bedenkingen, afgeleidt van de orde der dingen, het geluk der maatfchappy, en de fchoonheid van de zedelyke waereld , welken my over- tuigend zyn voorgekomen , om te be- fluiten, dat met dezelven het algemeen in trein wezen der wiskundige weten- fchappen onbeftaanbaar zy : beden- kingen, welken ik, ter opfporing van den waren zin der Vraag, heb moeten laten voorafgaan : op dat niet aan zul- ken, die met my inftemmen, dat ge- melde wetenfchappen niet algemeen kunnen zyn , beiden Vraag en Ant- woord ongerymd zouden voorkomen. Ook vordert het Genootfchap der- zelver algemeenheid niet: maar de yraag heeft voornamenlyk TWEE doel- OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 15 einden. Het eerfie doeleinde is, te be- vorderen dat de wiskundige weten- fchappen algemeener in trein waren, dan zy werkelyk zyn: en zekerlyk* wanneer men in overweging neemt, hoe vele jonge lieden van rang zich eenmaal in de gewichtige omftandig- heid zullen bevinden, om te moeten oordeelen over leven en dood van hunne natuurgenoten; tot het wel uit- voeren van welken hachelyken post, meer dan ooit, eene wiskundige, re- gelmatige , en ftrenge wys van denken vereischt word: hoe vele anderen de wis- en natuurkunde nog meer on- middelyk zullen van nooden hebben , wanneer zy, tot het maken van ont- werpen in de burger- of miHtaire bouwkunde, in den fcheepsbouw, in den waterbouw, of rivierkunde, ter af- wering van den geduchten vyand de- zer gewesten, geroepen zyn: hoe de kennis der kusten, gronden, en ftroo- men; hoe.de gantfche zeevaartkunde tiietmfoliditeit winnenzoude, wanneer ''er meer wis- en natuurkundige waar- nemeren waren, onder hen, die op* fcicht hebben over zulke lichamen, met welker \yelvaart en goede befturing,, niets 1 6 A. VANSOLINGEN, ANTWOORD niets minder dan de voorfpoed van het Vaderland verbonden is : welke ellendige vertooning de Godgeleerd- heid, en de geneeskunde, zonder ken- nis aan denatuurkunde, maken zullen: hoe noodzaaklyk het zy voor rechts- geleerden zich eene hebbelykheid te verkrygen van regelmatig redeneren en ftrenge betogen: wanneer men dit alles in overweging neemt, zoo ziet men , met hoe veel recht het geleerde Genootfchap naar middelen uitziet, om gemelde wetenfchappen meer in trein te brengen , dan dezelven tegen- woordig zyn. Het tweede doeleinde der Vraag is, te zoeken naar middelen , om der- zelver aanleering voor minvermogen- den gemakkelyk te maken: een ge- wichtig doel waarlyk, wanneer men in aanmerking neemt, dat de uitdee- ling van talenten en vernuften niet be- paald zy aan rang of geboorte : hoe vele gezonde vernuften wyds en 2yds onder den gemeenen man ver- fpreidt zyn, die (indien zy in goede handen gekomen waren; indien der- zelver ouderen zich in de gelegenheid bevonden hadden, om hen tot denken- de OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 17 de wezens te vormen ;) ten behoeve der wiskundige wetenfchappen fchran- dere en nuttige leden der maatfchap- py hadden kunnen worden : en hier- om ga ik, geheel doordrongen van de nuttigheid der Vraag, thans over tot het opfporen dier OORZAKEN , welken beletten , dat deze wetenfchappen in geen' algemeener' trein zyn: en wel- ker uit den weg ruiming of verbetering wel degelyk binnen het bereik van on deel te onderrichten; een' fchat van w nutte kennis op te zamelen ; en ons de t kunst en bekwaamheid van wel te redeneren eigen te maken". Men kan evenwel niet ontkennen , dat de betrekking , waarin zich het denkvermogen met de zintuigen ge- plaatst vindt, aanleiding geve tot de- ze ongefchiktheid. Dewyl op de verfchynfelen , welken de zintuigen nopens de wetten der natuur opleveren , door weelderige ver. nufcen lichtelyk eigenfchappen aan de lichamen, en vermogens van werkfaam- heid > zouden worden toegekend, wel- ken niet op de rede gegrondt zyn , jnaar alleen op gewaagde gevolgtrek- kingen uit zintuiglyke waarnemingen van natuurlyke verfchynfelen : zoo heeft voormaals het ZEEUWSCHE Genooifcbap der Wetenfchappen wyslyk goedge- vonden^, de gewichtige vraag voor te ilellen : "in hoe ver men in het opfpo- ren der natuur zich veilig op zintuig- v lyke verfchynfels verlaten moge"? op OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 21 op welker beantwoording de geleerde j. VAN IPEREN , en de uitmuntende verhandeling van PAP DE FAGARAS, de uitgeloofde eerpryzen behaald heb- ben. Eveneens als de ziel , in hare zede- lyke werkfaamheden, gedurig (in de- zen proefllaat) door de aanvechtingen der zintuigen, van het pad der wys- heid, tot het bejagen der zintuiglyke genietingen, word afgetrokken : zoo ookword het verftand, in de natuur- kundige wetenfchappen , van de waar- heid verwyderd, door eene onberede- neerde toepasfing der zintuiglyke ge- waarwordingen op het gelaat der na- tuur. Toen de wysbegeerte der fchool- gcleerden bepaald was binnen fien kring van zintuiglyke kunstteekens ; werd byna al wat adem haalde een wysgeer : de verftandigften gevoel- den het gebrek van den al te grooten invloed der zintuigen, zoo dat zelfs fommigen, met eene tegenovergeftel- de uitfporigheid, de zinlyke indrukken geheel wraakten: daarpm verkoos DEMOCRITUS liever blind te zyn, op dat de zintuigen zyn verftand niet be- B 3 ne- t 32 A. VAN SOLINGEN, ANT WO ORD . nevelen, en het vermogen zyner re- den onderdrukkenzoude: SOCRATES verheugde zich, toen hy zyne ontbin- ding zag naderen , op dat hy , van dit logge aanhangfel des zintuiglyken ftofs ontDagen y de waarheid en wysheid in haren volkomen' glans , zonder verhin- dering, zoude kunnen ondervinden. In het mhbruik derhalven der zin- tuiglyke gewaarwordingen , en derzel- ver onberedeneerde toepasfing op de natuur der dingen , vinden \vy de eer- fle oorzaak van de ongefchiktheid der menfchen , tot het vormen van zuive- re denkbeelden en regelmatige rede- neringen : welke gewaarwordingen , 200 zy wel beftuurd en toegepast wor- den, integendeel gefchikt zyn , om (door middel der waarnemingen en proefnemingen) aan het verftand de data op te leveren, op welken, ter be- vordering van de kennis der natiiur , wiskundige redenenngen kunnen ge- bouwd worden : weshalven de zin- tuigen, zoo zy niet misbruikt worden, uit hunne eigene natuur moeten be- fchouwd worden , als zoo vele voortref- Jyke lyftrawanten der ziel, (om my met den geleerden JORD dus uit te drukken) waar- OVER DE WIS- NAT. EN TEfiKENK. 23 waarmede de Opperfte WYSHEID den mensch begunftigd heeft; op dat hy van dezelven , onder bet geleide detr re- den , ten behoeve eener gemaklyfce uitoefening zyner verftandelyke ver- mogens , gebruik zoude maken. Eene tweede oorzaak van het gebrek der heblykheid, om regelmatige denk-* beelden te vormen ? het welke by zeer vele menfchen heerscht, is gelegen in eene te weelderige werkfaamheid der verftandelyke vermogens : v/aardoor zeer vele beoefenaars en voorftanders der wetenfchappen , zich veeleer tot genien vanfmaak , dan totjlrenge denken vormen: dezen ncmen vele dingen te gelyk by de hand, en fporen ver- fcheide takken van wetenfchappen opj maar blyven meest aan de fchors der zaken hangen: zy kennen de gefchie- denisfen; de uitvindingen der natuur- kunde; en de verfchillende gevoelens der wysgeeren zyn aan hunne kennis gekomen : de famenleving met zulke genien, die in de voortbrengfels van han geheugen en deszelfs uitgebreide kundigheden uitmunten , is alleraan- genaamst, en draagt niet zelden dea toegezwaaiden lof weg van hwnne be- B 4 won- 24 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD wonderende natuurgenooten: * maar is het te doen, om de waarheid te ken- nen; en op te fporen, of wy in onze kundigheden gronden van zekerheid hebbcn : moet him oordeel en ver- ftand op de keper befchouwd worden : hebben zy de onvoorzichtigheid , om eens immer lets ftaande te houden : zoo ziet men eene fchrale reden, fcich fchuilhoudende achter den weid- fchen optooi van een fchitterend ver- nuft: wat zy ook ftaande houden , valsch of waar , het is al eens ! in beide gevallen word hunne zwakke reden over ftaag gezet: in het eerfte door de fnedigheid der drogredenen: en in het tweede gevaldoor de zege- pralende kracht der waarheid. Maar de, bovenal meest werkende , en derde , oorzaak moet aan de ver- keerde leiding worden toegefchreven, waardoor der jeugd, by de opvoeding, alle aanfpraak op het gebruik van him eigen denkvermogen als het ware ont- zegd word: door dezelve te gewen^ nen aan het aannemen van fyftemata, welken haar als vastgeftelde waarheden worden ingeprent, door hen, wien de zorg hunner opvoeding is toever- trouwd: OVER DE WIS~ NAT. EN TEEKENK. 25 trouwd : hierdoor word in de jeugd ecne gewoonte geboren, om hare ge- dachten , en daaruit voortfpruitende handelingen, in te richten volgens het richtfnoer van die beginfelen , wel- ken zy van anderen ontleend hebben: die, hoe goed misfchien anderszins, tog altoos onberedeneerde beginfelen bly ven , voor zoo ver hunne ziel aan- gedreven word, om volgens dezelven te handelen, zonder dat het verftand zelf daarby denkt. De groote kenner van 's menfchen verftand, de beroemde LOCKE, is van oordeel, dat de meesten, daar zy de dingen op het gezag van anderen ont- leenen, hun vermogen, dat zy hebben om hunne toeftemming aan zulk of zulk eene zaak te geven, misbruiken, door hunnengeest op eene flaaffche wys aaa het gezag van anderen te onderwerpen. Van de vroegfte tyden war en de fcholen der wysbegeerte aan dit euvel ziek: elk wysgeer , die maar eenigen naam had , verkreeg volgeren : wel- ken, nietdoor overtuiging, maar naar mate derzelver gezag vooraf indrulc op hun gemoed gemaakt hadde , hunne flelfels omhelsden, en zich on* B 5 26 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD der de flagordenen van deze of gene gele^rde party vervoegden. Door dit blindelings opvolgen der ftelfelen van ouders en onderwyzers, ontneemt de mensch aan zyn eigen verfland volftrekt alle mooglykheid , cm voor zichzelve te denken : hier- door word hy veeleer een redeloos flelfeldryver , dan een wezen , ge- fchikt om onder het geleide der reden den aard der dingen te onderzoeken , en, langs de trappen der wiskundige 2;ekerheid , eene neblykheid van den- ken en ftreng redeneren te verkrygen. Ter bevestiging van deze waarheid hebbe men, op de hooge fcholen , zelfs onder jonge Heden, die zich oe- fenen, flechts het oog te vestigen op die meenigte, waarvan fommigen (in vroegere tyden) zich eene eer reken- den , zonder voorafgaand onderzoek , de party van DESCARTES; anderen die van ARISTOTELES , te zyn toegedaan: en (naderhand) fommigen de gevoelens van LEIBNITZ, en WOLFF; anderen die van NEWTON , en CLARCKE , zoo laat- dunkend als waanwys, te omhelzen. Ziet men niet velen, welken al het gene van de beginfelen der ftof, en de wezen- heid OVER DE WIS- NAT. EN TEEKJENK. 27 held der dingen, geleerd word; ande- ren alles, wat omtrent de verfchynfe* len der natuur berekend is; naar mate hun deze gevoelens, door het gezag van anderen, zyn ingeboezemd : by wyze van partytrekking aannemen en handhaven ? daar zy integendeel f zoo hun eigen onderzoek en denkver- mogen voor henzelven werkfaam ge- weest ware , zouden ontwaar gewor- den zyn, dat de uitmuntendfte wys- geeren hunne voortreflyke gevoelens , niet zelden , flechts als proeven heb- ben voorgefteld. Vooroordeelen zyn het eigenaardige gevolg van het gezag van anderen : het verftand hecht zich vast aan begin- felen, die het, zonder onderzoek, voor vastgeftelde waarheden aanneemt, ea erkent: hierop draaft het denkver- mogen, zonder eenige omzichtigheid, voort; en kan ondertusfchen , terwyl het zyn' vasten grondflag ontbreekt, nimmer eenige waarde of ftrengheid erlangen. Langs zulk eene leiding word evenr wel gemeenlyk de jeugd opgevoedt: * men gewent het jeugdige verftand al- yroeg aan kluisters, waarvan het de 18 A. VAN SOLINGEN , ANTWOORD zwaarte niet kent: men geeft zich vele moeite om de leerftelfels in te prenten ; en op dezen wederom andere denkbeelden te bouwen: terwyl men geheel verzuimt, om het voor zichzel- ve te leeren denken. Eene der voornaamfte, en vierde , tofzaak van het doorgaande gebrek der heblykheid, om zuivere denkbeelden en regelmatige redenerlngen te vor- inen , zoo wei als de daaruit voortko- jnende ongefchiktheid tot het beoefe- nen der wiskundige wetenfchappen , moet toegekend worden aan eene vry algemeene onkunde van onze eigene vatbaarheden en vermogens : im- mers, daar ieders verfland op eene ze- Icere wys bepaald is , zoo valt het zeer moeilyk den kring onzer eigene vat- baarheden voor ons zelven te bepalen; zelden zal hier ons oordeel rechtvaar- dig zyn: een neerflachtig en dik- bloedig geftel zal naauwlyks durve.n gelooven 9 dat de gefchiedkundige ken- nis van de verfchynfelen der natuur een voorwerp is zyner vatbaarheden: terwyl de levendige geest, wiens bloed vlug door de aders fnelt , met verbeelding tot aan de beginfelen der OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 29 der ftof doordringt: hy kent de ondeelen ; hy weet de oorzaken , en beginfelen van de werkfaamheden der ftof: zwaartekracht , en aantrekkings- kracht, zyn voor hem gemaklyke ter- men ; en 's menfchen vryheid word door hem duidelyk met de eeuwige orde der dingen , en de befluiten der Godheid overeengebracht. Zoo bedriegt den een' zyne neer- flachtigheid; en den ander' zyne ver- metelheid: doorgaande gebreken onder het menschdom: die den geest, tot het vormen van zuivere denkbeel- den; en het denkvermogen zelve, tot regeimatige werkfaamheden , onbe- kwaam houden. Eindelyk is eene vry algemeene, en vyfde, oorzaak van het niet genoeg- faam in trein zyn der wiskundige we- tenfchappen , in de manier gelegen , waarop dezelven onderwezen worden: de onderwyzers behandelen dezel- ven, als of zy alleszins te doenhadden met jonge lieden, die (van de eerfte ontwikkeling hunner verftandelyke vermogens) zich aan eene ordenlyke, regeimatige, en afgetrokkene manier van JO A. VAN SOLlKGEN, ANTWOORD van denketi gewend hadden: volgens welke alle jonge lieden onmooglyk Joinnen geleidt worden. Indien de onderwyzers zich zoo- vele moeite gaven, om de vermogens, gefchiktheid , en vatbaarheid van het verftand, der leerlingen gade te flaan; en befluiten konden, om fomwylen ten behoeve van zulken , wier denkbeelden nimmer by aftrekking , maar altoos door zintuiglyke gewaarwordingen , inoeten worden opgewekt, een wei- nig van die leerftellige orde af te wy- ken, en de zintuiglyke denkbeelden der leerlingen te gemoet te komen : door hun by inductie de eigenfchap- pen der wiskundige grootheden eerst ^intuiglyk te doen ondervinden ; en derzelver afmetingen, door het ge- zicht, of andere toegepaste zintuigen , te doen gewaar worden : zoo zouden velen, welken nu alletfeerst ftruikelen over de noodzaaklykheid om terftond afgetrokkene denkbeelden te moeten vormen , nog op den weg gehouden worden : hierdoor zouden zich niet fcelden vermogens in het verftand ont- of ook geboren worden, OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 3* welken zich by het begin van de beoe- fening der wetenfchappen niet ver- toonden. Door deze voorzorg zoude men daar- enboven nog een groot gebrek voor- komen : het is onmooglyk, zoolang men zich in het onderwys by dien ftrengen leiddraad houdt, dat de jeugd, zelfs in een' geruimen tyd , ee- tiig denkbeeld van het toegepaste nut dier wetenfchappen erlange: men kan naauwlyks verwachten , dat zy goeds- moeds , zonder het befef van eenige nuttigheid, zal doorwerken, alleen ge- troost door het denkbeeld, dat zoo vele beroemde mannen zich, met al- ien yver, op die wetenfchap hebben toegelegd: hoe gegrondt ook deze redenering zyn moge , zelden zal zy voldoen aan het jeugdige verftand, dat niet gewoon aan afgetrokkene denk- beelden, zyne aangelegde kundighe- den nergens weet toe te pasfen : wel- haast zal het van deze oefening wal* gen , en wanhopen om breede vorde- ringen te maken , welken buiten hefi bereik van zyne vermogens fchynen. En dezen zyn , naar ons inzien , de tneest werkende oorzaken , welken deq 32 A. VANSOLINGEN, ANTWOORD den rnensch, tot het vormen van zui- vere denkbeelden en ftrenge redene- ringen, 200 wel als tot het beoefenen der wiskundige wetenfchappen, onge- fchikt houden: waarvan het ongeluk- kige, maar natuurlyke , gevolg is, dat gemelde wetenfchappen niet in zulk een' algemeenen trein zyn, als zy be- hoorden te wezen : tot nut , volma- king , en geluksbevordering , van de maatfchappy in het algemeen; en van ieder indwidu in het byzonder. DERDE HOOFDSTUK. Over de byzondere mlddekn , om de K- Natuur- en Teekenkunde in alge- meener* trein te brengen* Volgens dien -leiddraad, langs wel- ken wy onze gedachten best hopen voor te dragen, vestigen wy het al- lereerst onze aandacht op de NATUUR- KUNDE: omdatwy, naar het oogmerk der geleerde vragers , die gedeelten der natuurkunde byzonder op het oog hebben > waarvan kunften en hand- L werken lynrecht afliangen: dezen OVER DE WIS- FfAT. EN TEEKENK. 33 zyn fculken, die, door wiskunde ge- fterkt, den grootften invloed op het geluk .der famenleving hebben; en tot welker beoefening de wiskunde zelve algemeener in trein behoort te zyn, dan zy is : waartoe wy de gefchiktfte middelen naderhand zulien trachten op te fppren. Wy gaan thans onderzoeken: wel- ken de bckwaamfte middelen zouden zyn, om (ter bevordering van kunften en handwerken) de practicale natuur- kunde algemeener te maken. Door alle eeuwen been heeft, in de beoefening der natuurkunde , zekere fmaak geheerscht : zoo dat dan eens de een, dan eens de ander de over- hand had. De ouden verzamelden een' fchat van waarnemingen, welken,men,^yds en zyds , in de werken van ARISTOTE- LES vqrfpreidt vindt : naderhand werden fierlyke vooronderftellingen ,. als zoo vele zuilen van een prachcig fyflema , voorgedragen : waardoor BA- CON, en DESCARTES, met veel moed, eerst wetten van beweging opgaven ; en zulken, die de ware wetten der na- . DEEL. C tuur 34 A. VAN SOLINGEN, ANTWOdRD tuur in 9 t vervolg gevonden hebben , op den weg hielpen. In iatere tydperken : wanneer de wis- en natuurkunde groote vorderingen ge- maakt hebben: zagmen, daneens den eest der berekeningen ; dan eens dien er proefnemingen ; de een boven den ander' het hoofd opfteken. Een fchrander wysgeer zal , in de beoefening der natuurkunde, het licht van aile deze leiddarren zich ten nutte maken: hy zal aandachtig de na- tuur waarnemen, zoo als zy zichzelve vertoont; hy zalh^ar ondervragen, en hare v^ertcnynfclen, tot in de binnenite fchuilhoekcn , door proefnemingen op- fporen: hy bedient zich van bere- keningen: niet alleen om de verfchyn- felen, die hem (door de waar- en proef- neniingcn) bckend zyn geworden, aan wiskundige bcpalmgen te onderwer- Een ; maar CK>K , om dat zy hem tot et opfporen vannieuwe verfchynfelen en ontdekkingen lynrecht aanleiding geven. NEWTON is de eerfte geweest, xiie, door het vereenigcn van dc ondervin- duig met de wiskuadige berekenin- gen, OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 3 $ gen, eene naauwkeurige , glansryke$ en nieuwe, natuurkunde heeft doen te voorfchyn komen. ik bezig eenige oogenblikken , dm de aaiidacht op die berekeningen te vestigen: * niet, om dat wy dezelven in 't afgetrokkene willen befchouwen ^ daar wy ze in verband met de onder- vtnding hebben voorgefteld; maaf , om dat het ondefwys der jeugd, gemeen- lyk en ten rechte> met de wiskunde begonnen word. De predicate natuurkunde zal nim* mer in algemeener 7 trein komen, 200* lang zy binnen de grenspalen der on d dervinding alleen beperkt blyft; zoo- lang men in het famenftel der natuur- kundige werken en werktuigen, met een' waggelendefi voet , die zynen wisktindigen grondfteun mist> voort^ treedt; en zoolang men, met eene flaaffche naarvolging van een's anders werk, onderzoekt naar den uitflag van dieeffecfen, waarvan de hoeveelheid en hdegrootheid, zoo wel alsdie der oor- zaken, wiskundig kunnen en moeten bepaald worden. Als een eerst middel otn de practi* cale natuwkunde algemeener in trein Ca te 36 A. VANSOLINGEN, ANTWOORD te brengen, ftellen wy daarom voor: "dat het onderwys der jeugd zoodanig worde ingericht, dat de beginfelen der wiskunst, niet 200 fpoedig als doorgaans gefchiedt, verlaten wor- den ; maar dat integendeel hunne vorderingen in de wiskunde , hen , a wanneer zy op de beoefening der practicale natuurkunde zich zullen . v toeleggen , aanfpraak geven tot de ^ gefchiktheid en bekwaamheid , om de wetten der natuur door wiskun- ^ dige berekeningen te bepalen"! Het gewicht van dit voorftel blykt van zelve , zoodra men overweegt , dat de practicale natuurkunde van hare foliditeit verftoken blyft, zoolang de natuuronderzoeker derzelver wetten op geene vaste gronden weet te bepa- len ; en wy behoeven maar weinige voorbeelden aan te roeren, om ons overtuigd te vinden, dat men, in hetbe- oefenen van die gedeelten der natuur- kunde, waarvan de gewichtigfte kun- flen en handwerken lynrecht aflian- gen,.zich telkens van wiskundige be- rekeningen en bepalingen moete be- dienen. Wie flemt niet terftond den invloed toe OVER DE \VIS- NAT. EN TEEKENK. 37 toe der werktuigkunde op meest alle kunften en handwerken ? Ondertus- fchen is het, tot het famenftellen der werktuigen, niet genoeg, dat men op de algemeene wetten der beweging acht geve: want, in dit geval, zoude het uitwerkfel der werktuigen op lang na aan het oogrnerk niet voldoen ; ja zelfs fomwylen geheel ftrydig zyn: - men moet dan zyne aandacht vestigen op de verfchillende hinderpalen, welken zich tegen dc uitwerkirig der primitive wetten verzetten: eene wiskundige be- fchouwing van het werktuig, in bewe- ging, onderwerpt alle deze hinderpa- len, die door ondervinding en proef- neming ontdekt zyn, aan berekenin- gen , die dezelven op vaste gronden ftellen : door deze berekeningen worden de wry ving , en hardheid der koorden , de inertie van het werktuig zelve, en de wederftand van de lucht, onder het oog gehouden, als zoo ve le hinderpalen, die de uitwerking van het werktuig beletten zouden, en daarom een gedeelte van deszelfs be- paling uitmaken: zonderdeze bere- keningen zal het werktuig altyd ge- t>rckkig zyn: dfcVftftotfr&r van-na- C 3 tuur- 3 8 A- VAN SOLINGEN, ANTWOQRO tuurkundige werken , die yolgens de- #e berekeningen werkt, behoeft zich zoomin door waggelend onderzoek, als door flaaffche naarvolging, die hem ltyd beietten zal een vinder te wor? den , tc laten geleiden : zyne ordinan- fie berust op een' vasten grondfteun: hy berekent de hoeveelheid der fcrachten, waardoor het Jichaam met ^lle gemelde hinderpalenzalkunnenin beweging gebracht worden ; en bepaalt jiet evenwicht van het gantfche werk- tuig, eer het beweegd word, a priori* D$ volkomenheid der werktuigen^ die door vioeiftoflfen in beweging ge- bracht worden , hangen insgelyks var> zulke berekeningen af. In den bouw der waterwerktuigen loopt men gevaar^ dat dezelven aan meenigvuldige en groote gebreken sullen onderhevig yn :; indien men niet op de wederwer- jking der vloeiftofFen naauwkeurig acht geeft: in het ftichten des windmo- fens bedient men zich van berekenin- gen, om te bepalen; hoe de wind, ten voordeeligfte , op de wieken van i?en ? mplen werke: en, offchoon de ongpfladigheid van den wind een al beletfe} z,y van de vol- OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 39 maaktheid des werktuigs , zullen noch- tans deze voorafgaande berekeningen, alleen, tot eene onfeijbare bafis flrek- ken , om het werktuig , zoo naarby der volkomenheid mooglyk te maken; dat is, om den best moogiyken wind- rnolen te ftichten. Onder het opgeven van voorbeel- deH, hoe de vereeniging der wiskun- dige berekeningen met waarneming en ondervinding, aan de kunften en hand- werken de meest mooglyke foliditeit doet erlangen ; en daarom een der gefchikfle middelen is, om de -practl- co.le natuurkunde , ter bevordering dier kunften, algemeener in trein te bren- gen : kunnen geenen de aandncht meer opwekken, dan zulken, met wel- ken het belang van ons VaderJand onmiddelyk verbonden is. Deszelfs welvaartszenuw is de koophandel : Daarom wy de kunften en handwer- ken, die tot den fcheepsbouw behoo- ren, onder de gewichtigften voor on- zz belangen ftellen. Zonder te kort te doen aan de ta- lent en van zulken, die (door gedu- -tige vaarnemingen en naauwkeuri- ge ondervindingen) vrdinantien van C 4 fcheeps- 40 A. VAN SOLINGEN, AKTWOORD fcheepsbouw uit de hand geven , die, met eene vasre hand en een' gelukkigen tact geteekend, fomwylen op de best jnooglyke wys aan het oogmerk vol- doen: zonder aan te merken, dat wei- nigen dien gelukldgen tact erlahgen; even gelyk weinige geneesmeesters al- leen door tact en ondervmding goede practifyns zyn: zoo is, alleen, het aan- voeren der voortreflykheid van den fcheepsbouw der Franfchen, tot ons oog- merk genoegfaam : hunne fchepen worden , volgens de beginfelen 'des fcheepsbouws van DU HAMEL, gebouwd; wien door de wiskundige berekenin- gen van BOUGUER de weg gebaand is. Men bedient zich van die bereke- jiingen , om het herfteldc evenwicht, en de vastigheid der vaste lichamen , die in het \vater dryven, in het algemeen te bepalen: dezen, op den fcheepsbouw toegepast, dienen om de ultgeltrekt- held der afmetingen van een fchip in de flingeringen , waaraan het onder- hevior is, vast te ftellen; en door dit jniddel het best mooglyke fchip te bouwen. Men berekent den wederftand, wel- ken de gefnedene waterlirienien aan het fchip OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 41 fchip mededeelen ; men bepaalt daar* door de verfchillende gedaanten van den voorfteven , die den minften we- derftand biedt; en men bouwt, vol- gens deze beginfelen, den best moog- lyken zeiler. Men onderwerpt den wederftand, die de werking van den wind op de zeilen , door het gevaarte van het fchip zelve, en door de wederwerking van het water, aantreft, aan berekeningen: die daarom de best mogelyke bezei- Ung en bemasting bepalen. Alle welke beginfelen toegepast wor- den, naar het oogmerk waarmede een fchip gebouwd word: hoezulkeen na- melyk het beste vrachtfchip ; en weder zulk een de beste zeiler behoore te zyn? Wie gevoek niet alwyders het ge- vaar, dat men loopen zal, van nim- mer de practicale natuurkunde ter afwe- ring van den geduchten vyand dezer gewesten , ik meen de aanftroomende 3Keeen en rivieren , in trein te bren- gen ; indien zy , in dit belangryk ge- deelte, Meen beperkt blyft by wagge- lende proeven en onderzoeken: waar* doormen, met ontelbare kosten, die ?s Lands fchatkist uitputten ; ontzaglyke C 5 42 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD dyken opwerpen, en kostbare fluizen jnaken zoude; terwyl de berekeningeri der drukking, en fnelheid, waarmede sich de aanftroomende wateren bewe- gen , benevens derzelver piaatielyke toepasfing , zulken , die het bewind voeren over rivieren , ftroomen , ftran- den, en dyken, in ftaat zulien ftellen, om de eigenlyke oorzaken der door- braken, en onocrwateringen, te ken- Hen en te verbeteren, Naauwkeurige proeven (hoedanigen door Italianen en Franfchen 9 veelal op publike kosten, genornen zyn) -om- trent gernelde drukking en fnelneid niet alleen , maar ook omtrent de diepte, en wryvingen tegen de oevers n iiranden, zuHen deze berekenin- gen alleszins vooraf gaan : en dezen , door vereeniging der proefnemingen en berekeningen , wiskundig bepaald fcynde, bedient men zich nog ander- maal van berekeningen , om aan de waterweringen de vereischte hoogte, dikte, lengte, en (daar het voornarne- lyk op aankomt) de beste gedaante te fcezorgen. AHe welkekundigheden, by ons, te ?neer belangryk, en in trein jbcbooren te OVER DE AVIS- NAT. EN TEEKENK. 43 te zyn; om dat wy een land bewonen, wiens geheele ondergang, door de a- fteuiting der woede van het water , moet worden voorkomen, De zeevaart, (welke wy, terftond, met den fcheepsbouw zouden veree- nigdhebben, zoo wyniet liererverko* ren hadden , om , volgens eene leerftel- lige orde, tot het aanvoeren van voor- beelden ^ ons eerst van de gron^be- ginfelen der werktuigkunde, endaarna van die der waterweeg- en waterloop* kunde te bedienen :) de zeevaart, waarvan de giorie, grootheid, en wel~ vaart van het vaderland afhangt, er- kent de fterrekunde voor hare moe* der; welke wy hier, ten rechte, onder de hoofddeelen der practicale natuur- kunde meenen fe moeten plaatfen j cm dat de kunften en handwerken , die tot de zeevaart dienen , voor ons hoogstbelangryk en gewichtig zyn. Hare voornaamfle hulp ontleent dc fterrekunde van de gezicfytkuncle: geeu doorluchtiger voorbeeld van de noodzaaklykheid, tot Vereeniging der berekeningen met de ondervinding , kan 'er worden aangeroerd ; dart befchouwiug van act vernieuw* 44 A. VANSOLINGEN, ANTWOORD de gelaat , het welke de doorzicht- kunde, federt het 47- jaar dezer eeuw, aan de vereeniging dier berekeningen met de ondervinding, door het uitvin- den van den achromatifcben kyker, ver- fchuldigd is: eene uitvinding, wel- ke voor de gezichtkunde , federt dat jaar , een nieuw tydvak heeft doen geboren worden. De voorwerpen ble- ven, tot dien tyd , door delchifting der kleuren beneveld! Daar, volgens de wet der refractie van NEWTON, de kleurfchifting der lichtftralen vermeer- dert, naar mate zy meer gebogen wor- den: zoo heeft de verhevene genie van EULER, rustig voorttredende langs het glansryke voetfpoor , het gene hem et Opperwezen zelf , in de natuur- lyke Ibefchouwing van 's menfchen oog, gegeven had; waarin de lichtftra- len, hoe zeer gebogen 9 even we! hel- der en duidelyk zich vertoonen; zyn* toevlucht genomen tot dikkere media, 200 als glas en water: en ondervon- den, dat de kleurfchifting door dezel ven verbeterd werd: welke uitvinding ver- volgens door hem aan wiskundige bere- keningen is onderworpen, die alleszins inet de ondervinding overeenkwamen, en OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 45 en tevens aanduidden, dat NEWTON'S wet der refractie gebreken had: al het welke den beroemden DOLLOND tot het famenftellen van den acbromati- fchen kyker gelegenheid gaf: waartoe hy (in plaats van de twee gemelde media) tweederlei foorten van Engehcb glas geb'ezigd heeft. Indien wy nu de volkomenheid der zeevaart, met recht, van die der fterre- kunde moeten verwachten: zoo ziet elk, van hoe groot belang het zy, dat de fterrekundigen aan hunne waarne- mingen alle mooglyke/0//W/'J/Y mede* deelen; door dezelven aan wiskundige berekeningen teonderwerpen: eene meenigte voorbeelden zouden kunnen aantoonen, met hoevele voorrechten dit door de beroemdfte fterrekundigen gefchiedt zy. Door deze berekenin- gen bepaalt mende volftrekte quantitei- len der centrale krachten , die zoo dik- malen in de fterrekunde te pas komen: door dezelven bepaalt men de ware plaats der planeten, afgeleidt van de stwyking, of liever van den voortgang, van het licht: de geringfte veran- deringen, die de planeten ondergaan; worden door dezelven bepaald, en be* voa- 46 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD vonden met de flerrekundige waarne- mingen overeen te komen. De ongelykvormige waarnemingeii van de lengte en breedte der maan/ de beweging van derzelver apogaeum , en van de nodi 9 leveren waarnemingen op van (als het ware) verwarde bewe- gingen, die door geen leerftelfel kun- nen verklaard worden: een gant- fche fchat van waarnemingen zoude, derhalve, deze gewichttge gedeelten der fterrekunde altyd duister hebben gelaten , ware het niet in de2ie eeuw voor de naauwkeurigile berekeningen weggelegd geweest, om de natuurkun- dete verryken met het beroemde leef- flu'k van de perturbationes planet arum. NEWTON is de eerfte geweest> wel- ke de wederzydfche werking op elkan- deren, van zon, maan, en aarde, ver- klaard heeft: deze berekeningen hebben den geest der wiskunftenaren bezig gehouden, om alle de fchynbare ver- warringen in de beweging der planet en aan de naauwkeurigfte bepalingen te onderwerpen. D'ALEMBERT en CLAI- AUT hebben , door hunne berekenin- gen, de fterrekunde hierin merkelyk vcrrykt; terwyl de berekeningen van EU- OVER DE WI$- NAT. EN TEEKENK. 4? EULER , die bet ftelfel van NEWTON volkomen bevestigen, over dit leer- ftuk het helderfte daglicht verfpreidt hebben. De aangevoerde voorbeelden oor- deelen wy genoegtaam te zyn, om aan te toonen , dat een verftandig na- tuuronderzoeker, altyd, zyne waarne- mingen en ondervindingen aan de bepaiingen der wiskundige berekenin- gen zal onderwerpen : dat dezelven aan de practicale natuurkunde de meest mooglyke foliditeit byzetten; die nimmer, ten behoeve en bevorde- ring van hare ondergefchikte kunften en handwerken, in algerneener' trein kan gebracht worden , zoolang dezen haren vasten.en wiskundigen grond- fteun misfen; en ook daarom met dc daad niet genoegfaam in trein is : dat even daarom (en dit was , dewyl men het onderwys met de wiskunst begint, ons eerfte middel) n de opvoeding der jeugd derwyze worde ingericht, dat w de beoefening der wiskunst, niet zoo fpoedig als gemeenlyk gefchiedt, verlaten worde; ten einde hare wis- w kundige vermogens haar, wan- w nser zy tot de beoefening der na- tuur-. 48 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD tuurkunde overgaan , tot de ver- eischte bekwaamheid in het doen dier berekeningen , aanfpraak zou- den geven". Wy befchouwden de berekeningen alleszins in een naauw verband met de ondervinding : eene verftandige be- oefening, en gebruik der proefonder- vindelyke natuurkunde, zal over de natuur en hare wetten een .helder dag- licht verfpreiden: wanneer men fcich, metoordeel, van de proefnemin- gen bedient;, zal men ondervinden, dat eene proefneming fomwylen de ba- fts is van een volledig leerftelfel: de ondervinding heeft, behaive dit, het voordeel , van het veld der waar- nemingen uit te breiden; en zy ftrekt niet zelden tot een' maatftaf van de waarheid of onwaarheid der ftellingen, die door nuttige bypothejen , of door een' gevolgtrekkenden (analytifchen) redeneertrant worden aangevoerd. Ian ook de proefondervindelyke natuurkunde heeft hare grenzen : *er word eene groote maat van gezond oordeel vereischt, om zich met vrucht van deceive te bedienen; Bonder de OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 49 devereischte naauwkeurigheid, en cm* zichtigheid , zal zy fomwylen het ge- laat der natuur geheel anders doen voorkomen , dan het waarlyk is t daarom oordeelen wy, als een der ge* fchiktfte middelen, om dewarekennis der natuur algemeenef in trein te bren- gen , te moeten opgeven: "een verftan- dig gebruik en toepasfing dier proef- yy nemingen , waarvan wy ons , ter be- vordering onzer natuurkennis , iit het beoetenen der proefondefvinde- lyke namurkunde , bedienen". Wy zulien maar eenige weinige oogenblikken , by dit tweede opgege- vene middel, ftilltaan. Een verftandig natuuronderzoeker ondervraagt de natuur dodr proefne- mingen, en fpoort hare geheimen op 2 daarom verdient de proefondervin- delyke natuurkunde den naam van GE- HEIME natuurkunde : zoo men maar voorzichtig fcorg drage van volkomert te voldoen aan de ware en wysgee- rige beteekenis dezer benaming: dat men zich van de aanwezendheid geener verfchynfelen verzekerd hou- de, dan na dat men dezelven heeft ge- 2ien en ondervonden: dat men, na ?r. WML* p on- 'A. VAN S6LINGEN , ANTWOORD ondefvoriden te hebben dat ze waar zyn, dezelven erkent als zoodanigen-, dat is als verfchynfelen : zonder dat men dezeiven befchouwe als daargeileld door natuurkrachten: welker beftaan, hoe leerftellig en oordeelkundig uit- gedacht, nimmer door de ondervin- ding bevestigd word. Mag men geene verfchynfelen , die men ohdervindt , befchouwen als voortbrengfelen van krachten, die men nooit heeft Ondervonden: zoo zal de- ZQ eerfle waarfchuwing aanleiding ge- ven tot eene tweede gewichtige : dat men namenlyk, veelmin, op den grondfleun dezer ondervondene ver- fchynfelen y Jyftemata bouwe van na- tuurwetten en werkfaamheden , wel- ken hunne geboorte nicer aan genie en vernuft , dan aan waarheid , ver- fchuldigd zyn. Het is ook geheel iets anders ? ter benoeming van verfchyn- felen die men.ziet,. zich van tcrmen te bedienen^ als die der zwadrte- en der aamrekkingskracht : dan geheele fyfte- inaia te vorm eh, volgens welken eene gantfche reeks van werkfaamheden, in de krachten der natuur, wel daarge- tnaar met ondervcnden worden: OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. $* wier aanwezendheid, zelfs door grodte en beroemde wvsgeeren, als ftrydig tegen de eerfte beginfelen onzer kun* digheden worden voorgefleld ; eh daarom, het zy dan ten rechte of ted onrechte , betoogd worden onmog- ]yk te zyn. Veeleer dan, dat de proefondtrvin* delyke naluurkunde dienen zoude 9 tot den opbouw vmfyftemata, make men zich dezelve vooral ten nutte, tot het byeenbrengen van eene ryke verza- meling van waarnemingen , van elk welker in het byzonder de waarheid volkomen bewezen is* Dezeii zullen ons niet alleen het beste gelaat der natuur leeren kennen , maar ons te- vens kundigheid doen erlangen van alle de ledige vakken, waarin het ons nog niet gelukt hare werkfaamhedeu op te fporen. Men drage vervolgens zorg, om on- derfcheid te maken in de verfchillende foorten van proefnemingen; en in de byzondere oogmerken, waartoe dezel- ven zullen dienen: fommigen ftrek- ken alleen ter uitfpanning; anderen toe het opfporen van verfchynfelpn , die de wysgeerige natuurkund$ ineer lynrechfi D 2 ra- 52 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD raken; en anderen eindelyk, om de fracticale natuurkunde ten behoeve der menfchelyke maatfchappy uit te brei- den, en op dc gewichtigfte kunften en handwerken toe te pasfen. Dan, zal dit met vrucht gefchieden, zoo behoort de proefondervindelyke na- tuurkunde bovenal te dienen , tot het vinden en waarnemen van het merke- lyke onderfcheid, dat 'er, tusfchen de uitwerkfelen der proefnemingen , en die, welken de befpiegeknde natuurktin- de ^oude hebben opgeleverd, gevon- den word: op dat men zich van dit onderfcheid bediene, ten einde de ver- anderingen te bepalen , welken door vanbuitenkomende en medewerken- de oorzaken verwekt worden , die in de befpiegeling geen plaats hadden. Daar nu deze bepalingen haren foli- den grondileun hebben in de wiskun- dige berekeningen : zoo leiden ons deze aanmerkingen van zelve weder- om op tot het verband, waarmede wy begonnen , dat 'er, tot het in trein brengen der natuurkennis , tusfchen de berekeningen en de ondervinding behoort plaats te hebben. De twee aangevoerde middelen, re- gel- OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 53 gelmatig in het werk gefteld, zyn on- twyfelbaar het meest gefchikt , om de kennis der natuur in het gemeen, en die der practical? natuurkunde in het byzonder , algemeener in trein te brengen: dewyl derzelver vereeniging alleen in ftaat is, om de meest moog- lyke foliditeit , waarheid, en zekerheid, waarvoor 's menfchen geest vatbaar is, aan deze foort van wetenfchappen by te zetten. En wat anders gaven wy (door^deze twee middelen) op , dan eene naarvol- ging van het voetfpoor des grooten her- vormers der natuurkunde, des doorluch- tigen ISAAC NEWTON? die, zoo als boven reeds gezegd is , de eerfte was , welke (door het vereenigen der bere- keningen met de ondervinding) den grondflag eener nieuwe, naauwkeuri- ge, en glansryke natuurkunde gelegd heeft. Dan, de verflandelyke vermogens van den mensch zyn binnen zekere kringen bepaald : - de berekeningen eifchen breede vorderingen ; dikwyls in de moeilykfte gedeelten der verheve- ne wiskunst: de proefnemingen vor- derentyd, naauwkeurigheid, enonyer- D 3 moei: 4 A- VAN SOLINGEN, ANTWOORD tnoeide arbeidfaamheid. Dierhalve be* hoort men acht te geven op de ver- fchillende oogmerken, waarmede de byzondere takken der practicale na+ tuurkunde , op de handwerken toege- past, zullen beoefend worden : waar- cm wy, als een derde midd^l, opge- ven: "dat ieder, na eene voorafgaande ^ algemeene kennis der natuurkunde , derzelver bepefening op zulk eene wy s i nr i c hte, als meest overeenkomt ^ m^t dien trap van kundigheden , die 4, tot zyn byzonder oogmerk vereischt , \vord"! In de beoefening van alle weten* fchappen zyn , door de beroemdfte wysgeeren , DRIE trappen van kundig- heden in het menfchelyke verfland waargenomeri. De eerfle trap beftaat in eene naauw- Iceurige kennis, en befef van die waar- heden, welken door anderen worden voorgefteld : *- de^e neemt (als waar-> heden) alles aan, dat door goede leerftelfelen , beroemde fchriften , of kundige meesters, onderwezen word; en voert den naam van gefchiedkun* ~dige kennis. Bet beroep, en de omftandigheden van OVER DE WIS- NAT. EN TEKE^K. 55 van alien, die de practical natuurlynde, betreklyk op kunften en handwerken , zullen beoefenen, zyn niet gefternd, om door proefnemingen de wetteh der natuur op te fpo.ren en door be- rekeningen aan vaste bspalingen te onderwerpen. Allen, die niet als arbeiders of dag- looners werken, behooren aan hctmle kundigheden, op dezen ecriten trap, eene volkomene uitgebreidheid te be- zorgeri, Om de practical? natuurkunde alge- meener in trein te brengen : dat is , om eer^e- groote m.eenigte te doen ge- boren worden van lieden, die met de vereischte kundigheden werken weten te or diner en ; en over het werk der onderhoorige arbeidslieden opzicht te hcbben: behoorde men van de v 7 roe- ge leerjaren, die aan het onderwys van den practicalen arbeid gewydt worden , eenige uren af te zonde- ren, om elk (naar zyp.byzonder oog- merk en vooruitzicht in hec theoretifcue gedeelte zyn's aanftpnden beroeps) op den eerften trap van kundigheden, en uaaroai in de gefchiedkundige kennis ' D 4 dier 56 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD dier natuurkundige waarheden, wel- ken hem sullen te pas komen, te on- derfichten. Die opgeleidt worden, met oogmerk cm eenige kunst of handwerk der me- chanica te beoefenen, moeten een be- gin maken , met kennis te erlangen van de eenvoudige en faamgeftelde werktuigen , en der krachten die op dezelven worden uitgeoefend : waar- tbe de kennis van het evenwicht der vaste lichamen , en van de wetten cmtrent de rust en den val der zware lichamen behooren, Zulken, die het maakfel der water- werktuigen, waterweringen , of den fchjeepspouw, eenmaal wenfchente or- dineren, moeten (op den eerften trap van kundigheden) de bepalingen, en wiskundige voorftellen , van de water- weegkundq aan het verftand gebracht worden : dit dient verzeld te gaan jriet eene gefchiedkundige kennis van die waarheden , welken de natuur- kunde ppge.eft van de Jpecifike zwaar- te en lichtheid cer lichamen ; van het evenwicht , en de drukking der vloei- en van de wetten, die plaats heb- OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENR. 7 hebben omtrent de zwaartekracht diet lichamen, welken fpecifik zwaarder en lichter dan de vloeiftoffen zyn. Tot deze leer behooren de voorftel- len, welken de natuurkunde opgeeft van de veerkracht, zwaarte, famen- drukking, evenwicht, verdunning, ver- dikking, vochtigheid, droogte enz. der lucht ; van de wetten van derzelver beweging; en van het maakfel der voornaamfte werktuigen, die gefchikt zyn om de eigenfchappen der lucht te kennen. In de waterloopkunde beflaat eenc gefchiedkundige kennis van de wetten der beweging, door onbeweegbare en beweegbare buizen, de eerfte plaats: waarna men overgaat tot de kennis van de ftructuur dier werktuigen , en gewichtige gevaarten, welken door de drukking , zwaarte , en wederwerking der vloeiftofFen in beweging gebracht worden: waarna men dezen tak met de kennis der gewichtige waterwerin- gen voltooijen kan. Tot den eerften trap van kundighe- den in de militaire bouwkunde , bc- hoort de gefchiedkundige kennis van den aanval en afweer der plaatfen ; P 5 58 A* VAN SQUNGEN , ANTWOORD -van de regels der verfterkingen ; en van alle de natnen en befchryvingen der krygskundige lynen en hoeken; van de verfchillende gedaanten der : regelmatige , en daarna der qnregel- niatige yerfterkingen ; en van alle de byzondere fterkten en werken, die in de campementen en veldflagen gebruik- lyk zyn: -r*- eene tamelyke kundigheid van alle de manieren van verfterkin- gen, die j^yyerrc hill ende natlen plaafcs hebben; eneindelyk eene genoegfame geoefendheid , om alle de gemelde werken 9 met naauwkeurigheid en net- heid, door middel der teekenpen op li.et papier te brengen. In de burgerlyke bouwkunde be- .flaat de eerite trap van kundigheden in de gefchiedkundige kennis der pro- blemata en theoremata, om een volmaakt gebouw te maken: dat is, om (over- eenkomilig met het oogmerk des ftichters) te voldoen aan alle de ver- eischten derfterkte, het nut, gemak, en de fchoonheid, waartoe de regels der verfieringen en evenredigheden betreklyk zyn. Daarna volgt de kennis der ftoffen, .Y/aaruit gebouw.en w.Qrden faamge- ilelH, OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. field , en derzelver bereidingen : alle de foorten van onderfchragingen , en dtfaruit voortfpruitende vyf bouw- orden, met alle de kunstbenamingen, die tot deze orden behooren: waarna eindelyk de eerfte trap voleindt word, door de gelchiedkundige kennis der ,byzondere grondbeginfelen; als die der grondvestingen , muren, daken en?, benevens de belchouwingen, 200 van de uit- en inwendige gedaanten van het gebouw , als van deszelfs door- fnede. Met welk een oogmerk men .de gezichtkunde beoefene : het zy als wysgeerig befchouwer van het prach- tige gelaat der natuur: het zy om zich te bekwamen in die kunstbewerkin- gen , waardoor verfchillende glazen worden toebereidt, om de lichtilralea te rug te kaatfen of door . te laten: (een handwerk waaraan de beroemd- fte wysgeeren zelven hunnen arbeid - niet geweigerd hebben :) het zy om zich dezeiven in de flerrekundige beoe- ^feningen ten nutte te maken: of ein- delyk om , ter beoefening.yan bouw- en teekenkunde, een by^onder werk yan de doorzichtkunde te maken: 60 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD alien behooren vooraf op den eerften trap van kundigheden onderwezen te worden, door een gefchiedkundig be- richt van de wetten der gewaarwor- dingen , waaraan het gezicht zelf on- derworpen is: van de bepalingen des gezichthoeks ; van de fchynbare grootte, en derzelver evenredigheid met den afftand ; de parallax , en de gewaarwordingen , welken het oog , door de verfchillendheid der grootte , gedaante, plaats, en beweging der ver- wyderde lichamen, ondergaat: van de ftructuur van het oog ; van de ver- ahderingen , die de lichtflralen onder- gaan , "naar mate der verfchillende middenftofFen die zy aantrefFen : van de waarnemingen omtrent den voortgang des lichts , en van de theo- rie der fchaduwen. Hierop volgt eene gefchiedkundige kennis van alle de voorftellen, welken de catoptrica omtrent de teruggekaat- fte lichtftralen oplevert; en de ver- fchillende gedaanten der oppervlak- ten, waardoor deze terugkaatfing ge- fchiedt : de bereiding der platte , holle, en verfchillende foorten van klootfche fpiegels. Van alle de ge- OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 6l bogene fpiegels is de bereiding der el- liptifche en parabolifche wel de moei- lykfte, maar tevens de belangrykfte; gelyk blykt uit de verbetering, welke deberoemde SCHORT, door middelder laatfte, aan het telefcoop gedaan heeft, hetzelve bevrydende van de afwyking van den focus, die uit de klootfche ge- daante van de fpiegels geboren wor- den. Eindelyk volgt een gefchiedkundig bericht van alle de wetten , die de breking van het licht in 't algemeen bepalen; daarna van die der byzonde- re ftraalbrekingen in de platte en ge- bogene oppervlakten ; in het vinden van den focus : de vergrooting en fchynbare afftand der voorwerpen ; de uitwerkfelen der middenftofFen op het gezicht, en op de gedaante van het voorwerp in den focus: hec optifche veld, en de plaatfing van het oogachter deglazen: door alle wel- ke voorloopige gefchiedkundigeberich- ten men gemaklyk de ftructuur, eerst der dioptrifcbe, en daarna der catoptri~ co-dioptrifche werktuigen, verflaan zaL Zeer verfchillend eindelyk zyn dc oogmerken, waarmede de fterrekundc be- A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD bcoefend word. Zulken, dien het te doen is om de hemelbewegingen, die fcy daaglyks zien, te verftaan, behoo- reri (o'p den eerften trap van kundighe* den) onderwezen te worden in de al* gemeene waarheden van defpbaerifcbe aftronomie ; de kringen van de ring- fpbeer en hemel/pZwr; * de opgaaf der voornaamfte gefterntens j eene ge* fchiedkundige kennis van de refractie> en de parailaxis: de theorien der waereldftelfels , planeten , cometen , en eclipfen; met de opgaaf van alle de termen , die men in den almanak ge- bruikt : waarmede de beginfelen der tydrekenkunde onmidlyk verknocht zyn. Al wie, als natuurkenner, de fterre- fcundige waarnemingen wat meer van naby wenscht in te zien , moet het leerftelfel van elken planed en des- ^elfs fatettiten onderzoeken; en eene gefchiedkundige kennis bezitten van derzelver excentrlciteiten^ nodi, inclina* tien> en coftjunctien. By alle welke kundigheden zulken, die de flerrekunde beoefenen met oogmerk om dezelve op de fcheep- y t aart toe te pasfen , nog zullen moe^ ten OVER DE WIS- NAT. EN TEEKfiNK. 63 ten voegen de kennis der land- en zee- kaarten , benevens de meest gebrui- kelyke famrmznsinflrurnenten ; waar- van de voornaamften zyn het zee- kompas, het kompas van variatie, heC azimutbkompzs , en de loglyn : en eindelyk die werktuigen , door welken de hoogte der zon en fterren gemeten word ; hoedanigen zyn de radiometer > de quadrant , de octant : en derzelvetf gebruik op zee. De tweede trap van kundigheden beftaat in eene gegronde kennis van het waarom der oorzaken, en de re- denen dier verfchynfelen, wdken men gefchiedkundig kent: deze voert den naam van ivysgeerige kennis, waar- mede eene genoegfame maat van ze- kerheid, en overtuiging der ware aan^ wezendheid, zoowel van deverfchyn- felen zelven , als van derzelver oorza- ken, verknocht is. Deze trap van kundigheid behoor- de , voor elk in zyn byzonder vak , binnen het bereik te zyn van ieder, die als een kundig werkbaas zyne by- zondere kunst of handwerk met eer wenscht tc kunnen ordinercn; of op- zicht te hebben over den bouw en hret maak* 64 A. VANSOLINGEN, ANTWOORET maakfel van natuurkundige , en inzon- derheid van 's Lands openbafe wer- ken. Men ziet, dat deze kennis tweeledig is : vooreerst eene gegronde kennis van de oorzaken der natuurkundige verfchynfelen. Hiertoe behooren , in de werktuigkunde , de leerftukken van de eenvormige, en vande verfnelde en vertraagde beweging; vande faamge- ftelde rechtlynige beweging; de bewe- ging der (lingers; en die aer voortge- worpene lichamen: in de water- weeg- en waterloopkunde 9 de kennis der krachten die de vloeiftoffen doen be- wegen ; als de wederwerking , druk- king, en fnelheid der vloeiftoffen: in de militaire bouwkunde, zal de plat- te en klootfche driehoeksmeting de hoegrootheid opgeven der krygsbouw- kundige lynen en hoeken in de onre- gelmatige verfterkingen ; en daarom de reden van derzelver verfchillende gedaante bepalen. In de burgerlyke bouwkunde be- hoort hiertoe de kennis der redenen van de bovenopgegevene bouwkundi- ge grondbeginlelen ; en de bekwaam- held om te bewyzen, dat zulke of OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 65 diergelyke ordinantlen volkomen aart de grondbeginfelenvoldoen: dewyl de meeste ordinantien , wat het eerlte famenflel betreft, willekeurig syn, be- hoort men de genoegfame reden van de ordinantie zelve te verftaan; en boe het gebouw, volgens het oogmerk der ftichteren, aan de meeste fterkte , nut, of gemak en fchoonheid, voldoe: hiertoe behooren de ware tact der een- heid en verfcheidenheid , die de ken- merken der fchoonheid zyn , en de voorloopige grondbeginfels der pra cticale natuurkunde ; waartoe, in dit ge- val, voornamelyk die der werktuig- waterweeg- en waterloopkunde te pas komen. In de gezicht- en (lerrekunde be- hoort het opfporen van de oorzaken der verfchynfelen meer tot de befpie- gelende en bovennatuurkundige wae- reldkunde: weshalven zy, die de practlcale natuurkundige wetenfchappen peoefenen , op den tweeden trap van kundigheden, zich vooral onledig zul- len houden met het bereiken eener genoegfame maat van zekerheid ea overtuiging van de waarfreid dier ver- fchynfelen. xr. vzni*. E 66 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD Dit gewichtige middel, ter uitbrei- ding van de practicale natuurkunde , is tevens op al hare voorgemelde deelen toepasfelyk: het bellaat, eensdeels in een' naauwkeurigen en gedurigen toets der waarnemingen aan de proe- ven ; en anderdeels in derzelver meet- kundige betogen. Dezen zyn de Jyn- theiifcbe betogen der ouden , die wel omQachtig , maar tevens waar , dui- delyk, overtuigend, en volledig zyn. Alle opzieners van werken behoor- den dezelven, elk in zyn department 9 volledig doorkeken te hebben: waar- door zy, lettende op de vereeniging der waarnemingen , proefnemingen , en fynthetifche betogea, in deze foor- ten van wetenfchappen alie mooglyke maat van zekerheid erlan^en zullen , waarvoor het menschlyke veriland vatbaar is. Ik beken, dat men, tegen de fynthe- tifche manier van betogen, eenige te- genwerpingen maken kan : namelyk vooreerst derzelver groote omilachtig- heid: gelyk, voornamelyk in de fter* rekunde, uit de fyntbetifcbe betogen Van PURBACHIUS , REGIOMONTANUS , en naderhand uit die van WOLFF; en iu OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 67 in de gezichtkunde 9 uit die van HUI- GH&NS, en NEWTON , blykbaar is: daar de analyfis in een' korten oogopflag al- les, vooral in de optica , voorftelt: ten anderen, dat dezelve dikv/yls on- genoegfaam zyn. En zeker, zoo dik- wyls NEWTON de geheinifte onder- werpen der optica onderzocht , narn hy zyn' toevlucht tot de analyfis : de ftrenge WOLFF (die doorluchtige voorftander van de jynthetijcbe beto- gen) ziende, hoe door de analyfis al- les in de optica in een' opflag duidelyk werd : heeft opzetlyk hoofdftukken over de analytifcbe catoptrica, en J/a- ptrica vervaardigd! Dan wy merken vooreerst aan , dat men (op dezen trap van kundigheden) geene genoeg- fame kennis der analytifcbe bewerkin- gen kan vooronderftellen : weshalvea alsdan de meetkundige betogen de gefchiktften zyn, om het verftand van. de waarheid der natuurkundige voor- Jlellen te overtuigen: ten anderen worden de beoefcnaars door dezeiven terftond in ftaat gefteld, om de wis- kunst op de natuurkunde toe te pas- fen. Men kan de meeste en voor- naamfte hoofddeelen der gezichtkun- E 2 de, 68 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD de , by voorbeeld , door de eerfte grondbeginfelen der meetkunst en der platte driehoeksmeting betogen: ten anderen trekt niemand derzelver ftrengheid, voortreflykheid, en waar- heid in twyfel : waarom ook , zelfs door zulken, die breedere vorderin- gen gemaakt hebben, fommige on- derwerpen best, dan eens fyntbetisch 9 dan eens analytisch, behandeld worden : het gene ook het voetfpoor is, het- welke de beroemde HENNERT in zyne grondheginjelen der gezichtkunde betre- den heeft. Zuiken eindelyk, die eenmaal vin- ders van nieuwe waarheden, en verbe- teraars der wetenfchappen wenfchen te worden : zulken zyn het , die op den derden trap van kundigheden , door de vereemging van naauwkeuri- ge waarnemingen , voorzichtige proef- [ nemingen , en wiskundige berekenin- gen , waardoor de hoegrootheid der natuurkundige vrrfcbynfelen , en der- zelver oorzaken , afgemeten en be- paald worden : het gelaat der natuur op eene folide wys kermen , en der- zelver kennis ten behoeve van het al- gemeene welzyn sullen uitbreiden. De- OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 69 Dezen waren, naar onsinzien, de gefchiktfte middelen , om de natuurkun- de, volgens het oogmerk der geleer- de vragers , ter bevordering van kun- ften en handwerken , algemeener in treip te brengen ! In de gantfche be- handeling word men de noodzaaklyk- heid gewaar, dat de wiskunde 2elve algemeener in trein worde gebracht : v/aartoe wy de gefchiktfte middelen sullen opfporen; zoodra wy by de/^* kenkunde , tot welker beoefening (zal zy op kunften en handwerken toege- past worden) de -wiskunst insgelyks al- gemeener behoort te zyn, eenige oo- genblikken zullen hebben flilgeftaan. Zoo meenigvuldig zyn de openbare inftellingen, leerfcholen, en beroemde akadcmien, ingericht omdien voortref- lyken tak der fraaije kunften algemeen te maken j dat men zich haast aan roekeioosheid fchuldig maken zoude, indien men openbare inftellingen , on- der het opzicht van kundige meesters opgericht , fpitsvindig zoude willen beoordeelen. Wy zouden, in plaats van dit onderwerp te behandelen, kunnen voldoen, met eene lyst te ge- E 3 ven 70 A. VAN SGLINGEN, ANTWOORD ven dier openbare en voortreflyke in- ftellingen: die, met zooveel roem en algemeen nut voor de menfchelyke maatfchappy , groote mannen hebben opgeleverd; en van de middelen en \vegen , langs welken zy di-en hoogen trap van voJmaaktheid bereikt heb- ben: en tevens te verhalen, hoe die fcholen zyn ingericht geweest , \yaar- uit in Italic , Vrankryk , en Plaande* rcn 9 een doorgaande fmaak en volko- menheid der teekenkunde onder zoove- le uitmuntende kenners, liejfhebbers , en beoefenaars , in algemeenen trein is gebracht. Met vrucht zouden wy zelfs de inftellingen der openbare en beroemdfte fcholen in fommige groo- te fteden opgeven: dan , wy merken hier wederom aan, dat het opgeven van middelen , om eene kunst alge- meen te maken, ^ich niet kan bepalen tot het uitdenken eener openbare in- richting , welke altyd en overal ver- fchillen zal, naar de ondericheide ge- legenheid , Jigging , inwoners , en rykdornmen eener plaats. Daar nu elk , raar zyn byzonder doorzicht en opvatting, regels en inftellingen van cpenbare fcholen kan opgeven: wii- len OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 71 len wy liever die middelen voorflel- len, welken (naar ons inzien) tot het vofmen van goede meesters gefchikt yn, met welker behulp die middelen zelven in de openbare of byzondere leerfcholen zouden worden te pas ge- bracht, en hierdoor die inftellingen zelven , als zoovele prikkels der veel- vermogende eerzucht , opgericht en verbeterd worden. Uaar wy van gevoelen zyn , dat de eerfte beginfelen der teekenkunde van de vroegtte jcugd af behoorden beoe- fend te worden: zoo begrypt elk, daf men in dien vroegen leefcyd niet vei- iig met derzelver tbeoretiscb gedeelte een begin zoude maken. Omtrent de manier dan, waarop men, larigs den gefchiktiten weg, met het practical* gedeelte beginnen zal, maken wy de volgende aanmerkingen. Daar is tweederlei teekenkumt : de eene naar de oogenmaat; de andere naar den vefkleinden maatftaf. Tot de eerfte foort word eene fterke verbeeldingskracht vereischt, waar- door de voorwerpen, zoo alsze zyn, in de gedachten gefchilderd worden; en dus^ mogen wy ons zoo uitdruk- E 4 ken, 72 A. VAN SOLTNGEN, ANTWOORD ken, volgens de gedachtenmaat wor- den naargebootst. Door de andere worden de voor- werpen, in derzeiver oppervlakte die fcy beflaan , voorgefteld : dit noemt men opilal of hanuteekening j of 200 als zy zich in de hoogte zouden vertoonen , wanneer een zeker ge- deelte daarvan afgefneden was : dit word doorfnede of profit genaamd. Reeds een' geruimen tyd is het on- der de kenners een problema geweest, velke van deze manieren de beste zy, om met de jeugd aanvanglyk een be- gin te maken. Wy gelooven , dat in dit opzicht niet alle jongelingen op d^zelfde wys be- hooren geleidt te worden: van hen, welker oog dien gelukkigen tact heeft, om de deelen van een voorwerp , in derzeiver onderlinge evenredigheid , vry naauwkeurig aan de verbeelding over te geven en hierdoor in het naar- bootfen, door middel der gedachten- maat , vry gelukkig flagen : mag men met de meeste hoop verwachten, dat fcy de natuur best zullen copieren : terwylhette vreezen is, dat byzulken, die terftond beginnen en vervolgens voort- OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 73 voortgaan , met zich altyd van den verkleinden maatftaf te bedienen, eene bekrompenheid van gevoel, eene ge- hechtheid aan hunnen maatftaf, een mis- trouwen op him oog, en hierdoor al- tyd zekere moeilykheid en ftroefheid in hunne bewerking zal overblyven: daarom behooren de onderwyzers naauwkeurig te onderzoeken , of het oog der leerlingen waarlyk zulk een f tact hebbe ; en hen op denzelven 2:00 veel mogelyk doen doorwerken: tot dat de hand, eenmaal hare ftevig- heid erlangd hebbende, om het voor- werp, volgens de gedachtenmaat, neer te zetten ; daarna door het gebruik van den maatftaf naauwkeuriger ge- maakt word. De heblykheid dezer twee manie- ren, beide welken de onderwyzers be- hooren te behartigen, moet in de eer- fte jeugd , alware het met veel moei- te , tot dat (zoo als men zegt) het ys gebroken is , verkregen worden : men moet zich niet al te fchielyk la- ten affchrikken door den wefnigen lust: kan men denzelven opwekken , of heeft die van zelve plaats , het is 200 veel te beter; en voelt de leer- E 5 ling 74 A. VANSOLINGEN, ANTWOORD ling zich door eigen beweging ge- jioopt voort te gaan, hy zal met reu- fcenftappen vorderen ; 200 niet , zal Dochtans het gene hy reeds weet , voor het overige van zyn' leeftyd , in wit beroep hy ook gefteld worde , hern yolkomen nuttig zyn. Wy wilden maar waarfchuwen , om niet terftond de ongefchiktheid tot vorcferingeri , nit gebrek aan lust af te leiden : een pnderwyzer heeft een taai geduld uoodig, en behoort altyd te befeffen, dat het verftand der onderwezene jeugd niet zelden maar een' oogenblik noodig heeft, om de fchoonheid der voorwerpen van de natuur te gevoe- len : dat, zoodra dit tydftip mocht geboren worden , de lust en ge- fchiktheid volgen zullen ; en dat het $eer mogelyk is dat dit gevoel zich ontwikkele en opgewekt worde, ter* wyl men, aan het begin der loopbaan, inet moeite en blokken trage vorde- jingen maakt: de onderwyzer be- hoort dan uit te zien naar de gefchikt- fte gelegenheid, om dit gevoel te doen geboren worden; in het troostryke vooruitzicht , dat zoodra het zich xnocht ontwikkelen, zulkeen dezelfde aan- OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 75 aanfpraak zal hebben op fmaak, lust, en gefchiktheid tot vorderen. Tot het bereiken van dit gewichtige oogrnerk wenschten wy, dat de heb- lykheid van (op de twee gemelde ma- nieren) allerhande voorwerpen op het papier te ftellen, reeds aan de vroege jeugd , op de lage fcholen , te gelyk met het naarbootlen van letteren werd onderwezen: voor de lage klasfen behoefden dezelve maar zeer bepaald te wezen , dewyl >vy niets anders wilden vertoond hebben , dan zeer eenvou- dige voorwerpen; en zeer afkeerig zou- den zyn , om (ten minilen voor en aleer een jongeling eene groote maat van vaardigheid en handigheid , of een zeer goed oordeel, oogmaat, en handelwys der inflrumenten verkregen had,) ooit lets anders dan de eenvou- dige omtrekken der voorwerpen te laten naarbootfen, zonder eenigefcha- duwen of kleuren te gebruiken: im- mers hoe meenig een zoude een goed teekenaar geworden zyn , als hy iede- re reis, dat hy voor den bepaalden tyd een penfeel of fchaduwpen in de hand nam, inplaats van loftuitingen te jcrlangen, in dit zyn oogmerk werk- da- 76 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD dadig gefteuit ware: terwyl vele zaden van genie verftikt zyn gebleven , om dat de fciel hoogere vlucht wilde ne- men, dan de krachten der ongeoefen- de fcintuigen konden toelaten. Men zal een' aanvang maken met rechte,fchuinfche, en kromme lynen; drietioeken, vierhoeken; rouden, en ovalen, uit de eerfte beginfeis der Hieetkunde ontleend , te leeren tr k- ken: daarna het kruis, en de meerkun- dige omtrekken , waarin byzondere Kchaamsdeelen omvat 2yn : waarna men hen in de trekken en pnncten onderwyst, die de Hoogleeraar CAM- PER heeft opgegeven, om beeltenis- fen van menfchen en dieren volrnaakt Haar te bootfen. Deze eerfte beginfelen worden ge- volgd door het leeren rnaken van den zuiveren omtrek, toetfen , arceringen, en flagfchaduwen ; de proportien van het menschlyke lichaam ; de eerfte beginfelen der ontleedktmde : de lood- lyn, en de wederzydiche afwykingen der lichaamsdeelen van dezelve : de gtacelyke ftanden , actien, en gecontra* jleerde bewegingen. 3Terwyl de jeugd ^ich op de lage fcho- OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 77 fcholen met deze practicale beginfelen bezig houdt, en in dezelven op hoo- gere klasfen , naar mate hunner lust , vatbaarheid , handigheid , oordeel , en doorgaande gefchiktheid , meer en meer vorderingen maakt, zal men ook met vrucht hun verftand met het thecretifche gedeelte dezer kunst werk- faam doen zyn. Hiertoe behoort yoor- eerst eene gefchiedkundige kennis van alle de byzondere wyzen , waarop die werktuiglyke fpraakkunst word uitgevoerd : hoe men zich , naar gelang van omftandigheden , dan van die, dan van anderen, bediend heeft: wat al uitvindingen men gebruikc hebbe: wie uitvinders; wie groo- te meesters geweest zyn : welken derzelver beroemdfte flukken zyn : waarom dezen zoo hoog geroemd worden; en welken derzelver kenm^r- ken zyn: en eindelyk, langs welke wegen, en dcor welke middelen, zy tot dusdanigen trap in de kunst ge- raakt zyn ! Tot het bereiken van alle deze tbw- rctijche kundigheden, zal men derzel- ver onderwys best beginnen, met het geven van denkbeelden ooitrent de 78 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD fchoone kunfteri in 9 t gemeen: hoe de- zelven het zinlyke fchoon en volmaak- te niet alleen kunftig voorftellen , en hierin de natuur zoodanig volgen, dat door dezelven het hart geroerd, en het zedelyke gevoel geftreeld word ; zoo dat de geest in dezelven belang neenit: maar dat zy daar en boven die zelfde natuur in hare volmaaktheid, dat is, de fchoone en verhevene natuur, naar- bootfen: en daar, onder dezelven, de fchilderkunst gefchikt is om den fmaak tot de bronnen van het fchoone op te leiden, zoo is zy gegrondt op de ken- nis van het fchoone en van den Jmaak. Eenheid en verfcheidenheid bepa- len het fchoone : en daarom zyn dezen het waardige voorwerp van naarvolging in de teekenkunde. Zoodra deze denkbeelden het jeug- dige verftand zyn ingefcherpt , zal men de vereischtens ontwikkelen , door welken men voor het fchoone vat- baar word ; en die uitbreiden in de denk- beelden, welken een verheven geest, een gevoelig hart, eene uitvoerige we- tenfchap, en een fcheppend genie ople- veren: waardoor de ichilder een' rang yerdient, ver verheven boven den OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 79 eenvoudigen , fchoon volmaakten, naarbootfer der natuur. De byzondere manier, die verfchil- lende verheven genien, en verfchillen- de natien , ter naarbootfing van dc fchoone en verhevene natuur gebe- zigd hebben , levert aan het verftand verfchillende verkiezingen op : wel- ken, eens bepaald, tevens den fmaak bepalen , die op verfchillende wyzen onderfcheiden voorkomt: als grootsch; krachtig; edel; naauwkeurig; beval- lig; klein; en uitvoerig: hierdoor zal de leerling leeren onderfcheiden, waarom by voorbeeld MICHAEL ANGE- LO grootsch; RAPHAEL edel; en COR- REGIO bevallig was: welke geweest zy de kleine en uitvoerige fmaak der Gottifcbe kunftenaren; en welke dc groote, naauwkeurige, en bevallige f dat is, de goede fmaak zy, welke doorgaans heerscht in die voortreflykc modellen en richtfnoeren van het ware fchoon: ik meen de kunstftukken, wei- ken vooral door Griekfcbe, Hetrurifche, en Romtinfche meesters vervaardigd zyn ; benevens de antiken in het mu+ feum des Konings vznNapch, en die, welken in het Herculanum ontdekt zyn. fe 80 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD Na dat dus de leerling in het theo* retifcbe gedeelte een' tact van gewaar- wording der fchoone en verhevene natuur gekregen hecft ; zal men , 200 veel mogelyk, de middelen, die 2yn' geest en hand bekwaam maken om dezelven naar te bootfen , doen ontwikkelen of geboren worden. Men zal hem trachten oplettend en naauwkeurig te maken y om alles te befchouwen; den geest zekere foort van vlugheid mede,te deelen, om alles te bevatten; zoo wel als een goed oordeel, om alles te onderfcheiden ; het geheugen door fommige herhalin- gen te verfterken, om het verkregene tothetvereischte gebruik te bewaren; en eindelyk de reeds gemelde midde- len aanwenden , om hem eene losfe en vaardige hand te bezorgen: - hier- door zal het niet misfen, of hy zal> naar mate hy vorderingen maakt, met Imaak en eene edele verkiezing kun- nen voldoen aan de hoofdvereischtens derkunst, welken voornamelyk zyn : 1. de invent ie, compofitie, en ordinantie; 2. deteekening^ 3. hztkolorit. Hierna befioort de leerling kennis t5 maken met de beroemde meesters OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 8 1 in de kunst ; en allereerst met de Icholen, waarop zy gebloeid hebben. Eerst krygt hy kennis aan de fcho- len der ouden : hoe namelyk de Atheenfcbe fchool geroemd zy ge- weest als fterk en kloek; de Korinti- fcbe als zedig en teer ; de Rbodifcbe als vrolyk en bevallig; en de Sicyoni* fcbe als'edel en zeer naauwkeurig: hoe men vervolgens, door de verfchii- lende verdienften hunner meesteren, de moderne fcholen gekarakterifeerd hebbe : hoe namelyk de Itatiaanfche fchool als de voornaamfle in de tee- kening; de Franfche als de fierlykfte en geestigfte; en de Nederlandfcbe als de volmaakfte in de uitvinding , en ia de behandelirig van haar fmeltend penfeel, beroemd zyn. Om de voornaamfle meesters te leeren kennen, zal men den leerling alverder de beste kunstwerken in de hand geven: waaronder VAN MAN- DER, JUNIUS, HOOGSTRATEN, BEURS, GOEREE, enLAiRESSE, voornamenlyk uitmunten: men sal de akademien, en publike inftellingen , niet alleen voorzien met beelden ; op de antiken E ajf: 8-2 A. VAN SOLING EN, ANTWOORD afgegoten; maar met befchryvingen van kunstverzamelingen , kabinetten, oudheden, gefneden fteenen, ontdek- te oudheden van het Herculanum , en vooral met goede copien der voor- naarnfte en beste meesters: en (in het beftuderen derzelven) niet alleen de meesters zelven leeren kennen; maar vooral de byzondere takken r waarin de beroemdften onder hen hebben uit- gemunt: waarom men, zoo veel de uitgebreid- en rykheid der prent- en fchiiderkabinetten , waarop men ver- keert, toelaten, de aandacht zal doen vestigen op de grootfte verdienflen , waarin e!k verheven genie der voor- treflykfte kunftenaren als gekarakteri- feerd voorkonien: zoodanig zyn, by voorbeeld , de grootlche verkiezingen van RAPHAEL; het majefiueufe van MICHAEL ANGELO; de bevalligheid van COREGGIO; de edelheid van GUER- CIN T O; het kolorit van TITIAAN; het gevoelige hart van CHODEWIECKY ; het zachte en aandoenlyke van WEST; de grootfche famenftelling en de tint en van RUBBENS ; het geestige van TE- NIERS; het hartstochtlyke van LE BRUN; het verhevene van MJERIS enz. De OVER DE WIS- NAT. EN TEEKEN&, 8$ De leerling eene zekere maat van kundigheden, zoo in ds practical e als theoretifcbe beginfelen, verkregen heb- bende : zal men dezelven zoodanig trachten te vereenigen, dat zy onder- ling elkander* de hand bieden : doot hem , wanneer hy de lagere fcholen verlaten, en fhnaak en kundigheid in de eerUe beginfelen gekregen heeft, gelegenheid te verfchaffen, cm van de opgemelde middelen, in openbare in* ftellingen, en daartoe byzonder inge- richte leerfcholen , gebruik te maken : op dat de eer^ucht , door publike exa- mina, en gefchenken aan hen die uit* munten , een prikkel zoude zyn toe vordering. Geene teekeningen, waarover mis- fchien lang gewerkt is, en die dikwyls geene zekere bewysen van kunstzyn^ behoorden by diergelyke examina ver- toond te worden : maar de leerlingen moesten, op ftaanden voet, en in te- genwoordigheid van velen , zulke voorwerpen , die zy maar zelden ge^ zien,- en waarop zy zich niet hadden kunnen voorbereiden 9 aanfchrabben ; ?n de meest gevorderden de gevraag- F 2 da 84 A. VAN SOLINGEN , ANT WOO RD de voorwerp^n uit het hoofd teeke- nen. Na dus de Vfcreischte gronden ge- legd te hebben , zal de leerling , ter vermeerdering van zyne kundigheid , en ter verbetering van zyn' fmaak , zich buiten 's lands begeven , om de kunstftukken der beroemdfte meesters zelf te zien en te beoordeelen : en , naar mate zyne omftandigheden zulks toelaten, de galeryen te Dusfeldorp, Dresde, Florenfe, p^er 'failles , het Lu- xemburg te Parysy bezoeken; en (in ons Vaderland) de kerken te Antwer- fen ; het ftadhuis te Amfterdam ; de kamers in den ffaag ; en hec huis d,e Qranjenzaal\ benevens verfcheide doe- lens , gildekamers , en godshuizen , vooral te Dordrecht , Haarlem , Lei- de, en V Gravenhage: terwyl het reizen zelf zyn oog en gevoel ge- v/ennen zal aan de prachtige voor- werpen der natuur ; hoedanig zyn morgenftonden , avonden , zeeen , landgezichten, bergen, bosfchen, va- leijen, rotfen, watervallen enz. Dan, alle deze hulpmiddelen zyn pngenoegfaam, zoo niet met dezelven, OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 85 gelyk wy in het begin van het tbeore* tifcbe gedeelte aanmerkten , eene ze- kere uitgebreidheid van verfchillende wetenfchappen zich vereenige ; en vooral van zulken , die onmiddelyk met de Ichilderkunst vereenigd zyn: waaronder wy voornamelyk optel- len: De fchilderkundige anatomic, die de uiterlyke gedaante van 's meirfchen li- chaam in ftanden en werkingen be- paalt: dese is door v. D. GRAGT, met de bygevoegde platen naar VESALIUS; en door den Heer PLOOS VAN AM- STEL, met fraaije platen, voorgefteld. Eene grondige kennis van fefabels, gefchiedenisfen, godsdienstplechtighe- den, en oudheidkundige zaken der volken : zonder welken de fchilder nimmer iets met fmaak zal ordmeren, en tevens gevaar loopen om de groot- fte misflagen te begaan; zich te gelyk in de onmogelykheid bevindende , om aan de vereischten der co flume , of de welvoeglyke kleeding, te voldoen. Eindelyk voegen wy hierby (behal- ven de menschkunde, zedekunde, en kennis der hartstochten) nog de voor- F 3 naam- $6 *U VANSOLINGEN, ANTWOORD naamfte gedeelten der natuurkunde , vooral de gezichtkunde; en byzon- der de , voor den fchilder hoogst- belangryke , kermis der perfpectif. Deze toch befchouwt de voorwer- pen op een' vastgeftelden afftand, en bepaalt naaukeurige regelen , orn uit dat oogpunt, al (derzelver onderlinge cvenredigheden, vooruitkomingen, te- rugwykingen, lichten, enfchaduwen, ^oodanig te vertoonen, dat zy op on- 2e oogen dezelfde uitwerking verwek* Jcen , als zy in de natuur zelve zich voordoen. Daar de ondervinding geleerd heeft, dat het oog der meesteren den tact van het lichte en bruine , en van de evenredigheid der voorwerpen , naar de verfchillende afflanden, niet beko- jnen kan, voor dat zy, door eene heb- lykheid van de toepasfmg der regelen van de perfpectif , hun oog gewend hebben, om als het ware meetkundig te gisfen; zoo hebben zich verfcheide aucteiiren onledig gehouden, om dezel- ven op meetkundige *gronden voor te ftellen ; waarohder voornamenlyk uit* jnuntcn de werken van HONDIUS , DES- OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 87 DES ARGUES, BOSSE% BOSBOOM, PHILIPS, en van den Heer DE VLAMING , die deze wetenfchap uit de driehocksme- tina heeft afgeleidt. Die de perfpectif beoefenen , met oogmerk om dezelve in defcbildefkunst zich ten nutte te maken , behooren eerst de theoretifche kundigheden daar- van op te fporen, en dezelven zich eigen te maken, in alle de voorftellcn en be- togen, welken de perfpectif o pie vert; in het afteekenen der vodrwerperi, die waterpas met den gezichteinder zyn (ichnographia): daarna van die, wel- ken op den gezichteinder rechtftandig zyn (orthographia): vervolgens van de vaste lichamen , welken uit deze ftanden zyn faamgefteld (ftenogra- phia): en eindelyk van de fchadu- wen, welken de lichamen die in het perfpectif geteekend zyn , van zich af- geven (fciographia). Na dat de leer- ling in deze theoretifche kundigheden genoegfame vorderingen gemaakt heeft : zal hy zich in alle de voorftel- len en conftructien , benevens derzel* ver meetkundige betogen, bekwaam maken; waarin het practical gedeelte F 4 der 88 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD der perfpectif die theoretifche grondbe- ginfelen zich ten nutte maakt []. De wysgeer , en natuuronderzoeker , kunnen veilig by het theoretifcbe ge- deelte dezer wetenlchap berusten: ter- wyl aan zulken , wier kundigheden aanfpraak geven tot eigen vindingen, genoegfame ftof van befpiegeling en eoefening overblyft, in de befchou- wing der luchtperfpectif, daar de dik- kere media altyd minder licht doorla- ten; waardoor een groote verfcheiden- heid van het clair-obfcur der Franfchen, In de verdeeling en verfpreiding der kleuren en lichten , plaats grypt. Alle de grondbeginfelen der per- fpectif, welke is de perfpectif der na- tuur, hervormd tot eene kunst, die alle de voorwerpen, door de natuur aan onze oogen voorgefteld, in hunne juiste evenredigheid naarbootst en daar- [3] Dozen zyn in een' ftrengen , raeetkundigen , en voortreflyken leertrant voorgefteld, in het uitmun- tende werk van JEAURAT : tot titel voerende : Tralti de Perspective a Fufage des artifles : on Fon demon- tre geomtiriquement toutes les pratiques de cetts fclence ; et ou fon enfeigne a mettre toutes fortes d^objets en perspective , leur reverberation dans feau^ et leurs ombres 5 taut au foleil^ qifau flambeau. i?5- OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 89 daarftelt: -alle de grondbeginfelen (zeg ik) der perjpectif beftaan, niet in eene omflachtige voordracht; maar in eene eenvoudige, en tevens ftrenge, aaneenfchakeling van meetkundige be- ginfelen en noodzakelyke gevolgen, welken (practical toegepast) zich alien wiskundig laten betogen: en deze over- weging doet ons van zelve overgaan tot het oogmerk der geleerde vrage- ren, die de teekenkunde, als op de mees- te kunften en handwerken van invloed 2:ynde , onmidlyk met de wiskundige wetenfchappen vereenigd hebben. Alle werklieden namelyk en boukundigen ; alle famenftellers, zoo van byzondere werktuigen , als van die, welken be- paaldelyk voorwerpen der werktuig- kunde zyn: zyn niet alleen verplicht, om de.werktuigen in hunne geometri- fche afmetingen te kunnen afteekenen ; maar nog, daar en boven, op dat zy in ftaat zouden zyn hunne gedachten mede te deelen, in het perfpectif: en dewyl deze haren onwrikbaren grond- zuil vindt in de beginfelen der meet- kunde, zoo blykthet van zelve, hoe wenfchelyk het zy voor alle kunstwec- keren, dat men op middelen bedacht F 5 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD zy, om de wiskunde zelve, tot wel- ker opzettelyke befchouwing wy thans overgaan, algemeener in irtin te brengen. De gefchiktfle manier, om het on- derwys der wiskunde zoodanig in te fichten , dat die wetenfchap in alge- toeener* trein zy, en alleszins gefchikt kunne worden , om tot het meeste nut en geluk der maatfchappy mede te werken : beftaat in eene naaukeurige achtneming op het oogmerk, waar- niede elk, die onderwezen word, zich op gemelde wetenfchap toelegt. Somtnigen leven in het vooruitzicht van die kundigheden te zullen toepas^ fen op de beroepen, waartoe zy wor- den opgeleidt: ter bereiking van wel- ker grondige en naaukeurige kennis, de wi&undige wetenfchappen door hen beoefend worden. Wenfcheiyk ware het intusfchen, dat alien, van wier opvoeding eenig werk gemaakt word, de beoefening fier wiskundige wetenfchappen , ter verbetering van hun verftand en denk- vermogen, ter harte ging! De voor- iiaamfte toepasfing , welke men van de wiskunde behoorde te hebben , jnoest OVER DE \VIS- NAT. EN TEEKENK. 91 moest dienen, om ons oordeel zoo juist te maken als mogelyk is; dewyl de naaukeurigheid van het verftand oneindig verkieslykis boven alle, zelfs de voortreflykfte, wetenfchappen: de rnensch is niet geboren, om zyn' tyd door te brengen met het meten van' lynen ; om de betrekking der hoeken, of om de verfchiilende bewe- gingen der ftof te onderzoeken : voor 200 ver deze wetenfchappen, als louter leerftellig en ontoegepast, den geest louden bezig houden : hy is ver- plicht, om oordeelkundig, billyk^ en rechtvaardig te zyn, in al zyne ge- fprekken, in al zyne daden, en in al de bezigheden, welken hy behandelt: dit is de grootfte beftemming van 9 s menfchen edelen geest: en het is daarom , dat de mensch hiertoe , voor- namelyk en boven alles , zich behoor- de te vormen. Onder alle de doeleinden derhal- ven , tot welker bereiking de wiskun* dige wetenfchappen behooren beoe- fend te worden, munt uit de Volma- king van het verftand : welke beftaat In eene heblykheid, om een goed ge- bruik vap onze vermogeris te maken, in 92 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD in het kennen der waarheid: dit doeleinde behooren alien te beharti- gen, die een' vasten trap van kennis eoogen, in welk een' tak van weten- fchap het zyn moge : om deze reden werd by de ouden niemand tot het aanleeren en beoefenen der wysfageer* te toegelaten , dan zulken , die in de meetkunde ervaren waren. Dewyl de ftelling alleszins waar is , dat de wiskundige wetenfchappen een' oneindigen invloed hebben op de be- fchaving van het verftand; zoo is het de plicht van elk, wien de opvoeding van een' of meer jonge lieden is toe- vertroud, zorg te dragen, dat deze we- tenfchappen door de bun toevertroude fanden, voor zoo ver zy met ah werk- tuiglyke bandwerkers worden opgekidt , beoefend en aangeleerd warden : en dit is ongetwyfeld , ^eer wy verder gaan , het eerfle gefchikt en eenvoudig middel, om die wetenfchappen in alge* meener" treln te brengen: en ook, ter* wyl zy acht nemen op de verfchillen- de oogmerken en doeleinden, waar- toe door elk in het byzonder die we- tenfchappen beoefend worden , him pnderwys daartoe te bepalen 7 dat de be- OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 93 beoefening dier wetenfchappen de leerlingen gefchikt make om hun verftand te verbeteren. Daar het nu niet misfen kan, of de wiskundige we- tenfchappen zullen in algemeener* trein zyn , naar mate het verftand der leer- lingen door de wiskundige beginfelen verbeterd en befchaafd is: "dewyl de- ze verbetering en befchaving zelve den mensch tot het beoefenen diet wetenfchappen gefchikter maakt": zoo geven wy, vervolgens, als een middel op ter algemeenermaking der wiskundige wetenfchappen , een naau- keuriger zorg en vlyt der onderwyzeren, om hun onderwys dermate in te richten , dat het verftand der leerlingen y door de beoefening der WISKUNDIG& wetenfchap- pen , verbeterd worde. Dit zoo zynde , vinden wy het van een uitftekend belang, om den besten weg op te fporen , ten einde het onder- wys in die wetenfchappen tot dat grootc doeleinde in, te richten: en de mid- delen, welken wy, naar mate zy voor- komen (als verfchillende) gefchikt zul- len opgeven, om het onderwys in de wiskundige beginfelen tot befchaving van het verftand te doen veritrekken, als 94 A. VANSOLINGEN, ANTWOORD als zoovele byzondere middelen aan te merken, welken dienen moeten om gemelde wetenfchappen zelven in al- gemeener* trein te doen zyn: dewyl de verbetering van het verftand hetzel- vc , tot het beoefenen der wlskundige wetenfchappen , gefchikter maakt: waarna wy beproeven zullen, om tot het algemeener maken dier weten- fchap een algemeen middel op te fpo- ren , waarvan ook minvermogenden 2ich bedienen kunnen. Wy zagen boven, dat 'er DRIE trappen van kennis in het menschlyke verftand zyn. ? *De waarheid , door anderen voor- gefteld , naaukeurig te verftaan en te begrypen": is de eerfte trap van kennis. Om dezen trap, in het beoe- fenen der wiskundige wetenfchappen, volkomen te bereiken, komen de vol- gende middelen voor. Dat allereerst de definitlen (of bepa- lingen) volkomen begrepen warden: hierom is het van belang , de bepalin- gen door voorbeelden op te helde- ren : waartoe in de rekenkunde de getalmerken; en in de meetkunde de lynen dienen: deze vporbeelden be- OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 95 behocren by de bepalingen terftond te wordcn aangcvoerd : het gene even- wel vcelal word nagelaten : waar- door het naaulyks ontlokene verftand, terftond, vermoeid en afgemat word, door afgetrokken te moeten denkeu en redeiieren: eene bezigheid, die nog geheel buiten deszelfs bereik is. Men drage zorg, dat in volgende bepalingen geene andere termen vervat zyn, dan zulken, die reeds te voren bepaald zyn: en dat ook geenen dier termen achterwege gelaten worden, uit welker vereeniging het bepaalde moet voortkomen. Daar vervolgens de zintuigen die voortreflyke werktuigen zyn , door welken de denkbeelden aan het ver- ftand worden voorgefteld; en hierora, de jeugd allermeest geneigd is , om tot de werkfaamheid van denken het gebruik der zintuigen te hulp te ne- men : zoo behoort men nimmer nala- tig te zyn, om het bepaalde voorwerp zintuiglyk voor te ftellen; ten eindq alle deszelfs wiskundige eigenfchappen,] met behulp der zintuigen , door de Jeerlingen kunnen onderzocljt ep b?- grepeu worden. 96 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD Het voorflel (propq/itio) , zoo het een problema is, behoort (zal het dui- delyk bevat worden) eerst in een theo- rema te worden omgekeerd; en dan terftond op de getalmerken , Jiguren, of letters, te worden toegepast: ten einde het verfland , niet vermogend om zichzelve dadelyk een afgetrokken voorftel voor den geest te brengen, door zulkeene zintuiglyke opheldering in de bevatting worde te gemoet ge- komen. Intusfchen blyft het daarom niet te minder waar, dat de propojitie noodzakelyk allereerst zuiver en af- fetrokken behoort te worden aange- ondigd : op dat deze afgetrokken waarheid , als op zichzelve ftaande , eene plaats in het geheugen verkryge, Om daarna in de oplosfmg en bewer- king der volgende voorftellen als zoo- danig te pas te komen. Om dezelfde reden moeten de op- losfingen (folutiones) terftond op de getalmerken , Jiguren , of letters, wor- den toegepast: in dezen komt heC afgetrokken denken minder te pas: de mecbanifcbe oplosfmg , voor oogen ge- fteld, zal dadelyk bevat worden; ter- jwyleene afgetrokken redenkaveiing; QIU OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 97 om aan te duiden hpe die oplosfing zoude moeten gefchieden, minder in het geheugen zal gebracht worden: te ineer, dewyl men moet trachten, om in de leerlingen eene heblykheid te doen geboren worden, dat zy (door verfcheidenmalen herhaalde bewerkin- gen) dat gene in de oplosfing leeren verrichten , het welke in het vraagfl.uk gevorderd word. Eindelyk merken wy aan, dat men behoorlyke zorg moet dragen, om der jeugd duidelyk voor te ftellen en be- vatlyk te maken het onderfcheid tus- fchen de gegevene (dat is onderftelde of voormaals bewezene) termen; eri die genen, welken of opgelost moeteu worden, of werkelyk tot de oplosfing behooren: zoodanig, dat men die termen naaukeurig van elkander' on- derfcheiden nederzet: eene omzich- tigheid, die in het daaglykfche onder- wys derwiskundete veel verzuimd word; en die evenwel van het hoogfte belang is , om klare denkbeelden te leeren vor- men, en verwarden voor te komen: en dierhalve op het fterkst tot befchaving van het verftand , en de ontwikkeling G der 98 A.VANSOLINGEN, ANTWOORD der natuurlyke logica, waarmede ieder inensch begunftigd is, medewerkt. Dezen zyn de weinige , maar tevens gewichtige, middelen : welken gefchikt zyn om de aanvanglyke beoefening der whkundige wetenfchappen alge- meener te maken. De waarheden , door anderen voorgefteld, duidelyk te verftaan; en eene heblykheid te ver- krygen , om door eene zintuiglyke oplosfmg die waarheid te kennen : maakt het verftand gefchikt , om -vooreerst duidelyke denkbeelden te leeren vormen, en eene kennis van Waarheden op te doen , die tot het naaukeurig denken zeer behulpfaam is. Die de whkundige wetenlchappen beoefent, met oogmerk om het ver- ftand te verbeteren, behoort alver- der werk te maken van den fweeden -trap van kundigheden in het mensch- lyke verftand : welke in eene ge- gronde kennis beftaat van de oorza- ken en redenen der bekende waarhe- den: en, om denzelven te bereiken, komen vooral de whkundige betogen te pas, op dat men voor zichzelve van die waarheden overtuigd worde. De- OVER DE WIS* NAT. EN TEEKENK. 99 Dezen behooren te zyn de fyntheti- fehe demonftraticn der ouden: daar ay f zoowel om het vefftand (buiten de wiskunst) in redenkundige onderzoe- ken te fcherpen ; als om hetzelve ge-> maklyk been te voeren door de leer- ftellingen der zuivere loglca; meer ge- fchikt zyn, dan de analytijche betogen der hedendaagfchen : welken> hoe voortreflyk en vernuftig uitgedacht, nimmer, ten koste &&Jynthetifche de+ monflratien, behoorden te worden in- gevoerd. Een werktuigkundig en voorbeeld- lyk betoog geeft zulk eene klaar- blyklykheid aan de waarheid , dat men hetzelve, met het grootfte nut, kan vooraf zenden: door dit mid* del gefchiedt de beste overgang der werkfaamheden van den geest, in den eerften trap van kennis, tot dien van den tweeden : welke door eene regel- matige redenering word uitgeoefend: het regelmatige gebruik nu der re- de, vooronderftelt de voorafgaande werkfaamheden van den eerften trap van kennis; namely k kennisneming en beoordeeling, met derzelver on- derhoprige werkfaamheden : en dez.en G 2 b- 100 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD bereiden den geest allerbest tot het regelmatige gebruik der rede , door middel van zulk een werktuiglyk en voorbeeldlyk betoog , dat de aan- dacht en opmerking opwekt; de zintui- fen oogenbliklyk aandoet ; der ver- eelding kracht byzet; en het geheu- gen verfterkt. , Het achterlaten van deze manier veroorzaakt, dat de trage vernuften niet zelden deze nuttige wetenlchap verlaten: daar evenwel de ondervin- ding heeft geleerd , dat de weten- fchappen zeer veel nut erlangd heb- ben van die, anderszins eerst trage, vernuften; in welken , meestal , het gebrek van vlugheid door eene ftren- ge naaukeurigheid , zoo noodzaaklyk voor de wiskundige wetenfchappen 9 vergoedt word. Na zulk een mcchanisch betoog te hebben vooraf gezonden, behoort het leerftellig te worden uitgevoerd; en duidelyk aangetoond , hoe het be- toog uit de onderftelling en bereiding voortkome; hoe alle de termen van de onderftelling in het betoog worden ingevoerd: op dat, uit alles faamge- , elke term der ftelling regelma- OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENIC. IOI tig befloten , en het gantfche betoog, door middeleh van deze ordenlyke redeneringen, worde iaamgefteld. En dezen komen ons de gefchiktfte middelen voor, om de overtuiging der waarheden te bereiken: en dus het verftand te verbeteren, door het op den tweeden trap van kundighe- den te oefenen en bezig te houden. De grootfte volmaking eindeiyk van het verftand beltaat in het vermogen, om waarheden > die ons onbekend wa- ren , uit vroegere kundigheden af te leiden en op te fporen. De betogen zelven geven hiertoe alreeds eenige aanleiding: dewyl men, door op de- zelven aanhoudend en naaukeurig acht te geven, terilond zekere heblykheid van self te demonftreren erlangt : wel- ke heblykheid byzonder gefchikt is , om het verftand tot het opfporen van onbekende waarheden te kunnen voorbereiden. Hiertoe namelyk om zelf te lee- ren demonftreren zll vooreerst van dienst zyn , om de problemata in tbeore- mata om te keeren, en die alsdan op te .losfen en te betogen: het gene dit ge- .mak in zich bevat, dat men alleen te G 3 viti- 102 A. VAN SOLINGEN, ANTWOO&D vinden hebbe het -gene reeds gevon- den is; en dus als van zelve, uit het gene men reeds weet, opgeleidt word tot het punt, dat nog fchynt te moe- ten gevonden worden. Voorts behoort, ter vferkryging van de hebiykheid om zelf te demonflre- ten, het geheugen (zooveel mooglyk) voorzien te zyn met de definitien, pro- fofitien, en refolutien der problemata , nadatze in theoremata zyn omgekeerd : op dat dezen,als zoovele hulpmiddelen, by de hand zouden zyn, waarop men $yne redeneringen kan bouwen , wan- neer men zich onledig houdt om zelf te demvnftreren : en dit vereischte be- hoeft het jeugdige verfland niet af te fchrikkent dewyl de ondervinding alles- 2ins leeren zal, hoe gemaklyk het ge- heugen eene hebiykheid verkryge, orn waarheden te onthouden, die het cerst duidelyk verftaan en begrepeu heeft ; en nog te meer zal het hierin flevig en yerfterkt worden , wanneer het die waarheden zelve leert naarvor- fchen en betogen. Alvorens men tot het betoog zelve overgaat, behoort men zich te ge- V/ennen tot het maken der praepara- tittf* OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 1 03 tlen. Hierdoor word de geest van vin- ding byzonder aangewakkerd, en te- vens gewoon gernaakt aan de fliptfte naaukeurigheid. Het vinden immers dcr praeparatie beftaat in het vinden van ternien, die men by de hypothejis veilig voegen mag; en welken, by de bypoibefis gevoegd zynde, deze gefchikt maakt tot befluiten en ge- volgtrekkingen, die de waarheid der aangevoerde thcjis aantoonen en be^ wyzen/ Eindelyk , om voor zichzelve in ftaat te zyn tot betoging van een pro- blema, behoort men ook zelf de ter- men der folutie op te fporen, welken alsdan zoo in het theorema als de hypo- thefis voorkomen; dqwyl het diezelfde termen zyn, v/aarvan men in de de- monftrane zich bedient: zoo dat de ter- men van de folutie, met die van de de- monftratie, hand aan hand faamwerken, om eerst de waarheden aan te voeren, door welker kracht de tbefis kan be- wezen worden ; en die ook , daarna , door diezelfde waarheden in de daad te betogen. Deze alien zyn de gefchiktfte mi^- .dekn, die behooren in 't werk gefteld G 4 te 104 A. VANSOLINGEN, ANTWOORD te worden, om hen, die de iviskundige wetenfchappen beoefenen , in ftaat te flellen, om voor zichzelve eene heb- Jykheid te verkrygen van gevolgen te trekken; te betogen; waarheden uit tevinden; en hierdoor het verftand en denkvermogen te verbeteren. Niemand, die ter verbetering van het verftand de meetkunst beoefent , mag by derzelver practicaal gedeelte alleen blyven berusten; maar integen- deel zyn de onderwyzers verplicht, om hen , die onderwezen worden , gefchikt te maken , om volgens de op- gegevene regels zelven wiskyndigewzar- heden op te fporen: waarvan zy het nut, ten behoeve van het geluk der inenfchelyke maatfchappy, en ter uit- breiding van die wetenfchappen , wel- kcn alleen op de onwrikbare zuilen der wiskundige zekerheid zyn opg- boud, ondervinden zuilen. In de ftelkunst , die (door byna tooverachtige bewerkingen) in de laatfte eeuw meer uitvindingen ge- daan heeft, dan de ouden, in alle de vorige eeuwen faamgenomen, hebben kunnen doen: zal men, na zich de rekenkundige beginfelen volkomen ei- gen OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 105 gen gemaakt te hebben, de letterlyke voorbeelden op de getallen toepasfen, en door dezelven bewerken: langs dezen weg zal men, al vroeg en met vrucht, de jeugd met letters leeren werkenj en dezelve hierdoor, op ee- ne aangename wys , door lust en op- gewektheid voor de ftelkunst aanvu- ren. Men zal dan, om deze kundigheden algemeener in trein te brengen , der jeugd gewennen, om de rekenkundige voor- ftellen door algebraifche formulae te bewerken: en ook langs dezen weg, door middel van aequatien van ver- fchillenden rang, de geometrifche pro- blemata op te losfen. Maar vooral zal het van 't grootfte behng zyn, om de fynthetifche manier der ouden met de analytifche wys der hedendaagfchen te vereenigen, door middel van de geometrifche f>roblemata in aequatien over te brengen : welke de fcekerfte weg is, om het verfland, langs fafynthettfcbe manier der ouden, pp te fcherpen; en tevens in te leiden in alle die uitvindingen , waarmede hct ryk der wisknndige wetenfchappen, G 5 door 106 A, VANSOLINGEN, ANTWOORD door de analyjls der hedendaagfchen verfierd, verrykt, en voltooid is. Alle deze middelen , hoezeer gewich- tig, echter meenigmalen in het onder- wys verzuimd, hebben wy enkel kun- nen aanftippen, om dat ons beftek niet toeftond uit te weiden in alle de ophel- deringen , welken byna eene volkoinen verhandeling der leerftellige reken- meet- en ftelkunde vereifchen zouden: het voldoet ten minfte aan myn cogmerk de noodzaaklykfte hulpmid- delen te hebben aangewezen , welken de onderwy2/ers behooren in acht te nemen, ten behoeve van hen, die zich op de wiskundige wetenfchappen toe- leggen, met oogmerk om het verftand te verbeteren. En zeker,het wiskundige onderwys tot dit wenfchetyke oogmerk te doen ftrekken, is niet alleen ge- fchikt om het geluk der maatfchappy te bevorderen ; maar ook inzonder- heid, om de wiskundige wetenfchappen zelven uit te breiden, en in algemeener* trein te doen zyn: dewyl de meeste oorzaken, die derzelver voortgang be- letten, gelegen 2;yn in de ongefchikt- heid van het verftand* ter beoefening yan die wetenfchappen: dat, naar mate het- OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 107 hetzelve verbcterd en naaukeuriger geworden is , deze wetenfcjptappen met meerder vnicht, gelukkiger ger yolgen, en algemeener nut, beoefenen En dit belangryke en hoogwichtige oogmerk zal men byzonder bereiken, wanneer men, zoo veel mogelyk, acht heeft gegeven op de byzondere ge- fchiktheid van hen 9 die onderwezen worden ; en der heblykheid van zin- tuiglyke gewaarwordingen , zoo veel de aard der zaak veilig toelaat , mm of meer te gemoet komt : vooral zorg- dragende, dat de jeugd al vroeg ken- nis kryge aan het toegepaste nut , waartoe elke aangeleerde kundigheid dienen kan: eene aanmerking, die van te meer belang is , om dat men de jeugd licht zal affchrikken , door haar in de noodzaaklykheid te brengen, van zich met niets anders dan met af- etrokken denkbeelden bezig te hou- en: terwyl derzelver moed byzon- der al worden opgewekt, zoo men haar dikwyls in de gelegenheid brengt, om bewustheid te krygen van het toegepaste nut barer kun- digheden. Het is ter bereifcing van dit loS A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD dit voortreflyke oogmerk, dat de be- roemde DESCHALLES : in zyne Element d'sucLiDE expliques ffune maniere nou- velle et tres facile : by elke propojuie derzelver toepasfing, nuttigheid., en gebruik in de famenleving, heeft by- gevoegd. Wy befluiten dit hoofdftuk: met te zeggen, dat de ondervinding zeker lee- ren zal, hoe tegen de inftandbrenging van de opgegevene hulpmiddelen, dik- wyls vele zwarigheden zich zullen op- doen: gelyk altyd het geval geweest is en zyn zal, zoo dikmalen men zich onledig houdt met middelen op te fpo* ren, die gefchikt zyn om onder de gantfche rnaatfchappy iets in aigemee" tier' trein te brengen: aangezien de verfchillende vermogens, zoo van hen die onderwyzen, als van zulken die onderwezen worden ; en de byzonde- re betrekking , waarin ie^er indmdu van het menschdom, zoo tot zyne jnedemenfchen, als zyne eigene oog- merken, geplaatst is. Het is daarom dat wy, na alvorens t hebben aange- drongen op het nut en gewicht der opgegevene hulpmiddelen, met aan- ^ om zieh zoo dikwyls daarvan te OVER DE WXS-NAT. EN TEEKENK. 109 te bedienen , als maar immer de gele- genheid zulks gehengen zal: het is daarom, zeg ik, dat wy bedacht zyn geweest , of 'er niet een algemeen hulpmiddel ware uit te denken, waar- van men met vrucht zich zoude kunnen bedienen, om de gefchiktheid tot de beoefening der whkundige wetenfchap- pen algemeener te maken j die weten- fchappen zelven in algemeener' trein te brengen; en derzelver aanleering voor minvermogenden gemaklyker te doen worden : een onderwerp , waarover wy in het volgende hoofdftuk ons nen bezig te houden. VIERDE HOOFDSTUK. Over het beste algemeene middel, om de WISKUNDS algemeener in trein te bren+ gen ; en derzelver aanleering voor min^ vermogenden gemaklyker te maken. Onder die middelen, welken meest geichikt zyn, om het verftand tot de beoefening der wiskundige we- tenfchappen op te leiden ; om het- al vroeg , ea als van zelve, die JIO A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD die gefchikthdd te bezorgen, welke vereischt word om naaukeurig, afge- trokken , en regelmatig , te denken ; zoowel als om ftrenge gevolgen te trekken: onder die middelen eindelyk, die in ftaat zyn, om het verftand van minvermogenden, op eene onkostbare wys , tot de aanleering van gemelde wetenfchappen al vroeg in ftaat te ftel- len: behoort eene wiskundige beoefe- ning der rekenkunde vooral geplaatst te worden. Men is op de fcholen ge- woon, der jeugd de werktuiglyke be- werkingen der rekenkunde te onderwy- zen: hierin maken zy vorderingen, Bonder dat men het denkvermogen aan de minfte of geringfte oefening ge- went: het geheugen alleen fp^elt hier ^yne rol : de aanleering der garitfche rekenkunde word tot den hoog- ften trap gebracht en zelfs beoefend, by lieden , welken , door den koop- ban del , of andere betrekkingen, van dezelve een dagelyksch en aanhou- dend gebruik maken; zonder dat him verftand imrner het minfte deei gehad h-eeft aan die bewerkingen. En daar de rekenkunde, waarlyk, voor een zeer groot gcdeelte van het menschdom, van OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 1 1 1 van groot belang is, en ook in de daad ook daor dezelve beoefend word: ~ zoo ziet men echter verre de mees- ten, die hun werk maken van de re- kenkunde , en dezelve op hunne be- roepen toepasfen , tevens (als zoo vele werktuigen) een aanhoudend ge- bruik maken van eene kunstbewer- king , weiker aard en natuur , zoo- wel als de reden hunfier bewer kin- gen zelve, hun geheel onbekendzyn: als hebbende van dezelven in hun verftand, door middel van hun eigen denkvermogen, nimmer eenig begrip gevormd. Men ziet derhalven terftond van zelve: dat, indien men het grootfte gedeelte van hen, weiker post en taak het worden zal de rekenkunde te beoe- fenen; gelyk ook daartoe vele jonge lieden worden opgeleidt , en meest alien ten minfte in die kunstbewer- king onderwezen worden; al vroeg gewoon gemaakt had, om by die be- oefening zelf te denken , om leer- ftelUg de reden, uitwerking, en na- tuur, der kunstbewerkingen te bevat- ,ten: een zeer groot gedeelte van ht menschdom, vedvroeger, gebruik zou- ii2 A. VAN SDLINGEN, ANTWOORD gemaakt hebben van hunne ver- ftandelyke vermogens : waaruit voor- eerst het meerderdeel der jeugd , meer gewend wordende aan regelma- tige bewerkingen en gevolgtrekkin- gen, zoowel als aan het redenkundi- ge gebruik van hun eigen denkvermo- gen, vroeger en in grooter getal die gefchiktheid zoudc verkregen hebben, welke in het verftand, tot het beoe- fenen der wiskundige wetenfchappen , vereischt word. Ik fpreek hier nog niet van het on- befchryflyke nut, het welk verfpreidt ^oude worden over alle .beroepen en levensftanden , zoo alien, die de rekenkunde beoefenen , in dezelve niet als werktuigen, maar in den aard, de natuur, en rede van dezelve, onderwe- en werden : van dit uitftekende nut sullen wy naderhand nog eenige oo- genblikken fpreken. Ook wys ik hier nog niet op die van zelve fprekende waarheid: dat elk die, volgens hetge- leide der rede, in de rekenkunde , wel- ke het eerfte deel der wiskunst is, on- derwezen word, reeds met de daad vorderingen in de wiskunst maakt ; en dus reeds, in 200 ver , gedeel- te- OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENKi 1 1 j telyk aan de vraag zelve zoiidevoldaaii worden : ik herhaal alleen deze waar- heid: dat de aanleering der rekenkun* dc 9 (met zoo als deceive tegenwoordig in de fcholen onderwezen word; maar" integendeel zoo ingericht: dat elke kunstbev/erking eerst werd voofge* field , daarna uitgewerkt , vervolgen^ betoogd ; en hierna al die gevolgeri werden opgegeven , welken regelma- tig daaruit afgeleidt kunnen en moeteii worden :) dat zulk eene aanleering def rekenkunds het opluikende verftand -ge woon zoude maken ommeer regelma- 4 tig en flrenger te denken ; ja dat zy zelfs aanleiding zoude geveti , om afgetrok* kene denkbeelden te leeren vormen* en tevens> na aldus het verftand tot beoefening der wukundige wetenfchap* pen te hebben voorbereidt, onmidlyk den fmaak bevorderen zoude in de ftel* en meetkunst: waarop dan ook de ge^ mengde wiskundige wetenfchappen al* gemeener; derzelver aanleering ge* maklyker; en ook, voor minvermo* enden, onkostbaarder worden Ik weet zeer weU dat hier terftonct pene zwarigheid zich opdoe j zy is Ji vart 114 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD van denzelfden aard, als wy te voren reeds aanmerkten omtrent de ver- keerde wys waarop de wiskunst zelve onderwezen word. Niet alle verftan- den willen , of kunnen , even ftreng geleidt worden ! Meer gefchikt tot werken, dan tot denken, zal zulk een Ipoediger vordering maken , die de rekenkunde werktuiglyk aanleert : voldaan over de groote meenigte van fommen , welken hy reeds afgewerkt heeft, zal hy zelf den moed aan an- deren benemen , dien men gemelde kunst leerftellig wil onderwyzen: onder deze zwarigheid behoort ook de onvatbaarheid van vele zwakke ver- niogens der jeugd, welken men, met weinig gunftigen uitflag, langs dezen \veg zoude heenvoeren. Het doet ook niet veel af aan te merken, dat de vorderingen van de eerften , hoe groot en meenigvuldig, weinig te beduiden hebben; in vergelyking van de minde- re, maar veel betere, vorderingen van hen, diede rekenkumt leerftellig aanlee- ren : want het blyft daarom niet te min waar, dat zoo dikwyls het jeugdi- ge verftand voor zulk eene leerilellige onvatbaar is, en zoo dikwyls als die OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK* tttf die wys (vefgeleken met de gfootere en meer fpoedige werktuiglyke vorde- ringen van anderen) gefchikt zoude zyn > om den leerlingcn veeleer den moed uit te blusfchen: -~ dat men zoo dikwyls te vergeefs, en met alle voor- uitzicht van een' ongunftigen uitflag,- onderftaan zoude, om der jeugd de rekenkunde* volgens een' leerflelligen leiddraad, te onderwyzen. Het is niet gemaklyk dee zwarig- heid geheel uit den weg te ruimen: eerst zullen wy de volgende aanmef- kin^en vooraf laten gaan. f^oof eerst: dat het onmogelyk zy; wanneer men verbeteringen \vil uit* denken, die op het gantfche mensch- dom toepaslyk zyn ; die gefchikt moa- ten wezen , om kundigheden en we* tenfchappen in algemeener* trein te doeft zyn> en, het verftand te doen verbete- rent dat het dan, in aanmerking ge- nomen zynde het verbazende verfchil in de vermogens> beiden van onder- wyzeren en leerlingen, ten uiterfte moeilyk is > om zoodanige middelen aan de hand te geven , welken wiskuv* dig zeker, en onfeilbaaf ^ op alien even goed kunnen worden toeg^pastj ter- H a 1 1 6 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD wyl wy niet twyfelen , of wy sullen een groot gedeelte der zwarigheid (zoo niet geheel) doen vervallen , wanneer wy onze gedachten over de manier, waarop zulk een leerftellig onderwys der rekerikunde behoorde ingericht te worden , verder zullen uitbreiden. Ten tweeden : dat men fomwylen meer opgeeft van de onvatbaarheid der jeoigd , dan inderdaad waar is : " daar ik my verzekerd houde, dat de rede, waarom de meeste lieden zoo ongefchikt zyn om regelmatig en ftreng te denken , veel minder behoort afgeleidt te worden van ge- brek aan vermogens ; dan wel van de verkeerde plooi , welke men aan him denkvermogen , by deszelfs ont- wikkeling, gegeven heeft: deels door het blindelings aan het gezag van an- deren te onderwerpen ; deels door hen, werktuiglyk, in den godsdienst, de rekenkunde , of andere kundighe- den te onderwyzen: zonder dat men hun verftand eenige oefening of aan- leiding geeft , om voor zichzelve te denken : daar integendeel , 200 men al vroeg werk maakte, om der jeugd OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 1 1 ? jeugd te leeren voor zichzelve denk- beelden te vormen, in het jeugdige verftand meer orde, meer vermogen tot ftreng en regelmatig denken, zou- de vinden, dan men zich tegenwoor^ dig verbeeldt : terwyl deze groote taak, zoo gefchikt om het verftand te vormen , en voor zichzelve te doen werkfaam zyn , thans (ongelukkig) vry algemeen verwaarloosd word. Ten der den: eindelyk , dat 'er nog een groot verfchil plaats hebbe, tus- fchen het private en het fublike on- derwys: dat, offchoon het laatfte altyd te verkiezenzy, op dat de jeugd, alvroeg in het midden der maatfchap- py gezonden , in piaats van misanthro- pes 9 gefchikte leden der famenleving worden zoude; dat nochtans zulke ou- ders, voogden, beftuurders, of opzich- ters , welken het niet rnangelt aan kun- digheden, tydelyke omftandigheden, of lust , om zich met de kweeklingen te bemoeijen , oneindig veel kunnen toebrengen ter uitbreiding van het jeug- dige denkvermogen ; en vooral, om hetzelve een leerftellig onderwys me- de te deelen van die kunst , welke de .eerite beginfelen der wiskunde reeds H 3 da- J 1 8 A. VAN SOLING2N, AKTWOORD 'dadelyk in zich bevat, en tot de vol- gende wiskundlge wetenfchappen on- jnidlyk aanleiding geeft. Om dan al het wezenlyke nut, het welke in de aanleering eener leerftel- Jige rekenkitnde gelegen is ; de zwa- righeden , welken tevens hiermede vereenigd zyn ; en de aanmerkingen , welken ik daarbygevoegd heb , in een enkel voorftel te bevatten: ftel ik voor, om (onder het beftuur van het VLISSINGSCHE Genootfchap der Weten- fchappen; of onder opzicht van des*- kundigen) te doen opftellen en uitge- ven een werkjen, tot titel voerende: Kort begrip der msxuNDiGE R&KEN* XUKP%\ ~- waarin de natuur en eigen* fchappen der getallen, zoowel als der famenzettingen en van elkanderfchei- dingen , niet alleen worden voorge- fteld; maar waarin ook tevens, in eene whkundige orde, alle de bewerkingen voorgefte/d; uitgevoerd} betoogd; en alle die gevolgen ftreng afgeleidt worden , welken uit iedere bewerking regelma* tig volgen. Het groote en belangryke nut , dat fculk eene uitgaaf (myns bedunkens) ever rnede hun verltand behoorde verrykt te zyn , eer zy met recht aanfpraak j&ouden kunnen maken op den naam van [c] Ik kan niet afzyn , om ter dezer plaats met lof gcwng te maken van bet verdienstlyke werk van A. B. STRABDE, tot titel voercnde: Eer ft e begin felen van etea fcboeijen : daarom ftel ik voor ecn fcbema van WISKUNDIGE r-ekenkunde , waarin alle de rekenkundi- ge bewerkingen , volgens een' wiskundigen leertrant, '(met aamvyzing der gegevenen of vooronderfteldeny voorgefteld , bewerkt , beproefd , bewezen , en alle de daaruit voortkranende gevolgen behooren te vvorden afgejetdti Zeer gemaklyk zouden, langs dezcn wis* kundigen leertrant ? kuimen worden voorgefteld de groncibeginfelen der rekenkunde van dienzelfden Heer STRABBE, door hem, in een vroeger werk, tot titel voercnde : luleiding tot de mathematifche weten- fcbappsn: in bet jaar 1770 uitgegeven : waarin de additien , fubtractien , multlplicatien , en divifien , der geheele, gebrokene, en decimaa/geiallcii , zoo- wel als de vierkants- en taeriingsworteltrekkingen. worden voorgefteld , uitgewerkt , en bewezen. 6ns. volgendifcheyta zal, zoo ik my niet bedrieg, aan- toonen , hoe de gantfche arithmetica in het alge- meen, en alle de koopmansrekeningen 5 ieder in het byzonder, op een' WISKUNDIGEN leertrant behan deld; en, hoe uitgebreidt en meenigvuldig dezelvei^ pok wezen mogen, tot een zeer gering getal van voorftdkn kuuaeu herleidt worden. 122 JLVANSOLINGEN, ANTWOORD ven als zoovele blokken heenzenden , alleen gefchikt om volgens het geheu- gen te werken; zonder dat derzelver verftand het minfte denkbeeld hebbe leeren vormen van de natuur en rede cfier bewerkingen, welken zy mees<- teraehtig uitvoeren, sender te weten hoe , en waarom ? HI. Zulk een werkjen den fchool- hauderen en anderen onderwyzeren in de handen te geven^ zoude het best gefchikte middel wezen , om de zwa- righeid uit den weg te ruimen, welke gelegen is in de verfchillende vermo- gens der jeugd ; in de meerdere en mindere gefchiktheid om zoo Vroeg regelmatig te denken ; en vooral in die geneigdheid, welke in de niees- ten plaats heeft , om liever door te werken, en fpoedige vorderingen te maken , dan by elk ftuk ftil te ftaan en te overwegen. Immers , zoodra de leermeesters eene leerftellige orde en regel in handen hebben , om der jeugd de eerfle wiskundige wetenfchap,- pen, ik meen de rekenkunde, op vaste en onfeilbare gronden, die door het gezonde verftand , by overtuiging , aangenomen en goedgekeurd worden, te OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. te onderwyzen : 200 zal het de taak zyn van het meerdere of mindere oor- deel dier onderwyzeren, cm in de lei- ding der jeugd hiervan , naar mate van derzelver vermogens , zulk een gebruik te maken, als best gefchikt zal zyn , om hen aan den eenen kant te leeren denken; en aan den anderen kant den iiioed en den lust van flom- pere vernuften, die meer gefchikt zyn om door te werken , dan om te rede-, neren 9 met uit te blusfchen: terwyl het nochtans zyn post zal blyven, om het oordeel en de vermogens van de- ze laatften, zooveel in hem is, te ver^ beteren. IV. Daar de hoofdverdeeling der vohkunde zich tot drie takken bepaalt; de reken- ftel- en meetkunst: blykt het, dat zulk een werk, algemeen gemaakt n beoefend , al aanftonds voor een groot gedeelte voldoen zal aan het oogmerk der vraag. De rckenkunde leerftellig te behandelen, is dezelve wiskundig behandelen: en hoemeef zulk eene regelmatige en redenkundi- ge bewerking algemeen was; hoemeer reeds, met de daad, ware en goed* beoefenaren der wiskundt zouden 124 A. VANSOLINGEN, ANTWOORD vonden worden: dewyl men niet zeg~ gen kan , dat haar werktuiglyk ge- Seelte, als alleen onder de conftructie behoorende , een' rang onder de on^- derdeelen der wiskundige wetenfchap- pen verdiene. V. Ik fpreek nu nog niet eens van het algemeene nut, hetwelke eene leerflelligeri&;70#fe, langs eenen wis* ikundigen leiddraad, over alle rangen van het menschdom verfpreiden zoude. Ongelooflyk is het voordeel > hetwelke de natuurkunde 9 fcheepvaart, boukunde, en meenigvuldige and ere kunflen en we- lenfchappen, uit deze kundigheden er- langen zullen : men lette alleen op het groote nut, dat hierdoor over den koophandel verfpreidt zal worden: de- wyl eene redenkundige en leerflellige aanleering der rekenkunst aanleiding zal geven tot bewerkingen, waarin niet ak- leen het gezonde verftand deel neemt; maar die daarboven, op alle compa- gnie- interest- en wisfelrekeningen , een gemak, eene duidelykheid, kortheid, ^n klaarheid , verfpreiden moeten , welken uit den aard en de natuur dier bewerkingen vanzelve blyken zullen, Ik ^wyg van het licht, hetwelke de^e kun- OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. f 2 kundighedeti dadelyk over de ft el* en meetkunde zelve, en over alle de ati~ dere gemengde wiskundige wetenfchap* pen, verfpreiden; en hiefdoor onmicU lyk lust en gefchiktheid opwekkeu zullen, om die te beoefenen. Immers: VI. Eene zekere maat van be- kwaamheid in de wiskundige rekenkun- de, geeft eene onmidlyke aanleiding tot de ftel- en meetkunst; als zynde weten- fchappen van denzelfden aard; alien behoorende onder den rang der wfo* kunde. Het is onmooglyk, dat zulken, welken het gelukt is eene heblykheid te verkrygen , om de rekenkunst *wi$~ kundig te behandelen, niet alleen ter- flond aanleiding tot de ftel- en trieel- kunst verkrygen ; zouden ; maar ook , dat derzelver beoefening hun niet veel gemaklyker zoude vallen: 200 dat het niet misfen zal, of zulk eene beoe- fening der rekenkunde zal het getal van hen, die de wiskundige wetenfchappeit beoefenen, aanmerklyk vermeerderen; en deze in algemeenen trein zynde , mag men met recht verwachten , dat ook de wiskundige natuurkunde het hoofd zal opfteken. Wanneer het verftand al vroeg aan betogen en het trek- 126 A. VAN SOL1NGEN, ANTWOORD ten van ftrenge gevolgen gewend is, zal het (uit eigene verkiezing) dezen weg[ boven den anderen ftellen het zal in denzelven eene ftrengheid en on* feilbaarheid vinden, welke niet anders dan bekoorlyk kan zyn voor het ge- zonde veriland: en daar wy zoo dik* xnalen gewaar worden, hoe bekrorn- Een 's menfchen vermogens zyn , zul- m wy (zoo dikwyls als wy 5 door het algemeener in trein zyn eerier wiskundi* ge natuurkunde, wiskundige waarheden ontdekken , velken geen' minderen grond hebben , dan die eener wis-- kundige zekerheid) onze kundigheden langs dezen weg verkiezen uit te brei- den: en zulk eene algemeene verkie- fcing kan niets anders uitwerken, dan het algemeener in trein brengen der wh- kundige wetenfchappen : zynde de- 5:en de eenigen, welker gebouw geftut is door de prachtige zuilen van zeker- heid en onfeilbaarheid. VII. Eene der voornaamfte nuttig- heden , welkeji zulk een werk zoude verfpreiden, is vooral gelegen in de gefchiktheid , welke der beoefenende jeugd al vroeg ten deel zoude vallen , regelmatig tc denken; het ver- ftand OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. ftand, reeds in het begin, eene heb- lykheid krygende om niets ter neder te ftellen, dan het gene o/betoogbaar is; of by eene naaukeurige gevolgtrekking uit het vorige kan worden afgeleidtj moet natuurlyker wys zelf leeren den* ken: hierinfgeholpen door de onder- wyzers , welken altyd de verfchillendc fefchiktheden in het oog moeten hou- en , zal het getal der zulken zeker verminderen , welken (in gevorderden leeftyd) thans maar al te veel tot het beoefenen der wiskundige wetenfchap- pen ongefchikt zyn geworden: ea dus zal die rede grootendeels ophoii^ den, welke wy, in ons tweede hoofii- ftuk, als eene der voornaamften hebr ben opgegeven , waarom de wiskundige wetenfchappen niet in zulk een' algp* tneenen tre'm zyn 9 als zy, tot vermeer- dering van het geluk en den welvaart der maatfchappy, behoorden te wezetu VIII. Zulk eene leerwys, eens inge* voerd, zal niet alleen die gefchiktheid tot beoefening der wiskundige weten- fchappen merklyk doen aanwakke* ren; maar, voor zoover zy gefchikt zai wezen , om den fchoolhouderen sselven regeltnatiger te leeren denken % en A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD en bevatting te krygen van de whkun~ dige rekenkunde , zal zy opk gefchikt syn, om de fcholen te verbeteren; een meer redenkundig onderwys in te voeren ; en dus over het geheel zeer veel toebrengen, om in de maatfchap- py meerdere denkende wezens te doen voortkomen^ IX. Door die middel zal met on* voeglyk aan het oogmerk van de, GE- LEERDE VRAGEREN voldaan worden : dewyl men , veelal , om vef bete* ringen onder de gantfche maatfchap-* py in te voeren, bedacht is op mid^ delen , welker omflachtigheid derzel- ver uitwerking onmooglyk maakt ; daar integendeel dit middel zeer ge- maklyk kan ter uitvoer gebracht wor- den. Immers, wanneer zulk een kort begrip alien fchoolhouderen in de han- den word gegeveh, zal hierdoor de jeugd al vroeg gewoon gemaakt wor- den aan wiskundi^e betogen: men ^al derzelve heblykheid doen erlan-* gen, om leerftellig en zooveel moge- lyk afgetrokken te denken, en ftren- ge gevolgen te trekken ; , ja alverder hierdoor, wanneer zy tot zekere jaren gevorderd is, gefchiktheid ea lust ver- OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 1 29 krygen, om zich op de verdere wis- kundige wetenfchappen toe te leggen: tot welker beoefening, alsdan, de on- derwyzers alle die hulpmiddelen en maatregelen zullen kunnen en behoo- ren by de hand te nemen , welken \vy in ons vorig Hoofdftuk hebben opge- geven. X. Eindelyk: zulk eeneuitgaaf ee- ner wiskundige rekenkunde , den fchool- houderen en leerlingen in handen ge- geven; terwyl de eerften (het gene men altyd in het oog moet houden) fteeds bedacht zullen zyn , om het ge- bruik daarvan naar de vermogens der jonge lieden te fchikken; zulkeene uitgaaf, zeg ik, eener whkundige re- kenkunde, in algemeenen trein gebr&cht 9 zal, zoo ik my niet bedrieg, geheel voldoen aan het oogmerk der vraag. De eerfle tak der wiskunde zal ter- ftond beoefend worden; de jeugd zal onmidlyke aanleiding verkrygen totde beoefening der overigen ; 'er zal eene gefchiktheid geboren worden tot regel- matigdenken, betogen, en het trek- ken van gevolgen ; welke , gevoegd by de handleiding, die uit de beoefening der wiskundige rekenkuncle geboren is , PEEL. I 130 A. VANSOLINGEN,,ANTWOORD velen zal doen belust zyn , om de hoogere wiskundige wetenfchappen, en in het byzonder de natuurkunde (om nu alleen daarvan te fpreken), zoo te beoefenen, dat derzelver wetten niet louter gefchiedkundig gekend, en niet alleen de redenen van deceive ver- klaard worden ; maar ook , dat het voornaamfte is , en 't gene het eigen- lyke kenmerk der natuurkunde uit- maakt , dat almede derzelver hoe- grootheden wiskundig bepaald en be- toogd worden. Geen weg konde 'er, myn's bedun- kens , bedacht worden , om ook beter te voldoen aan dat gedeelte der vraag, het welke de gefchiktlle middelen vpor rninvermogetiden vordert. Alle jon- gelingen gaan ten minften fchool : hoeveel meer kundige werklieden ftaan wy te wachten, zoo zy alvroeg der wiskundige wetenfchappen als in- geleidt, by het oefenen van him be- roep gelegenheid zullen hebben, om hunnen fmaak te voldoen? en fchoon Vy boven reeds gezien hebben , dat tot inftandhouding van de orde der maat- fchappy, het grootfte gedeelte ge- ichikt is om te werken; zoo hebben wy OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 1. wy ook tevens aangemerkt, 'dat bet van belang ware om middelen uit te denken , die de beoefening der wis- kundige wetenfchappen in algemeenet' trein brachten: terwyl'eraltydgenoeg werktuiglyke, logge, enflomperever- nuften zullen pverblyven , op welken zelfs de best uitgedachte middelen, hoegenaamd, geen' vat zullen hebben. Daar ik dan, om alle de gcrnelde redenen , voor my zelve overtuigd ben van het nut, dat 5 er gelegen zoude zyn in de uitgaaf van een kort begrip der wiskundige rekenkunde*, en dat der- zelver beoefening x (fchoon zeker op eene zeer eenvoudige wys) aah het oogmerk der geleerde vrageren vol- doen zoude: zoo zal ik, ter betereuit- breiding , en klaardere voorftellingvan myne gedachten , eene zeer korte fchets hierbyvoegen , volgens welke ik oor- deele, dat zulk een kort begrip be- hoorde te zyn ingericht \d\\ waardoor ik niet twyfel, of deszelfs algemeen doorgaande nuttigheid zal , zoowel als deszelfs onmidlyke betrekking op de I 2 voor- [J] Door het opgeven van die fchets kan deze Ver- handeling by fommigen voorkoraen , aU in waardig- heid 132 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD voorgeftelde vraag , nog duidelyker blyken. Alleen merken wy vooraf aan: dat wy zeer wel zouden hebben kunnen opgeven fommige plannen van publi- ke inflellingen en openbare leerfcholen, volgens welken de eerzucht der jonge lieden konde worden opgewekt: waardoor misfchien te weeg zoude gebracht worden, dat het onderwys dier wetenfchappen algemeener werd; Bonder dat nog hieruit volgen zou- de, dat daarom derzelver kundig- he- heid van onderwerp gedaald: daar ik afzonderlyk van de ft el- en meetkunde , zoowel als van de wis- "kundige natuurkunde gehandeld, en by gelegenheid fomwylen gewag heb moeten maken van bereketiin- gen ^ die tot de moeilykfte gedeelten der tyiskunde betreklyk zyn; terwyl ik, door het voordragen edner (fchoon WISKUNDIGE) rekenkunde^ met de behande- ling van het laagfle gedeelte der wiskundige weten- fchappen fchyn.te ejndigen. Het is zoo! ik kan d<5 aanmerking riiet uit den'weg ruimcn, en alleen ant- woorden, dat de natuur der zaken deze orde ge- eischt hebbe. Ik moest van byzondere middelen fp re- ken , eer ikeen algemeen midclelopgaf, het gene tot de beantwoording der vraag ineer byzonder betrek- lyk is. Voords wil ik my getroosten met devergely- kende overweging : dat een boumeester , na de " fchoo'nheden van een prachtig^ozw te hebben doen opmerken , zich zeerwel bezig moge hoiiden met de befchouwing van de natuur en de eigenfchappen der lottftofi aan welker volkomene kundigheden het ge- bouw zelve zyne prachtenfchoonheidverfchuldigdis^} OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 133 heden wierden uitgebreidt: maar, behalven dat dergelyke inftellihgen al- tyd van het eigendunkelyke oordeel der ontwerperen afhangt; en d$ waereld als overftroomd word met dergelyke plannen , die men byna nooit in ftand zietgebracht: zoo begrepen wy, dat het eenvoudigfte middel alleszins het ver- kieslykfle zy; vooral zulkeen, datter- flond ingevoerd, en door elk zich ten nutte gemaakt kan worden : te meer daar wy oordeelen zulk een middel al- lermeest belangryktezyn, 'twelke met vrucht in alle onderwys, zoowel in openbare leerfcholen, als p^W^inftel- lingen, en private opvoeding kan te pas komen. Daarom drongen wy aan op eene algemeene invoering van het beoefenen eener tviskundige rekenkunde , en het opftellen en algemeen maken van een kort begrip derzelve: waarom wy , om ons oogmerk nog duidelyker voor te ftellen , hier eene korte fchets van dezelve byvoegen : welkesCHETS, fchoon zy op zich zelve volkomen is, als bevattende de voorftellen van ai- le de bewerkingen, (die zelfs in de uitgebreidfte rekenkundige werken, en inzonderheid in de twee deelen van I 3 \VIL- 134 A.VANSOLINGEN, ANTWOORD WILLEM BARTJENS voorkomen) noch- tans aanhoudend behoort aangemerkt te M^prden als eene fchets: welke, 2:00 zyniet uitgebreidt, uitgewerkt, enop- gehelderd word door de vereischte voorbeelden , duister zoude blyven voor leerlingen; en alleen dienen kan vooreene zeerkleine proeve, volgens welker (of \vel dergelyken) leiddraad fcoodanig een kort begrip zoude be- hoorente worden opgefteld: waar- op wy ook, met nog eenige weinige woorden , na het opgeven dezer fchets , Mullen aandringen. Om aan eeneftrenge leerftellige orde te voldoen , zoude men moeten begin- nen met het opgeven van denkbeelden en daaruit voortkomende bepalingen: welken, wel is waar, volgens een' or- denlyken leiddraad behooren vooraf te gaan; doch die te afgetrokken zyn om daarmede te beginnen: en daarooi, op hunnen tyd, naar gelangder vorderin- gen en vatbaarheden ? kunnen onder- -wezen worden. De opfteller eener jriSKUNpiGE rekenkunde zoude deze bepalingen, by wyze van inleiding, die eerst word overgeflagen , kun- Ben opgeven: zoowel oni te voldoen aan OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 135 aan de ftrengheid der orde, als aan de zuiverheid der denkbeelden. Hiertoe behoort de bepaling der wiskunde, als eene wetenfchap der grootheden, en der bepaling van de groothedenzelven; ook hoe dezelven door de wlskunde op drie verfchillende wyzen befchoud worden: eerst in 't algemeen door de STELKUN- DE; voorts, met betrekking op derzel- ver meenigte, door de REKENKUNDE; en eindelyk,met opzicht op derzelver^//w^r tingen, door de MEETKUNDE: denk- beelden , welke alien op eene duidely^ ke wys behooren te worden uitgebreidt. Wanneer men dan, door middel der rekenkundej eene meenigte van groothe- den zal bepalen en vergelyken, be- hoort men eene vastgeftelde maat te hebben: deze is de eenheid. Zoo dra men de waarde der eenheid kent, be- hoeft men dezelve flechts te tellen^ om de waarde der meenigte teweten, die eene verzameling van zulke eenheden is. De bepaling van de meenigte dier eenheden is het GETAL, 't welke altyd eenheden van hetzelfde foorc uitdrukt: doch, dewyl de eenheid indedaad in deelen gefplitst kan worden, welken, zy even groot zyn, aliquot* I 4 dee- -- 136 A. VAN SOLTNGEN, ANTWOORD \ deelen der eenheid genoemd worden , 200 word een getal, 9 t welke eene mep- tiigte eenheden en daar boven nog all- quote deelen der eenheid; of wel alleen aliquote deelen der eenheid aanduidt, een GEBROKEN GETAL genoemd : d. i. dat door geene eenheid word vol- gemaakt, of waarin de eenheden niet opgaan: 't gene de natuur uitmaakt, en het juiste denkbeeld uitdrukt, van een gebroken getal. Na aldus aan de leerftellige orde, door het voorafzenden dezer bepalin- gen, voldaan te hebben , kan het werk zelve beginnen: waarin alle ge- melde afgetrokkene denkbeelden ach- terweeg gelaten worden, en waar men gemakshalve de rekenkunde be- paalt, als eene kunst, welke de eigen- fchappen der getallen onderzoekt , endezen met elkanderenvergelykt"; om vervolgens terftond tot de nume- ratio (telling) over te gaan. De numeratio (telling) bepaalt het getal: d. i. zy bepaalt de hoeveelheid der eenheden , welken zich in eene meenigte bevinden. Dit doet zy door middel vanriegen getalmerken: welken eerst behooren voorgefteld; en daarna aan- OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 137 aangewezen te worden , hoe dezelven moeten worden opgezet. Hoe na- menlyk, de negen getalmerken door- geloopen zynde, het eerfte getal , dat 'er onrbreekt, de tien is: dat men derhal- ven , om het tienvoudige van de een- heid tehebben, wederom van vorenaf begint, met i. enachter dezelve eene o. om dus het tweevoud dezes te heb- ben 20. het negenvoud 90 dat dart weer tien tienden, dat is honderd, 't eerstontbreektt waarom menzichvan eene tweede nul bedient, 100. vaar- van het tweevoud 200. is, enz. Zoo klimt men gedurig op, door het by- voegen van eene o. voor elk tienvouu: tienmaal honderd duizend noemt men eenmillioen: 10,00,000. zoo druk- ken zeven getalmerken een millioen uit. Die eerst 10. dan TOO. iooo w 10,000. 100,000. en eindelyk tienmaai honderd duizendmaal (10,00,000) ge- nomen, alsdan een billioen heeten: met zesnullen derhalven vermeerderd, zal hetdertiende getalmerk(van derechter- naar de linkerhand geteld) een billioen zyn: 'tgene wederom een millioen- maalgenomen, een trillioen maakt : dat door het negentiende getalmerk word I 5 138 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD uitgedrukt : en met deze op dezelf- de wys voortgaande , zal het vyfentwin- tigfte een quadrillioen aanduiden: enz. Eenige getalmerken naast elkande- renftaande, beduidt de eerfle de mzfo-' den\ de tweede naar de linkerhand lie- nen; de dercie honderden; de vierde duizenden enz. en , fchoon de nul gee- ne waarde aanduidt; zal zy evenwel, tusfchen of achter eenige getalmerken geplaatst zynde, van groot belang we- zen: want, terwylzy aanduidt, dat 'er geene eenheden van dien rang zyn, waarin zy ftaat; duidt zy tevens aan, dat de eerstvolgendelinkfchefy/dTtien- maal meer waard is , dan deze zoude geweest zyn , indien zy op de plaats der nul geftaan had. Door middel van de- ze voorgeflelde, en met verfcheidene voorbeelden opgehelderde kundighe- den, kan men een getai uitfpreken, hoe groot het zy : door namelyk de ge- tallen drie en drie van de rechter- naar de linkerhand af te deelen , en op het zevende linkfche een flip te zetten , ter aanwyzing van de millioenen j op het dertiende twee ftippen , voor de billioe* lien; op btttif&ntifnde drie, voorde tril- OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 139 trilJioenen; zoo op het vyfentwintigfte vier ftippen : enz. Deze is de wy s , waarop de meenig- te der eenheden geteld: en, uitge- dfukt zynde, beyonden wordqn die of dat getal uit te maken, De manier, waarop degebrokensge- fchreven worden, verfchiltnietveelvan deze. Het denkbeeld van de natuur der breuken, hierboven opgegeven, word eenvoudiger gemaakt door te zeg- gen : zulke aan elkanderen gelyk zynde deelen, waarin de eenheid onderfteld word gedeeld te zyn , worden de all** guotifche deelen der eenheid genoemd: itel, dat de eenheid in zeven gelyke deelen gedeeld is, dan kent men de waarde van ieder zeveride deel , om dat men de waarde der eenheid kent: de 7. derhalven NOEMT de meenigte der aliquot e deelen , waar in de een- heid gedeeld is, en word daarom noe* mer geheeten. Wanneer men zeven zulke atiquote deelen heeft, zoo heefc men de eenheid. Men kan ook meet dan zeven zevende deelen der eenheid hebben: en in dit geval is het gebro- ken getal grooter dan de eenheid; (wanneer het eene Qntigenlyke breuk heet;) 140 A. VANSOLINGEN, ANTWOORD \ heet:) of ook minder dan zeven zeven- de deelen der eenheid, en dan is het gebroken getal kleiner dan de een- heid: men TELT dan, hoeveel zevende deelen der eenheid men heeft, en het getal , het welke de meenigte der zeven- de deelen bepaalt, word daarom tel- ler genaamd. Men fchryft den teller boven den noemer met eene lyn tus- fchen beiden : een gebroken getal klei- ner dan de eenheid is by voorbeeld | ; en een getal grooter dan de eenheid is , gelyk aan een geheel en|, het welk men anders fchryft i. De getallen kunnen met elkanderen vergeleken \vorden ; en , uit de verge- lyking van twee getallen, word een derde geboren. Deze vergelyking gefchiedt op tweederlei manieren : een getal kan met een ander getal vermeerderd ; eft het kan ook door een ander ge- tal verminderd worden. Het eerfte gefchiedt, wanneer getal- len die niet vereenigd zyn by elkan- deren gevoegd worden: dit word addir tio (vergaring) genoemd ; en 't getal , 't welke de by elkanderen gevoegde getallen uitdrukt, heet derzelver/0w. Het OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 14! Het tweede gefchiedt, wanneer getal- len die vereenigd zyn , of als zoodanig vooronderfteld worden, van elkanderen. worden getrokken: deze bewerking htQtfubtrA&ia (aftrekking) ; enhetver- fchil of onderfcheid der twee getaUen, (dat is, hoeveel het eene grooter zy dan het andere,) is juist dat gene^ het welke na de gedane aftrekking overblyft: dat daarom ook het over- fcbot (of de rest) genoemd word. Om deze ( bewerkingen leeritellig te voltooijen , en het verftand aan eene flricte en oordeelkundige bewerking te gewennen , behoort men altyd op de volgende wys te werk te gaan. 1. Zoo 'er bekende, gegevene, of vooronderftelde waarheden zyn, wel- ker kundigheid tot het begrip, de be- werking, of het betoog des voorftels, vereischt word; ftelt men dezen eerst ter neder: dit heet hypotbefis (onder- ftelling). 2. Men moet het gevraagde voor- ftellen: OF inde gedaante van een al- gemeen VOORSTEL (propojitio) ; OF in die van een voorftel , dat aan zekere voorwaarden verbonden is, LEERSTVK (of theorema) geheeten; OF eindelyk 142 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD in die, welke eene bewerking eischt, cm het gevraagde te vinden: dit heet rRA^GSTUK (problema) : deze laat- fte manier komt in de rekenkunde het meest te pas. 3. Deze bewerking moet zoowel beredenerend , als werktuiglyk (dat is door getalmerken) uitgevoerd wor- den: dit gedeelte heet conftructio (be- werking). Daarna moet menbetogen, dat de- ze werking volkomen voldoe aan het voorgeftelde. Dit gefchiedt op twee manieren: eerst voor de zintuigen; dit heet de proef: en daarna door de gezonde reden; dit heet demonflratio (bewys). Men moet dan 4. door de proef: en 5. door de demonftratie, betogen, dat de conflructie volkomen aan het ge- vraagde voldoet: en 6. uit het bewezene alle die gevol* gen trekken , welken regelmatig daar- uit kunnen worden afgeleidt. Het gebeurt eindelyk niet zelden, dat 'er , tot meerdere duidelykheid , beredeneerde verklaringen of ophel- deringen te pas komen : die korte uit- legging (fchQlium} genoemd worden. I. VRAAG- OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 1 43 Ie VRAAGSTUK, Getallen , welker eenheden de- zelfde waarde hebben, by elkan- deren te voegen, of ladder en"? In de uitbreiding dezer fchets zal men de wys, waarop de additie be- hoort te gefchieden , beredenerend opgeven ^ en met getalmerken uitvoe- ren ; daarna de proef nemen, door de optelling van boven naar beneden: de demonftratie kan wyders op de volgen- de manier worden uitgedrukt. DEMONFTRATIE. Dat alle de eenheden in de fom zyn opgefloten, blykt van zelve : de- wyl men ze alien geteld heeft, zonder cene daarvan over te flaan. Dat de telling goedverrichtzy 3 blykt daaruit : dat men aan derzelver wet* ten voldaan heeit, door de rangen onder elkanderen te houden; en de tienen van elken rang, indeniiaast- linkfchen rang over te brengen. Dat eindelyk de fom van het ge- heel alle de eenheden uitdrukke: blykc trit het algemeen aangenomen en vast- ftaand 144 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD ftaand axloma (grondbeginfel) : hetge- heel is gelyk aan al zyne deelen faain- genomen. G E V O L G. Op dezelfde wys kunnen de gebro- kens, die denzelfden noemer hebben, by elkanderen worden gevoegd ; dewyl derzelver tellers als gelykfoorcige een- heden worden aangemerkt : 't gene voor het oog door voorbeelden kan worden aangetoond. Na eene genoegfame meenigte van fommen ter beoefening opgegeven *en bewerkt te hebben, gaat men over tot het II VRAAGSTUK. ;, Het verfchil van twee getallen te " 9 , vinden; of, wat 'er overfchiete , wan- neer het grootfte verminderd word 3 , door aftrekking van het kleinfte"? Na de conflructle der fubtractle naauwkeurig opgegeven te hebben, met achtneming op de rangen der ge- tallen; op de manier waarop men te 4 "werk moet gaan, wanneer zich in het OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 145 het bovenfte ' getal een kleiner getal- merk of eene mil bevindt; met de by- gevoegde reden van het zoogenaamde Jeenen : na deze conftructie , door getal* merken uitgevoerd, en door de proef, die met de additie gefchiedt., betoogdtQ hebben : kan men laten volgen deze DEMQNSTRATIE. , Dat het onderfte getal de te der eenheden uitdrukt , welken. in het grootfte meerder %yn, dan in het kleinfte: blykt daaruit , dat het gevormd word door het overfchot vail eenheden, welken in iederen rang van het grootfte rneer waren, dan in den- ^elfden rang van het minfte. Uit deze bewerking kunnen gevol- gen getrokken worden, betreklyk op de fubtractie der gebrokens. Men kan ook het fchoUum der pofitive en negative grootheden daarop bduweii. Na een genoegfaam getal voorbeel- den ter bewerking en beoefening te hebben opgegeven; en dus die twee algemeene bewerkingen afgedaan te hebben, waardoor een getal vermeer- derd en verminderd word: zal men 'K over- 146 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD overgaan tot de twee andere manieren van additie en [ubtractie: - men zal na- menlyk doen zien , dat de multiplicatie riiets anders is dan eene kunstbewer- king, uitgevonden om de additie te verkorten; dewyl hetzeermoeilykzyri izoude, om hetzelfde getal, wanneermen bet zeer dikwyls by zichzeive adder en moest, zooveelmalen onder elkander te zetten: men zal dan leerftellig aan- toonen, dsitdemultiplicatie eenebewer- king is, waardoor men hetzelfde getal yerfcheide malen met zichzelve ad* deert: mengeeftdeknnsttermenopi en men doet by eene regelmatige ge- volgtrekking zien, dat de multiplicatie een product (uitkomst)geeft, gelykaan het muUiplicandum , zoo dikwyls ge- nomen, als y er eenheden in den mul* tiplicator zyn. Jlle VRAAGSTUK. Een getal by zichzelve te adderen, J,- door middel van die bewerking, wet v ke men multiplicatie noemt". Tot gemak der betogen deelt men dit voorftel in verfcheide gevallen. l e GE- OVER BE WlS- NAT. EN TEEKEN& I i e GE VAL. Het multlplicandum en tnultip/icator beilaan elk maar uit getalmerk. Mengeeftde manierop, naar de fom word opgezet: en men toont, dat hier niets anders tedoen zoude v&l- len, dan het bovenfte 200 dikmaleri by zichzelve te adder en, als f er een- heden in den multiplied! or zyn; doch dat men, ter bekorting , door middel van zulk eene additie, eene tafelhebbe opgefteld> waarinalle de mogelyke ge- Vallen zyn voorgefteld , waarin twee ge- tallen met elkander vermeenigvuldtgd worden: zoodat men in dit geval niets, te doen hebbe, dan zich van die tafel* bevorens in het geheugen geprent* te bedienen: terwyl de proef en de- monflratie^ en derhalve het gantfch^ betoog ) op gemelde additie berust. 2 C GEVAL, Een van beide & ge- tallen beftaat uit een getalmerk, enhefi andere uit meer dan een getalmerk. De conflructie opgegeven en uitge- voerd zynde, met in achtneming van de overbrenging der rangen, zoo hee product meer dan negen is: blyft de proef, in dit en in alle de volgende K a ge- J 4& A. VAN SQLINGEN , ANTWOOJfcD gevallen, dezelfde als in het eerfte ge- yal : terwyl men kan laten volgen deze DEMONSTR4TIE. Het geheel van het multlplicandum Is gelyk aan al zy-rie deelen faamgeno- men: maar men heeft elk deel zoo dikmalen by zichzelve geaddeerd , als ? er eenheden in den muhiplicator waren : dus heeft men zooveelmalen het gantfche multiplicandum genomen. 3 C . GEVAL. Beiden, zoo multiplican- dum als ;ra////?//0/0r, hebben meer dan een getalmerk. Na opgegeven te hebben , hoe men met de eenheden van elken rang in den muhiplicator te werk ga; hoe men de verfchillende product en van elken rang ook in byzondere rangen plaatfe> en vervolgens addere: volgt de DEMONSTR4T1E. Elk product drukt het multiplicandum iiit , zcio dikwyls by zichzelve gead- "deerd, als 'er eenheden van dien by- zonderen rang in den multiplier or OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 149 waren: zoodat alle de productenby elk- '< ' anderen geaddeerd de fom geven van het geheele product. 4 e . GEVAL. Wanneer het laatfte ge- talmerk , of eenigen der laatfte getal- merken, van den multiplicator of vaji het multiplicandum , nullen zyn. Men wyst aan ? hoe men, in de be- werking, de nullen geheel achterwe- ge late, en achterhet aldus bekomene product, zoovele nullen teplaatfenheb- be, als 'er achter den multiplicator of achter het multiplicandum ftonden. , DEMONSTRATIE. De nullen , op zichzelven geene^aar- de aanduidende, drukten alleen den rang uit der vorige linkfche getalmer- ken : men heeft dan getalmerken ver- meenigvuldigd van zulk een* rang, als de nullen aanduiden; maar in hec product worden diezelfde rangenaange- duidt, door dezelfde nullen te plaat- fen: dus is het gantfche multiplicandum 200 dikmalen by zichzelve geaddeerd, als 'er eenheden in den multiplicator, ;waren. K 3 5; 55 A.VANSOLINGEN, ANTWOORD S*. GEVAL. Wanneer het laatfte ge- tahnerk, of eenige der laatfte getalmer* Jccn , beiden van rnultiplicator en multi- flic andurn , nullen zyn. Men toont, hoe menindebewerking de nullen eerst vemiime enz. en laat yplgen deze DEMONSTRATIE. De nullen van het multiplicandum eft Van den multlplicator toonen de ran- gen aan der eenheden die men ber .werkt heeft. Om nil in het product eenheden te erlangen van dienzelfden rang als men bewerkt heeft, behooren die rangen te worden uitgedrukt. Maar elke nul duidt een' rang aan der bewerkte eenheden : derhalve moeten 'er ^oo vele nullen, als 'er achter het multiplicandum en achter den fnultiplicator ftaan, famen achter het product gevoegd worden. Na wederom een genoegfaam ge* tal yoorbeelden ter beoefening en be- werking te hebben opgegeven: gaat jjien Qyer tot de andere manier; waar- op OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. op een getal kan verminderd worden. Men zal namenlyk doen zien: dat de natuur der divifie hierin befta, om Jietzelfde getal verfcheide malen van een ander getal af te trejcken: doch dat men, om de grootheid dezer be- werking te verminderen , eene andere manier uitgedacht heeft , waardoor die meenigvuldige aftrekkingen merk- lyk bekort worden. De natuur der divifie doetzien, welk de uitflagvan derzelver be.werking zy: namenlyk, zoo dikmaal men hetzelf- de getal van een ander heeft afge- trokken , zoo dikmaal word het daar- in vervat: derhalve, na de beteekenis der kunsttermen tehebben opgegeven, moet het blyken, dat de quotient zoo dikmalen in" het dividendum vervat is, als 'er eenheden in den divifor zyn. IV e . VR A A GST UK, Aan te wyzen, hoe dikwyls een w getal van een ander kan worden af- getrokken ; of een getal verfcheide malen van een ander af te trekken: w door middel van die bewerking, wel* ^ ke men diyifit noemt''? K 4 i e . ! 55 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD i e . GEVAL. Wanneer de 'divifor en het dividendum elk maar een getalmerk hebben. Men toont hoe men in de multiple catie een getal zoekt, dat met den divi- vermeenigvuldigd gelyk zoude zyn aan het dividendum ; eu men zegt dat dit de quotient is. DEMQNSTRATIE. Dewyl de^^/Vf2/aanduidt, ho.eveel- jnalen de divifor in het dividendum ver- vat is ; zoo moet de divifor zooveel- malen genomen, als de quotient aan- gelyk zyn aan het dividendum. G E V O L Q. Hieruit volgt, dat de proef eener goede dwijie is de. gelykheid van het dividendum aan het product van den di- yifor met den quotient. 2 e . GEVAL. Wanneer beiden, zoo divi- Jor als dividendum, of wel het dividendum alleen, rneer dan een getalmerk heeft. Men geeft de bewerking leerftellig op , ?u men voert die uit voor het oog r met OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 153 met in achtneming van de verfchillen- de afperkingen der eerfte getalmer* ken , naargelang die van hztdividendum grooter of kleiner zyn , dan die van den divifor: tevens aanduidende, hoe men elk getalmerk van den quotient vinde; door een getal te zoeken, dat gemultipliceerd met den divifor *t naast by het afgeperkte getal van het divi- dendutn kome; en men eindelyk door meenigvuldige aftrekkingen den gant-, fchen quotient bekome. Men neemt de proef als gezegd is: en men laat volgen deze DEMONSTRATIE. Dezebewerkingisgeeneandere, dart die, waarin ik den divifor telkens een* maal van het dividendum aftrek: zy is al- leen verkort : want , in plaats van den divifor telkens eenmaal af te trekken , 5500 trek ik hem nu telkens meeni^ma^ len van het dividendum ; en wel zoo meenigmaal tot dat hy van het dividen* dum niet meer kan worden afgetrok- ken: maar deze meenigmalige af- trekkingen zyn niet dan verfcheide een~ mallge aftrekkingen faamgenomen: K 5 PUS 154 A. VAN SOUNGEN, ANTWOORD Dus heb ik, fchoon op eene verkorte nrnnier , hetzelfde gedaan , als of ik den divifor telkens eenmaal van hec dwidendum had afgetrokken. Uitdit voorftel kunnen verfcheide ge* volgen worden afgeleidt: zoo met be- trekjcing op de meenigte van getalmer- ken in den quotient ; de proeve der mul~ iiplicatie : als op de verfchillende verkor- tingen, waarvoor de divijie vatbaar is, wanneer namelyk, zoo wel in den divifor als hetdividendum , of in een van beiden , de achterfle getalmerken nullen zyn. Wanneer de divifor in het dividen* 'dum niet opgaat, zoo houdt men ali~ quotifche deelen over van zulke een- heden , welken in den quotient warden uitgedrukt; en men verkrygt, volgens het boven opgegeveng, eene breuk, Na dan tlvorens eene genoegfame fneenigte voorbeelden te hebben op- gegevenvande^Vf/?^: volgen in deor- -de eenige iheoremata over de eenzelvig- heid van breuken , die op verfchillen- lende wyzen worden uitgedrukt: met ^anduiding der reden, waarom zulke breuken^ van verfchUlende uitdrukkin- gen OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK, 155 gen, waarlyk dezelfde getallen zyn: op de waarheid van welke theorema* ta de mogelykheid berust van breu- ken te verkleinen: welke bewerking in kleine breuken zeer gemaklyk ge- fchiedt,om datmen welhaast eengetal vindt, dat beiden noemer en teller ge* lyklyk deelt: maar deze bewerking gefchiedt niet zoo oogenbliklyk en ge- maklyk, wanneer de breuk groot is; n dewylhet, evenwel, in forekenkunde van een uitftekend gewichtis om breu- ken zoo veel mogelyk te verkleinen , naardien men alsdan zoo veel minder getalmerken met elkanderen behoeft te vergelyken : zoo is het van belang , dat men een' algemeenen regel hebbe uit- gedacht, otn den gemeenen , en wel den grootften, deeler van teller en noemer te vinden. - V? VRAAGSTUK. Den grootften deeler te vindenj J, die aan twee getallen gem een is". Deel het grootere getal door het klei- riere: en, zoo 'er iets overfchiet, deel daardoor den voorgaanden deeler; we- lets overfchietende , deelaltoos A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD door het laatfte overfchot deft even- -voorgaanden deeler, en vervolg zulks zoolang, tot dat de dealing eindelyk effen opga, al ware het door de een- heid: alsdan is de laatfte deeler het grootfte getal, door 't welke, zoo tel- ler als noemer, juist deelbaarzyn [>]. DEMONSTRATIE. Dewyl de multiplicatie niets anders is, dan eene meermalen herhaalde ad- ditie van 't zelfde getal by zichzelve: 200 volgt hieruit, datzeker^//^/, dat door een' deeler deelbaaris, door dien deeler deelbaar blyve, hoe dikmalen ook dat deeltal genomen word : daar- om zal de onderfte deeler , die bevon- den is het onderfte deeltal te deelen, ook het vorige deeltal deelen; dewyl dat vorige deeltal niets anders is dan het qnderfte deeltal^ eeriigemalen (of een- maal) genomen , met byvoeging van bet .fiverfcbot: maar het overfchot was gelyk aan den onderften deeler zelve; derhalven deelt de onderfte deeler , ook in den voorgaandenregel,fcet^//^/, den dee* \e\ Verhandclingen van het ZEEUWSCHE GENOOT- SCUAP, /. Deel, bladz.. 307. OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENKl deeler en h.et overfchot. Deze reden- kaveling nu kan op alle de regels wor- den toegepast; en daarom is deonder^ fie defler de deeler van alien. Nopens de mooglykheid om breu- ken' te verkleinen , sal men opgeven de natuur der onderttnge en volftrek- te prim- of eerfte getallen (van wel- ken men de eerstgemelden ook on~ derlirig onverkleinbaar kan noemen:) dewyl breuken, die uit dezen be- ftaan nimmer kunnen verkleind wor- den: 7- dat de eerften geen' anderert onderlingen deeler dan de eenheid heb-i ben; dat de laatften nimmer door eenig fetal dan door de eenheid of zichzelve unnen gedeeld worden : - dat men nog geen' regel hebbe uitgevonden om de volftrekte primget alien dadelyk te be- palen , dewyl men niet geflaagd is orn eenige maat van derzelver onderlinge. tetrekkingen te ontdekken: dat men; dus niet anders kan doen, dan zoeken welken de getallen zyn, die volftrekt geen' anderen deeler hebben dan de een- heid:- doch dat men, om te zien of breu- ken kunnen verkleind worden, (dat is, om te weten, of twee getallen ook on~ derling door denzelfden deeler kunnen 1 58 A. VANSOLINGEN, ANTWOORD gedeeld worden) eene doorgaande kunstbewerking uitgedacht heeft, wel- ke beftaat in het vinden van alle de moogiyke deelers van een getal. Wan- neer men dan alle de moogiyke dee- lers van het grootfte gevonden heeft ; en het kleinfte getal dier breuk onder alle die moogiyke deelers niet gevon* den word: dan is de breuk niet ver- klein* /]" Offehoon men, door nmldel der bewerking in de oplosfing van dit VRAAGSTUK voorgefteld , alle de moogiyke deelers van een getal .vinden kan : zoiideJ' echter de grootemoeite, die door verfcheidemalen her- haalde deelingcn van een getal verwekt word , mer- kelyk verminderen, indieil de rekenkundigen voorzicii tvaren van tafeleii der pRiMgefa/Ien , die' op zulk eene manier behoorden te zyn toebereidt, als tot nog toe door niemand in 't lic-ht gegeven is. Daar het namenlyk een vry lastig en vervelend werk is , orri (voor zeer groote getallen van eenige duizenden) door toctlen en zoeken op te fporen , of een gegeven ge- tal ecu prim- dan wel een /'aamgefleld getal zy?'en zoo het faamgeiteld is, welke deszelfs eerfte deelers zyn? (welke vraag nochtans, in de rekenkundej 2eer dikwyls voorkomt :) zoo hebben fommigen zich onledig gehouden , om hiertoe opzetlyk tafels te be- reiden. THOM. BRANCKER heeft, achter zyne Engel- fche vertaiing der Algebra van RHONIUS , gedrukt te London 1668. in 4. zoodanige tafels geplaarsti doch, behalven dat hy van de faamgeftelde getallen allcen de kleinfle deelers , en niet tevens de grootften* aangewezen hebbe, is her gebruik dier tafelen moei- lyk, wegens de druk- en rekenkundige feilen, die in vry groot aantal daarin gevonden worden, ; Doof OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. kleinbaar; en de beide getallen onderlinge primgetallen* VI< VRAAGSTUK: J, Alle de mooglyke deelers van eea getal [/] te vinden". Na de bewerking te hebben opge- geven, hoe men namenlyk 1? heC de ttitvoerige Tafelen Van de ondezlbaate of pri fallen van i. tot 400000. vail A. F. MARCI, Amft* 1772. in 8. , word men welonderricht, datdeoverge- flagene getallen alien faamgeftelde zyn : maar 'er word hi 't geheel geen gewag gemaakt, door welke getal- len die zouden deelbaar wezen^; zoodat men , wanneer het op de vinding der deelers aankomt ^ van nieu\# aan 't wcrk moet. De arbeid dierhalve van j, WOLFRAM, in zyne proeve van een Tafel ter ontlediging der get alien + (zie Verh* der HOLL. MAATSCH. //. D. bladz. 622) zoude belangryker en nuttiger zyn : hoezeer ook al* daar flechts" de kleinfte deeler word opgegeven ; en ook in de fchikking der tafelen zelven verbetering zoude kuiitien vallen: zoo dezelve zich hooger dan tot het gering getal van 6000. had uitgeftrekt. De tafels integendeel die ten algemeenen behoe- ve der rekenkundigen zoaden behooren te worden faamgefteld , zoo zy in he-t toetfen en zoeken eenig gemak zullen toebrengen, behoofen zich ten aller- minften tot 100000. uit te ftrekken. Het zal daarom niet noodig zyn alle getallen uit te drukken: De f vene getallen , en die welkeft met 5. eindigen , kun- nen (om bekende redenen) worden weggelaten: - Dus zullen 'er uit elke 10 ^etalleu flcchts 4. namen- t6o A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD getal , door hetkleinst mooglyke enkel getalmerk, te deelen hebbe; hoe men 2 ' dezedeelingmetde volgende moog- lyke .getalmefken , die met reeds als quotient gevonden zyn , moete voort- zetten; en 3? natehebbendoenopmer- ken, dat nu alle de kleinere deelers en al derzelver quotienten, (die, als dee- lers befchouwd , nu hunnen voormali- gen deeler tot quotient geven,) famen uithfiaken alle de mooglyke deelers: zoo laat men volgen deze P R O E F. Men zet alle de getalmerken , die men als deelers gebruikt heeft, van kleiner tot grooter , naar de rechter hand naast elk- ( r - lyk die met i, 3, 7 5 en 9 eindigen, behoeven be- werkt te worden : 't gene de omilachtigheid der ta- felen merkelyk bekort : eii om niet genoodzaakt te zyn , wanneer de grootfte deeler niet aangetekend word , telkens nietiwe deelingen te doen ; zoo zal deze zoo wel als de kleinfte moeten worden aange- duidt: waardoor men , met ddn' oogopflag , nogmaals deszclfs' deeler in de tafels vinden kan , en daardoor In ftaat gefteld zal worden , om niet alleen te beoordee- len, of een gegeVeli getal een prim- of een faamge- field getal zy; maar ook , om deszelfs eerfte deelers, en (daar het in 't verkleiilen der breuken voornaamlyk op aankomt) alle deszelfs mooglyke deelers met zeei* weinig moeite te kcnncn. OVER DE WIS- NAT. EN TEEKLfiNK. l6t elkanderen op, en onder dezelven de guotienten, vankleiner totgrooter, naar de linkerhand naast elkander: en dus set men deze twee regels zoodanig onder een , dat aan 't begin de grootet deeler onder de kleinfte fta: wanneer nu alle de producten van elk bovenfte getal, met elk onderfte dat onder hem ftaat, aan het gegevene getal gelyk zyn, zoo zal men goed gewerkt heb- ben. Aan deze proef nochtans willen wy geene andere waarde toekennen, dan te zyn eene proef der bewerking: dewyl zy niet voldoende zoude zyn, om te bewyzen, dat men alle de moog- lyke deelers gevonden heeft. DEMONSTRAT1E. Men is van alle de kleinere deelers fceker, dewyl rrien met alle de moog* fyke getalmerken gedeeld heeft. Hierdoor ook van alle de grooten: want, zoo 'er meer grooten overfcho- ten , louden dezen ook andere kleine- renmoeten geven, die reeds alle gevon- den zyn; daarom dan, is men van alle de mooglyke deelers zeker. l6a A. VANSOLINGEN, ANTWOORD Het overfchot van de divijie is een gebrcken getal, wiens natuur, als be- uaande uic aUquotifcbe deelen der een- held, boven opgegeven en ontwikkeld is. Men heeft by verfchillen.de gevolg- trekkingen gezien, dat de gebrokens op dezelfde wys met elkanderen,kun- nen vergeleken worden , als de gehee- le getallen : dit gevolg rustte hi'er- op, dat de tellers akyd -als eenfoor- tige eenheden befchouwd werden; doch dit heeft geene plaats, 200 dik- malen derzelver noemers verfchillen- de zyn. Men zal hiervan de reden duidelyk opgeven, en aantoonen, dat breuken, wier tellers geene gelykfoor- tige eenheden aanduiden ; dat is , die een' verfchilienden noemer hebben ; IA- dien zy met elkanderen sullen vergele- Jken worden, altyd eerst tot denzelf- den noemer behooren gebracht te wor- den : waarna men tot het werk zelve overgaat. VII; VRAAGSTUK. w Breuken, van verfchillende noe- ^ mers, tot een' noemer te brengen > y> qf te reductretf\ I e QE- OVER DE wis- ;NAT, N TEEKENK. 1 63 f*U L r : GEVAL. Breukcn, daarge^negc^ heelcn voorftaan/ tc reduceren. Men gecft de manier op, volgens welkeeen getal gezocht word, waarin alle de noemers opgaan ; ' 'c zy ' derz0- ver algernecn product > of een kleiner 'getal: hoe dit de generate noemer wciV- de ; en alle de tellers voortkomeii me het product van elken teller met dti quotient, die uit de deeling van des- zelfs noemer in den ger&ralen noemer, ontftaat, . DEMONSTRATIE. Men zietbyelke breuk, hoe malen de noemer in den generalen noe* mer opgaat, en zoovelemalen neemC men den teller: waaruit blykt^ dat in de reductie beiden teller en noemer door hetzelfde getal gemuUipHceerd worden: maar dewyl de waarde vin eene break niet verandert, mits tel- ler en noemer door hetzelfde getal gemultipliceerd worden ; zoo blykt , da: deze reductie niets in den aard d.fei* breuken verandere/ ; GEVAL* Om L 3 ge- 164 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD geheelen voorftaan, ('tgenegemengde getallen genoemd wbrden,) te reduceren. Menwyst aan, hoe men de geheelen door de multiplicatie van den noemer tot zulke aliquotijche deelen make, als de noemer aanduidt; en hoe men als- dan de bewerking, gelyk in 'teerfte ge- yal, volvoere. DEMONSTRATE. De geheelen veranderen niets in de conjtructie en demon/iratie van 't i e ge- val: dewylmen, de geheelen tot zuike tiliquotiftbe gedeeltens der eenheid ge- maakt hebbende, als de noemer aan- duidt , en den teller daarby gead- deerd hebbende, verfchillende breu- kcn erlangt, waarvan de tellers tel- ' kens aanduiden , hoe vele aliquotifcbe deelen der eenheid men hebbe, waar- van de waarde door den noemer yord uitgedrukt. Alle de breuken, die men heeft, tot een' noemer ge- bracht zynde, 200 blykt het, dat dezelven door de additie en fubtractle kunnen vermeerderd en verminderd word en, als duidende derzelver tel- lers alien eenfoortige grootheden aan. In OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. In de (zoogenaamde) muhipUcatie in 't gebroken zal de grootheid ook ver- meerderen , wanneer men de breuk met een geheel multipliceert, cm dat men, na alleen den teller met dat ge- tal gemultlphceerd te hebben, de breuk 200 dikmalen erlangt ais 'er eenhe- den in den muhiplicator zyn. Doch ge- heel anders is 't gelegen , wanneer men breuken met breuken vermeenig- vuldigt) of, om rechtmatiger te fpre- ken , wanneer men breuken met elk- anderen vermengt: dan word de groot* hwid waarlyk verminderd, om dat (daar de muUlplicator minder dan de eenheid is) het multiplicandum flechts zoov^elemalen genomen word, als 'er al.quotifcbe deelen van de eenheid in den muhiplicator zyn. Dit heeft plaats , 't zy het multiplicandum uit gebrokens alleen beita , 't zy het een gemengd getal mocht wezen : maar wan neer de multiplicator een gemengd ge- tal is , dan zil het multiplicandum door de Jnultiplicatie metterdaad ver- meerderd worden , voor zooverre 'er geheelen in den multiplicator zyn; en verminderd, voor zooverre daarin be okens zyn. L 3 y x TOO A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD Uit deze grondbeginfels , welken (fchoon hier reeds naauwkeurig te;r iieder gefteld) bevorens duidelyk be- hooren opgehelderd te worden, on\ dat zy. den aard en het onderfcheid cier muUiplicatle in 't gebroken, met geheelen engebrokens., aanduiden: uitdezegrondbegmfels^ zegik 7 waaruit reeds Week, als een i e GEVAL: dat eene breuk , door ge- beelen genMltipliceerd) alleen deszelfs teller met het geheel behoort gemul- tipliceerd te worden; blykt ook te* vens; hoe in het 2^ GEVAL: wanneer breuken met breuken gemultipliccerd worden , de teller door den teller, en de noemer coor den noemer, ook Bonder redu* Ctie, kan gernultipliceerd worden : om dat het multiplicandum , zoo velemalen enomen, als'er aliquot if ch e ^^n van e eenheid in den multiplicatvr zyn j het multipUcandum zoo vele malen moet verkleind worden, als de allqufa tifcbe deelen van den multiplicator uit- drukken: waarin geene verandering fcpmt; wanneer, in het 3 e . OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. I 67 3 P . GEVAL: het muhiplicafidum een gemengd getal is: ofwanneer, in 4 e GEVAL : beiden het multiplicandum en de multipticator gemengde getallen zyn: om dat, volgens de reductie , de gemengde getallen tot gebrokens kun- nen gereduceerd worden, en dan da bewerking dezelfde blyft. VHP VRAAGSTUK. Breuken door elkanderen te deq l^n" ic.a . Men toont in de conftructie, dat men flechts den teller en den noemer van den divifor hebbe om te keeren, eii voorts te werk te gaan als in de multi- plicatie: dat men alsdan voor quo* Hem bekomen zal , het product der tel- lers met de tellers, gedeeld door het product der noemers met de noe- mers. DEMONSTRAT1E. Indeze bewerking worden, met ach- terkting des gemeenen noemers , de- zelfde getallen met elkaaderen vermee- L 4 1 68 A. VAN SOUNGEN, ANTWOORD nigvuldigd, die onderling zouden zyn gemultipliceerd, indien men de breu- ken tot eenen noemer gereduseerd had. Daarom leveren deze product en tel* Jers op van gelyknamige b'reuken: die, door eikanderengedeeld, hetgevraag- de antwoord geven. Om de omflachtigheid te vermyden, welke telkens ontltaan zoude , wan- neer men groote breuken van verfchil- lenden noemer met elkanderen moet vergelyken: maakt men gebruik van eenfoortige breuken , welke alien de tiendens tot noemer hebben; en wel- ken derhalve, voorzien met dezelfde -eigenfchappen als de geheele getal- len , veel gemaklyker met elkanderen kunnen vergeleken worden. Deze jioemt men declmale breuken. Men wyst de manier aan, waarop Tnen dezelven fchryft; en tevens het leerfluk vanderzelvernatuur. Men zal namenlyk uitbreiden , hoe een getal- merk eener declmale breuk, even als in de geheelqn , telkens naar de rechte- hand tienmaal kleinder is , dan het yorige linkfche: hoe 1 t cerfte getai- nierk OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 1 69 merk een teller van tienen ; het twee- de van honderden ; enz. is : hoe men den noemer geheel weglate; en eene nul zette, daar geene eenheden van dien rang zyn: hoe men vervolgens de geheelen door eene ftip affcheide^ en eene nul plaatfe met eene ftip, zoo 'er geene geheelen zyn: waarna men, overgaat tot de overbrenging van ge* wone breuken tot decimalen. IX* VRAAGSTUK: Gewone breuken tot tientallige i, breuken te maken". Men wyst in de conflructie aan, hoe men den teller door byvoeging van eenige nullen aan de rechtehand ver- meenigvaldige , en dus de gedaante van een decimaal getal geve; vervol- gens door den noemer deele, en neder- mte, zoo als boven is opgegeven. DEMONSTRATE. Men toont aan, dat men hier niets Anders doet, dan (by verkorting) bei- den teller en noemer door 't zelfdc getal te multipticeren , en daarna.te di- 176 A. VAN SOLINOEN, ANTWOdRD \f\deren\ - maar de waarde van eene breuk verandert niet, wanneer men beiden teller en noemer door 't zelkle getal multipticeert ofdivideert : der hal- ve is de breuk regehnatig tot eene decimate breuk overgebracht. Wanneer de noemer, gedeeld in fleti vermeenigvuldigden teller, niet op- gaat, zoo voegt men zoo lang zoo- vele rrullen by den teller, tot dat Let overfchot gering genoeg is oiu. ver- waarioost te kunnen wofden: waar- uit blykt, dat hoe uitgeilrekter men eene decimate breuk neemt, hoenaauw- keuriger men deszeifs gelyklleid aan feene gemeene breuk verkryge. Dewyl in de decimalen elke linkfche cyfer, tienmaal meer waarde hecft, dan de vorige rechtfche, zoowel als de geheelen die door eene (Up van de breuken zyn afgefcheiden : zoo blykt het, dat derzelver bewerkingin odditie enfubtractie volftrekt dezelfde is als in geheele getallen ; zonder zelfs eeni- ge acht te geven op de ftip, die de geheelen van de breuken affcheidt: inids men zorg drage otn dezelve in de fom, of in het overfchot, onder ftippen te plaatfen, wdfcfn ^ieh in de OVER DE \VIS- NAT. EN TEEKENK. 171 de getallen bevonden , die men adde- ten of aftrekken moest: en zoo in de fubtracti? her bovenfte getal minder ge- talrnerken heeft, dan het onderfte: 200 kan men het met nullen aanvul- len , of als aahgevuld zich voorftellen ; dewyl nullen van achter geplaat^t de waarde der breuk niet veranderen. - X^ VRAAGSTUK. J, Decimafcri te vermeenigvuldigen": Men geeft de manier op > volgens wel- ke de affnyding gefchiedt ; en hoe men te werk gaat, wanneer in het product minder getalmerken zyn$ dan afgefne- den geheelen in het multiplicandum en in den multipUcator. D EMONSTRATIE. ' De genoegfame rede dier affording is hierop gegrondt: dat men in de be- werking de decimahn als geheelen be- fchoud heeft : zoo dan het multiplicand dum en de multipUcator elk een getal- merk van geheelen byzichhebben, en men de gantfche breuk 'kls geheelen 172 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD aanmerkt, zoo word hetgetal (als ge- heel befchdud) tienmaal grooter dan het waarlyk is; 2:00 ook de multiplier tor: en wanneer meneengetal, ckt tienmaal te groot is, met een ar.der vermeenigvuldigt, dat ook tienmaai te groot is , ^oo krygt men een product cat honderdmaal'te groot' is. Men moet die product dan honderdmaal vcr- kleinen, 't gene gefchiedt door mid- del van de afperking, die de twee voorfte getalmerken tot geheelen ihaakt: maar elk getalmerk , dat in fatmultiplkandum, of in den mubiplica- tor' 9 meervoor de afperking ftaat, ver- meerdert de waarde van zyn getal nog eens tienmaal; het product derhalve nioet dan ook alwederotn die verklei- ningondergaan: waaruit blykt, dat men van, het product zoo vele getalmer- ken moet affnyden, als 9 er, beidenin het multiplicandum en in den multiplicator , afgeperkte getalmerken van geheelen .zyn: en dezelfde reden waar zynde, wanneer hiertoe in het product geen genoegfame meenigte van getalmerken voofhanden is, zoo moet men zoo yelc nullen vooraf zetten, als 'erge- tal- OVER DE wis- NAT. EN T^KJENK; 173 talmerken tekortkomen, welkenver- cischt worden om de waarde der cimalen zelve uit te drukken. Xf; VRAAGSTUK; J, DecitnaUn te deelen". Men geeft de manier der gewone dee- ling op; gelykook die der affchrabbing. DEMONSTR4TIE. Op de afperking geeii acht geven^ de, worden dividendum en divifar bei- den te groot genomen: dus, wanneer ? er evenvele getalmerken van geheelen inbeidenzyn, en elk tietlmaal te groot word aangemerkt, behoeft 'er geen affnyding te gefchieden; dewyl de quotient, die tienmaal te groot is, nu fcyne rechte waarde krygt, als ver- kteind wordende door een' divifor, die ook tienmaal te groot is. Eene gelyke hoeveelheid van getalmerken in bei- den , geeft dan aan den quotient zyne rechte waarde: waaruitblykt, datde ' quotient zoo veel groover is dan hy ^yn moet, als 'er meer getalmerken in het dwidtndum dan in den di- 1-74 A. VAN SOLINGEN, i' -*- ;, pm dat, 200 dikwyls dcze in ^hoeveelheid van getalmerkea te kort fchiet, hy ook zoo dikwyls te kort fchiet in"het evenredig verkleinen van den quotient* G E V O L Q, v-r. i , Hieruit volgt, dat wanneer 'er gcene ^etalmerken'van geheelen in den divi- Jor zyn , van den quotient zoovelen moeten afgefneden worden , als 'er in het dividendum. zyn; en zyn 'er in 9 t ge- heel geenenin het dividendum, dat men voor den quotient zoovele nullen moet ^etten, als 'er afgeperkte geheelen in den divifor zyn : om dat de quotient evenredig zooveel verkleind moet wor- dehj als d^ dwifor te groot genomen is, toen men met denzeiven, zonder .achtgeving op de afperking^ werkte. Naaldus het.leerftukder decimalentt ' hebbenafgehandeld, zalmen overgaan tot dat der verichiliende machten van de getallen : en aantoonen , door weir ke fnubiplicatien het vierkante getal; teerlingstal; en de hoogere machten worden; en vervolgens, door wel OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. ITS welke manier van verdeelingen het wortelgetal teerlingsgetal ; enz. gevoa- den worden. Xm VRAAGSTUR Het worteltal van e yierkant getal te vinden". Na de conftruetie opgegeven, fee* werkt, en door de proef getoond tq hebben, dat de gevonde wortcl, me? zich zelve vermeenigvuldigd, gelykb aan het gegevene vierkant get,al: Iaa5 men volgen deze DEMONSTRATES. ; ' Zoo een vierkant getal in zichbefloot de vierkanten der deelen , en het dub* bel der deelen met elkanderen vermee-* nigvuldigd , zoo zoude 4e regel goed zyn: dewyl de conftructie toont, da{ l?ien vo]gens deze eigenfchap te werfe is gegaan. JVlaar een vierkant getal befluit ini ^^ch enz. (blykende uit dp cQnftructje:} Ergo! XIII; y 176 A. VAN SOLINGEN, ANTWOQRD VRAAGSTUK. J, Den teerlingswortel van een teer Hngsgetal te trekken. Na de coriftructie volgt deze DEMONSTRATIE. Zoo een teerlingsgetalbeflaat uitde teerlingen der deelen , benevens de ^f/^- dratenvzn elk deel, vermeenigvuldigd met het andere deel , ieder driemaal ge- ftomen, zoo isde regel goed. Maarhet teerlingsgetal beftaat enz. Ergo! Na een genoegfaam getal voorbeel- den van vierkante en teerlingswortel- trekkingen te hebben opgegeven : kau men by rechtmatige gevolgtrekkingen i- 10 de getallen tot zulke bewerkin- gen leeren or diner en: 2? de leer der genituren ontwik- kelen, en die van de hoogere machten in 9 t algemeen: hiertoe gebruik makende van de tafel der genituren^ Zoo als dezelve by een' ouden en voor- trefFelykenrekenkundigen, H. BEG^RAAF (Beinfelen der telkonst, 1662* bladz* 138.) is opgegeven, en die door nie- mand DE WIS- NAT. EN TEEKENK. mand der lateren, 200 verre i Bierin is naargevolgd: 3<; de eigenfchappeh der wbftel- tallen; derzelver verkorte uittrekkin- gen, die fomtyds mooglyk zyh; die der breuken ; eh de verfchillehde proe- ven die op de bewerkiugen te nemeii 2yn. Deze alien zyn zoo vele rechtmati- gegevblgeh: welken de n.atuur der ge- tallen van hoogere machten, op eene eenvoiidige en zeer gemaklyke wys , aau het verftand brengon. Tot dus ver ^yn de vier regels der Rekenkunde alleen toegepast op de ver- gelyking der getallen met de eenheid. Eer wy hu tot de vergelyking van meer getallen met elkanderen over- gaan: waartde men met de leer der even- redigen zal behooren fe beginnen: merk ik eerst aan : dat, uit de 1 3 . gemelde vraagftukken , nieenigvuldige eigen- fchapperi der getallen kunnen worden afgeleidt. Het getal 9. munt hierin bo- yen alle andere getallen uit. In het Hoofdftuk over de omgekeerde idling van gemelden DE GRAAF(dien men niet dikwyls genoeg kan aanhalen) wof- den vele eigenfchappen afgeleidt , Xr. DEEL M wel- 178 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD (te gelyk met de gevolgen, die by uit de vier regels voorftelt,) in ze- kere, meer regelmatige, en verdaanba- re orde gefchikt, als gevolgen kunnen worden voorgefteld : welken , gegrondt op de 13. gemelde vraagdukken , de gantfche natuur der rekenkunde , op de vergelyking van twee getallen met elkandcr toegepast, in een heldef dag- licht ftellen ; en den leerlingen het be- gripi <&n de bewerking , van hoogere ge- deeltens der rekenkunde zeer gemnklyk maken. Na deze vier regels, door etlykc voorbeelden, op de oefening der Jpe- ci'en en de redact ie der getallen, en op de tfj/tfrekening , te bebben toege- past: kan men veilig overgaan tot het leerftuk over de rede der getallen r waarin de denkbeelden der aritbmeti- fcbe en geometrifche rede ; derzeiver pro- gre^jlen^ en de benamingen der voor~ gaande en volgende termen uitgedrukt, met voorbeelden opgehelderd^en zelfe 6p voorafgaande kundigheden toege- past wordeh: hoe by voorbeeld het verkleinen der gebrokens op de eigen- fchappen der geometrifche redeberuste: Hierop volgt het leerftuk der DE WiS- NAT. proportion (evenredigheden) : de ma- nier waarop dezelven gefchreven wor- den : de reekfen dcr evenredigheden t en eindelyk het algemeene grondbe- ginfel, waarop alle de eigenfchappeit der proportien berusteni dat namen- lyk welk eene verandering men ook ^ in eene proportie make, rnits de^el- ve op gelyke wys gefchiede in d& ,> twee termen, die in dezelfde be-* j, trekking ftaan (homologe termeti)} hierdoor geene verandering hoege- ^ naamd in de propGrtien gemaakfi worde: zoo dat alsdan ook de uit- komften altyd proportioned zullett zyn 3 '. Uit dit grondbeginfel worden alle de eigenfchappen der proportien afgeleidt: dat byvoorbeeld de proper* tie dezelfde blyve, zoo alle vief de termen gemultipliceerd worden doo? de vier termen van eeneandereprIGEN ZOO dik- malen voorkomt; lengte en breedte; opflaande waren met derzelver pro- duct en voor denzelfden prys; en in woord, alle zulke meenigvuldige l8<5 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD andere oorzaken, tegen derzelver ef- fect en met elkanderen moet vergelyken , diekleiner worden, naar mate derzelver izitwerkfels vergrooten: enomgekeerd. Zoo dikwyls twee werkende oor- zaken met elkanderen vergeleken wor- den, en beiden faamgefteld zyn met ccne of meer oorzaken , die met haar famenwerken om een effect voort te brengen: zoo word de rede, welke tusfchen deze beide famengeftelde oorzaken plaats heeft, faamgeftelde rede genoemd : en zy is 9 t inderdaad. XV^. VRAAGSTUK. \ y De faamgeftelde rede te vinden J, tusfchen twee oorzaken, met wel- ker werking verfcheidene andere oorzaken medewerken, om bet ef- feet voort te brengen". CONSTRUCTIB. Schijc alle de oorzaken , die famen een bekend effect voortbrengen, aan de eene zyde van de kolom: zet der- gelver bekend ejfect aan de andere zy- de OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 187 de der kolom: en de oorzaken die fe- menwerken om het onbekende effect voort te brengen, aan denzeliden kant daarhet bekende effect voorkomk Verklein de getalien wederzydsch , volgens den ALGEMEENEN REGEL (van BARTJENS), waarmcde men in kolomr men werkt. Vermeenigvuldig alle de getalien aan elke zyde der kolom door elkanderen. Deel het product van die kolom, waarin de oorzaken van het onbekende effect ftaan, door het product van die kolom, waarin de oorzaken van het bekende effect Itaan. Deze quotient zal gelyk zyn aan het gevraagde of onbekende effect. DEMQNSTR4T1E. Ontbind het voorftel in eenvoudi- ge regels van drieen: op de volgende wys. Zoo eene der famenflellende oorza- ken gaf het bekende effect: wat zoude het effect zyn van de andere gelykna- mige famenftellende oorzaak? en: de volgende famenflellende oor- gaf, het 200 even laatst gevon- 1 88 A. VAN SOL1NGEN,* ANTWOORD clene effect: wat zoude het effect zyn van de andere gelyknamige famenftellen- de oorzaak ? Dit antwoord zal evenzeer het ge- yraagde beantwoorden. Plaats deze twee redens onder elk- ander, en multipliceer elken term der bovenfte rede, door deszelfs onder- ilaanden term in de onderfte rede, Zet de rede, die uit deze product en isvoortgekomeninkolommen; en men 2al bevinden niets anders te hebben uitgevoerd dan de famenftellende oor* zaken door elkanderen temultipliceren: derhalve is de conftructie goed. Deze regel word gemeenlyk REGEL VAN VYVEN genaamd: orn dat, wan^ neer elk der werkende oorzaken door eene andere werkende oorzaak is fa- mengefteld, 'er alsdan vyf bekendeter- men zyn: doch men merkt, dat ook deze regel de regel van zevenen , nege- nen, dertigen enz. zoude kunnen ge- naamd worden ; naar mate het getal der werkende oorzaken het getal der bekende termen meerder maakt: bly- yende de bewerking alleszins iezelfde. Op dezen regel berusten verfcheide MKENINGEN VAN INTEREST OF GEWIN: OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENlt. waarin de bekende winst, welke men met een bekend kapitaal doet in een* bekenden tyd, vergeleken word met de onbekende winst, welke men met een ander bekend kapitaal in een' anderem bekenden tyd doet. De REKENING VAN WINSTGEWIN , o INTEREST OP INTEREST, word door een- voudige regels van drieen bewerkk Zoo de tyden dezelfden zyn , heeft men niets anaers te doen, dan de winst by het kapitaal te adder en, en derzelvet fom in eene volgende/>r0p0r//arsecne werkende oorzaak neder te zetten. Om nu den omflag van zulk eene reeks van proportien te ontgaan, heeft men to.t gemak der beoefenaren tafels ge^, maakt van winstgewin of interest op interest: maar, indien de tyden ver-, fchillen, behoort ook deze rekening tot den famengeftelden regel van drieen; welke (by voorbeeld) in dit, en alle diergelyke, gevallen te pas komtr als namelyk een bekend kapitaal in een* bekenden tydgeeft eene bekende winst: hoeveel zal de tyd zyn , waarin een be- kend kapitaal , met deszelfs winstge-" win, een' bekenden interest, op interest heb- XpO A. VAN SOLtNGEN, Bebbe voortgebracht. Zie BARTJENS fekening van interest op interest^ fom 1 2. Zoo ook behoprt tot dezen regel de MANGELING MET TYD. De eenvOU- dige MANGELING, \ iy waar tegen waar; of tegen waar met geld: word door den eenvoudigen regel van drieen opgelost: * maar zoo de prys met tyd faamgefteld is , vefkrygt men eene faamgeftelde werkende oorzaak, Om dan op een bekend kapitaal, in een^be- kenden tyd, eenbekend&*p/ta#/te win- nen^ ( 9 t gene by \ eerfte kapitaal gead- decrd de hoogte aanduidt, waarop de tyaar in mangeling behoort gefteld te worden;) ert eene^andere waar daarte- gen op gelyke mangeling te ftellen: zal men de beide inkoops^p/V^w, en den tyd waarin deze hunne winst by inangeiing bezorgen moeten, met elk- anderen door den faamgeftelden regel van drieen vergdyken, en de gevonde winst daarby adderen , om de waar op gelyke mangeling te ftellen. En, evengelyk in het 14^ Vraag- fluk, het vierde proportionaal gevonden werd door den orngekeerden regel van drieen: zoo zal ook,' wanneer de OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. Ipl effecten der famenflellende oorzakent toenemen, naar mate die oorzakeH afnemen; en omgekeerd: deom- gekeerde famengeftelde regel van drieen te pas komen: waarin, op ge- lyke wys, en oin dezelfde reden, de termen worden omgekeerd. Dewyt 'er nu niet zelden vyf bekende ter- men zyn, 200 word deze regel dc OMGEKEERDE REGEL VAN VYVEH ge- noemd: kunnende dezelve ook, naar mate van het getal der bekende ter- men, omgekeerde regel van 7. 9. enzj genoemd worden. Ook komt deze regel niet zelden in de mangeling tc pas, wanneei* de tyd in aanmerking komt: dewyl de winften gelyk zynde, het grootfte kapitaal altyd den minfteri tyd zal kunnen ukgezet worden. Zic BARTJENS, Mangeling met tyd, fotn 2. Zeer dikwyls komt deze regel in de KASSIEKSREKENING te pas: waafiu het veelmalen voorkomt, dat het ge- bruik van verfchillende geldeninver- fchillende tyden met elkanderenverge^ leken word : zoo ook in de WENST EN VERILIES MET TYD : als 9 eT naar ka- pitaal of tyd gevraagd word. Word ^er naar &ap//fl#/gevraagd ; zoo ftelt men het A. VAN SQLINGEN, ANTVVOORD s. bet kapitaaL'm~'.t midden, en den tyd yerkeerd : en word 'er naar tyd ge- vraagd, zoofleltmen den tyd in 't mid- den, en het&ip/tatf/verkeerd. Met een, woord, in alle gevallen , daar de eenvoii- dige omgekeerde regel van drieen te pas komt, en daar de oorzaken pf'effecten op verfchillende wys zyn faamgefteld. ^ Zoo dikwyls verfcheide perfo.b- r.en eenig geld famenleggen, om faam te handelen, met oogmerk om de winst, naar evenredigheid der door elk uitgelegde fom , te verdeelen : inaakt men georuik van de GEZEL- SCHAPSREKENING : om de verfchillen- de deelen der winst , of van het verlies * te vinden, dieaanelk hoofdvoorhoofd; toekomen. XVI; VRAAGSTUK. . ^ De rede te vinden van elks winst ^ en verlies, wanneer een gezelfchap v .*inet zekere algemeene fom gehan- , C O N S T R U C T I E; r 'Addeer den gantfchen inleg by eik- ~ 6VR BE WIS- NAT. EN TEEKEN& ander- en maak voor ieders deel de volgende proportie. De gantfche inleg: tot de gantfche winst = elks byzondere inleg: tdt elks byzondere winst of verlies. DEMONSTRATIE. Wanneer men de bfetrekkirtg wif, Veten, welke ieders byzandere winsc bf verlies op ieders byzonderen inleg heeft, in evenredigheid van de alge- meene winst of verlies op den alge- moenen inleg: zoo begeert men niets ander6 te weten, dan een vierde pro- portionaal der drie bekende termen: algemeenen inleg ; algemeene winst of verlies; en byzonderen inleg: maar volgens de con/lruclie zyn de vier ter- meri in eene goede evenredigheid ge- 2et; dewyl de bbmologe termen, van inleg met inleg, en winst met inleg, elk aan de tegenovergeftelde zyde der ko- lom geplaatst worden : derhalve is de conftructie goed. Op deze rekening berust de gant- fche rekening der FACTORY: dewyl de winst, welke een factoor geniet, te voren bedongen word te zullen zyn zr. D&&L. N naar 194 A. VAN SOLINGEN, ANTWOORD naar evenredigheid van een gedeel- te des geheelen kapitaals; weshalve men, dit gedeeltevoordeninlegdes/ii- tf00rr gerekend zynde, deszelfs/itfMw- loon volgens de gezelfchapsrekening vinden zal. Zoo word ook in de VEEWEIDING de hoeveelheid, die elk in het land betalen zal, berekend vol- gens het genot, dat hy, naar 't getal der beesten, we&en voor ieders hoofd weiden, van het land heeft. Op dezen regel van gezelfchap be- rust ook het gantfche leerfluk van den zoo beroemden regel van ALLIGATIE : waarin de verfchillen van elk fyns in een metaal tot de hoegrootheid van het fyn, ^tgenemen begeert, een gezelfchap uitmaken, waarvan elk het zyne toe- brengt om het begeerde fyn uit te leveren. De vraag is dan, hoeveel men van elk nemen moete, om het be- geerde geheele fyn te verkrygen? en men antwoordt: de fom der verfchil- len geeft het geheele fyn ; hoeveel fyn geeftieder verfchil? Elk begrypt, dat ook deze reke- ning van gezelfchap famengefteld kan voorkomen: als by voorbeeld door den tyd; dewyl ieder zooveel meer in OVER i> WIS- NAT. fctt f EfifeEMfc* in de winst behoort te deelen* Mar tnate zyn geld langer gewerkt heeft: en zoo ook het land zal behooren be- taald te worden> tiaaf mate het ge- bruik (dat is het getal det beesten, faamgefteld met den tyd welken zy geweidt hebben) grooter is: in welk eval men zich vaii den famengeftel- en rogel van drie6n bedienen zal : wordende alsdan elke inleg gemylti* pliceerd door deil tyd y waarin de inge* legde fom gewerkt heeft. Wyders dientte worden aangeriierktt dat men dezen regel merkelyk bekor- ; ten zal, wanneer men de product en ^ die uit elk kapltaal met tyd &yn voortgekomeh , door gelyke getallea deelt: dewyl men hierdoor met klei- nere getallen werkt; eil tevens weet* dat de evenfedigheid niet veranderd vorde, wanneer men homologe termeiX door gelyke getallen deelt Het blykt ook uit het vo orgaande : dat men, zoowel als elks aandeel in de .winst of het veflies; zoo ook, de drice Overigen (en in deli famengeftelden re- gel de vyf ovorigen) bekend zynde > een* van de andere termen vindeil kan: * men door eUks byzondereit N & in* A. VAN SQLINGEN, ANTWOORD inleg en tyd, den algemeenen inleg* en de algenxeene winst, uit het aan- deel van elks winst: volgens dezen regel berekenen, Ingevalle eenige onbekende groot- heid moet gevonden worden , uit de betrekkingen of evenredigheden^ welkeii verftheide werkende oorza- ken onderling hebben, zoodanig dat men verfcheide regels van drieen zou- de noodig gehad hebben; zoo gebruikt men den REGEL VAN CONJUNCTIE : welke eene bewerking aan de hand geeft, om die verfcheidene regels van drieen te vereenigen, XVII^. VRAAGSTUK. ! ^ Om, door middel van den regel ^ van conjunct ie, de waarde eener on- w bekende grootheid te vinden, welke ^ in evenredigheid ftaat met verfchei- ,> de werkende oorzaken, en daaruit voortkomende effect en". A C O N S T R U C T I E. Men fchryft al de bekende redens in OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 197 in twee kolommen: zoo dat de twee- de term der eerfte kolom van dezelf- de benaming zy, als de eerfte der tweede kolom; de derde der eerfte kolom van dezelfde benaming als de tweede der tweede kolom: enz. waar- na men den onbekenden, door de be- werking van den algemeenen regel , op de kolommen toegepast, vinden kan. t ' DEMONSTR AT IE. Volgens deze manier van opzetting doet men niets anders, dan verfcheide regels van drieen regelmatig ondej: elkanderen plaatfen: alleen metdit on- derfcheid , dat men telkens den gevon- den vierden term van elkq evenredig- heid achterwege laat : maar dewyl deze gevonden vierde evenredige in beide kolommen zoude behooren ter nedergefteldJte worden; eerst als een effect, en daarna als eene werkende oorzaak; en derhalve, volgens de be- werking in kolommen , tegen elkander 3oude kunnen worden uitgefehrabt *" 300 mag hy veilig achterwege gelatea worden : en dienvolgende is de be- werking goed. N A Door A- VANSOLINGEN, ANTWOQRD Door middel van deze bewerking vorden de meeste berekeningen van \VINST EN VERLIES op eene zeer ge* maklyke wys uitgevoerd: wanneer men namenlyk waren met waren ;- uitgegevene gelden met ujtgegevene gelden; en ontfangene gelden, met ontfangen gelden, in de wederzydfche koldmmen j)laatst: zoodanig, dat de grootheden in de linker kolom altyd cen* rang lager ftaan , dan de groothe- den van diezelfde benaming in de rechter kolorn. Op geen' anderen grond rust ook tie bewerking der WISSELREKENING s waar in de gelden van dezelfde bena^ ming , op dezelfde wys , in de wederzyd- fchekolomrrien geplaatst worden; ter- wyl men oplet, om den cours van den yisfel tegen over deszelfs waarde in de verfchillende kolommen neder te ^etten: gelyk oojc eveneens, in de BANKREK.ENING, de agio , gead- deertj by de waarde van het bank- geld, tegen over het bankgeld zel- ve geplaatst word: en dewyl de REKE.N1NG V^N VER^ENDEN beftaat in de kennis van den wisfel, of den gang van 't gel4 in 't eene en 't OVER DE WIS- NAT. EN TEEKENK. 1 99 dere land; als ook in 't verfchil van 't ge* wicht , de maten , en de ellen : zoo bly kt het, dat ook deze regel door den re- gel van conjunctie gevoeglyk en ge- maklyk kan worden uitgevoerd : wan- neer de maten en pryzen , van dezelf- de benamingen, in verfchillende ko- lommen; en tevens in verfchillende rangen ftaan moeten. Alie DE 2ILVER- EN GOUDREKENIN- GEN, welker bewerking nietzelden eene gantfche reeks van regels van driee'n vereischt, worden insgelyks door een f regel van conjunctie op eene merkely- ke wys verkort. Het blykt, dat men, om de gevraagde waarde te erlangen , niets anders te doen hebbe, dan de gel- den van dezelfde benaming in de ver- fchillende kolommen, en zoodanig, te plaatfen ; dat zy wederzyds een' ver- fchillenden raag bekleeden. Op deze XVII. Fraagftukken berust het gantfche leerftuk der wiSfCUNDioa REKENKUNDE: volgens dezen leid- draad kunnen ALLE de arithmeticale re- fels, welken in de boeken der reken- undigenvoorkomen, aan wiskundige N 4 grond- o , VA*f 50LINGEN, ANTWOORQ grondbeginfels onderworpen worden: g A - aangezien degrootemoeilyk^ heid om iets in trein te brengen, 't genq ter algemeene verbetering eener gant- fghe Ma^tfchappy diqnen moet ; dit mid- A; VAK SOLINGEN , ANTWOORD del is eenvtMwdig UITVOERBAAR ; in vele opzichten zoo ik meen VOLDOENDE; en wel in zoo veie opzichten, indien ik my niet bedrieg , alsmooglyk is: te meer , dewyl hci ook tevens der* bes- ten v^eg volkomen baant, en o-x^v- cj-t voor minvermogenden , die toch al- lon eenmaal hebben fehobl^cgaaii : zoo dat, ook in dtt"opz:"cht, voigens het ware oogmerk der vraag, dit middel, met alle verwachting van eenen geluk- kigenuitflag, en zooveel met de uitge breidheid eener pantfche maatfchappy beftaanbaar is; zooveel mooglyk faam zal zyn \ ANT- ANTWOORD OP HET VOORSTEL VOOR HET* JAAR MDCCLXXXVIIL OPOEGEVEN: Dewyl het gefeede gebruik van PENNINGEN de ziei is van alle handetingen en bedryven : op welke wyze kunnen eerlyke en naarftige kooplleden^ commisfianarisfen 9 of ondernemers van fabriketi en trafiken , (die geene obtigatien of foortge/yke effect en bezitten , dm tot pand ter minnete kunneA overgeveni maar vaorzien zyn van vaste pandenz ofpakhuizen>zolder$ 9 kelders, of winkelt , metge- tjoegfamen voorraa,d van goederen :) in deze Pro- vincie van ZEELAND gelegenheid bekomen, om, gelden a depojtto^ of op wisfel, voor zekeren tyd 9 machtig te worden, ter voortzetting hunner za- ken: zoodat tefens de geldfchieters zekerheid. hebben voor de veitige herkryging van hwfk fom en interesfen? San het vvclke de gouden eerprys, door het ZEEUW SCHE Geuootfchap der Wetenfchappen 5 den %e* venden van Wynmaand des jaars 1789, is toegt- wezcn. - -. A N T \V O O R D OP HET VOORST EL Dewyl het gereede gebruik van PENNINGEN enz* ; DOOR , JOACHIM FREDRIK MULLERi n onder de zinfpteuk : LIGT 'T SCHIP VAN HANDEL OP DE IS NUTTE KOOPZORG 'T IfcOER TER ZEE; DOET PERU'S GOUD DE ZEILEN ZWELL*NS DAN ZAL BE KIEL TER KOOPKUST ,welkennlet(lechtt! X3V. op eene onderlinge railing vaa gocderen tegen goederen; maaroot,' voornamelyk, van contanten tegeu goederen berusten: eifchen een toe^ reikend fonds van gangbare m\mtfpe- om denbandelvan en naar 208 j. F. MULLER, ANTWOORD dere plaatfen behoorlyk gaande te houden. Men vergoedt wel eens het gemis van gereede penningen door cene ' kiretilatie van wisfelbf ieven : maar, behalve de rifico, welke daaraart verknocht is, zoo gaan de voordeeleri des handels, door deze buiterigewo- iie geldfournering , voor een groofe deel verloren. /Van daaf, dat men in de aanzienlyk- fle koo^fteden van EUROPA , veeler- hande middekn heeft uitgedacht, om het gebrek van gereede penningen \|reg tenemen j -voor hen , die behoorlyk fonds konden leveren, dat den geld- fchieter gerust ftelde voor de zeker- hcid zyner penningen. Maar, onder alle middelen, die men op onder- fcheidene tyden en plaatfen daartoc heeft uitgedacht, zyh'er geenebekwa- mer bevonden, dan de BELEENING opi gpederen, ende DISCONTO opwisfels: i dan , daar uit het voofftel dfer Maatfchappy fchynt te blyken: dat niet de difeonto op wislelbrieven inaar de beleerimg op koopmanfchap- E 1 en, bedoeld word: zoo zullen wy ns in bet antwoord hoofdzakelyfc bepalen, tot het opgeven van be- 8 . kwa-; i>E BEJLEENtNGEN OP kwame middelen, ter verkryging van gelden op velerhande foorten Vanpanden: behalve zulken, welkeii in het voorftel daarvan uitgezonderd \vorden. Hypottken op landeryett, huken, ert andere vaste goederen: zyn, byna in alle plaatfen van ons Vaderland , eeii feeer algemeen middel, om in tyd en wyle gereede penningen, by den een* of anderen vermogenden medeburger , te negotieren : doch het is maar alleen in groote koopfteden, dat men op koopmanfchappen zoodanige beleenin* gen, op een' geregelden en meer vas* ten voet, heert gebracht, om de geld- fourneringen op zeer korte tefmynen tot een' matigen interest te doen. * Daar ik nu, op vry goede gronden , mag vooronderftellen , dat dit alles der, Maatfchappy bekend geweest zy: en dus in Haar voorftel nietzoo zeer be* oogd worde een naauwkeurig verflag van de wyze, op welke de BELEENIN- GEN van kooplieden en fabrikeun by, vermogende medeburgeren thans in- gericht worden ; als wel , om een mid*- del aan de hand te geven , waardoof XT. D&&Z. O 10 J. f. MULtER, ANT%VOORd OVER alle tyden, en by iedere gelegenheid, geld op een zcker fonds, tegeneen' peftaanbaren/fl/m'.ff, kankrygen: zoo fcullen wy heteerfte, als genoegfaam bekend zynde, voor afgehandeld hou- den. Indien kooplieden, en ondernemers van fabrlken of trafiken 9 met dat ver* trouwen, enmetdiegerustheid, derzelr ver zaken zullen bevorderen en uif> breiden, dat zy hunne welgewikte en berekende ondernemingen met kracht durven doorzetten : moeten zy nim* iner in vrees behoeven te flaan, dat zy zich vast zullen timmeren, wan- neer de ontbodene engekochte goede- ren, of gejabriceerde manufacturer* den verhoopten fromteft verkoop niet mochten erlangen en zy dus genood- 2aakt zouden v/orden , tot voldoening van hunne engagementen , de gecom- mlneerde of gefabriceerde goederen met verlies af te zetten, hoezeer zy overtuigd mochten zyn, dat dezelven, na eenige maanden , metvoordeelzour den hebben kunnen verkocht worden* Zoodanige algemeene middelen, cm hypoteken op vaste goederen, bfkf.nin%f9 op koopoianichappen > II t>E EELEENlNGEN 0& is by de pariiciilieren dikwyfe zwaarlyk tekrygen; fomtydstoteeneA-: meerdanbeflaanbaren interest ; en wet eens, by gebrek aan gercede pennin* fen, gelieel niet. Voeg hierby> dat et, by kooplieden^ eehe algemeeiv bekende zaak is, in hunne verwach- ting^ omtrent het in kas koitien deft felden , fomwylen te leur gefteld te unnen worden: het zy de geldert van de verkochtegoederen, opdenge- ^etten tyd , niet inkomen ; het zy , oat een koopman, comtnisjionair , of fa* brikeur onverwachts op kort betrok- ken word, van een' vriend buitens- of binnenslands > van wien hy genoeg* fame bedekking onder aich heeft, ea dus niet welvoeglyk de acceptatie en betaling van de hand kan wyzeni of dat een huis van commerce onver- hoopt ophoudt met betalen* waarop hy geaccepteerde wisfelsheeft , door de-. ^elken hy reeds een fchik gemaakt had > cm zekere engagementen te voldoen. lit ^ulke omflandigheden kunnen dikwyls Zeer folide kooplieclen in groote verie- genheid gebracht worden, wanneer zy op hunne koopmanfchappen of niet promt met .con* O a 212 J. F. MULLER, ANTWOORD OVER larite penningen voor een' zekeren tyd kunnen geriefd warden. Hoezeer men in AMSTERDAM mee- nigvuldige gelegenheid heeft, om op koopmanfchappen, zoo welalsopvas- te goederen, geld a depofito te kunnen krygen, uithoofde van deveelvuldi- ge renteniers , welken van dagelykfche geldbelegging hun werk maken, en daarvoor altoos covtanten los houden: zoude het nochtans gebeuren, en is dadelyk ook wel eens gebeurd, dat door ongunflige naarrichten van buiten- lands, en het daaruit gevolgde miser e- dit van eenige aanzienlyke kaoplieden der AMSTERBAMSCHE beurs , ieder rentenier zyne kas floot: in welkeom- ftandigheden vele, anders 2eer folide kooplieden, in groote ongelegenheid geraakten. Van daar, dat men te AM- STERDAM, in het noodlottigejaar 1772. begon te denken om het oprichten van eene beleeninfrkzmz? , welke on- der het opzicht van Heeren Burge- meesteren, door eenige aanzienlyke kooplieden, in qualiteit van Directett- ren, beftierd word; en thans reeds tot eene tamelyke hoogte van vol- jnaaktheid gebracht is: totgrootge- rief DE BELEENINGEN OP GOEDEREN. rief van vele brave en naarftige koop- lieden. Door bovenftaande redenering mee- nen wy klaar genoeg getoond te heb- ben, dat de.gewone particuliere belee- nlngen voor de commerce niet toerei- kende zyn:- immers niet voldoende aan het voorilel en het oogmerk der ftiaatfchappy, Derhalve zulien wy soodanige middelen dienen op te ge- ven, welken meer algemeen, en ten alien tyde werkfaam kunnen wezen, ten nutte van alle naarftige en eer- lyke ondernemers. Om dan in de beantwoording eene geregelde orde te houden: zulien wy, in onze bewerking , handelen I. Over het FONDS van gereede pen- ningen, waaruit de beleeningen zouden moeten gefchieden : II. Over de verfchiliende PANDEN, waarop men geld a depojito zoude willen opnemen: * III. Over de middelen , welken by de geldfchieting dienen waarge- nomen te worden, om op de ^ekere herkryging van hoofd- t foin en inter esf en, op verfchil* P 3 icn : 1 14 j;.y. -AiuLLER, ANTWOORD OVER lende tennynen, te kunnen re kenen. I A F D E E L I N G. Over bet FONDS van gereede penningen $ waaruti de bekenlngen zoudcn tnoe- ten gefchieden* Alvorens wy over de rniddelen van het fonds zelve handelen, zul^ Jen wy nog kortelyk ovcrwegen, in hoe verre de vermeerdering var| handel aan een land voordeelig kan 5:yn? De iiitbreiding van cummer cie y en fcheepvaart, is niet altoos hetge- yolg van welvaart , ten zy natuurlyke porzaken hiertoe aanleiding geven. De fcheepvaart van ENGELAND is thans^ jiaar evenredigheid van deszelfs com- fnercie, veel te groot: dus moeten de ingezetenen de fchade, die de over- tollige fchepen aanbrengen, dragen^ terwyl de NEDEBLANDERS, met hunne uitgebreide fcheepvaart, op vracht var ren ; en daardOor minder nadeel l^ Kunstgrepen van een ftaatkundig be- ^ naaryv?r van fijmwige jonge DE BELEENlNGfcN OP COEDEREtf. 21 J v* koopliedeti, welken zich , door een ma- tig vermogen , in den handel van reeds geyestigde negotiehuizen weten in te uringen: hebben wel eens den ban* del van fommige koopfteden, voor een' tyd , merkelyk vermeerderd: son* der nochtans, naar evenredigheid, voordeel aangebracht te hebben. Alle menfchelyke handelingen hebben eeri ^eker ultimatum van voorfpoed, 't gene wy niet dan met nadeel kunnen voor- byftreven. Doch dit is het geval niet van de Provincie ZEELAND ! Der- 2elver handel en fcheepvaart zyn dooi* toevallige omftandigheden onder pari gekomen : en derhalve moet ZKELAND, door welaangewende middelen , wedetf in 't evenwicht tot hare natuurlyke voor- deelen gebracht worden: welken thans gedeeltelyk door de Provincie HOL- LAND; en gedeeltelyk door vreemde natien, genoten worden. Nu ter Hetbeste, zooniethet oenigfte, mid- del om een toereikend fonds te ver- krygen, waardoor men algemeen en tevens duurzaam kan werken : fchynt ons toe daarin gelegen te wezen, oni eeue ^//^//^kamer op te richteru Dit Q 4 T. F. MULLER, ANTWODRD OVER * Jean op tweederlei wyze gefchieden: of door particulieren ', or door het ge- zag, en onder bet opzicht en de protect ie, van de Hc-oge Regering. Ten tyde van een' bloeijenden ban- fiel, zoude het voor particulieren niet 2eer moeilyk wezen, eene aanzienly- ke fomme, by wyze van infchryving, of negotiate , voor zoodanig fonds ,te fcekomen: vooral, wanneer de dire- ct eur en of cotnmisfarisfen van dergelyke ondememing by hunne medeburge- Ten in een goqd credit flaan. Maar deze inrichting, hoe nuttig dezelve ook in hare werking wezen moge , is nocht^ns aan zeer vele zwarigheden onderhevig, welken derzelver duur- ^aaraheid ondermynen. Twee,jazelfs een , dier commisfarisfen behoeft tnaar ^yn credit in deszelfs particuliere zaken te verliezen ; hetzy die reets gegrondt ^y dan niet: ofhetalgemeenevertrou- wen van dat fonds heeft mede daarby te lyden; men zal zich van de act ten of aandeelen trachten te ontdoen: en, ^oodra velen vandezelven te ge* lyk ten verkoop gepraefenteerd wor- den, is het met het credit ge- daan; -^- men is niet meer vatbaar voor DE BELEENINGEN OP GOEDEREN. 217 voor overtuiging ; en de vrees voor een totaal verlies doet fomtyds een fonds van reele waarde voor de helft afftaan. Dit zoude wel het fonds zelve niet kunnen benadeelen: indien niet te* vens de geldopnemers afgefchrikt werden, om hunne goederen onder het beftuur te ftellen van directeuren, die zoo weinig credit hebbcn. Hier komt by, dat de genegotieerde gelden van zoodanige inrichting, na een be- paald getal van jaren, wederom afge- lost ot uitgeloot dienen te worden; En wie zoude by dusdanig miscredit op nieuw willen participeren? Doch om den toevloed tot de deelneming alge- meener te maken , is het bepalen van een' termyn van aflosfmg byna nood- fcakelyk. Hieromtrent diende even- wel behoorlyk gezorgd te worden : dat het fonds niet op een'; maar op vier, vyf, of zes termynen, losbaar zy: het- velke by wyze van loting kan ver- deeld, en den deelnemeren bekend ge- maakt worden: terwyl men, drie of 2es maanden voor de aflosfing van een* termyn , wederom eene nieuwe in- fchryving konde openen, om he; fonds yoltallig te houden. Q 5 Mcer J. r. MULLER, ANTWOORD OVER* Meer over eene parttculiere inrichr ting, tot verkryging van een fonds, tezeggen, zoude overtolligwezen: on* dat het wel of kwalyk ilagen aftiangt van oinftandigheden, waaromtrent wy fiiets toe of af kunn^n doen : en het gene de middelen betreft, om de zaak te bevorderen , mag ik op goede gron- den vooronderftellen, dat by kun- digekooplieden in ZEELAND niet onbe^ kend 2^1 zyn. Nopens de inrichting omtrent de panden, en de bepaling van interesfen, op diverfe termynen. sullen wy in iiet vervolg gelegenheid hebben te fpreken. Nu zullen wy handelen over het op- richten van eene beleeningkamer onder het opzicht vandensouvsREiN. Want indien men , ter bereiking van het uit- gebreidfte nut, en ter verkryging van het grootfte^r^/V, zoodanige beleening- kamer wil oprichten: moet zulks ge- fchieden onder het beftier, opzicht, jen protectie van HUN ED. MOG: de Hee- ren Staten van ZEELAND. < Hiertoe louden misfchien eenige leden van Staat als Qppercommisfarisfen kunnen tekoren worden , hetzy men uit ieder emhebbende Stad dier Bfc BELESWNGEN OP GOEpEREN en' of meerHeeren mocht gelieven te verkiezen; of zoodanig eene anderc fchikking te maken, als men tent meesten nutte van de zaak mocht noo* dig oordeelen, Het is ook, om ge- melde redenen, van 't uiterfte belang, dat de negotiatie, ter verkryging van het noodige foi)ds voor de bdeemn^ kamer, onder de guarantee van HUN ED. MOG. de Heeren Staten van EE- J-AND uitgefchreven worde. Het hootdcotntoir van dusdanigm* ftitut moet op eene vaste plaats ge- houden worden: en hiertoe zoude de Stad MIDDELBURG , als de hoofdftad van ZEELAND, misfchien in aanmer- Jcing kunnen komen. Dan daar de verdere handeldryvende , en fcheep- vfkrt hebbende, fteden van ZEEI-AND in merkelyke ongelegenheid zouden wezen, indien zy verplicht waren hunne koopmanfchappen of manufactu* ren telkens naar MIDDELBURG ter be* itening te zenden: zoo zouden, by Jiet nader te concipieren plan, op grond van te bepalene v/etten, zoo- danige inrichtingen dienen gemaakt te worden, die den verlegen' koop* i aldaar woQuachti, in 22O J* F. MULLER, ANTWOORD OVER den, om, Bonder aanmerkelyk tyd- verlies , op zyrie goederen geidade- fofito te kunnen krygen. Ter oprichting van zulke beleening- kamer, zouden kundige en bekwame kooplieden uit eene of meer handel- dryvende fteden van ZEELAND een plan moeten ontwerpen: waarin zy aantoonden , volgens eene op waar- fchynelykheid rustende gisfing, hoe- groot eene fomme men jaarlyks in ZEELAND wel zoude kunnen omzetten , op beleeningen van alle foorten van koopmanfchappen en manufacture!*. Tot deze begrooting dienen de tyds- omftandigheden van eenen kwynen- den of bloeijenden handel, rust en vrede, zoo binnen als buiten 's lands, wel in opmerking genomen te wor- den. Ik zal eens ftellen: men vond, vol- gens eene gegronde calculate , dat 'er zeer waarfchynelyk een millioen gul- dens opzulke beleeningen 'sjaars kon- de omgezetworden: dan zouden die kooplieden zich by request aan wel- gemelde Heeren Staten van ZEELAND moeten adresferen*, hun plan met de noodige ophelderingen daarby voe* gen; DE BELEENINGEN OP GOEDEREN. 221 gen; en aan Hoogdezelven verzoe- ken: dat, indieri hun ontwerp de goedkeuring van HUN EDELMOG. mocht wegdragen, Hoogdezelven alsdan het oprichten van zooda- nige beleeningk&mer niet flechts ge- ,/liefden te begunftigen ; maar ook van wege d;er Province ZEELAND eene negotiate uit te fchryven, te- gen drie ten honderd: ter forme* ring van een fonds voor zoodanige Dat, volgens eene ruwe calculate; aan hen was voorgekomen, datdaar- toe misfchien een kapitaal van een millioen guldens vereischt zoude worden: dan, daar dit met geene genoegfame zekerheid a priori tebe- ^ palen ware, zy van gevoelen zou- den wezen, om de geldlichting op obligatien voor dit fonds provijioneel te bepalen op vyfmaalhonderddui- zend guldens; met referve, om (in- dien cle toevloed van de geldopner mersgrooterwerd,) fa negotiate zls- dan tot een millioen te doen uit- ftrekken": enz. Om delust tot deelnemingby de in- 7 gezetenen op te wekkei) } zoude mis- fcbieif J. F. MULLER, ANTWOO&D QVElt fchieiv van nut kunnen wezeri, indiert HUN EDELMOG. bepaalden, dat deze geldlichting gefchiedde, cm in vyf ter- mynen te worden afgelost: teweten na elke vyf jaren een vyfde deel r by wy*- 2e van uitloting, dewelke eenjaar voot het verfehynen van den tartnyn zoudd kunnen gefchieden : en alsdan de r num*\ Tners van de uitgelote obligatien door deT nieuwspapieren bekend gemaakt : * dat 'er, tegen den tyd der aflosfing^ in- dien een gunftige uitflag daartoe aanlei- ^oude genegotieerd worden. Misfchien kunnen tyd en omftandigheden vereifchen^ dat men by zoodanige negotiate , om het uitge- lotene kapitaal te fuppleren + de eige- aars van de uitgelotene obligatien in het op nieuw deelnemen praefereni ftelle, Deze inrichting, wanneer he emelde plan effect- bekomt , zal voor e Zeeuwlche en andere deelneemers gewis voordeeliger uitkomen > dan dat fcy hun geld op plant agien in de f indien tegen 6 procento uitzetten, Dan, daar het voornamelyk komt op de wyze van voorilellingj, Qltl J3E BELEENINGEN 02 GOEDBREN. cm het plan fmakelyk te maken, en dejoliditeit daarvan aan de deelnemers aan te toonen : zoo dient men alle mo- gelyke moeite aan te wenden, om de voordracht eenvoudig, maar teveiis* klaar en overtuigend 5 te maken: 2:00- danig, dat de geidfchieters niet flecht^ wegens de zekerheid vstn huti te ge^ ven kapitaal; niaar ook van het heiK ^ame oogmerk dezer inrichtfng , over-; reedt worden* Men ziet, dat ik daardoor de Hee-^ ten Staten van ZEELAI^D aanfpreke^ lyk maak vo.or- het kapitaai van da geldfchie^ers .: ditcUcht.my noodzake-* lyk voor het: credit vau, het op te richte* nefonds, om de gego;ede ingezetenei^ uit; telokken ter deelnerning in de nego- tiatie , en dus dit heilzame Qogmerk t^ bevorderen. Ja ik zoude uelfs voor- flaan , om by de bekendrnaking te latea invloeijen, dat HUN ED. MOG. altoos aanfprekelyk bleven voor het kapitaai en wteresfen, tot den tyd der uitioting toe. In de derde afdeeling zal ik ge^. legenheid tebben , om over de zeker- heid der te disponerene gelden VGOJ; .Jiet Land te handelen. Qordeek men de geneigdheid def 24 J- F- MULLER, ANTWOORD OVER gegoede ingezetenen zoo voordeelig te wezen, dat 'er een algemeene toeloop by het openen dezer geldleening kb- men zal; zoude het der zaak mis- fchien meerder aanzien kunnen byzet- ten, deze negotiate by wyze van in* fcbryving te openen. Doch zoo men voor het tegendeel mocht .beducht wezen; zoude men ook de gegoede ingezetenen van andere Provincien moe- ten zoeken uit te lokken, om mede aandeel in de negotiate voor dit fonds tenemen. In dit laatste geval zoude het noodig wezen , voor degefrjeresfeer* den buiten ZBELAND een artikel te la- ten invloeijen : dat, die de Journering by de eerfte deelneming inHollandsch geld doet, zoodanige obligatien by de uitloting, ook in Hollandsch geld, zal fereftitueerd krygen ; en dat tevens aan e houders van zoodanige obligatien de interest, in Hollandsch geld, zal wor- den betaald, zonder met-het different van den wisfek0rr te tioen te hebben. Dit verlies der wisfelfchade , dat zich flechts op de interesfen bepaalt, is zeer gering; en kan, overhetge- heel , als geen bezwaar worden aange-; merkt: alzoo honderdduizend gul- dens BE fcLEENl&GEN OP dens tegen 3 procentd maaf / 3000 interest geven: hiervan de wisfelfcha- de, gerekend tegen 1\ procento ver~ lies, bedraagt flechts/?^ het welke nog geen T * proCento verfchil op de hoofdfom van hondefdduizend guldens maakt : waarlyk te gering, om niefi feaccordeerd te worden, indien die et oogmefk konde helpen bevorde^ ren. En daar het gebeuren kan, en ooM ^aarfchynelyk gebeuren zal, dat 'ei? alle jaren, na aftfek der gewone on^ kosten> iets al overblyven, moesS men dee overwinst vyf jaren laten oploopen ; en dan t by de aflosfing ofuit- loting van iedef' tefmyn, onder de deelhebbers der uitgelote aandeelen of obligatien die overwinst gelykelyk verdeelen : of misfchien zoude het ter aanmoediging nog meer kunnen toe- bfengen, wanneer die overwinst in groote en kleine pryzen werd verdeeld ; en, by het uittrekken vanhetnummer faiobUgatie , ooktevens, uiteeneande- rebus, de prys werd getrokken * we!* ke der uitgelotene obligatie door hetloC te beurt Viel. Dit vooruitzicht van een mravoordeel, boyen den ordi* 226 J. F. MULLER, ANTWOORD OVER fiairen interest, tekunnenbehalen,zou- de de lust tot deelneeming in het fonds , zoo wel in ZEELAND als in andere Provinclen, merkelyk opwakkeren. Om de zaak meer aanzien en credit by te zetten , zoude het misfchien van Tiut kunnen wezen, dat men de&zr, voor het fonds van de fiefaeningkamer 9 in de bank te MIDDELBURG hield; in- geval de huishoudclyke omftandighe- den dier bank zulks gedoogden, en men zich aldaar met het betalen en adminiftreren van dit afzonderlyke infti- tut konde belasten. Dan, zoo dit in de bank niet wel- voe^lyk kan gefchieden, diende voor Heeren Commit fnri^ fen een lecuur ver- trek op het Stadhuis binnen MIDDEL- BURG te worden aangewezen : alwaar die Heeren vergaderden, en tevens de kas van 9 t fonds hielden. In dit geval dient een der Heeren Commisfarisfen , waarvan wy ftraks nader zullen fpre- ken, het amt van kasfier waar tene- men; aan wien totadjiftentie eengefala* rieerd boekhouder of onder^^rmoeC toegevoegd worden, die de penningen op de beleemngenuitbetealt, en voor de aflosfingen de gelden wederom in catfa trengt. t)E BELEENltfcfcM OP GOEDERfi^* &tf brengt, Alle weken, of om de vefcr*, tien dagen , altans oin de maand , moet de kas opgemaakt, en aan Hee- fen Commisfarisfen daarvan verflag ge- daan worden. Dit amt van kasfier, of penningmeestef , konde by toerbeur* ten, door alle Heeren CommisfaHsfen j worden \^aargenomeii: ten zy men goedvond daarop eene andere fchik-, king te maken. De directe beftiering kan gefchle^ den door eenige Heeren Commisfaris* fen der bank, uit het midden van de- elven gekoren : om deze beleeningkz- mer als een byzonder departemcnt te beftieren, ingeval de bank te MIDDEL- BURG konde worden overgehaald^ oni aldaar zoodanig departement op te rich- ten; dochj dit niet kunriende$ dan uit de aanzienlykfte en kundigfte koop- lieden , van ftadswege gekoren : v/el- ken aan de Heeren Gecommitttetrdeii van HUN JED. MOG. in beide gevallen, jaaflyks rekening zouden moeten doen; Wanneer een convenabel ^getal van zoo- danige perfoonen wordaangefteld^ zoo dat het voor hen geen bezwaafposc word, sullen zy dit werk gaarne gfa~ tit wiiien waarnemen^ vooral indiert Pa J. F. MULLER, ANTWOORD OVER aan dat amt zekere achting gehecht word. Immers zyn 'er geene fterke- re dryfveren, diedenmenschtotgroo- te of moeilyke zaken aanzetten, dan voordeel en glorie. De Commisjarisfen behooren aanfpre- kelyk gemaakt te worden voor de ge- houdene directie: en wanneer zy die, als eerlykelieden, kunnen verantwoor- den, komt de onverhoopte fchade Voor rekening van 't gantfche fonds , en niet voor hen in het particulier: maar, als zy op goederenmeergefcho- ten hebben, dan de gemaakte or don- nantie medebrengt^ zoude ik van oor- deel wezen , dat zy niet flechts het te veel verftrekte, maarzelfs de heiftvan de te lydene fchade behoorden te dra- gen: dewyl zy daardoor aanleiding zouden hebben kunnen geven, datde geldopnerner in de mogelykheid ge- fteld werd, orn trouweloos te handelen. Misfchien is het tegenwoordige fonds der bank van MIDDELBURG wel toereikende, dat eene nieuwe negotia* tie voor de beleemngkamzr onnoodig zoude wezen , indien gemelde bank zich met de directie , in een byzonder d*t>ar- > mocht gelieven te belasien; DE BELEENINGEN OP GOEDEREN. en ook vaste panden, en alle foorten van koopmanfchappen , die geen be- derf onderhevig zyn, op kortetermy- nen te beleenen. Dan dit niet zynde, fcoude de nieuwe negotiatie voor het beleeningfonds ook, op gelyke wys, doordusdanig depart ement ^ onder gua- rantle en opzicht van HUN ED. HOG. de Heeren Staten van ZEELAND, kun- nen gefchieden, Dit ware zeker min- der omilachtig. ^ Tot het waarnemen , en houden der boeken, hebben Heeren Commitfaris- fen een' kundigen man noodig, die al- les in eene beknopte en nette orde boekt: deze dient mede gefalarieerd te worden. Dan vermits een enkel perfoon, zonder verdere adjiftentic , in ftaat is, om eene zeer uitgebreide zaak van die natuur waar te nemen, in- dien hy in het boekhouden wel gever- feerd is: zoo zoude ik van oordeel wezen, dat men, omtrent dusdanig voorwerp, niettenaauw op het falarit behoorde te zien : vooral , om dat het geen beftaan op zich zelve be- hoeft uit te maken; alzod ? er tyd en gelegenheid genoeg 2al overfchieten, pm ook andcre affaires daarby waar te P 3 kun- g;O J f F. MULLER 5 ANTWOORD OVER Icunnennemen: want van denetheid of nccuratesfe , en de vereischte klaarheid in het ftellen der posten , hangt zeer vecl af a Misfchien zoude het zeer \v r el kunnen gefchieden, dat men de- zen boekhouder ook tevens den post van ondcrkasjier Het waarnemen. Dit py genoeg over het fonds ! Het is ons voorgekomen, dat 'er geen beter, en op den duur werkend, niiddel daarvoor kan worden opgege- ven. Men werpe niet tegen: dat eene wgotiatie van dien aard thans onmoog- lyk tot ftand gebracht zoude kun- nen worden; dewyl het maar al te bjykbaar is, hoe de SOUVEREIN en an-? dere hooge Collegien moeten fukkelen, pm de benoodigde fommen by de in- gezetenen te negotieren. Dit toege- ftaanzynde, aal het myn voorgefteld plan geenszins om verre werpen : want dan fteltmen deonmogelykheid in het liitvoeren alleen temporain en zoo^ dra de doodelyke tweedracht zich var* onze gezegende kusten zal hebben verwyderd, kan het niet misfen, of $e geopperde onmogelykheid zal ook wel dra etc wyk nemcn. Indien 'er in plan ^elye geen? yolftrekte onmo- : DE BELEEN1NGEN OP GOEDEREH. 231 gelykheid gevonden word, om het ten nutte der commercierende ingezete- nen van ZEELAND uit tevoeren: dan zal het altoos goed blyven; fchoon de temporaire omfbandigheden de introdu- ctie daarvan voor een' tyd mochten be- letten. Evenwel g,elieve men het te conjidereren als eene ruwe fchets, waarvan tyd en gelegenheid de byzon- derheden moeten bepalen: rriaar, wat de hoofdzaak betreft, vleijen wy ons, dat dezelve met grond niet zal kunnen tegengefproken worden. Nochtans wil ik niet ontveinzen , dat het opgegevene plan aan dit gebrek la* boreert: dat namelyk(indien &Q gene go- tieerde fomme tegen drie ten hon- derd^ niet altoos door beleeningen werkfaam bly ft ,) alsdan de tusfchenty d , waarin eenig gedeelte van de hoofd- fom onbelegd is, vergoedt moete wor- den door de meerdere interesfen, uit de beleeningen gefproten: cm dat aaa de deelhebbers of actiehouders 3 pro* cento interest 'sjaars dient uitgedeeld te worden; die, met het al of niet be- leggen van de hoofdfom, zich niet behoeven te moeijen: en dit zoude ten gevolge hebben , dat de overwinst , J. F* MULLER, ANTWOORD by de uitloting na vyf jarer? , niqt eer groot, endus ook weinig anme- fend ter deelneming zoude wezen. Maar dit is ook flechts eene moogly- ke, doch geene waarfchynlyke , zwa- yigheid. Dan laten wy, om dit gebrek voor te komen, het eerfte plan met een twepde adjocieren , om die beiden ;ver- eenigd te doen werken; ten minile j^oo larg de tegenwoordige fchaars- he^d v$n penningen in ons Land plaats heeft: en het vooruitzicht van voor- cieel ^al veel grooter wezen, Doch dit kan niet, dan door eene directe me- dewerking van HUN EDEL MOG. de JJeer en Staten van ZEELAND gefchieden, Indien welgemelde Heeren Staten tot het oprichten van zoodanige beles* ftingkzmsT dadelyk oioehten gedispo- neerd wezen, Bonder het onzekere tydpuntte willen afwachten, waarin de ruimte v&ncontanten wederom algemeq- rier onder de ingezetenen verfpreidt al zyn : dan ^oude misfchien het vo\- gende plan van goed fpcces kunnen we- ^en, Bonder dat hQOJfdfQmen interesfen iiaarby in 't minste te lyden hebben. Ik heb gezeg4; als m? bjcalcu- I J3E BELEENINGEN OP GOEDEREN. 235 latle oordeelde noodig te hebben een millioen guldens , dat 'er dan provifio* neel niet meer dan vyfmaal honderddui- zend guldens genegotieerd moesten wor- den; doch met referve, om (by grooteren toevloed,) de negotiatle tot .em millioen guldens te do en uitftrek- ken. . Dit was in die vooronderftel- ling, dat 'er op dien tyd eene meer algemeene doorftraling van penningen, onder de mgesetenen van ons Land, wederom moestplaats hebben: en op dit fundament yverde ik ook Iterk, om de beleeningen niet anders, dan door contanten,te doen. Maar wanneer men oordeelt de uitvoering daarvan reeds nu ten voordeele der commercte van ZEELAND te moeten beginnen: als vooronderftellende, dat de tegeri- woordige conjuncturen des handels ge- gronde hoop geven , om defcheepvaart en commercie van ZEELAND te doen herleven ; vooral door de thans fubjv* flerende troubles in VRANKRYK en BRABANT: welken onvermydelyk ^anleiding zullen geven , dat de FRAN- SCHE en BRABANTSCHE natitn eenige jaren noodig hebben, eer zy alle des handels j&elven kunneft P 5 234 J- * MULLER, ANTWOORD OVER plukken; en gedwongen zullen zyn , voor dien tyd , de hulp en onderftand in icheepvaarc en commercie by andere uatiente moeten zoeken: danzoude ik van advis wezen , dat men , by de genegoticerde vyfrnaalhonderdduizend guldens contanten, nog moest voegen tweemaalbonderd en-vyjti&duizend guldens in QUITANCIEN ten laste van de be- /^m^kamer; trachtende die van tyd tot tyd in de clrculering te brengen. En om aan deze papieren ^mfr'j by te zetten, zouden de Heeren Staten van ZEELAND dezelven eveneens dienen te guaranderen, als degenegotieerdecontan- ten aan de deelhebbers. Over de middelen, om StadenLand, wegens deze guarantien, buitengevaar teitel- len : handelen wy ilraks nader. Deze tweemaalhonderd en- vyftigdui- ^end guldens zouden misfchien kun- nen verdeeld worden in de volgende aevenhonderd-en^zestig qutiancten: als soo Quitn. '. ifiaoi f 20000 : 200 200 : r 40000 : T" . 1 60 250: 40000 : 100 500 : * 50000 : -* IOO 1000 : 100000 : ""^ *?^r Anitnnri/ a n /V Cnooo '. j ^ Door . DE BELEENINGEN OP GOEDEREN. 235 Door deze qultancien y van onder- fcheidene grootte, kan men alle mo- gelyke posten, ter beleening gevraagd wordende , betalen. Ik heb het grootfte getal op /ioo en/ 200 ge- iield , om dat die kleine postjes zoo- veel te gemakkelyker in circulate te brengen zyn; en de omloop vandezen het credit der grootere quitancien helpt bevorderen. Doch in de publicatie van welgemelde Heeren Staten , waai> by Hoogdezelven de betaling daarvan guarantor en y zoowel als by de belee- w//?gkamer, dient uitdrukkelyk gezegd te worden , dat ieder bonder van dus- danige -quitanclen , op zekere dagen in de week, des begerende, dezelven tegen contanten kan verwisfelen. Dit Jal in het begin vry algemeen g^- fchieden: maar, wanneer de botaling telkensprow^, en met eene foort van genoegen gedaan word, zal men die moeite weldralaten varen, en zichliei ver door onderlinge betaling aan zyne medeburgers daarvan trachten te doen. Doch zoo noodzakelyk als de rantie van de Heeren Staten voor dezc guitanctin is, ZOQ billy k is het tevens, dat J. R MULLER, ANTWOORD OVER dat Hoogdezelven weten, voorwelke fom de guar anile zich uimrekt. Uit dien hoofde moestcn de voornoernde 760 quitMcicn, door twee commislaris- Jen van de fc/^wogkatner in derzelver qualitcit, geteekend; en door twee Heeren Gecommitteerden vanHUNEDEL- MOG. de Heeren Staten van ZEELAND, onder het wapen van ZEELAND, gc- tie behoort genumrnerd te wprden; -*2 als die groot / 100 van No. i tot No. 200 , Door deze nummeriitg , om van ieder fbort een byzonder getal te maken, sal veel beter naar te gaan wezen, of 'er ook bedrbg gepleegdzy ; indien het pnverhooptmocht gebeuren , dat flech- te lieden ondernamen , dusdanige qui tancien naar te maken, Misfchien zouden de quitancien op de- ze of dergelyke wys kunnen worden ingericht; No. DE BELEENINGEN OP GOEDEREN. i\0. 20. (het wapen Ontfangen van tooner de fom-r van ZEELAND) rtie van duizend guldens : om , op verjooning , aan den hou- der ter beleeningkamer te re- (litueren. Acturo . . . de namen A. der Heercn B. ^ecommittcerdens als Commisfarisfen van de beleeninskamer. Na de contrafignering dezer qui- tancien door Heeren Gecommitteerdens van HUN EDELMOG., en by overgave aan Commisfarisfen van de foleeningkz- mer , behooren laatstgemelde Heeren,' in derzelver qualiteit , eene quitancie te pas/eren: dat zy, ten benoeve van de beleeningkamer, uit handen van HUN EDELMOG, de Heeren Staten van ZEELAND, hebben ontfangen 35, eene fom van /25oooo , beftaande in a 760 quitancien aan tooner, en alien gedateerd den om die al cont ant en aan de bekeners in beta- ling te geven, en dezelven dus on-% der de ingezetenen van ZEELANDin rouleriug te brengen." De bctaling op de beleenlngenzovde} yoos 238 J. F. MULLER, ANTWOOiU} OVER voordehelftofeeft derde, in quitancien$> fen de res^mcontanten, kunnen gedaan worden: en indien men dan by dus- danige inrichting het geluk had, oriv de gemelde quitancien in zoo verre het publik credit te doen verwerven, dat men van de J 250000 flechts e6n tori konde laten clrculeren: dan zouden de interesfen van de / 500000 contanten tit de beleening voortvloeijende , in de eerfte vyf jaren kunnen geconfidereerd worden, als alleen te zullen ftrekken tot betaling der interesfen van 3 pro- cento ^s jaars aan de deelhebbefs of tftf/Vhouders; en verder tot goedma- king van de noodige onkosten. Ondertusfchen zoude de fom van j looooo, welke in quitancicn als geld geclrculeerd had, ten rninften 4 pro* cento interest's jaars opbrengen: 'tgene dus jaarlyks wezen zoude / 4000. en in vyf jaren , by de eerfte uitlo-* t4ng, eene fom van/ 20000. Ueze J 20000 overwinst , die voof honderd uit te lotene aandeelen of Actien door elkander bedragen /2oo yoor ieder octievm, fiooo , zoude men alsdan ia deze of dergelyke verdee- ling DE BELEENINGEN OP GOEDEREN. ling tot honderd pryzen kuffnen ma ken: als i prys & . . . . . / 600 4 - ^ f 400 __ j5 00 8 300 - 2400 I2 - 250 3000 20 '' "" 200 . 4000 30 - , I3 o - 3900 100 pryzen / 20000 Dan , daar a priori niet met ze held kan bepaald worden, hoeveel na vyf jaren ter yerdeeling en uitloting zal overfchieten j terwyl tevens de omftandigheden aanleiding kunnen geven, om hieromtrent eene andere fchikking te maken : 200 verblyft dit aan Heeren Cotnmisfarisfen in^ dertyd: om, naar tydsomftandighe- den , ten meesten nutte van de b$ke<* n^gkather te handeleh. Nu gaan over tot de II. A F D L I N G: Over de verfchillende PJNDEN, op men geld a depofito zoude willen opnemen. . De foorten van koopm^ifchappert en 14 01 J- # DULLER, ANTWOORD 6VE& en manufacturen , waarop men geld a depofito kan negotieren, fcyn zoo meenigvuldig , dat eene optelling daar* van te uitgeftrekt zoude vallen. Die de vereischte kunde van de commercle heeft, zoude dit gewis voor overtol* lig achten. Wy zeggen dan: dat hiertoe be^ trokken moeten wordeii, alle koop a manfchappen en manufacturen^ alleen met uitzonddring van zulke foorten, die een fpoedig bederf en lekkage on- derhevig zyn; alsmede die, welken altegroot van volume > en tevens van te geringezvaardezyn. De wynen, wel- ken niet volmaakt fchoon zyn , verei- fchen veel oppasfing ; en uit dien hoof- de zoude men zich hiermede bezwaar^ lyk kunnen belasten: en van dien aajrd zyn 'er velen , welke alien uic dit voorbeeld verklaard kunnen wor-* 'den. Aangebrokene fasten, hoe waardig het reflant ook wezen moge, kunnen niet in aanmerking komeri. Die maaY eenigszins den koophandel heeft by- gewoond, zal moeten toeftaan, dat dit in vele gevallen zeer ten nadeele yan den geldichieter kan verftrekken. Even- DE BELEENINGEN OP GOEDEREN. 241 Eveneens is het ook gelegen mefi de cognofcementen. Het is waar, veel- tyds worden dezen ais courante VAN- DEN befchouwd, en dadelyk ook be* leend: maar men dient, in dit geval, meer op den houder van het cognofce- tnenty dan op de afgefcheepte goede- ren zelven , te zien, De ondervinding heeft geleerd, datzulke beleenlng zeer gevaarlyk voor den geldfchieter is. Immers is het in de Oostzee zeer/^^i- liair : dat de verkooper van zekere goederen , (fchoon dezelven gefcheept zyn, enhetcognofcement verzonden is,) wannoer hy vreest geene betaling te zullen krygen , die goederen by de Regering reclameert, en door hoog gezag geadjifteerd dezelven wederont van boord laat halen. Somtyds kan de beleener ook twee cognof cement en vaa diezelfde goederen bezitten: zoo dac hy de ontvangst by het aankomen van den fchipper kan verrichten, eer de gtftffchieter weet, dat het goed gelost kan worden. Dit zyn gui- tenftukken , zal men zeggen , die by een* fatfoenlyken man geene plaat dien- den te hebben! maar ik antwoorde: het menschdom is nog niet algemeen XT. JDMEZ. O . ^^^ 242 J. F. MULLER, ANTWOORD OVER tot dien trap van eerlykheid gekomen, om te kunnen verwachteri , dat dierge- ke bedriegeryen geene plaats zouden kunnen hebben. In het voorftel des GENOOTSCHAPS word gefproken van vaste pander* ; of pakbuizen, zolders, kelders, ofwinkels, met genoegfamen voorraad van goederen* Ten dezen opzichts is het eenigszins twyfelachtig : wat door vaste panden moet worden rerftaan? het aaarop volgende kan ook toegepast worden op de goederen , welken in pakhuizen , zolders, holders, of winkels ^ich bevin- den: en dan vallen zy onder de ge- nerale benaming van koopmanfchap- pen en manufacturer*. Dan hierom- trent zy het ons geoorloofd aan Hee- ren Directeuren, en verdere beoordee* laren myner Verhandeling , in over- weging te geven: of het, tot bevor- dering van den bloei des koophandels en der fabriken inzEELAND, nietmede zoudecontribueren /indien men ook vas- te goederen, als parceelen van 'buizen, pakbuizen, enz. onder de PANDEN van tokening begreep. Ik weet wei, dat het gewonegebruik, om fchepenen- kennisfen te leggen, omflachtig en IDE feELEENINGEN Oi> GOEDEREN. kostbaar is: dan hieromtrent zoude eene fchikking gemaakt kunnen war- den, metvoorkennisvandeEd.GrooC Achtb. Heeren Burgemeesteren : 2:00 dat aan de beleeningk&mer flechts de grond- of koopbrieven van zoodamg; farceel behoefden geproduceerd , en als pand ter minne gegeven te worden; met verder bewys van onbezwaard eu onbelast te zyn. Dit kan fomtyds den koopman o$ fabrikeur wel een half pro- ; cento in den interest meerder waardig fcyn, dan dat hy goederen moet vast- leggen, welken hy misfchien binnea den beleeningtermyn met voordeel zou- de kunnen debit er en. De zwarigheid, welke ten dezen opzichte overblyft* beftaat daarin, dat men eene inbreuk maakt op de gewone voordeelen vaa de Stadj welke door het leggen vaa een fchepenenkennis op de Sekretary betaald worden, Dan hierop dient: dat, indien het opgenomene geld werkelyk tot den koophandel en de/rf-, briktn befteedt word, niet flechts de Stadin *t bysonder , maar ook degam- fche Provincie, daardoor langs andere wegen dit verlies dubbel vergoedt fcrygt, Vreest men hieromtreflt mis- 0,2 . leidt 244 J* F - MULLER, ANTWOORD OVER leidt te zullen worden ; en dat ook an- deren , buiten den koophandel , van de- ze voordeelige beleening gebruik zullen maken: men bepale dan den termyn zoo kort , dat een paructdler geen ge- noegfaam nut daarvan kantrekken; en men ftelle den interest lets hooger, dan den ge wonen court op fchepenenkennis- fen: dit zaldefluikery tegenhouden. Op wisfels d depofeto geld voor 2e- keren tyd te negotieren, valt niet in de termen van de beleeningkamer. Deze inrichting bepaalt zich alleen tusfchen kooplieden en kooplieden; of tusfchen kooplieden en renteniers. In dit geval dient de afgever van een' wisfelbrief by zyne medekooplieden of renteniers een genoegfaam vertrou- wen te hebben, dat zy aan hem te- gen een'blooten wisfel, fchoonop een behoorlyk zegelgeiteld, de benoemde iom voor drie maanden , of korter of langer, opfchieten, tegen den in- terest daarby geconditioneerd. Maar, zonder te fpreken van de moeilyk- heid , om altoos iemand tot zoodanigc opfchieting te vinden; loopt de afge- ver van znlken wisfel, wanneer dit meer- malen gebeurt, weldra rifico van zyn ctt* DE BSLEENINGEN OP GOEDEREN. 245 credit by zyne medeburgeren te ver- liezen: te meer, indien zyne wisfels tegen den vervaltyd, of vernegotieerd ', of aan anderen in betaling gegeven worden , (het welke toch veelal het ge- val is ;) waardoor zyne zaken aan ieder, door wiens handen die wisfels loopen, bekend worden. Maar be- oogt het GENOOTSCHAP in het voorftel, dat de gtl&leeningen voor zekeren tyd op wisfels , zoo moeten verftaan worden, dat mentevensonderpandtot zekerheid van de hoofdfotn moete ge- ven: dan hebben de wisfels by deze omftandigheid geene meerdere kracht, dan eene onderhandfche obligatie , waar- in de termyn van aflosfing pofitif bepaald word. Immers heeft een binnenland^ fche wisfel, dien de trekker op een' bepaalden tyd ten zynen eigen' laste afgeeft , (fchoon een zegel , naar even- redigheid van de fom, daartoe ge- bruikt hebbende) geen meerder recht, dan eene onderhandfche obligatie. Het meerdere gewicht, dat kooplieden ge- woon zyndaaraan te hechten^ bepaalt zich tot het woord wisfel: en om die re- den word het geld doorgaans promt betaald; maarby/w^vandien, zoude d 3 'er 346 J. F, MULLER, ANTWOQRD OVER *er uitftel van betaling gevraagd, en ook verkregen kunnen worden. En voor eene fublike inrichting is het vol- ftrekt af te raden, om geldleemngen, Bonder onderpand daarvoor tekrygen> op een* blooten wisfelbrief te doen. Meer valt 1 er van deze afdeeling niet te zeggen: alle byzonderheden, welken omtrent de panden plaats heb- ben, zyn aan dete maken fchikkingen en omftandigheden bepaald; waarin \vy, zonder te ftruikelen , niet kunnen treden, Dus gaan wy over tot de III. AFDEELING, Over de mlddelen, ivelkenby degeldfchie* ting dlenen waargenomen te worden , om op de zekere berkryging van boojdfom en inter esfen , op ver- jchillende termynen , te kun nen rekenen. In de tweede afdeeling, over de PANDEN, gaven wy in bedenking : of onder de panden , by zoodanige Pro- vinctale inrichting, ook niet zouden mogen begrepen worden vaste goe- deren, als Jiuizen^ pakhuizen, enz*? by DE BELEENINGEN OP GOEDEREN, 247 by welke gelegenheid wygetrachtheb- ben de zwarigheid daartegen uit den weg te ruimen. Thans zullen wy deze voorgeftelde bedenking als mogelyk befchouwen: en uit dien hoofde mid- delen opgeven, welkennietflechtsden geldopnemer verlichting in onkosten en inter esfen aanbrengen; maar ook den geldgever zekerheid verfchaffen, ter veilige herkryging van hoofdfom en inieresfen. Tot vermyding van onkosten voor den geldopnemer, fteldeik , dat hy al- leen zyne grond- of koopbrieven van het te beleenen parceel aan Heeren Commisfarisfen als pand ter minne zoude behoeven over te geven. Maar nu dien ik nog kortelyk te fpreken over de zekerheid der uitgefchotene gelden voor de beleeningk&mzr. Om op zoodanig pand van grond- of koop- brieven zeker te gaan, diende door HUN EDELMOG. de Heeren Staten van ZEELAND, en van Stadswege tevens, eene keur of ordonnantie gemaakt en ge- publiceerd te worden : dat ter Sekretary yoortaan geene fchepenkennis zoude kunnen worden gelegd, danopvertoo- r grond- of koopbrieven. Hier- 4 door 348 J. F. MULLER, ANTWOORD OVER door word voorgekomen, dat het par* r^/niet eerst byde beleeningkamer , en vervolgens wederom ter Secretary kan bezwaard worden. De Cotnmisfarisfirn der beleeningkzmzr zouden zich, by het vragen van penningen op vaste goederen , met de grondbrieven ter Se- kretary moeten vervoegen, en Hee- ren Sekretarisfen verzoeken naar te zien , of ^oodanig parceel ook reeds be- zwaard zy: want een bezwaard par- ceel, fchoon veel meer waarde heb- bende, dan de dadelyke belasting van eene fchepenenkennis, kan niet in de termen vallen , om daarop geld by de beleeningk&msi; te negotieren. De grondregel van zoodanige publike inrichting moet onwrikbaar deze zyn: dat zy op alle panden, van welken aard ook , waarop zy geld gefourneerd heeft, de eenigfle crediteur zy. Om aan het fonds niet flechts zeker- heid voor de verftrekte gelden te ge- ven ; maar het ook meer aanzien en Credit te doen verkrygen: diende de directie van dusdanigo beteeningkamer iledelyk of Provincial gepriviiegeerd te worden , om zich door publiken ver- koop nit de on der haar berystende pan- den DE BELEEN1NGEN OP GOEDEREN. 249 den betaald te maken, zonder deswe- gens, naar de gewone form, over de bevoegdheid tot den verkoop vooraf te moeten procederen; indien een da- lende prys dier goederen zoude doen vreezen, dat dezelven, beneden het opgefchotene kapitaal mochten loopen , en de geldopnemer zich weigerig toon- de om het jurphis in geld of goed te geven. Want , om de directie van de 6ektniti$kamer alle mogelyke midde- len te verfchaffen , ter herkryging van haar verllrekt kapitaal met de daarop verloopene interesfen, behoort eene luisterryke vertooning gepaard te gaan met de vereischte macht, om de zaak met nadruk uit te voeren. Dusda- nige fchikkingen van den SOUVEREIN, of Stedelyke Regent en, fpreiden eeri algemeen credit en vertrouwen over de onderneming by 't oprichten van het fonds, ter aannnoediging in het deelnemen, onderdeingezetenen. De wyze, op welke dit best word verkre- gen, hangt van zeer vele byzonder- heden af, en dient aan de fchikkin- gen der daarover te zetten Heeren te verblyven. Van alle goederen en manufacture?*, ft 5 25 J- F. MULLERi ANTWdORD OVER velken beleendzullen worden , behoort de geldopnemer aan Heeren Commis- farisfen, vooraf, zyn recht van eigen- dom te ftaven, met rekeningen , qui* iancien, facturen, brieven, enz. Koopmanfchappen van een' grooten omflag, en door deneigenaar in eene kelder, of op een' zolder, opgeflagen ^ynde, ter beleening gepraefenteerd vordende : dienen op eene behoorlyk gefpecificeerdelyst, de/itf/,het gewicht, getal, of de maat, aan Heeren Commisja- risfen opgegeven te worden ; ten ein- de dezelven door de taxateun gemak- Icelyker te kunnen worden geexami* weerd en geprifeerd. En wanneer de bekening efect verkrygt, dient de cigenaar de fleutels aan Heeren Com* tnisfarisfen over te geven niet alleen; rnaar ook de huur van het pakhuis , den zolder, of de kelder, op Hun Ed. naam te transporteren: of, 200 de goe- deren onder waagdragers zyn opgefla- gen , moet het veem een afflagbrief- je aan den geldopnemer, en een in- ilagbriefje op naam van Heeren Com- misjarislen bezorgen. Enkele va* ten, kisten, of balen, moeten ten kos- te van den geldopnemer gebracht wor- DE BELEENINGEN OP GOEDERErf. 251 worden in een pakhuis of zolder van de beleeningdirectie ; en de pak- huis- of zolderhuur daarvoor by de aflosfing betaald worden, ter discretie van Heeren Commisfarisfen. Daar het by zulke verfchillende panden noodzakelykis, dat de taxa- tie door kundige lieden gefchiede: zoo dient de teieeningl&mer tot exar minering der bewyzen van het recht van eigendom, alsmede om de rechte waarde der te beleenen goederen te bepalen, voor de byzondere artlkels makelaars aan te ftellen , die des kun- dig zyn; om de &?/^fl//zgkamer te be- dienen, en dezelve van de rechte waarde te onderrichteri : waarvoor hun misfchien een promille van den geldvrager kondetoegelegd worden: voor het onderzoek van het recht van eigendom , ingevalle de beleerimg niet tot effect komt , zoude dan aan de txaminatettrs door den geldvrager een douceur kunnen worden toegelegd. Wanneer het dan blykt, dat de bewyzen van het recht van eigendom voldoende, en de te beleenen goe- deren getaxeerd zyn: zouden Hee- Commisfarisfeti behooren te be- pa- 252 J F. MULLER, ANTWOORD OVER palen, hoeveel op de gepraefenteer- de goederen verftrekt zal worden : \ gene nimmer boven 75. ten honderd van de waarde op den marktprys, die alsdan plaats heeft, dient te wezen; en op goederen, welken in dat tyddip op een' extrahoogen prys zyn, zoude men misfchien niet boven de 60. of 50. ten honderd moeten fchieten: om dat goederen, welken boven hunnekracht in prys gerezen zyn, veeltydsaaneene fpoedige daling blootftaan; vooral zul- ken, welken geene voorafgaande be- werking noodig hebben, gelykkoffy, ruwe fuiker, thee, enz. die weleens, op het bloote gerucht van eene flechte reco/te, 50. en meer ten honderd in rys kunnen ryzen , en in het tegenover- Itaande geval ook wederom even zeer dalen. Om hierin eenigszins te voorzien, behoorde in de ordonnantie oi'tbeleeningreglement een artikel inge- voegd te worden : dat op alle goede- ren, welken gedurende den tyd datzy beleend zyn jo, ten honderd in prys dalen, furplus zal moeten gejourneerd worden, naar het goedvinden van Heeren Commisfarisfen. Het is by kooplieden, commlsjlotia- ris- DE BELEENINGEN OP GQEDEREN* 255 risfen, fabrikturs, enz. dikwyls van zeer veel belang, indien zy voor een' kor- ten termyn eenige gelden d depofito kunnen krygen. Immers is het by de commercie eene algemeen beken- de zaak: dat de tusfchentyd, van fchaarsheid tot ruimte van penningen, zich veeltyds tot zeer korte termynen bepaalt: waaruit voornamelyk het difconteren van nog loopende wisfel- brieven ontftaan is. Wy zouden dan van oordeel we- zen, dat de termynen, om koopman- fchappen en manufacturen te belee* nen , en het bepalen der interesfen voor, verfchillende tyden, op deze of der- gelyke wyze behoorden ingericht te worden. De termynen fconden gefteld worden op zes weken; ook op drie, zes, en twaalf maanden : en de inter es* fen op de gemelde termynen bepaald : van zcs weken , i 5 procento in het janr drie maanden , a 4-| zes maanden, a 4! twaalf maanden , a 4 Doch, daar het dikwyls gebeurt, dat iemand vroeger geld in kas krygt, dan hy verwacht had; en voor zyne $54 J- *" MULLER, ANTWOORB beleende goederen gelegenheid heeft, om die met voordeel te kunnen fly ten : 200 zoude men, om den handel te fa* different daarin behooren te voorzien: zoo dat de beleener zyn goed terug kon- dekrygen, zonder verplicht te wezen, om juist de voile interesfen van den be- paalden termyn te betalen, mits hy ten minfte 3 weken, of eene maand te vo- ren, van de vroegere aflosfmg aanHee- ren Commit farisf en kennis geve. By voorbeeld: iemand heeftop umaan- den beleend; maar verzoekt , om op de 9 maanden te mogen aflosfen: de zoo- danige zoude alsdan > in plaats van 4 pro* cent o f met 31 procento interest voor die 9 maanden kunnen volllaan : en op deze of diergelyke fchikkingen zouden alie andere termynen geregu- leerd kunnen worden. Aan den anderen kant gebeurt het ook wel eens, dat een koopman of fabrikeur zich te leur gefteld vindt in zyne calculate, omtrent het inkomen van gelden: by zoodanige gelegen- beid zoude hy genoodzaakt wezen, de gedane beleening te prolongeren. In dit geval zoude ik van oordeel ;wezen, dat de court der prolongatie paar * BE BELEENINGEN OP GOEDEREN. mar het meer ofmindere beleendeka- pitaal gereguleerd behoore te worden. By voorbeeld: van /SGOO: en daar boven i pro milk met de verloopene interesfen van den eerstbepaalden ter- myn , dadelyk aan de beleeningkzmer te voldoen: van /2ooo. tot/5ooo. j procento voor de prolongatie, met de verloopene interesfen: - en onder de / 2000. \ procento voor de pro* kngatie , met de interesfen. Misfchien 2oude hier in aanmerking kunnen ko- men, om de beleeners op korte termy* nen in den cours der prolongatie eenigs- zins te faciliteren : alzoo dezen , naar den hierboven bepaalden cours van /#- teresfen, reeds merkelyk bezwaard zyn. Deze en andere fchikkingen blyven aan het oordeel dier Heeren gedemandeerd, welken zich met het ontwerpen van het plan, ende ordon- nantle voor die inrichting indertyd,' zullen gelieven te belasten. Ons oog- merk sullen wy rekenen bereikt te hebben, indien onze opgave flecht? als een ruw gefchetst plan voldoet. Zyn de goederen getaxeerd ; het kapitaal tusfchen Heeren Commisfark* fen en den geldvrager gereguleerd; CO 256 J. F. MULLER , ANTWOORD OVER en by het bewys ter fieleeningk&mer vertoond, dat de goederen voor de- zelven in ontvang genomen zyn: dan dient de geldopnemer aan Heeren Commit far is fen eene obligatie te teeke- nen, waarin hy bekentzoodanigefom- van Hun Ed. te hebben , ontvangen , otn dezelve na . maanden met den Merest tegen . . . ten honderd in het jaar , promt te zullen voldoen. Misfchien konde ook hierin tevens gefpecificeerd worden de bepaling van tyd ter waarfchouwing , ingevalle de aflosfing voor den bepaalden tyd jnocht plaats hebben. Aan het ein- de der obligatie dienen de goederen gefpectficeerd te worden, welken hy voor de fom , in de obligatie uitgedrukt , tot een onderpand aan Heeren Com- misfarisfen in handen gefteld heeft. De kosten van het zegel, tot de obliga- tie gebruikt wordende , dient de geld* vrager nit de hand te betalen ; en het formulier der obiigatie konde gedrukt worden. Zie daar WelEdele Heeren! een ruw gefchetst plan, op het voorftel, ter beantwoording uitgefchreven ona een miudel aan te wyzen, ter ver- fife BELEENI&GEN OP GOEDEREtf. to kryging van gelden a depofito ^ de negotierende en fabricerende in- b gezetenen der Provincie van ZEE- >, LAND". Het is zekerlyk niet zoo* danig uitgewerkt, om front jacet iit gebruik te brengen; of, zonder hefi vooraf te alter er en en te amplieren, td doen werken. Maar die het gewichu der zaak wel inziet, zal met my moe- ten toeftaan, dat tyd en omftandig- heden alleen kunnen bepalen: of de aak op deze, dan op eene ande- re wyze, moete worden begonneii en uitgevoerd? Wy hebben het Voorftel uit eet* vele gezichtpunten befchouwd; maar geeii van alien is ons beter en zeker- der voorgekomen, dan het oprich^ ten van eene beleeningkamer > ondef een direct opzicht van den SOUVEREIK van ZEELAND. MochtenechterHUN- EDELMOG. niet indineren, omzichvoor die negotiate der penningen, ten be- hoeve van het FONDS, aanfprekelyk te ftellen: (dat evenwel gewis het vei- ligfte en zekerfte middel wezen zou* de, om der zaak nadruk by te zetten:} en men nochtans meende een ge- lioegfaam fonds^ door het negotieren , DMEL. 258 J. F. MULLER, ANTWOORD OVER particutieren , daartoe onder de in- gezetenen te zullen krygen : zoude het toch alles onderopzicht van de Hooge Regering dienen te gefchieden, om bet publike credit te verwerven. In het opgeven der middeldn ter herkryging van hoofdfom en interes- fen, meen ik zoodanig gezorgdteheb- ben, dat aan de Regering geene ge- gronde vrees voor Ichaden kan over- lyven. Zegt men, dat 'er voor de Stad geen voordeel uit die inrichting immer te hopen zy ; en uit dien hoof de niet wel verwacht kunne worden, dat deceive zich aanfprekelyk zal ma- ken voor lets waarvan zy geen voor- deel trekt; zoo neem ik de vryheid daarop te antwoorden: dat de Stad veel, zeer veel, wint: indien derzel- ver commercierende en fabricerende in- gezetenen, door wyze en gepaste xniddelen^ van de Hooge Regering, faunnen handel en fabriken kunnen uitbreiden: de inkomflen van Stad en Land worden ook door een meer- der vertier van koopmanfchappen en maniijacturen, van en naar buiten- lands, in evenredigheid vergroot. De voordeelen , welken jaarlyks by de DE fiELEENlNGEN Ot> GOEDEREN. 259 de directie van de fieleeningkamer mochten overfchieten , zyn te klein, dat zy in aanmerking kunnen komen, om ten voordeele van de ftad te ftrek- ken; terwyl dit kleine overwinstje, als eene vyfjarige uitdeeling, aan de hou- ders der uitgelote obligatlen , boven den gewonen interest van drie ten honderd, een ongemeene prikkel zou- de wezen , om die deelneming ondet de ingezetenen te bevorderen. En het vinden van een fonds , fchynt zelfs by het GENOOTSCHAP, door het uit- fehryven van dit voorftel, het voor- naamfte middel ter bereiking van het oogmerk geweest te zyn. Dan wy houden ons verzekerd: wanneer kundige en aanzienlyke kooplieden, uit MIDDELBURG zoowel als uit andere fteden van ZEELAND, een welberedeneerd plan, met de vereischte klaarheid, aan Heeren Bur- gemeesteren van MIDDELBURG prae- f enter en; en daarin de voordeelen aantoonen, welken de koophandel, fcheepvaart, de fabriken , en trafiken > door het oprichten van zoodanige be* Zeeningk&me* voor de Provincie ZEE* en derzelver commercierende R 2 n J. F. MULLER, ANTWOORD OVER en fabrlcerende ingezetenen, hebben zoude: dat Dezelven het plan niet van de hand zullen wyzen, zonder hetzelve vooraf door deskundigen te laten examiner en > om te dienen van bericht. Men drage flechts zorg -, om het plan zoo in te richten, dat geene vrees voor het verlies van oofdfom en Interest overblyve: dan sullen de voordeelen aan Heeren Gecommltteerden over dit onderwerp gewichtig genoeg voorkomen, om Jawrabel daarop te berichten. En offchoon ik voor de veiligheid van hoofdfom en interesfen in deze Ver- handeling genoeg meene gezorgd te hebben: ben ik echter zoo verwaand niet op myn gevoelen, om te willen ftellen , dat 'er geene betere en meer zekere middelen zouden kunnen be- dacht worden; weiken alle vrees voor verlies Uaaromtrent wegnamen. Het zal my genoeg wezen : indien ik, door myne bedenkingen, aanlei- ding moge gegeven hebben , dat de yver van kundige en bekwame man- nen op dit ftuk gaande gemaakt wor- de; en zy, door derzelver meerdere kunde en doomcht, de welvaartvan ZEE- DE BELEENINGEN OP GOEDERWL <2ut ZEELANDS ingezctcnen sullen weten te bevorderen. Voorts wenfchen wy, dat het heilzame oogmerk van het WelEdele GENOOTSCHAP moge bereikt worden: het zy door dezen mynen arbeid; of door eene des* kundige hand! LIGT 5 T SCHIP VAN HANDEL OP DE K.EE; IS NUTTE KOOPZORG ? T ROER TER ZEE; DOET PERU'S GOUD DE ZEILEN ZWELLEN! DAN ZAL DE KIEL TER KOOPKUST SNELLENl R 3 ANT- ANTWOORD P D E V R A A G V OR HEX JAAR. M D C C L X X X V U 1 1. OPGEGEVEN: Wat is de reden, dat de kinder pokjes (VARIOLAE), op byzondere tyden en plaatfen , fomtyds onverwacht zich openbaren , en zeer geweldig woeden ; terwyl an- deren , zelfs in de nabiturfchap^ daarvan op denzelf- dentydgeheelbevrydtzyn? Hangt zulks afvan eene byzondere gefteldhetd in den dampkring ; van de hoedanigheid der fleden en plaatfen ; van het voedfel ; of andere oorzaken ? Zyn ^er ook voorbe- koedende middelen ten dien opzichte te bedenken ? aan het welke de gouden eerprys, door het ZEE uw- SCHE Genootfchap der Wetenfchappen , den twin- ' tigften van Wynmaand des jaars 1790. is toegewe- zeiu A N T W O O R D OP D E V R A A G: JPatis de reden, dat de kinderpokjes (VARIOLAE), . op byzondere tyden enplaatfen, fomtyds onverwacht zich openbaren , en zeer geweldig woe den ; terwyl an-* cleren , zelft in de nabuyrfchap 9 d,aarvan op denzelf* den tydgeheel bevrydt zyn ? Hangt zulks afvan eens byzondere gefteldheid in den dampkring; van de hoedanigheid der fteden en plaatfen ; van het voedfel; of an der e oorzaken? Zyn *er ook voorbe* hoedende m'iddehn ten dien opzichte te bedenken P DOOR S. A. DE M Q R A A Z. on der de zinfpreuk : UBI VERO M OR BUS ALIQUIS POPULARITER GRASSATUS FUERITI NON VJCTUS R ATI ONE M IN CAUSSA'ESSE; SED QUOD S P I R A N D O D U C I M U $ : M A N I F E S T U M EST. NU/f de kinderpokjes in de vroegftQ tyclen aanwezig zyn geweest? of zy n 2 66 S. A. DE MORAAZ, ANTWOORD iaan HIPPOCRATES en GALENUS reeds bekend [a] waren? en wanneer en vanwaar hun eerfte befmetfel oor- fpronklyk zy? van dit alles weet men metzekerheid byna niets tebepa- len : ja zelfs is de byzondere aard , en wyze van werken, van dit gif of be- fmetfel tot heden toe zoo bedekt en verborgen gebleven : dat de beroemd- fte geneesheeren zich niet fchamen openlyk te bekennen, daarvan weinig of liever niets te weten. De groote CAMPER fcegt: men ken f de pokftof niet ! eene kennis echter , die veel licht 2oude byzetten in sen onderzoek: waartoehet Edele ZeeuwfcheGENOOT- SCHAP, door menschlievendheid aange- vuurd, ons thans uitnoodigt: wat de redenzy, dat de kinder pokjes 9 op onder- fcheldene tyden en plaatfen 9 fomtydsonver* wacbt zlcb openbaren , en zeer geweldlg woeden terwyl anderen^ zelfs in de na~ buurfchap , daarvan op denzelfden tyd ge- heel bevrydt zyn? Dan ng , kun- [rf] Zy, die belang ftellen in dit twistgedi nen hierover breedvoerig naarzien j. G. DE HAHN-, de 'Fariol. antlquit*. en den zoozeer van hem^ ver- fchillenden P. G. WERLIIOF in tract, toiihrac. Caj>. 2. fag. 22, tt OVER DE KINDERPOKJES. 267 Dan dit duistere wederhoudt niet, om volgens den leiddraad der voorgeftelde vraag naar te fporen: of zulks ajbange van eene byzondere gefield- heid in den dampkring} van de hoeda* nigbeid der (leden en plaatjen ; van bet voedjel; ofandereoorzaken?enof'er> ook voorbehoedende middelen ten dlen op* zichte te bedenken zyn ? Dikwerf immers word den blinden het gemis van ge- ^icht door een fcherper gevoel ver- goedt; en door langdurig voelen en tasten ontdekt men meenigmalen in het donker dat gene , 't welke men by een helder licht flechts eerder zou- de gevonden hebben. Het is doch met het pokfmet eveneens gelegen, als met andere zaken, welker aard en natuur , van voren en onmiddelyk , voor ons even onbekend en verbor- gen waren, als die van het pokfmet; en die alleen van achter uit de on- dervinding, of door hare byzondere uitwerkfelen en zonderlinge verfchyn- felen ons zoodanig bekend zyngewor* den , dat men die zelfs tot eene weten- fchap, op vaste gronden en wetten fteunende, gebracht ziet. Ten bewy^ hiervan zy het genoeg de etotri- 2(53 S. A. DE MORAAZ, ANTWOORD 'titelt te noemen. Hierdoor dan aan- gemoedigd, zal ik eerst onderzoeken , of het voorgeftelde in de Vraag aj- hange van eene byzondere lucbts- of damp- kringsgefteldheid ? Dat de oorzaak der epidemifcbe ziek- ten, waaronder ook de kinderpokjes behooren, in den dampkring huisves- te, hierin ftemmen de geneesheeren genoegfaam alien overeen; en hunge- voelen word bevestigd door zulke plaatfen, die (offchoon de naburigen befmet waren) wegens hunne gunfli- ge Jigging , en eene vroegtydige voor- zorg om alle gemeenfchap af te fny- den, nog altoos zyn vry gebleven: waarvan ik hierna voorbeelden zal op- geven. Ook word dit gevoelen ge- ftaafd door hen, die op het naderen van epidemifche ziekten hunne woon- plaats verlaten, zich verwyderen, en vry bly ven. Aan de KAAP DE GOEDE HOOP ontvlucht men de kinderpokjes achter de hooge bergen: en in verfcheide plaatfen van TURKYEN, in- zonderheid in de jar en 1718. en 1719. te ALEPPO, wanneer de pest daar heerschte, en duizenden deed fneven : heeft men waargenomen, dat zy > die OVER DE KiNDERfrOKJES. 2,6$ 2ich in hunne woningen naauw opge* floten en van alle gemeenfchap met menfchen afgezonderd hielden, van deze geduchte ziekte zyn vrygeble- ven: waarom men de reden, dat de pest meer algemeen in TURKYEN dart elders woedt, voornamelyk meent gelegen te zyn in de domme dwee- pery der MAHOMET ANEN: die vol* gens hunne leer vastftellen, dat hurt fterfuur en lotgevallen zoo onveran- derlyk vast bepaald zyn, dat zy daar- in niets te weeg kunnen brengen; ert daarom zich ook niet verwyderen, noch afzonderen , maar even gemeen- zaam de pest gaan bezoeken , als wy ziekten die niet befmettelyk zyn. Eenigen echter onder hen handelen .voorzichtiger , en ontwyken de be- Imetting door zich te verwyderen, on- der het godsdienftigevoorwendfel, dat zy aanhet graf van MAHOMET eer gaan bewyzen; en zy blyven yry. Nog heeft men in pesttyden dit byzondere omtrent de vogelen waargenomen, dat zy het fmet ichynen gewaar te worden; naardien zy den l)efmetten dampkring ras verlaten en wegvluch- ten ; zoo dat men in befmette plaatfea geen* 27 S. A. DE MORAAZ, ANTWOORD geen' eenen vogel ziet, terwyi die, welken in kooijen opgefloten zyn, fterven : waaruit men haast zoude moe- ten befluiten, dat de dierlyke gewaar- wording der vogelen het redenlicht dec TURKEN verre overtreft: aitans die vlueht der vogeien dient zekerlyk tot geen gsriiig bewys en Having van het eenftemmige gevoelen der geneeshee- ren, dat de befmetfelen in den damp* kring huisvesten. Bepalen wy nu ver- volgens onze aandacht niet alleen by het vermogen, ? t welke de lucht we- gens hare verfchillende hoedanigheid uitwendig op ons lichaam oefent: maar letten wy bovendien nog op de verbazende hoeveelheid, (van fom mi- gen in de vierentwintig uren op 21600 cubik duimen luchts berekend,) die wy daarvan inademen, en met Ipeekfel, fpys, en drank, doorzwel- gen; behalve nog die door de opflor- pende vaten en porien, zelfs tot de pinnenfte deelen van ons lichaam, in- dringt: en eindelyk op de ichadely- ke zelfilandigheden en verfchiilende befmetfelen, waarmede zy bezwangerd en vertuengd is; welken zy dus met zich vpert, en aan ons bloed en fap- pen OVER DE KINDERPOKJES. pen mededeelt: alsdanbehoeft men zich niet te verwonderen over de ver- fchillende uitwerking, die eene goe- deofkwade, eene zuivere ofbefmet- te, luchtsgefteldheid op ons lichaam te weegbrengt; en men kan genoegfaam vastftellen, dat zeer vele ziekten (en die epldemnch regeren, alien) daarvan afhangen. Het zal dan tot myne taak behooren, om de eigenfchappen der lucht, en de hoedanigheid des damp- krings, eerst te leeren kennen: naar- dien , zonder eene algemeene damp' kringskunde, niet wel te onderzoeken is, of de voorgeftelde vraag van eene byzondere dampkringsgefteldheid af- hange? De wysgeer begintzyn onder- wys in de wiskunde van een pvtict} de groote BOERHAAVE (in zyne verwon- derlyke dphcrifmen de Cognofcendis et curandis morbis) met de ongefteldhe- den eener enkele vezel. Ik zal hun fpoor volgen ; en beginnen met de lucht te bepalen : als eene zeer fy- n e , onzich tbare , zware , veerkrachtige f elektrike, en beftendig blyvende vloei- ftof: welke, niet alleen de oppef- vlakte der aarde, tot eene zeerwyd- uitgeftrekte hoogte, (waarvan dejuisr tc S. A. DE MORAAZ, ANTWOORtf te grenspalen nog onbekendzyn :) vail alle kanten omfingt; maar die zelfs ook, 200 welin de vloeibare als vaste lichamen, naauwiyks een uitgezom derd, fchuilt^ en ingemengdis: en die zoo noodzakelyk voor 't beftaan van alle wezens bevonden word, datmen^ fchen en dieren, zoo wel als de plan- ten, flerven; het vuur uitdooft; en het water bederft; wanneer zy van deze lucht 'beroofd worden. BOERHAAVE noemt haar daarom het algemeene, ? t noodzakelyke , en het allerkrachtigfte werktuig, waarvan de natuur, byna in alle de werken die zy verricht, ge- bruik maakt: zoo dat hetmoeilykzou- de zyn , om eene eenige bekende wer- king der natuur op te noemen, die Bonder de lucht of geheel buiten de- zelve gefchiedt. Dan deze enkelvoudi- ge en gelykflachtige hoofdftof moet men wel onderfcheiden vande gemee- ne dampkringslucht: waarvan zy wel een voornaam gedeelte , en zelfs den grondfteun, doch niet het geheel , uit- maakt: naardien deze, bovendien> nog beftaat uit een oneindig getal van anderflachtige , zoo wel veerkrachti- als veerkrachtelooze lichaamtjes^ die bVER DE KiNDERPOkjfeS; Bonder de gedaante van dampen en nit- wafemingen) uit het water, de aar- de, het bergftoflfen- planten- en dieren- fyk, opftygen; ook utt viiur, het gene inkomt tfan de zon, de fterren, en van de aardfche brahdende lidiatneh., of het gene van onder de aarde naar bo- ven vliegt. De groote BOERHAVE heeft reeds ^angetoond, dat al wat het vuur vluchtig kan tnaken , zich in de luchc verheft: en dat, n^ardien 'er geen ecu lichaam gevonden word, het welke de werking van het vuur wederftaan kanj de dampkring diis eene vefzameling is van alle foorten van gefchapene licha- men; en bygevolg bok van de befmet** felen , van welk fobrt zy ook zyn mo- gen. Is nu de dampkring de woon- jplaats der befmetfeleh, en dies ook van het ppkfmet: dan dient men in die voning niet vfeemd, maar wel voor- al bekend te zyh, 2al men in de ver- borgehfte fchuilhoeken zoeken : of &ulks> waarnaar gevraagd wbrd> afhan- ge van eene byzondere gefleldheld in den dampkring? Meil rekene het diefhal- ye niet buiten myn beftek, wanneer ik eerst de eigenfchappen , die ik iri tnyne bepaling van eene zuivere lueht S Jbeb 274 Si Ai DE MOBAAZ, ANTWOORD heb opgegeven, en vervolgens het gene de dampkring verder bevat, ieder nog wat meer afeonderlyk voor- ftelle. De lucht bepaaide ik eene vloeiftofte zyn: en te recht, naardien %y in den volmaakften zin alle de ver- eischten bezit, welken men aan eene vloeiftof toekent: zynde zy, even ge- lykandere vloeiftofFen , eene verzame- ling van zeer fyne lichaamtjes, waar- van ieder zoo klein is, dat het onze zinttrgen pntvliedt; en noch gezien, noch gevoeld kan worden : 't welke ook , wegens zyne kleinheid en losfen famenhang, voor eene zeer geringe en ens onbezefbare kracht, die niet of weinig grooter is dan hare eige zwaar- te, van elkander wykt, en in dit wyken gemakkelyk over de andere lichaamtjes heen rolt en beweegd v/ord, zonder dat de geheele ver- zameling in beweging raakt* Zy is zoo dun en fyn 9 dat zy andere vloeiftofFen in dunheid oyertreft; door hout en fommige fleenen heendringt; en de zonneftralen on- belemmerd laat doorpasferen : doch door eenige harde fleenen , meta- len, glas, pik, harst, wasch, en an DE KINiJEKPOKJES. dere vettigheden dringt zy iiiet door. Wanneer de dichtheid der lucht zeer veel van hare tegen- Voordige gefteldheid verfchilde, zou- de Jzekerlyk de grootfte wanorde irt h^t ryk der natuur ontftaan. moe- ten: want, was de lucht veelfynerj zy zoude de dampen en Uitwafemin- gen niet kunnen ophefFen; en zoude voor de vogelen en andere in feet en onbewodnbaar zyti: ook ^oude on^; ze ademhaling veel moeilyker val- len ; item en geluid zouden derzelver klank misfen; de zwaarfle flormwin-; den zouden vereischt worden , om de fchepen voort tc dryven, en de windmolens te bewegen: en nog meer andere ongeregeldheden zou- den daaruit geboten wordeii. De geleerden, die op het ZWITSERSCHE gebergte proeven namen, bevdndeii de lucht, 7223 voeten boveii het GE- NEEFSCHE meir, zoo dun en fyn, dat 5^y zonder een hevig en geftadig aanblazen geeiie vlatn konden hou- den. Was ay daartegen merkelyfc grover en dikker > de gevolgen daar- Van zouden niet minder hadeelig ; elkewind, hoe zacht ook> zou* S a 276 S. A. DE MORAA&; ANTWOORD de bykans dezelfde verwoesting, als de felfte ftorm en alvernielende or- kaan, aanrichten: want hoe dichter en fcwaarder een lichaam is, des te grooter is ook het geweld, waarme- de het , in beweging gebracht zynde , op andere lichamen werkt. Immers het water, fchoon het, met geen honderdfte gedeelte der fnelheid van de flormwinden, op dyken en dammen aanvalt, vernielt dezelven: om dat het water omtrent achthon* derdmalen dichter en zwaarder is dan de lucht. Ook zoude onze item en geluid te iterk klinken; en, wat meer is , alle bewegingen van leven- de fchepfelen zouden hierdoor veei rnoeilyker worden, ja niet dan fceer traag en langfaam gefchieden kunnen: zelfs de zonneftralen zou- den in hunnen loop belemmerd wor- den; en de lucht zeer veql van ha- re doorfchynendheid verliezen. Nu toch is zy onzicbtbaar: niet alleen, 200 als de zichtbare vloeillofFen 2yn , ten opzichte van ieder afzon- derlyk lichaamtje, uit welker mee- nigte zy zyn faamgefteld; maar ook met betrekking tot haar geheel. fa- OVER DE KINDERPOKJES. 277 famenftel. Van daar, dat zy tevens doorfchynende is, en men de voor- werpen alien klaar en onderfcheiden zien kan: want was de lucht eene zoo veel grover en dikker vloeiftof, dat zy voor ons oog zichtbaar werd, dan zoude alles ons zeer verward en geheel donker voorkomen; zelfs zoude men fchrikken, om haar, met zoo vele vuile dampen beladen , in te ademen: ook zoude de lucht hierdoor zoo merkelyk verwarmd worden, dat hare hitte voor ons on- dragelyk zoude zyn: naardien het eene bewezene waarheid is , dat hoe- meerder een lichaam doorfchynende zy, hoe minder het door de zonne- ftralen verwarmd worde. Men kan dit zeer duidelyk waarnemen , wan- neer de zon op eenen warmen zornerdag tegen onze venders fchynt: wanneer de glazen ongelyk minder worden verwarmd, dan de houten ramen of de muur; fchoon zy even fterk befchenen worden. Om ' dezelfde reden blyft ook een brand- glas koud, niettegenftaande het voorwerp , dat in deszelfs brandpunt gefleld word, in brand .geraakt: * S 3 bio*- S. A. DE MORAA&, ANTWOORD hierom ook 4at morfige ruiten war? mer worden, dan zy, die zuiver zyn : de eerften toch laten minder zonneftr^len door, dan de laatften. Dewyl nu de lucht het doorfchy- nendfte lichaam is, dat wy kennen, zoo volgt daaruit noodwendig, dat zy van de door haar henengaande zonneftralen flechts zeer weinig kan verwarmd worden: en eerst dan, wanneer de aarde tot een' merkely- ken trap verwarmd is , deelt deze een gedeelte harer warmte aan den darnpkring mede ; terwyl de hoogere Juchtftreken, tot welken de hitte der aarde niet kan opklimmen, aan- boudendkoud blyven: te meer, daar de bovenlucht nog zuiver er, fyner^ en meer doorfchynende is. Vervolgens is de zwaarte der lucht eene eigenfchap, die onze by- zondere oplettendheid verdient. Zy is vry aanmerkelyk: en, op onder- fcheide tyden en hoogten des fiampkrings, zoo als de barometer aantoont, zeer verfchillende: de kracht, waarmede de lucht op alle Jichamen drukt, gaat alle denkbeeld tp bo.ven. yAN GUjERip: nam te OVER DE KINDERPOKJES. 279 fensburg, in tegenwoordigheid van en Keizer en der vergaderde Ryks- ftenden, hiervan eene by uitftek fraaije proef: hy Met, uit twee kopere halfronden van eene el mid- dellyns, die naauwkeurig op elkan- der pasten, de lucht uitpompen: waardoor zy zoo vast op een floten , dat geen zestien paarden dezelven van elkander konden trekken; fchoon een kind, toen de lucht in de hol- te wederom werd ingelaten, hen zeer gemakkelyk van een konde fcheidenj De groote natuurkenner MUSSCHEN- BROEK heeft hare grootfte zwaarte, tot die van zuiver water, bevonden als een tot 606 en van hier, tot TOOO toe , in eenig ander tusfcheninlig- gend getal. Uit deze byzondere Zwaarte der lucht, wetende hoeveel een taerlingvoet luchts weegt, be- rekent hy: dat de lucht op het lichaam van een' mensch, van mid- delbaregrootte, 42240 ponden drukt, en omtrent 3200 ponden verfchillen kan. Eene verbazende drukking! die wy niet zouden kunnen weder- ftaan, zoo de lucht geene veerkrachti- ge vloeiftof ware; en met gelyke S 4 macht I'Sa S. A. I3E MORAA&; ANTWOORQ rnacht, volgens alle bedenkelyke rich* tingen, perstte; en daardoor da drukking op ons lichaam van alle kanten eveneens maakte : 200 dat wy weinig gevoel of hinder hebben, ot wy aoor twee- of drieduizend ponden luchts meer dan minder gedrukt worden: - en wy kunnen ons uit dien hoofde even onbelemmerd door de lucht been bewegen; ook de vogelen daarin vliegen ; als de visfen in 't water zwemmen. Voorts -word ons lichaam door deze per- fmg niet binnenwaards tot een ge- drukt: dewyl in alle onze vloei- ftoflfen en binnenfte deeltjes lucht zit, wejke door haar beftendig- blyvende veerkracht zich even fterk naar buiten zet, als zy door de buitenlucht binnenwaards geperst word. Intusfchen maakt evenwel de onderfcheide zwaarte der lucht, wegens hare meerdere of mindere drukking, eene verfchillende uitwer- king, zoo wel op onze vloeibare als vaste deelen: want, als de lucht Ewaar is , worden dezen meer faam- gedrukt en in een geperst; dikker, harder, vaster, en minder gevoelig OVER BE KINDERPOKJES. gemaakt; krachtiger onderfteund, eit verfterkt: dan wanneer de luchfc licht en minder drukkende is. Dit ondervindt men, als by fchoorr weder de lucht zoo zwaar drukt, dat de barometer tot omtrent 30 duiment Rhynlandfche maat opftygt : alsdan word een vermeerderd gewicht van omtrent 3000 ponden luchts, als een gelykdrukkend windfel, om ge* heelons lichaam geflagen, het welke daardoor vaster onderfteund en ver* fterkt word : en naardien onze bloedvaten daardoor vernaauwd wor*- den, moet het bloed, dat door el- ke toefluiting van 't hart word uit- geftooten, zich ook fneller bewegen, can wanneer die vaten wyder zynj en alzoo de omloop van 't bloed vlug- ger worden: waaruit die lucht- en vaardigheid ontftaat, die men als- dan gevoelt, en ons doet verbeel- den, dat de lucht lichter is. Maar word, integendeel, by flecht weder, of met eerie graauwe lucht, dit wind- fel, of die 3000 ponden luchts, van ons afgenomen: dan word ons vleesch bol; en onze bloedvaten * floor hare eige veerkracht zich uic* S 5 283 S. A DE MORAAfc, ANTWOORD $ettende, verfchafFen eene ruimerc doortocht aan het bloed, dat uit het }iart word uitgedreven; en de om- loop word trager: waardoor wy eene dofheid gevoelen, die ons in ver- beelding brengt, dat zoo eene lichte lucht zwaar en met drukkende dam- pen beladen is. Eene verbeelding, cie gants verkeerd is, naardien de dampen altyd lichter zyn dan een even groot volume van zuivere lucht, Maar 'er is nog eene andere, en niet min voorname reden , die ons eene lichte lucht zwaar; en cene zware licht doet fchynen: &y is hierin gelegen, dat als (by voorbeeld) de lucht licht, dun, en minder drukkende is, dat alsdan de dampen en uitwafemingen niet hoog genoeg opklimmen, maar laag in de benedenlucht, dicht by de op- pervlakte der aarde, bl}^ven hangen; alwaar zy dan, overeenkomftig hun- nen verfchillenden aard en hoedanig- heid eene (meer) of min nadeelige uit- werking op onze lichamen uitoefe^ nen: ook komt hier nog by, daC /de dampen, die wegens hunne voch* tigheid brandileenkrachteloos OVER DE KINDERPOKJES. 283 de brandfteenkracht of electriclielt der lucht dermate rooven, wegnemen, en afleiden, dat de werkfaamheid van dit verlevendigend beginfel by- na geheel ophoudt; en daardoor ons iichaam en geest beiden in eene werkeloosheid gebracht worden. Het tegengeftelde vindt plaats, als de lucht meer drukt en zwaarder is: alsdan heft zy de dampen en uitwa* femingen hooger op, en vertoont xich helder en onbewolkt. Dit nu houde ik voor de voornaamfte re- den, dat men, by eene lichte iucht, en vooral als het donderen zal, eene dof- en bezwaardheid gevoelt, die niet alleen aanleiding geeft, dat de gemeene man dwaalt; maar zelfs dat natuurkenners van naam zich hieromtrent geheel verkeerd uit- drukken: wanneer zy zoddanig eene lichte lucht zwaar; en daartegen eene drooge en heldere lucht, wier zwaarte de hooggerezen barometer onwederfpreeklyk bewyst, licbt noe- men. Daar nu de bovenlucht niet zoo zeer, als de benedenlucht , met grove dampen en uitwafemingen be- adeaword; is het ; myn's bedunkens f jneer 284 S. A. DE MORAA2, ANTWOORD jneer aan de fcuiterheid, dan aan de lichtheid , der bovenlucht toe te Ichryven, dat de Heer p. BRY- DONE [0] op den berg Aetna, (wiens Jioogte hy, volgens den ftand des ba- rometers , op 12000 voeten gist, en waarop hy door een derde gedeel- te zwaarte van lucht minder, dan aan den voet des bergs, gedrukt werd:) fcich niet bezwaard, afgemat, of dof- >geestig gevoelde; maar integendeel eene ongemeene bedaardheid en kalmte van geest gewaar werd, vaarover hy zich dus uitlaat: T Men heeft waargenomen : en ik kan by ondervinding zeggen, dat die waarneming gegrondt is : dat op de toppen der hoogfte bergen , w alwaar de lucht onvergelykelyk fy^ w ner en zuiverer is, dan beneden; en alwaar men niet gedrukt word door die ontzachlyke zwaarte van 99 grove dampen, of liever (zooals ik my zoude uitdrukken) alwaar men bevrydt is van die fchadelyke dampen en uitwafemingen: waarmede de 9> lagere deelen van onzen atmofpheer ver-j \f] Relzedoor SICILIE en MALTHA, /. Deelbh 173* en 174. OVER DE KINDERSOKJES; to vervuld zyn, de fciel veel yryefc ^ werkt, en alle de vefrichtingen van den geest en het lichaam be^ to den onbelemmerder gefchieden; to Het fchynt : dat wy , naar mate wy* to boven het gewone verblyf der to menfchen ryzen, alle gemeene en kg e gevoelens achterlaten ; en dat to de ziel, naar mate zy zich in to de luchtsgewesten verheft, hare to aardfche neigingen aflegt, en een' to aanvang van hare hemelfche denkwyze begint te maken." Zoo ook ftond de Heer DE LUCQ_ [c] f op zyne reize naar de ysbeddingen van BUET, met zyn gezelfchap ver- baasd, geen verfchil in de dikheid der luchc, dan alleen op hunne werktuigen te bemerken: gevoelen- de zy geen het minfte ongemak, of onaangename aandoeningen : fchooix de lucht, die zy boven inademden, omtrent een derde minder dik was f dan beneden in de vlakten; en het [c] Verliaal eener reize naar de Ysbeddingen van 'tiiertogdomsAvoije door den Heer M. F. BOUVRIT, benevens eene belchryving der gezichten van dea bergHJanc: door denzelfden. AW. fart. bl. 141. en 142. 286 s, A. Dtt MCXKAA2., ANTWOORG gewicht des dampkrings: liohderd quint alen (dat is 3000 ponden) op het lichaam minder drukte, zonder het evenwicht van binnen in wanor- de te brengen. Hieruit befluit hy, en merkt te recht aan: hoezeer de jiatuur- en geneeskundigen mistasten , als zy de veranderingen , die ve- len op het ryzen of dalen van den barometer gewaar worden, aan een verfchil in de zwaarte of dicht- heid der lucht toefchryven: wantf 200 men die ilelt, vraagt hy: wat ? er dan worden zoude van de wilde- geitenjagers , die dagelyks uit de diepfte valeijen tot de toppen def hoogfte bergen opklimmen? wat van de vfouwen> die de hutten van SIXT (een dorp aan den voet van den berg BUET) bewonen, en alle avonden des zomers naar FONDS op- gaan> orn hare koeijen te melken> en het vee aan de hoede harer kinderen overlatende, alle morgens afklimmen , om hare mannen in den landbouw te helpen? Deze menfchen Ondervinden*, in den tyd van flechts weinige uren, de grootfte verande- ting in de zwaarEe der lueht, OVER D$ KINDERPOKJES. ergens in een zeer groote lengte van tyd voorvalt : want het verfchil in den ftand des barometers te Sixt eft te Fonds is omtrent 22 lynen: zy hebben echter geen het minfte onge- mak daarvan; zelfs lieden met eene benaauwde borst geplaagd voelen dit niet. Zoo ook hebben de Franfche geleerden, welken in 't jaar 1735. LO- DEWYK de XV de naar Peru zond, op een' der hoogfle bergen van de Cor- dilleras , te weten den b&g Pichincb* naby Quito, niet alleen geleefd^ maar zelfs geen nadeel hoegenaamd aan hunne gezondheid geleden. Dan misfchien vraagt men, hoe het dan bykome, dat de Heer CHARLES, op zyne luehtreizen, reeds op de hoog- te van 1524 vademen, niet alleea een geweldig ruifen in de ooren; maar ook ongemeene benaauwdheid op de borst, en alle voorteekenen ee- ner aannaderende flaauwte gevoelde? Men moet dit alleen toefchryvea aan de ongemeene fnelheid, waarme- de hy uit eene zwaardere in eene lich- tere lucht; en uit een warmer in een kouder climaat*, met zyne lucht werd overgqbrachc ; welke ver- 2>88 S. A. BE MORAAZ, ANTWOOR15 andering, waniieef men langfaani in de hoogte klimt, trapsgewyze ge* fchiedt. De bygebrachte voorbeelderi bevestigen dan, zooals ik te voren reeds heb aangetoond: dat de veranderingen , die wy by een' ver- fchillenden barometerftia.r\& op onze lichamen ontwaar worden, hiet al- leeii, en zelfs minder, afhangeri van de verfchillende drukking des dampkrings ; dan wel van de ondef- fcheidene hoogte, die de dampen en uitwafemingen bereiken, en den by- i:onderen aard, of beledigeride hoeda- nigheden, die zy bezitten. De veerkracht der lucht is eene eigen- fchap, die haar van alle andere vloeiftofFen onderfcheidt; en die zeer verfchilt van de werkracbi van andere lichameri. Want word de lucht gedrukt, zy krimpt zich in> en beflaat eene mindere ruimte: maar> 200 ras de drukking ophoudt, zet ^y zich wederom uit , en verkrygt hare vorige uitgebreidheid : andere lichamen daartegen, die veerkrach- lig zyn, herftellen alleen maar hunnd gedaante, did door de drukking ver- anderd was; maar hunne uitgellrekt-* held bVER DE KINDERPOKJES. held is en blyft altoos dezelfde: , ook kan de veerkracht zoo wel in vaste als in vloeibare lichamen voort~ gebracht, verminderd, of te niet ge- daan worden; maar die der lucht blyft beftendig, en verzwakt nooit lets, al is een windroer jaren lang daarmede beladen* Deze veerkracht der lucht : nu heeft hare bepaalde en beflendige redent zy is, alsde dicht- heid der lucht: zoo dat de uitge- breidheid, die de lucht beflaat, in de omgckecrde reden is met het ge- wicht, dat haar drukt. Doch deze regei gaat alleen maar door tot eene, zekere uitgeftrektheid der lucht: want (volgens de waarneming van MUS- SCHENBKOEK) als deze viermaal klei- tier is, biedt de lucht meerder' weder- itand; en vordert, om zich dichter in tekrimpen, een zwaarder gewicht ,dan de regel opgeeftt die daarom, juist befchouwd, op geen' eenen graad van uitbreidingder lucht volkomeii naauw- keurig zyn kan. Ook kan men niet juist bepalen, tot welk eenekleine of grpote uitgeftrektheid de lucht zich kunne inkrimpen of uitzetten? Alleen weet men uit ruwe proeven, dat DEEI. T die 290 S. A. DE MORAAZ, ANTWOORD die tusfchenruimte verbazend groot is, en dat de uitgebreidheid der lucht verfcheide duizend malen in grootte verfchillen kan. Door het vuur word de lucht uitgezet en dun- ner, en doet door deze uitzetting het zelfde, als of hare veerkracht vermeerderd werd: daartegen krimpt zy door de koude in een, niet an- ders, dan of zy een gedeelte van hare veerkracht verloren had. Zoo- danig eene veerkracht nu is voor de lucht eene allernuttigfte eigen- fchap: zy doet het geluid en de licht- ftralen fnel doorpasferen , en de dampen en uitwafemingen genaakke- lyk opklimmen; zy verfchaft den vo- gelen eene vrye en vaardige vlucht, en ons eenen onbelemmerden door- gang en beweging; zy doet ons ruim ademhalen, en maakt de per- fmg op ons lichaam van alle kanten dezelfde, waardoor zy te weeg- brengt, dat wy naauwlyks gewaar worden het verbazende gewicht van lucht , dat fteeds op ons lichaam drukt; en eindelyk zy maakt de lucht gefchikt, om door de kleinfte openingen van ons lichaam tot in de OVER DE KIKDERPOKJBS. binnenfte deeltjes in te dringen en fcich met dezelven te vermengen, cm tegenftand te kunnen bieden aan de perfing der buitenlucht, die (zoo dit niet gefchiedde) onze lichamen plat tot een zoude drukken. En naar- dien de buitenlucht aan gedurige veranderingen onderworpen is, en hare drukking telkens verfchilt; 200 moet ook de inkrimping en uitzet* ting der binnenlucht, om het even- wicht te houden , zich gedurig yerwis- felen: en door deze beurtlingfchc bewegingen word de omloop der vochten in het dierlyke lichaam f doch vooral in de planten, onge- meen veel bevorderd. Dat zy ook electriek of brandfleenkrachtig is^ kan men uit de volgende proef ge- noegfaam opmaken. Wanneer men r de dampkring zeer droog zynde, eene twee duims dikke,en drie voet lange, glazenbuis met eene drooge hand lang vryft , word een donfen veertje , in de lucht losgelaten zynde, vau de buis aangetrokken ; en een wei- nig tyds daaraan gezeten hebbende^ met grpote kracht weggedreven; bly< yende in de. lucht zweven ^ en wor- T a 2p2 S. A. DE MORAAZ, ANTWOORD dendedoor de buis omgevoerd, zon- der dat het veertje de biHs kan aan- raken, voor en aleer eenig ander lichaam, hetwelke niet brandfteen- krachtig is, by het veertje gebracht zy: wanneer hetzelve aanftonds we- der naar de buis getrokken, en ook 6p nieuw wederom weggedreven word. Dan deze proef gaat niet door, als het weder vochtig is: een zeker bew^s, dat de waterdampen brandfteenkrachteloos en veeleer ge^ leiders zyn, die het veertje van hare brandfteenkracht, die zy van de buis verkregen had , berooven ; en hier- door te weeg brengen, dat het op iiieuw wederom door de buis word ^angetrokken, of fomtyds geheel irachteloos op den grond nedervalt. i Eindelyk is de lucht -eerie beften- dig blyveride vfoeiftof: om dat zy "hare vloeibaarheid nooit verliest, ai is zy jaren lang in eene zeer dicht geQotene fles -bewaard; of al word J zy door de fterkfte perftng verdikt, en aan de- grootlle koude, die de iiatimr of kunst opgeefc, blootge- lleld. Tot welke hoogte de lucht zich bo- OVER DE KINDERPOKJES, 293 bovcn ons verheffe, kan men met geenp zekerheid juist bepalen. De Heer HALLEY berekende uit de veer- krachtswet der lucht; alsmede uit de gebrokene lichtftralen, desavonds, en in den morgenftond ; hare hoogte op 45, doch de Heer DE LA HIRE op 5.1. Engeljche mylen: dan het is niet mogelyk , op eene van beide wy- zen, de ware hoogte te vinden. MATHO meent, uit eene verdere befchouwing der vliegende lichtjes, welken in de laatfte jaren zoo ineenigvuldig in de lucht gefchenen hebben, dat d,e dampkring veel hooger zy: - anderen wiilen, dat zy eene hoogte van 60. En- .gelfcbe mylen bereiken zoude. Was .de 'lucht overal, op verfchillende hoogten, even dik: dan zoude men gemakkelyk de ware hoogte kunncn op- maken, uit het verichil van den (land des barometers aan den voet en op den top eenes hoogen bergs; doch die eigenfchap bezit zyniet, en evendaar- om is zy voor ons des te nuttiger; naardien het anders nooit regenen , en zoo vele ongeregeldheden gcboren zou- den worden, dat weinige dieren of planten daarin louden kunnen leven. T 3 Nog 594 * At ^ MOFAAZ, ANTWOORD Nog voegde ik by myne bepa- ling van de lucht, dat zy voor het beftaan van alle ondermaanfche wezens zoo gefchikt en noodzakelyk is, dat zon- der dezelve geen dier noch plant voortgebracht worde, leve, noch groeije; zelfs zullen geene eijeren in et luchtledige iiitkomen, Proeven met de luchtpomp bevestigen om- trent de dieren , dat zy in het lucht- ledige fterven , indien niet fchielyk lucht daarby bygelaten worde; de visfchen, en andere waterdieren niet uitgezon- derd: danzy, die zoowel in het water als op het land leven , gelyk de kik- vorfchen, waterhagedisfen , en meer anderen , kunnen het veel langer uit- houden in eene lucht , welke door uit* pomping van den ontfanger zeer mer- Jcelyk verdund is \ en het fchyntzelfs, in het begin der proefneming, als of hen sulks in het nrunste niet benadeel- de : vliegen en eenige andere injecten Jcunnen verfcheidene dagen in dit zoo- genaamde luchtledige leven ; doch ra- kenbuiten ftaat om te vliegen, en ver* lie^en ook eindelyk hun leven, Som- migenwillen, dat het zaad der plan* ten, befprgeki en gebroeid in dq aar- OVER DE KINDERPOKJES. 295 aarde onder een luchtledig glas , wel groeije; maar veel trager, dan in de lucht: en dat dus de groeijing wel veel maar niet geheel belet worde: dan BOERHAVE getuigt, dat alle plan- ten, mosfchen, kroos, en wat het ook moge zyn, ras fterven in eene plaats zonder lucht; of daar de lucht lang ftil ftaat , en niet ververscht word. De door zyne groeijende weegkun- de beroemde Heer STEPHEN HA- LES ftelt : dat de lucht fomtyds in een' vastgelegden , en fomtyds in een* veerkrachtigen ftaat zy: en hy toont door veelvuldige proeven aan , hoe zy fomtyds gemakkelyk, doch. fomtyds zeer moeilyk, uit den eenen in den anderen ftaat gebracht kunne worden : en dat dieren en planten voornamenlyk groeijen en on- derhouden worden door lucht in de- ze twee ftaten: de vaste deelen door vastgelegde; en de vloeibare deelen door veerkrachtige lucht: want de lucht dringt in groote meenigte door de porien van planten en dieren, al- waar een gedcelte vandezelve, vastge- legd wordende, als het cimtnt is, dat T 4 de . A. DE MORAAZ, ANTWOORD de vaste deelen famenvoegt; terwyl dat gedeelte, het welke vcerkrachtig blyft, de werkfaamheid der vochten in ftaat houdt. De veerkrachtige lucht, die in vele lichamen bevat is, word in dezelven gehouden door het ewicht van den dampkring, en kan oor gemeene koking en de luchtpo m p daaruit gehaald worden; maar de vastgelegde lucht, die degrootftehoe- veejheid uitmaakt, kan daaruit niet ge* haald worden dan door diftillering, gisting, of verrotting. Indien vastge- legde lucht niet met moeite uitde li- chamen kwam, en eenigen tyd be- ileedde om zich los te maken van de 2elftlandigheden, waarin zy bevat v/as, zoude zy dezelven in ftukkenry* ten; boomen zouden van eenfcheuren door de verandering van lucht uit een' vastgelegden tot een' veerkrachtiigen ftaat; en de dieren zouden in grui- &elen barften door de ukzetting van de lucht in hun voedfel: en wierd zy 'in fommige zelfflandigheden eenskiaps losgelaten, zy zoude alles wat 'er by en omtrent was meteen veel grooter eweld dan buskruid aan ftukkea De2e theorie .van den Heer ;HA- LSS OVER DE KINDE&POKJ'ES. I.ES is ook van andere natuurkenners door proevenbevestigd r en omhtlsd. Dat bet viuir ito bet lucht ledige uit- dwe, zoo als ik ook in myne bepa- ling zeide: ondervindt men duideiyk, wanneer eene gloeijende kool meteen yzerdraad in een ontvangglas opge- hangcn, en de lucht daaruitgepompt word: ook gaat dan eene branden- dekaars, onder een hoog ontvangglas ftaande, zeer fchielyk uit. j Eindelyk , dat bet water zonder toe^ voer van lucht bederve, ondervindt de seaman op lange reizen, wanneer by het water in dichtbeflotene vaten ia lang geene lucht komt: 'hetzelve " be- derft ; word ftinkend ; en onbruikbaar : en hy weet geen beter middel om het cenigszins te verbeteren en : drinkbaar te maken, dan het in groote fteenen kruiken af te tappen , en een' tyd lang aan de vrye lucht bloot te ftellen. Zulk eene fyne en zuivere lucht, als ik eerst bepaald, en vervolgens in alle deszelfs eigenfchappen nader om- ichrev"en heb, is nooit de darnp- - kringslucht: de beste en zuiverfte is nog altyd min of meer met vreemde lichaamtjes befmet bevonden. De ge- t S. A. DE MORAAfc, ANTWOORD dephkglfteerde lucht, door den Heer PRIESTLEY allereerst uitgevonden > komt in fyn- en zuiverheid wel het mast daarby: en muntzoo verre uit boven gemeene dampkringslucht, dat een dier, in eene met gedephkgifteerde lucht gevulde flesch opgefloten, vier- vyf- ja fomtyds zevenmaal langer blyft leven, dan in eene gelyke flesch gevuld met de beste en zuiverfte dampkringslucht: ookwordde vlam van eene kaars , in dezelve gehouden , grooter; en krygteen' allerverwonder- fykften luister, waarvan de oogen fchemerblindworden : gloeijendhee- te houtskool, daarin geftok^n, word fchynende ; en geeft vonken van zich. Befchouwen wy nu verder de ove- rige deelen, die onzen dampkring uitmaken ! Onder de verfchillende deeltjes, die in de lucht opklimmen , en den damp- kring vormen, zyn de waterdampen jriet van de minften : zy kunnen zich 14000 malen uitzetten , of ylerworden dan het water zelve; gelyk gefchiedt, als het water kokende, en FHAREN- HEITS thermometer op 212. graden ge- rezen is: maar zoo groot eene hitte on- OVER DE KINDERPOKJES. 299 ondergaat de dampkring nooit : 90 graden is in ons Land al van de groot- fte; en deze maakt den damp 5943-; malen yler dan water: en eerst als zy op 12 graden gedaald is, blyft de damp nog omtrent 800 malen uitgezet; en dus alsdan nog even zoo yl als de lucht, wanneer haar ylheid zich be- vindt in het middengetal tusfchen 606 en iooo: zynde de minfte en groot- fte uitzetting, welke ik van de lucht tot die van het water gefteld hebbe, Hierby komt nog, dat de lucht ook door de koude zoo wel als de dampen inkrimpt, minder yl, en dikker word: waaruit dan blykt, vooreerst!: dat deluchtfoort onderfchei- delyk zwaarder is, dan de waterdam- pen; en dus zeer gefchikt ona eene groote meenigte daarvan op te houden : en wyders : dat het water, door weinig vuur vluchtig wordende , het geheel jaar door in damp kanopftygen [rf]: ter- [d] LE ROY , en cenige latere natuurkundigen , den het genoegfaam voor volftrekt onmogelyk : dai de gewone zomerwarmte , alleen , het water in dam- pen kunne veranderen ; ennogveel minder, dat deze dampen in de koudere bovengewesten des dampkrings % gednrsnde zoo langen tyd, dry yen kunnen , zonder 300 S. A. DE MORAAfc, ANTWOORD terwyl de zouten, olien, en andere ssware vloeiftoffen, ofdeelen van vas- tc lidiamen, veel meer vuur noodig heb* ben om vluchtig te worden; en daar- om alleen maar in de heetemaanden rOpryzen, Geen wonder dan! dat wa- terdamp het grootfte gedeelte van den damp- aanftonds indroppels.famente loopen , en op deanrde neder te vaileu: zy.vvillen, dat de opklimmini>- van het zwaariiere- water ineene lucht, die veel lichter is, zeer veel overeenkomst; hehbe met die fcheikundige ontbmdijigen ; en dat de lucht het water even zoo qntbindt en omdraagt, *als het water de zouten : en zy niecnen in alle byzdndere verfchynfelen ., welken ,de dam pkring ople vert, eene juiste overeenkomst te 'viaden metde zoodanigen, welken uit de ontbinding der zoutdeeltjes met het water voortkomen. Ilet -zoude te ,'verre buiten niyn beftek , gaan , om alle de dampkringsveifchyntelen iecjer afzonderlyk volgcns deze nieuwe theorje te verklareii. Men vindtditindc natuur- en zedekundige befcllouwing der aarde , ge- Vf>lgd naar het Hoogduitsch van ZOULNER en LANGE //? Qeel 4* Hcofclftuk. Ik zal bier alleen nog aan- merlcfen, dat de hitte der zon op verre na' de eenige oorzaa'k .niet zy van de be.ftendige uitwafe- ^ming.onzer zoo onmeetbare waterplas : de winden. breiigen ook hieraan ^eel toe . ' Dit blykt , wanneer Hien nat dock of linnen, buiten de zonneftralen , aan den wind blootftelt : het gene door den wind , welke -alle waterdeeltjes daaruit wegvoert, fpoediger op- droogt : OOK bevorderen nog de ftormwinden de uit- damping der zee daardoor , dat zy deszelfs opper- vlakie, door de golven die zy verwekken, merkelyk vergrooten; en dus eene veel uitgebreider oppervlak- "te aan -te . vereenigde .werking der zonneitralcn en jtucht biootflcllen. OVER DE KINDEHPOKJES. 301 dampkring uitmaakt: voofal, zoo wy hierby nog overwegen, hoe de uit-r gettrektheid der wateren , die van het vaste land, meer dan twee derde gedeehen, overtreffe ; en dus eene onuitputbare bron oplevere voor de verbazende meenigte dampen , die zich beftendig over het vaste land verlprei* den , en zich zoo verdeelen , dat zy (ge- deeltelyk) in den dampkring opklinv" men; en daarin, ofhoog boven met eene dunnere lucht in.evenwicht ge- raken; of lager, in. de gedaante van woiken., raevel, of mist, blyven ban* gen; of, veranderd in regen, hagel, of fneeuw, op de aarde hedervallen : dbch verre de meesten dezer; wa* terdampen dringen in de aarde, ent al wat daarop is, vooral in menr fchen, dieren , en planten ; waaruit.zy eehter in groote meenigte, inzonderr heid by dag, wederomuitwafemen, en in den dampkring opklimmen, met zich voerende verlcheidene vreemd],, en de aarde y riichtbaar maafct , door de zouten eh olien, die hy uit de lucht aan het aardryk mededeelt. Ook zyn zy , in koudere landen, voor het pla^ntenryk byzpnder voordeelig: naardienzy het luchtsgeftel zeer verzachten en ver* warrrven. Vandaar, dat koudere lan- den, die aan zee liggen, v.e'el warmer en vruchtbaarder zyn, dan anderen, welken dieper landwaards inliggen. Aan de westelyke en benedeniie dee- l Y -n van ITALIE is de zeelucht zoo by- bonder warm, :dat de orangeboomea aan den oever zoete vruchten yoort- brengen; die anders in het land zuur ) lyven: en dat de rozengaarden van i>ASTU:vi tweemaal 'sjaars bloeijen. D ligt meer noordelyk dan ND: echter is de winter ai- 1 ; [e] De proevep van PRIESTLEY en anderen toonen aan,: dat de lucht ^welke reeds voor de ademhaling, eu tot onderboud van 't vuur , onbekvvaam was ge~ v/'iV-.i^n, wederom gezuiverd, en op nieuw daartoe 1 kwaam : gem?inkt vvord; wanneer men dezelve met v.-uier in et'ie flesch door elkander ichudt : nemende het .water,. als.J?.iu zoo nietalle, nochtans de meeste \, c ,. : ;,, d LV i .M,, welken met de lucht vermengd wa- fen, naar 2ich. Vandaar, dat men de lucht zuiverer tn gczunder op zee, dan op 't land, bevindc. OVER DE KINDERPOKJES. aldaar niet zeer ftreng: men kafi zelfe daar vele boomen in de opene luchfc voortteelen, die men in DUITSCH- LAND in trekkasfen moet bergen. In CAROLINA groeijen aan den oever der 1 fceevygen, limoenen, en granaatboo- men; die anders in 't land omkomen, naardien de winter daar ftrenger is dan elders: en zelfs duren zy eenige ja- ren, als zy maar in den winter onder de wolken, die de zee uitwafemt> ftaan kunnen. Behalve deze waterdampen heeft men nog eene meenigte foorten, die uit andere vloeifloffen uitdampen: waarvan eenigen nuttig > velenzeeron- gezond; en fommigen zelfs doodelyk zyn. Door den damp van azyn zui- vert men de ziekvertrekken van al- ien ftank en rottige uitwafemingen; en daartegen is die van terpentyn, traan, en andere olien, voor onzeadem- haling en gezondheid zeer nadeelig: die van teer houdt men voor een be- hoedmiddel tegen de pest : maar die van zeepfop houdt DIEMERBROEK, en ook anderen , in pesttyden voor zeer fchadelyk. De damp van gistende most, die zich in de lucht verfpreidt, xr. DEB*. X k ward ,306 S. A. DE MORAAZ, ANTWOORD word voor een derheilzaamftebehoed- jniddelen tegen de pest geroemd: doch wanneer diezelfde damp uit het gat van een vat met werkenden wyn vliegt, doodtzy oogenbliklyk, wanneer men 'er met den neus voorligt, even als of men door den blikfem getrofFen werd : ook heeft dfe damp van gistend bier des winters in dichtgeflotene kelders meenig een' het leven gekost. Eindelyk klimmen in den damp- kring ook eene meenigte verfchillen- de foorten van uitwafemingen op: die daarin van evengemelde dam- pen onderfcheiden zyn , dat zy uit vas- te lichamen haren oorfprongf hebben j terwyl de dampen uit vloeiftoffen voortkomen. Daar nu niets de kracht van 't vuur wederftaat, en al wat het vuur kan vluchtig maken, in den dampkring (volgens BORHAVE)kanop- klimmen ; zoo dat de drie ryken der natjiur van al hunne voortbrengfels den dampkring bedeelen: zynde het plant- en dierenryk in deze oedeeling 200 mild, dat de zelfftandigheden , waaruit de planten en dieren zyn fk- mengefteld, zelfs na hun leven door yerrotting vluchtig geinaakt, meest al- ien OVER DE KINDERPOEJES. len in den dampkring overgaan : ' zoude ik dus beginnen? waareindi- gen? indien ik de in foort onderfchei* dene zelfftandigheden , die den damp* kring vormen , alien wilde optellen ; en in haren byzonderen aard en eigfcn- fchappen voorftellen, Ook zyii *et zeer velen, die onze zintuigen nooil gewaaf worden > en echter daar zyn ; de hond weet op den reuk zyn's mees ters voetftappen te volgen, en hem op te zoeken ; ook weet hy het wild daar- doorte ontdekken ; en wy rieken daar- van niets. Bovendien zyn 'ef tyaaf* fchynelyk nog verfcheide voortbreng- fels> die uit eene vermenging van zoo eene meenigte verfchillende zelfftan- digheden in den dampkring zelve ge- vprmd en voortgebracht worden: ert die wy nooit kennen kunnen. De lezer, die eenige foorten vail uitwafemingen wil opgeteld zien> kan die vinden by den grooten natuur- kenner MUSSCHENBROEK : die (in het boofdftuk over bet algetneene der lucbt~ verhevdingeri) verfcheide foorten van deelen optelt , welken uit de aardfche li- chamen in den dampkring opftygen* gn des^elfs deeleii uitmaken; waar- V i Vart 308 S. A. DE MORAAZ, ANTWOORD van hy de zout- en zwaveldeelen als het aanmerkelykfte getal opgeeft. Het zy genoeg, dat ik in 't gemeen, even als over de dampen, hiervan zegge: dat eenige uitwafemingen niet al- leen voor onze ademhaling en ge- zondheid voordeelig; maar zelfs voor onzen geest, door den lieflyken geur, dien zy verfpreiden , en aan onze reuk- fcenuwen mededeelen, zeer vervroly- kend en verlevendigend zyn! Men denke maar eens aan die groote mee- nigte bloemen en planten: wie kanze alien optellen ? welken , in den aangena- men lentetyd , door haren lieflyken geur,hartenenzinnenftreelen, en ons als doen herleven ! Wat verkrygt men niet al nuttige uitwafemingen , om den bedorven' dampkring van ziekvertrek- ken te verbeteren , door het branden van verfcheidene welriekende houten? als pokhout, dat van dennen; pyn- cypresfen, en geneverboomen: ja zelfs van eikenhout. Het falpeter in brand geftoken, brengt met weinige kosten, eene gedephfogifteerde zuivere en veer- krachtige lucht voort: zooookgeeft de zwavel (waardoor de fcheikunde het iterkfte gif, en zelfs het rotten- kruid OVER DE KINDERPOKJES. 309 kruid , temt) wanneer men die in den brand fteekt, eene meenigte uitwafe- mingen , die onvoorzichtig ingeademd wel zeer verftikkende , maar niet min- der luchtfeuiverende zyn: vooral wanneer zy met falpeter vermengd word; waardoor zy fchielyker ont- brandt, en veel van haar verftikkend vermogen verliest. Vandaar, dat het aanfteken van buskruid (het gene uit zw&vel, falpeter, en houtskool, isfamen- gefteld) zoo nuttig bevonden word, om den dampkring zelve van befmet- felen te zuiveren. Toen in het jaar 1 598. de Spanjaards RHYNBERK beftorm- den, geraakte eene kruidtoren in brand, en barstte met zoo een'gewel- digen flag vaneen , dat verfcheidene huizen inftorteden, en vele menfchen onder de puinhoopen verpletterden : doch het zonderlingfte was, dat de pest, die een tyd lang daar gewoedt had, federt geheel ophield. Wel is waar, men moet zulks niet alleen aan de luchtzuiverende zure uitwafemin- genvan h^t falpeter en de zwaveldeelen toefchryven: maar vooral ook aan de fterke beweging der lucht, door deze geweldige uitbarfting veroorzaakt. V 3 Zoo s* A. E>E MORAA&, ANTWOQRD ook telt men de uitwafemingeri van fteenkolen, pik, en eenige fpece- ryen , onder de vermogendfte behoed- middelen tegen de pest, en andere be- fmettelyke ziekten. Dan daartegen word de dampkring ook beladen met uitwafemingen, dievoor onzegezond- heid zeer nadeelig 2yn ; en tot veieby- ^ondere gebreken aanleiding geven. De uitwafemingen van bilfenkruid, fafraan, leiien, dovekolen, en meer anderen, tasten hoofd en longen aan: de bladeren der dolbezien ofwolfsker- fen (atropa belladona) zyn , volgens ge tuigenis van ZIMMERMAN , zoo fchade- lyk , dat wanneer men de^el ven iemand voor de oogen houdt, de iris in het pog hare natuurlyke veerkracht ver- liest, lam word, en zich onnatuurlyk verwydert. De uitwafemingen van men- fchen in beflotene vertrekken, gevan- genhuizen , bofpitakn , of op fchepen , met groote hoopen by een getroept, zyn ten uiterfte fchadelyk bevonden, vooral wanneer de lucht niet ver- Bieuwd of ververscht word : en daar die van zway el, fchielyk ingeademd , de longen verftikken j brengen die van lood^it de cgHca $i((ovutn> of fchil- ders OVER DE KINDERPOKJRS. 31! ders buikpyn , voort. En eindelyk zyn 'er nog zulke fnelwerkende uitwafe- mingen, dat zy het dierlyke leven ter- flond overweldigen ; hetzelve in zyne bron opzoeken, aantasten, en vernie- len : van dien aart zy n die van het ar- fenicutn> en van eene meenigte andere delfftoffen. \ Laatftelyk verfpreiden zich nog in den dampkring eene meenigte kleinc zaadjes, en eijertjes, van velerleifoor- ten van planten en diertjes; waarvan eenigen vergiftig en venynig zyn:^ ja zelfs zweven 'er in den dampkring nog vele onzichtbare plantjes en dier- tjes, benevens hunne zaadjes en eijer- tjes; waarvan eenigen , nietalleenvoor het planten- maar ook voor het die- renryk , ongemeen fchadelyk zyn: kun- nende zy, zoowel uit- als in wendig, onze lichamen beledigen , en naar de meening van fommigen verfcheideneheerfchen- de ziekten voortbrengen . KIRCHERUS , en andere beroemde mannen , hebben alleen aan deze diertjes de oorzaak der epidemifche ziekten toegefchreven. Men heeft door het vergrootglas ook roode bloedelooze diertjes ontdekt, die men wil> dat meer dan eens in de y 4 lucht 12 S. A. DE MORAAfc, ANTWOORD luchtzoo meenigvuldig zyn geweest, dat de regen zich daardoor rood vei> toonde, en van velen voor bloedregen werd aangezien en gehouden. Dit zy genoeg over de kenbare hichts- en dampkringshoedanigheden, om by vervolg daaruit te betogen : dat de befmetfelen , die heerfchende ziek- ten, en wel byzonder kinderpokjes, voortbrengen, in den dampkring huis- vesten; en wegens eene verfchiilende luchtsgefleldheid aan- of weggevoerd, en minder of meerder verfpreidt wor- den: zoodat, offchoonmen uit deze kenbare luchtshoedanigheden de eigen- lyke oorzaak, die de kinderpokjes voortbrengt, in harenaardenwyzevan werken niet leert kennen, zy echter de voornaamfte oorzaak zyn , zoowel van het aan- als wegvoeren van he.t pokfmet j en dus, in het voortbrengen en uitroeijen dezerziekte, geengering aandeel hebben. Ook kunnen zy aan het gantfche beloop dezer ziekte veel voor- of nadeel toebrengen: en zelfs de toevallen der kinderpokjes hangen seer veel van deze kenbare luchtshoe- danigheden af. Zoo was, by voor- de ongemeen groote droogte, die OVER DE KINDERPOKJES. 313 die in het jaar 1681. in ENGELAND der menfchen geheugen te boven ging, (volgens de waarneming van SYDEN- HAM) oorzaak, dat men in de toen- maals heerfchende kinderpokjes eene meer dan gewone ontfteking met der- zelver toevallen heeft waargenomen. Om zoo eene drooge dampkringsge-' fteldheid te verbeteren , kan men met voordeel takken van vlier- of willigen- boomen in eenen emmer met water zetten, en in het ziek vertrek plaat- fen; het gene niet te pas komt, maar veel eer Ichidelyk word, wanneer de dampkring vochtig is: alsdan behoort men dien te verbeteren door het bran- den van welriekende houten: waar- uit men wederom ziet, dat zelfs in het behandelen der kinderpokjes , zoowel als in het genezen van andere ziek- ten , de kenbare dampkringshoedanig- heden eene allernoodzakelykfte we- tenfchap uitmaken. Nu zoude ik over de luchtverhe- velingen nog dienen te handelen: de- wyl zy ongemeen veel toebrengen aan eene goede, of kwade; aan eene bffmettende,ofnietbefmettende;damp- kringsgefteldheid^ Dan naardien de V 5 314 s - A ' DE MORAAZ, ANTWOORD groote MUSSCHENBROEK ! in zyne Be* ginfelen der nqiuurkunde: over dezen in hetgetneen, en over ieder in het by- bonder: zoo uitmuntend, kort, en za- kelyk, gefchreven heeft, dat ikniets weet daarby- of af te doen: wyze ik den lezer naar dit voortreffelyke werk. lets echter, doch alleen ook maar iets, zal ik tot myn oogmerk over de winden aanftippen. En wel vooreerst in het gcmeen daaroveraan- inerken , dat zy of fchadelyk of nut- tig zyn kunnen: fcbadelyk,vooj: zoo- verre zy de befmetfelen van elders uit befmette naar onbefmette plaatfen ianvoeren: nyttig daartegen, indien zy [/] Dat de winden de befmetfelen met alleen weg- dryven , maar ook hooger opvoeren , en dus de be- Bedenlucht daarvan zuiveren , blykt ten klaarfle , Vrann.eer men acht geeft op de voornaamfte hoofd- onrzaak , waaruit de winden geboren worden . Ira- mers ontflaan zy , wanneer het evenwicht der Uiclit weggenomen 9 en even als een tocht in de lucht ver- wekt word: gelyk gefchiedt, wanneer eene kolom lucht , door hitte uitgezet , verdund , en lichter gewor- den , door eene zwaardere luchtkolom weggedrukt , en opwaards gedrongen word ; te gelyk dan met zichopvoerende de befmetfelen, dampen, en uitwa- femingen, waarmede zy vermengd is, en diefoff* fek nog lichter zyn. Men kan door eene eenvoudige dit bevestigd zien. Stook eene dicht ge- flo \ .- , OVER DE KINDERPOKJES. zy uit etfne befmette plaats de be* fmetfelen, zoowel als alle andere fchadelyke dampen en uitwafemingen , of hooger in den dampkring opvoe* ren [/] , en ? alzoo de benedenluche daarvan zuiveren , of ook wel vandaar naar elders wegdryven en verfpreiden. Dat vervolgens alle ftormwinden , zoo wel als plasregens , en onweersbuijen, zeer luchtzuiverende en , veeltyds dien- ftig zyn, niet alleen om uit de lucht alle onreine dampen, uitwafemingen, en befmetfelen, weg te dryven ; maar ook om door de beweging, diezyinde lucht maken , de verrotting tegen te gaan, die anders door eene iUlle lucht flotene kamer warm , op dat de daarin zynde lucht zich verdunne en uitzette : open vervolgens de deur van een naastbyliggend vertrek, het welke kouder is ; en de zwaardere lucht zal aanftonds daaruit in- dringen, en om dat zykrachtiger is, delichtcre lucht opwaards dryven : waardoor een tocht in beide ver- trekken onftaan zal , dien men in de warme kamer meest aan de beenen gevoelt, en welken men oofe duidelyk kan waarnemen , door op verfchillende wy- 2en eene brandende kaars in de opening der deur re plaatfen : want zet men de kaars naarby den grond, dan ziet men de vlam uit het koudere naar het war- mere vertrek waaijen ; en integendeel naar het kou- dere , wanneer de kaars in het bovenfte gedeelte der openrtaande deur gehouden word: en alleen in het midden van dezelve word men geen' tocht gewaar. 316 A. S. DE MORAAfc, ANTWOORD seer bevorderd word. Varfdaar, dat men by de pest en andere befmettely- ie ziekten veeltyds lange aanhouden- de ftilte, die de befmetting zeer be- vordert en langdurig maakt, waar- xieemt. Men vindt reeds by HOME- BUS [], dat toen APOLLO verzoend was , en het Griekfche leger van de pest bevryden wilde, hy een' fterken wind 2ond. De myndelvers, eer zy zich iieclerlaten , werpen eene handgranaat in de diepte, door welker losbran- ding , even als door den fterkften wind , de lucht in de myn zeer Inel be- weegd, endeopeengepakteuitvloeifels verdreven worden: waarna zoodani- ge mynen, waarin men anders zoude omkomen, veilig kunnen bewerkt worden. Vervolgens houdt men in het byzonder de oosten-, nporden-, en vooral de noordoosten winden in ons land voor de meestluchtzuiverenden: zy doch doen den barometer door de 2ware lucht, die zy aanbrengen , ry- zen, en dus worden de fchadelyke dampen en uitwafemingen , zoo wel als debefmetfelen, hoogeropgeheven, en de benedenlucht daarvan gezui- verdt [g] ILIAD. Lib. /./. 21. OVER DE KINDERPOKJES. 317 verd. Het tegenftelde doen voornamen j ly k in ons land de westen- en zuidwesten winden, die daarom voor onze ge- zondheidnadeeliger gehouden wordeo, Voor fommige geftellen echter is de noordenwind, wegens zyne koude en fchraalheid, niet aanminnig. LODE- WYK DE XI de , in een' zwakken toe- ftand zynde, gaf bevel, om den HE- MEL ter afwending van den noorden- wind te fmeeken: AUGUSTUS daar- tegen was zoo overtuigd van deszelfs heilzaam en verfterkend vermogen, dat hy een' autaar voor den noorden^ wind liet oprichten ; en denzelven on- der het getal der Goden plaatfte. Men moet intusfchen aan de winden, op zichzelven befchouwd, geene by- zondere hoedanigheid , kracht, of deugd, toefchry ven : naardien dezelfde winden, wegens de byzondere lig- ging der landen, waarin zy waaijen, dikwyls eene zeer verfchillende en gants tegengeftelde uitwerking hebben. Zoo is (by voorbeeld) in ons land de zuidoostenwind, die aller- minst en meestal met gematigde kracht waait, voor ons zeer aanmin- pig; en brengt eenegetemperdelucht, s. A. DE MORAA, ANTWOORD en des zomers eetien vrtichtbaren re- gen mede : rnaar in NAPELS daar- tegen, alwaar diezelfde zuidoosten- wind gemeenlyk in het voorjaar waait> en firoccwind genaamd word , bevond de Beer p. BRYDONE [ti] denzelven zoo ongemeen verflappende, datdie, zoo vel den inboorlingen als vreemdelin- gen, alien lust> itioed, envtolykheid beneemt j ja zelfs de verliefdheid der KAP&LSCHE minnaren zoo fterk uit- dooft, dat zy, gedurende den tyd dien deze wind waait > zorgvuldig huiine meesteresfen vermyden: ook brengc hy daar zoo een' grooten trap van matheid en werkloosheidinlichaamen ziel beiden voortj, dat zy hen ohbe- kwaam maken om hunne gewone ver- richtingen te volbrengen, en alle wer- ken van vernuft doen ilil ilaan : vandaai" ^elfs i als 'er een laf of zot gefchrift te voorichyn komt, de fpreekwys > dat het in den tyd van den Jiroccwind gefchre- ven is: met een woordt alles lydt, en de geheele natuur fchynt, zoolang die hatelyke wind aldaar waait > volftrekt te kwynen. Wyders ondervond di^ fchry* [h] Relze 'door' SICILIE en MALTIIA: vert. L Deel^ bl. 173 en 174, OVER DE KINDERPOKJES. 319 fchry ver van dezen wind ook op dezelfde nadeelige uitw>erking , als hy te NAPELS aan land was gewaar gewor- den: want van NAPELS ^naar MESSINA, gezond en welgemoed , met eenen fris- Tchen noordenwind onder zeil gaan- de, begon den volgenden dag de firoce- wind te waaijen : aanftonds geraakten zy alien doodelykziek; en herftelden niet, dan nadat die verdrietige wind bedaar- de en ophield, Vervolgens te PA- LERMO in SICILIE zynde, ondervond hy de brandende hitte , die defiroccwind aldaar aanbrengt: en diezooondraag- lyk is, dat men geen fchepfel, zoo- lang dezelve waait,op ftraatziet: zyn- de de thermometer van 72, tot 112. graden gerezenj doch de barometer weinig aangedaan. Het is zeer pp- merkelyk, dat de brandende hitte van dezen wind aldaar geerie volkziek- te , of eenige nadeelige gevolgen in de gezondheid der inwoneren veroor- saakt; daar hy, te NAPELS en in ver- fcheide andere plaatfen van ITALIE, alwaar deszelfs geweld hierby niet kan vergeleken worden, dikwyls verzeld gaat van rotziekten; en byna altoos eene algemeene neerflachtigheid vaa geest, 320 S. A* DE MORAAfc, ANTWOORD geest, Bonder merkelyke daling des barometers, voortbrengt. Eindelyk kunnen winden , die vol- gens de ligging der landen voor de gezondfte en luchtzuiverendfte gehou- den worden , op lommige tyden gants tegengeftelde hoedanigfeeden krygen, en zelfs zeer befmettelyk worden: doordien naburige plaatfen, vanwaar zy tot ons overkomen, befmet zyn; en zy vandaar de befmetfelen mede voeren , en heerfchende ziekten dver- brengen* Waaruit dan blykt, dat niet alleen de ligging der plaatfen, rnaar vooral ook de byzondere tyden, dienen in acht genomen te worden, eer men over de voor- of nadeeligheid der winden kunne oordeelen. Langs dezen gebaanden weg van algemeene dampkringskunde, kome ik nu tot de BESMETSR.LEN zelven, die ik eerst van de epidemifche [i\ ziekten in [t] Epidemifche ziekten zyn juist alien met befmet- Jyk : want zoowel de voor- als ttajaarskoortfen , hoe algemcen zy ook heerfchen mogcn , beimetten niet; zcoals blykt, wanneer zoodanige lyders naar andere plaatfen, daar deze koortkn niet heerfchen , over* gevocrd worden. OVER DE KINDERPOKJES. $21 in bet gemeen, en vervolgens van de KINDEKPOKJES in bet byzonder, wat meer van naby zal befchouwen. Befmetfelen in bet gemeen zyn zoo- danige fchadeiyke zelfftandigheden , die of door de dierlyke lichamen uitwendig aan te raken, of door in- wendig binnen dezelven in te dringen, gelykloortige ziekten voortbrengen : die op zekere tyden en plaatfen velen gelyk , of den eenen kort na den an- deren , aantasten , en algemeen zich ver- fpreiden ; rerwyl zy eindelyk weder- om geheel ophouden, en fommigen een jaar, doch anderen verfcheidene jaren , voorby laten gaan , eer zy op nieuw zich wederom openbaren. Zy zyn zoo fyn, dat zy onze zinruigen geheel ontvlieden: vandaar, dathurfne byzondere gedaante, aard, en wyze van werken, ons geheel onbekendzyn ; en men hen tot geene eene foort van bekende fcherpten brengenkan. Ook is hetzeermoeilyktebepalen, vanwaar de eertle beimetlelen hunnen oor- fprong hebben : want, dewyl eenebe- imetting, zoowel by mejafchen als die- ren , altyd ten minfte twee lichamen yooronderftelt: een, vanwaarhet be- DS&L X feaet- 320 S. A* DE MORAAfc, ANTWOORD geest, Bonder merkelyke daling des barometer s , voortbrengt. Eindelyk kunnen winden , die vol- ,gens de ligging der landen voor de gezondfte en luchtzuiverendfte gehou- den worden , op lommige tyden gants tegengeftelde hoedanigheden krygen, en zelfs zeer befmettelyk worden: doordien naburige plaatfen, vanwaar zy tot ons overkomen, befmet zyn; en zy vandaar de befmetfelen mede voeren , en heerfchende ziekten 6ver- brengen, Waaruit dan blykt, dat niet alleen de ligging der plaatfen, maar vooral ook de byzondere tyden, dienen in acht genomen te worden, eer men over de voor- of nadeeligheid der winden kunne oordeelen. Langs dezen gebaanden weg van algemeene dampkringskunde, kome ik nu tot de BESMETS&LEN zelven, die ik eerst van de epiaemifche \j] ziekttn in [/] Epidemifche ziekten zyn juist alien niet befmet- Jyk : want zoowel de voor- als ttajaarskoortfen , hoe algemcen zy ook heerfchen mogcn , beiinetten niet; zcoals blykt, wanneer zoodanige lyders naar andere plaatfen, daar deze koorticn niet heerfchen, over- gevoerd worden. OVER DE KINDERPOKJE& in bet gemeen, en vervolgens van de KINDEKPOKJES in bet byzonder, wat meer van naby zal befchouwen. tiefmetfelen in bet gemeen zyn zoo- danige fchadeiyke zelfftandigheden , die of door de dierlyke lichamen uitwendig aan te raken, of door in- wendig binnen dezelven in te dringen, gelyktoortige ziekten voortbrengen : die op zekere tyden en plaatfen velen gelyk , of den eenen kort na den an- deren , aantasten , en algemeen zich ver- fpreiden ; rerwyl zy eindelyk weder- om geheel ophouden, en fommigen een jaar, doch anderen verfcheidene jaren , voorby laten gaan , eer zy op nieuw zich wederom openbaren. Zy 7>yn zoo fyn, dat zy onze zinruigen geheel ontvlieden: vandaar, dathurfne byzondere gedaante, aard, en wyze van werken, ons geheel onbekendzyn ; en men hen tot geene eene foort vari bekende fcherpten brengenkan. Oolc is hetzeermoeilyktebepalen, vanwaar de eerlle befmetlelen hunnen oor- fprong hebben : want, dewyl eenebe- Imetting, zoowel by meinfchen als die- ren , altyd ten minfte twee lichamen yooronderftelt: een, vanwaar het be- DS&L X 322 S. A. DE MORAA2, A^TWOORD fmetfel uitgaat; en een ander, 'twelke bet ontfangt, en daardoor dezelfde foort van ziekte als het eerfle ver- krygt: zoo moet'erbuitentegenfpraak in den beginne een de eerfle geweest fcyn, die uit geheel andere oorzaken, dan door het fmet van een' ander' te ontfangen, eene befmettelyke ziekte gekregen heeft. En is dit eens ge- fchiedt, dan kan zulksook meermalen gebeuren; zoodra maar wederom de- zelfde famenloop van oorzaken , waar- uit zoodanig eene ziqkte allereerst oorfpronglyk ontftond , op nieuw plaats heeft: het gene echter maar zeerzeld- faam, en in fommige landea nooir, fcnynt te gebeuren. VAN SWIETEN bewyst, metgenoegfame voorbeelden , dat in fommige dieren [/] uit imven- dige oorzaken, zonder eenige vooraf- gaande beimetting, de hondsdolheid kan ontftaan: en dat dit befmet- fel in zoo een lichaam derrriate word voortgeplant en vermeenigvulchgd , dac [/] Als honden , wolven , vosfen , en kattcn : docli het fchynt nooit tc gebeuren in paardjn , nsilin , fchapen, ezels, varkens , en andere dicrcn, dac zy, (zonder vooraf^aandc Befmeitrng) allcen irv iinven- dige oorzaken, dnl \vorden. Zie G. DK WIND over 4eJ^ergiften : in her Xlfte Dc&l ~de'r van 'dif GENOOTSCIIAP : ' bladz* -51. OVEIt DE KiNDERPOKjES. dat hct gantfche dier in alle zyne dee.- len befmettelyk word; zoo ver zelfs^ dat hetgeringlle deeltje van zyn fpeek* fel vermogende is, om deze vreeslyke ziekte aan anderen mede te deelen, en alom te verfpreiden. Plegen wy vervolgens met naauwkeurige waarne* rningen hieromtrent raad: dezen lee** i-en ons - 9 dat ook dikwyls van open- bare uitwendige oorzaken heerfchende ziekten ontftaan : welken de lichamen^ die zy aantasten* dermate verande- ren , en hunne vochten zoo doen ont- aarden, dat zy eene befmetting van zich uitgeven, waardoor foortgelyke aiekten worden medegedeeld aan an- deren, die in het geheel niet aan die openbare oorzaken> waaruit die eer*- fte ziekten oorfpronglyk ontftonden^ zyn blootgeiteid geweest. Hieruic moet men dus befluiten, dat het be- fmetfel ook in het menfchelyke li- chaam kan worden voortgebracht, en vermeenigyuldigd, van eene ziekte^ die zonder befmetting uit openbare oorzaken eerst is voortgekomen : en dat een befmetfeJ, op deze wyze eens geboren, vervolgens in ftaat js > om wyd en zyd zich te ver X 2 324 SI A. DE MORAAZ, ANTWOORD fpreiden; en zoodanig eene ziek- te heerichende te maken. Dan of- fchoon men bekennen moet, dat van alle foorten van befmettelyke ziekten , de famenloop van oorzaken , die hen allereerst hebben voortge- bracht, nietaltoos tedoorgrondenzy ; 200 zyn 'er echter fommigen, welker oorzaken zich genoegfaam openbaar maken , en die alleen aan de kenbare luchtshoedanigheden hunnen eerflen oorfprong verfchuldigd zyn. By voor- beeld: wanneer eenlegerteveldetrekt, gebeurt het meenigmalen , dat een ge- declte op lage, vochtige, en moerasfi- ge gronden gelegerd , en door pers- loop , of andere heerfchende ziekten , algemeen aangetast word ; terwyl het andere gedeeke, hetwelkehoogereen droogere plaatfen betrokken heeft, geheel vry b^ft, tot zoolang het Ic- ger zich wederom byeen verzamelt: v/anneer ook veeltyds het andere ge- deelte beftnct raakt, zonder dat het eenigszins aan die fchadelyke damp- kringshoedanigheid , die uit vochti- ge en moerasfige gronden ontftaat, ooit is blootgeileld geweest. FO- die omtrent het midden van de OVER DE KTNDERPOKJES. 325 de zestiende eeuw gebloeidheeft, ver- haalt[] rdateen op itrandrottendewal- visch, of groote zeevisch , zoo een onge- meen bederf in den dampkring ver- oorzaakte, dat daardoor te EGMOND buiten en blnnen zelfs de pest ontftond , die eene groote ilachting onder de in- woneren aldaar aanrichtte. Nog kan men onder de openbare of kenbare oorzaken, waaruit befmettende ziekten hunnen eerften oorfprong ne- men, ook eene kwade levenswys, of bedorven en onnatuurlyk voedfel,tel- len. Vandaar , dat men op eenen alge- meenen hongersnood 3 en in eenelang- durige belcgering, dikwyls depestziet volgen: het beleg der flad LKI- DE ftrekt daarvan ten bewyze. De beroemde Geneesheer DE MAN [/] geeft verfcheidene voorbeelden op : niet alleen, hoedieren, wanneer zy zich met venynige fpyzen voeden, voor den mensch befmettelyk wor- den; maarzelfs ook, hoe menfchen,, die met vergif of venyn zyn opge- X 3 voedt, ' [fl Lib. FT. Olf. 9. Tom. 1. pag. 20-. [/] Bericht van de fchadelyke en zelt's doodelyke geyolgen, welken (op het einde van het jaar 1777.) z^ker venynig vogelgebraad binnen de ftad E gehj^d heeft: bladz.y. en 10, 526 S. A. BE MORAAfc, ANTWOORD voedt, befmettende geworden zyn, Geene mindere aanmerking (zegt hy) verdient alhier de bekende ge* ^ fchiedenis van die fchoone jonge i> dochter, welke (volgens het khry- ven van ARISTOTRLES, GALENUS, w PLINIUS, AVERRHOC, AVICSNNA , CU meer anderen) door den vergifti- gen wolfswortel voorbedachtelyk w opgevoedt, aan ALEXANDER den ^ GROOTEN ten gefchenk gezonden werd; doch van hem, op het door- ziende oog, en den wyzen raad van ARISTOTELES, verworpen, zynen ? , hovelkigen ten deelviel: ^an wien w zy, zoo velen daarmede te doen hadden, door eenen vergiftigen by- flaap, eenen onvermydelyken en p fchielyken dood aanbracht 5> Van gelyke rnaakt j. SCALIGER w g ewa g van ^ en 2 Q n des konings ^ van CAMBAJE: welke, door zyn* ?j) vader met venyn opgebracht, zoo- ^ danig vergiftigd was, dat de vlie- gen door flechts zyn bloed-te ui- gen dood nedervielen. EUSEBIUS w KEURENBERGiusvoegt 'er by, dat by dezelven enkel door zynen adem doQdde; en i^ypoyic. BARTHEMA, OVER DE KINDERPOKJES. 327 dat geene der wyven, welke met hem eene naauwe gemeenfchap oefenden, tot den volgenden dag in het leven bleven. En eindelyk vinden wy by FROMMANNUS aangeteekend : datpo- RUS, een Indlaansch koning, door het dagelykfche gebruik van flangen en venynen, zoo zeer vergiftigd zy 99 geworden, dat hy den omftanderen, of door zynen adem , of door aan- j, raking, of met zyn fpeekfel, naar welgevallen dooden konde." In hoeverre deze verhalen al , of niet, geloof verdienen, laat ik geheel onbeflist: dan de mogelykheid, dat PORUS zich met flangen en venyn kan gevoedt hebben, is buiten alien twyfel. Want behalve , dat men zich langfa- merhand aan het fterkfte vergif ^an gewennen; zoo zyn 'er waarnemin- gen , waarop men ftaatkan maken , dat het addergif niet fchade, wanneer het door den mond word ingenomen, maar alleen dan, wanneer het door in eene beet de wond word aange- bracht en uitgeftort \m\. X 4 Ein- \w~] Zie DE WIND, in de voreugemelde Ferhanddingi bl. -287. S. A. DE MORA A2;, ANTWOORD Eindelyk worden befmetfelen, alleen in fommige ianden oorfprong- lyk zyn, en daar landziekten voort- brengen, ookovergebracht naarande- re landen, waarin nooit die famen- loop van oorzaken, waaruit zulke fciekten onmiddelyk ontftaan , gevon- den word. Zoo werd, in de twaalfde eeuw, der Grieken L^ZARIE} en in het Jaarst der vyftiende eeuw de VS.NUS* jriEKTR, naar EUROPA overgevoerd. Maar meer byzonder maken de be- fmetfelen zich kenbaar door de uit-, werkfelen en verfchynfelen , die zy voortbrengen; en die zoo verfchillen- de zyn, datmen billykmoge befluiten, dat zy ook veelfoortig moeten wezen. Eenigen beledigen de menfchen niet, maar tasten alleen de dieren aan, en nog wel ieder foort byzonder. By voorbeeld de droes de paarden; de veepest derunderen; de wormdefcha- pen. Sommigen ontzien menfchen jioch dieren; maar tasten die beiden aan: 00 als de dolheid. De mees- ten echter valJen op den mensch al- ]een aan: en van dezen beledigen fommigen of alleen maar een zeker gedeelte van ons lichaam ; zoo als het fchurft OVER DE KINDERPOKJES; 329 fchurft de huid; devenusfrnet (fchoon zv in het deel dat aangeftoken word rich gewoonlyk eerst openbaart) de liesklieren , de keel, den neus, en het aangezicht; het fcheurbuik het tandvleesch; de uitvloeifelen van ont- ftokene oogen de gezonde oogen; de sdemtocht der teeringachtigen , en vooral de flank van hunne fluimen, de longen der gezonden , die dezel- ven inademen. Maar velen doen het geheele lichaam aan: gelyk de pest, rotkoortfen , en een'e meenigteanderen. Menkan dezelvengevoeglyk in twee hoofdfoorten: in vaste , en vlu^ge, be* Jmetfelen: onderfcheiden : en door een vast befmetfel (contagium fixuni) zoo- cianig een verftaan, het welke alleen door, en nooit zonder, onmiddelyke aanraking befmet, of zich mededeeit. Tot deze fbort behoorthet gif van gif- tige en dolle dieren; de venusfmet; fchurft; kanker; en meer anderen: - terwyl men door een vluchtig befmet- fel (contagium volatile) zoodanig een verftaat, het welke in den dampkring, even gelyk de dampen en uhwafemin- gen, opklimt, huisvest, en lichamen (die voor befmetting vatbaar zyn) ont- X 5 moe- 33 S. A. DE MOKAAZ, ANTWOORD rnoetende aantast, en befmet. Vande- ze foort is het befmetfei der pest; kwaadaardigerot- blus- en vlekkoortfen; rtiazelen;kinderpokjes;en meer anderen. Deze vlugge befmetfelen nu, in den dampkring opgeheven, zweven daar- in hooger of lager, naar mate de lucht min of meer zwaar is; en zy vluchtig zyn : zy worden door ver- fchillende* winden her- en derwaards omgevoerd en veffpreidt, aangebracht 9 of weggedreven. Want is de lucht licht, dan bly ven zy laag, beneden by de oppervlakte der aarde , hangen ; en daar eenig lichaam ontmoetende, dat voor befmetting vatbaar is, tasten zy het- ^elve aan, en dringen met de veer- krachtige lucht in deszelfs porien bin - nen : ook worden zy daarvan inge* ademd, met fpeekfel, fpys, en drank, doorgezwolgen ; en vervolgens met de vochten zoodanig vermengd en vereenigd, dat dezen geheel veran- derd worden, hunnen natuurlyken sard verliezen, en dien van het be- finetfel aannemen : waardoor dan niet alleen zoodanig lichaam befmet; maarook de befmetfelen zelven daarin grootlyks vermeenigvuldigd worden: en OVER BE KINDERPOKJES. 331 en vervolgens in eene veel grootere meenigte daaruit wafemende, den dampkringhoe langer hoe meerder be- fmetten : zoo dat iederbefmet lichaam als eene nieuwe bron van befmetfelen verdient aangemerkt te worden. De inenting der kinderpokjes geeft hier- van de zekerfle bewyzen: naardien de poketter der ingeenten daartoe even zoo gefchikt en vermogend is, als die van natuurlyke pokken: ja elfs de poketter van een' eerst inge- enten aan een' tweeden; en die van een' tweeden aan een' derden; en zoo vervolgens, tot aan den negendentoe; beproefd, word nog even krachtig bevonden , als de natuurlyke poketter, waarmede de eerfle was ingeent: het gene niet gefchieden zoude, indien de pokfmet in de lichamen niet vermee-' nigvuldigd werd. Ook nogbovendien heeft men waargenomen , dat hoe na- der men by deze befmettingsbronnen verkeert, hoe meer gevaar men loopc om befmet te worden: en dat, ver- der daaraf, de befmetfelen door de lucht zoodanig verdund en veranderd worden',, dat zy geheel krachteloos ra ken 5 en niet meer befchadigen kun- nen. S. A. DE MORAAZ, ANTWOORD nen. Had de lucht dit vermogen niet, om zoowel de befmetfeien, als vele andere uitwafemingen , het zy door te verdunnen , of op wat wyze zy ook 2ulks verrichte, krachteloos te ma- ken: welk een vervelende reuk zoude dan niet door een geheel ryk van ecu enkel musfcusdier verfpreidt bly ven ? als men naargaat, hoe het allergeringlte gedeelte daarvan , opgefloten , jaren daarna nog met zoo veel geweld kan uitbarflen, dat men daarvan in flaauw- te valt. Zekerlyk, had de lucht die vermogen niet, het geflachtdezer die- ren zoude toereikende genoeg zyn , om den geheelen aardbodem te be- fmetten. Ook ftrekken ten bewyze, dat de lucht zulk een vermogen bezit, de pakgoederen, die uit met pest be- ftnettepiaatfenworden aangebracht; en waarin diefmet nogzoodanig zit opge- floten , dat wanneer zy , die de goede- ren ontpakken, geene behoorlyke voor- ^org gebruiken , om in de opene lucht met hunnen rug naar den wind gekeerd te ftaan , zy fomtyds oogenblikkelyk dood vallen, often minde befmetraken, en kort daarna flerven : terwyl die- zelfde befmette goederen, dikwyls en lang OVER DE KINDERPOKJES. 333 lang op eene daartoe gefchikte plaats aan de opene lucht blootgefteld, ein- delyk zuiver worden , en bevrydt ra- ken van alle befmetfelen: die in dc lucht wegvliegen, en daarin zooda- nig verdund, vermengd, of veranderd worden, dat zy geheel krachteloos worden; en vervolgens even zoo min fchade toebrengen, als het (lerkfte vergif, wanneer het met eene zeer groo- te meenigte water verlengd en ver- mengd is. Hoe talryker dierhalve de befmette perfoonenzyn; zooveel ver- der' afftand heefc men noodig om zich te verwyderen : naardien uit zoo vele nieuwe bronnen eene ontelba- re meenigte befmetfelen voortvloeijen, die wyd en zyd in den dampkring zich verfpreiden: waardoor dan niet? alleen het getal der epidemifche ziek- ten dagelyks toeneemt, en vermeenig- vuldigd word; maar zelfs ook makeu zy invloed op tusfchenloopende ziek- ten (inter cur rentes morbi) , waaraan zy zoo veel van hunne geaardheid mede* deelen, dat men in dezelven toevallen waarneemt, die hun anders geheel vreemd, en niet natuurlyk eigen zyn : icts waarop een gcneesheer in het be- hau- 334 & A * CE MORAAZ, ANTWOORO handelen dezer ziekten wel naauwkeu- rig behoort acht te geven. Het is dan met de befmetfelen om- trent eveneens gelegen, als met def planten zaden: een eenig zaadje^ ichoon men niet weet vanwaar het af- komftigzy, in eene goede enwelberei- de aarde gezaaid, en doordeluchtsge- fteldheid begunftigd, bfengteene plant voort, die verfcheidene zaden ople* vert; waaruic nogrnaals nieuwe plan- ten , en vef volgcns wederom nieuwe 2aden , tot in het oneindige vermeenig- vuldigd, kunnen wordenvoortgeteeld: doch een nadeelig luchtsgeftel , by voorbeeld een fterke vorst, is ver- mogend, om die alien op eenmaal te vernielen. En, om by dezegelykenis te blyven: even zoo als tot den groei van een zaadkorreltje een gefchikte en vruchtbare grond, en een groei- fcaam luchtsgeftel vereischt word; zoo ook vordert de voortgang eener befmetting, vooreerst lichamen, die daartoe voorgefchikt en vatbaar zyn: Want, zonder dat de voorfchikkende oorzaken (ctiwfae praedisponentes) in heC lichaam huisvesten, kan 'er geene be- fin^tting gefchieden; wat is anders de OVER DE KINDERPOKJES. 33$ dcreden, dat dikwyls menfchen(meer dan eens in hun leeftyd) in befmettc plaatfen , en by befmette perfoonen , ge? meenzaam verkeeren, en nochtans vry blyven; daar zy, by eene volgen* de befmetting, zelfs fomtyds minder dan voorheen zich daaraan blootftel* lende, worden aangetast? Vervolgens vereischt de voortgang eener befmefr ting ook nog eene iuchts- of damp* kringsgefteldheid, die de befmetfelen werkfaam maakt, enhunne verfpreiding begunfligt; en die met hen famen* werkt, door zulke of zoodanige hoe- danigheden in de vaste deelen en vochten te brengen, die dezelven aan zulke of zoodanige ziekten onderhe- vig maken, en alzoo delichamenvoor- fchikken. Vanwaar anders , dat eene befmettende ziekte in eene plaats een* enkelen, of alleen maar eenigeweinige perfoonen , aantast, zonder verder of algemeen door te dringen ? alleen immers fchynt zulks af te hangen van eene dampkringshoedanigheid : die of geheel ongefchikt is , om de licha- men voor befmecting vatbaar te ma- ken! en, zonder datditgefchiedt,kun- nen de befmetfelen op zich zelven niet wer- 336 S. A. DE MORAAZ, ANTWOORD werkenr 0/die de werking der befmet- felen zelven verhindert : hetzy , dat op zoo een' tyd de lucht van deze be- fmetfelen; of door plasregenen, ot onweersbuijen; of door fterke win- den; of door zoodanige'winden, die dezelven wegdryven, gezuiverdword: 0/dat 'er in den dampkring on- bekende zelfllandigheden ichuilen , die zich met de befmetfelen zoodanig ver- mengen en vereenigen, dat clezen hunne geaardheid veranderen, en him befmettend vermogen geheel verlie^en. Het is niet wel mogelyk alle de ver- borgene oorzaken, die de befmetfe- len kunnen uitdoven en krachteloos maken , te doorgronden en op te tel- Jen, Het lydt intusfchen geene tegen- Ipraak, of de kenbare luchtshoedanig- heden (zoo even heb ik eenigen daar- van opgeteld) kunnen hieraan zeer veel toebrengen: want, gelyk in een' vochcigen of mistigen dampkring de rook uit de fchoorfteenen zeer bezwaar- lyk opgaat; en de honden best het wild opzoeken , als door den morgen- daauw de grond vettig en bevochtigd is: zoo ook blyven de befmetfeJen in ecu' vochtigenen benevelden damp- kring OVER DE KINDERPOKJES; 33? kring langer by een verzameld ban- en, en klimmen veel trager op: waar-* y nog komt, dat onze lichamen by feoo eene dampkringsgefteldheid meef gefehikt zyn , om door de opflof pvateii net gif in te nemen ; terwyl de onge- voelige uitwafeming merkelyk ge* ftremd is. Dus vindt men by FORE- STUS [j > dat in October van het jaar 1557. te ALKMAAR zeer fchielyk eene kwaadaardige keelziekte ontftond; nadat een dikke ftinkende nevel ge^ durende eenige dagen was voorafge< gaan : waardoot in een' oogenblik des- 4 tyds wel duizend menfchen werdert aangetast , en meer dan tweehonderd omkwamen; Ook heeft SOR&VIT [o] wa^rgeno- men, dat by een' vochtigen dampkring wel driemaal meer menfchen door de? pest zyn omgekomen > dan als de lucht droog en helder was. Insgelyks kan eene zwaardere lucht daaraan eer veel toebrengen, door de be- fmetfelen zoo hoog op te heffen, dac zy laag in de benedenlucht niet fcha- DEEL. Y den [n\ Lib. FL Obfi i. Tom* L pag. iS8, \o\ Gonfilium medic* de pefte : fag* 36 338 S. A. DE MORAAfc, ANTWOORD den kunnen. Het gebeurt zelfs fom- wylen, dat zy, met de waterdampen opklimmende, zich in wolken verza- fnelen- en naderhand, wederom ne- derdalende, alzoo op nieuw hunne fchadelyke vermogens uitoefenen : of, met de wolken naar elders ovcr- gevoerd, de eerfte befmetting aldaar aanbrengen. Nog kan de wartnte de befmetfe- len zoo fyn en vluchtig maken, dat ^y, even als de overige dampen en uitwafemingen , hooger opvliegen, en de benedenile deelen des dampkrings verlaten : vandaar , dat de lucht by dag, als zy door de zonneftralen ver- ^armd is, veel minder fchadelyk en beimettende bevonden word, dan de koudere avond- nacht- envroegemor- genluchten, die daarom te vermy- den zyn. Ook kunnen bergen en zelfs hooge gebouwen, die den vry- en luchtftroom fteuiten, den befmet- felen palen zetten , en beletten dac zy verder doordringen. Zox> heersch- te aan de zuidzyde van myne fland- plaats in October en November van ? t jaar 1783* de roodeloop zeer fterk, en fleepte velen naar het graf; zon- der OVER DE KINDfiRPOKJfiS. der dat de befmetting tot de noor- derzyde> die door eene hooge kerk en Verdere gebouwen geheel van deii fcuidkant ifc afgefcheiden , overkwam : men had op dien tyd vele luchtzui- Verende noordelyke winden, diewe- gens het opene vatl onze plaats aaii den noordkant wel een' vryen en on- belemmerden ingang hadden ; doch die , tegen de kerk a^nileuitende , in hunnen doortochtnaardezuidzyde be* let werden ^ om ook daar den damp- kring van deszelfs befmetfelen te zuive- ten: maar men had nog boven- dien aail dienzelfden zuidkant een met hooge boomen beplant kerkhof* omringd van eene flinkende kerk- gracht, die beiden nietweinighethun- ne toebrachten, om den dampkring met eene meenigte onreine dampen en taitwafemingen te beladen, en gants ongefchikt te maken ^ om de befmetfe- len 200 hoog op te heflfen, dat zy niet fchaden konden. Hoe aan KAAP DE GOEDE HOOP de pokfmet voot de bergen fteuite, heb ik in het be- gin myner Vef handeling getoond ; en fcal, als ik over die fmet afzonderlyk Jiandele, hiervan nog een zonder- 2 34 si A: DE MORAAZ, ANTWOORB ling voorbeeld opgeven. Dan font- tyds'hebben de befmetfelen zooeen' onbelemmerden en fnelvoortgaan- den loop, dat zy geheele natien aan- tasten* Zoo begon in 't jaar 1346. de pest te CATHAI in CHINA; fpreidde zlch uit over ASIE, AFRIKA, en het zuiden van EUROPA; vervolgens floeg y in 't jaar 1347. en 1348. over naar ENGELAND, DuixscHLAND, en naar het noorden van EUROPA, ja zelfs tot aan het uiterfte van het bewoonde KOORDEN. Zoo heerschtc op het cinde van het jaar 1732. en in het be- gin van 1733. eene zinkingsziekte over geheel EUROPA : en omtrent het mid- den van 't jaar 1782. ontftond 'er uit het NOORDEN eene zinkingskoorts, welke men influenza noemde; en die door verfcheide ryken, ook door ons land, zich vry algemeen verfpreid- de. Nog kunnen de befmetfelen , in- dien zy naauv/ opgefloten zyn , even gelyk de muskus, zeer lang hunne beledigende vermogens behouden; en hunne uitvloeifels, opgehoopt en by een verzameld zynde, zoo zy daarna wederomvry uitbarften , oefeneneene doodelyke kracht : gelyk men onder- vindt OVER DE KINDERPOKJES. 341 vindt aan zulken , die (zonder behoorly- ke voorzorg) de aangebrachte goede- ren uitplaatfen met pest befmet on- voorzichtig ontpakken, en op ftaan- de voet dood blyven. Eindelyk huisvesten de vlugge befmetfelen niet enkel en alleen in den damp- kring; maar zy kunnen ook tyden lang aan andere zaken vasthangen, en verfcholen blyven, zonder hunne befmettende vermogens te verliezen. Onder eene meenigte voorbeelden, die men van de pest en andere be- fmettende ziekten hieromtrent zoude kunnen bybrengen , levert de pokfmet alleen een genoeg voldingend bewys op: naardien zy, maanden lang, in den met poketter doortrokken' draad verfcholen en krachtig blyft, om door inenting de kinderpokjes aau anderen mede te deelen. De PARYSCHE geneesheer M. PAU* LET is van gedachten, dat de befmet- felen in het gemeen, en de pokfmet byzonder, aan allerlei zaken zich vestigen, uitgezonderd aan de lucht; en hy wil, dat de Aiwyze Befcher^- mer van het menfchelyke geflacht zoo cenen gevaarlyken omloop in den Y 3 damp- S- A. DE MORAAfc; ANTWOORQ dampkring niet heeft toegelaten. Op dit losfe fundament fteunt zyne ge- heele Kunst om zich voor de kinder ziek* le te beveittgeni die dus wankelbaar is ; en voor het grootfte gedeelte ver- valt. De ROTTERDAMSCRE Profesfor H. VINK in zyne Lesfen over de vee* ziekte omhelst nochtans dit zyn gevoe- len ! Ik zal het echter thans niet af- ^onderlyk wederleggen : omdat het tegendeel daarvan door myne geheele Verhandeling bewezen word: alleen 5:al ik hierby aanmerken, hoe noodig ons, betrekkelyk tot dit onderwerp, eene algemeene datnpkringskunde zy , die ons zeer gemakkelyk de beden* king van den Heer PAULET , dat men zelfs onder den zuiverften hemel de kin* derpokjes krygt , leert oplosfen; en zonder welke men hieromtrent weinig of niets befeffen kan. Voorts heeft iederebyzondere foort , Sioowel der vaste als der vlugge befmet- felen, niet alleen eene byzondere wys ; maar bovendien ook een' ver- fchillenden tyd, van werken: Eeni- gen werken zoo fchielyk, dat zy als oogenblikkelyk in de lichamen, waar- zich mededeelen, hunne fcha OVER Dtt KINDERPOK/ES. 343 delyke uitwerkfels vertooneti: lyk ik reeds heb aangewezen van de sweetkoorts in ENGELAND; van de kwaadaardige keelziekte te ALKMAAR ; van de pestfmet by het onvoorzich- tig ontpakken derbefmette goederen. Andere befmetfelen daartegen kun- flen tyden lang in onze lichamen wer- keloos blyven; en eerst lang, nadat zy zyn medegedeeld, zich openba- ren: zoo ontdekt de eerlle trap van hondsdolheid zich zelden voor den veertigften dag, en fomtyds eersc tnaanden, ja zelfs jaren, naderhand. De pokfmet, door inenting medege- deeld, vertoont gemeenlyk eerst op den zevenden of achtften dag de uit- bottingstoevallen ; maar door eene na- tuurlyke befmetting houdt zy zich ge- meenlyk eenige dagen langer fchuil: by de mazelen vertoont zy zich meest op den zesden en fomtyds op den zevenden dagj en volgens de waarnemingen van HOME is deze tyd tneer beftendig, dan in de kinder- pokjes. Wanneer meer dan eene foort van befmetfel in den dampkring fchuilt, en daardoor onderfcheide befmetten- Y 4 do 344 A- l MORAAfc, ANtWOORQ deziekten gelyktydig ontftaan : krygt jneest altyd een hunner de overhand ^ en blyft heerfchende over de ande- ren: die alsdan niet alleen plaats ruimen en verminderen; maar selfs #ich o.ok fchikken, om,zoo veelmaar eenigs2;ins hunne natuur toelaat, d$ geaardheici van die foort, welke heer- fchaf py voert, over te nemen. Men ^iet dus nook, dat twee befmetfelenin cen : en \ zelfde lichaam tegelyk werken, en hunne ziekten voortbrengen. Wan- neer in 't jaar 1732. in fommige plaat^ fen van ENGELAND de kinderpokjes en mazelen gelyktydig regeerden, wer- den a^n eenigen de kinderpokjes inr geent, en zy kregen den zevenden dag de koorts; den negenden Jcwamen, in plaats van de kinderpokr jes, de mazelen met hoest verzeld te voorfchyn, en de koorts vermin- derde: maar den elfden, ofookwel den twaalfden d^g , ontflond 'er eene jiieuwe koorts, waarop den veer- tienden dag eene u.itbotting van onder* fcheidene kinderpokjes, die gere- geld en gelukkig afliepen, volgde. Maar dikwyls gaat met het eene of befmetfel eene hevige rotting OVER Dtt KINDERPOKJES. 345 yerzeld; en alsdan ontftaan veeltyds koortfen, eh andere toevallen: die allergeweldigst zyn, omdat zy door* gaans zoowel van de fmet, als van ae hevige rotting, verwekt warden. Dk zy genoeg van de befmetfelen in 't gemeen , om tot die der kinderpok- jes in 9 t byzonder te kunnen over* gaan tf Alleen zal ik nog met een woord, dewyl ik van hunne geboor-* te begonnen ben , omtrent hun ein-, de aanmerken : hoe fommigen eerder , en anderen later, uitgeroeid worden; ja: zelfs fomtyds eeuwen lang duren f eer zy geheel vernietigd zyn. Eeneal- lerfnelstwerkende befmettende zweet- koorts richtte in ENGELAND, vyfma- len in zeventig jaren tyds , eene al- lerverfchrikkelykfte flachting aan : dan zy is nu, federt ruim twee eeuwen, al- daar geheel opgehouden. Der GRIEKEN Jazarie , die reeds in de twaalfde eeuw naar EUROPA overfloeg, is, niet voor de eeuw, welke wy beleven, genoegfaam geheel verdwenen. Nog heeft men hieromtrent waar- genomen, dat de befmetfelen, alvo- rens zy geheel uitgeroeid zyn , eerst verminderen , krachte- J 5 ' 348 s. A; DE MORAA&; ANTWOORD \van bet uitwasfen van den baard\ van bet voor den dag komen der maandflonden*, of van eenlge andere. EroLUTiE de$ Uchaams: dan waren op zy eerst ontftaan zyn, ons ge^ heel onbekend is: 200 fchynt het echter zeker^ dat zy , even gelyk al- le andere befmettelyke ziekten , hun- nen eerflen ocrfprong aan andere oorzaken> dan aan befmetting, ver-? fchuldigd zyn: naardien de allereer- fie, die deze ziekte gekregen heeft, niemand voor zich had, die hem befmettenkonde; enhy dus zonderbe* fmetting uit gants andere oorzaken moet zyn aangetast geweest. Dan, hoedanig die famenloop van oorzaken geweest zy? en, eens geweest zyn- 4e, fomtyds nog wel eens zaudc kun- OVER DE KINDERSOKJES, 349 kunnen zyn? getuigen de gcnees- heeren eenparig niet te weten ! Waar- fchynlyk echter heeft zy nooit in ona land plaats gehad; maar alleen in die landen , waaruit deze ziekte eerst